geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

Jasper (4 vmbo) [meer]

Datum ingestuurd:

13 december 2006

Taal:

Woorden:

2.250

Bekeken:

1702 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (8 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Waarom heb je voor dit boek gekozen?
Ik had als eerste de achterkant van het boek gelezen, dat sprak mij wel aan. Het sprak mij aan, omdat ik het leuk vind om dingen te lezen die over water en schepen gaan. De achterkant was heel spannend geschreven, waardoor ik heel graag het boek wilde gaan lezen. Ik had ook wel eens gehoord dat Theo Hoogstraten een hele goede schrijver is. Ik wist het nog niet, maar ik geloofde het wel en ging hem daarom lezen. Ik ging de voorkant van het boek bekijken. De titel klonk ook best wel spannend, DE RAMP genaamd. Ik wilde weten wat de titel nou precies inhield. De illustratie zag er spannend uit, er stond een man met een pak en gasmasker op. Ik wilde weten wat die man in dat pak daar deed .Was hij misschien een inbreker? Op de achtergrond was een bootje met twee mensen te zien.

Samenvatting
Een school organiseert een zeilweek op twee oude tjalken. De kinderen worden verdeeld over de tjalken. Bij elk schip zit een leraar ingedeeld. De tweede avond liep het al mis. Ze waren aangemeerd in Makkum. Na het avondeten gingen ze de stad verkennen. Ze liepen een snackbar binnen om wat te eten, want het avond eten was niet echt bevallen. Toen ze aan het eten waren, riep Arjan tegen de andere jongens een opmerking, waardoor een boerenjongen zich beledigd voelde en Arjan twee stoten op zijn gezicht gaf. Hij hield er een blauw oog en een opgezwollen kaak aan over. Later op die avond hadden ze twee flessen drank met een hoog alcoholgehalte, de jongens dronken goed door. Vooral Mark had goed gedronken, hij was ladderzat. Mark moest plassen. Hij ging naar boven, het dek op. Na een tijdje hoorde iedereen benedendeks een grote plons in het water. Iedereen rende het dek op en jawel hoor, Mark lag in het water! Mark was zo dronken dat hij zich amper boven water kon houden. De schipper (Rick) kwam het dek oprennen, gevolgd door de leraar. Rick gooide een laddertje van achter op het dek het water in , liet zich rustig in het water glijden en redde Mark. De leraar stond alleen maar te kijken, hij deed niks. De rest van de avond werd er niet meer gedronken en ging iedereen naar bed. De volgende ochtend voeren ze uit. Ze waren allemaal best wel stil van wat er die avond ervoor was gebeurd. Toen ze eenmaal op zee zaten, hoorden ze op de radio dat er een storm op komst was. Het voorste schip schakelde de motor in en voer gauw naar de haven. Rick probeerde de motor aan te krijgen, maar dat lukte niet. Al gauw begon de storm , de zeilen werden naar beneden gehesen. Op een gegeven moment hoorde ze een grote bonk, iedereen schrok, behalve Rick. Hij zei: we zijn op een zandplaat gelopen. We kunnen er nu niks aan doen. Later hoorden ze op de radio dat er een ramp was gebeurd bij de kerncentrale op de kop van Noord-Holland. Half Nederland moest ontruimd worden, omdat er een grote hoeveelheid straling in de lucht hing en in het water. Nadat Peter het nieuws op de radio had gehoord werd hij heel onzeker of zijn vader dienst had of niet, want zijn vader werkte immers in de kerncentrale! Die volgende avond ging hij stiekem weg met het reddingsbootje naar de kust om zijn ouders op te zoeken. Esther zag dat Peter met het bootje weg dreef, door de sterke stroming. Ze sprong er achteraan om hem terug te halen. Maar dat lukte haast niet. Toen ze eindelijk bij de boot was aangekomen zei ze tegen Peter: peddel terug. Peter was de peddels vergeten! De tjalk verdween in de horizon met de anderen op het achterdek. Nu dreven ze ergens heen, maar waar naar toe, wisten ze niet. Na een paar uur kwamen ze droog te liggen op een zandplaat. Ze zagen dijken, ze gingen uit het bootje en liepen naar de kant. Ze wisten niet waar ze waren. Eenmaal aangekomen in een plaats was het helemaal uitgestorven, ze zagen niemand. Het begon al donker te worden. Peter zei: het is helemaal ontruimd, we moeten ergens slapen, maar waar? Na een tijdje zoeken kwamen ze in een steegje en hoorden ze een hond blaffen en keken door het raam van dat huis. Ze zagen een dode man en de grote hond. Ze wilden de hond halen maar, toen ze de deur openden kwam ze een vieze lucht tegemoet. Die man lag er al langer dan vandaag, dachten ze. Maar toch lukten het hen om de hond te pakken te krijgen. Ze waren allemaal uitgehongerd. Na een tijdje zoeken kwamen ze een bakkerswinkeltje tegen. Peter kwam op het idee om het ruitje in te slaan om wat te eten. Esther was het er niet zo mee eens. Peter zei, er is toch niemand. Eenmaal binnen zagen ze een toonbank vol met lekkere dingen. Ze aten wat en dronken wat Spa, wat op de aanrecht stond. Ze gingen op zoek in het huis naar een bed om te slapen. Toen ze aan het slapen waren hoorden ze iets buiten. Ze keken en zagen twee mannen aankomen met een grote bakfiets vol met dure spullen. Het waren plunderaars. Ze kwamen ook de bakkerswinkel binnen. De hond sprong naar ze toe en liet ze schrikken. De plunderaars waren bang en wilden de hond vermoorden. Toen Peter dat hoorde liet hij zich zien en riep de hond terug, Esther was ook tevoorschijn gekomen. De plunderaars zeiden dat Peter moest helpen met sjouwen. Esther wilden ze verkrachten, maar dat was niet gelukt door een goede beet van de hond in de man z’n bovenkaak. Later werden Esther en Peter wakker op een boot waar allemaal mensen waren met pakken aan tegen de straling van de kerncentrale. Ze zeiden: slaap maar door je bent veilig hier. Uiteindelijk belandden ze in een ziekenhuis wat helemaal vol lag. Ze schrokken, toen ze ontdekten dat hun haar uitviel. Tijdens het bezoekuur van de 2e dag kwam Rick op bezoek. Hij had ze gevonden en had ook hun ouders gewaarschuwd. De volgende dag kwamen de ouders van Peter en Esther op bezoek.

Spanning
Open plekken
In het hele verhaal lopen een paar open plekken: had de vader van Peter dienst? Leeft de vader van Peter nog? Hoe gaat het met de families van de rest van de kinderen op de boot? Overleven Esther en Peter het?

Globale spanning
Ook zit er globale spanning in het verhaal. Er zijn meerdere vragen die je de hele tijd door het verhaal slepen. De belangrijkste vraag is: Leeft de vader van Peter nog? Deze spanning is op het verleden gericht, omdat de ontploffing in de kerncentrale was gebeurd en Peter daarna ging denken of zijn vader nog leefde.

Lokale spanning
Er komt vrijwel geen lokale spanning voor in het verhaal. De meeste spanning in het verhaal wordt langzaam opgelost in de loop van het verhaal.

Spanningsboog
De langste spanningsboog in het verhaal is de vraag: leeft de vader van Peter nog? Want die wordt in het midden van het verhaal onthult, en wordt pas aan het einde van het verhaal opgelost. Er lopen ook wel meer spanningsbogen door het verhaal, maar die zijn meestal van korte duur.

Uitstel en vertraging
In het verhaal komt geen uitstel voor. Wel komen er veel vertragingen in voor. Een voorbeeld daarvan is: voordat de man gevonden werd, werden er eerst veel details over de plaats en wat er te zien was gegeven, daarna werd pas duidelijk gemaakt door de schrijver dat er een dode man in een rolstoel zat.

Dwaalsporen en verkeerde vermoedens
Er worden in het verhaal geen dwaalsporen of verkeerde vermoedens gebruikt. Het verhaal zat heel logisch in elkaar. Je gokte meestal goed wat er ging gebeuren, maar het verhaal blijft wel spannend.

Personages
Hoofdpersoon en bijfiguur
Er is in het hele verhaal een hoofdpersoon. Die hoofdpersoon is Peter. Dat is te merken, omdat in het hele verhaal het meeste over Peter wordt geschreven. De bijfiguren in het verhaal zijn al zijn vrienden die ook op de boot zitten. De belangrijkste bijfiguur van het verhaal is Esther, omdat zij in de loop van het verhaal telkens meer wordt genoemd en ook in het verhaal samen met Peter eindigt.

Karakter en type
in het verhaal zijn twee mooie voorbeelden van een karakter en een type te noemen. Van Peter kom je veel te weten. Hij heeft veel verschillende eigenschappen. Een paar voorbeelden daarvan zijn: hij is ongerust,gaat zijn eigen gang en denkt veel aan anderen. Een mooi voorbeeld van een type is meneer van Dam. Hij heeft allemaal tegenstrijdige eigenschappen vergeleken met die van Peter.

Normen en waarden
De normen en waarden van Peter zijn erg verschillend met die van de andere kinderen.

Personages en identificatie
Ik kan me goed inleven in de personages. Ik heb het veel gedaan, daardoor wordt het lezen van een boek een stuk leuker. Omdat je gaat vergelijken met de manier waarop jij als lezer het gedaan zou hebben.

Personages leren kennen
Ik heb de personages niet echt leren kennen, omdat er telkens wat anders gebeurde waardoor je niet kon vaststellen of dat echt bij de persoon hoorde.
Wel merkte ik dat er verschil was tussen het handelen van de mensen.

Personages en innerlijk
In het verhaal had Peter veel karaktertrekken, zoals: verlegen, omdat hij Esther niet durfde te vertellen wat hij voor haar voelde, zelfstandig, omdat hij niemand bij zijn ontsnapping van de boot naar het land wou betrekken en onhandig, omdat hij de peddels was vergeten bij zijn ontsnapping van de boot.

Thema
Het thema van het verhaal is niet een specifiek woord. Het zijn meerdere woorden. Ik vind als thema het onderwerp kerncentrales erg goed bij het verhaal passen, omdat Peter om die reden met dat bootje zijn familie is gaan zoeken. Ook het onderwerp schoolreisje vind ik goed als thema, omdat het hele verhaal tenslotte met een bootreisje, georganiseerd door school, begint.

Opbouw
Chronologisch en niet-chronologisch
Het verhaal is in een chronologische volgorde geschreven, omdat de gebeurtenissen niet door elkaar geschreven worden. De gebeurtenissen gaan in een volgorde hoe ze in een echt leven ook gaan. Als de gebeurtenissen door elkaar worden geschreven spreek je over een niet-chronologische volgorde.

Algemene verhaalstructuur
De verhaalstructuur in dit verhaal gaat als volgt: het begint als een leuk schoolreisje – dan ontstaat er een probleem, de kerncentrale ontploft en ze lopen vast op een zandplaat, omdat de motor niet start – het gaat iets beter omdat ze in het ziekenhuis terecht komen en niet meer in het stadje zitten – de ouders van Esther en Peter zijn op bezoek in het ziekenhuis.

Motorisch moment
In elk verhaal zit een motorisch moment. In dit verhaal is het motorische moment dat de kerncentrale ontploft en er straling vrijkomt. Dit is het motorische moment, omdat daardoor er allemaal dingen gebeuren.

Verhaallijnen
In het verhaal zijn er aan het begin meerdere verhaallijnen. Maar in de loop van het boek gaat het over op twee verhaallijnen, die van Esther en Peter.

Afloop
Het verhaal loopt af met een happy and. Maar er zit ook een klein open einde in, je weet niet hoe het afloopt met Peter en Esther. Je weet niet of hun haar nog aangroeit en of ze het overleven.

Tijd
Tijd waarin het verhaal speelt
Het verhaal speelt zich af in de jaren 60.Dat kan je onder andere opmaken uit de zin: Een bakfiets met tv’s en radiospullen.(bladzijde 105)Vroeger fietsten er veel mensen met een bakfiets. En op het laatst van het verhaal zegt Esther:’’moeder’’. Nu zegt bijna geen enkel kind meer moeder, maar mama of ma. Vroeger waren er ook veel meer kerncentrales in Nederland, nu zijn er nog maar 2 kerncentrales in Nederland.

Verteltempo
Het verteltempo van het verhaal is vrij langzaam. Als je alle gebeurtenissen bij elkaar optelt en dan kijkt naar het aantal bladzijden, dan wordt er meer vertelt in het algemeen dan dat er dingen gebeuren. Er zitten maar een aantal versnellingen en vertragingen in het verhaal. Vooral op het laatst vind ik het verhaal erg langzaam gaan.

Terugblik, terugwijzing en vooruitwijzing
In het verhaal zit maar 1 terugblik, aan het begin van het verhaal. Dat hij met zijn hele grote koffer bij het schip aankomt, en dat hij terug denkt aan wat zijn moeder had gezegd. Dat hij alles wat op de lijst stond moest meenemen. In het hele verhaal loopt een vooruitwijzing. Dat sleept je ook door het verhaal heen.

Vertelsituaties
In het verhaal komt de alwetende vertelsituatie het meeste voor. Ik vind die vertelsituatie het makkelijkst te begrijpen, omdat je je niet in hoeft te leven in een persoon om het verhaal goed te begrijpen. Verder kwamen de ik en de personale vertelsituatie ook veel voor.

Ruimte
Het merendeel van het verhaal speelde zich af op het water. Later in een stadje en een ziekenhuis. Doordat er goed werd uitgelegd waar het verhaal zich afspeelde kon je hier een goede voorstelling van maken.


Informatie over de auteur
Theo hoogstraten schrijft detectives en boeken over historische verhalen, toekomstverhalen, griezelverhalen en oorlogsboeken. Hij begint vaak met schrijven als hij zelf iets heeft meegemaakt en daar gaat hij dan over schrijven. Er zit ook een verband tussen het boek dat ik heb gelezen en de andere boeken die hij heeft geschreven. Het merendeel van zijn boeken zijn bij dezelfde uitgever uitgegeven (Sjabloom).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.