Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Niveau: | 1VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1986 |
Opvragingen: | 8 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (40 stemmen)
Titels van Evert Hartman
Buitenspel (13) 1986 De droom in de woestijn (4) 1989 De vloek van Polyfemos (19) 1994 De voorspelling (25) 1993 Gegijzeld (40) 1984 Het bedreigde land (3) 1988 Het onzichtbare licht (16) 1982 Morgen ben ik beter (19) 1987 Niemand houdt mij tegen (12) 1991 Oorlog zonder vrienden (39) 1979 Overval in de nacht (1) 1995 Signalen in de nacht / Nederlandse verzetsroman omnibus (1) 1980 Vechten voor overmorgen (12) 1980
Laatst gewijzigd op 8 maart 2001
Uitgeverij: Lemniscaat, Rotterdam, 1993
Omslag: Jan Wesseling
Druk: Zesde druk, 1995
ISBN nummer: 90 6069 879 7
Bekroond: Nederlandse Kinderjury, 1994
Genre: Avontuurboek
Hoeveelheid: 256 pagina's
Trefwoorden: Angsten, Studentenleven
Lettertype: Arial, 10
Verhaal in het kort:
Een eerstejaars student in zijn ontgroeningstijd krijgt van een man te horen dat hij nog maar twee weken te leven heeft.
Het verhaal:
Een eerstejaars student, Sander genaamd, zit in de ontgroeningstijd. Hij studeert sociologie en is negentien jaar. Hij woont in een studentenflatje in Utrecht. Hij heeft daar een mooie kamer ook al is altijd een rommeltje. Dat komt omdat hij altijd in zijn stamkroeg zit als hij klaar is met studeren en geen college heeft. En dus geen tijd besteed aan zijn huis. Zijn echte huis waar zijn ouders en zijn zusje wonen is in Zwolle. Hij heeft het erg naar zijn zin met z'n vrienden, maar hij zal nog gelukkiger zijn als de ontgroeningsperiode voorbij is en hij geen groentje meer is. Op een dag komt er zelfs een vreemde man aan zijn deur, hij noemt zich Hadek, Hierdoor begint alle ellende. Hij vertelt Sander dat hij nog maar twee weken te leven heeft en daarna verdwijnt hij onmiddellijk. Sander denkt dat het een misplaatste studentengrap is en gaat er niet verder op in. Maar diezelfde avond komt hij terug en zegt dat hij het maar moet geloven. Anders krijgt hij morgen een teken. Hij vindt het nog steeds wat vreemd en gaat er wat over nadenken. Maar laat het toch achter zich. Zoals gewoonlijk gaat hij de volgende dag naar college. Maar hij moet blij zijn dat hij daar veilig terechtkomt, want het teken komt. Hij wordt bijna overreden door een grote auto. Dan wordt Sander toch wat achterdochtig en bang. Hij vindt het niet kloppen en gaat naar zijn vriend Lodewijk. Als Lodewijk het verhaal hoort, ligt hij dubbel van het lachen. Hij vindt het maar een vreemd verhaal. Na de woorden van Lodewijk wordt hij wat rustiger, behalve in zijn bed. Hij droomt alsmaar over treinen. Dat hij de ‘verkeerde' trein instapt. Op een avond wordt er aangeklopt. Hij denkt dat het Hadek is maar het blijkt Marijn te zijn. Het meisje van ernaast die hij al een tijdje leuk vond. Ze vraag zich af wat er elke keer gebeurt. Ze hoort van verschillende mensen dat er iemand met de dood bedreigd wordt. En dat ze dan ook elke keer zijn naam hoorde. Ze vraagt dan wat er aan de hand is en gaat een gesprek aan met Sander. Dan beslist hij om maar naar de bibliotheek te gaan om informatie te vinden over dit soort verschijnselen. Dan komt hij een boek tegen waarvan de schrijven H.A. Dekker heet. Hij gaat er goed naar kijken en dan komt hij tot de conclusie dat het niet zomaar een schrijver is, maar die Hadek. Hij kijkt bij de informatie van de schrijver en ziet dat hij werkt in het Psychologisch Instituut in zijn eigen stad. Hij wil er die dag nog heen. Hij fietst door de regen naar het instituut en is doorweekt als hij er aankomt. Dan ziet hij een meisje op zich afkomen vanuit het gebouw. Ze zegt dat hij hem kent van de kroeg. Ze vertelt wie ze is en wat hij daar doet omdat ze weet dat hij sociologie doet. Hij vertelt zijn gebeurtenis aan haar en hij komt erachter dat zij Karin heet. En dat die H.A. Dekker geen engerd is. Die avond gaat hij gewoon naar de kroeg. Maar zijn vrienden zijn idiote dingen aan het doen. Tenminste, dat vindt hij. Ze zijn geesten aan het oproepen. Ze vragen erbij wie er dood gaat. En dan gebeurt. Het glas gaat van de S naar de A naar de N naar de D enzovoort. Iedereen kijkt plots naar Sander. Iedereen vraagt dan op datzelfde moment of het waar is dat hij dood gaat? Hij schrikt zich als Karin het hele verhaal verteld hoe ze begonnen zijn. Hij haalt een aantal biertjes om de schrik te verwerken. ‘S Avonds als hij dronken naar huis fietst, wordt hij overreden door een auto. Hij raakt licht gewond en wordt door Karin naar het ziekenhuis gereden die toevallig langsreed met een aantal andere jongens van de kroeg. De volgende dag als hij zijn fiets wil halen staat deze er niet meer en is het dus tijd om een andere fiets thuis te gaan halen bij zijn vader. Hij gaat dat weekend meteen naar Zwolle met de trein. Maar er is een probleem: Hij komt op het station en herinnerd dan zijn droom weer. Hij durft niet de trein in te stappen. Hij is bang dat hij de verkeerde neemt net zoals in de droom. Hij pakt dan ook niet de eerste trein, maar neemt de tweede en komt daar naast een meisje te zitten, Daniëlle genaamd. Ze gaat een heel gesprek met hem aan en houdt niet op met kletsen. Ze vertelt van alles en vraagt ook de hele tijd waarom hij zo gespannen kijkt. Hij vindt haar maar irritant en geeft elke keer kortaf of helemaal geen antwoord. Hij is blij als de reis is afgelopen. Niet alleen maar om Daniëlle, maar ook omdat hij nu weer veilig was van Hadek. Zijn moeder staat hem al op te wachten en rijden samen naar huis. Sander verteld het verhaal van de fiets, maar verteld niets over Hadek. Thuis aangekomen moet hij eerste even naar het toilet. Tot zijn schrik ziet achter zijn naam op de verjaardagskalender een kruis staan. Hij schrikt zich helemaal dood en schreeuwt het hele huis bij elkaar. Zijn moeder ziet wat er aan de hand is en vraagt wie dat heeft gedaan. Maar dat is al duidelijk voor Sander. Dat is Hadek. Maar dan komt zijn zusje aanlopen en zegt dat zei de ‘dader' is. Hij gaat vervolgens verschrikkelijk tegen haar te keer. ‘S Avonds komt zijn moeder naar zijn kamer om met hem te praten, maar hij laat geen woord uit over Hadek maar verzint wat ter plekke. Sander gaat de volgende dag werken bij zijn vader in de garage voor 200 gulden en de fiets die hij erg nodig heeft. Daarna gaat hij weer met de trein naar huis. Toevallig komt hij die Daniëlle weer tegen. Daniëlle vertelde over haar tante, genaamd Angela. Hij kwam erachter dat hij zijn fiets thuis was vergeten en raakte in paniek, maar Daniëlle zei dat haar tante heb wel thuis kon brengen. Als hij Angela ziet denkt hij dat het Marijn is. Maar als hij dichterbij komt ziet hij dat ze een stuk ouder is. Sander verteld het verhaal aan Daniëlle en Angela die helemaal niet raar opkijken en juist begrip hebben voor de situatie. Hij voelt zich steeds veiliger dankzij hen. Na een tijdje krijgt Sander zelfs een relatie met Marijn. Waarna hij steeds meer zelfvertrouwen krijgt. Op een dag is er een feest dat georganiseerd is door Lodewijk voor zijn verjaardag in zijn eigen huis. In de loop van de avond worden er een paar jongens stomdronken. En worden eruit gestuurd. Ze zijn hier zo boos om dat ze het huis van Lodewijk in de fik steken. Iedereen redt zich er zo snel mogelijk uit. Maar als iedereen op het dak is weten Sander en Marijn niet welke kant ze op moeten. Dan schreeuwt er een stemmetje dat ze naar links moeten. Sander kijkt raar op want ziet dat het Daniëlle met Angela is. Hij snapt er helemaal niets van. Is dit toeval? Die avond nog gaat hij samen met Marijn naar het huis terug om hun fietsen op te halen, maar die zijn er niet meer. Ze gaan meteen door naar de plaatselijke politie. Ze krijgen daar na veel geruzie en gerommel hun fietsen mee. Zoiets overkomt Sander weer als hij terug in de kroeg komt na de dagen in Zwolle. De mensen in de kroeg vinden dat hij een na- ontgroening moet krijgen. Daarom wordt hij naar een plek heel ver weg op een eiland gedumpt. Midden in een groot meer. Hij moet dan binnen 3 uur terug zijn in de kroeg. Zo niet, dan wordt hij verbannen. Maar wat gebeurd er. Als de jongens weg zijn komt er een auto aanrijden. Het zijn Daniëlle en Angela. Ze zeggen dat ze het zagen dat hij geblinddoekt en al de auto in werd gesmeten en dat ze de auto zijn achtervolgt. Na dit gesprek sjezen ze terug naar de kroeg en wachten op de hoek. Want Daniëlle had een plan bedacht. Hij zou dan het laatste stukje moeten rennen zodat hij dan zou hijgen en alles echt leek. Als hij binnenkomt kijkt iedereen hem verbaasd aan, maar na een minuut juicht iedereen tegelijk. Hij wordt tot erelid benoemd, omdat er nog nooit iemand is geweest die het haalde. Sander beseft dat Daniëlle zijn en Marijn haar leven een paar keer heeft gered en wil haar bedanken. Hij koopt een heel duur beeldje, waar zij diegene van spaart en gaat naar de school toe waar Daniëlle het elke keer overhad. Maar via de conciërge komt hij erachter dat er helemaal geen Daniëlle bestaat op die school in de brugklas. Hij vindt het maar vreemd en vraagt zich af wie Daniëlle nu eigenlijk is. Sindsdien heeft hij Daniëlle nooit meer gezien en hoorde niets meer van Hadek, tenminste er staat niks meer over hem in. Hij was gelukkig met Marijn en leefde verder dus een goed leven.
Mijn mening over het boek
Ik vond het een erg leuk en spannend boek. Alleen vond ik het einde een beetje afgeraffeld. Ik snapte het niet zo goed, want er werd niets meer gezegd over Hadek. Verder was het idee erg goed en heb ik het boek snel uitgelezen omdat ik het zo leuk vond dat als ik begon haast niet meer kon stoppen. Ik heb er dus met genoegen in kunnen lezen!
Over de schrijver
Evert Hartman werd op 12 juli 1937 geboren in Dedemsvaart in Nederland. Hij kwam uit een gereformeerd gezin en vond dat de regels in verband met godsdienst veel te streng waren, maar hij is zijn hele leven zeer gelovig gebleven. Na zijn eindexamen middelbaar onderwijs, moest Evert Hartman in militaire dienst. Daarna ging hij in Utrecht sociale geografie studeren. Al tijdens zijn studie werd hij leraar aardrijkskunde in Hoogeveen. Lange tijd bleef hij schrijven en les geven combineren, maar sinds 1992 zette hij zich volledig in aan het schrijven. Hij is in 1965 getrouwd en had 2 zonen. Over de jeugd van tegenwoordig zei hij dat ze gelukkig veel vrijer is dan die uit zijn tijd; daardoor zijn de jongeren moeilijker te behandelen, maar ook een stuk eerlijker. Hij vindt het goed dat de ouders van nu hun kinderen in veel opzichten vrijlaten en hij probeert zijn eigen kinderen zo op te voeden dat ze zelf hun eigen maatschappij oordeel ontwikkelen. Zijn hobby's waren pianospelen, tekenen, lezen, tennissen, fotograferen en filmen. Op 7 april, is hij op 56-jarige leeftijd overleden.
Tijd
- Het verhaal speelt zich in deze tijd af
- Tussen begint tot eind lopen ongeveer twaalf dagen
- Het verhaal is chronologisch verteld
- Er komt een terugblik in voor, als Sander denkt aan vroeger dat hij door kinderen werd bedreigd.
- Er zijn door het hele boek heen sprongen van een paar uur, en af en toe van een dag.
Plaats
- Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Nederland (Utrecht), in en rond Sander's flat, de kroeg, café 'Jasper', het huis van Sander's ouders in Zwolle, in treinen, en de straten rondom het huis Lodewijk en het huis van Sander.
- Belangrijke plaatsen zijn:
1) Sander's flat, omdat hij daar Hadek ontmoet en daar draait het verhaal om.
2) de kroeg, want daar worden grapjes met Sander uitgehaald, daar zit Sander zeer vaak, en daarvan uit wordt hij ontgroend
3) treinen, want in en in de buurt van treinen kreeg Sander meestal zijn angstaanvallen. . -->
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen