Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Geschreven door:

anoniem [meer]

Datum ingestuurd:

12 september 2006

Niveau:

5 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1163

Opvragingen:

257 (3 deze maand)

Waardering:

5.0/5 (1 stem)


iets winnen?
We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!

1. Antoine de Saint-Exupéry
Le Petit Prince
Voor het eerst verschenen in Frankrijk in 1943
Eerste Nederlandse druk kwam uit in 1951
Het boek heeft 88 bladzijden
Ik heb het boek uitgelezen op 3 mei 2006

2. a. Ik vind dit werk…


  • niet spannend

  • niet meeslepend

  • een beetje ontroerend

  • een beetje grappig

  • niet realistisch

  • erg fantasierijk

  • een beetje interessant

  • erg origineel

  • een beetje goed te begrijpen


b. Dit werk heeft me niet aan het denken gezet.
c. Ik heb weinig aan dit werk gehad.
d. Dit werk spreekt me wel aan, omdat ik het een aandoenlijk verhaal vindt, maar ook niet meer dan dat.

3. a. De auteur was acht dagen in de woestijn.
b. Hij vertelt pas over zijn woestijnavontuur na zes jaar.

4. Hij vindt dat volwassenen te logisch nadenken en geen fantasie meer hebben. In zijn boa constrictor met een olifant in zijn buik ziet iedereen de voor de hand liggende hoed. Als ze een beetje fantasie zouden gebruiken, zouden ze vast iets heel anders zien.

5. 1. Als hij de auteur vraagt een schaap voor hem te tekenen. Het is een heel eenvoudige vraag, maar zoals hij in hoofdstuk 4 al zegt is hij blijkbaar ouder en volwassen geworden. Daarom kost het hem ook meerdere pogingen voor hij tot een resultaat komt, dat het prinsje tevreden stelt.
2. De passage over de roos in hoofdstuk 8 zou ook goed over volwassenen kunnen gaan. Ze probeert zo hard belangrijk en mooi over te komen dat ze haar doel eigenlijk volledig voorbijstreeft. Heel herkenbaar. Volwassenen (en jongeren) hebben dat ook vaak.

6. Het was ‘misgegaan’ in zijn relatie met de roos, en dus ging hij andere planeten verkennen. Hij bedacht dat bloemen zichzelf altijd tegenspraken, maar dat hij gewoon nog te jong was om van haar te kunnen houden. Zijn bloem nam hem niets kwalijk en bood haar excuses aan voor hij wegging. Ze vond dat hij moest proberen gelukkig te worden.

7. Op zijn reis is het prinsje bovenal op zoek naar vrienden.

8. a. Hij ontmoette op Asteron 325 een koning. Deze koning regeerde over alles, maar hij had geen onderdanen, die op zijn planeet woonden. Daarom regeerde hij over de sterren en de andere. Hij beval de sterren te glinsteren, iets dat ze toch al zouden doen. Hij vond het onredelijk om zijn ‘onderdanen’ te vragen iets te doen, wat ze niet zouden kunnen, en deed dat dus ook niet. Je moet van niemand meer eisen dan wat hij kan.
b. Op Asteron 326 ontmoette de kleine prins een ijdeltuit. Die dacht dat iedereen zijn bewonderaar was en het enige dat hij wilde in het leven was bewonderd worden.
c. Op Asteron 327 maakte hij kennis met een dronkaard. Deze dronkaard schaamde zich, omdat hij dronk. Daarom dronk hij vervolgens nog meer, om te vergeten dat hij zich schaamde.
d. Op Asteron 328 woonde een zakenman. Deze zakenman was zeer ernstig, en was altijd bezig de sterren te tellen. Hier had hij niets aan, behalve dat hij ze bezat. Dan was hij rijk genoeg om nieuwe sterren te kopen als iemand ze ontdekte, en dat was genoeg voor hem.
e. Asteron 329 was heel bijzonder. Het was een heel klein planeetje met één enkele lantaarnpaal erop. Daarnaast stond een lantaarnontsteker. Iedere minuut ontstak hij de lantaarn en doofde hij hem weer. Hierdoor had hij nooit tijd om te slapen. Vroeger had hij dat wel gehad, maar intussen was de planeet zo gekrompen dat de zon iedere minuut opkwam en onderging. Daarom was hij constant aan het werk.
f. De zesde planeet, die hij aandeed, was Asteron 330. Hier woonde een oude meneer, die geograaf was. Deze geograaf schreef hele dikke boeken over alle bergen, zeeën, planeten, woestijnen en steden. Al zijn kennis kwam van passerende ontdekkingsreizigers, want zelf was hij zo druk bezig met schrijven, dat hij geen tijd had om zelf te reizen. Hij liet wel eens een onderzoek instellen naar het goede gedrag van ontdekkingsreizigers, om te kijken of ze betrouwbaar waren. Daarna kon men de ontdekkingsreiziger vragen om bewijzen, want men had natuurlijk geen tijd om zelf te gaan kijken.
g. Als laatste deed het prinsje de aarde aan. Hier ontmoette hij de slang, de rozentuin, de vos en de auteur. Hij temde de vos, en kreeg zo de vriend waar hij naar op zoek was gegaan.

9. Behalve de man met de straatlantaarn, denken ze allemaal veel te veel aan zichzelf. Ze doen niets voor anderen. De man met de straatlantaarn doet in ieder geval nog iets voor het algemeen belang, en nog iets nuttigs bovendien. De rest voelt zich veel te belangrijk.

10. Op aarde ontmoet het kleine prinsje een wisselwachter en een koopman.

11. Op aarde ontmoet het kleine prinsje de slang en de vos.

12. De vos vindt dat er pas een bijzondere relatie ontstaat als je met je hart kijkt, in plaats van met je ogen. Dan zie je het wezenlijke namelijk pas.

13. Hij weet dat hij weer terug moet naar zijn eigen planeetje. Om daar te komen moet hij zijn lichaam achterlaten. Dat kan pas als de slang hem bijt, en daar is hij een beetje bang voor

14. De auteur had wel een muilkorf getekend voor het schaap, maar was vergeten er een leren riempje aan te tekenen, om de muilkorf vast te maken. Schapen eten alles, dus misschien ook wel de roos van het kleine prinsje, ondanks haar doorns.

15. Dat wat je ziet is eigenlijk maar een omhulsel. Het belangrijkste is onzichtbaar, maar wel zichtbaar als je met je hart kijkt in plaats van je ogen.
Ce que je vois là n’est qu’une écorce. Le plus important est invisible. (blz. 83)
Mais les yeux sont aveugles. Il faut chercher avec le cœur. (blz. 87)

16. « Si j’ordonnais, disait-il couramment, si j’ordonnais à un gén’ral de se changer en oiseau de mer, et si le général n’obéissait pas, de ne serait pas la faute du général. Ce serait ma faute. »
Het kleine prinsje vindt de koning maar vreemd, maar ik vind hem eigenlijk wel verstandig. Je moet mensen niet vragen dingen te doen die ze niet kunnen. Eigenlijk is de koning dus heel realistisch, en dat zie je maar weinig in het boek. Het meeste wordt vanuit het kinderlijke geredeneerd.

17. Le petit prince est un petit homme avec les cheveux blondes et un manteau violet et bleu. Il a un petit sabre. Il est très curieux est il pose beaucoup de questions. Il est très fidèle aussi. Il aime sa fleur, et elle n’est pas gentile.
Je n’aime pas le petit prince. Je pense il est irritant. Il a trop de critique à des adultes. Il ne voit pas qu’ils essayent d’être bien.
Je pense le petit prince est mignon, quand il garde le silence. Comme moi...

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit

Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?