ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

12 oktober 2008

Taal:

Woorden:

5.650

Bekeken:

4668 keer (32 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (17 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Inleiding
Ik heb het boek ‘De kleine blonde dood’ gelezen, de 23e geautoriseerde uitgave. Ik heb dit boek gekozen, omdat ik al een keer de film had gezien en toen zag ik in de lijst dat ik dit boek mocht lezen en die heb ik ook gelijk genomen. Dit boek pakte mij erg, omdat boeken over geschiedenis mij aanspreken. Door dit boek weet ik nu hoe lang de oorlog in iemands hoofd kan blijven zitten. Welke gevolgen dat kan hebben voor mensen in de naaste omgeving. Voor in het boek staan allemaal uitspraken van bekende personen over het thema van het boek.

Samenvatting
In dit boek wisselen twee verschillende verhalen zich steeds af. Het eerste verhaal gaat over Boudewijn en zijn vader Rainer Büch. Het tweede verhaal gaat over Micky, het zoontje van Boudewijn en Mieke.

De 7-jarige Boudewijn woont bij zijn ouders samen met vijf broers (die zijn op dat moment nog niet allemaal geboren) in Wassenaar. Boudewijn gaat op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen. Ze zullen ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag absoluut niet van zijn vader. Rainer Büch is namelijk van joodse afkomst en is voor de Tweede wereldoorlog uit Duitsland naar Nederland gevlucht, om tegen Duitsland te vechten, bij de luchtmacht. Hij heeft hiervoor verscheidene onderscheidingen gekregen. Hij is door de oorlog fel anti-Duits geworden en heeft een trauma aan de oorlog overgehouden.
Als ze eenmaal bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Als Boudewijn opeens een mooie vlinder ziet vliegen holt hij erachter aan om hem te vangen voor zijn vader, die vele vlinders verzamelt. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij in Duitsland verdwaald te zijn. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas.
Eenmaal thuis gekomen toonde hij met trots de vlinder aan zijn vader. Zijn vader vond hem prachtig, maar toen Boudewijn vertelde over zijn avontuur in Duitsland begon zijn vader hem te slaan en hij maakte de vlinder kapot.
Vader was nooit echt aardig voor Boudewijn en zijn moeder. Hij mishandelde zijn vrouw of zijn kinderen als die het over de oorlog of over Duitsland hadden.
Boudewijn heeft aan de ene kant enorme bewondering voor zijn vader (vlinders verzamelen, banden plakken, wandelen en praten) maar snapt aan de andere kant zijn gewelddadigheden niet.
Als de vader een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als vadert weer teruggekeerd is van zijn reis merkt hij op dat er iemand in zijn geheime kastje is geweest. Na wederom een woedeaanval is het huis te klein.
Vader heeft besloten dat hij helemaal geen feestdagen meer wil vieren. De reden hiervoor wordt niet gegeven.
Vader en moeder hadden besloten dat Boudewijn voor een lange tijd naar een inrichting in Brabant moest, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven" (p.81). Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar praktisch niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis.
Als hij weer thuis is bleken de buikpijnen waar hij al twee jaar aan leed een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn, inmiddels een buikvliesontsteking.
Hij raakt in de ambulance die onderweg was naar het ziekenhuis in een coma. Een paar weken later toen hij wakker werd kreeg hij van zijn vader mooie cadeaus, waaronder een grote stapel boeken. Na een jaar mocht hij het ziekenhuis uit en werd hij met open armen ontvangen op zijn lagere school.

Er wordt de kinderen verteld over hun Onkel Jobab, die in de Tweede Wereldoorlog is mishandeld en daardoor 'gek in zijn hoofd' is geworden. Hij komt een weekendje langs bij de familie.
Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. De dood van zijn vader greep hem erg aan, ondanks dat zijn vader nooit echt aardig voor hem was. Twee weken na dit overlijden krijgt hij een brief van twintig velletjes van zijn vader. Deze brief vind Boudewijn het ergste van alles wat zijn vader hem had aangedaan. Later krijgt hij te horen dat de brief geschreven is vlak voor zijn zelfmoord. Boudewijn kon het allemaal niet meer aanzien en verbrandde de brief.
Voordat zijn vader was gestorven is hij nog een keer naar hem toegeweest. Zijn vader woont met een 18-jarige Deense vrouw, Astrid Nisgren. Hij mag haar as noemen. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is, een vrouw in verwachting heeft gemaakt, hasj gebruikt en een agent heeft getrapt. Het wordt een emotioneel gesprek en zijn vader en diens (vijfde) vrouw worden woedend op hem.

Het tweede verhaal gaat over Micky. Micky is het zoontje van Boudewijn en Mieke, de voormalig Engelse lerares van Boudewijn, die 14 jaar ouder is. Boudewijn was totaal nog niet toe aan een kind, maar als hij bemerkt dat Mieke aan de drank is neemt hij een deel van de verzorging op hem. Boudewijn en Micky wonen een jaar samen met Fleurette, een jongensachtige vouw die een dochter heeft. Nadat Fleurette en haar dochter het huis hebben verlaten, menen Boudewijns’ vrienden dat hij mee moet gaan naar Parijs, wat al eerder geregeld was. Hij vertrouwt Micky toe aan Gerda, de beste vriendin van Mieke, met de voorwaarde hem niet aan Mieke te geven. Bij zijn terugkomst blijkt Gerda hem wel aan Mieke te hebben meegegeven, omdat het kerstmis was. Ze vertelt hem dat hij bij haar van de trap gevallen is. Hij ligt in het ziekenhuis in coma. Boudewijn gaat eerst bij Mieke langs, vervolgens richting ziekenhuis. Daar wacht hem een veel grotere schok, de val van de trap bleek een secundair trauma, Micky leed aan een hersengezwel dat “geknapt” is en is klinisch dood. Na twintig dagen geeft Boudewijn toestemming de machines stop te zetten en overlijdt Micky. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Hier heeft Boudewijn bewust voor gekozen. Om zichzelf te straffen, wil hij dat er geen enkel spoor van hem blijft bestaan. Hij is de enige op de crematie, waar hun lievelingsnummer van de Stones: “Out of time” wordt gedraaid.
Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een opendag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn een boze brief van de directeur. Nu overvalt hem een groot verdriet, Micky’s micrografie is mislukt. Als hij iemand op het station hoort zeggen: ”rouw verjaart niet”, weet hij dat hij het verhaal kan schrijven.
In het laatste hoofdstuk vertelt Boudewijn dat enkele herinneringen niet groter zijn dan een postzegel die hij koestert. Ze gaan over fijne momenten met zijn vader Rainer en zijn zoontje Micky. Opvallend zijn de parallellen, zoals bijvoorbeeld het kapotje op het strand.

Mening van de samenvatting
Ik vind de samenvatting zelf wel goed, maar omdat er veel spellingsfouten in de tekst staan, vind ik het minder goed, (bijvoorbeeld: er staat vadert, maar dat moet vader zijn, dit staat onderaan op pagina 1 van de samenvatting), die spellingsfouten zijn mij zelfs opgevallen. Ik heb ze expres niet verbeterd, zodat u ook kan zien welke fouten er in staan. De inhoud vind ik wel goed. De samenvatting geeft de sfeer van het boek voor mij goed weer. In de samenvatting wordt wel goed beschrven hoe Micky is overleden. Er staat goed in beschreven hoe de twee verhalen verlopen: het verhaal van Boudewijn in zijn jeugd en Boudewijn als vader van Micky. Er staat niet in de samenvatting dat de verhalen om de paar hoofdstukken wisselen, dus het ene hoofdstuk Boudewijn als kind en het volgende hoofdstuk Boudewijn als vader. In de samenvatting van het boek staat niet goed beschreven hoe gek de vader van Boudewijn eigenlijk wel is. De samenvatting heb ik niet gebruikt bij het maken van het boekverslag.

Inhoudelijke bespreking

Tijd

Chronologisch/ niet–chronologisch
Het boek bestaat uit twee verhaallijnen, die om de paar hoofdstukken wisselen. Het ene verhaal gaat over Boudewijn en zijn vader en de andere van Boudewijn en zijn zoontje. Beide verhalen worden verteld als herinneringen van Boudewijn. De herinneringen lopen niet chronologisch. In willekeurige volgorde worden stukjes uit het leven van Boudewijn verteld. Dit is goed te zien aan de terug – en vooruitwijzingen die in het boek voorkomen.

Terug - /vooruitwijzingen
Citaat 1: Als ik langs Artis fiets moet ik aan hem denken. (blz. 21)

Als Boudewijn nu langs Artis fietst, moet hij nog steeds denken aan dat hij met Micky naar Artis is geweest.

Citaat 2: Bij de halteplaats Voorschoten/Aerdenhout moest ik denken aan dat huis aan de Voorschotense Voorstraat waar ik voor het eerst met een jongen een bed deelde en, uiteraard, aan mijn woonplaats Wassenaar. (blz. 22)

Hier denkt hij bijvoorbeeld weer aan de eerste keer dat hij met een jongen in bed lag, dus een terugwijzing.

Citaat 3: ‘Ik heb veel vlaggen zien wapperen. Heel veel en dat waren allemaal
vlaggen waaronder vreselijke dingen zijn gebeurd.’ (blz. 33)

Dit is een terugblik in de wereldgeschiedenis hoe Vati er over dacht.

Citaat 4: Een paar jaar na Micky’s dood stapte ik voor het eerst rond in het Stille-Zuidzeegebied. Ik moest-alweer-vaak aan hem denken. Hoe zou hij dat gevonden hebben? Ik zag vreemdsoortige dieren en mensen waarvan ik dacht: dit is toch hoogst eigenaardig! (blz. 25)

Hier denkt Boudewijn aan de dood van Micky en hoe Micky was, maar de dood van Micky is dan nog niet in het boek beschreven. Dit is dus een vooruitwijzing.

Citaat 5: ‘Later vertel ik je daar nog wel eens meer over.’‘Dat zegt u altijd. Wat is er dan gebeurd?’ (blz. 33)

Dit is één van de vele vragen die Boudewijn aan Vati stelde.

Citaat 6: Hij fietste binnendoor naar Den Haag. Het was vroeg. (blz.33)

Dit is een vooruitwijzing naar wat er later die dag gebeurt.

Tijdsverdichting
Het boek zit vol belangrijke herinneringen van Boudewijn. Sommige stukken uit het leven van Boudewijn worden uitgebreid beschreven en andere delen van het leven helemaal niet, bijvoorbeeld wordt er in het boek niets over de puberteit verteld. In het boek gaat het van basisschool kind naar vader van Micky. Zullen er in de puberteit dan geen belangrijke dingen gebeurd zijn, waar Boudewijn een belangrijke herinnering aan heeft. Een paar citaten van tijdverdichting zijn:

Citaat 1: ik kust Fleurette, nam Micky op de arm en sjouwde hem door vijf straten en een portiektrap op naar huis.

Mieke lag op de bank.(blz.29)

Tussen deze twee regels begint een nieuwe alinea. Er wordt niet verteld hoe ze in de kamer zijn gekomen.

Citaat 2: ‘Kam je haar netjes. Doe er anders wat vet in.’

Hij fietste binnendoor naar Den Haag.(blz.33)

Er wordt niet verteld of er vet in zit, dat ze de fiets hebben gepakt.

Citaat 3: in de ziekenauto die mij naar Den Haag bracht, raakte ik in coma. Een paar weken later ontwaakte ik. (blz.84)

De tijd dat Boudewijn in coma ligt wordt niet verteld.

Uitstel en vertraging
Sommige herinneringen worden uitgebreid beschreven. Zoals volgend citaat:

Citaat 1: Steeds verder vloog de vlinder. Dan zat hij weer even stil op een takje, dan weer fladderde hij omhoog. Ik hoorde de jongens niet meer; de meester was mij vergeten en ik hem. Uiteraard maakte ik slechts een kleine kans om het beestje te vangen zonder vlindernet. Op het open veld zou ik helemaal geen kans maken. In lage bosjes zou het heel misschien lukken. Daar verdwaalde ik. Ik lette negers op, behalve op de zwartbruine fladderaar die ik plotseling tussen mijn handen hield. (blz. 16/17)

Dit stukje wordt in erge vertraging verteld.

Een andere herinnering die met veel vertraging wordt verteld is:

Citaat 2: Het was 16 of 17 december. (blz. 48)

Op de bladzijden hierna wordt er steeds over 16 en 17 december gepraat. In dit hoofdstuk wordt verteld dat Vati niet wil dat Kerst wordt gevierd.

Citaat 3: Daarna. Aftermath. Jarenland heb ik er niet over willen nadenken wat ik voelde toen hij naar beneden was gegaan. Tot ik een Open Dag van een crematorium bezocht en het mij haarfijn liet ‘uitleggen’. (blz. 178)

Dit is weer een voorbeeld van vertraging. In het boek wordt er nog veel verteld over de Open Dag. Dit is belangrijk in het boek, omdat het over het verwerken van de dood gaat.

Vertelde tijd
De vertelde tijd is ongeveer 20 jaar. Het verhaal begint als Boudewijn als kleuter van zeven op schoolreisje gaat en het boek eindigt als Micky, het zoontje van Boudewijn, is gestorven aan een hersentumor. Boudewijn is vader geworden toen hij ongeveer 20 was. Micky was, toen hij overleed, ongeveer 5 jaar.

Verteltijd
De verteltijd van het boek is beschreven in 214 bladzijde verdeeld over 21 hoofdstukken.

Ruimte

Ruimte
Boudewijn is geboren na de Tweede Wereld Oorlog. Wat hij heeft meegemaakt in zijn jeugd wordt in het boek duidelijk beschreven. Het boek is geschreven in de sfeer van de jaren ’50. De plaatsen zelf waar Boudewijn opgroeit worden niet duidelijk genoemd, maar worden duidelijk door wat Boudewijn doet en beleeft. Dat kun je uit het verhaal opmaken. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

Boudewijns ouderlijk huis
Citaat 1: Tijdens het avondmaal stonden de kinderen die onder de twaalf waren aan tafel. Mijn broers die ouder waren mochten op een krukje zitten. (blz.47)

In dit stukje zie je heel goed dat Vati een dictator is.

Citaat 2: Hij tikte as in de bloempot en mijn moeder riep uit de achterkamer: ‘Doe dat nu niet, Rainer, het is zo slecht voor de planten.’ (blz. 70)

De voor- en achterkamer, dat is echt iets jaren ’50.

Duitsland
Citaat 3: Een groene jeep met twee mannen in groene pakken kwam aanrijden. Ik schrok verschrikkelijk, niet van de mannen of het voertuig maar van het nummerbord. Ik was in Duitsland. (blz. 17)

Boudewijn mag van zijn vader niet in moffenland komen, maar hij verdwaalt op een schoolreisje in Duitsland.

Den Haag
Citaat 4: De held fietste door het bos bij Duindigt en sprak zinnen. (blz. 36)

In het boek spelen veel verhalen zich af in Den Haag, want Vati is er nationalistisch. (zie ook citaat 5)

Citaat 5: Misschien honderd mensen hingen over de dranghekken op het Korte Voorhout. (blz. 36)

Huis van Mieke
Citaat 6: In de dagen en nachten dat ik bij Micky en zijn moeder was, hadden we de voorspelbare ruzies: wie hem zou halen en brengen. (blz. 150)

Boudewijn logeerde als vader van Micky wel bij Mieke. Uit die stukje zie je hoe bezorgd Boudewijn voor Micky is.

Trein/dierentuin
Citaat 7: De trein vertrok en Mieke zwaaide naar ons totdat we niet meer te zien waren. (blz. 21)

Boudewijn wil als vader met Micky leuke dingen doen en daar is dit er één van. (zie ook citaat 8)

Citaat 8: Bij de tourniquets van de dierentuin werd hij ongeduldig. (blz. 24)

Crematorium
Citaat 9: De man die leiding gaf aan het crematorium sprak met een stem van gemaakt verdriet. (blz. 176)

Aan dit onderwerp wordt een heel hoofdstuk besteed, dit heeft met de verwerking van de dood te maken.

Woonplaats van Vati/Boudewijn
Citaat 10: Op Koninginnedag was de jaarlijkse parade voor het gemeentehuis. Uiteraard liep de reservepolitie mee. Mijn broers en ik mochten dan tussen de burgemeester en mijn moeder op het bordes staan. (blz. 65)

Dit stukje geeft weer er aan hoe het in de jaren ´50 was.

De ruimte is in dit boek belangrijk voor de sfeer van het verhaal.

Handeling

Titel
De titel van het boek is: De kleine blonde dood. Micky, het blonde zoontje van Boudewijn, sterft als kleuter. De titel is volgens het boek bedacht door Mieke.

Citaat 1: ‘Soms schrik ik ’s nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood.’’De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel; ik ga naar bed, ik ben tipsy,’ lalde ze en ze waggelde naar de slaapkamer. ‘Een kleine blonde dood,’ schreef ik ’s nachts in mijn dagboek. De krekels, de maan enzovoorts. Het woord ‘een’ schrapte ik door en maakte er ‘er’ van. (blz.166/167)

Geleding
Het boek bestaat uit 2 verhaallijnen. De ene verhaallijn gaat over Boudewijn en Vati en de andere verhaallijn gaat over Boudewijn en Micky. De verhaallijnen worden afwisselend verteld, meestal per hoofdstuk.
Voorin het boek staan teksten die over hetzelfde thema gaan als het boek. Één voorbeeld hiervan is:

You’re out of touch, my baby
My poor discarded baby.

Dit stukje is geschreven door: Mick Jagger.

Thema
Je kunt meerdere thema’s uit het boek halen, zoals: verwerking van de dood, homosexualiteit, oorlogstrauma en vader–zoon relatie. Ik vind de verweking van de dood het belangrijkste thema. Het citaat van het motorisch moment is:

Citaat 1: Het zou niet meer nodig zijn. (blz. 122)

Dit citaat heeft direct met de dood van Micky te maken.

Het verwerken van de dood blijkt uit de volgende citaten:

Citaat 1: In de maand dat grootmoeder naar haar laatste gesticht werd gebracht, maakte mijn vader zich op een bizarre wijze van kant. Ik kom het maandenlang niet aan om het een gestorven gek in mijn hoofd een levende zottin te bezoeken. Toen ik bijna zover was om met de bus toe te gaan (‘’t Is en blijft familie,’zei iedereen), stierf Micky. Daarna wilde ik haar niet meer bezoeken. (blz. 44)

Citaat 2: ‘Soms schrik ik ’s nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood.’’De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel; ik ga naar bed, ik ben tipsy,’ lalde ze en ze waggelde naar de slaapkamer. ‘Een kleine blonde dood,’schreef ik ’s nachts in mijn dagboek. De krekels, de maan enzovoorts. Het woord ‘een’ schrapte ik door en maakte er ‘er’ van. (blz. 166/167)

Dit stukje heeft erg met de titel te maken.

Citaat 3: ‘Dood en pijn zijn de trefwoorden in mijn leven en dat van Onkel Jobab geweest. Het spijt mij dat ik dat aan jou heb moeten overdragen. Het is nooit bewust mijn bedoeling geweest, maar ook ik had de geschiedenis niet in de hand. Probeer die dood en die pijn echter van je af te schudden.’ (blz. 119/120)

Dit is een stukje uit de afscheidsbrief aan Boudewijn van Vati.

Citaat 4: Ik fietste van Den Haag naar Leiden en wist me geen raad. Van de dood kon ik geen leven maken. Ik werd er bijna gek van. (blz. 129)

Bij dit citaat is Micky net overleden.

Motieven
Mijn motieven zijn: oorlogstrauma, homosexualiteit en vader–zoon relatie.

Oorlogstrauma
Het verwerken van de oorlog is een belangrijk onderdeel van het boek, dat kun je halen uit heel veel citaten. Drie hiervan zijn:

Citaat 1: ‘Die jongens kwamen voor de vierde mei op. Die Duiters had je moeder moeten opsluiten. Die kinderen wilden er alleen maar voor zorgen dat de dodenherdenking waardig geschiedt. Die Duitsers hadden zich helemaal niet op straat mogen tonen, Aardeleven.’ (blz. 9)

In dit stukje maakt Vati zich kwaad over de Duitsers. Hij komt op voor de Nederlandse jongetjes.

Citaat 2: Spanning in huis, mijn vader die huilend en driftig wegfietste en zei dat hij nooit meer terug zou komen; mijn moeder die voor het raam stond, zich omkeerde en tegen mij en mijn broers zei: ‘Ik wou dat ze Duitsland niet hadden uitgevonden!’ (blz. 11)

In de dagen rond 4 en 5 mei werd Vati helemaal een dictator. In die tijden werd Boudewijn ziek van de spanning.

Citaat 3: ‘Ik kom nooit in het buitenland,’zei ik, ‘ik zou wel naar Frankrijk of België mogen maar Duitsland is voor ons verboden.’ ‘Waarom? Omdat je vader gek is?’ sarde Pieter. (blz. 14)

Voor Boudewijn was het door Vati verboden om in het Duitse land te komen.

Homosexualiteit
Boudewijn had een vriendin die van hem zwanger was, dat was Mieke. Hij had ook nog een andere vriendin, maar daar wordt niet veel over verteld in het boek. Voor de naaste omgeving van Boudewijn was de homosexualiteit een probleem. Enkele citaten zijn:

Citaat 1: Bij de halteplaats Voorschoten/Aerdenhout moest ik denken aan dat huis aan de Voorschotense Voorstraat waar ik voor het eerst met een jongen een bed deelde en, uiteraard, aan mijn woonplaats Wassenaar. (blz. 22)

Dit citaat geeft een aanwijzing over het motief homosexualiteit.

Citaat 2: ofschoon ik Mieke al minstens twee jaar verzekerde dat ik niet in meisjes geïnteresseerd was, onderhield ik onderwijl een hartstochtelijke relatie met Fleurette. (blz. 27)

In dit zin komt de andere vriendin aan de orde.

Citaat 3: ‘met een knul naar bed geweest? Je bent dus gewoon een vuile homofiel! ’’Ja’ antwoordde ik dan ’en ik heb je ook nooit wat anders verteld.’ (blz. 27)

Dit stukje heeft te maken met het niet accepteren van de homosexualiteit van de naaste omgeving van Boudewijn.

Vader-zoon relatie
De relatie van Boudewijn met zijn vader en Boudewijn met Micky lijken erg op elkaar.

Citaat 1: Ik probeerde hem uit te leggen wat dichters en gedichten waren. Hij vroeg of ik een dichter was. Ik antwoordde: ‘Nog niet.’ Micky’s fijnbesneden gezichtje kon op fysieke wijze luisteren. Hij ging op het randje van de groene tweedeklasbank zitten en deed zijn mond een beetje open. (blz. 23)

Citaat 2: ‘ik ben meer je vriend. Zou je bij mij willen komen wonen?’’Wat is officieel?’’Dat is, dat is… zoiets als mij meneer noemen. Dat doe je toch ook niet?’ ‘Waarom moet ik bij jou komen wonen. Heeft mama genoeg van mij?’ (blz. 167)

Citaat 3: ‘Weet je. Mick, mijn vader wist alles. Ik ben inderdaad stom. Mijn eigen vader wist alles van planten, bloemen, beesten en sterren. Ik kon hem alles vragen.’ (blz. 172)

Een paar voorbeelden waaruit blijkt dat de relaties erg op elkaar lijken zijn: Boudewijn en zijn vader zijn allebei gek van op vlinders. Micky stelt de meest gekke vragen aan zijn vader en Boudewijn vroeg zelf ook heel veel aan zijn vader.

Verhaallijnen
Het boek heeft twee verhaallijnen, Boudewijn als zoon van Vati en Boudewijn als vader van Micky. Het boek is in de verleden tijd geschreven. Het zijn allemaal herinneringen van Boudewijn.
Motorisch moment:

Citaat 1: Het zou niet meer nodig zijn. (blz. 122)

Ik vind dit stukje het motorisch moment, omdat deze alinia helemaal gaat over de dood van Micky; Boudewijn komt erachter na een vakantie in Parijs dat Micky hersendood in het ziekenhuis ligt. Micky had een gezwel in zijn hersenen.

Einde
Het boek De kleine blonde dood heeft een open einde, want na de dood van Micky en Vati, weet je niet hoe het verder gaat met Boudewijns leven.

Personen

Hoofdpersoon:
Boudewijn
Boudewijn is voor mij de hoofdpersoon. Je komt veel te weten over Boudewijn, bijvoorbeeld hij heeft een vader met een oorlogstrauma en hoe het is om zo’n vader te hebben. Dit beschrijft Boudewijn in de volgende citaten:

Citaat 1: Het was mijn schoolreisje. Eerdere had ik niet kunnen meemaken. Meestal was ik ziek in mei of zo ‘nerveus’ dat ik thuis moest blijven. (blz. 10/11)

Citaat 2: ‘Ik kom nooit in het buitenland,’zei ik, ‘ik zou wel naar Frankrijk of België mogen maar Duitsland is voor ons verboden.’ ‘Waarom? Omdat je vader gek is?’ sarde Pieter. (blz. 14)

Citaat 3: ‘Is die gek jouw vader?’ vroeg een mevrouw die naast mij stond. ‘Nee, mevrouw, ik ken die man niet,’ antwoordde ik. (blz. 37)

In dit stukje wordt verteld hoe Boudewijn met de dood omgaat in zijn naaste omgeving.

Citaat 4: Ik kon het maandenlang niet aan om het een gestorven gek in mijn hoofd een levende zottin te bezoeken. Toen ik bijna zover was om met de bus naar haar toe te gaan (‘’t Is en blijft familie,’zei iedereen), stierf Micky. Daarna wilde ik haar niet meer bezoeken. (blz. 44)

Ook is Boudewijn homosexueel, hij heeft wel vriendinnen en ook heeft hij een kind, hoe hij dat vindt blijkt uit de volgende citaten:

Citaat 5: ‘Dat is waar,’ beet ik haar toe,’en zolang jij blijft spreken over ”dat kind” zet ik hier geen poot meer over de drempel.’ Ik gooide de lepels en vorken op het aanrecht, trok in de gang mijn jas aan en fietste naar Leiden, om gedurende drie jaar mijn moeder niet meer te bezoeken. (blz. 41/42)

Citaat 6: ik weet het niet. Zijn moeder bracht ons naar het station. Hij was duidelijk teleurgesteld toen hij de trein zag. ‘Het is gewoon een grote tram, Boudewijn.’ Ik kuste zijn moeder vaag op de wang, vlak bij het oor. Onze relatie bestond al jaren uit slechts één component: dat we samen een kind hadden. (blz. 21)

Citaat 7, 8 en 9 slaan op hoe hij als vader is voor Micky:

Citaat 7: Ik probeerde hem uit te leggen wat dichters en gedichten waren. Hij vroeg of ik een dichter was. Ik antwoordde: ‘Nog niet.’ Micky’s fijnbesneden gezichtje kon op fysieke wijze luisteren. Hij ging op het randje van de groene tweedeklasbank zitten en deed zijn mond een beetje open. (blz. 23)

Citaat 8: Ik kon haar opmerking niet verdragen en schold haar uit: ‘Wie heeft zich hier met rotzooi volgestopt, trut! Je bent nou alweer lam! Ga godverdomme naar je nest. Voor Micky maak ik wel een teil water in de douche. Kankerwijf.’ (blz. 29)

Citaat 9: ‘je ruikt nog een beetje naar kots,’zei ik. ‘geef Beer eens aan,’ vroeg hij, zijn gezicht rozig. Hij kreeg een kus, ik deed de deur dicht en keek even in de grote slaapkamer. (blz. 30)

Boudewijn wordt als kind ‘gek’ van zijn vader, zie:
Citaat 10: Gedurende bijna een jaar verbleef ik in een gekkenhuis in Brabant. Niet omdat ik gek was maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven. Als mijn vader met een stoel of kachelpook mijn moeder te lijf ging, ging ik schreeuwen. Vanwege dat eigenaardige gedrag werd ik eerst naar een kinderpsychiater gebracht, daarna naar de huisarts en uiteindelijk naar de schoolarts. (blz. 81)
Toch geeft Boudewijn veel om zijn vader, Boudewijn beschrijft veel (ook mooie) herinneringen aan Vati in het boek.

Belangrijke bijpersonen:
Rainer, Vati, vader van Boudewijn:
Het is een moeilijke man, dat komt door zijn oorlogstrauma. Het is een joodse man. Je komt al in de eerste hoofdstukken te weten dat Boudewijns vader een dictator is. De volgende citaten zeggen iets over Vati:
Citaat 1: ‘Die jongens kwamen voor de vierde mei op. Die Duiters had je moeder moeten opsluiten. Die kinderen wilden er alleen maar voor zorgen dat de dodenherdenking waardig geschiedt. Die Duitsers hadden zich helemaal niet op straat mogen tonen.’ (blz. 9)

Citaat 2: ‘Wat hoor ik daar?’ Sprak mijn vader kwaad. ‘Een tientje? Is je moeder helemaal gek geworden! Geef onmiddellijk dat geld.’ (blz. 9)

Citaat 3: De meimaand was bij thuis zoiets als een verduistering. Mijn vader dronk, lag op bed of maakte vreselijke ruzies met mijn moeder. De huisarts kwam vaak langs. Dit begon dikwijls al eind april en het duurde niet zelden tot begin juni. (blz. 11)

Citaat 4: ‘Ik kom nooit in het buitenland,’zei ik, ‘ik zou wel naar Frankrijk of België mogen maar Duitsland is voor ons verboden.’ ‘Waarom? Omdat je vader gek is?’ sarde Pieter. (blz. 14)

Citaat 5: Hij stond op en begon mij te slaan. Hij sloeg maar door. ‘Hij is in Duitsland geweest, hij is in dat verdomde Duitsland geweest! Je bent mijn kind niet meer! Ik wil geen Duitse vlinders. Je gaat naar een tehuis. Hoor je dat, moeder, hij is in Duitsland geweest!’ (blz. 20)

Micky, zoontje van Boudewijn:
Micky is het blonde zoontje die als kleuter van 5 sterft aan een gezwel in zijn hersenen. Je komt te weten dat Micky een leergierige vrolijke jongen is. Boudewijn en Mieke hebben Micky vernoemd naar Mick Jagger, de zanger van de Stones waar Boudewijn helemaal gek van was. Enkele karaktertrekken van Micky zie je in de volgende citaten:

Citaat 1: ‘Wat zijn bacteriën? ’Dat zijn heel kleine diertjes waar je ziek van wordt.‘ ‘Hebben ze die ook in die dierentuin?’ ‘Ja en nee. Maar dat is een moeilijk verhaal.’ (blz. 22)

Citaat 2: Ik probeerde hem uit te leggen wat dichters en gedichten waren. Hij vroeg of ik een dichter was. Ik antwoordde: ‘Nog niet.’ Micky’s fijnbesneden gezichtje kon op fysieke wijze luisteren. Hij ging op het randje van de groene tweedeklasbank zitten en deed zijn mond een beetje open. (blz. 23)

Citaat 3: Micky is de diergaarde: hij vroeg veel en mijn antwoorden werden voor hem weer vragen. (blz. 25)

Citaat 4: Hij stond op. ‘Ik ook een papa willen hebben. Mama zegt dat jij dat bent. (blz. 173)
Citaat 5: ‘Mag ik écht zoveel frites eten als in wil? Mag ik morgen – écht waar? – zo laat naar bed als ik wil? Even laat als jullie?’ (blz. 153)

Moeder van Boudewijn:
Van de moeder van Boudewijn kom je eigenlijk alleen te weten dat het een bezorgde moeder is. Zie de volgende citaten:

Citaat 1: Op het schoolplein stonden alle moeders te wachten. Ook de mijne. Ze vroeg of het fijn was geweest, gaf me een hand en we liepen samen naar huis. (blz. 18)

Citaat 2: Toen ik van Duitsland vertelde, schrok ze. ‘Vertel in godsnaam je vader daar niets over. Als hij dat hoort, is het huis te klein.’ (blz. 18/19)

Citaat 3: Ze was al de keuken uit gerend en probeerde hem te bedaren. Ze pakte zijn armen en smeekte hem rustig te worden. (blz. 20)

Citaat 4: mijn moeder vond het vreselijk. Ze vroeg hem:’ Waarom draag je toch die zotte kleren? Een net pak is toch veel plechtiger?’ (blz. 32)

Citaat 5: ‘rustig maar,’zei mijn moeder,’we kopen wel een nieuw stoeltje , dat zal ons de kop niet kosten.’ (blz. 39)

Later gaat ze scheiden van Rainer. Dit wordt niet beschreven in het boek. Ook kan ze maar moeilijke accepteren dat Boudewijn homosexueel is. Haar naam kom je niet te weten.

Mieke, vriendin van Boudewijn, moeder van Micky:
Mieke is de moeder van Micky. Ze is een tijdje de vriendin van Boudewijn geweest, maar de relatie liep stuk. Ik denk dat drank daarvan de oorzaak was. Mieke en drank en de gevolgen daarvan worden in het boek beschreven:

Citaat 1: Mieke lag op de bank, een halflege fles sherry stond op de grond; de naald van de pick-up draaide doelloos rondjes in de laatste groef. Ik zette de fles op tafel en legde de arm van de pick-up terug. (blz. 29)

Mieke is een stuk ouder (15 jaar) dan Boudewijn:
Citaat 2: ‘Sorry. Wat ik je wil vertellen: je kent Mieke. Je hebt wel eens met haar gesproken op een ouderavond. Het is een aardig mens. Abortus wil ze niet, dus wordt het de komende jaren een beetje rommelen. (blz.41)

Citaat 3: ‘Is dat mens niet vijftien jaar ouder dan jij? En dan een kind van jou! ’’Veertien.’ (blz. 41)
De herinnerigen van Boudewijn aan Mieke zijn niet zo positief:

Citaat 4: ik kon moeilijk een ondergekotst kind bij Mieke afleveren. Zij zou al haar vooroordelen bevestigd zijn: dat ik Micky had overvoerd, dat ik hem in de nichtenbar had volgegoten met drank, dat ik hem langs mijn vrienden had gesleurd om indruk te maken enzovoorts. (blz. 27)

Citaat 5: ‘Wat heb je met die jongen gedaan? Zeker weer volgestopt met allerlei rotzooi.’ (blz. 29)

Perspectief

Ik – verteller:
De kleine blonde dood is geschreven vanuit de ik–persoon:

Citaat 1: Ik wilde dat mijn vader dat mijn vader ook naar huis zou gaan. Het leek mij leuker om onder mijn klasgenoten te zijn en te praten over de dag die wij tegemoet gingen. (blz. 10)

Citaat 2: ‘Ik kom nooit in het buitenland,’zei ik, ‘ik zou wel naar Frankrijk of België mogen maar Duitsland is voor ons verboden.’ ‘Waarom? Omdat je vader gek is?’ sarde Pieter. (blz. 14)

Citaat 3: ‘Boudewijn, Boudewijn,’ hoorde ik Micky zachtjes roepen uit zijn kamer. (blz. 30)

Citaat 4: ‘Een kleine blonde dood,’ schreef ik ’s nachts in mijn dagboek. (blz. 167)

Citaat 5: ‘je moet niks, Mick. Maar papa vind ik zo officieel. Ik ben meer je vriend.’ (blz.167)

Omdat het vanuit Boudewijn is geschreven, leef je erg mee met het leven van hem tot nu toe. Je leest zijn belangrijke herinneringen, daardoor kom je te weten hoe hij is. Waarschijnlijk is het boek auto–biografisch, Boudewijn Büch beleeft zijn eigen herinneringen.

Bronvermelding
www.google.nl
www.scholieren.nl
www.wikipedia.nl
de film: De kleine blonde dood
het boek: De kleine blonde dood
de handleiding van de boekbespreking die ik van Mevr. Mönnink heb gekregen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.