Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1661 |
Opvragingen: | 11 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Titels van E.J. Arnold
En avant (3) 1961
Laatst gewijzigd op 22 april 2008
En avant - E. J. Arnold
Het is twintig Juni. De grote vakantie begint vandaag. Paul en Marie Leon zijn heel tevreden, omdat ze gaan kamperen aan de rant van de zee.
Bij de familie Leon, is iedereen druk bezig. Meneer Leon, onderzoekt de motor van zijn auto. Mevrouw Leon is in de keuken. Zij bereidt een picknick. Paul en Marie laden de auto in. De kinderen zijn de tent al aan het opvouwen. Nu wil Paul zijn spullen in de auto leggen. Maar, zij is veel te klein. Er is geen plaats voor zijn voetbal en zijn hengel. Hij is zo niet tevreden. Marie komt uit het huis met een grote koffer in haar hand. Ze vraagt: Wat doe je Paul? Er ligt een grote tas in de auto antwoordt Paul. Hij neemt heel veel plaats in. Ik ga het in de keuken leggen. Wat zit er dan in de tas vraagt Marie. Weet ik niet antwoordt Paul, maar het is zeer zwaar. Paul legt de tas in de keuken, en legt zijn spullen in de auto. (einde pag. 4)
Meneer Leon bekijkt de gecontroleerde auto. Hij roept: In de auto iedereen! Iedereen is klaar. Wij vertrekken. 10 minuten later, is de familie Leon onderweg.
2 uren gaan voorbij. Iedereen is blij in de auto. De kinderen zingen. Maar, plotseling zegt Meneer Leon: Wat is er? De auto doet het niet meer goed. Heb je nog benzine, vraagt mevr. Leon.
Maar natuurlijk, kijk maar antwoordt meneer Leon. Er zit nog 10 liter in de benzinetank. Meneer Leon brengt de auto tot stilstand, en gaat de auto uit. De band is lek!
De krik is tussen de bagage, zegt meneer Leon. Wacht papa, zegt Marie. Paul en ik hebben wel wat uit de auto gehaald. (einde pag. 6)
De kinderen hebben wat uit de auto gehaald maar zij hebben de krik niet gezien. Waar is de krik dan papa, vraagt Marie. Hij is in de auto antwoordt papa, Het is een grote tas. Oh, wat heb ik gedaan denkt Paul. Meneer Leon zoekt in de auto. Maar waar is de tas vraagt hij. Wie heeft er aan de tas gezeten. Wie heeft de krik meegenomen? Papa dat heb ik gedaan... zegt Paul. Wat dom! Roept meneer Leon. Dan zegt mevr. Leon: Rustig Henri. Hier is een kleine garage. Paul ga een mechanican zoeken. Ja mama zegt paul en hij gaat lopen naar de garage. De mechanican arriveert al. (einde pag. 7)
Het is mooi weer. Familie Leon nemen een kleine lunch in de zon. Mevrouw leon is in de tent. Zij bereidt de picknick. Paul is ook in de tent. Hij ordert de spullen van de familie. Marie gaat naar een kleine winkel op de camping. Zij koopt een brood, boter en pate. Meneer Leon leest de krant in de zon. Plotseling roept hij mevr. Leon. Jeanne! Kijk in de krant! Mevrouw Leon, en de kinderen bekijken de krant. Lees Jeanne zegt men. Leon. Kampeerders! Jullie aandacht!
Ik kan niet lezen antwoord mevr. Leon ik heb mijn bril niet op. Lees het artikel voor Henri. Kampeerders! Jullie aandacht! Leest men. Leon. Er zijn dieven op de camping actief. Ze stelen geld, horloges en radio\'s. Ze stelen dus bezittingen van kampeerders. Mevr. Leon zegt: Maar ze kunnen niks stelen, want onze tent zit op slot. Dat is waar mam, zegt Marie. En er is altijd een bewaker. En er zijn veel mensen op de camping zegt Paul. Zullen we naar het strand gaan? (einde pag. 11) Familie Leon komt op het strand. Paul draagt de spullen voor de picknick in een mand. Meneer Leon vindt een goede plek op het strand. De lucht is blauw, en het weer is goed. De kinderen spelen met de bal met meneer Leon. Verder, gaat de familie picknicken. Mevr. Leon zit onder een grote parasol en leest magazines. Meneer Leon speelt met de bal en nu is hij vermoeit. Hij gaat in de zon zitten. Uiteindelijk keren ze terug naar de camping. Het is 9 uur. Het is donker. De leon\'s komen op de camping. Maar, waar is de tent vraagt Marie. Ik zie hem niet. Daar! Antwoordt Paul. Achter deze kleine, witte tent. Kijk daar! Zegt meneer. Leon. Daar is iemand in de tent! Het is waar zegt Paul. Kijk, bij die doek.(einde pag. 14) Mevr. Leon en Marie zijn bang. Mevr. Leon denkt aan het stukje in de krant. Ze zegt: Henri het artikel in de krant... de dieven...
Het is vast een dief zegt hij. Paul, ga een bewaker halen. Maar, maak geen geluid. Paul komt na enkele minuten terug met een bewaker. De bewaker heeft een zaklamp mee, en hij schijnt van links naar rechts. Is daar de dief? Vraagt Paul. Ja! Antwoordt men. Leon. Kijk meneer, zegt hij tegen de bewaker, daar bij het doek. Het is waar meneer. Het is zeker een dief. O ik ben bang mam, zegt Marie. Je hoeft niet bang te zijn kleine, zegt de bewaker. Dan roept hij: He jij daar, sta stil! Haast u roept men. Leon. Wij kijken! Kijk zegt de bewaker, hij beweegt. Achter het doek horen ze een geluid. Meuh, meuh doet het geluid. Ah! Het is geen dief zegt Marie. Het is een geit! (einde pag. 15)
De familie Leon komt met de auto aan in een klein dorpje d\'Ax. Meneer en mevrouw Leon gaan naar het Cafe de la poste. Paul en Marie gaan het kleine dorpje bekijken. Het is druk op de weg zegt Marie. Kijk, daarom, zegt Paul. Bekijk dit affiche. Vandaag komen hieren de wielrenners van de tour de france. Oh! Roept Marie. Ik wil graag de coureurs voorbij zien komen! O kijk zegt paul, hier is een opname voor de televisie! Waar? Vraag Marie. In deze straat antwoordt Paul. Zie je de reporter van de televisie? Hij praat door de televisiekijker. Ja ik zie het, zegt Marie. He kleine, roept de reporter. Kom eens hier! (einde pag. 19) De twee kinderen lopen naar de reporter. Ja meneer, zegt Marie. Wat is er? Hoe heet jij, kleine? Vraagt de reporter. Marie Leon, antwoordt Marie. Marie, kun jij antwoorden op een paar vragen voor de televisiekijker? Natuurlijk meneer, zegt Marie. Zij weet niks van de Tour de France roept Paul . Wel ! Roept Marie. Het is niet waar meneer. Ik weet er heel veel van,. De tour, is een race voor fietsen. Goed zo Marie, antwoordt de reporter. En hoeveel wielrenners doen er mee aan de tour de france? Het zijn er honderden antwoordt marie. En de coureur wie de beste van de classe is draagt een geel shirt. Perfect zegt de reporter. En waar is de tour? Het is altijd in Parijs antwoordt Marie. Super, super zegt de reporter. Bedankt Marie. En je krijgt een klein cadeau, en hij geeft 10 francs aan Marie. O! Bedankt meneer zegt Marie. Maar de reporter anwoordt niet. Hij zegt: Attentie televisiekijkers! De wielrenners arriveren! (einde pag. 21)
De wielrenners komen het dorp binnen. Maar plotseling steekt een zwarte hond de weg over. Er gebeurd een ongeluk: een wielrenner valt van zijn fiets. Paul en Marie hebben het ongeluk gezien. Ze gaan naar de wielrenner toe. Hij is een beetje gewond maar niet zo erg. Hij pakt zijn fiets. Mijn fiets, vraagt de wielrenner, is die nog goed? Er is niks mis mee meneer, antwoordt Paul. Hij is goed. O gelukkig zegt de wielrenner. Paul geeft de fiets aan de wielrenner en die klimt op zijn fiets. Bedankt kinderen! Zegt hij. Tot ziens! Fijne reis, roepen de kinderen. De twee kinderen gaan naar cafe de la poste. Meneer en mevrouw Leon zijn daar. Mama mama, roept Paul, wij hebben een wielrenner geholpen! En ik heb 10 francs gekregen! Ik weet het zegt meneer Leon,. Hoe dat zegt Paul. Weet je dat niet? Vraagt mevr. Leon. Kijk, je vader en ik hebben alles op televisie gezien! (einde pag. 23) Vandaag is het 14 september. Het is het einde van de vakantie. Meneer Leon moet weer aan het werk, en de kinderen moeten weer naar school. De familie Leon heeft de tent al opgevouwen en de spullen in de koffer gedaan. Nu leggen ze de spullen in de auto. Het is veel bagage. Uiteindelijk is alles klaar. Ze gaan de auto in en vertrekken. Het is half negen. Meneer Leon wil zo snel mogelijk thuis zijn. Hij rijdt hard, en negeert de verkeersregels. Henri! Jij gaat veel te snel zegt mevr. Leon. Ah nee zegt Men. Leon. Henri, jij doet gevaarlijk. (einde pag 27) Maar meneer Leon luistert niet naar Mevr. Leon. Plotseling horen de 2 kinderen een geluid. Ze draaien zich om en zijn een motorist achter de auto. Hij rijdt ook hard. Papa het is een... zegt Paul. Stil Paul zegt vader ik moet opletten. Maar, zegt marie, er rijdt een motoragent achter ons! Nee.. Ik moet stoppen zegt men,. Leon. Meneer Leon stopt de auto, en de motoragent ook. De komt van de moter af en zegt tegen men. Leon: U rijdt te hard meneer. Sorry, meneer, zegt Men., Leon. Ik wil zo snel mogelijk thuis zijn. Waarom? Vraagt de motoragent. Omdat de kinderen weer naar school moeten antwoordt men. Leon. (einde pag 29) Dat laat me koud. U doet gevaarlijk. Ik? Vraag men. Leon. Ja u antwoordt de motoragent. U rijdt te hard en overschrijdt de gele lijn
Dat is mogelijk zegt men. Leon. Maar... U overschrijdt de gele lijn 3 keer! Zegt de motoragent. En u rijdt te snel. Daarom krijgt u een bekeuring van 30 francs. O nee. En omdat u de gele lijn overschrijdt krijgt u nog een boete van 30 francs. Nee!! Zegt meneer Leon. 60 francs! Dat is veel! Maar hij geeft 60 francs aan de motoragent. Bedankt meneer! Tot ziens, en nu goed opletten. Nee maar 60 francs, zegt mevr. Leon. Mijn ongelukkige Henri, jij bent ook echt een dom uilskuiken. (einde pag 31)
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen