ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Titel: Stop der Juwelenbande
Auteur: Hanns-Peter Karr
Samenvatting:
Hoofdstuk 1 Er was een vreemde waarneming
Tom (13) zat uit het raam te staren. Het was een sombere dag. Hij voelde zich niet lekker, 4 dagen geleden voelde hij al steken in zijn voorhoofd. Zijn moeder zag dat hij koorts had. Ze wachtten op de huisarts want die zou langs komen om het te onderzoeken. Hij kreeg medicijnen en toen ging het al beter. Hij mocht pas na 2 of 3 dagen naar school. Tom zat weer uit raam te staren. Hij zag een man in een regenjas (het regende ontzettend hard) die constant aan het rondkijken was. Tom vond hem verdacht en bleef hem een hele tijd volgen. Hij had ook een auto bij zich en Tom had in het raamkozijn zijn kenteken opgeschreven want de ramen waren beslagen. Er kwamen nog 2 andere mannen na een tijdje. Ze openden een deur en gingen met zijn 3-en naar binnen. Het rare was dat ze geen licht aandeden. Ze zaten aan tafel en ze hadden allemaal papier op tafel. Tom kon zien dat er ook een landkaart lag maar meer ook niet (hij keek er naar met een verrekijker). 2 mannen leken ontzettend veel op elkaar, ze waren zeker een tweeling. Een van de tweeling heette Amadeus, Tom kende hem van de bowlingclub. Toen kwam Tom zijn vader thuis. Tom vertelde wat hij zag en Tom zijn vader bekeek het ook eventjes. Nadat Tom het had verteld wat er aan de hand was kwam Tom zijn vader op iets. Hij vertelde dat er in de krant stond dat er een inbraak was bij een juwelier en toevallig kwam ook het kenteken er in voor dat Tom die dag op de ramen had geschreven met zijn vingers. Wie de dader zou vinden zou een geld beloning krijgen.
Hoofdstuk 2 Ze komen in actie
Tom had een STOP - club en hij wist niet wat hij moest doen. Hij vroeg zijn vrienden om hem verder te helpen. De letters STOP stonden voor de namen van de vrienden. Ze vergaderde in een boothuis en ze mogen drinken wat ze willen. Toen hij ’s ochtends op school kwam, ging er een bord met; “gesloten wegens griep’’. Hij wist van niets, maar het stond blijkbaar in de krant. De helft van de leraren en leerlingen hadden de griep. Ze hoefden pas maandag weer naar school. Hij wilde samenkomen in het boothuis, want Tom had een onvoorstelbare ontdekking gedaan. Tom keek nog even uit het raam. Toen ging hij naar het boothuis. Ze dachten dat de mannen in een gestolen auto rondreden. Tom dacht dat het iets met de juwelen bende te maken had want een van de tweelingen was blijkbaar een werknemer van de juwelier. Ze proberen een plan op te stellen. Zodra ze voldoende bewijs hebben over de juwelen bende, dan gaan ze naar de politie. Tom zat er over na te denken, als ze de juwelen gepikt hadden dan moesten ze ook ergens laten. Ze wilden de mensen van de juwelen bende volgen, om te kijken waar ze wonen. Hiermee willen ze adressen en kentekens verzamelen om zo meer bewijs te hebben voor de politie. Ze gingen in een ijszaakje zitten om zo te kijken waar ze juwelen bende mensen hun auto gingen bekijken. De ijsjeszaak is helaas wel erg duur. De eigenaar van de ijsjeszaak was niet zo moeilijk, ze moesten een klein ijsje kopen en dan mochten ze heel de middag er zitten. Ze gingen een plan maken. Ze gaan afwachten tot de man met de lerenjas met schapenvacht weer opduikt. Ze denken dat het huis van hem is. Dat huis dus waar ze gister samen gekomen waren. Ze willen zoveel mogelijk gegevens van hem verzamelen. Ze beseffen dat ze hun eigenlijk allemaal in de gaten moeten houden. Dezelfde dag maken zij nog een afspraak in het boothuis om gegevens uit te wissen over wat ze hadden waargenomen nog die dag. Ze gaan naar de winkel om zo die man te onderzoeken. Otto en Stefan blijven in de ijswinkel, en Tom en Peter gaan naar de winkel.
Hoofdstuk 3 Het criminele klusje
Otto loopt de ingang binnen van de flat om de namen te bekijken. Er kwam een vrouw binnen die de deur open deed. Otto vroeg of hij de vrouw kon helpen om de tas van haar mee naar boven te brengen. Hij had tegen de vrouw gezegd dat hij Benjamin heette (als schuilnaam). Zij zei dat hij zijn oom zocht. Hij nam de boodschappentas mee van de vrouw. De tas was ontzettend zwaar. Hij vroeg de vrouw of zij wist of hier zijn oom in dit gebouw woonde. Hij vertelde dat zijn oom Johan heette. De vrouw denkt niet dat Johan hier woonde. De vrouw noemde een naam die Otto goed kon gebruiken. De man heette dus Amadeus. Hij kreeg 2 euro van de vrouw voor het sjouwen, hij stopte het in zijn zak en liep naar beneden. Bij een deur belde hij aan, of dat de man misschien inlichtingen kon geven. Hij verzint een smoesje, dat zijn moeder in een soort V&D werkte en dat hij aan Amadeus een camera had verkocht. Hij vertelt dat Amadeus zijn agenda heeft laten liggen. Zo probeert Otto zo genaamd de Agenda terug te brengen. De man zegt dat Otto gewoon bij Amadeus moet aanbellen. Otto zegt dat hij niet weet of het de goede Amadeus is, want hij had het adres uit het telefoonboek gehaald dus hij weet niet of dit de juiste Amadeus is. De man vertelt dat hij een kort gesprek had gehad met Amadeus en Amadeus had hem vertelt dat hij glazenwasser was. De man begreep niet waarom Otto zoveel over Amadeus aan hem vroeg. Otto bedankte de man en ging weg. Hij vond dat hij de juiste informatie gevonden had, daarna ging hij naar het ijszaakje. Stefan vraagt hoe het was geweest en Otto vertelt het verhaal. Hij vertelt dat Amadeus pas 3 weken in het huis woont, en dat hij een keer glazenwasser was geweest.
Hoofdstuk 4 Een tijger is geen sterrenbeeld
Tom keek in de etalage van de juwelier. Hij vroeg zich af wat je nou ongeveer betaalde. Het bleek echt ontzettend duur te zijn!!! Ze vroegen zich af wat de inbreker met al de juwelen zou doen. Ze dachten dat ze het verkochte aan een illegale handelaar. Misschien wilden ze het goud wel omsmelten, dacht Tom. Peter vroeg zich af waarom ze dan niet gewoon geld hadden gestolen. Tom zegt dat juwelen veel makkelijker zijn te stelen dan geld. Er liep een vrouw langs met een klein kind die Frauke heette. Ze wilde een gouden hangertje hebben. Ze gingen de juwelier binnen en Tom & Peter zagen hun kans, ze gingen mee naar binnen. Ze dachten wat doen we hier want we weten niet eens hoe Amadeus er uit ziet. Peter ging naar buiten en Tom bleef binnen nog even rondkijken, hij keek zijn ogen uit. De vrouw met het kind sprak een verkoper aan, ze werden geholpen. Frauke zat nog steeds te zeuren over haar hangertje. De verkoper vroeg aan een andere verkoper of hij de vrouw met het kind kon helpen, want het enige wat Frauke wilde was een tijger/ leeuw hangertje. Amadeus kwam er aan. Amadeus fluisterde dat hij nog even snel iets moest doen en dat hij dan daarna gelijk terug zou komen. Frauke bleef zeuren en de vrouw zei dat nou eens rustig moest doen want anders kreeg ze er helemaal geen. Toen eindelijk kwam Amadeus naar de vrouw om haar te helpen. Frauke ging weer zeuren en Tom dacht dat hij wel genoeg had gezien en liep langzaam de deur uit.
Hoofdstuk 5 Niets is onbelangrijk
Tom vertelt Peter dat hij denkt dat hij Amadeus (37) heeft gezien in de winkel. Het was inderdaad de blonde man met een zwart regenjack. Het moest zeker een van de tweelingbroeders geweest zijn. Ze gingen dicht bij de juwelier op een bankje zitten zodat ze de juwelierszaak goed in de gaten konden houden.
Hoofdstuk 6 Meneer Ammersee op de hiel
Otto had van de twee euro die hij van de vrouw had gekregen (voor de boodschappen tas dragen) wat te eten gekocht. Ze gingen nu het huis van meneer Ammersee bekijken. Otto werd een beetje boos. De vrienden vroegen zich namelijk af waarom ze bij het huis van meneer Ammersee gingen kijken. Otto zei; ‘’ mijn God, we hebben toch nog geen voldoende bewijs, we weten niet eens van wie die gestolen auto enzo is. Als we nu naar de politie gaan dan gelooft niemand ons’’. Toen ineens zagen ze iemand die ontzettend veel op Ammersee leek, en hij liep ook dat huis naar binnen, dat moest hem wel zijn! Ze volgen Ammersee overal. Hij koopt een pakje sigaretten en een krant en stopt het wisselgeld los in zijn zak. Het viel Ammersee niet op dat hij gevolgd werd, niets viel hem op. Ammersee liep langs het boothuis (de STOP – club). Otto is er zeker van dat ze de gestolen Opel gaan vinden, hij spreekt de moed bij zijn vrienden er nog even in. Meneer Ammersee liep het boothuis in! Otto wilde gaan kijken wat hij aan het doen was maar de vrienden vonden het geen goed idee, dadelijk zou Ammersee hun ontdekken!!! De vrienden hadden ontdekt dat Ammersee een nieuw slot op de deur had gedaan! De vrienden konden het boothuis niet meer in! Ze probeerde via het dak toch naar binnen te komen. Ze moesten wel opletten dat er niemand aan kwam, want als Ammersee er aan zou komen dan zouden ze een groot probleem hebben. Stefan ging de post van Ammersee onderzoeken.
Hoofdstuk 7 Afwachten en thee drinken
Meneer Tauber een gepensioneerde man woont een paar huizen verder van Tom. Tom ging Amadeus weer volgen. Meneer Gregor is de baas van de juwelen (Tom zag hem ineens). Amadeus wilde eerst naar de juwelierszaak gaan maar toen hij Gregor zag ging hij weg. Tom keek hem na, Amadeus ging naar een hotel en ging daar praten met de portier. Tom en Peter bekijken wat Amadeus doet. De portier en Amadeus gingen naar het boothuis. De zaak werd ineens interessant. Ze wachtten af.
Hoofdstuk 8 De juwelenbende slaagt weer
Ze kwamen er achter dat het boothuis het punt was van samenkomen van de 4 van de juwelenbende. Otto vraagt aan Tom wie de ander is van de tweelingbroer, Amadeus en…? Nu wilden ze de ander van de tweeling vinden maar die hadden ze al weer een paar dagen niet gezien. Ze denken dat de juwelenbende de plannen bespreken in het boothuis. Na een tijdje hebben de mannen het boothuis verlaten. Ammersee sloot de garagedeur. Toen kwam de Opel aanrijden en de mannen stapten in. Tom vertelt zijn vader of Amadeus. Hij woont hier pas 2 maanden en hij heeft hiervoor in een aantal andere steden gewerkt. Hij was een afdelingsleider. Toen Tom in zijn bed lag kon hij amper slapen, Amadeus ging constant door zijn hoofd heen. Tom ging naar beneden maar hij zag helemaal niets aan de overkant van het huis van de mannen, het was helemaal donker. Toen ging hij terug naar bed om verder te slapen. Zijn moeder zei dat Tom naar meneer Tauber moet om te gaan leren en dat hij ’s middags maar met zijn vrienden moet afspreken. Zijn moeder laat Tom een stukje uit de krant lezen; “de juwelenbende heeft weer zijn slag geslagen’’.
Hoofdstuk 9 De tweeling komt alleen
Rond 11 uur was de politie gekomen naar de juwelier. Een man had gezien wie er in het pand was (toen de inbraak was). Toen Tom klaar was met eten ging hij naar boven en las het stukje uit de krant nog een keer goed. Toen belde hij Otto om te vragen of hij het al gelezen had, er was namelijk weer aan 100.000 euro spullen gestolen. Otto wist van niets en Tom vertelde wat er was gebeurd. Tom denkt dat de vier mannen nu in het boothuis zijn.
61 – 66
tom weet zeker dat het die 4 waren. Tom weet zeker dat Amadeus stropdas rood was toen hij zijn snitzel opat. 's Middags bij het afsluiten van de winkel had hij een rode stropdas om. Amadeus is erg slim (juwelenverkoper) hij laat zijn broer in de winkel. Die zorgt voor de tweede sleutel. En hij zet het alarm af (als hij de winkel gaat sluiten). Amadeus is met meneer Gregor samen in de kegelclub. Dat is zijn alibi ( als bewijs dat hij het niet was in de juwelier als overval). Ze gaan uit het clubhuis en Peter klimt langs de garagemuur bij het boothuis. Hij kan door een raampje naar binnen en hij ziet daar 4 mannen, de juwelen sorteren. 4 plastic zakken gaan in een bruine tas. Luther en nog een neemt een slok van een sterk spul. De tweeling steken een sigaret op. Peter laat zich zakken en rent naar huis om te bellen. De andere 3 van de STOP club blijven waken.
Peter rende naar huis en Peter had naar de politie gebeld om te zeggen waar de juwelenbande is. Hij had opgegeven dat ze in het boothuis zitten. De polititie geloofde niet maar peter zegt dat het waar is. Hij geeft informatie over hoe de mannen het plan aanpakken. Het boothuis heeft een garage waar de gestolen auto staat. De agenten gaan er naar toe en de 4 vrienden gaan er naar toe. De dieven vluchten met de motorboot en Luther Ammerssee die bestuurt de boot. De politie gaat naar Peters vader en die vader heeft ook een boot. Ze gingen met die boot de dieven achterna. Vader gaat ook mee met peter, stefan en de 2 politie mannen. Otto en tom bleven achter, de boot was te klein. Ze halen de boeven in en ze springen over boot en ze zwemmen weg. Ammersee is vastgebonden door de politie. De dievenboot slepen ze mee met hun eigen boot. Ze komen terug bij de steiger met de 2 boten en Otto en Tom helpen mee om de 2 boten vast te leggen. Een van de tweeling zit vast aan kettingen aan een andere agent en hij zegt onschuldig te zijn. otto en tom gaan de andere zoeken. Otto en tom vinden een spoor, ze gaan terug naar het botenhuis want daar moet de buit nog zijn. onderweg zien ze 2 politieautos en hij ziet de tweelingbroer zitten en in de andere auto zit stefan en peter. Ze komen bij het boothuis. De deur knop is nat zien ze. De 2 dieven zijn dus terug geweest om de buit op te halen. De deur is open. Otto gaat naar binnen en ze worden plotseling vast gegrepen en hij krijgt een hand op zijn mond zodat hij niets meer kan zeggen. Een van de tweeling houd hem vast en naast de deur staat Ammersee en Landsberg. Otto word meegenomen in een gestolen auto, een ontvoering dus. Tom kan wegrennen. Tom slaat alarm. De agenten gaan Otto achteraan. Ze kunnen de auto niet bijhouden. Ze moeten de dieven laten gaan. Otto zit vastgebonden etc achter in de auto. De dieven zeggen; we kunnen hem gijzelen. Ze reden naar het industrietuin en dan rijden ze de Opel ergens naar binnen en dan pikken ze een andere auto. Inmiddels zijn er op het politiebureau allerlei verhoren en die boeven werken al 4 jaar samen. Het blijkt dat Ammedeus, hij solliciteerde bij een dure zaak, een juwelenzaak. Hij zegt dan dat hij verkoper of chef wil worden. En hij gaat alle inbraken voor bereiden. De anderen van de bende huren woningen in de buurt en die beginnen met het werk. Amadeus zorgt voor sleutels. En als de inbraken klaar zijn dan verlaten ze de stad. Zo doen ze dat in veel steden. Er is een ooggetuige (Tom) dan komt de tweelingbroer van amadeus. En hij komt met een taxi aan en gaat de zaak in (juwelierszaak) hij is zogenaamd chef geworden. Hij heeft een rode stropdas om en de ander van de tweeling heeft een groene om. Om ze zo goed uit elkaar te halen. Met de groene is degene die alles regelt. Die met de rode jas is de foute Amadeus. De foute Amadeus verstopt zich op het kantoortje. Na sluitingstijd om daarna de deur te openen voor zijn vrienden. Dan zet hij het alarm af en die jongens stefan en tom enzo. En ze herkennen die Luther Ammersee. De tweeling heeft zijn vrienden verraden. Hij geeft de naam Landberg op, als schuilnaam, hij heeft eigenlijk Berend Hamersmith. Volgens de tweeling is hij de aanvoerder. (dat is dus eigenlijk niet zo) want dat is amadeus. Wat kunnen de vrienden Stopclub nog doen? Afwachten. Er komt een fotograaf binnen en die maakt een foto van de vrienden. Otto was vastgebonden en toen kwamen de dieven binnen éen van de dieven noemde de naam Berend. Otto knoopt het goed in zijn oren. Ze steken een vuurtje daar in de hal om zijn kleding te drogen. Ammersee doet alle gestolen halskettingen om en alles en hij vraagt aan landsberg hoe het er uit ziet. Ammersee gaat proberen om een andere auto te stelen. Landsberg probeert er achter te komen hoe ze zijn ontdekt. Ammersee komt met een Opel terug een gestolen en hij heeft ook gestolen paspoorten bij want ze willen proberen om naar het buitenland te vluchten. Ze proberen Otto uit te horen. Hij zegt natuurlijk niets. De dieven zijn moe. Ze vallen in slaap in de auto. Otto probeert zich los te maken en het lukt heel zachtjes gaat hij naar de auto toe. Hij pakt een van de paspoorten, die bij die auto lag. Landberg had het daar neer gelegd. Hij leest Sabastiaan Kleinsmidt, 15 maart 1950 in Keulen. Die mannen slapen door. Otto weet nu die naam. Hij vlucht half gewond. Er komt een wachtwaker langs om alle deuren dicht te maken en hij vraagt wat er aan de hand is. Otto vertelt het en zegt dat hij de politie bellen. Achter op de fiets ging hij bij de man. En otto had gelijk het kenteken van de opnieuw gestolen auto opgeschreven. Hij belt de politie en hij geeft het kenteken en de naam Sabastiaan op. Er komt een beloning van de politie van 10.000 DM als de juwelen daardoor terug komen. Op een gegeven moment loopt het verhaal af. Er komt een krantje uit en op de voorpagina staat een foto van de 3 vrienden (Tagesspiegel). Die door die fotograaf toen was gemaakt. En toen gingen ze weer naar school.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.