ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Marieke B. [meer]

Datum ingestuurd:

9 maart 2001

Taal:

Woorden:

2.250

Bekeken:

12982 keer (11 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (28 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Ondertitel: -
Datering: Midden 13e eeuw, dus uit de tijd van de Middeleeuwen
Aantal bladzijden: 27

Verantwoording van de keuze.
De opdracht was een middeleeuws boek te lezen. Ik heb een aantal korte samenvattingen van boeken doorgelezen. Het verhaal van Karel ende Elegast is één van de verhalen die mij persoonlijk aansprak.

Verwachtingen vooraf.
Ik verwacht dat sommige delen van het verhaal zullen wat moeilijker te begrijpen zijn, omdat in de tijd dat het verhaal geschreven was, mensen andere leefgewoonten (normen en waarden) hadden.

Eerste reactie achteraf.
Ik was begonnen met de originele versie van Karel ende Elegast. Dat las niet onplezierig, maar het duurde alleen zo lang voordat je een bladzijde uit had. Daarom ben ik maar met een vertaling verder gegaan. Achteraf bleek dus dat ik goed het verhaal gesnapt had. Alleen een paar details waren me ontgaan. Het viel me op hoe anders mensen dachten in die tijd. Tegenover elkaar, tegenover God. Ze hebben heel andere standpunten dan wij nu. Bijvoorbeeld het oplossen van problemen. Zij lossen dat heel simpel op met een duel.

Hoofdpersonen en tegenspelers.
De hoofdpersoon in dit verhaal is Koning Karel de Grote. Zijn tegenspelers zijn Elegast en Eggeric. Elegast is verbannen door Karel de Grote om een kleinigheid. Hij is een roofridder geworden. Eggeric is getrouwd met de zuster van de koning.

Samenvatting van het verhaal
Het verhaal begint wanneer Karel in de nacht voor zijn hofdag drie maal door een engel gewekt wordt. De engel zegt tegen Karel dat hij uit stelen moet gaan. Na de derde keer (drie is symbolisch) sluipt Karel ongezien het kasteel uit. Na een eind gereden te hebben komt hij in een bos, waar hij een ‘zwarte ridder’ tegen komt. Ze gaan een duel aan, omdat ze allebei niet willen zeggen wie ze zijn. Na het duel noemt de zwarte ridder zijn naam: Elegast. De koning noemt zijn naam niet, maar noemt een andere naam. Elegast vertelt Karel dat hij een roofridder is, maar alleen van de rijken steelt. Karel stelt voor om de koning (=zichzelf) te beroven. Elegast wil dat niet. Ondanks dat hij verbannen is, blijft hij trouw aan zijn heer. Ze besluiten Eggeric, de zwager van de koning, te beroven. Karel blijkt een onhandige dief te zijn. Dus Elegast gaat alleen naar binnen. Elegast stopt een toverkruid in zijn mond en hoort zo van de dieren dat de koning in de buurt is. Hij gelooft het niet. Als Elegast terug komt, heeft hij een flinke buit, maar hij wil nog een kostbaar zadel van Eggeric stelen. Omdat hij terug gaat, hoort hij Eggeric tegen zijn vrouw zeggen dat hij de volgende dag de koning wil doden. Dat vertelt Elegast aan Karel (zonder te weten dat de koning voor hem staat). Karel belooft de koning in te lichten. Hij begrijpt dat hij hierom uit stelen was gestuurd. De volgende dag wordt Eggeric en alle andere samenzweerders gevangen genomen. Eggeric en Elegast gaan een duel aan. Elegast wint en hij doodt Eggeric. Elegast mag met de zuster van de koning trouwen en al zijn zonden worden hem vergeven.

Opvallende passages
Het volgende passages vond ik opvallend:
1) 286 Als hem die koning gemoeten zouden,
2) 1286 Hij beette neder in ‘t gras
Zeind’ hij hem ende was in vare, Ende viel in kniengebede
Ende waande, dat ’t die duivel ware, ‘God, door uw goedertierenhede
Omdat hij was zo zwart al. Ik kome u heden te genaden
290 Den rijken God hij hem beval 1290Van allen mijnen misdaden
Ende peinsde in zijnen moed: Die mij ter wereld ie gevel
‘Gevalt mij kwaad oft goed, Ik kinne mijne mesdaad wel.
Ik ’n vlie te nacht door dezen (…)
Ik zal der aventuren genezen. Hij en ziend’ hem noch en dede
295 Nochtan weet ik te voren wel, 1328 Te God waart negene bede
’t Es die duivel ende niemen el!
Waar hij van Gods halven iet,
Hij en ware zo zwart niet…
’t Es al zwart, paard ende man
300 Al dat ik er an gemerken kan.
Ik bidde Gode, dat hij wake,
(Ik duchte, dat mij toren nake),
Dat deze mij niet en schende
304 Alse hij bet kwam gehende,

De eerste passage vond ik opvallend, omdat Karel gelijk als hij een zwarte ridder ziet,gelijk aan de duivel denkt. Dat is een typische middeleeuwse interpretatie. Hij is bang, dus bidt hij tot God. Dat zie je veel in het verhaal. Is er een confrontatie, dan wordt er tot God gebeden. Dat was een gewoonte in de Middeleeuwen. En dat zie je dus ook vaak terug in het boek.
De tweede passage vond ik ook opvallend. In het verhaal wordt er een hele duidelijke scheiding gemaakt tussen Elegast en Eggeric. Elegast is goed en Eggeric is slecht. De schrijver laat meerdere malen zien dat Elegast erg trouw is en Eggeric niet. Het is ook erg opvallend dat Elegast wel nederig bidt en Eggeric niet. Elegast is dus wel trouw aan God en vertrouwd op Hem. Er wordt hier dus een les geleerd. Als je trouw bent (aan God aan je heer) dan worden al je zonden vergeven en komt alles weer goed.

Auteur
De auteur van dit verhaal is onbekend. Zo ging dat in die tijd. De auteur was alleen bekend aan God. Veel kan ik dus niet over hem zeggen. Hij geloofde heel waarschijnlijk in God en was van de wat betere stand (aangezien hij kon schrijven).Waarschijnlijk was het een typische middeleeuwer die gevoelsmatig te werk ging (dat zie je terug in het verhaal).

Perspectief (1)
Het verhaal is in een auctoriël perspectief geschreven. Het verhaal wordt je duidelijk verteld als een buitenstander. De schrijver vertelt je het verhaal. Het verhaal begint ook met ‘Mag ik u tellen’. Het verhaal wordt verteld op het moment dat het gebeurd. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Het verhaal wordt mee verteld. Toch verklapt de schrijver soms dingen die er gaan gebeuren. Bijvoorbeeld als Karel richting het bos rijdt en hoopt dat hij Elegast tegenkomt. Dan kan Karel namelijk mee met Elegast op rooftocht. Even later komt hij ook daadwerkelijk Elegast tegen.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Karels kasteel, in het bos en in en om Eggerics kasteel. Het kasteel van Karel is redelijk groot, met een ophaalbrug. In het kasteel heeft Karel zijn eigen kamer. Het bos is zo als elk bos. Eggerics kasteel wordt niet echt beschreven, maar zal net als het kasteel van Karel een typisch Middeleeuws kasteel zijn. Over het algemeen hebben de ruimtes een beeldvormende functie. Maar het bos bijvoorbeeld heeft ook een symbolische functie. Het bos heeft in de Middeleeuwen een onheilvoorspellende functie. Ook in dit verhaal. Zo wordt er een spanning gecreëerd. De lezer verwacht dat er iets gaat gebeuren. Karel denkt dus ook dat hij de duivel in het bos tegenkomt. Voor de rest zijn er geen duidelijke voorbeelden van ruimten die symbolisch gebruikt zijn.

Tijd
Het verhaal speelt zich af tijdens het leven van Karel (742-814). De totale vertelde tijd is een nacht en een dag. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er is maar één flashback. Dat is het verhaal over Elegasts verbanning. Want op het moment dat het verhaal begint is Elegast al verbannen. De tijd wordt wel symbolisch gebruikt. Een nacht is onheilspellend. Men verwacht dat er dan iets gaat gebeuren. Zeker als Karel midden in de nacht een bos (zie ‘ruimte’) inrijdt.

Personen
1) Karel de Grote. De machtige koning die half Europa bezit. Hij is groot en breed. Hij is heel trouw aan God en hij is rechtvaardig. Hij wordt heel positief beschreven, maar hij heeft ook zijn zwakheden. Hij erkent dat hij is geweest om Elegast te verbannen om zo’n kleinigheid. Uiteindelijk blijkt dat juist Eggeric ontrouw is en de fout wordt hersteld. Karel erkent dat. Dat zou hij waarschijnlijk in het begin van het verhaal niet hebben gedaan.
2) Elegast. Hij is een roofridder (was eerst een edelman), omdat hij door Karel werd verbannen. Hij steelt niet van de armen, alleen van de rijken (hij is dus rechtvaardig. Hij deelt zelfs zijn buit met de armen. Elegast is edelmoedig. Wat opvalt aan Elegast is zijn onvoorwaardelijke trouw aan de koning. Ondanks dat de koning hem heeft verbannen. Elegast wordt meerdere malen getest (door Karel), maar blijft trouw aan Karel. Ook is erg trouw aan God. Hij heeft berouw van zijn zonden. Voor het duel met Eggeric vraagt hij om vergeving aan God. Elegast staat voor goedheid.
3) Eggeric. Eggeric is getrouwd met de zuster van de koning Eggeric is een typische hertog en vecht goed. Hij is ook een van de raadgevers van de koning. Hij is allesbehalve trouw. In moeilijk situaties richt hij zich niet tot God. Ook is hij niet trouw aan Karel de Grote. Hij wil de koning doden. Eggeric staat voor slechtheid.

Motieven
Er zijn een aantal motieven. Een belangrijke is God. Bij problemen of conflicten wordt vaak tot God gebeden en om hulp gevraagd. Ook de engel die aan Karel verschijnt heeft met God te maken. En Karel ziet gelijk in duistere figuren de duivel. Veel wordt dus met God geassocieerd. Mensen keren zich gauw tot God. Vooral als er een duel moet worden uitgevochten. Een duel is eigenlijk ook een motief. Als er zich een conflict voordoet, praten mensen niet eerst, maar vechten het door middel van een duel uit.

Thema
Het thema is heel duidelijk trouw. Trouw op twee manieren. Trouw aan God en aan de koning. Als je maar trouw bent aan God en aan de koning zullen je zonden uiteindelijk vergeven worden. Hoe diep je ook gezonken was. Als je maar berouw hebt. Er wordt een duidelijke scheiding tussen goed en slecht aangegeven. Goed is wel trouw zijn. Elegast wordt ook uiteindelijk in ere hersteld en trouwt met de zuster van de koning. Eggeric wordt gedood.
Verraad wordt dus afgestraft.

Spanning
Er wordt spanning opgewekt doordat de ruimte naderend onheil voorspeld. Een heel duidelijk voorbeeld is het bos. Karel rijdt midden in de nacht een bos in. In de Middeleeuwen betekende dit dat er iets ging gebeuren. Ook doordat er informatie wel of niet wordt achtergehouden wordt er spanning opgewekt. Bijvoorbeeld, je weet dat Eggeric de volgende ochtend de koning wil gaan vermoorden. Doordat je dat weet, wil je doorlezen. Je wil weten wat er gaat gebeuren. Ook lees je door bij het gevecht tussen Elegast en Eggeric. Je wil weten wie er gaat winnen.

Perspectief (2)
Het verhaal wordt van buitenaf verteld. Je neemt geen deel aan de gebeurtenissen. Je bent alwetend. De schrijver geeft soms commentaar. Vooral in het begin en aan het eind van het verhaal. Hij ‘opent’ en ‘sluit’ het verhaal. De verteller is niet helemaal betrouwbaar. Dit verhaal is namelijk in de Middeleeuwen geschreven. Het kan best zijn dat het eerst mondeling is doorgegeven. Dus stukken kunnen weggelaten zijn of juist zijn toegevoegd. Verder wordt ook alles vanuit de ‘goede’ kant bekeken en niet vanuit Eggeric. Je komt niets over zijn motieven te weten.

Titelverklaring
De titel ‘Karel ende Elegast’ verwijst naar de twee hoofdfiguren uit het verhaal. De titel heeft geen diepere betekenis.

Structuur
Het verhaal wordt vanaf het begin (ab ovo) verteld. Er wordt terugverwezen door Karel naar Elegast. Hij vertelt hoe Elegast is verbannen. Hij bekent zijn fout, want Elegast was om een kleinigheid verbannen. Dat is een functionele terugverwijzing. Ook wordt er vooruitgewezen (als je tussen de regels door leest). Karel hoopt als hij richting het bos rijdt dat hij Elegast tegen zal komen. Even later komt hij ook Elegast daadwerkelijk tegen. Ook dit is functioneel.
Het verhaal bevat veel herhaling. De hoofdfiguren prijzen God herhaaldelijk en langdurig. Ze tegen eigenlijk in tien zinnen wat ze ook in twee zinnen kunnen zeggen.

Relatie tussen tekst en auteur
De schrijver wilde een duidelijke boodschap overbrengen. Dat wat je ook doet, als je maar trouw bent, alle zonden worden vergeven. Veel kan ik niet over de schrijver zeggen, want zijn naam is onbekend.

Relatie tussen tekst en contekst
Dit werk is een typisch middeleeuws werk. De schrijver leefde in een middeleeuwse cultuur. Mensen gingen in die tijd gevoelsmatig te werk. Dat zie je terug in het verhaal. Ze denken niet, maar gaan om het minste geringste een duel aan. Bijvoorbeeld omdat de ander zijn naam niet wil geven. De mensen redeneren niet echt. Ze zijn veel met God bezig in de Middeleeuwen. Ze willen graag in de hemel komen. Ze bidden in het verhaal ook veel en proberen alles zo goed mogelijk naar Gods zin te doen. Bijvoorbeeld die uit stelen gaat, omdat een engel dat tegen hem heeft gezegd. Hij weet wat het betekent als hij gepakt wordt, maar toch gaat hij omdat hij anders misschien niet in de hemel komt.

Eindoordeel
Ik heb een exemplaar gelezen dat eigenlijk tussen het Middelnederlands en het moderne Nederlands in zat. De helft van de tekst was al vertaald. Bijvoorbeeld het origineel is ‘…mag ic u tellen, hoort naer’. In mijn boek stond ‘…mag ik u tellen, hoort ernaar. Veel woorden en zinnen waren vertaald onder aan de bladzijde. Dus het was goed te lezen. Hoewel het soms een beetje kromme zinnen waren. Dat komt omdat het moest rijmen. Ik was niet echt onder de indruk van het verhaal. Ik vind dat de schrijver het er een beetje dik op heeft gelegd. Op een gegeven moment wist ik ook wel hoe trouw Elegast was. Ik werd ook een beetje moe van het eindeloos prijzen van God. Maar dat ligt aan de tijd waarin het geschreven is.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.