
Geschreven door: | anoniem [meer] |
Datum ingestuurd: | 11 maart 2009 |
Taal: | |
Woorden: | 1755 |
Opvragingen: | 140 (15 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Zonnekind |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1998 |
Auteur: | |
Nationaliteit: | Nederlands |
Geboren: | 7 september 1947 |
Populaire titels: |
|

1. kort verslag.
Dit boek heet zonnekind. Het boek heet zo, omdat een jongen (de hoofd persoon) Surya heet. De jongen is genoemd naar hun zonnegod. Surya is geboren in het oogst seizoen. Daarom zullen de goden hem welgezind zijn. Hij is een sterke en gezonde jongen. Hij en zijn familie wonen in een dorpje in India. De auteur is Ellen Tijsinger. Zij rees door India voor NOVIB. Alles wat ze daar zag inspireerde haar om dit boek te schrijven. In Amsterdam bij de drukkerij Van Goor is dit boek door NOVIB in 1998 uitgegeven. Surya wordt opgesloten door een man waar hij aan kinderarbeid moest doen. Door zijn naam (Zonnekind) bedenkt hij een plannetje om te ontsnappen uit die hel.
Het genre van het boek is een avonturen roman.
Het boek is 23 mm dik, het heeft 1 deel, 148 bladzijden, 28 hoofdstukken, het begin van een nieuw hoofdstuk is kenmerkend gemaakt door de eerste letter dikgedrukt en groot te maken.
Op de omslag tekening zie ik een jongen die weeft, een jongen en een meisje die lopen(Surya en Maya). Ze hebben allemaal een Indisch uiterlijk met zwart haar. De jongen maakt een soort stof.
De auteur is Ellen Tijsinger. Ze heeft al meerdere boeken geschreven, ik noem er een paar:
1 Wordt toch wakker!
Bekroond met het bronzen boek in 1990.
2 Nikolai.
In België bekroond met het bronzen boek in 1991.
3 Dat had je gedroomd.
4 De tuin zonder kind.
5 Vijandig vuur.
6 Morgenster.
Bekroond door de Nederlandse kinderjury.
7 De zwarte vulkaan.
8 Kaper op de vlucht.
Ik heb het boek gelezen vanaf 27 april 2005. Ik heb het boek gehaald bij de bibliotheek in Hoogland. Ik heb het gekozen, omdat het een interessante titel en ook een spannende samenvatting heeft. Het boek is van de 12 jaar categorie.
Einde kort verslag.
2 Uitgebreid verslag (samenvatting)
Surya woont in een dorpje in India, hij heeft het er goed. Na een poos is Chanta (de zus van Surya) groot genoeg om uitgehuwelijkt te worden, daarvoor moest de familie van Surya sparen. Ze moesten sparen voor de bruidsschat ( het geld dat de familie moet betalen om met een man te kunnen trouwen). Chanta is uitgehuwelijkt en malika (surya’s zusje)volgt snel. Pitaji (zijn vader) wordt ontslagen bij de grootgrondbezitter waar hij voor werkte. Er is geen geld meer en Malika zou dan niet meer uitgehuwelijkt kunnen worden. Hij had een goede tijd totdat Mitaji (zijn moeder) ziek wordt. Pitaji gaat met Mohan (een man uit het dorp) naar de grote stad om te werken en eten en medicijnen te kopen voor zijn gezin en de medicijnen voor Mitaji. Er is geen water meer (dat is verdampt) en ook de oogst is mislukt door de hitte. Na heel lang wachten komen Pitaji en Mohan terug met een kadaver van een geit en met medicijnen. Pitaji had in zijn reis een man ontmoet en hij zou Surya leren lezen en schrijven. Hij zal er ook moeten werken en zijn ouders krijgen er geld voor. Surya dacht na over dat hij daar heen zou gaan. Zijn zusje en broertje vertellen hem dingen om zijn antwoord te beïnvloeden. Ze zeiden dingen zoals: als jij leert lezen en schrijven en jij komt terug naar huis, kan jij het ook aan ons leren. En: als jij al iets kan schrijven schrijf dan een brief naar ons. Hij besloot dat hij er heen wilde gaan en de man kwam een paar dagen later. Surya liep mee naar de stad Banderas aan de Ganges (de heilige rivier). Daar liep hij door die vieze stank van uitlaatgassen. Surya vond de man wel aardig. Ze liepen naar het vliegveld waar een taxi op hem wachtte. Surya kreeg een soort drugs waardoor hij slap werd. Hij werd in de achterbak gelegd door een andere man. Toen hij weer wakker werd lag hij in een oude, vieze en stinkende schuur. Hij huilde zacht. Later begon hij te krijsen en een jongen snoerde zijn mond. Hij vertelde zijn naam en vroeg naar Surya’s naam. De jongen heette Sagar. Er waren nog 2 andere kinderen en zij heette Ankit (een zieke jongen) en Maya (een meisje iets jonger dan zijn zusje Malika). De jongen vroeg aan Surya de man te beschrijven. Surya beschreef de man die een poos met hem mee liep. En ja het was dezelfde als die dat bij hun gedaan hadden. Het was een vieze kinderhandelaar! En de man die Surya in de kofferbak legde is een een man die ons aan kinderarbeid laat doen. In de avond kregen ze een bord met droge Chapaties (een soort brood met rijst). Ze gaven Ankit het grootste stuk, want hij was ziek. De volgende dag moesten ze werken aan de weefgetouwen. Zijn handen en de andere handen van de andere kinderen deden erg zeer. Ze werkte non-stop door tot ze niks meer konden zien. Zo ging het weken door, totdat de moeson (regentijd) aanbrak. Door de moeson werd het eerder donker en konden ze eerder stoppen met werken. Surya begon het weven goed te leren en maakte al mooie doeken. Toen schafte de eigenaar van de fabriek lampen aan. Met die lampen konden ze werken totdat het midden in de nacht was. Na een hevige regenbui brokkelde de klei en het riet van het huisje af. Er kwamen gaten in de muur. Surya maakte het gat groter totdat hij er doorheen kon. Hij wenkte naar Maya, Sagar en Ankit, omdat zij konden vluchten uit die hel. Maya kwam snel maar Sagar bleef zitten. Hij zei dat hij Ankit die nog slapper geworden was dan eerst die lange reis toch niet overleven zou. Hij zei dat Maya en Surya hulp moesten zoeken om hun er uit te bevrijden. Maya en Surya overwegen om te blijven of om te ontsnappen. Ze besloten te ontsnappen. Sagar had Surya en Maya er op gewezen om niemand te vertrouwen op hun reis, want die man waar hij voor werkte zou hun wel zoeken. Surya en Maya lopen dag en nacht door, totdat ze heel moe zijn. Ze zoeken een plekje in de bomen om te schuilen. Ze zitten in de boom en opeens gaat er een man die heel aardig eruit ziet onder hun zitten. Een aardig persoon kon niet slecht zijn dacht Surya. De man zei dat hij een vriend had die hun naar de stad kon brengen. Maya klimt naar beneden maar Surya herinnerd zich wat Sagar zei: “vertrouw niemand op jullie reis.’’ Surya klom ook naar beneden en hij gaf een hand aan Maya. Hij zette het op een lopen en rende snel weg. Hij trok Maya mee en even later rende zijzelf ook heel hard. Ze renden tot ze bij een beschut plekje aan kwamen. Het was een vuilnisbelt. Het stonk er naar alles wat walgelijk is. Ik zal de details maar weglaten zo vies is het daar. Na een poos kwamen ze weer tevoorschijn. Er kwam een auto aangereden. De auto stopte. Er stapte een man uit. Na een poos stapte een andere man uit. Ze liepen naar Surya en Maya toe. Ze herkenden de mannen. Het was die akelige man die ons aan kinderarbeid liet doen met de man die onder de boom lag. Ze renden hun benen van hun lijven en stopte pas toen ze bij een riviertje aan kwamen. Ze waste zichzelf voor de eerste keer sinds dat ze gekidnapt vanaf hun huis waren. Ze dronken wat ze nodig hadden en gingen weer weg. Ze stonken en zagen er heel vies uit. Er stond een kiepwagen met een draaiende motor. Surya en Maya sprongen er in en na een poos ging hij weer rijden. In de kiepwagen lag vuil van de vuilnisbelt. Door het gedreun van de Motor vielen Maya en Surya in slaap. Na een hevige rempartij werden Maya en Surya weer wakker, Surya het eerst. Daar verderop lag Benares zag Surya aan de richting van de zon. Ze waren dus bijna in Benares aan de Ganges (de heilige rivier). Ze sprongen op een druk kruis punt in Benares vanaf de laadbak. Niemand lette op hen. Het waren maar 2 vieze kinderen. Ze liepen naar de Ganges en ondertussen kwamen ze langs allerlei winkeltjes. Ze kregen wat fruit, want ze waren hongerig. Ze waste zich in de Ganges en ging met wat kinderen spelen. De moeder van de kinderen vroeg of Maya even wilde komen. Maya kwam en ze werd voorgesteld aan de kinderen. Ze vroeg of zij Maya heette. Ja zei ze. Er kwam opeens een man aan en zei dat hij de vader van Maya was. Maya geloofde het niet. De man liet een ketting zien. Die zelfde had Maya ook. De man liet ook zien dat hij een moedervlek had. Maya hield haar shirt op en zij had zo’n zelfde moedervlek op de zelfde plek. Het was haar vader!!!!!!!!!!!!Ze snapte dat de kinderen met wie ze gespeeld had bij het water haar broers en zussen waren. Ze hielden allemaal van elkaar en vooral van Maya de verloren dochter. Maya vroeg naar haar moeder. Haar vader vertelde dat zij dood gegaan was doordat zij haar verdriet van het verliezen van haar dochter niet aankon. Ze pleegde zelfmoord. Ze sprong voor een tram. Door al die veranderingen die aan de gang waren voelde Surya zich eenzaam. De vader van Maya riep Surya toen hij door de stad aan het zwerven was. Hij zei dat er een protest tegen kinderarbeid. Hij stapte op de fiets en Surya ging achterop zitten. Surya deed mee aan het protest. Na een paar dagen kwam er een man langs bij het huis van de vader van Maya. Het was een man die de ouders van Surya kende. Hij kon Surya terug naar huis brengen. Hij wilde wel naar huis en ging met de man mee. Hij zou nog in contact komen met Maya. Toen hij in zijn dorp aankwam stonden alle mensen uit het dorp hem op te wachten. Zijn hele familie was er. Er was een groot feest en iedereen bleef tot laat in de nacht op. Na 2 weken zou de man die Surya thuis gebracht had terug komen. Hoelang was Surya weggeweest. Iedereen is groter geworden en Mataji is weer beter. En ja de man kwam. Surya kon mee naar een school daar leerde hij schrijven en lezen. Na een poos in de school gezeten te hebben kon Surya goed schrijven en schreef hij Maya en zijn Familie heel vaak.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.