Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem [meer] |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3059 |
Opvragingen: | 15 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (19 stemmen)
Titels van Willem F. Hermans
Au pair (31) 1989 De donkere kamer van Damokles (54) 1958 De elektriseermachine van Wimshurst (0) 1967 De god denkbaar denkbaar de god (0) 1956 De laatste roker (0) 1990 De tranen der acacia's (3) 1949 De zegelring (2) 1984 Een heilige van de horlogerie (1) 1987 Een landingspoging op New Foundland (0) 1957 Een wonderkind of een total loss (2) 1967 Filip's sonatine (4) 1980 Geyerstein's dynamiek (0) 1982 Herinneringen van een engelbewaarder (10) 1971 Het behouden huis (42) 1952 Het evangelie van O. Dapper Dapper (0) 1973 Het sadistisch universum (1) 1966 Homme's hoest (2) 1980 Ik heb altijd gelijk (2) 1951 In de mist van het schimmenrijk (5) 1993 King Kong (1) 1972 Malle Hugo (0) 1994 Mandarijnen op zwavelzuur (0) 1964 Moedwil en misverstand (0) 1948 Naar Magnitogorsk (1) 1990 Nooit meer slapen (29) 1966 Onder professoren (6) 1975 Paranoia (1) 1953 Periander (0) 1974 Ruisend gruis (6) 1995 Uit talloos veel miljoenen (4) 1981
Laatst gewijzigd op 11 maart 2001
Uit talloos veel miljoenen
1e druk, 1981
Willem Frederick Hermans
Niets, wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen. (jacob winkler prins)
43 genummerde hoofdstukken
4 punten waard
Genre: Epiek, een psychologische roman
Het boek is geschreven tussen 27 september 1977 en 21 oktober 1980 (in Parijs)
Eerste en laatste regels:
Het boek begint met de alinea: Als Clemens bij uitzondering eerder uit zijn bed kwam dan Sita, ging hij naar de keuken om thee te zetten en terwijl hij wachtte tot het water kookte, dacht hij: Ik ben toch eigenlijk een goed mens, dat ik haar niet vergiftig.
En eindigt met de alinea: Maar soms, weet je, soms heb ik de indruk…. dat die dingen…. dat die dingen toch altijd erg ver weg blijven… dat ze feitelijk nooit binnen mijn bereik gekomen zijn.
Verwachting vooraf:
Dit is het tweede boek dat ik van Hermans lees. Het lijkt me een leuk boek. Ik weet niet waar het over gaat, aangezien ik de enige ben die het boek heeft gelezen. Zover ik weer dan. Ik hoop dat het een beetje een leuk boek wordt.
Samenvatting van de inhoud:
Clemens van de Wissel (43) doceert maatschappijwetenschappen aan de universiteit van Groningen. Hij woont met zijn vrouw Sita in een moderne doorzonwoning in Paterswolde.
Clemens komt uit een goed nest: zijn vader, die schatrijk is, was minister. Clemens is altijd een keurige jongen geweest.
Sita heeft geen universitaire opleiding gedaan. Haar ouders hadden een wolwinkel. Sita heeft een kind, Pearl, dat later Parel genoemd wordt. De vader was een Amerikaanse militair, die er gauw van door ging toen hij hoorde dat Sita zwanger was. Later ging Sita in een cafetaria werken, waar ze Clemens ontmoette. Ze werd opnieuw zwanger. Clemens wilde met haar trouwen, maar zijn vader, de minister, vreesde een schandaal. Hij ging alleen akkoord met het huwelijk als het kind geaborteerd werd. Sita lag weken in het ziekenhuis, en zou nooit meer kinderen kunnen krijgen door een fout.
Zowel Clemens als Sita voelen zich ongelukkig. Clemens heeft wroeging omdat hij beneden zijn stand getrouwd is, en hij kan het niet verkroppen dat hij nog geen hoogleraar is, terwijl hij toch al vijftien jaar aan de universiteit werkt.
Sita is aan de drank. Ze giet stiekem sherry over in een azijnfles. Ze heeft schuldgevoelens, omdat ze denkt dat Clemens zich naast haar niet volledig kan ontplooien, en omdat ze Clemens geen kinderen kan schenken.
Het boek begint met een overdenking van Clemens, die zichzelf toch eigenlijk maar een goed mens vindt, omdat hij zijn vrouw niet vergiftigt.
Er is een brief gekomen van Clemens vader, die een lange reis maakt en nu in India is. Sita is bang dat Clemens vader nog zal trouwen, waardoor zij de erfenis mis zullen lopen. Clemens geeft niet veel om de erfenis.
De buren van Clemens en Sita heten Alwin en Alies Neubauer. Alwin is professor en doceert de Geschiedenis van de Wijsbegeerte en Haar Grondslagen. Alies, Dr. in de psychologie, doceert ook aan de universiteit. Zij schrijft tevens kinderboekjes, waarvan er al duizenden verkocht zijn. Die boekjes bestaan uit een aantal versjes over Vogeltje Parlevliet. In navolging hiervan is Sita ook begonnen met versjes te verzinnen, over het Beertje Bombazijn. Het heeft weken geduurd voordat ze een brief durfde te sturen naar Lionel Prent, een bekende kinderboekenschrijver, alleen maar om te vragen of ze Beertje Bombazijn in proza of in versjes moest schrijven. Als ze eindelijk de brief op de post heeft gedaan, komt ze er achter dat ze vergeten heeft er een postzegel op te doen.
Clemens is al maanden bezig met het schrijven van een wetenschappelijk artikel, maar behalve de titel heeft hij nog niets op papier staan. Zijn psychiater raadt hem aan eens een andere kleur papier te nemen, roze bijvoorbeeld. Clemens heeft zijn collega Klaas van Zeerijp uitgenodigd. Van Zeerijp werkt nog maar een half jaar in Groningen, en hij is tien jaar jonger dan Clemens, maar bij is al lector. Clemens wil met hem aanpappen omdat hij hoopt dat Van Zeerijp invloed kan uitoefenen op zijn benoeming tot professor. De avond wordt pas echt gezellig als Parel ook nog even komt aanwippen. Zij heeft weer eens ruzie met haar man, Gerard, een betonwerker, omdat ze met een andere man vrijde. Parel is een knappe verschijning, en Van Zeerijps ogen puilen dan ook uit. Hij biedt aan Parel wel even 'naar huis' te brengen. Niet lang daarna blijkt dat Parel en Van Zeerijp een verhouding hebben. Clemens weet niet wat hij er van denken moet, vooral niet als hij hoort dat Van Zeerijp moeilijkheden heeft met zijn tweede vrouw, die nu naar haar familie in Polen schijnt te zijn, en dat bij ook nog drie kinderen bij zijn eerste vrouw heeft. Tegen Nieuwjaar vertrekken Parel en Klaas naar de wintersport.
Op Nieuwjaarsdag blijkt dat de plaatselijke jeugd opnieuw de traditionele grap heeft uitgehaald: alle groene PTT-brievenbussen zijn verdwenen. Sita en Clemens trekken er samen op uit om hun brievenbusje te zoeken, maar ze vinden het niet, zelfs niet bij de opkoper 'De Zwarte Dwerg'. Dan gaan ze op nieuwjaarsvisite bij Alwin en Alies Neubauer, waar even later ook Professor Doctor Soeteman Kronenburg en zijn vrouw Mca aankomen. Er ontstaat een geanimeerd gesprek over Nietzsehe, Paul Réc, Vogeltje Parlevliet en het Hite Report. Clemens hoort van Alwin dat Klaas van Zeerijp waarschijnlijk Professor Dunnebroek zal opvolgen. Alies vertelt Sita dat zij Sita's versjes over Beertje Bombazijn naar haar uitgever Hosselaar heeft opgestuurd.
Sita gaat opgewekt naar huis, maar Clemens stort zich meteen op een fles jenever. Hij voelt zich door de jongere Van Zeerijp gepasseerd.
Even later belt Parel op uit Zwitserland. Ze vertelt dat mevrouw Van Zeerijp is langsgekomen om Klaas op te halen. Klaas is met haar meegegaan en hij heeft Parel laten stikken. Nu zit ze zonder geld in het hotel, en bovendien is ze waarschijnlijk zwanger. Sita besluit Parel op te gaan halen. Clemens maakt duidelijk dat hij geen zin meer heeft zich nog te bemoeien met Parel. Hij gaat in zijn studeerkamer De Nieuwe Linie en De Rode Amsterdammer lezen. Hij geeft Sita wel toestemming om met zijn auto naar Zwitserland te gaan.
Hij gaat naar zijn psychiater, Dr. Eddie Barend. In de wachtkamer ontmoet hij Van Hombrugh, hoogleraar in de Oude Engelse Letterkunde en Haar Grondslagen. Van Hornbrugh vertelt hem een Engels verhaal uit de middeleeuwen. Het is een allegorie over een kostbare parel (een dood kindje) die verloren is geraakt in de grond. De hoofdpersoon van het verhaal loopt er naar te zoeken, 'naar zijn dode dochtertje in feite'. In een visioen ziet hij een vrouw, die het Rijk der Hemelen een ogenblik voor hem ontsluit. De parel vindt hij echter niet en treurig blijft hij achter op de heuvel waar hij liep te zoeken. Clemens is erg onder de indruk van dit verhaal. Hij denkt na over zijn eigen leven: 'Want was dit de waarheid niet: dat hij jaar in jaar uit droevig liep te zoeken naar zijn eigen kind?'
Hij praat met Eddie Barend over zijn vrouw, met wie bij geen zinnig woord kan wisselen, en die er volgens hem de schuld van is dat bij geen wetenschappelijk werk kan verrichten. Hij durft niets te zeggen over het verhaal van Van Hombrugh. Dr. Barend, die zelf vrijgezel is, kan Clemens niet veel verder helpen.
Hij geeft hem maar weer eens een andere kleur pillen mee. Clemens bewaart een prentbriefkaart van een Zwitsers restaurant. De dame in kokskleding, die op de voorkant is afgebeeld, oefent een grote aantrekkingskracht op hem uit. Hij zou óók wel naar Zwitserland willen rijden om die vrouw op te zoeken, maar hij durft niet. Thuis krijgt bij opeens last van spit als hij zich bukt. Mea Kronenburg, die toevallig langs komt, wil zijn rug wel masseren. Net als ze daar mee bezig is komt Sita thuis. Omdat Clemens zijn brok op zijn knieen heefr vrmoed Sita iets, maar gaat er niet verder op in.
Het is Sita niet gelukt over de grens te komen, omdat ze geen autopapieren bij zich had. Ze kan Parel ook niet opbellen, omdat ze niet precies weet in welk hotel zij verblijft.
Mea belt op goed geluk het adres van de ansichtkaart (ze herinnert zich dat Klaas het ook wel eens over de kokkin heeft gehad), en ze krijgt Klaas van Zeerijp aan de lijn. Van Zeerijp vertelt dat Parel is opgehaald door haar man. De volgende dag vertelt Mea de rest van het verhaal aan Alies Neubauer. Clemens was ontzettend kwaad geworden en had gezegd dat hij niets meer met Parel te maken wilde hebben.
Alies vindt het maar zielig voor Sita. Ze belt haar uitgever op om hem te vragen of hij Sita niet eens kan uitnodigen voor een gesprek over Beertje Bombazijn. Een week later krijgt Sita een kaart van Parel uit Breinen. Ze schrijft dat het allemaal maar een misverstand was en dat Gerard nu in Bremen werkt.
Een paar weken later krijgt Sita een uitnodiging van Diek Hosselaar. Het gesprek in het Amsterdamse uitgeverskantoor stelt niet veel voor, al is Sita wel geïmponeerd door het optreden van Hosselaar. Na enkele glazen sherry stuurt 'Beertje Brandewijn' Sita weg met de opdracht een mooi boekje over Beertje Bombazijn voor hem te maken. In de stad wordt Sita's tas (met al haar versjes over Beertje Bombazijn) gestolen. Als ze terug gaat naar Hosselaar om geld te lenen voor de terugreis, krijgt ze een duur boek uit de serie 'De Oude Meesters' aangesmeerd. Clemens haalt Sita van de trein. Hij is opeens erg aardig voor zijn vrouw, omdat hij met zijn psychiater tot de conclusie is gekomen dat hij alleen van Sita houdt, en dat hij haar moet accepteren met al haar fouten en tekortkomingen. Ook vindt bij dat hij maar rustig moet wachten totdat bij de erfenis van zijn vader krijgt, en dat hij niet met alle geweld hoogleraar moet worden. Als ze thuiskomen, vindt Sita een brief van Lionel Prent. Het is een soort drukwerkje, waarin hij haar bedankt voor de brief en de bloemen. Teleurgesteld verscheurt Sita de brief. Een week later komt Parel even op bezoek. Ze rijdt in een Porsche met een Duits nummerbord. Ze werkt nu in een sjieken seksclub in Bremen. Ze heeft als cadeautje een nieuwe tas voor Sita meegenomen. Pas als Parel weg is, ziet Sita dat de tas gemaakt is van krokodillenleer Ze heeft dezelfde tas in Amsterdam zien staan voor f 12485,-. In de tas zit ook nog allemaal geld.
Een tijdje later gaat Sita naar de gynaecoloog Soeternan Kronenberg voor een onderzoek. Kronenberg vertelt haar rustig dat volgens hem 'de hele boel eruit moet', ze heeft kanker. Kronenberg probeert Sita te troosten door te zeggen dat er nog genoeg heerlijke dingen in het leven zijn. Maar Sita zegt: 'Soms heb ik de indruk dat die dingen feitelijk nooit binnen mijn bereik gekomen zijn'.
Perspectief:
Het boek is in meervoudig personale vertelsituatie geschreven en gedeeltelijk met een algemene verteller. De gebeurtenissen worden voornamelijk beschreven door de ogen van Sita maar af en toe lees je ook een gesprek van Clemens met bijvoorbeeld de buren. Daardoor krijg je ook een beeld van wat andere mensen van hen vinden.
Tijd:
Het boek speelt zich af in November 1976 tot februari 1977. Het verhaal is chronologisch verteld. De situatie worden in het boek vaak uitvoerig besproken.
Ruimte:
Er zijn een paar plaatsen waar het verhaal zich vooral afspeelt. De belangrijkste plaats is de plek waar Sita en Clemens wonen: Paterswolde. Hier wonen erg veel mensen van de universiteit waar Clemens werkt.
Personages:
Het boek heeft twee hoofdpersonen, Clemens en Sita, zij zijn getrouwd en wonen al een lange tijd samen. Zij hebben één dochter, Parel. Zij is eigenlijk alleen de dochter van Sita, haar vader is nog voor haar geboorte er vandoor gegaan en daarna had Sita Clemens leren kennen.
Van Clemens raakte zij opnieuw zwanger. Clemens wilde met haar trouwen, maar dat mocht niet van zijn vader, tenzij ze het kind lieten aborteren. Dat hebben ze toen gedaan, maar de operatie liep niet goed en Sita zou nu nooit meer kinderen kunnen krijgen. Het huwelijk tussen Cita en Clemens stelt ook niet veel meer voor. Het enige wat ze nog samen deden, de hond uit laten, doen ze ook niet meer omdat de hond dood is.
Sita en Clemens hebben dus eigenlijk niets meer aan elkaar.
Clemens is al vijftien jaar docent maatschappijwetenschappen op de universiteit van Groningen. Het is een klein mannetje, met een slecht gebit. Ook heeft hij een bril en bijna altijd een hoed op. Hij is extreemlinks en heeft in zijn bureaukamer dan ook stapels linkse tijdschriften liggen. Op de universiteit doet hij erg zijn best om professor te worden, maar daarvoor moet hij eerst een goed artikel hebben geschreven en dat lukt hem niet. Hij gaat dan ook elke week naar de psychiater. Maar die kan hem ook niet echt helpen, hij schrijft alleen elke keer een andere kleur pillen voor en een andere kleur papier om op te schrijven. Als zijn vader sterft erft Clemens 10 miljoen.
Aan de ene kant wil hij dit wel erven, maar aan de andere kant ook niet omdat dan iedereen zegt dat hij zelf niets kan en alles van zijn vader krijgt. Ook zoekt hij al zijn hele leven naar een eigen kind. Dit lukt niet. Sita kan immers geen kinderen krijgen.
Hij beschouwt zijn carrière als verloren, zeker op het moment dat Klaas van Zeerijp, een jongere collega, wel een betere baan krijgt als lector. Hij probeert van Zeerijp over te halen hem te helpen, want deze kan met zijn functie invloed uitoefenen op Clemens' promovering, door hem uit te nodigen voor een etentje bij hun thuis.
Ze hebben een goed gesprek. Maar wanneer Parel binnenkomt heeft van Zeerijp alleen nog maar oog voor haar. Dit vindt Sita erg blij mee, want ze verwacht dat hierdoor niet alleen haar man geholpen wordt, maar ook hoopt ze dat Parel eindelijk met een behoorlijke man aanpapt. De volgende dag blijken Parel en van Zeerijp (hoewel de ene is getrouwd en de ander een relatie heeft) elkaar erg leuk te vinden. Een tijdje later vertrekken ze samen op vakantie naar Zwitserland, maar niemand weet precies naar welk dorp.
Sita heeft geen werk en is verslaafd aan de whisky, die ze voor een deel in een lege azijnfles giet om het te verbergen. Verder houdt ze zich erg bezig met gedichtjes, haar idool is de kinderboeken schrijver Lionel Prent. Hem schrijft ze uiteindelijk ook een brief met de vragen of hij, als zij een kinderboekje zou schrijven, het zou willen illustreren, en of ze dat boekje in proza of in versjes moet schrijven. Ze heeft namelijk een aantal versjes bedacht over een Beertje dat Bombazijn heet. Haar buurvrouw Alies Neubauer is al een bekend kinderboekenschrijfster die een succesvolle serie kindergedichtjes over vogeltje Parlevliet heeft geschreven. Alies probeert Sita te helpen door een afspraak voor haar te regelen met haar uitgever, Dick Hosselaar, die ook wel beertje brandewijn wordt genoemd, en dat lukt haar ook. Uiteindelijk lukt het Sita alleen niet haar boekje af te maken, want wanneer zij in Amsterdam over het Leidseplein loopt na haar afspraak bij de uitgever, wordt haar tas gestolen met daarin haar manuscript voor haar boek.
Sita voelt zich minderwaardig vergeleken bij de mensen om haar heen, haar man en buren werken allemaal op de universiteit, of zijn geleerd op een ander gebied.
De twee idealen (toch nog wat worden door middel van kinderboekjes en het goed terechtkomen van Parel)die Sita heeft en haar zin van het leven zijn aan het eind van het boek de grond in geboord.
Aan het ind wordt het nog erger want het blijkt dat Sita kanker heeft.
In het boek zijn verschillende bijfiguren. Deze zijn meestal het evenbeeld van de hoofdpersonen. Van Zeerijp is de geslaagde professor (Clemens wil dit worden) en Alies Neubauer is de geslaagde kinderboekjesschrijver (Sita wil dit ook zijn).
Thema & motieven:
De vraag die kan worden gesteld is:
Wie mislukken er?: Sita en Clemens
Waarin mislukken zij?: Iets nuttigs te doen. Sita lukt het niet om een kinderboekje te schrijven en Clemens lukt het niet om hoger op te komen.
Waardoor mislukken zij?: Omdat de mens zelf feitelijk niets kan. Je kan dit zien doordat alles dat Clemens en Cita willen mislukt. Is het niet een kind krijgen dan is het wel de brievenbus terugkrijgen.
Het motto is een citaat van Jacob Winkler Prins: "Niets wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen". De titel slaat ook op het hoofs thema. Dat de mens niets kan. Ook kan het worden uitgelegd als het feit dat Sita en Clemens een doorsnee gezin zijn (één uit talloos veel gezinnen).
Enkele motieven die in het boek zijn te vinden zijn:
· Post, brieven, de brief die Clemens in het begin van het boek van zijn vader krijgt, de brief die Sita aan Lionel Prent stuurt, de ansichtkaart die Clemens altijd bij zich heeft, het brievenbusje dat op oudejaarsnacht gestolen wordt, de ansichtkaart die Parel stuurt vanuit Zwitserland.
· Beren: Sita ziet in een beer het perfecte kind dat ze nooit heeft gehad. De beer komt een paar
keer terug: Het beertje Bombazijn. Waar Sita een kinderboek over wil schrijven.
De beer van de kermis.
Sita`s droom over de beer. De beer staat ineens voor de deur en de postbode durft de post niet te komen brengen.
Stijl:
Er is niet echt een Hermans stijl te vinden. Het enige is dat er veel dialogen in het boek zijn.
Informatie over de schrijver:
Willem Frederik Hermans werd geboren in 1921 te Amsterdam. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1955 promoveerde. Van 1958 tot 1973 doceerde hij fysische geografie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Daarna verhuisde hij naar Frankrijk. Hermans wordt beschouwd als een van de belangrijkste Nederlandse prozaïsten na de Tweede Wereldoorlog. Zijn stijl is scherpzinnig en sarcastisch. Zijn boeken spelen zich vaak af tegen de achtergrond van een oorlogssituaties, waarin het onderscheid tussen heiden en verraders twijfelachtig wordt. Hij gaat uit van een chaotische wereld, waarin moedwil, misverstand, vervreemding en angst een grote rol spelen.
Enkele romans van hem zijn De tranen der acacia's (1949), De donkere kamer van Damocles (1958) en Nooit meer slapen (1966). Hermans schreef ook verhalen (o.a. Paranoia, 1953) en gedichten. Uit talloos veel miljoenen speelt zich af in hetzelfde sociale milieu als Onderprofessoren (1975). Deze twee boeken werden door de critici dan ook vaak met elkaar vergeleken. De reacties op Uit talloos veel miljoenen waren nogal wisselend. Over het algemeen vond men dit boek niet slecht, maar ook niet beter dan het eerdere werk van Hermans.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen