Info over dit verslag

Geschreven door:

Kees van der Pol [meer]

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

6335

Opvragingen:

186

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (3 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Marja Pruis

Laatst gewijzigd op 2 mei 2008




Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: 15 april 2008
Aantal bladzijden: 267
Uitgegeven bij: Nijgh & Van Ditmar te Amsterdam

Beschrijving voorkant
Op de cover staat een vrouw in bikini (hoofd niet zichtbaar) tot aan haar kruis in de zee. Het is een plaatje van de vakantie die Carice van Luyn op een Caribisch eiland doorbrengt.

Genre van het boek
Een psychologische roman over angsten, vergeten jeugdsentimenten, schulden die ingelost moeten worden en straf.

De aangeleverde flaptekst
Het leven van succesvol lingerieontwerpster Carice van Luijn komt tijdens de vakantie met haar gezin in de Cariben onder grote druk te staan. Wanneer ze in een paaldanseres haar vroegere vriendin Josje herkent, wordt ze geconfronteerd met haar activistische verleden begin jaren tachtig. Zou Josje iets te maken hebben met de gevaarlijke gek die het eiland terroriseert? Om man en kinderen te beschermen, en zich eens en voor al te bevrijden van haar zonden, neemt Carice een ingrijpende beslissing. Een beslissing waarmee ze dat wat haar het meest dierbaar is op het spel zet.

Mijn mening: aanrader voor eindexamenkandidaten
Knappe en met vaart geschreven roman over een vrouw die een verleden als activiste met zich meedraagt en jaren later op een zonnig eiland met dat verleden wordt geconfronteerd. De structuur van de roman lijkt ingewikkeld maar is het niet: de vertelster laat heden en verleden gemakkelijk in elkaar overgaan.
Pruis schrijft fraaie zinnen, mooie metaforen en houdt de lezer door haar intelligente opbouw in spanning tot het einde. De roman heeft zelfs wel iets weg van een literaire of psychologische thriller. Daardoor is de roman zeker een aanrader voor scholieren van havo- en vwoniveau. De waardering op de literatuurlijst kan dan ook met 3 punten worden aangegeven. Op alle middelbare scholen die hun boekenlijsten actualiseren zou het boek op de literatuurlijst moeten voorkomen.
De amusementswaarde voor scholieren is namelijk m.i. een 8.

Titelverklaring
“Atoomgeheimen”verwijst naar de belangrijkste en best bewaarde geheimen die er zijn. Het maken van nucleaire wapens is immers slechts aan weinigen voorbehouden en daarom een goed bewaard geheim.
In de roman van Pruis gaat het eveneens om geheimen: zo is bijvoorbeeld bij andere lingerieontwerpsters niet bekend dat de soepele BH’s die Carice heeft ontworpen zijn gemaakt van mensenhaar, wat ze ooit heeft ontdekt tijdens haar reis naar India.
Maar het gaat in de roman ook om ander geheimen. In feite kan een klein geheim voor de betrokkene zelf een groot geheim zijn (neem bijv. een overspelsituatie: op macroniveau stelt dat niet veel voor; op microniveau kan het voor een personage veel gevolgen hebben)

Structuur en/of verhaalopbouw
Het verhaal begint met een proloog over een kanotochtje dat bijna een fatale afloop had gehad..
Daarna komt eigenlijk nog een soort proloog ”Vreemde kronkels” waarin enkele stewardessen aankomen op het eiland en er enkele dagen ter ontspanning (en dus met seks) zullen verblijven. Er is net een aanslag gepleegd bij een pretparkhuis.
Daarna begint het relaas van de vakantie van Carice van Luijn. Halverwege wordt dat onderbroken door het vervolg op de proloog: de afloop van het kanotochtje.
Daarna wordt de roman afgesloten met een hoofdstuk “Nog meer vreemde kronkels” dat een vervolg is op de eerste vreemde kronkels. Zo wordt deze proloog-epiloogcombinatie het kader waarin het verhaal van Carice wordt verwerkt.
Helemaal aan het einde komt nog het laatste deel van de lijn die begon met de proloog over een kanotochtje Het lijkt ingewikkeld maar dat is het bij het lezen niet.

In de twaalf hoofdstukken van Carice worden heden (de vakantie ) en het verleden (voornamelijk het relaas van de redelijk feministische en activiste Carice tijdens de roerige Amsterdamse tachtiger jaren) afgewisseld. Door de ontmoeting met de paaldanseres Josje worden die herinneringen gestart.

Een andere verteltechniek die Pruis goed hanteert is het vermelden van een element, daar iets kort over vertellen en dan pas veel later in de roman de lezer duidelijk maken hoe het allemaal is gegaan. Een goed voorbeeld daarvan is de ontrafeling van het zg. Kurhaus-drama. Lang wordt de lezer in spanning gelaten wat dat precies heeft ingehouden voor Carice.

Gebruikt perspectief
Er is een constante afwisseling tussen een impliciet auctoriale verteller die informatie over Carice prijsgeeft en als een helikopter boven het verhaal zweeft en de personale verteller Carice van Lijn die in de o.t.t. over haar vakantiereis naar vertelt en in de o.v.t. haar Amsterdamse verleden becommentarieert. Op zich ontslaat door deze verteltechniek ook veel spanning. Bovendien wordt het lezen aangenaam.

Tijd van het verhaal
Het verleden van Carice speelt zich voornamelijk af in het Amsterdam van de tachtiger jaren.
Het heden speelt tijdens de 21e eeuw: Zo noemt Carice o.a. de roman “De Vliegeraar” die verscheen eerst in 2003 in een Nederlandse vertaling. Maar ook in andere actuele zaken als programma’s als Idols kunnen we de jaren 2004-2006 herkennen.

Plaats van handeling
- Het verleden (de tachtiger jaren) heeft het Amsterdamse decor van de activisten
- het heden speelt tijdens een vakantie op Conset Bay (Barbados)

Motto en opdracht
Het boek heeft een klein motto : Liefde maakt een Don Quichot van je” Dat is een citaat van John Banville uit: “De Zee”
Het is een fraaie uitspraak over de liefde die dus van alles met je kunt uithalen. Je kunt er nauwelijks tegen vechten en het heeft allemaal gevolgen voor je bestaan. Er zijn diverse vormen van liefde, zoals de onvoorwaardelijke liefde voor je kinderen, de vergankelijke liefde voor een minnaar, de liefde die aan vriendschap grenst.


De opdracht in de roman luidt: Voor mijn moeder, en daarmee ook voor mijn vader.”

Samenvatting van de inhoud

In de tweede proloog komen enkele stewardessen van Emerates aan op het eiland. Ze zullen zich de komende dagen die ze moeten uitrusten vermaken met wat leden van de bemanning of mannen van het eiland. Er is net een aanslag geweest bij een pretpaleis op het eiland (Pleasure Dome) De ikvertelster zal zich gaan vermaken met Rodney.

(De volgende tijdlaag begint acht dagen voor de proloog
Carice van Luijn is met haar gezin (man Lodewijk, kinderen Gijs (13) en Lidia (16) op reis naar Conset Bay op Barbados. Ze is een beroemd lingerieontwerpster die een geheim heeft waarnaar slechts andere fabrikanten kunnen gissen. Haar man die een matig schrijver is, kan ze op deze manier in het levensonderhoud voorzien. Bij aankomst is er veel nieuws over terroristische aanslagen, waarschijnlijk gepleegd door een man die zich De Mexicaan noemt.
Carice is bezorgd om haar kinderen en dat hun iets zal overkomen. In de eerste proloog wordt
een verhaal verteld van een vakantie in Frankrijk toen ze tijdens een kanotochtje bijna waren verongelukt. In plaats van rechts waren ze toch links gegaan en dat was bijna fataal geweest.

Al vrij snel raakt dochter Lidia bevriend met de jongen van de buren, Simon. Met hem en zijn ouders, trekken ze de vakantie dan ook op. Zo gaan ze op één van de eerste dagen naar Pleasure Dome, een vermaakpaleis waar je kunt eten, maar waar je ook paaldansen kunt bewonderen. Een van de paaldanseressen komt Carice heel bekend voor: ze kijken elkaar in de ogen en de danseres voegt haar één woord toe. Later vraagt Lodewijk aan Carice waarom die vrouw “kuthoer” tegen haar heeft gezegd.

Carice heeft de vrouw herkend: het is Josje met wie ze een Amsterdams verleden heeft. Samen hebben ze als twintigers in de tachtiger jaren in een feministische beweging gezeten, maar ze maakten ook deel uit van een woongroep en organiseerden demonstraties tegen van alles en nog wat. Carice had Josje bij toeval ontmoet toen ze haar min of meer van een verkrachting redde en zij de nacht daarna doorbracht met Josje. Het komt wel tot enige vertrouwelijke seksuele handelingen maar echte lesbiennes zijn ze niet geweest. Misschien is er wel de basis gelegd voor de interesse van Carice voor borsten.

Carice denkt daar steeds over na, omdat ze op het eiland eigenlijk verveeld de tijd uitzit met een man die over een roman nadenkt, kinderen die allerlei dingen bedenken om de tijd te doden en de ouders van Simon, van wie de moeder Marloes een sudoku-oplosser is en bij de EU werkt.. Op Conset Bay heeft Carice een uitnodiging van Josje gekregen om op woensdag tijdens de lokale markt met haar te komen praten. In de media wordt nog steeds gesproken over de Mexicaan en Marloes heeft tijdens een tv-uitzending gehoord dat die man een Duits verleden heeft. Meteen wordt Carice weer onrustig, want in haar Amsterdamse periode was er een Duitse activist geweest die August heette en die Josje min of meer van Carice had afgenomen. Hij ging veel verder dan de andere leden van de beweging en wilde met bommen aanslagen plegen (o.a. tijdens een promotie bij Nederlands; de vader van de promovendus was daarbij door een hartaanval om het leven gekomen en Josje had zich daarover schuldig gevoeld.) Carice was toen uit de woongroep gestapt onder het motto: hij eruit of ik eruit. Ze vreest dat de terrorist verwantschap vertoont met deze August. Zelf had ze zich als een soort verrader beschouwd toen ze uit de woongroep was gestapt.

Ook denkt ze tijdens de vakantie terug aan haar succesvolle “ontdekkingsreis “naar India. Ze was er getuige van geweest dat mensen hun haar moesten laten afscheren, waarvan dan een bijzondere stof werd geweven. Deze zeer elastische stof was dus gemaakt van mensenhaar en daarmee was de lingerie van Carice (Caresse geheten) heel lucratief geworden. Het was een heel goed bewaard geheim (atoomgeheimen zijn de best waarde geheimen ter wereld)
Een van de geheimen is o.a. het Kurhausdrama: Carice heeft wat gehad met Pavan (de man van de Indiase industrie) Zo had ze tegen haar man en kinderen gezegd dat ze naar Barcelona was , maar in werkelijkheid had ze een afspraak met Pavan in Scheveningen. Hij was opgehouden en toevallig was de schijnwerper van een live tv-programma bij haar gestopt en was ze vol in beeld geweest. Haar overspel was uitgekomen en Lodewijk was enkele dagen bij haar vandaag gegaan. Toch was ze nog een keer in India met Pavan naar bed geweest. Maar eigenlijk was het een man in wiens ban ze was terechtgekomen. Dat was heel tegenstrijdig aan haar opvattingen die ze in de tachtiger jaren had gehad.


Carice gaat met Marloes op weg naar een grot waarin rotstekeningen te zien zijn. De andere zijn hen al voorgegaan. Ze raken achter en wanneer ze in de grot zijn, wordt Carice verrast door een man die inderdaad August blijkt te zijn. Dan wordt ook duidelijk dat ze hem in het verleden bij de politie heeft aangegeven omdat ze het niet eens was met zijn methoden die haar te ver gingen. Maar dat verraad moet worden gestraft. Ze krijgt van August de opdracht om met zijn nieuwe hondje dat hij Ulrike heeft genaamd (naar de Duitse terroriste van de RAF) een aanslag te plegen. Ze moet naar het Pleasure Dome gaan en het hondje binnenlaten.
Hoewel ze een heel slechte automobiliste is, bereikt ze het huis van plezier en op de parkeerplaats ziet ze Josje. Ze gaat mee naar binnen en ze halen oude herinneringen op. Het is wel typisch dat zij en Josje heel anders tegen bepaalde dingen hebben aangekeken. Josje werkt nu als paaldanseres. Ze heeft ook helemaal geen “kuthoer”geroepen bij haar paaldansact , maar “De Boer”de fakename die ze in de tachtiger jaren aan de politie opgaven wanneer ze weer eens opgepakt waren.
Dan nemen ze afscheid. Carice moet haar taak nog vervullen om Ulrike binnen het Pleasure Dome te loodsen. Beseft ze wel dat het dus eigenlijk een wraakactie van August op Josje is?
Ze probeert de ontstekingsdraadjes los te krijgen, maar dat lukt niet. Dan is de hond binnen en kan ze August telefonisch waarschuwen, opdat die de bom zal doen ontploffen. Maar ineens komt het hondje met een man en een peuter weer naar buiten lopen. Ze wil geen onschuldige slachtoffers maken en neemt het hondje weer mee. Op de parkeerplaats rijdt ze daarna in volle vaart tegen een koelwagen en de bom (verborgen in de halsband van Ulrike) gaat bovendien af.

In de epiloog die twee dagen later afspeelt, komen de stewardessen van de proloog weer naar hun toestel. De ik-verteller heeft een dagje seks met Rodney beleefd en gaat nu het toestel binnen. Ze ziet dat er een lijkkist wordt binnengeschoven. Dan komt er een vrouw een glaasje appelsap vragen voor een jongen die straks op rij 14 zal gaan zitten. Wanneer het vliegtuig volstroomt, gaat er inderdaad een jongen zitten. Ze geeft hem appelsap van zijn moeder. Het is Gijs die daarna eigenlijk van ongeloof van zijn stoel valt en zijn appelsap laat vallen. De stem van Rodney kondigt door de intercom aan dat ze al boven Portugal zijn..

Er is nog een heel kleine epiloog waarin Carice helemaal alleen aan een kanotochtje bezig is. Ze roept Lodewijk, Lidia en Gijs, maar het lijkt erop dat ze alleen en eenzaam is. (symbolisch voor haar dood) Het is een blijk voor haar angst die ze altijd voor haar kinderen heeft gehad.

Thema, motieven en interpretatie
“Atoomgeheimen” is een roman over de teloorgang van de gekoesterde idealen in het verleden. De protesterende vrouwen van de tachtiger jaren blijken een goede twintig jaar later
“bekeerd” te zijn. Josje, de fanatiekste activiste van de woongroep waartoe ook de vertelster behoorde, eindigt als paaldanseres op Barbados. Eigenlijk natuurlijk een afgang voor zo’n activiste. Maar ook Carice die tot de woongroep behoorde, is een vrouw geworden die haar principes heeft verloochend. Ze is een succesvol en commercieel lingerieontwerpster geworden met een geheim procédé, waarvoor vrouwen in een derdewereldland hun hoofdhaar moeten afstaan. Ook dat was nauwelijks te verwachten geweest van deze activiste en feministe. Beiden, maar ook anderen uit de woongroep hebben hun idealen opzij gezet.
Dat levert een schuldgevoel op waarvoor Carice moet boeten: ze is overigens helemaal niet zonder zonde, want in die activistenperiode heeft ze een Duitse activist August R. bij de politie aangegeven. Eigenlijk was er sprake van jaloezie, want deze Duitser had min of meer de plek in het hart van haar grote vriendin Josje ingenomen. Deze August vindt ze bovendien te gevaarlijke ideeën koesteren, waarna ze hem aangeeft bij de politie. Die neemt ruim 20 jaar later wraak, wanneer hij haar de opdracht geeft via zijn hondje met de symbolische naam Ulrike (genoemd naar de beruchte terroriste van de Rote Armee Fraktion Ulrike Meinhof) een aanslag te plegen op het Pleasure Dome, natuurlijk ook omdat zijn ex-vriendin die nu niets meer van hem wil weten (Josje) daar als paaldanseres werkt. Maar het noodlot heeft een ander scenario in petto: niet Josje maar Carice wordt uiteindelijk slachtoffer van zijn actie.
Ook heeft ze in haar huwelijk met Lodewijk een afhankelijke en overspelige relatie gehad met Pavan. Dat afhankelijk was natuurlijk ook tegen haar principes van de feministe en ook van het overspel had ze later spijt. Het versterkt haar schuldgevoelens tegenover haar gezin.

Een ander belangrijk motief is de onvoorwaardelijke liefde die Carice voor haar kinderen koestert, maar tegelijkertijd brengt dat het besef bij je teweeg dat je ook verantwoordelijk bent voor hen en het besef dat er ook elk moment iets met hen kan gebeuren. Ze kunnen zo maar doodgaan of weg zijn (de angst voor een seriemoordenaar als Dutroux zit er diep in bij Carice) Dat wordt duidelijk als in het begin Lidia maar even weg is en later gewoon bij de buurjongen blijkt te zijn. Carice raakt daarvan in paniek.
Een ander voorbeeld in de roman is te zien in de proloog en de epiloog over het kanotochtje in Frankrijk. Het kan zo maar gebeuren dat iemand daarbij om het leven komt, wanneer hij de verkeerde afslag neemt (links of rechts) In je leven is dat natuurlijk ook het geval. Neem je de verkeerde afslag, dan kan het zo maar met je gebeurd zijn.

In de allerlaatste scène is Carice ook helemaal alleen. Je kunt ook zelf zomaar dood zijn en dan ben je ook nog verantwoordelijk voor je nabestaanden. (de strange-loop-theorie)

In de roman onthult de natuurkundige vakantieganger Aldert-Jan namelijk zijn theorie en die van de natuurkundige Hofstadter over de “strange loops” (lees: “Vreemde kronkels”: zo heten namelijk de hoofdstukken van de stewardessen uit de proloog en de epiloog)
De gedachtenwerelden van mensen die elkaar nastaan, ook als een van de partijen dood is, blijven met elkaar in contact. Mensen hebben echter ook kopieën van andere hersenkronkels in hun hoofd.

Op blz. 213 van de roman zegt Aldert-Jan daarover Elk brein bevat niet alleen zijn eigen strange loop maar ook talloze kopieën van die van anderen. En de kwaliteit van die kopieën is dus beter naarmate de eigenaren elkaar beter kennen. Voor Hofstadter was het een onnoemelijke troost te hebben bedacht dat zijn vrouw nog een beetje door kon blijven denken met zijn brein.
“Is dat niet net zoiets als het aloude gezegde, zij leeft in hem voort?”, vroeg Carice. {….} “Nou ja, Hij bladerde wat door het boek. “Zoiets. Misschien. Maar dan dus onderbouwd.”


In de roman wordt zo’n “strange loop”-effect bereikt in de epiloog, wanneer Carice die al dood is een glas appelsap aan de stewardess vraagt die ze straks zal moeten brengen aan de jongen die op rij 14 gaat zitten. In het interview hieronder geeft Pruis aan dat ze dit als een alternatief voor een Godsbesef ziet. En in dat interview wordt ook verteld hoe ze op dat idee van de vliegtuigscène in pro -en epiloog is gekomen. Het was een zogenoemd “broodje-aapverhaal” onder de stewardessen.


Er zijn dus enkele belangrijke motieven en thema’s in deze roman:
- de onvoorwaardelijke liefde voor de kinderen
- de angst dat er iets met hen zal gebeuren
- de idee dat dingen blijven voortleven in de hersens van anderen
- de jaloezie tussen geliefden (Carice t.o.v. de relatie tussen August en Josje)
- het ironisch bekijken van de daden/ opvattingen in het verleden
- de ontrouw aan de idealen
- het beschrijven van een periode in de geschiedenis van een maatschappij (in dit geval de chroniqueur van de de tachtiger jaren; )
- de wereld van list en bedrog: met als voorbeeld de BH’s gemaakt van mensenhaar
- het hebben van (grote en kleine ) geheimen
- het hebben van een schuldgevoel en het inlossen van schuld.


Recensies
Op 30 april 2008 schrijft Arie Storm in Het Parool heel positief over de nieuwe roman van Marja Pruis: Marja Pruis ontpopt zich in deze stukken van de roman als een pakkend chroniqueur van die periode en plaats. Kun je nostalgisch terugverlangen naar een periode die in werkelijkheid zo naargeestig was? vroeg ik me tijdens het lezen even af. Die nostalgische kant zit zeker in Atoomgeheimen, maar uiteindelijk gaat het verontrustende toch volledig overheersen. Het was een heel gedoe in die tijd, en zeker niet alles was even aangenaam. Integendeel.
Kortom, op dat tropische eiland in de Caraïben wordt Carice ingehaald door een akelig akkefietje uit het verleden. Dat akkefietje heeft vanzelfsprekend van alles met paaldanseres Josje te maken. Het komt tot een spectaculaire ontknoping, aan het eind overheerst het thrillerachtige aspect van het boek.

Maar helemáál aan het eind volgt nog een onverwacht slotakkoord dat alles in een onverwacht en ontroerend daglicht plaatst. Je weet dan: Atoomgeheimen roept op een geloofwaardige, nachtmerrieachtige én weemoedige manier een nabij verleden op, maar deze roman blikt tevens op een mysterieuze manier vooruit. Dit slot doet verlangen naar meer. En dat zijn de beste boeken: die je naar méér doen verlangen. Atoomgeheimen is zo'n boek.



Op vrijdag 18 april 2008 is Daniëlle Serdijn in De Volkskrant ook al positief over de roman.(ze geeft 3 van de 5 sterren) Pruis schrijft er wat lacherig over. Alsof ze oude foto’s bekijkt en constateert dat het er allemaal tamelijk idioot uitzag. Grotesk zijn de taferelen waarin Pruis beschrijft wat er op het menu stond in die dagen: ‘Mmm, heerlijk, bloemkool met aardappel en macaroni dooreen gestampt en een dikke korst van gegratineerde komijnekaas’. En ‘overal deden we ananas door’. Karikaturaal bijna zijn de outfits van toen.

Maar die nobele doelen, waren die wel zo nobel? En die betere wereld; wat is daar eigenlijk van terechtgekomen? Goeie vraag. Trek dat boetekleed alvast maar aan. Een universeel thema is het wel. Iedere generatie vraagt zich op den duur af of ze het bij nader inzien nou inderdaad bij het rechte eind had. En of ze nog wel zijn wie ze waren. J.J. Voskuil schreef erover, Nescio, en ook E. du Perron moest zichzelf voortdurend voorhouden trouw te blijven aan wie hij was. Thematisch is Pruis zelfs enigszins verwant aan de Franse rebel Michel Houellebecq, die menig wereldverbeteraar tegen de schenen schopte met z’n Elementaire deeltjes. Geen slecht gezelschap al met al. Pruis onderscheidt zich echter van deze knoestige collega’s door die merkwaardige mengeling van sensuele zijdezachtheid, botte glossy humor – ‘Behalve om tieten gaat het om haar. Háár. Haren’ –, en een intelligente moraal. Raar maar waar: in Pruis komen Linda en De Groene samen.



Over de schrijfster en haar werk
Bron: website van de uitgever.

Met haar eerste boek, De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk (1999), toonde Marja Pruis zich een gedurfd schrijversbiograaf. Het object van haar jarenlange fascinatie, de schrijfster A.H. Nijhoff, echtgenote van de dichter Martinus Nijhoff, deed ze meer dan recht door haar levensverhaal vanuit verschillende standpunten te beschrijven, inclusief dat van de biograaf. Een spannend en relativerend boek was het resultaat, dat zich laat lezen als het relaas van een queeste maar ook als een commentaar op het schrijven van biografieën. De typische verteltrant van Pruis, zinderend maar tegelijkertijd afstandelijk en ingehouden, bereikt een nieuw hoogtepunt in de roman Bloem (2002). Hierin beschrijft Pruis op pijnlijk geestige wijze een amour fou; in sneltreinvaart laat zij het lot van de minnaar zich ontrollen, onverbeterlijk pathetisch als in een doktersroman, een gedicht van Auden of een film van Truffaut. Het thema van de geliefden als intieme vreemden verkent ze opnieuw in de roman De vertrouweling (2005). Vanuit verschillende perspectieven beschrijft ze een aantal ogenschijnlijk kabbelende levens, van stellen met opgroeiende kinderen, die met elkaar op vakantie gaan en ondertussen weinig tot niets van elkaar blijken te weten.

Met haar nieuwe roman Atoomgeheimen (2008) bewijst Pruis opnieuw de chroniqueur van het moderne (vrouwen)leven te zijn. Haar roman gaat over de onmogelijkheid alles met elkaar te laten kloppen in één leven, en dus over geheimen. In een verrassende raamvertelling krijgen we de af en toe onnavolgbare gangen van lingerie-ontwerpster Carice van Luijn voorgeschoteld, en worden we en passant getrakteerd op een onthullend inkijkje in het actiewezen van de jaren tachtig vorige eeuw. Opnieuw een meeslepende, actuele roman over liefde en verlies, intimiteit en trouw, angst en verleiding.

Behalve schrijver is Pruis redacteur van De Groene Amsterdammer. Zij stelt hierin de boekenbijlage Dichters & Denkers samen en schrijft zelf over (Nederlandse) literatuur. Ook voor LINDA.magazine schrijft ze over boeken.
Bloem en De vertrouweling stonden op de longlist van respectievelijk De Gouden Uil en de AKO Literatuurprijs; De vertrouweling werd ook genomineerd voor de Anna Bijns Prijs.



Bijlage
Een erg belangwekkend interview met de schrijfster over de roman door Karin Speet op maandag 21 april 2008. Bron: www.literatuurplein. nl

Je kunt alles maken in een boek, zolang je de lezer maar in het verhaal weet te betrekken. Woorden van die strekking komen van Jonathan Coe en Marja Pruis gebruikte die als een van de leidraden voor haar derde roman Atoomgeheimen. Hoofdpersoon Carice van Luijn is kostwinner terwijl haar man schrijver is. Ze is eigenaar van Caresse Lingerie en moeder van twee puberkinderen. Haar lingerielijn is een waar succes. Er gaat een groot geheim achter schuil; in de verfijnde stoffen waarvan de bh’s gemaakt worden zit mensenhaar verweven. Echt waar? Nee, natuurlijk niet, maar voor de duur van de roman weet Pruis dit uiterst aannemelijk te maken. En passant relativeert ze zo het beroep van Carice, want dat haar komt uit India, via een louche man aan wie Carice volledig verslingerd is geraakt. Maar dat is slechts een zijspoor in de roman. Wie Atoomgeheimen wil samenvatten, heeft een paar A4'tjes nodig en dat is een compliment. De roman laat zich niet samenvatten en toont net als de vorige boeken van Pruis de complexiteit van grote woorden als liefde, vriendschap, moederschap en verraad.

De roman is eigenlijk een Drosteblik: binnen het verhaal van een stewardess die op Curaçao landt, dient zich een nieuw verhaal aan, dat van Carice.
Het begon met het verhaal van die stewardess, die wordt geconfronteerd met een spookachtige verschijning. Dat was een soort broodje aapverhaal dat ik van mijn nichtje had gehoord. Die is stewardess is en werkt net als mijn stewardessen voor Emirates. Ik lees haar weblog trouw en vond het leuk om zo’n typisch vrouwenwereldje literair te gebruiken. Het leek me ook prettig provocerend: het gaat er tenslotte niet om waarover je schrijft, maar hoe je dat doet. Aanvankelijk had ik het verhaal uit allemaal lagen opgebouwd: dat van de stewardess, dat van het gezinsverhaal met Carice als moeder, dat van haar dagboek dat sterk seksueel getint was. Ik had de seksuele gedachten als een cursieve laag in mijn verhaal verwerkt, als een soort tegenstem of koorzang. Maar uiteindelijk schrok ik hiervoor terug. Ik pleegde zelfcensuur en bouwde het verhaal opnieuw op.

Het gezinsverhaal begon heel vanzelfsprekend, maar ik had er na dertig pagina’s een beetje genoeg van. Ik was erg gefascineerd door een reportage in Vrij Nederland over hairextensions. Ik dacht: ik moet schrijven wat ik zelf graag lees, en dat vond ik een heel boeiend verhaal. Via de louche figuur Pavan kon ik dan toch nog iets seksueels doen, zij het toegedekt en suggestief.

Carice is eigenlijk heel eenzaam, in haar gedachten en in haar afhankelijkheid van Pavan.
Dat is ze zeker. Waar ik naar zocht was troost. Het gaat in dit boek allemaal over angst, over het verschrikkelijke als je kinderen hebt. Je kinderen kunnen dood gaan, jijzelf kan dood gaan. Als je daarover nadenkt, is dat afgrijselijk. Ik ben ervan overtuigd dat het moederschap je definitief tot een gewond dier maakt. Dat geeft niet, je leeft, het hoort erbij. Kinderen bieden een afschuwelijke en heerlijke beklemmende intimiteit, voor hen voel je een alles verterende, onvoorwaardelijke liefde. Ik zocht naar een alternatief voor de hemel en God, en dat werd dan zo’n beetje de strange loops theorie van Douglas R. Hofstadter.

In de roman legt Carice die theorie uit als het feit dat iedereen in zijn hoofd een eigen strange loop heeft, maar ook kopieën van strange loops van anderen, zelfs die van Socrates of de buurman. Simpel gezegd: we leven via een wirwar van draden in elkaar voort.
Ja, dat idee vind ik heel mooi, ook als vertelwijze. Zo kreeg ik toch iets van het meerstemmige dat me aanvankelijk voor ogen stond, maar dan in een redelijk normaal verhaal. Daarom ook zijn er van die associatieketens: ik wil vooral laten zien dat er geen groot en klein bestaat. Dat Carice tijdens een gesprek opeens denkt dat de koekjes op zijn, is even wezenlijk als een reis door India, een echtelijk conflict of een dagje aan het strand. En het is ook nog eens allemaal gelijktijdig. Het is gekmakend om dit op papier te vangen, je moet naar abstractie streven, en tegelijkertijd wilde ik het realistisch houden. Ik dacht: zo lang ik het spannend houd, zolang ik de lezer een bot voorhoud, kan ik alles zeggen wat ik wil. Over mannen en vrouwen en dit leven en deze wereld, alles op mijn eigen niet-politieke, niet-verantwoorde manier.

Carice was in haar studententijd een feminist, maar wilde geen lesbienne zijn. En ook geen feminist genoemd worden. Wat kleeft er toch voor afschuwelijks aan dat woord?
Ik vind het moeilijk om te zeggen dat ik feminist ben, omdat ik dan een geloofsaanhanger lijk. Maar te zeggen dat ik geen feminist ben, vind ik ook verdacht. Het is lastig. Ik verlangde ernaar om over een vrouw te schrijven die er totaal van doordrongen is dat ze in een mannenwereld leeft, maar die ook vervuld is van zelfspot en het relativerende besef dat ze deel uitmaakt van die wereld. Zelf raak ik steeds minder geremd in het denken dat mannen nu eenmaal mannen zijn, en vrouwen nu eenmaal vrouwen. Er zijn zoveel nuances.

In Atoomgeheimen knipoog je naar de RAF, het boek is ook een portret van een generatie die in de jaren tachtig zijn bevrijding doormaakte, in de trant van Houellebecq. Sommigen vinden romans die geëngageerd zijn niet tijdloos genoeg en literair bij voorbaat niet interessant.
Mijn boek is wel erg contemporain. Ik was me er ook wel van bewust dat ik bijvoorbeeld merknamen gebruik, die een boek direct dateren. Maar aan de andere kant gaat Atoomgeheimen over universele dingen. Het gaat om geheimen op alle niveaus, de titel suggereert al dat er iets in de lucht hangt. Atoomgeheimen gaan door voor de ultieme geheimen. Het is zo’n typisch mannelijk begrip. Tegelijk refereert het aan het idee: niks is belangrijk, alles is belangrijk. En het is een knipoog naar Houellebecq. Door het boek groter te maken dan alleen deze tijd hoop ik dat het een lang leven beschoren is.

In de roman gebruik je ook een licht ironische tussenstem die de lezer raadgevingen influistert als tips voor een huwelijk, ‘Erbarmen, alstublieft’.
Ja, ik denk dat die ook het resultaat is van dat gevecht tussen abstract en realistisch. Hij zorgt voor afstand, mededogen, spot. Ik heb er erg de neiging toe, heb hem geprobeerd in te dammen, omdat ik er zelf niet van hou wanneer iemand me uit de beschreven wereld haalt als ik een boek lees. Maar het moest gewoon af en toe. Mijn streven is om uiteindelijk een prachtig liefdesverhaal te schrijven zoals ik dat het liefst zie in films, zonder enige terughouding en zonder enige relativering; het duivelse dilemma alleen maar hartverscheurend neerzetten.

Je hebt ook heel filmisch geschreven, net als in je vorige roman De vertrouweling.
Ik laat me erg door films beïnvloeden, meer dan door literatuur denk ik wel eens. De huidige Nederlandse literatuur vind ik doods en artificieel. Onmachtig of al te lullig. Ik hou met steeds meer hartstocht van het werk van Anne Tyler, Alice Munro, Alice Thomas Ellis en de vroege Jenny Diski. Ik zoek het echte, pijnlijke, lieve en sardonische.

In films raak ik geïnspireerd door scènes. Ik schrijf vaak citaten op of ideeën terwijl ik kijk. Toen ik tegen het einde van de roman kwam, zat ik naar een film te kijken waarin de hoofdpersoon zei dat je soms geen idee hebt waarom mensen dingen doen. Dat was een Eurekamoment. Ik dacht: ik hoef het wereldraadsel niet op te lossen. Dat is wat veel boeken zo kinderachtig maakt, dat je precies zegt waarom iemand iets doet. Je beschrijft óf de handelingen, óf de emoties met beweegredenen, maar nooit allebei. Dat was een bevrijdende gedachte.

Was het schrijven zwaar?
Ik schreef het in redelijk korte tijd en ja, er waren hobbels, twijfels, zoektochten. Het is vooral het piekeren vooraf, het uitproberen dat veel moeite kostte. Maar ik heb weer zoveel geleerd en koester nu de illusie dat het volgende keer sneller zal gaan. Nou ja, een illusie blijft dat natuurlijk, want schrijven heeft niks met efficiency te maken. Maar het is ook en vooral de angst indammen. Een vriendin zei tegen me toen ik vertelde dat ik zo verschrikkelijk aan het dromen was dat ik echt iemand met blote handen wurgde: ‘Je bent “the angel in the house” aan het ombrengen.’ Of zoals Woolf schreef: ‘she bothered me and wasted my time and so tormented me that at last I killed her.’ Alleen door de lieflijke engel in jezelf te smoren, kun je schrijven. Het is een vorm van verraad. Dat moet je aandurven.


Bijlage 2 : lofrede Hubert Smeets over Atoomgeheimen
Bron: website uitgever Nijgh & Van Ditmar
Friedrich Engels… Pardon, ik ben even de draad kwijt. Moeten we het toch niet hebben over Karl Marx? Dan wel Vladimir Lenin? Nee, het is toch echt Friedrich Engels. Ongelogen, Marja Pruis schrijft over Engels, die Duitse industrieel met zijn Engelse arbeidersvrouw, in haar nieuwe roman Atoomgeheimen.
Voor de goede orde: de roman gaat onder meer over vrouwen, vrouwendiertjes, vrouwenliefde, vrouwenhaat en, laat ik er niet omheen draaien, vrouwenkleding.
Maar Marja Pruis schrijft ook over de auteur van Der Ursprung der Familie, des Privateigentums und des Staats. En wel dit: ‘Het is onvergeeflijk dat Friedrich Engels dit aspect [het dierlijk gedrag der vrouwtjes] niet meenam in zijn analyse van de teloorgang van het matriarchaat en de opkomst van het patriarchaat.’ Waarna er een hilarische passage volgt over het, ja – mag ik het Frans intellectueel formuleren – over maatschappelijke vertoog van de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.
Ik zei al: Atoomgeheimen gaat onder meer over vrouwen. Dat klopt. Atoomgeheimen gaat onder meer over vrouwen. Over hun studieuze gemakzucht, wat bij mannen alleen op het studentencorps voorkomt. Over hun fysieke nabijheid tot andere vrouwen, waarvoor mannen juist bang zijn. Over hun jaloezie jegens vrouwen, iets waar mannen onderling omgekeerd weer minder last van hebben. Over hun onvermogen om mannen te begrijpen, met name hun verlangen naar eenzaamheid, althans zo lees ik het, het omgekeerde is dus ook het geval. Over hun zakelijke ambities, die wat worden gebagatelliseerd maar zich voor het overige niet onderscheiden van die van mannen. Over hun grotere en kleinere James Bond-syndroompjes, die overeenkomsten vertonen met mijn eigen Catherine Deneuve-syndroompje. Over hun dubbele moraal, die verdraaid veel lijkt op die van mannen. Over hun kleding, anders gezegd: over hun eigen specifieke wapenuitrusting, waar ik geen snars meer van begrijp.
Maar toch gaat Atoomgeheimen maar ten dele over vrouwen. In mijn lezing althans gaat de roman van Marja Pruis ook over Engels en al die andere epigonen en protagonisten van de jaren zestig tot en met tachtig. Kortom, over al die erflaters en erfgenamen van 1968, het jaar waarin de man als het “hoofd der echtvereniging” wettelijk van zijn voetstuk werd geworpen maar de vrouwelijke zwangere weduwe nog wel een klein “treurjaar” van 306 dagen ontrouwbaarheid moest lijden.
Laat ik, notoir niet-lezer van echte romans, het anders zeggen. Atoomgeheimen is een knettergek en doldriest boek.
Het risico om iets te zeggen over de gelaagdheid, de intertekstualiteit, de metaforiek en de ambiguïteit van de plot, al die risico’s neem ik niet. Dat zou belachelijk klinken, althans uit mijn mond. Ik zeg alleen dat Atoomgeheimen een spannend maar vooral vreselijk geestig boek is over de jaren zeventig/tachtig. En dat op zich is al van de hoogste relevantie. Want u allen weet dat de decenniumwende een keerpunt is geweest in de Nederlandse geschiedenis. Zo niet, dan zal dit boek van Pruis u leren.
Atoomgeheimen gaat over het Nederland waarin ik, net als al die anderen tussen de 45 en 55 jaar, ben opgegroeid en groot geworden. De roman gaat dus niet alleen over vrouwen als Carice, Josje en Marloes maar ook over mij, al heet ik geen Aldert-Jan en al ben ik, anders dan hele batterijen neoconservatieve en geleerde publicisten anno 2008, nooit communist geweest of sympathisant van het gewelddadige, Duitse type. Toch gaat Atoomgeheimen ook over mijn vaderland en vooral over ieders ongelukkige geluk tussen, pakweg, 1968 en 1994.
In tien woorden: Atoomgeheimen is een roman over ingewikkelde politieke waanzin en simpele menselijke jaloezie. En dat alles wordt ook nog stapelmesjogge verwoord. Mag ik een paar passages citeren waarom ik – toegegeven, onderweg van Boekarest naar Moskou, dus van Dracula naar Dostojevski – vreselijk maar pijnlijk heb moeten lachen?
Eén: ‘Ook autonomen hadden te kampen met wijkende haargrenzen.’
Twee: ‘Ze konden niet autorijden, hadden permanent een slecht geweten en nog steeds een bloedhekel aan The Police.’
Drie: ‘De eerste plicht van de gevangene is de vlucht.’
Vier: ‘Het conflict tussen de persoonlijken en de politieken, dat op een gekke manier parallel liep met het schisma tussen degenen die geweld veroordeelden en degenen die geweld niet uitsloten’ was als ‘het subtiele verschil tussen geweld accepteren en niet uitsluiten’.
Vijf: ‘Zonder boosheid zijn wij niets.’
En dat alles uit de mond van of over mensen zonder naam, zoals de straten in sommige steden in de Verenigde Staten en Rusland geen naam hebben. En dat blijkt niet eenvoudig. Pruis biedt op dat gebied zelfs nieuwe inzichten. Want mensen die zich hiermee hebben ingelaten, zijn voor de geschiedenis verloren. ‘Mensen zonder achternaam kun je niet googelen’, laat Marja Pruis iemand in Atoomgeheimen zeggen. Nu heb ik altijd al een hekel gehad aan die zogenaamde gewichtige anonimiteit van krakers en autonomen gehad. Maar dankzij Marja Pruis weet ik nu eindelijk waarom. Die lui verborgen zich of verbergen zich en zijn dus antihistorisch. Of anders gezegd, ze zijn stalinistisch of fascistisch. U mag zelf doorhalen wat u liever heeft om de antigeschiedenis te omschrijven.
God blijkt in de roman van Marja Pruis uiteindelijk toch te bestaan. Zij is het geheugen dat zich noch laat googelen noch laat maskeren. De hoofdpersoon in het boek, die keurig trouwt met een intellectuele vent en wakker ligt van vooral de oudste dochter die abusievelijk maar wel lief denkt dat colaatjes drinken tot diep in de nacht romantisch is, heeft die jaren zeventig/tachtig niet voor niets geleefd. Ze heeft begrepen dat je profijt kunt hebben van kwaadaardige gekkigheid, van onbekommerde onzin en andere uitvreterij. Ze wordt een succesvolle zakenvrouw. Type Annemarie van Gaal van Independent Media, PC Hooft, en Volkskrant Magazine. Maar dan wel aantrekkelijker en aardiger.
Ze is, anders gezegd, de vrouwelijke variant van al die mannen en die enkele vrouw die tussen 1968 en 1994 heel erg tegen waren en nu heel erg voor, dan wel omgekeerd, en met die ommekeer thans beroemd worden en leuk geld verdienen op de opiniepagina’s van NRC Handelsblad en vooral de Volkskrant.
Ware het niet dat de analyse van Marja Pruis veel eerlijker is. Ik citeer weer.
Eén: ‘Eenmaal geworpen hebbende zijn vrouwen verloren.’
Twee: ‘Wat is seks op de schaal van eeuwigheid?’
Drie: ‘In haar bedrijf leidde haar wankelmoedigheid tot bizarre situaties, ellenlange vergaderingen en weggemoffelde rapporten. In de privé-sfeer tot ongelukken.’
Vier: ‘Mensen verlaten hun huiselijke vesting en er blijft niks van ze over.’
Dat laatste stemt treurig? Ja. Maar het is wel waar. Het is de ultieme lofzang op het huwelijk. Ik ben daarom uitgepraat. En vat heel politiek en dus heel antiliterair samen: Marja Pruis heeft een heerlijk treurige roman geschreven, een gruwelijk waarachtige spiegel, een boek over ons, die generatie die te jong was voor The Rolling Stones en te oud voor de Sex Pistols en zich waarschijnlijk daarom schaamde voor The Police en juist niet voor de Red Hot Chili Peppers.
Marja Pruis heeft de afgelopen dertig jaar verdomd goed opgelet.


Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.