
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
Titel: Rituelen
Auteur: Cees Nooteboom
Titelverklaring en motto:
De titel geeft het onderwerp van het verhaal weer. In het boek zijn vele handelingen gestuurd door rituelen. De hoofdpersoon en bijpersonen hebben alle wel een eigen ritueel.
Het motto is in het Frans geschreven:
Personne n’est, au fond, plus tolérant que moi. Je vois des raisons pour soutenir toutes les opinions ; ce n’est pas que les miennes ne soient fort tranchées, mais je conçois comment un homme qui a vécu dans des circonstances contraires aux miennes a aussi des idées contraires.
Stendhal, Brouillon d’article, 1832
Ik heb een vertaling van het motto gevonden. Deze luid als volgt: "Niemand is eigenlijk verdraagzamer dan ik. Ik zie redenen om alle meningen te steunen; het is niet dat de mijnen niet sterk geprofileerd zijn, maar ik begrijp hoe een mens dat heeft geleefd in tegengestelde omstandigheden ook tegengestelde ideeën heeft."
Dit slaat waarschijnlijk op de hoofdpersoon van dit boek: Inni Wintrop. Het geeft een globale schets van zijn karakter en gedachtegang. Inni is een persoon die bij iedereen meteen een beeld schets van wie en hoe ze zijn.
Achtergrond informatie van Cees Nooteboom:
Cees (Cornelis Johannes Jacobus Maria) Nooteboom werd op 31 juli 1933 geboren in Den Haag.
Hij had geen voorafgaand beroep aan het schrijven. Zijn eerste roman Philip en de anderen verscheen in 1955. Hiervoor ontving hij de Anne Frank-prijs.
Zijn eerste dichtbundel De doden zoeken een huis verscheen in 1956.
Hij is voornamelijk een schrijver van Romans, Poëzie en reisverslagen.
Korte samenvatting van de inhoud:
Intermezzo (1963): Het huwelijk tussen Inni Wintrop en Zita loopt stuk, want Inni heeft regelmatig relaties met andere vrouwen. Zita wordt verliefd op een Italiaanse fotograaf, ze gaan naar Italië. Als Inni dit ontdekt doet hij dronken een zelfmoordpoging, die mislukt.
Arnold Taads (1953): Inni krijgt bezoek van tante Thérèsa. Zij brengt hem naar Arnold Taads, die zijn leven goed georganiseerd heeft, i.t.t. Inni. Tijdens een familiebezoek leert Inni Petra kennen. Inni wordt verliefd op haar. Bij het diner wordt Inni ziek van de drank en van het gepraat tussen Taads en Terruwe. Inni bezoekt Arnold nog vaak, totdat die sterft in de Zwitserse Alpen, wat hij al in een visioen gezien had.
Philip Taads (1973): Inni gaat naar twee kunsthandelaren, om tekeningen te verkopen. Bij één van die kunsthandelaren ontmoet hij Philip Taads, die geïnteresseerd is in ceremoniële theekommen. Na deze ontmoeting zoekt Inni Philip vaak op. Philip kan na lang sparen eindelijk zo’n theekom kopen en nodigt Inni en de kunsthandelaar uit voor een theeceremonie. Een paar dagen na de ceremonie treffen deze een leeg appartement en een kapotte theekom aan. Kort daarna horen ze dat Philip zelfmoord heeft gepleegd door zich te verdrinken. Inni en de kunsthandelaren zijn de enige gasten op de crematie.
Opbouw spanning:
Het verhaal is niet vol spanning geschreven. Ik heb geen moment gehad dat ik ergens een antwoord op wilde hebben. Je vind antwoorden op dingen zonder dat er echt een vraag werd gesteld. Dit is anders dan dat ik gewend ben, maar een keer iets anders.
Je wordt wel benieuwd wie er nog meer zelfmoord pleegt en waarom. En of dit iets met de rituelen van Inni te maken heeft.
Personages:
De hoofdpersoon in dit boek is Inni Wintrop. Een man die leeft voor de liefde en rituelen. Hij heeft in zijn jeugd weinig contact gehad met zijn familie en had altijd weinig geld. Dit heeft invloed op hem gehad. Dat merk je aan zijn persoonlijkheid. Hij heeft er vele rituelen op nagehouden. Hij is geobsedeerd door de aandelen en koersen. Ook wil hij ontdekken wat de rituelen van andere zijn en wat ze er mee doen. Doordat hij vroeger veel heeft meegemaakt heeft hij een hekel aan lijden. Aan het lijden van zichzelf, maar ook aan het lijden van andere. Inni is een complex maar ambitieloos persoon.
Er zijn verschillende bijpersonen. Twee bijpersonen hebben een eigen hoofdstuk. Hierin lees je over de ontmoeting met Inni. Dit zijn Arnold en Philip Taads. Arnold Taads was een notaris en kom skiën. Hij is bij zijn vrouw weggegaan om een eigen leven te leiden. Dit deed hij door veel weg te gaan om te skiën. Hij heeft zo lang doorgeleefd totdat hij eenzaam doodgevroren is in de Alpen van Zwitserland. Philip Taads was anders dan zijn vader Arnold Taads. Philip is altijd boos op zijn vader geweest. Hij had hem namelijk verlaten. De oosterse speelt een grote rol in zijn leven. Philip heeft aangekondigd zelfmoord gepleegd.
Nog een ander belangrijk bijpersoon is Zita. Zei is de vrouw van Inni geweest. Dit was ze totdat ze ervan door ging met een Italiaan. Inni was er kapot van en probeerde zelfmoord te plegen. Maar hij faalde.
Ook zijn er nog Tante Thérèse en Riezenkamp. Zij spelen geen grote rol in het boek maar dragen ook zo hun ‘steentje bij’.
Tijd en structuur:
Het verhaal is niet chronologisch verteld. Alles wordt verteld vanuit de het jaar 1978. Eerst wordt er verteld over het jaar 1963, daarna over het jaar 1953 en als laatst over het jaar 1973. Deel 1 (1963) begint met hetzelfde als waar het boek mee eindigt: de zelfmoord van Inni. Het verhaal wordt dus in de verleden tijd verteld.
Er is sprake van vooruitwijzingen in het boek. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van het woord ‘later’.
Perspectief:
Er is sprake van een alwetende verteller, hij laat een paar keer iets van zich horen zoals op blz. 19: "In het jaar waar we het hier over hebben." Ook op blz. 66 komt we voor: "... waar we tijdens ons leven doorheen waden." Deze verteller weet soms dingen die Inni niet weet. Het hele boek door wordt verteld vanuit het gezichtspunt van Inni Wintrop. De verteller kijkt als het ware steeds over zijn schouder mee. Het wordt verteld in het nu, maar je bent de hele tijd in het verleden. Het verhaal wordt verteld vanuit 1978.
Thematiek en motieven:
Het thema is vooral rituelen. Inni is geobsedeerd door de rituelen in andermans leven. Voorbeelden van rituelen in dit boek: elke week 8 porties eten koken, alles altijd op het zelfde tijdstip doen, oosterse rituelen uitvoeren, bv. de theeceremonie crematie van Philip Taads
Motieven zijn:
- eenzaamheid: alle personen in het boek zijn eenzaam, of maken die indruk.
- tijd: voor Arnold Taads is tijd de vader van alle dingen, voor Philip heeft tijd geen betekenis.
- geloof: Er zijn veel verwijzingen naar het katholicisme: *Inni vergelijkt Philip met Jezus (blz. 166)
*Inni vergelijkt de theeceremonie met het laatste avondmaal (blz. 181)
*De duiven (Heilige Geest). (deel 3, hfst. 1)
- zelfmoord: Inni probeert zelfmoord te plegen, tante Thérèse pleegt zelfmoord en Arnold en Philip Taads plegen (waarschijnlijk) zelfmoord.
Eigen recensie:
Rituelen is een ingewikkeld boek. Ik heb erg veel moeite gehad om in het boek een start te maken Ik snapte er niet veel van. Sommige stukjes heb ik nog een keer extra gelezen om er iets meer van te snappen. De indeling van het boek is hetgene wat mij in de war bracht. Ze springen eerst tien jaar vooruit om vervolgens weer twintig jaar terug te springen. Met een beetje hulp van andere recensies en samenvattingen ben ik erachter gekomen waarom dit zo is. Toen ik dat eenmaal door had werd het boek wat begrijpelijker en dus ook makkelijker te lezen.
In het boek wordt soms gebruik gemaakt van andere talen zoals Frans, Duits en andere talen. Dit zijn volgens mij delen uit de bijbel. Meestal geven ze daarna direct de vertaling ervan in het Nederlands. Ik vond deze stukjes daarom gewoon een beetje opvulling en onnuttig. Ik zie er geen toegevoegde waarde in. Een voorbeeld hiervan is: “Simili modo postquam coenatum est, accipiens et hunc praeclarum Calicem in sanctas ac venerabiles Manus suas; item tibi gratias agens, benedixit, deditque discipulis suis, dicens: Accipite, et bibite ex e oomnes.
His est enim Calix Sanguinis mei, novi er aeterni testamenti: mysterium fidei: qui pro Vobis et pro multis effundetur in remissionem peccatorum. Haec quotiescumque feceritis, in mei memoriam facietis.
(Op dezelfde wijze nam Hij na het avondmaal deze heerlijke kelk in zijn heilige en aanbiddelijke handen, dankte U wederom, zegende hem en gaf hem aan zijn leerlingen, met de woorden: Neemt en drinkt allen hieruit:
Want dit is de kelk van mijn Bloed, van het nieuw en eeuwig verbond, geheim van geloof, dat voor u en voor allen vergoten zal worden tot vergiffenis van zonden. Zo dikwijls gij dit doen zult, zult gij het doen ter gedachtenis aan Mij.) (Blz. 29)
Er worden ook veel zinnen gebruikt in woorden waar ik soms niet alles van snapte zoals: “Bergen zijn de majesteit van God op aarde.” (Blz.54), “De hertogelijke allure van Bernards neus stamde van zijn eigen renaissancetekeningen, zijn weinige haar had die noordse rossigheid die zo goed bij tweed past, en zijn bleekblauwe ogen hadden niets van de fonkelende morellen van de schrijver van à la Recherche du temps perdu, of zoals Bernard met voorliefde zei ‘perdá’. (Blz. 113) en “Scepsis, arrogantie, afstand, alles spande in dat gezicht samèn om de bijtende aforismen waarvan hij zich tegenover vriend en vijand bediende nog kwetsender te maken. (Blz. 113)
Ondanks de hoge moeilijkheidsgraat van dit boek vind ik wel dat er een mooi verhaal in schuilt. Je wordt door Inni’s leven geleid en zo leer je alles over zijn liefdes en rituelen.
Ik zal dit boek niet snel voor mijn plezier lezen, maar ik heb er wel veel van opgestoken. Ik merkte namelijk dat ik aan het einde ietsje minder moeite had met de schrijfwijze, dan aan het begin.
Tot zal ik het niet aanraden aan andere leerlingen van school, omdat ik mooiere en makkelijkere boeken ken om te lezen.
Secundair werk:
Schrijver: Nooteboom, Cees
Titel: Rituelen, roman
Jaar van uitgave: 1980
Bron: Twentsche Courant Tubantia
Publicatiedatum: 20-03-1981
Recensent: Willem Bulter
Recensietitel: Nooteboom's Rituelen
Eén van de beste Nederlandse romans van de laatste jaren is "Rituelen" van Cees Nooteboom. Het is een boek van waarlijk klassieke allure: strak van opbouw, helder van onderwerp en briljant van stijl. Je leert er een aantal oorspronkelijke mensen in kennen, die je niet gemakkelijk zult vergeten.
Cees Nooteboom debuteerde in 1955 als romanschrijver met het gevoelige "Philip en de anderen", maar na zijn experimentele roman "De ridder is gestorven" van 1963 leek hij het geloof in het genre verloren te hebben. Dat hij na zeventien jaar nu met zo'n meesterlijke roman voor de dag komt, is natuurlijk een aangename verrassing. Een glanzender come-back kun je je nauwelijks voorstellen.
In "Rituelen" staan drie figuren centraal: Inni Wintrop, Arnold Taads en Philip Taads. Inni Wintrop is een vijfenveertigjarige man die op zoek gaat naar de verloren tijd (Proust) met zijn slechte geheugen de belangrijkste gebeurtenissen daaruit tracht te reconstrueren.
Mijlpalen daarin waren zijn ontmoetingen met de beide Taadsen, vader en zoon, die hij onafhankelijk van elkaar leerde kennen in ver uiteenliggende tijden. Arnold, de vader, ontmoette hij in 1953 toen hij zelf twintig jaar oud was. Deze Taads is een voormalige ski-kampioen van Nederland, die zich heeft teruggetrokken in een villa in de bossen en zijn eenzaamheid met een ijzeren discipline bestrijdt. Zijn enige gezel is zijn hond Athos, met wie hij eens per jaar naar een dal in de bergen reist waar je alleen per ski kunt komen. Arnold Taads is nog existentialistischer dan Sartre en hij wordt een aantal jaren later (dan ook) doodgevroren aangetroffen op enkele meters van zijn berghut.
Inni ontmoet Philip Taads, de zoon, in 1973 in Amsterdam, terwijl deze voor de etalage van een kunsthandel naar een Japanse theekom staat te kijken. Philip is zo mogelijk nog eenzamer dan zijn vader en zijn klooster bevindt zich op een bovenverdieping in de desolate Pijp. Hij gaat met niemand om en het enige dat hem boeit schijnt de oud Japanse cultuur te zijn. Van zijn spaarcenten koopt hij uiteindelijk een zeer kostbare raku-theekom en hij nodigt Inni en de kunsthandelaar uit voor een rituele theeceremonie. Niet lang daarna verbrijzelt hij dezelfde kom en verdrinkt zich in zee.
Wat is de reden dat Inni met deze sombere Taadsen omgaat? Zowel vader als zoon bekennen dat ze een hekel aan zichzelf hebben en dat herkent Inni in zichzelf. Ook in zijn leven is er een moment geweest, dat hij zelfmoord wilde plegen, namelijk toen Zita, zijn "Namibische prinses", hem verliet voor een ander. Maar sedert die poging mislukte, heeft hij een levenswijze weten te vinden die het hem mogelijk maakt als eenling overeind te blijven. Hij heeft de banden met zijn medemensen niet radikaal doorgesneden en zich bovendien weten te wapenen met een relativeringsvermogen dat de beide Taadsen ten enen male ontbreekt.
Je kunt dus zeggen dat de relatie van Inni met de beide Taadsen er één is van aantrekken en afstoten. Zo deelt Inni met vader en zoon bijvoorbeeld ook een grote ontvankelijkheid voor rituelen, maar hij gaat daarin minder ver dan zij. Hij weigert van zijn leven een strak georganiseerde reeks rituelen te maken zo als Arnold Taads die er een kloosterachtige dagindeling op na houdt of als Philip Taads de zin van het leven in één ritueel te zien, de Japanse theeceremonie.
Uit het bovenstaande krijgt u wellicht de indruk dat "Rituelen" een zeer saai boek is waarvan je gezichtsspieren alleen maar grimmiger kunnen worden, maar dat is niet zo. Het relativeringsvermogen van Inni staat er borg voor dat niet alleen hijzelf, maar ook de lezer tussen alle grimmigheid door voldoende lucht krijgt. In de tekening van veel figuren zit een weldadige ironie, de scène van Inni's besnijdenis is zelfs uitgesproken kluchtig (compleet met een professor Priwytzkofski-achtige chirurg), en de meest humoristische zin van het boek komt zowaar uit de mond van Arnold Taads, als deze een discussie over het geloof met Monseigneur Terruwe afkapt met de woorden: "Ik ga mijn ongedoopte hond uitlaten".
Wat mij ook weldadig aandeed was dat er in dit land blijkbaar nog schrijvers zijn die géén gereformeerde jeugd gehad hebben (ja waarachtig), maar bijvoorbeeld een katholieke. De beschrijving van Inni's vooraanstaande katholieke Tilburgse familie is voor Nederlandse begrippen uniek. Je moet tot ver voor de oorlog teruggaan om een soortgelijk milieu in een Nederlandse roman beschreven te zien. Eén van de manieren om te ontdekken hoe knap deze roman in elkaar zit, is eens te letten op het gedoseerde, maar zeer trefzekere en soms ondeugende gebruik van katholieke symbolen.
Bronnen:
Ik heb verschillende bronnen gebruikt zoals: literom, mappen in de mediatheek, boeken over literaire werken in de mediatheek en het internet ( voor samenvattingen en overzichten van het boek).
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.