geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Titel: Autodieven op het spoor
Auteur: Roland Kalkman
Illustraties: Adri Burghout
Uitgeverij: Den Hertog B.V.
Plaats van uitgave: Houten
Samenvatting:
Hoofdstuk 1
Bij een groot huis met een lange oprijlaan komen twee slordig geklede mannen aanlopen die zich verstoppen achter een grote struik. Zij hebben alles goed in de gaten gehouden en stelen de cabrio die zojuist geparkeerd is. De dieven worden achtervolgd door een speciaal politie-team en alles wordt gefilmd. De dieven gaan een industrieterrein op waar slechts een paar vrachtwagens staan met de tekst Blumen aus Holland erop. Ze raken de gestolen auto kwijt en gaan terug naar het bureau om de filmopnamen te bekijken. Tegelijkertijd met de politie-auto rijdt een vrachtwagen met bloemen weg…..richting Duitsland. Bij een verlaten parkeerterrein komt er van de andere kant een trailer, waarop je personenauto’s kunt vervoeren. De chauffeurs lopen naar elkaar toe en nemen de bestelling door.
Hoofdstuk 2
Julian gaat logeren bij zijn oom Bas, tante Simone en neef Koen, omdat zijn vader en moeder op reis zijn. Zijn broer Rob heeft een nieuwe baan waarbij hij ’s nachts werkt en overdag slaapt. De neefjes halen Julians skeelers even op en zeggen dan meteen even tegen Rob dat Julian gaat logeren. Ondanks dat Rob ontslagen is, is hij vrolijk. Als de jongens terug zijn gaan ze met de bus naar de stad om voor tante iets te kopen. Na afloop mogen ze een ijsje kopen. De bus trekt op en Julian valt bij een niet-fris-ruikende man op schoot. De man rent de bus uit samen met zijn hondje. Op weg naar de ijszaak wijst Julian Koen op een Smart; het boeit Koen niet. Maar dan…….komt er een groepje mannen de hoek om en botst Koen tegen de voorste aan. De man begint in een vreemde taal tegen hem te schelden. Koen herkent hem van het hondje in de bus! Ze horen hem nog een ding zeggen: Kijk Valer, een smart. Schrijf maar op!
Hoofdstuk 3
Er is een speciaal politie-team bijeen om de autodieven op te sporen. De inspecteur vertelt hoe het er voor staat.
Bijna elke nacht verdwijnen er een aantal auto’s uit onze stad. De dieven hebben het gemunt op alles wat duur en bijzonder is: BMW, Mercedes, duurdere types Opel en Volkswagen. We denken dat we te maken hebben met een goed georganiseerde bende, die de auto’s op bestelling steelt. We denken aan criminelen uit Duitsland, Polen, Roemenie en misschien nog wel meer landen. Mensen in Oost-Europa willen een dure auto hebben, maar kunnen hem niet betalen. De bende steelt ze in ons land en verkoopt ze voor veel minder geld dan ze waard zijn. We weten ondertussen iets meer: een van de mannen is bekend bij de vreemdelingenpolitie. Hij is een man uit Roemenie en heet Valer. Ook is er een zwerver uit Zuid bij betrokken. Zij zijn niet gearresteerd, omdat de hele bende opgepakt moet worden. Daarom is Rob ondertussen lid geworden van de bende. Op datzelfde moment controleert meneer Brant de deuren van zijn Ford-Transit bestelbusje. Hij gaat morgenochtend naar Roemenie. Hij gaat spullen brengen om Roemenen te helpen. Hij parkeert de bus bij zijn flat en gaat naar binnen.
Hoofdstuk 4
Oom Bas werkt in een huis waar zwervers opgevangen worden als het koud is of als ze eenzaam zijn. Oom Bas praat met die mensen, soms over de bijbel, soms over het geloof. Koen en Julian vertellen over het voorval in de bus. Oom Bas weet meteen over wie zij het hebben; over Cor, een zwerver. De jongens mogen komen helpen bij oom Bas en hij vraagt de jongens een pakketje aan meneer Brant te brengen voor een oude vriend die in Boekarest woont, de hoofdstad van Roemenie. Meneer Brant belooft het pakje af te geven in Boekarest. De jongens vragen aan meneer Brant wat hij nog meer vervoert. Hij glimlacht en zegt: het is heel kostbaar, maar ’t kost niets voor de mensen die het krijgen: Bijbels. Dan fietsen ze naar huis en zien een luxe Jeep met een man erin. Hij pakt een briefje uit zijn zak met daarop geschreven: Smart, BMW 730 und Ford Transit. Dan rijdt hij weg.
Hoofdstuk 5
Valer loopt de deur uit met en gaat met zijn opschrijfboekje naar de groep toe. Ondertussen vraagt oom Bas of zij het pakje aan meneer Brant hebben gegeven. Het is namelijk heel waardevol. Natuurlijk hebben zij dat gedaan!
De bende-leden verzamelen op het industrieterrein. Bert ziet de dure Jeep van de baas al staan. Ze lopen achter de baas aan. Bert blijft achter en kijkt eens goed rond. Hij is meteen geaccepteerd als bendelid. Hij is hier gekomen om zich te mengen in de bende en er zo achter te komen wie de belangrijkste man is en wie de Nederlandse en de buitenlandse bendeleden zijn. Ze bespreken hoe ze de diefstallen gaan aanpakken en wie wat doet. Dan stelen ze als laatste de ford-bus. De buit uit de bus stelt Clint teleur. Het zijn o.a. boeken. Hij gooit een boek naar Valer en zegt: mag jij hebben. Valer begint te lezen en zegt verbaasd: dat is een Bijbel. In het Roemeens! Dit laatste komt er opgetogen uit. De ford-bus kan niet in de vrachtwagen omdat hij is te hoog is. Ze verstoppen hem in de loods.
Hoofdstuk 6
Valer zit in een pension en leest uit de bijbel. Het doet hem denken aan zijn oma. Zij had ook zo’n boek. Hij genoot ervan als oma voorlas uit dat boek. Het ging weleens over Jezus. Dat er kinderen bij Hem kwamen. Valer leest uur na uur uit het boek. Hij dacht aan oma, die toen hij eens een appel had gestolen hem geld gaf en hij deze appel moest gaan betalen. Ze zei toen dat God niet wilde dat hij ging stelen. Aan dat voorval moet hij nu heel erg denken. Daarnet las hij de tekst: wie gestolen heeft, mag niet meer stelen. Diep in zijn hart wil Valer dat ook. Maar hoe moet hij dan eerlijk leven in deze stad? Dan zal hij terug moeten naar zijn eigen vaderland. Het is wel mooi geschreven hoor, maar het kan niet! Morgenavond is Valer weer van de partij!
Hoofdstuk 7
De telefoon gaat. Meneer Brant belt en zegt dat zijn ford-transit-bus gestolen is. Wie steelt er nou een bus vol met bijbels! De jongens gaan op speurtocht. Ze komen bij een oud industrieterrein en een autosloperij. Dan stapt er een man uit z’n auto en vraagt de jongens of ze geld willen verdienen. Ze voelen zich niet prettig bij de sigaren rokende man. Hij vraagt de jongens nummerborden van een busje dat op de sloperij staat af te schroeven. Het moeten wel twee dezelfde zijn, zegt de man. Als ze bezig zijn, komt de baas van de sloperij eraan. Hij zegt: wat mot dat daar??? Als ze willen betalen mogen de platen van een andere bus halen. Terug bij de man vragen ze waar hij de platen voor nodig heeft. Voor m’n neeffie zegt de man; die spaart ze. Vreemde vent vinden ze. Maar wat doen we nou met die bus van meneer Brant? Nou die vinden we toch nooit. Kom we gaan naar huis.
Hoofdstuk 8
In de recherchekamer wordt de videofilm bekeken. Er worden allerlei zaken gecheckt, zoals de kentekenplaten. Het kenteken is van een auto die een paar weken terug total-los is gereden, terwijl de auto in Utrecht op de sloop staat.
Rob kan nog een paar uur slapen voor hij weer op (dieven)pad moet. Op datzelfde moment komt meneer Brant aangifte doen van zijn gestolen bus. Hij is verbaasd bij de inspecteur aangifte te moeten doen. De inspecteur legt uit dat ze bezig zijn met een bepaalde zaak. Hij kan er echter op dit moment niet te veel over zeggen. Dan komt ook een jonge vrouw aangifte doen van de diefstal van haar nieuwe Smart. Zij huilt.
Hoofdstuk 9
Julian heeft vanmorgen getelefoneerd met z’n ouders. Ze maken het goed in Hong-Kong. De jongens gaan nu naar de dagopvang waar oom Bas werkt. Oom Bas zit aan een tafeltje met een zwerver te praten. Hij seint de jongens even iets anders te gaan doen. Oom Bas kijkt verrast op als de zwerver hem een bijbel laat zien met daarin de naam en het adres van meneer Brant. Hoe komt hij aan die bijbel vraagt oom Bas zich af?
Hoofdstuk 10
Alle bende-leden zijn er, op Valer na. Iedereen krijgt een taak, behalve Bert. Hij wacht verbaasd af. Zouden ze ontdekt hebben wie hij werkelijk is en weten dat hij bij de politie werkt? Maar nee, hij mag die avond met John mee. Zij halen de ford-transit bus uit een koelcel. Als ze bij het pakhuis aankomen doet John de klep van de vrachtwagen naar beneden. Direct voor de deur staan een paar pallets met bloemen. Het is alsof de hele wagen vol zit met bloemen. John zegt: zo zijn we de smerissen te slim af. John rijdt in de vrachtwagen en Bert moet in de transit-bus achter hem aanrijden. Bert baalt dat hij zijn mobiele telefoon niet bij zich heeft. Vanaf de benzinepomp draait er een politie-auto de snelweg op. Dan staat er plotsklaps: STOP POLITIE!. Hij zegt tegen de collega’s dat hij hun hulp nodig heeft en vraagt hen onopvallend te volgen, een bekeuring uit te schrijven voor een zogenaamd kapot achterlicht, en het dan aan de Duitse politie over te dragen. Vannacht gaat het Duitse deel van de bende voor de bijl. Daarna zal de Nederlandse politie in aktie komen.
Hoofdstuk 11
Een por van Koen laat Julian schrikken. Koen zegt de man te herkennen waar oom Bas mee spreekt. Het is die man die jou uitschold in een vreemde taal. Oom Bas vertelt dat hij uit Roemenie komt en dat ze over het geloof spraken. Hij heeft het erg moeilijk. Hij is bezig met verkeerde dingen en weet niet zo goed hoe hij moet stoppen. Meer kan hij niet vertellen. Koen en Julian gaan even langs Rob. Hij moet zich nodig scheren vindt Julian. De jongens gaan weer weg, op weg naar de maaltijd van tante Simone.
Hoofdstuk 12
In de vergaderkamer van de politie wordt Rob (oftewel Bert) enthousiast begroet. Gefeliciteerd joh! Prima Aktie vannacht waarbij 27 arrestaties verricht zijn. In Duitsland is men heel tevreden. Er zijn vertakkingen van de bende naar Roemenie, Polen en Hongarije. Je bent een aanwinst voor ons rechercheteam. In Nederland moeten we de criminelen vanavond oppakken. Iedereen krijgt een uitgebreide instructie hiervoor. Waarschijnlijk is er niemand gewapend. Het gaat in totaal om 6 mannen. Robert is gespannen, omdat hij zo onopvallend mogelijk een teken moet geven, zodat de bende opgepakt kan worden. Hij neemt voor de zekerheid toch maar een pistool mee onder z’n kleren.
Hoofdstuk 13
De familie zit aan tafel als de telefoon gaat. Tante is opgetogen. De jongens denken dat ze een prijs in de loterij heeft gewonnen. Maar nee dat is het niet. Meneer Brant’s busje, met alle er nog in, is vannacht in Duitsland teruggevonden. Er zaten valse kentekenplaten op. Julian schrikt daarvan en denkt aan het voorval op de auto-sloperij.
In pension knaagt het geweten van Valer aan hem. Hij weet niet meer wat te doen.
Hoofdstuk 14
De jongens gaan een stukje fietsen en moeten uiterlijk half 10 thuis zijn. Maar dan doet Julian plotseling een ontdekking. Hij ziet daar de luxe jeep met die man er in aankomen. Ze zien de auto geparkeerd staan en gaan even kijken, het leek hen spannend. Dan zien ze de man op een groot terrein staan in gesprek met een andere man. Koen besluit te gaan luisteren wat ze bespreken. Hij duikt in de bosjes. Julian staat te dubben, ze moeten om half 10 thuis zijn.
Bert neemt het hele plan in gedachten nog eens door. Bijna alle leden zijn er. Klokslag 10 uur komt de baas tevoorschijn. Hij komt uit een van de gele bussen. Het is 10 uur en we zijn compleet zegt hij. John moet de lijst uit de Jeep gaan halen. Dan ziet John de twee jongens die hij stevig beetgrijpt. De baas komt er aan en zegt: hier met die ventjes!
Tante Simone is bezorgd, maar ook boos dat de jongens er nog niet zijn. Oom Bas vertelt haar over de Roemeen die de jongens herkende en dat hij zich zorgen om deze man maakt. Oom Bas heeft gezegd dat de man contact met meneer Brant op te nemen.
Hoofdstuk 15
Bert is enorm geschrokken. De jongens die in de armen van John bungelen kent hij maar al te goed. Hij zorgt er voor dat zij hem niet zien. Bert heeft zich in een van de autobussen teruggetrokken en hij wordt niet gemist. De jongens worden ook in deze bus gestopt. De baas doet tape over hun monden en ze worden met touw aan de stoelen vastgebonden. Bert geeft een sein door zijn microfoontje: nu ingrijpen!. Groep compleet! Let op: bendeleider gewapend. Dan komen van allerlei kanten agenten het terrein op gestormd. De crimineel schiet en begint te rijden met de bus. Dan roept iemand: schiet de banden aan flarden. Dan wordt er geroepen: nee! Er zitten twee jongens in de bus. Dan ramt de bus de slagboom en rijdt de weg op in de richting van het bos. De politiewagen wil de bus laten stoppen, maar de bus ramt de politiewagen. Dan merkt de baas Bert op en zegt: wat goed dat je ook bent ontsnapt. Maar de stem van Robert klinkt kalm en hij antwoordt: nee baas we gaan stoppen. Politie, je staat onder arrest.
Hoofdstuk 16
De politie-agenten bestormen de bus. De bendeleider ligt bewusteloos op de vloer. Alle bendeleden werden opgepakt, op een na die is ontsnapt. Een ambulance wordt opgeroepen. Robert snijdt met een zakmes zijn broer en neefje los. Robert probeert er achter te komen hoe zij in de bus zijn gekomen, maar de jongens zijn helemaal van slag, Hij brengt de jongens naar huis en vertelt kort aan tante Simone en oom Bas wat er gebeurd is. Tante Simone stopt de jongens in bed.
Valer heeft ondertussen besloten naar zijn vaderland Roemenie terug te gaan. Er is een man die hem voor veel geld willen terugsmokkelen naar Roemenie. Hij gaat een nieuw leven beginnen, een eerlijk leven.
Het politie-team is bij elkaar op het bureau om door te nemen hoe alles verlopen is als er plotseling een telefoontje uit het ziekenhuis komt dat de agent die de wacht hield bij de gewonde arrestant is neergeslagen. De crimineel is weg!
Hoofdstuk 17
De volgende ochtend worden de jongens wakker en tante Simone heeft de tafel feestelijk gedekt. Het is toch een beetje feest zegt ze. Mijn zoon en neef zijn bewaard in een ernstig avontuur. De jongens vertellen wat er allemaal is gebeurd.
Na de maaltijd neemt Rob de jongens nog even apart en zegt: jullie moeten mij beloven nooit meer zoiets doms te doen! Als je iets ziet wat niet goed is, moet je er met je ouders over praten, of anders met de politie.
Hoofdstuk 18
Koen en Julian moeten de zelfde dag nog bij de inspecteur op het politiebureau komen en hun verhaal vertellen. Koen is nog nooit op een politiebureau geweest en kijkt zijn ogen uit. Alles wordt uitgetypt en op een bandje opgenomen. Op een computer laat de agent de foto’s zien van de twee mannen die zijn ontsnapt. Hebben jullie misschien nog iets bijzonders opgemerkt aan de mannen? Bijvoorbeeld een stopwoord of een zenuw-trekje?
Dan is het zondag, een heerlijke rustdag.
Julians ouders zijn op weg naar huis en als alles goed gaat komen ze woensdag aan. Julian is blij.
Robert kijkt bezorgd en vertelt dat het lijkt alsof de gezochte mannen van de aardbodem zijn verdwenen.
Meneer Brant komt langs en vertelt dat hij gisteravond een telefoontje kreeg van een man die heel moeizaam Duits praatte en hem bedankte voor een bijbel. Oom Bas legt uit dat het de zwerver Valer kan zijn en dat hij vast nog wel een keer belt.
Hoofdstuk 19
De hele familie gaat naar het vliegveld Rotterdam Airport om de ouders van Robert en Julian op te halen. Op het vliegveld aangekomen vraagt Julian uit welke deur zijn ouders straks komen. Ze drinken nog een kopje koffie en dan zien ze vader en moeder. Moeder is zo blij dat ze haar koffers vergeet mee te nemen. Julian luistert naar de verhalen van zijn ouders. Dan komt er een man langs die hij bijna niet kan ontwijken en hij krijgt meteen een scheldwoord naar zijn hoofd geslingerd. Sorry hoor zegt Julian. De man kijkt hem vanonder zijn rode haardos boos aan. Zijn wenkbrouw trilt boven zijn oog.
Hij denkt plotseling aan de “baas” van de bende! Robert schreeuwt hij door de auto: dat was de baas van de bende, ik weet het zeker! Hij heeft alleen zijn haar geverfd. Robert gooit het stuur om rijdt met een vaart terug naar het vliegveld. Hij zegt tegen de beveiligingsman op het vliegveld dat hij vermoedt dat er zojuist een voortvluchtige crimineel het vliegtuig in is gegaan. Ze zijn nu aan boord en Julian wijst de man aan. De man naast hem wil vluchten maar wordt vastgepakt, dat was dus John. Robert werpt nog een blik op de mannen: sorry jongens, mompelt hij: dan had je maar geen autodief moeten worden.
Hoofdstuk 20
De hele familie en meneer Brant zijn bij elkaar en Koens’ ouders hebben een tas vol souvenirs. Allemaal mogen ze iets uitkiezen. De ouders van Koen vertellen veel over hun reis en meneer Brant vertelt dat hij zo blij is dat zijn bus weer terug is. Hij hoopt volgende week alsnog naar Roemenie te vertrekken! Hij vertelt dat hij nog een extra logeer-adres heeft gekregen. Ik ben uitgenodigd door die Roemeense man die mij onlangs belde.
De groep mannen die wij hebben opgepakt zegt Robert moet voor de rechter komen als autodieven. De rechter zal hun straf bepalen. De baas krijgt een zwaardere straf want hij heeft de twee jongens in gijzeling genomen en had al eerder inbraken gepleegd.
Tante Simone heeft nog een appeltje met Koen en Julian te schillen: zij moesten vorige week om half tien thuis zijn! Tante Simone geeft de jongens een knipoogje en zegt: het is al goed.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.