
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 17 januari 2006 |
Niveau: | 4 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 1149 |
Opvragingen: | 566 (41 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Walewein, de neef van koning Arthur |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 13e eeuw |
Auteur: | |
Nationaliteit: | Nederlands |
Populaire titels: |
|
1. Walewein, de neef van koning Arthur | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |

Walewein, De neef van koning Arthur
Lekker terug in de tijd! Eventjes weg van de commerciële en laffe wereld waarin we nu leven. Dit boek gaat over de Middeleeuwen, we gaan dus een stukje terug in de tijd. Het is een boek vol spannende verhalen over ridders en hun dappere strijden. Nu laten we de inleiding voor wat het is. Ik zal nu het verhaal beschrijven.(Dit zinnetje komt aan het einde van iedere belevenis voor alleen weer net anders geciteerd iedere keer, maar het komt op hetzelfde neer.)
Koning Arthur gaf aan het begin van de roman aan Walewein, zijn neef, de opdracht om het land te beschermen. Keie, de hofmaarschalk van koning Arthur was hier niet blij mee, want hij wilde dat doen. Keie ging daarop met een aantal ‘meelopers’ naar de koning en zij vertelden hem dat Walewein had gezegd dat hij in een jaar tijd meer avonturen zou kunnen beleven dan alle ridders van Arthur samen. Walewein had dat niet gezegd, maar ging de koning naar hem toe en vroeg of het waar was. Omdat Walewein denkt dat de koning Keie geloofde en niet hem vertrok hij. Iedereen haat Keie nu, omdat Walewein vertrekt. En iedereen Walewein graag mocht.
Walewein trekt erop uit en levert gevechten met vele ridders. Uiteraard wint hij ze allemaal: Eerst vindt Walewein een schone jonkvrouw, die hij moet redden. Haar vriend had haar in een put vastgebonden en wie haar probeerde te redden zou niet lang meer leven. Walewein doet het toch en verslaat de witte ridder en de rode ridder achter elkaar, allebei familie van de vriend van de jonkvrouw, die daarna aan kwam rijden. Ook hij wordt verslagen, maar Walewein doodt hem niet. Hij moet op de 24e juni, Sint-Jan, naar Kardoel komen en daar 14 dagen op Walewein wachten. Dit doet hij graag.
Walewein trekt vervolgens verder en vindt onderdak bij iemand die later de broer van de zwarte ridder bleek te zijn. Die wilde wraak, maar Walewein overwon ook hem en liet hem ook op Sint-Jan naar Kardoel komen en daar 14 dagen op hem wachten. Walewein overwon daarna een draak die een land had ingenomen. Ook de koning van dat land liet Walewein naar Kardoel komen, net zoals alle andere mensen die hij daarna nog overwon.
In de tussentijd gingen ook Keie en zijn vrienden erop uit om avonturen te beleven. Zij wilden zo Walewein belachelijk maken. Het zou immers fantastisch zijn, wanneer zij meer zouden beleven dan Walewein.
Ze gingen erop uit en kwamen aan bij een kasteel. De kasteelheer wilde Keie geen onderdak geven. Het gevolg was een gevecht. Van tevoren waren afspraken gemaakt, alleen Keie was zo onhoofs dat hij zich er niet aanhield. Toen hij de kasteelheer gevangen had genomen, zei de kasteelheer tegen Arthur op welke manier hij was overwonnen en hij vroeg hem om hem vrij te laten. Arthur deed dit en hij gaf de kasteelheer zelfs vier ridders mee om Keie te grazen te nemen. Zij namen Keie en 16 van zijn 20 ridders gevangen. Later echter hebben de andere vier op slinkse wijze de bevrijding van Keie en zijn makkers geregeld!
Walewein had, toen hij een paar dagen na Sint-Jan terugkeerde, de zwarte ridder, zijn broer, de draak, een hertog, twee reuzen, Gorleman en de koning van Aragon verslagen. Zij en een aantal anderen, onder wie de koning van Portugal kwamen op Sint-Jan met vele duizenden soldaten naar Kardoel, waar Arthur verbleef. Keie kwam daar ook en zijn manschappen werden door de mensen die eerder door Walewein verslagen waren, verslagen. Keie zelf ontsnapte.
Het verhaal is geschreven in een hij-personage geschreven, vaak kwamen er dialogen voor in het boek. Zoals deze:
Gorleman antwoordde:’dat is te veel van het goede. Ik zou liever willen dat u me doodde dan dat ik mij gevangen zou geven. Maar laat me eerst weten hoe u heet.’ ‘Vriend, men noemt mij Walewein. De vermaarde koning Arthur is mijn oom.’ ‘Het doet me deugd dat ik in dit gevecht met u mijn leven heb weten te behouden. Ik geef u graag mijn erewoord dat ik naar Kardoel zal gaan. God heeft mij de eer vergund dat ik u hier heb ontmoet. Dus wat u met me doet kan men iets schelen.’
In deze dialoog kun je ook zien dat het er tijdens en na gevechten anders aan toe ging dan tegenwoordig. Op deze manier wordt er nooit gesproken na een vechtpartij in deze eeuw. De hoofsheid van Walewein kwam steeds terug in het verhaal, na ieder gevecht vertelde zijn tegenstander hem dat hij een hoofse en edele ridder was.
Ook maakt het stukje duidelijk dat Walewein een hoog aanzien had gekregen door zijn gevechten, na het noemen van zijn naam was alles mogelijk.
Walewein is de hoofdpersoon, een dappere ridder. Per verhaal is er een schone jonkvrouw, en een slechterik die Walewein verslaat. Er waren echt typetjes, Walewein had geen een slechte kant en Keie geen een goede.
Het verhaal speelt zich af in de middeleeuwen. De ruimte waarin het zich afspeelt is vooral buiten, Walewein trekt het land door om avonturen te beleven. De gevechten vinden ook buiten plaats.
Ik denk dat het thema eer is. Hierom trekt Walewein er immers op uit: hoewel de koning Keie niet geloofde vond Walewein het toch nodig zichzelf te bewijzen. Bij elke confrontatie verdedigde hij zijn eer.
Ik vond het boek leuk om te lezen, hij was niet al te lang en de verhalen waren wel grappig. Wel heel overdreven, maar dat was meer in die tijd (realistisch). Het is vooral leuk dat ieder verhaal steeds op dezelfde manier wordt afgesloten. Spannend vond ik het boek niet (emotioneel), daar waren de beschrijvingen niet gedetailleerd genoeg voor. Ook was het soms eentonig, omdat de verhalen heel erg op elkaar leken. De personages waren wel anders, maar de jonkvrouwen en de afloop van ieder verhaal was hetzelfde. Je kon van te voren bedenken wie er ging winnen, dus het boek was heel voorspelbaar (vernieuwing), maar dat was op zich niet storend. Er zat nog een leer in het boek: Als je eerlijk bent kun je altijd op de steun van God rekenen!
Het is dus een goed boek, maar je moet wel van die soort onrealistische verhalen houden, want het is eigenlijk een grote hoop met kletspraat. Ik denk dat het vooral leuk is om voor te lezen aan kleine kinderen. Nu zwijg ik verder over dit boek en raad u zeker aan het boek te lezen! En… Eerlijkheid duurt het langst!
Secundaire informatie:
Vertaling: L. Jongen. Plaats: Amsterdam. Jaar: 1992. Uitgever: Griffioen.
De schrijver van het boek is onbekend, dat komt denk ik doordat mensen in die tijd niet wilde dat hun eigennaam op een boek kwam. Ze leefde voor een goed leven na de dood. En ze schreven dus vooral voor god, niet voor persoonsverheerlijking.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.