
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Kaas, Willem Elsschot
Titel van het boek: Kaas
Schrijver: Willem Elsschot
Uitgever: Querido, Amsterdam
1e druk: 1933
Typering:
Je haat kaas, de lucht doet je walgen, maar plots zit je opgescheept met een hele lading van dat vieze goedje. En je moet het verkopen bovendien. Het overkomt Frans Laarmans, klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company. De meesterlijke novelle Kaas handelt over zijn korte weinig succesvolle handelscarrière. Elsschot beschreef zijn wederwaardigheden zo’n zeventig jaar geleden. Het had net zo goed gisteren kunnen zijn.
Een stukje biografie over de schrijver:
• Willem Elsschot is een pseudoniem, in werkelijkheid is zijn naam Alfons Jozef de Ridder.
• Hij is geboren in 1882 in Antwerpen.
• Hij schreef veel gedichten.
• Had velen baantjes als loopjongen.
• Was vrij jong vader en kreeg een gezin met 6 kinderen.
• Heeft o.a. in Rotterdam en Parijs gewerkt. Hier deed hij voornamelijk schrijfwerk / correspondentie.
• Heeft het boek “Kaas” binnen 2 weken geschreven.
• Weet veel van de vroegere zakenwereld.
• Heeft literaire prijzen ontvangen.
• Draagt het boek “Kaas” op aan Jan Greshoff.
1. Analyse
• Titelverklaring:
- De titel slaat op het belangrijkste onderwerp van het boek, kaas en de handel in kaas. Het leven van Frans Laarmans wordt door kaas geheel op zijn kop gezet.
- Het boek heet natuurlijk ‘Kaas’, want het gaat bijna alleen maar over de kaas in het leven van Frans Laarmans. Dit wordt benadrukt door het feit dat aan het begin van het boekje een pagina met ‘Elementen’ staat, waarin maar liefst 26 woorden staan die met ‘kaas’ beginnen, zoals ‘Kaasmijn’ en ‘Kaaswond’.
( citaat: pagina 14, hier spelen veel belangrijke dingen af)
- Eerst verrukkelijke kaas, later afschuwelijke kaas.
• Opdracht:
Aan Jan Greshoff,
Ik luister zwijgend naar die stem
die hijgt en hees is, maar vol klem,
die in mineur zingt bij ’t verwensen
van ’t alledaagse in mensen.
Ik volg de hoeken van die mond,
een kwalijk toegegroeide wond
die alles uitdrukt, als hij lacht,
wat hij zo fel in woorden bracht.
Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden,
hij heeft een hele hoop beminden
waar hij plezier aan heeft als geen.
Toch staat Jan Greshoff heel alleen.
Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht
van d’ ene nacht tot d’ andere nacht.
Hij hoort iets en komt overeind:
Hij wacht in Brussel op zijn eind.
Vooruit Janlief, hanteer de riem,
en geef die rotzooi striem op riem!
Vaag al dat vee van uwe baan
zo lang uw hart nog mee wil gaan.
citaat: pagina 5
Opdracht: Jan Greshoff was er min of meer de aanleiding toe, dat Willem Elsschot in 1933 na tien jaar zwijgen weer begon te schrijven. Het boek Kaas is dan ook aan hem opgedragen: een ‘Opdracht aan Jan Greshoff’ in vorm van een gedicht opent het boek.
Bron: Literama; K.J. v.d. Kerk & H.A. Poolland
2. Tijd
Ik vind het zelf moeilijk om de tijd te bepalen, hierbij heb ik dus op internet gezocht en gekeken. Na het doorlezen herkende ik de dingen uit het verhaal.
Het verhaal speelt zich af in het begin van de 20e eeuw, in 1933, wanneer dit verhaal ook geschreven is. Alle dingen die gebeuren spelen zich af in een tijd van ongeveer 3 maanden. Het begint met de dood van Frans’ moeder in januari. Frans neemt ziekteverlof voor een periode van 3 maanden en dat blijkt niet voldoende te zijn geweest als hij weer aan het werk gaat (april). Het verhaal wordt verteld over 90 pagina’s.
Er wordt ook een datum genoemd, namelijk februari 1933. Dit is de dag waarop de collega’s van Laarmans hem een spel komen brengen.
“Er zat een zilveren plaatje buiten op met het inschrift: Het personeel van de General Marine and Shipbuilding Company aan hun college Frans Laarman Antwerpen, 15 februari 1933”. (citaat: pagina 72). Dan is het verhaal al enkele weken bezig.
• Er wordt gecommuniceerd d.m.v een typmachine (ouderwets)
3. Plaats
Het verhaal speelt zich af in Vlaanderen, vooral in de stad Antwerpen. Frans maakt ook een reis naar Amsterdam. Dat het verhaal zich voornamelijk in België afspeelt komt omdat de hele familie daar woont.
”Tot in Antwerpen zwijgen, dat was mij onmogelijk” citaat: p.35
Amsterdam: Een boek aan Hornstra.
Brussel: Laarmans bezoekt daar zijn agenten en de directeur-generaal.
(België en Nederland)
4. Personages
• Frans Laarmans:
- Leeftijd: Rond de 50 jaar.
“Je weet dat ik naar de vijftig loop en mijn dertig jaren dienstbaarheid
hebben natuurlijk hun stempel op mij gedrukt” citaat: p.29
- Woonplaats: Antwerpen, België.
“Schrijven aan Gafpa, Verdussenstraat 170, Antwerpen” citaat: p.70
- Milieu: Gezin bestaat uit 4 personen. Frans, zijn vrouw en 2 kinderen (zoon: Jan en dochter: Ida). Hij is niet altijd even aardig tegen zijn vrouw, hij vindt het leuk om haar te pesten maar soms heb je ook het gevoel dat hij toch van haar houdt. Frans heeft een grote familie, dit kun je merken tijdens de avond toen moeder stierf (citaat: p.19) en op de begrafenis (citaat: p.22).
- Beroep: Klerk bij de General Marine and Shipbuilding en later ging hij de kaashandel in. Hij blijkt geen goede zakenman te zijn. Kijkt niet goed naar zijn contract en besteed tijd aan dingen die nutteloos zijn, o.a. het inrichten van zijn bureau.
“Je weet dat ik klerk ben bij de General Marine and Shipbuilding Company” citaat: p.24
- Karakter: Gevoelig, zachtmoedig, verlegen, sarcastisch. Weet zijn gevoelens goed verborgen te houden. Door zijn verlegenheid is hij geen goede handelaar. Een stuk je over zijn karakter staat op pagina, citaat: 19t/m21.
• Meneer van Schoonbeke:
- Helpt Frans aan een baan in de kaashandel.
- Leeftijd: Komt niet voor maar denk dat Schoonbeke ook rond de 50 zal zijn, mede omdat ze vrienden zijn.
- Woonplaats: Niet duidelijk. Persoonlijk denk ik Antwerpen.
“Vrijgezel en woont alleen in een groot huis in een van onze mooiste straten” citaat: p.23
- Milieu: Schoonbeke is dus vrijgezel. Is zeer vermogend, heeft veel zakelijke contacten en is ook een succesvolle zakenman.
“Die mijnheer van Schoonbeke behoort tot een oude, rijke familie. Hij is vrijgezel en woont alleen in een groot huis in een van onze mooiste straten. Geld heeft hij in overvloed en al zijn vrienden hebben ook geld” citaat: p.23.
- Karakter: Hij is chique en bescheiden.
“Hij deed zoals andere gedaan hadden, maar chiquer en met meer bescheidenheid. Een man van de wereld, dat zag ik wel” citaat: p.22.
5. Thema
• Het thema is: de sentimenten en de gedachtegang van een gevoelsmens in contact met de werkelijkheid.
• In het verhaal staan Frans Laarmans en zijn gebeurtenissen (handel in kaas) centraal. De thematiek is ook de ineenstorting van Laarmans dromen, die gehoopt had zich van kantoorbediende op te kunnen werken tot een succesvolle zakenman. De ineenstorting van zijn droom had hij voornamelijk wel aan zich zelf te danken. Laarmans, die zonder aarzelen en al te veel nagedacht te hebben op het bod van Van Schoonbeke ingaat, verheugt zich op de komst van de kazen. Als de 20 ton Edammers er al zijn houdt hij zich bezig met onbelangrijke zaken, zoals: kopen van een typmachine in plaats van kazen verkopen. Omdat hij geen ervaring heeft als koopman, kan hij de kazen niet kwijt, waardoor hij eigenlijk gedwongen moet stoppen als koopman en ze leven als kantoorbediende moet voortzetten.
6. Opbouw
• Indeling van het boek:
- 112 pagina’s
- het begint met een gedicht, opgedragen aan Jan Greshoff (opdracht)
- inleiding
- pagina met alle personages
- pagina met elementen
- het boek is ingedeeld in 24 kleine hoofdstukken, zonder titels.
- persoonlijkheid van Willem Elsschot
• Tijdsverloop, chronologisch?
- Het verhaal is niet volledig chronologisch omdat er enkele flashbacks en flashforwards voor komen.
• Realistisch:
- Het is een realistisch verhaal. Het gebeurt wel vaker dat startende ondernemers falen.
• Perspectief:
- IK-perspectief. Je volgt het verhaal door de ogen van Frans Laarmans. Je voelt en denkt net zoals Frans Laarmans. Een simpel voorbeeld is:
Frans vindt het jammer dat zijn moeder deze kaasaffaire niet heeft meegemaakt. Deze gedachte trekt hij later weer in, als het een mislukking is geworden.
Stukje voorbeeld van IK-perspectief:
Over de kwestie van het briefpapier heb ik mij een halve dag lang het hoofd gebroken. Ik ben namelijk van mening dat er een firmanaam moet op staan en niet zo maar eenvoudig Frans Laarmans. Ook vind ik het beter dat mijn kaasonderneming niet ter ore van mijnheer Henry komt, voor ik zeker ben nooit meer een voet in de General Marine te zetten, tenzij dan om kaas te leveren aan de kantine.
7. Stijl
• Structuur:
- het boek heeft een gesloten einde.
• Taalgebruik:
- Ik vond het moeilijk door allerlei ouderwetse woorden. Dit komt mede door de Belgische nationaliteit. Het boek komt uit 1933 en toen had men een ander taalgebruik tegenover nu. Hierdoor krijg je het gevoel dat het grammaticaal niet klopt. Het taalgebruik past dan wel weer bij de personen en de tijd.
Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is, citaa: p. 14)
“Ik gehoorzaamde en ging met hem mede.”
“Beste gelukswensen,…”
“Een van hen beweerde dat ze ginder bij miljoenen van honger omkwamen, als vliegen in een ledig staand huis.”
8. Begin & einde
I. Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer van Schoonbeke.
Dit is de eerste zin van het eigenlijke verhaal, bedoeld voor het publiek. Hiermee wordt bedoeld dat Frans (Willem Elsschot) na jaren niet meer geschreven te hebben weer begint. Dit boek is dan ook opgedragen aan Jan Greshoff.
Frans werkt als klerk op het kantoor van General Marine and Shipbuilding Company. Hij vertelt dat zijn moeder overleden is. Zij was oud en kinds (‘grondig versleten’). Zij herinnerde haar man niet meer en herkende ook haar kinderen niet meer. Ze leed aan dementie.
II. Laarmans vertelt dat hij tot middernacht Pale-Ale heeft zitten drinken en kaarten. Toen hij in bed wilde stappen was zijn broer Oscar aan de deur en kwam voor hem te halen omdat moeder op sterven lag. Hij voelt zich ongemakkelijk, weet geen raad met zijn gevoel. Heeft hij zich er misschien wel bij neer gelegd? De hele familie is in het huis van zijn moeder. Na een uur is ze dood. Thuisgekomen is hij moe en zegt maar tegen zijn vrouw dat de situatie niet veranderd is. Hij vertelt dit verhaal omdat hij meneer Van Schoonbeke tegen kwam op de begrafenis. Alsof dit allemaal
XXIII. Laarmans bezoekt het graf van zijn ouders met een bos chrysanten, die hij zich liet aanpraten.
XXIV. Over kaas wordt thuis niet meer gesproken. Mevrouw Laarmans is zo verstandig de volgende tijd geen kaas meer op tafel te zetten.
'Brave, beste kinderen.
Lieve, lieve vrouw.'
9. Heeft de schrijver iets met dit verhaal willen bereiken?
Persoonlijk denk ik dat de boodschap is dat niet alles is zoals het lijkt. Frans wil dolgraag een goede baan, deze krijgt hij ook van meneer Van Schoonbeke maar deze baan verliest Frans al snel.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.