Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3772 |
Opvragingen: | 35 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (2 stemmen)
Titels van Arthur Japin
De droom van de leeuw (2) 2002 De grote wereld (2) 2006 De klank van sneeuw (1) 2006 De Overgave (1) 2007 De zwarte met het witte hart (18) 1997 Een schitterend gebrek (35) 2003
Laatst gewijzigd op 7 juni 2008
Auteur: Arthur Japin (26-7-1956) (bron: zie bijlagen)
Titel: Een schitterend gebrek
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Eerste druk: september 2003
Gelezen druk: eerste
Aantal bladzijden: 235
Genre: Historische roman
Motivatie
Ik las (en lees) altijd veel historische boeken. Thea Beckman, Simone van der Vlugt, Annejoke Smids, Isabel Allende. Mijn vader en moeder lezen ook veel en hadden een paar boeken van Arthur Japin in de kast staan. Ze raadden mij “Een schitterend gebrek” aan. Door de achterkant en de boekflappen kwam ik er achter waar het over ging, en besloot dit boek toen te gebruiken voor mijn Leesdossier.
Eerste reactie
Prachtig boek! Omdat het in de ikpersoon is geschreven krijg je een soort band met Lucia, de hoofdpersoon. Het is ongelofelijk hoeveel zij heeft meegemaakt, hoeveel zij heeft geleden en opgegeven en in hoeveel avonturen zij zich gestort heeft. De discussies tussen Galathée en Seingalt over trouw en ontrouw zijn soms moeilijk te volgen omdat ze vaak in formele taal spreken. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd met de beschrijvingen van Lucia’s reis en de personen om haar heen.
Samenvatting
Het boek is opgedragen aan Elsa.
Voorin staat een uitspraak: “Veel wat aanvankelijk alleen in de verbeelding bestaat, wordt werkelijkheid”, G.C. (Giacomo Casanova). Deze uitspraak kan op de liefde tussen Lucia en Giacomo slaan. Giacomo en Lucia komen elkaar voor het eerst tegen op een feest, en Giacomo is meteen verliefd. Het enige gebrek, zo vertelt hij zijn broer Fransesco, is dat ze te jong is. Hij droomt van Lucia (de verbeelding). Dit wordt werkelijkheid. Maar het kan ook slaan op zijn verwrongen kijk op vrouwen. Nadat Lucia hem verlaat, vertrouwt hij vrouwen nooit meer. Zijn angst om haar kwijt te raken werd werkelijkheid.
Hoofdpersoon en vertelster is de Italiaanse Lucia (1728). Ze groeide op in een eenvoudig milieu en kende een onbezorgde jeugd als lieveling van de gravin Montereales.
Voor de bruiloft van de dochter van de gravin komen als gasten vanuit Venetië onder anderen de broers Francesco en Giacomo Casanova. Tussen Lucia (14) en Giacomo (17) ontbloeit voor beiden hun Grote Liefde. Ze beloven elkaar trouw en leggen hun toekomstplannen vast: over een halfjaar zullen ze zich verloven, een paar maanden later trouwen.
Na Giacomo's vertrek krijgt Lucia een Franse huisonderwijzer om haar bij te scholen en voor te bereiden op haar omgang met de hogere kringen. Ze toont een verbluffende ijver en studieaanleg. Haar vorderingen zijn enorm. Maar de gravin waarschuwt haar wel voor het leven in de Venetiaanse 'beau monde': alles draait om het uiterlijk; het is een slangenkuil van jaloezie, intriges en machtsstreven.
Niet lang voordat Giacomo terugkeert, slaat het noodlot toe. De huisonderwijzer krijgt de pokken en sterft. Lucia verzorgt hem en raakt ook besmet. Ze laat zich aan armen en benen vastbinden om zichzelf niet open te krabben. De jeuk is eigenlijk ondraaglijk. Radeloos schuurt ze haar gezicht langs het kussen. Wanneer ze op het nippertje overleeft en zichzelf in de spiegel bekijkt, ziet ze hoe geschonden haar gezicht is. Het stort haar in een hevige tweestrijd. Uiteindelijk neemt ze de beslissing om zich voor Giacomo's carrière op te offeren en hem het verzinsel over te laten brengen dat ze er met een van de knechten vandoor is gegaan. Liever één ongelukkig, zo redeneert zij, dan allebei. Zonder haar zal Giacomo zich vrij kunnen ontplooien. Wanneer het leugenbericht over Lucia's verdwijning hem wordt overgebracht, keert hij echter verbitterd naar Venetië terug.
Voor Lucia begint dan een zwerftocht door Italië. Voortaan noemt ze zich - met dank aan de Franse huisonderwijzer - Galathée de Pompignac. Ze trekt naar het Zuiden en vindt werk bij een vooruitstrevende familie in Bologna. Daar ontmoet ze Zélide. Met deze Française trekt Galathée als haar secretaris verder op. Ze woont jaren bij haar op haar kasteel in Vincennes, dichtbij Parijs. Voor Galathées vorming zijn het heel belangrijke jaren. Maar de gravin wordt ziek en overlijdt. Galathée besluit ditmaal naar het Noorden te reizen. Amsterdam lokt: ze heeft veel gehoord over de vrijheid en de tolerantie in die stad.
De werkelijkheid is ontnuchterend. Door de economische achteruitgang én door haar misvormde uiterlijk lukt het haar niet een baan te vinden. Zo belandt ze ten slotte in de prostitutie. Het is een hard bestaan. Door haar verminkte gezicht is ze vaak gedwongen klanten van het laagste allooi tegen een minimaal tarief te accepteren.
Even lijkt er een betere periode voor haar aan te breken als een welgestelde jood haar 'kamert'. Maar in het tolerante Amsterdam blijkt seks tussen joden en niet-joden bij de wet verboden. Ze worden betrapt en door de politie van hun bed gelicht. Galathée komt voor straf twee jaar in het spinhuis terecht. Een afschuwelijk verblijf. De prostituees worden er in kooien tentoongesteld. Tegen een bescheiden entree mag het publiek hen naar hartelust uitjouwen, bespotten en bespuwen.
Haar leven neemt pas een gunstiger wending als ze - naar het voorbeeld van de Venetiaanse maskerades - haar werk gesluierd gaat doen. Ze laat steeds geraffineerdere voiles maken. Door die geheimzinnige uitstraling stijgt haar klandizie sterk, vooral in de betere kringen. Ze krijgt zelfs een heel comfortabel leven, wanneer een beperkt aantal Amsterdamse prominenten zich, elk op zijn vaste wekelijkse avond, met haar onderhoudt.
Op een avond stelt een van die vaste klanten in de schouwburg een Frans sprekende gast aan haar voor: le Chevalier de Seingalt. Zij herkent in hem meteen haar vroegere geliefde Giacomo. Maar door haar voile(s), haar andere naam, haar veel lagere stem en haar volwassen postuur merkt hij totaal niet dat hij opeens zijn 'trouweloze' jeugdliefde ontmoet. Hij maakt haar het hof. Er groeit een intensief contact. Ze voeren intrigerende gesprekken, onder andere over trouw en ontrouw van vrouwen en mannen, gesprekken die telkens balanceren op de rand tussen onthulling en geheimhouding. En ze vrijen ook, waarbij Lucia/Galathée haar gelaat zoals altijd bedekt houdt.
Bij Giacomo's afscheid verspreekt zij zich en laat de naam van Lucia vallen. Verbijstering bij Giacomo, die zo snel als zijn werk het toelaat naar Amsterdam terugkeert en opheldering vraagt. Galathée redt zich uit de situatie door hem per brief te melden, dat zij deze Lucia toevallig heeft leren kennen en dat die op bepaalde avonden in een bordeel te vinden is. Verder verontschuldigt ze zich, omdat ze dringend de stad uit moet en hem in Amsterdam niet meer zal ontmoeten.
Giacomo gaat naar de aangegeven plaats en treft daar, ongesluierd, de verlepte en mismaakte Lucia aan. Hij is geschokt, praat even met haar en beseft dat hij haar vroeger groot onrecht heeft aangedaan. Aan Galathée stuurt hij een brief met geld en een verslag van zijn bevindingen. 'Arme Lucia, zij is niet ronduit lelijk geworden, maar iets wat nog veel erger is: weerzinwekkend'. Galathée blijkt intussen zwanger te zijn. Van wie is niet goed vast te stellen, maar vermoedelijk is het van Giacomo. Het geld gebruikt ze voor een overtocht per boot naar Amerika, samen met een van haar vaste klanten (Jamieson), een twintig jaar oudere Amerikaanse handelsman.
Uit het nawoord blijkt dat Lucia er met hem getrouwd is en dat ze samen drie kinderen gekregen, van wie ze de oudste Jacob (naar Giacomo) noemden. Zij overleefde haar man dertig jaar en overleed in 1802, 74 jaar oud. (Bron: zie bijlagen).
Onderzoek van de verhaaltechniek
Een schitterend gebrek speelt zich af halverwege de achttiende eeuw. Dit is het tijdperk van de Verlichting (het verstand, de rede) en de opkomende Romantiek (het geloof, het gevoel). Zélide is een ‘Romanticus’ en tijdens hun reizen die hen ook naar Herculaneum voert, brengt Zélide Lucia van alles bij over de intuïtie en het gevoel (‘De rede biedt ons vele mogelijkheden tegelijk. De intuïtie kiest daaruit feilloos de beste’). Dit is een van de belangrijkste onderwerpen.
Een ander belangrijk onderwerp is de liefde. ‘Als ik één ding kan is het liefhebben (…) ik ben niet onder gegaan. Ik heb de kant bereikt. Ik heb lief. Andere mensen dragen hun verdriet in hun hart. Ongezien holt dat hen vanbinnen uit. Het is mijn redding geweest dat ik mijn verdriet aan de buitenkant draag, waar het niemand kan ontgaan.’ (pagina 13, Lucia). Lucia bedenkt dat de belangrijkste levensles is dat de mens moet liefhebben. En dat het geven van liefde belangrijker is dan liefde ontvangen.
Ook Zélide denkt na over de liefde en schrijft het op in een van haar werken. Natuurlijk gecombineerd met haar Romantische ideeën. ‘Ieder van ons voelt immers zonder daaraan ooit te twijfelen dat hij in staat is liefde te geven, en toch hebben wij hierover geen enkele zekerheid toto op de dag dat wij iemand vinden die dit geschenk waard is.’ (pagina 127, Zélide).
De kleinere thema’s hebben allemaal iets te maken met liefde. Vriendschap (Lucia en Zélide), medelijden en doorzettingsvermogen, maar ook (on)begrip in Giacomo’s geval. Zowel Lucia als Jamieson voelen medelijden. Lucia als ze de vrouw herkent die het altijd voor haar opgenomen had in hetzelfde spinhuis. ‘“O God,” mompelde ik, “arm kind, het spijt me zo.”’ (pagina 161, Lucia). Aan het einde kom je erachter dat Lucia dit allemaal heeft opgeschreven voor haar toekomstige kind. Pas hier toont ze medelijden met Giacomo. ‘Ze zijn angstig geworden voor wat zij niet kunnen begrijpen en proberen daarom alles tot op het laatste geheim bloot te leggen. Zo iemand is Giacomo (…) vergeef het hem.’ (pagina 235, Lucia). Daarvoor waren haar gevoelens eerst liefde, toen verachting en onzekerheid.
De titel wordt al vrij vroeg in het boek uitgelegd. Giacomo en Francesco Casanova praten op het feest over Lucia. ‘ “Ze is mooi. Ze is gehoorzaam (…) Ze heeft alleen één ernstige tekortkoming (…) Zij is te jong.” Zijn broer moest lachen: “Wat een schitterend gebrek!” ’ (pagina 52, Giacomo en Francesco).
Hier wordt haar leeftijd dus als tekortkoming genoemd. Verderop in het boek wordt er echter naar haar mismaakte gezicht verwezen. Om dit ‘gebrek’ te verhullen gebruikt zij een voile. Dit wekt nieuwsgierigheid op bij de mannen, waardoor dit haar een hogere positie geeft. Dit gebrek is dus ook ‘schitterend’. ‘De suggestie die door mijn sluier werd gewekt leek onweerstaanbaar (…) Geen avond bleef ik nog zonder aanbidders en tussen hen waren er voldoende van beter echelon.’ (pagina 202, Lucia).
De structuur is niet-chronologisch. Het verhaal wordt namelijk vaak onderbroken door herinneringen van Lucia aan haar oude verleden. Dit zijn geen echte flashbacks omdat Lucia het allemaal opschrijft. Dat ontdek je pas op de laatste paar bladzijdes. Ze schrijft dit op voor haar kind. Een schitterend gebrek is dus eigenlijk háár boek. Het is ingedeeld in drie delen:
I: Het voordeel van de liefde (zeven hoofdstukken, pagina 13 t/m 74). Hier begint het verhaal in Amsterdam, 1758. Lucia vertelt afwisselend over haar ontmoetingen met Seingalt (Giacomo) en haar jeugd in Pasiano.
II: Een schitterend gebrek (zes hoofdstukken, pagina 77 t/m 155). Lucia beschrijft hier chronologisch haar tijd vanaf haar ziekte, de pokken. De belangrijke beslissing om afstand te nemen van Giacomo en haar reis met Zélide. Hier wordt ze al Galathée de Pompignac genoemd. Dit is van af haar vijftiende tot haar eenentwintigste: 1743 – 1749.
III: Theatrum amatorium (zeven hoofdstukken, pagina 153 t/m 235). Hier is Lucia in Amsterdam en ze vertelt afwisselend over de gesprekken met Giacomo en mister Jamieson en hoe zij in de prostitutie is gekomen. Hier lijkt het wel of Lucia helemaal afstand doet van haar oude ‘Lucia’. 1749-1758.
Ten slotte: Arthur Japin vertelt over Lucy Jamieson, gestorven in 1802. ‘Giacomo heeft nooit de volledige waarheid van Lucia’s leven en lijden gekend. Toch noemt hij haar in zijn memoires als een van de twee enige vrouwen die hij onrecht heeft aangedaan,’ (pagina 237, Arthur Japin).
Het is vanuit de ikpersoon geschreven. Dit blijk al uit de eerste zin: ‘die avond, waarop alles in een nieuw licht kwam te staan, zou ik zoals alle donderdagen eigenlijk dineren met mijnheer Jamieson, een groothandelaar in huiden en tabak, en misschien samen wat gaan dansen,’ (pagina 15, Lucia). Het wordt dus wel in de verledentijd verteld.
Lucia wordt geboren in Pasiano, Italië. Zij reist echter al snel door verschillende gebieden. Zo komt zij in Bologna, Napels, Venetië, Parijs en Amsterdam. ‘Eerst ging ik tot aan Rovigo (…) en vandaar met vele omzwervingen over de vlakte naar Bologna,’ (pagina 107, Lucia). ‘Uiteindelijk bereikten wij Portici, waar wij voor de herfst onze intrek namen in een eenvoudige woning aan de baai van Napels,’ (pagina 120, Lucia).
‘ “Ik heb genoeg gezien van Napels en keer terug naar Parijs (…) onderweg doen we nog voor enkele weken Venetië aan.” ’ (pagina 128, Zélide).
‘Het was kil. De kou op de grachten is in Amsterdam anders dan in Venetië,’ (pagina 15, Lucia).
Personages
Hoofdpersoon: Lucia. Geboren natuurkind met een natuurlijke schoonheid. Nadat die haar is afgenomen door de pokken raakt ze haar zelfvertrouwen kwijt door de reacties van andere mensen. Maar door Zélide’s invloed en de ideeën van de Romantiek krijgt ze die weer een beetje terug. In Amsterdam aangekomen als Galathée de Pompignac is ze heel voorzichtig geworden, maar sterk en trots. Haar gesprekken met Seingalt (Giacomo) zijn berekenend en sarcastisch.
Bijpersonen: Giacomo Casanova. Beroemde 18e eeuwse avonturier wiens naam gelijk staat aan vrouwenverleider. Door het verraad van Lucia heeft hij vrouwen nooit meer vertrouwd. Als Galathée aan Seingalt vraagt waarom zijn eerste liefde hem heeft verlaten, zegt hij: ‘ “zij was een vrouw,’ zei hij alleen. Dit was zijn verklaring voor het feit dat hij mij indertijd bij zijn terugkeer naar Pasiano niet had aan getroffen. ‘Zij was een vrouw.’ ” (pagina 163, Seingalt).
Maar als hij Lucia in Amsterdam ontmoet, zonder voile, verwijt hij dit alles aan zichzelf.
Zélide. Vriendin van Lucia en groot voorstander van het geloof en de intuïtie. Lucia vindt haar af en toe een beetje gek met haar voorliefde voor avontuur en reizen en oude gebouwen. Uiteindelijk overlijdt Zélide en moet Lucia weer opnieuw verder.
Mister Jamieson: latere echtgenoot van Lucia. Hij is eerst een van haar vaste klanten, maar langzaam aan wordt hij verliefd op haar. Hij vraagt haar mee te gaan naar Amerika, waar hij in Nieuw York pakhuizen heeft. Lucia ziet dit als een kans een nieuw leven te beginnen en stemt in. Jamieson is nog minder uitgewerkt dan Zélide, maar desondanks komt hij sympathiek op mij over.
Het taalgebruik is enigszins deftig te noemen. Dit blijkt vooral uit de dialogen tussen Galathée en Seingalt. Ik vind dit goed passen bij de tijd waarin het zich afspeelt, hoewel ik af en toe moeilijk kon volgen. Galathée en Seingalt zijn allebei slim en geschoold (Galathée door Pompignac en Seingalt volgde een priesterstudie) waardoor ze absoluut aan elkaar gewaagd zijn in hun discussies. Galathée heeft af en toe moeite de schijn op te houden, wat de spanning er een beetje inhoudt.
Arthur Japin (1956) studeerde Gymnasium en daarna Nederlandse taal- en letterkunde. Hij speelde diverse rollen voor film en tv. Uiteindelijk stopte hij met acteren en begon hij te schrijven. Hoorspellen, korte verhalen, toneelstukken en televisiefilms. Hij debuteerde met Magonische verhalen, gebaseerd op het mythische land Magonia. Voor De zwarte met het witte hart, een verhaal over twee Afrikaanse prinsjes die opgroeien in Holland, heeft Japin tien jaar achtergrond studie verricht.
Beoordeling
Het onderwerp sprak me erg aan. Wie heeft er niet gehoord van Casanova, de vrouwenverleider? Ik houd van geschiedenis en Arthur Japin is een goede schrijver. Gelukkig was dit géén afgezaagd boek over de liefde, want die zijn er ook. Het gaat juist over de gevolgen van de beslissingen die we nemen op basis van de liefde. Want niet als wie we geboren zijn bepalen wie we zijn, maar de keuzes die we maken.
De gebeurtenissen worden in een goede volgorde verteld. Juist de afwisseling van de oude Lucia met de jonge Lucia maakt het spannend: je wil verder lezen om te weten wat Lucia in de tussentijd heeft gedaan. De taal van Lucia is soms cynisch, soms sober, maar juist dat maakt het aantrekkelijk om te lezen. Wat heeft deze vrouw gemaakt tot wat ze nu is?
Dankzij alles wat Lucia meemaakt – als Lucia, Galathée of Lucy – krijg je een groot respect voor haar. Hoe zij haar ziekte overleefde, haar ouders achterliet en ging reizen. Er zijn een paar scènes die mij bij zijn gebleven. Een daarvan is de scène waarin Lucia vertelt dat zij slimmer is dan haar ouders omdat zij les krijgt van de Pompignac. Dit wordt zo goed beschreven dat je medelijden krijgt met de ouders, maar ook met Lucia. Zij kan het niet over haar hart verkrijgen te laten zien dat zij meer kennis heeft.
Een andere scène die ik erg mooi vond was de ontmoeting van Galathée met Francesco. Francesco is architect geworden en terwijl hij met de gemaskerde Galathée praat schetst hij een meisje. Het is Galathée zoals zij eens was: de beeldschone Lucia.
‘Hij wees op het figuur. “Dus u kent haar niet?” Ik schudde mijn hoofd. Daarop verscheurde hij het portret en wierp alle losse stukken in het kanaal. Ze dreven uiteen. “Bij alles wat me heilig is, ik ken niemand die er zo uitziet.” Het papier werd zwaar. De inkt vervloeide,’ (pagina 138, Francesco en Lucia).
De vertelstijl van Lucia is gemakkelijk te volgen, de dialogen voor mij iets minder door de deftige woordkeus. Maar dat vind ik toch ook weer goed gekozen omdat het bij de afstand past die Galathée kiest tegenover Seingalt.
364 woorden
Bronvermelding
* Samenvatting (gewijzigd): http://www.scholieren.com/boekverslagen/21650.
* Gegevens Arthur Japin en Magonische verhalen: http://www.louiscouperus.nl/Artikelen/Japin.htm en http://www.arthurjapin.nl/boekboek/show/id=70286.
* Achtergrond informatie over Giacomo Casanova: http://nl.wikipedia.org/wiki/Giacomo_Casanova.
Extra opdracht
Bespreking van drie belangrijke open plekken:
1- ‘Jarenlang was ik gewend mijzelf te zien in de ogen van anderen. Ik werd bepaald door hoe zij op mij reageerden. Uit hun blikken maakte ik op wie ik was. Toen kwam ik op het idee mezelf daarvoor af te dekken (…) ik ervoer een vrijheid die ik alleen uit mijn vroegste jeugd herinnerde (…) ik verstop de wereld, ik heb een sluier voor haar neergelaten. Door die waas van kant en zijde oogt zij zoveel zachter,’ (pagina 19-20, Lucia). Deze openplek wordt gevormd door de drie zinnen die tussen een paar dialogen zitten. Je vraagt je af waarvoor Lucia haar gezicht afdekt, wat ze in die blikken van de mensen ziet. Je wordt ook nieuwsgierig naar haar jeugd. En vooral door de laatste zin weet je dat Lucia veel (nare) dingen moet hebben meegemaakt, maar nog niet wat.
2- ‘Ze week geschrokken achteruit en begon te schreeuwen (…) ze drukte zich zover mogelijk bij mij vandaan in een hoek van de kamer tegen de muur (…) ik krom in een (…) “Lief kind, arm kind,” snikte zij bevend, “meisjelief, wie zal jou nu ooit nog liefde willen geven?” ’ (pagina 92-93, gravin van Montereale en Lucia). Je schrikt door het handelen van de gravin omdat zij Lucia altijd erg aardig vond. Ze weet nu niet hoe snel ze weg moet komen en hoe ver ze uit de buurt van Lucia moet blijven. Je weet nog niet hoe erg Lucia eraantoe is.
3- ‘“Ik beloof niets. Ik wil niet dezelfde fout maken als uw Lucia.” Sprakeloos staar hij mij aan. Ik probeer te doen alsof ik me niet heb versproken. Hij zit al in de koets, maar schuift het raampje naar beneden. “Haar naam.” “Pardon?” “Ik heb die naam toch nooit genoemd? Niet in jouw bijzijn. Hoe ken je Lucia’s naam?” De koetsier zweept zijn paarden. Het span komt met een ruk in beweging. Het onderstel kraakt. De wielen ratelen weg over de steden,’ (pagina 215-216, Seingalt en Galathée). Galathée heeft zich versproken door de naam van Lucia te noemen. Seingalt rijdt net weg, maar je weet dat hij terug komt. Je hebt goede hoop dat alles nog goed komt en je wilt graag weten hoe het afloopt.
De besprekingen van de structuur en de personages worden al beschreven in 5. onderzoek van de verhaaltechniek.
Bijlagen
Casanova was de zoon van een actrice en een violist. Het is, gezien de zeden van zijn tijd, zeer goed mogelijk dat hij in werkelijkheid de zoon was van een patriciër, mogelijkerwijs zijn beschermheer de senator Bragadin. Casanova's broer was de in zijn tijd vermaarde schilder Giovanni Casanova.
Hij begon zijn carrière in Padua waar hij studeerde om priester te worden. Zijn gedrag leidde ertoe dat hij van het seminarie werd verwijderd; daarna ging hij naar Rome en werd de secretaris van een kardinaal. Meer schandalen volgden en hij ging als violist terug naar Venetië, waar hij geld bijeenbracht door rijke prominente personen te bedriegen met occulte trucs, zoals ook zijn eeuwige rivaal Cagliostro dit deed.
Casanova reisde in zijn leven door een groot deel van Europa waaronder in ieder geval Spanje, Londen, De Nederlanden, Pruisen, Rusland, Zwitserland en Napels. De mogelijke bezoeken aan Portugal en Constantinopel zijn omstreden. Hij vergaarde en verloor fortuinen, en ontmoette veel beroemde persoonlijkheden zoals Paus Clemens XIII (1760), Voltaire (1760), Rousseau en Mozart (1787). De ontmoetingen met de twee laatsten worden niet in de herinneringen beschreven maar zijn wel gedocumenteerd. Het is mogelijk dat Casanova in Praag heeft meegewerkt aan het libretto van Lorenzo da Ponte's Don Giovanni. Paus Clemens XIII was zo gecharmeerd van de jonge avonturier dat hij Casanova tot Ridder in de Orde van het Gulden Spoor verhief.
De Inquisitie in Venetië beschuldigde hem eens van hekserij en het bezit van verboden, occulte, boeken. In 1755 werd hij over de nu bij toeristen ook bekende Brug der Zuchten heen, gevangengezet in "I piombi", een beroemde gevangenis met een loden dak die deel uitmaakt van het Dogenpaleis. Hij ontsnapte na 15 maanden over die daken en ging naar Frankrijk, waar zijn avonturen een sensatie werden dankzij zijn pamflet "Renconte de ma fuite des plombes de Venise" (Verhaal van mijn ontsnapping uit de loden gevangenis van Venetië). In Parijs gebruikte hij de naam Jacques Casanova, stileerde zichzelf, na een bezoek aan Sankt Gallen als de "Chevalier de Seingalt", en werd een bijzonder rijk man door een loterij te beginnen. Casanova was een begaafd mathematicus. Hij publiceerde boeken over wiskunde en kon dankzij zijn inzicht in de kansberekening niet alleen een loterij opzetten maar ook uitstekend spelen aan de goktafels in heel Europa. Dit succes met de loterij duurde echter niet lang, en hij reisde verder naar andere landen en avonturen. Uiteindelijk moest hij straatarm het reizen in 1785 opgeven en werd hij bibliothecaris van de Hertog van Waldstein in het kasteel van Dux in de Bohemen (nu Duchcov in Tsjechië), waar hij zijn memoires schreef en op 4 juni 1798 overleed.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen