geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

2 juni 2009

Taal:

Woorden:

3.200

Bekeken:

766 keer (10 deze maand)

Waardering:

4.6/5 (10 stemmen)

Deel op:

  • Door joop op 04-01-2011
    HEEL HANDIG DEZE !!!


Feitelijke gegevens over het boek
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum 1e druk: 16 april 2009
Aantal bladzijden: 215
Uitgegeven door: Querido te Amsterdam

Beschrijving van de cover
Op de sombere voorkant staat de afbeelding van een meisje dat in de camera kijkt. Dat zou dus eigenlijk Helena moeten voorstellen. Ze is in het zwart gekleed en kijkt vol cynisme de wereld in.

Genreaanduiding van het boek
“Pierenland” is een psychologische roman over een meisje dat de dood van haar moeder en de directe gevolgen daarvan voor haar leven aan de lezer vertelt.

De flaptekst
Als de trage Tonnie zijn moeder levenloos onderaan de trap vindt, weet hij niets beters te doen dan naar zijn kamer te gaan en te wachten tot er iemand thuiskomt. ‘Mijn moeder is twee keer gevonden. Eerst door mijn broer en daarna door mijn vader.’ Aan het woord is Helena Hartsuiker, dertien jaar, die zich na dit ongeluk met zo’n razernij tegen de wereld keert dat ze Tonnie de stuipen op het lijf jaagt. Hij besluit om voor altijd in bed te blijven. Hun tante probeert het gezin overeind te houden, maar wanneer hun vader al snel troost vindt in de armen van een nieuwe vrouw beseft Helena dat zij er alleen voor staat.
Pierenland is een droefgeestig maar komisch verhaal over een meisje uit een kansarm gezin.


Structuur en/of verhaalopbouw
Het verhaal wordt verteld in een aantal (28) hoofdstukken die alle een titel hebben. Die titel komt meestal terug in hetzelfde hoofdstuk of in een ander hoofdstuk. De vertelster springt nogal van de hak op de tak en dat houdt in dat verleden en heden nogal eens door elkaar worden verteld. Dat vraagt wel aandacht van de lezer. Hij moet bij de les blijven.


Gebruikt perspectief
Er is een ik-vertelster: de 13-jarige Helena Hartsuiker die in het begin van het verhaal aan de lezer duidelijk maakt dat haar moeder overleden is. Ze heeft nog een één jaar ouder broertje dat niet helemaal “bij de tijd” is vanwege een zuurstoftekort bij de geboorte. Haar tante naar wie ze is vernoemd, (Lena) is aflegster van doden van beroep en door haar maakt ze kennis met het verschijnsel van de dood. Door de dood van haar moeder lijkt Helena een wat verbitterde indruk te maken. Ze heeft bovendien de borsten van haar oma geerfd: 13 jaar en cupmaat Dubbel D..

De tijd van het verhaal
Er is sprake van een actueel verhaal uit de 21e eeuw. Dat valt wel af te leiden uit tekstgegevens die Helena aan de lezer meedeelt.(o.a. de blikseminslag bij een begrafenis in Vorden- augustus 2006) Zo gaat ze een maand na de dood van haar moeder met haar tante mee naar Amsterdam om naar de condoleance van Majoor Bosshardt
Dat valt na te gaan. Majoor Bosshardt overleed op 25 juni 2007. Dat betekent dat de moeder van Helena in mei 2007 is overleden.


De plaats van handeling
De plaats van handeling is het plaatsje Grimmelikhuizen. Dat is een niet bestaand dorpje dat toch het meest op een Brabants dorp lijkt.. Het dorpje heeft iets kneuterigs: het doet zelfs een beetje denken aan het dorp uit “De helaasheid der dingen” van Dimitri Verhulst. ( Maar dat is dan weer een Vlaams dorp) Je kunt je nauwelijks voorstellen dat het er in 2007 nog zo aan toegaat in Nederland.

Samenvatting van de inhoud
De 13-jarige Helena Hartsuiker vertelt over de dood van haar moeder. Die is eerst door haar broertje Tonnie dood gevonden en daarna door haar vader. Tonnie is een jaar ouder dan Helena maar zeker niet slimmer. Hij heeft een zuurstoftekort gehad bij zijn geboorte en loopt derhalve “achter.” Helena twijfelt eraan of haar moeder aan een hartaanval is overleden. Misschien heeft ze wel zelfmoord gepleegd: ze was namelijk depressief. Haar tante Lena is professioneel aflegster van beroep: d.w.z. ze legt de doden af op een zo mooi mogelijke manier. Enkele weken na de dood van haar moeder neemt Lena Helena mee naar een andere af te leggen dode in het dorp. Zo worden er steeds verhalen over de dood, het afleggen en het cremeren weergegeven. Die zijn soms ook humoristisch. Ze gaat ook samen kijken naar de afgelegde majoor Bosshardt (van het Leger des Heils)

Over tante Lena gaan wilde verhalen in het dorp Grimmelikhuizen. Ze had vroeger een relatie met de huisarts bij wie ze werkte. Het dorp pakte dat niet en ze werd met haar zus (de moeder van Helena) de slet van het dorp genoemd. Ze kreeg een steen door de ruit van het huis. Daarna kreeg ze na enkele andere mannen versleten te hebben kennis aan oom Herman. Hij was de zoon van een varkensboer. Hij stonk altijd heel erg. Hij had zich opgewerkt als doctor in de letteren en tijdens een lezing was ze op hem gevallen. Maar hij was daarna heel erg gierig geworden (zo ging hij één kopje koffie voor twee personen bestellen) Volgens de vader van Helena is hij een sadist voor zijn vrouw Lena. Bovendien heeft hij een slaapprobleem: hij mag nooit te lang slapen en neemt daarom vier reiswekkers mee op reis.
Helena mag na een tijdje mee naar een jubileumdode: de 1000e van tante Lena”het is haar derde dode. Het is een oud besje aan wie weinig eer te behalen valt: mevrouw Markerink.

De vader van Helena is bewaker bij een beveiligingsbedrijf en ook hovenier. Ze vertelt een leuke anekdote over haar vader die een keer een geit in de marinade had gelegd en dat op aanraden van Tonnie in het bad had gedaan. Van de doordringende geur hadden ze nog wekenlang “plezier” gehad.

Helena zegt van zichzelf dat ze hard geworden is als een kever om zich tegen het leven te weren. Daarom pest ze haar broertje ook. Die moet zich leren verweren. Hij is eindelijk geplaatst op een school voor minder bedeelden. Maar hij komt er nooit aan: hij blijft het liefst op zijn bed liggen, Marsen eten en cola drinken. Hert enige waarin hij is geďnteresseerd, zijn dode dieren.

Dan vertelt Helena ineens weer over de begrafenis van haar moeder; haar vader was ineens weggerend en in een vijver gesprongen. Oom Herman had hem eruit gehaald en in een café was de naborrel geweest. Het was in het gesprek voornamelijk gegaan over moppen tappen en iedereen weet wel een seksueel getinte mop te vertellen. Een raar einde van een begrafenis, want de mannen in het dorp waren ook nog een vechtpartij begonnen.

Helena vertelt ook het verhaal over de kennismaking tussen haar ader en moeder. Op een carnavalsfeest waren ze het “hoekje om gegaan.”dat betekende dat ze op het kerkhof op een graf hadden liggen vrijen (de afdrukken stonden nog lang in haar moeders rug) ze was zwanger geworden en de familie had tot een abortus besloten, maar Tonnie was “achtergebleven”en toch ter wereld gekomen. Het was een gecompliceerde geboorte geweest met zuurstoftekort en Tonnie haar ouders dus twee keer een loer gedraaid. Dat zou ze hem een leven lang onder zijn neus wrijven. Dit is een zeer komisch beschreven scčne in het boek. Tonnie is trouwens na de dood van haar moeder zijn bed niet uit te krijgen, wat ze ook proberen. Het lijkt erop als Helena haar broertje begint te haten. Ze gaat zelf in bij oom Herman en tante Lena. Tonnie moet voor zichzelf zorgen, want haar vader is vaak weg.

Af en toe neemt Helena ook de bewoners uit haar dorp op de hak. Bijvoorbeeld tandarts Steurkeboom of De Trekker: die altijd kiezen trok maar ook altijd de verkeerde. Van hele generaties had hij de gebitten verziekt. Buurman Jan van Zundert is ook al een vreemde: hij heeft17 kleine hondjes die hij uitlaat en hij doet dat om bij anderen naar binnen te kunnen loeren. Het is een echte voyeur. Na de begrafenis zet hij zijn vrouw voor schut over haar geringe seksuele aantrekkelijkheid.
Of over de weldoenster Insulani die in coma ligt en tegen wie tante Lena vertelt dat ze ter ere van haar een gebittenstichting wil oprichten. De kunstgebitten van mensen die dood gaan, worden verzameld en gestuurd naar ontwikkelingslanden. Daar hoefden ze niet zo kieskeurig te zijn. Wanneer ze het idee heeft geopperd, ziet Helena de oude vrouw gaan schuimbekken en vlak daarna is ze dood. Eerst is haar lijk de dagen erna nog zoek, maar gelukkig komt het weer boven water. Lena wil haar een kimono aantrekken, zeer tot ergernis van het ziekenhuispersoneel.

Van de eigenaar (Alwi) van het dorpscafé hoort Helena dat haar vader in de stad gezien is. Hij gaat met de verkeerde mensen om en slikt de verkeerde pillen. Ook is hij gezien met een klein Indisch vrouwtje. Alwi vindt dat het niet kan dat Helena’s vader Tonnie af en toe alleen laat in het huis.

Bij de crematie willen enkele mensen (die van ver gekomen zijn) zien hoe het lijk van Insulani wordt verbrand. Van de ovenman Joop mogen ze daar wel naar kijken. Helena gaat ook kijken naar de discusvissen die Joop in die ruimte onderhoudt. Hij is namelijk bang dat ze thuis worden gestolen. Bij de receptie valt Helena op de grond alsof ze door de bliksem is getroffen. Ze heeft namelijk een inval gekregen: ze wil opa’s en oma’s opsnorren die aan het bed van Tonnie kunnen zitten om hem verhalen te vertellen. Dan is hij niet langer alleen en eenzaam.

Helena wordt voorgesteld door haar vader aan Kana, het Indische vrouwtje. Ze vindt het verschrikkelijk dat haar vader Kana heeft. Met tante Lena neemt ze alle jurken van haar moeder mee. Ze hoopt dat haar vader ook iets zou overkomen. Dan zou hij geen nieuwe vrouw kunnen krijgen.
Vader Jos heeft besloten Kana aan de hele buurt te tonen. Buurman Jan van Zundert (toch al een bijzondere man) en zijn vrouw Miene krijgen ruzie: eindelijk weerstaat ze hem. Daarna gaan alle buren (niet buurman Jan) in een Jan Plezier zitten en een eindje rijden. Aan het einde van de trip waarbij ze spelletjes doen, wacht een warm buffet, aangeboden door Herman en Lena. Maar eigenlijk is er weer te weinig eten.
De volgende dag gaat Tonnie naar een elektriciteitsmast. Hij springt of valt naar beneden: een soortgelijke situatie als met Helena’s moeder. (Is ze gevallen of gesprongen?) Hij heeft veel botbreuken en een gedeeltelijke dwarslaesie, maar hij overleeft het wel. Hij moet in een tehuis worden verpleegd. Vader Jos trouwt met Kana maar echt gelukkig is hij niet, wel zijn het drie lieve kinderen die hij erbij heeft gekregen. Helena ligt op de bank en leest goedkope romannetjes. Ze vraagt zich af wat ze op de begrafenis van haar moeder zou hebben willen zeggen?” (“Hoe vang je een zwaan?”)

Titelverklaring
“Pierenland”: is een eenvoudig te verklaren titel. Op blz. 14 komt de titel al letterlijk in de tekst voor: Natuurlijk leven we liever langer dan dat we naar het pierenland gaan, ook als het leven geen lolletje is. Het pierenland betekent dan het gebied waar we heen gaan als we dood zijn, daar waar de wormen (pieren) aan je lichaam knagen. Die titel is heel toepasselijk voor een roman die in het teken van de dood staat.

Thematiek en interpretatie
“Het pierenland”is een roman die over de dood gaat. Van begin tot het einde staat het verhaal in het teken van de dood. Het begint met de val van de trap door de moeder van Helena. De vraag rijst of ze gesprongen of gevallen is. Soms vertelt Helena het ene, dan weer het andere verhaal.
Door tante Lena wordt ze op sleeptouw genomen langs een reeks doden. Lena is aflegster van beroep en vindt het een eer om de doden zo mooi mogelijk op te maken. Dan wil ze graag aan Helena willen zien. Verder is er leed alom in de kleine wereld van het dorp Grimmelikhuizen, maar de humoristische vertelwijze van Helena maakt het lezen van het leed verdraagzaam. Er zijn fraaie en komische scčnes te melden. Het is geen verhaal waarvan het sentiment afdruipt: bijvoorbeeld van de dochter die rouwt om haar overleden moeder. Nee, met een sarcastische pen wordt het kleine en het grote verdriet van de dorpsbewoners uit de doeken gedaan. Dat leidt tot een aantal humoristische passages, bijvoorbeeld in de passage na de begrafenis van Didi Hartsuiker. In het dorpscafé worden er grappen en grollen over seks gemaakt. Ook de passage waarin Helena verhaalt hoe Tonnie eigenlijk geaborteerd had moeten worden na een vrijscčne op het kerkhof is vermakelijk. En passant vertelt Helena een aantal kostelijke anekdotes over de bewoners, die mij sterk doen denken aan de roman “De helaasheid der dingen”van Dimitri Verhulst. Ook voor Helena geldt in zekere zin de helaasheid der dingen: een moeder die depressief is, een broertje dat achterlijk is, een oom die gierig is, een buurman die een vieze voyeur is, een tante die aflegster van doden is en een vader die toch al snel na de dood van zijn vrouw met een stiefmoeder op de proppen komt. Hoeveel leed kun je als kind verdragen? Het lijkt erop alsof ze aan het eind voor een bepaalde levenswijze heeft gekozen. Laat de dingen maar over me heenkomen.

Beoordeling scholieren.com
Het is een (tragi)komische en af en toe cynische roman over een vertelster die al jong haar moeder verliest en haar kijk op de wereld moet geven. De stijl van Nelleke Zandvliet verdient het alleen al om door scholieren gelezen te worden.

Een voorbeeld daarvan (blz. 97/98) Over de eerste ontmoeting van haar vader en moeder Achteraf gezien zou je kunnen zeggen dat ze de ellende over zichzelf hebben afgeroepen door opeen graf te gaan liggen, maar het kerkhof bevond zich om de hoek van de feestzaal en ze waren niet de enigen. Iedereen die op zo’n avond iets meer wilde dan een kus ging de hoek om. Het hoekje omgaan betekende bij ons dus iets anders dan doodgaan. En als het ergens niet spookte was het bij ons op het kerkhof. [….] Daarom waren ze maar gewoon op de deksteen gaan liggen. Mijn moeder onder en mijn vader boven. Mijn moeder was daarbij zo lang en zo hard op de aluminium letters gedrukt dat maanden later het woord KLAP, in spiegelschrift nog te leen was geweest op haar linkerbil. Ongeveer tegelijkertijd met het vervagen van de letters waren de korsten op mijn vaders knieën verdwenen.

Met dit soort passages kan Nelleke Zandvliet de lezers wel boeien. Dat is knap want het verhaal is er zeker niet een dat in de maatschappij van 2007 (de tijd waarin het verhaal zich zou afspelen) zal voorkomen. Het lijkt meer op de gemoedelijkheid van een Brabants of Vlaams dorp in de vijftiger jaren toen “geluk – of ongeluk nog heel gewoon was.”
Het is voor vwo-en havo-scholieren dan ook een heel aardig boek om op de literatuurlijst te plaatsen.
Amusementswaarde: ruim voldoende
Literaire waarde: 3 punten.

Relevante recensies
Nelleke Zandvliet is een vrij onbekende schrijfster. Daardoor wordt haar werk niet meteen in allerlei landelijke bladen bessproken.

Arjan Fortuin bespreekt op 7 mei 2009 de recensie overigens wel in Het NRC Hij is positief over de derde roman van Zandwijk
Dat universele leed is geen nieuw of opmerkelijk thema, maar de invulling die Zandwijk eraan geeft is prettig onsentimenteel, mede dankzij haar gevoel voor komische situaties waar ze al ten tijde van haar debuut (De dag van de jas, 2001) om werd geprezen. Wanneer de vader van Helena zijn nieuwe vriendin in de buurt wil integreren, laat Zandwijk haar vertelster schrijven: ‘Mijn vader had het onzalige idee opgevat om Kana en haar kinderen voor te stellen aan de buurt. Een soort welkomstfeestje zou het worden, zonder geroosterde geit in Griekse marinade, want zo leuk was het allemaal nou ook weer niet.’ Zo leuk was het allemaal nou ook weer niet. Het is een typerende zin voor Pierenland, dat door de toon ver uitstijgt boven wat er verder zoal aan romans over lijden en dood wordt geschreven.

Op de site van www. deadline. nl   schrijft Suzanne van Boven op 26 mei 2009 : Ondanks dat het verhaal in vrij makkelijke taal is geschreven, kan het moeilijk worden om je aandacht erbij te houden. Zandwijk herhaalt bepaalde dingen vaak in het boek, waardoor het leest als ware het een kapotte grammofoonplaat.
Toch weet ze je te boeien, omdat er wendingen in het verhaal komen die je totaal niet verwacht. Ook zijn de personages zo apart en verschillend van elkaar, dat je jezelf gaat afvragen hoe zij in hemelsnaam kunnen samenleven. Daardoor wil je ook graag weten hoe het afloopt.[….]
Hoewel het boek herhalingen bevat, is het boeiend om te lezen. Het is echter geen aanrader als je een makkelijk boek wil lezen voor op vakantie. Dit verhaal is voor de echte doorzetters, die geďnteresseerd zijn in bizarre relaties en in hoe nabestaanden de dood verwerken. Het is zeker geen hedendaags verhaal, want de situatie zoals deze geschetst wordt, is er een die vrijwel nooit voorkomt. Zandwijk heeft een prachtig verhaal afgeleverd, maar je moet even door de zure appel heen bijten om niet vast te lopen.


In Boek Magazine (een tijdschrift voor literatuur) bespreekt Jeroen Jansen de roman: Al vrij snel ontwikkelt Pierenland zich van feel bad- tot feel good-boek. Vertelster Helena Hartsuiker is dertien jaar en bijdehand, haar depressieve moeder is zojuist van de trap gevallen en overleden, vader Jo raakt het spoor bijster en dan is er ook nog een ongelukkig broertje, Tonnie, dat zich angstvallig in bed schuilhoudt: alle ingrediënten voor een regelrechte tearjerker. Maar op de een of andere manier wil Pierenland maar niet zielig worden – met dank aan de soms onnavolgbare observaties en het rauwe cynisme van Helena, en het gedoe waarin ze keer op keer verzeild raakt.[…] Dat Zandwijk bijzonder grappig uit de hoek kan komen, bewees ze al met haar succesvolle debuut De dag van de jas en het vervolg Avonturen van een uitslover. Stilaan ontpopt de auteur zich tot een meester van het absurdisme. Daarin schuilt ook meteen het bezwaar, want veel meer dan een opeenvolging van absurde situaties zijn haar verhalen niet. De balans is nu doorgeslagen naar het komische, waar collega’s als Tania Heimans en Inge Schouten meer de tragiek zoeken. Dat maakt deze kost wel prettig licht verteerbaar, maar je bent hem ook zo weer vergeten.

Over de schrijfster en eerder gepubliceerde werk

Bron: website uitgever

Nelleke Zandwijk (1961) is schrijver en beeldend kunstenaar. Ze illustreerde (kinder)boeken en schreef verhalen voor Holle Bolle Gijs en Lik. In 2001 debuteerde ze met de hoogst originele roman De dag van de jas, die maar liefst vijf drukken kreeg. Van 2001 tot 2003 had zij een wekelijkse column in het Volkskrant Magazine. Haar tweede roman, Avonturen van een uitslover, verscheen in 2005.

'De impliciete stelling in Zandwijks proza lijkt: wie niet beschikt over een ingeworteld besef van wat normaal is en wat abnormaal, krijgt het ene na het andere avontuur in de schoot geworpen.' Vrij Nederland

romans:
De dag van de jas (2001)
Avonturen van een uitslover (2005)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.