Boekverslag Jeroen Brouwers

Bezonken rood

... 21 22 23 24 25 [26] 27 28 29 30 31

Info over dit verslag

Geschreven door:

H. van D. [meer]

Niveau:

4VWO

Kwaliteit:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1987

Opvragingen:

53

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Jeroen Brouwers

Laatst gewijzigd op 24 april 2008

Mijn leeservaring

Ondanks alle gruwelijke beschrijvingen die ‘Bezonken Rood’ bevat heeft het boek weinig emoties bij mij opgewekt en heb ik het niet als heftig ervaren. Dit komt doordat Brouwers telkens nauwkeurig de situatie beschrijft maar alle vormen van gevoelens achterwege laat (in het hoofdstuk wat op bladzijde 50 begint is dit goed te zien). Omdat er weinig over emoties wordt geschreven, werden die bij mij ook niet opgewekt. Ik vond het smerig, walgelijk en vies, maar kon me niet met de personen identificeren waardoor ik niet met hen mee kon leven, en het ook niet zielig of aangrijpend vond. Waarschijnlijk heeft Brouwers dit bewust gedaan om hiermee duidelijk te maken hoe schadelijk het is dat alles went en men uiteindelijk nergens meer van schrikt.
Op bladzijde 85 wordt dit duidelijk, terwijl Brouwers aan Nettie verteld dat zijn oma stervende is:
‘Nettie was hierdoor niet geschokt, zoals ook ikzelf er niet door zou zijn geschokt, - wij maakten in werkelijkheid dingen mee die even vreselijk waren, en waarvan het vreselijkste was: dat wij ten slotte niet meer konden worden geschokt, niet meer konden worden ontroerd, niet meer in staat waren wat dan ook nog te voelen, - wij waren geworden zoals onze vereelte voetzolen.’
Omdat het weinig emotiebeschrijvingen bevat zou je het boek als een soort verslag over het Jappenkamp kunnen zien. Jammer is dan alleen dat de feiten binnen het verslag niet blijken kloppen (Kousbroek’s kritiek) en er daardoor weinig goeds overblijft. Het is een emotieloos verhaal of een verslag met feiten die op leugens berusten, allebei niet best.
Ook Brouwers schrijfstijl op het gebied van zinnenvorming en woordkeuze vind ik niet erg bewonderenswaardig. Vaak begint hij een zin of alinea, gooit er vervolgens veel onnuttigs tussendoor en maakt het ten slotte af, terwijl de lezer al vijf regels terug was afgedwaald.
De stukken over Liza en over zijn moeder hebben mij soms nog wel kunnen boeien. Opmerkelijk is dat dit ook de stukken zijn waarbij Brouwers wel (ook al zijn het er weinig) emoties beschrijft. Helaas bevatten deze stukken ook veel gezeur over eelt en andere idioterie.
Ik had meer van Brouwers verwacht, maar dit boek zal ik niemand aanraden. Jammer.

Samenvatting van drie verhalen

Sommige hoofdstukken beschrijven Brouwers’ jeugd in het jappenkamp (rond 1945). Andere hoofdstukken beschrijven zijn liefde voor Liza (rond 1974) of de gebeurtenissen rond het overlijden van zijn moeder ( het heden, 1981).
In principe is het allemaal één doorlopend verhaal, maar is het niet op volgorde opgeschreven.

De jappenkampen
Tijdens de kleutertijd die Brouwers (samen met zijn zus, moeder en oma) in het jappenkamp heeft doorgebracht heeft hij al jong kennis gemaakt met dood en narigheid. De jappen mishandelden de kampbewoners op afschuwelijke wijze. Zo lieten ze de vrouwen rondspringen als kikkers tot hun ontlasting in combinatie met losgeraakte organen uit hun lichaam klatert. Brouwers’ oma overlijd tijdens het ‘kikkeren’ en later mishandelen de jappen zijn moeder, waarna Brouwers besluit niet meer van haar de houden en wil hij een nieuwe moeder omdat deze nu kapot is. Toch heeft Brouwers destijds weinig last van de gruwelijke taferelen in het jappenkamp. Later beseft hij pas hoe getraumatiseerd hij is geraakt.

Liza
Zeven jaar voor het overlijden van zijn moeder ontmoette Brouwers Liza, een vriendelijke katholieke schooljuf waarbij hij de moederliefde vindt die hij miste. Hun relatie duurt echter maar drie dagen. Na die drie dagen verlaat Brouwers haar weer, waarna hij een ander trouwt en kinderen krijgt. Jaren later ontmoet hij haar opnieuw en komen zijn herinneringen weer boven. Ook door het overlijden van zijn moeder moet hij vaak aan Liza denken.

Het overlijden van Brouwers’ moeder
Brouwers heeft al jaren geen contact meer met zijn moeder en hoort over de telefoon dat ze is overleden. Hij besluit niet naar de crematie te gaan, heeft geen interesse in haar spullen en wil zelfs in het rouwbericht niet genoemd worden. Wel gaat hij uitvoerig na waar hij mee bezig was op het moment dat zijn moeder overleed, en naar wat voor televisieprogramma ze gekeken zou kunnen hebben.
Op de dag van de crematie rijd Brouwers rond, komt hij aan in een mistig bos en heeft hij het gevoel dat ook zijn hoofd vol zit met mist. Thuis schrijft hij verder aan zijn boek over zelfmoord en grijpt hij naar de drank.

Symbolische woorden

Hoed
De tropenhelm die van Brouwers’ grootvader geweest is, wordt vaak genoemd.
Het lijkt een geruststellende bescherming voor Brouwers te zijn. Het is iets waardoor hij opvalt en niet in de menigte verdwijnt, maar tegelijkertijd iets waar hij zich achter kan verschuilen zodat niemand hem ziet.
Bladzijde 26: ‘Aan de hoed, meedobberend tussen de hoofden van de andere jongetjes die van hun moeders gescheiden waren geweest, zag mijn moeder al vanuit de verte dat ik mij weer tussen de terugkerende kinderen bevond.
Bladzijde 45: ‘Ik vluchtte weg uit de keuken waar wij huisden en waar mijn grijze zus mijn grijze grootmoeder pap zat te voeren, omdat ik lucht en ruimte moest hebben, die ik niet kreeg op mijn plaatsje onderin de aanrecht, waar ik mij gehurkt ophield, mij verschuilend achter mijn hoed.’
Bladzijde 79: Bij iedere sprong die ik maakte wipte mijn hoed op en voelde ik hem met een plofje op mijn hoofd terugvallen, alsof er steeds met een vinger op mijn schedeldak werd getikt: door iemand die mij erop attent maakte dat ik moest blijven kijken naar wat ik zag en niet moest doen alsof ik iets anders zag, want door mij zou het moeten worden beschreven, ooit, het behoorde tot de voorbestemdheid van alle dingen.
In dit laatste citaat wordt de hoed als een soort hulpmiddel, een leider gezien, die Brouwers helpt het juiste te doen.
De letterlijke betekenis van ‘hoed’ volgens van Dale is echter:
Hoofddeksel van zeer verschillende vorm voor mannen en vrouwen, in het alg. echter met een stijve rondlopende rand en met een bol (daarin te onderscheiden van een pet) en van een vaste vorm.

Eelt
Als klein kind krijgt Brouwers eelt op zijn voeten, wat een symbool is voor de gevoelloosheid die hij ontwikkelt. Hij is nergens meer van onder de indruk, omdat hij zoveel heeft meegemaakt. Vaak schrijft hij ‘ik voelde niets’
Bladzijde 55: Om wakker te blijven krabde ik met een scherp steentje het door de regen zacht geworden eelt van mijn voeten.
Wanneer je je bedenkt dat dit laatste citaat plaats vind terwijl Brouwers’ moeder naakt, omringd door schijnwerpers en mitrailleurs op het plein moet staan komt de symbolische gevoelloosheid sterk naar voren.
Bladzijde 37:Terwijl de film zich ontrolde, en ik er nu eens naar keek en dan weer niet, wachtend tot ik slaap zou krijgen, hield ik mij bezig met het verwijderen van het eelt aan mijn voetzolen: eerst met een rasp, toen met een grove vijl, toen met een fijne vijl.
(…)
Ik ging de tuin in om het op de krant verzamelde eeltvijlsel weg te gooien, ik wierp het in de lucht zoals de as van een gecremeerd lijk in de lucht wordt gegooid om het door de wind te laten verstuiven, maar het stoffige lichaamsafval viel onmiddellijk naar de aarde terug, er was geen wind die het mee voerde of zelfs aanraakte, --een deel ervan kwam in mijn gezicht terecht en bleef aan mijn voorhoofd, wangen en oogleden plakken.

Uit de manier waarop Brouwers beschrijft hoe hij het eelt van zijn voeten raspt blijkt dat hij zich aan zijn gevoelloosheid stoort en hij het misschien op deze manier kwijt probeert te raken. Het wil hem echter niet verlaten en kleeft aan zijn gezicht.
De letterlijke betekenis van eelt: plaatselijke hoornachtige verdikking van de opperhuid, door aanhoudende drukking ontstaan, met name aan handen en voeten.

Mist
De mist die zo nu en dan in Bezonken Rood opduikt symboliseert de onmacht, de verwarring en de eenzaamheid in Brouwers hoofd en leven.
Aan het einde van het verhaal (blz 125) beschrijft Brouwers de mist die om zijn huis hangt en ziet hij zichzelf weerspiegelt in de ruit, waardoor het lijkt of hij buiten in de mist staat. Als het vervolgens gaat waaien, ontstaan er waterdruppels op het raam, waardoor zijn spiegelbeeld in druppels uitéén valt.
Bladzijde 40: ‘Staande tussen mijn roerloze coulissen zoog ik mijn longen vol mist’
Bladzijde 60: ‘Ik boog mij over de glazen plaat waar zij onder lag, -- ik zag dat mijn adem er tussen mijn gezicht en het haren een mistplek veroorzaakte.’
In dit laatste citaat komt duidelijk naar voren dat de mist ook voor afstand zorgt tussen Brouwers en zijn moeder. Er hangt een wolk van (figuurlijke) mist tussen hen beiden, waardoor ze allebei eenzaam zijn.
De letterlijke betekenis van mist: verdichting van waterdamp die zich onmiddellijk boven de aardbodem vertoont.

Vliegen
Ook vliegen worden zo vaak genoemd dat ze een symbolische betekenis krijgen. Brouwers associeert vliegen met de dood. Wanneer ze over iemands gezicht kruipen en diegene ze niet weg jaagt is diegene volgens Brouwers het einde nader. Brouwers probeert dan ook de vliegen bij zijn moeder en Liza weg te houden en is een fanatieke vliegenvanger. Wanneer zijn moeder is overleden vraagt hij voor de zekerheid nog na of ze haar wel afdekken met een glazenplaat, zodat de vliegen niet over haar heen zullen kruipen.
Bladzijde 46: ‘Op wie de vliegen neerstreken zonder door haar op wie ze neerstreken te worden verjaagd, was op weg naar de dood, -- dit was een van de onmiskenbare tekenen. Van die tijd, denk ik, dateert mijn geobsedeerdheid door vliegen: -- ik zie ze in dikke klonters op de zieke, uitgehongerde beursgeslagen, bebloede of anderszins bevuilde lichamen rondkrioelen, bij duizenden tegelijk, en op duizenderlei manieren gonzend.
Bladzijde 47: Ik zag ze nog niet of ze waren al dood. De klamboes waaronder wij sliepen waren stijf en stonken van de bloederige overblijfselen van deze ongedierten: ik ving ze door ze met mijn ene hand in het klamboegaas klem te zetten door dit met een snelle beweging over hen heen te gooien, -- gelijkertijd drukte ik ze met de duim of de knokkels van mijn andere hand dood. Om van het dooddrukken het geluid niet te hoeven horen, maakte ik het zčlf, door het hardop na te doen; ‘Tets!’
’Bladzijde 67: ‘ik heb de vliegen van haar weggehouden en teder en aandachtig haar rug, haar billen en haar benen gestreeld…’
Wanneer men ‘vlieg’ opzoekt in de dikke van Dale vindt men: zonder nadere bepaling de gewone naam voor de huis of kamervlieg, een algemeen bekend tweevleugelig insect.

Kikkers
Ook kikkers krijgen een bijzonder nare betekenis in Bezonken Rood. Vanaf het begin van het boek wordt er tussendoor ‘kwaak kwaak’ geroepen. Later wordt bekend dat dit een herinnering is aan het kikkeren in de jappenkampen. Net zoals vliegen, associeert Brouwers ook deze dieren met de dood, en ziet hij de Jappen ook als grote rode kikkers.
Bladzijde 116: ‘Dat ik soms, de dagen na het overlijden van mijn moeder, de hoorn van het telefoontoestel tegen mijn gulp drukte en het rood mij achter de ogen kwam, schreeuwend: ‘‘Kwaak kwaak!’’.
Bladzijde 109: ‘--zijn kop is rood, bij iedere ademhaling zwelt zijn borst als de balg van een kikker, hij voedt zich met het bloed en de lichamen van vliegen.’
Bladzijde 94: ‘De dood is een monumentale bloedrode kikker. Hij zit vraatzuchtig aan de oever van een brede stroom, die de stroom van zielen is. Als een harpoen werpt hij zijn tong uit, bedaard laat hij zijn kaken malen, waartussen het ritselt voordat hij slikt, -- dan richt hij zijn harpoen opnieuw.’
Dit verklaart ook waarom Brouwers vliegen ziet als de voorbodes van de dood. De kikker ziet hij als de dood zelf, en wanneer het voedsel van de dood over je lichaam kruipt kan de dood zelf elk moment toeslaan.
De letterlijke betekenis van een kikker: amfibie met gladde huid, sterk ontwikkelde achterpoten en zonder staart

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.