CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

Geschreven door:

Maaike (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

2 april 2008

Taal:

Woorden:

3.000

Bekeken:

3858 keer (73 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (6 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Titel: De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen
Auteur: Olaf Douwes Dekker
Uitgeverij: Bert Bakker
Jaar van uitgave: 2002
Druk: eerste druk

De drie gedichten die ik gekozen heb zijn;
- Mei, traditioneel gedicht
- Kunstliefde, gesloten gedicht
- Kano

Mei – C.O. Jellema (1936)
Een avond waarop oude mensen wandelen gaan,
en heimwee achterna:hoe alles nu jong lijkt –
terwijl hij naar zijn grote voeten kijkt ,
ziet zij een wolk boven de bomen staan

en overweegt dat zij gelukkig was
toch wel, maar voelt ook een gemis
als zij de berken ruikt, manlijk en fris -
hij loopt behoedzaam om een regenplas.

Zij zijn zo eenzaam in hun vreemd geluk,
zij breken elk systeem van liefde stuk;

hoe zij een steentje uit haat schoenen haalt,
hoe hij doorloopt zij hem weer inhaalt;

en in de bocht tesaam een grijze prop,
God berg hen in de hemel op.

Opdrachten om het gedicht te analyseren:
Stap 1: lees het gedicht tweemaal: eerst globaal, daarna aandachtig. Liefst zachtjes hardop voor jezelf.

Stap 2: Stel vast welke woorden, regel of zin je het belangrijkst vindt en waarom. Doe een eerste poging om het onderwerp van het gedicht te omschrijven. Let daarbij op de titel, eerste regel en de slotregel(s).

De belangrijkste zinnen in het gedicht vind ik:
Zij zijn zo eenzaam in hun vreemd geluk,
zij breken elk systeem van liefde stuk;
en in de bocht tesaam een grijze prop,
God berg hen in de hemel op.
Dit zijn belangrijke zinnen omdat ze de kern van het gedicht weergeven. De rest van het gedicht zijn voorbeelden en een inleiding.
Ik denk dat het onderwerp van het gedicht ‘gelukkig oud echtpaar’ is. Het gedicht gaat over de wandeling van een oud echtpaar, denkend over hun liefde en geluk.

Stap 3: loop het gedicht regel voor regel na. Lees heel nauwkeurig, kijk zonodig tekens terug. Probeer alles wat er staat in verband te brengen met het onderwerp dat je voorlopig hebt gevonden. Stel tijdens het lezen zo nodig je mening over het onderwerp bij. Bij deze stap ga je nauwkeurig na:
- wat de titel betekent
- welke woorden je niet kent (opzoeken in het woordenboek)
- welke woorden een andere of bijzondere betekenis hebben en waarom
- welke beeldspraak je tegenkomt en wat de bedoeling van die beelden kan zijn (zeg dit in je eigen woorden)
- hoe zit de zinsbouw in elkaar? Wat hoort bij wat?
- Bestaat het gedicht uit strofen? Welke verklaring kun je geven voor die strofenindeling?

De titel Mei, slaat op de maand mei, het echtpaar maakt een avondwandeling op een avond in mei. Alles lijkt jong, de berken ruiken mannelijk en fris en er is een regenplas.
Manlijk ruikende berken heeft een bijzondere betekenis, want manlijk is geen geur, tenzij ze bedoelen dat het naar een mannelijk geurtje ruikt of naar een man zelf.
Tesaam een grijze prop is beeldspraak. Het is geen prop papier, maar het echtpaar vormt samen een koppen. Het kan ook zijn dat de dichter bedoelt dat het een stip is in de verte.
De zinnen van het gedicht zijn steeds ongeveer even lang. Sommige zijn gebroken door een komma in het midden.
Het gedicht bestaat uit vijf strofen; twee keer een strofe van vier zinnen en drie keer een strofe van twee zinnen. De eerste en tweede strofehoren bij elkaar en de laatste drie strofen horen ook bij elkaar.

Stap 4: analyseer de verstechniek: kijk naar de versvorm en rijm. Welke effecten hebben die?

Er zitten geen enjambementen in het gedicht. Je kan alle zinnen lezen alsof ze ophouden aan het eind van de regel, maar sommige zinnen kan je ook lezen als enjambement. Bijvoorbeeld de vijfde en zesde regel:
als zij de berken ruikt, manlijk en fris -
hij loopt behoedzaam om een regenplas.
Er zit geen vast patroon in het ritme aan het gedicht. Hieronder zie je de eerste vier regels van het gedicht gescandeerd.

Een avond waarop oude mensen wandelen gaan,
en heimwee achterna:hoe alles nu jong lijkt –
terwijl hij naar zijn grote voeten kijkt ,
ziet zij een wolk boven de bomen staan

Het ritme is afwisselend, de accenten zijn vlug en hoog omdat het een vrij vrolijk gedicht is.
De rijm in het gedicht is eindrijm. Het rijmschema is: abba cddc ee ff gg. Het is omarmende rijm in de eerste vier regels en in de laatste zes regels is sprake van gepaard rijm.
Het gedicht bestaat uit vijf strofen. Het is in een vaste vorm geschreven: twee keer vier regels en drie keer twee regels die op elkaar rijmen.

Stap 5: interpretatie. Vertel in je eigen woorden wat er volgens jou in het gedicht staat. Zorg ervoor dat je alle elementen van het gedicht in je interpretatie meeneemt.

Het gedicht gaat over een avond in mei, waarop een ouder echtpaar gaat wandelen. De vrouw vraagt zich af of ze gelukkig was. Ze hebben een vreemd geluk in de liefde en moeten opgeborgen worden in de hemel.

Stap 6: menig. Geef je mening over het gedicht. Wat heeft het gedicht jou te zeggen? Wat voor gevoelens roept het bij je op? Wat vindt je van de manier waarop het onderwerp in het gedicht onder woorden is gebracht? Geef eventueel voorbeelden van bijzonder taalgebruik.
Het gedicht zegt mij, dat je als je al zo lang getrouwd bent je je kan afvragen of je wel gelukkig was, terwijl je wel bij elkaar bleef. Ik vind het een mooi gedicht. Het is een niet heel vrolijk gedicht omdat het gaat over een eenzaam en vreemd geluk, maar het is ook niet heel droevig. Ik vind het onderwerp ‘geluk van een oud echtpaar’ mooi onder woorden gebracht. Er is geen sprake van vreemd taalgebruik in dit gedicht.

Kunstliefde – Jan Baptista Wellekens (1658 – 1726)
Doorluchte zielen, die, verliefd op Lauwerblâren,
Om hoge wetenschap en edle kunsten zweet,
Staak, staak uw mymring: zie, de stormwint is gereet
Die’t al versmoren zal in Lethes duistre baren.

De wrede tydt zal u noch uw gezang niet sparen,
Hoe loflyk ieder geest en brein en hant besteet,
Wat kunde d’een bezit of d’ander zich vermeet,
’t Versleit al slapende met ons, wy met de jaren.

O dwaze, graakt Apol, bedwing uw lastertong:
Minerf blyft altoos Maagt; myn wezen eeuwig jong.
Geen tydt noch ongeval kan onzen Zangberg plagen.

De muzen waren noit voor ondergang bevreest.
De deugt veroudert niet, verrotting deert geen geest.
Zy blinken eindeloos, gelyk myn Zonnewagen.

Opdrachten om het gedicht te analyseren:
Stap 1: lees het gedicht tweemaal: eerst globaal, daarna aandachtig. Liefst zachtjes hardop voor jezelf.

Stap 2: Stel vast welke woorden, regel of zin je het belangrijkst vindt en waarom. Doe een eerste poging om het onderwerp van het gedicht te omschrijven. Let daarbij op de titel, eerste regel en de slotregel(s).

Ik vind de volgende zinnen het belangrijkst:
’t Versleit al slapende met ons, wy met de jaren.
De deugt veroudert niet, verrotting deert geen geest.
Zy blinken eindeloos, gelyk myn Zonnewagen.
Het onderwerp van het gedicht is veroudering. Alles verouderd en vergaat met de tijd, behalve als je het vast legt op een kunstwerk, dan verouderd het niet.

Stap 3: loop het gedicht regel voor regel na. Lees heel nauwkeurig, kijk zonodig tekens terug. Probeer alles wat er staat in verband te brengen met het onderwerp dat je voorlopig hebt gevonden. Stel tijdens het lezen zo nodig je mening over het onderwerp bij. Bij deze stap ga je nauwkeurig na:
- wat de titel betekent
- welke woorden je niet kent (opzoeken in het woordenboek)
- welke woorden een andere of bijzondere betekenis hebben en waarom
- welke beeldspraak je tegenkomt en wat de bedoeling van die beelden kan zijn (zeg dit in je eigen woorden)
- hoe zit de zinsbouw in elkaar? Wat hoort bij wat?
- Bestaat het gedicht uit strofen? Welke verklaring kun je geven voor die strofenindeling?

De titel ‘Kunstliefde’ betekent liefde voor de kunst. Er wordt in het gedicht niet veel over gezegd.
De woorden die ik niet ken heb ik opgezocht in het woordenboek, het zijn:
- Lauwerblâren = bladeren van de laurier
- Mymring = mijmering, stil gepeins
- Lethes = letaal, dodelijk
- Duistre baren = donkere golven
- Apol = waarschijnlijk afgeleid van Apollo, een raket
- Lastertong = aantasting van iemands eer door beschuldigingen
- Minerf = een naam
- Altoos = permanent, onderbroken
- Zangberg = naam van en berg
- Muzen = dichtkunst
- Deugt = goed zedelijke eigenschap
- Zonnewagen = wagen van de Zonnegod
Et gedicht is opgebouwd uit vrij lange zinnen. Twee keer vier zinnen en twee keer drie zinnen. Het gedicht bestaat uit vier strofen. De regels van een strofe horen bij elkaar. Het is een sonnet en daarom is het opgebouwd uit vier strofen van twee keer vier regels en twee keer drie regels.

Stap 4: analyseer de verstechniek: kijk naar de versvorm en rijm. Welke effecten hebben die?

Er zitten geen enjambementen in het gedicht. De zinnen van het gedicht zijn steeds ongeveer even lang. Het heeft een redelijk vast ritme.
Hieronder zie je een voorbeeld van het scanderen van de eerste strofe.

Doorluchte zielen, die, verliefd op Lauwerblâren,
Om hoge wetenschap en edle kunsten zweet,
Staak, staak uw mymring: zie, de stormwint is gereet
Die’t al versmoren zal in Lethes duistre baren.

In het gedicht is sprake van eindrijm, aan het einde van elke regel. Het rijmschema is
abba abba ccd eed. Er is eerst sprake van omarmend rijm, daarna van gekruist rijm.
Het gedicht bestaat uit vier strofen. Het is en vaste vorm want het is een sonnet.

Stap 5: interpretatie. Vertel in je eigen woorden wat er volgens jou in het gedicht staat. Zorg ervoor dat je alle elementen van het gedicht in je interpretatie meeneemt.

Aan alles komt een einde met de tijd, alles verslijt. De schone kunst vergaat niet, die blijft bestaan.

Stap 6: mening. Geef je mening over het gedicht. Wat heeft het gedicht jou te zeggen? Wat voor gevoelens roept het bij je op? Wat vindt je van de manier waarop het onderwerp in het gedicht onder woorden is gebracht? Geef eventueel voorbeelden van bijzonder taalgebruik.

Ik vind het een vrij treurig gedicht omdat het gaat over dat aan alles een einde komt. Het onderwerp ‘veroudering’ wordt negatief onder woorden gebracht. Het gedicht is vrij negatief geschreven, maar een positief puntje is dat de kunst niet vergaat. Dat blijft zich altijd ontwikkelen. Het gedicht is in oud Nederlands geschreven met de oude spelling.
Dat zie je in bijvoorbeeld het woord edle, of mymring. Ook wordt er de y gebruikt in plaats van de ij.

Kano – L.TH. Lehmann (1920)
Als verre klokken zoeken reigervleugels
De stille diepte van het water op,
Een spiegel die de rimpling niet kan breken,
De grauwe nixen wachten tussen wilgen.

In rust de maatgang van je schouderbladen,
De peddels drukken heel stil en aan
’t hartvormig lichtvlak van je donzen rug
ontviel het zonnevuur als aanmijn ogen.

Totdat je hoofd daalt op mijn ruige knieën,
Je arm groeit tot aan mijn geschroeide wang,
Je glimlacht en je mond is enkel diepte.

Je witte hand reikt mij het wolkenlichte,
Kleurloze doek die ik moet leggen om
Je schouders even kiel als avondnevels.

Opdrachten om het gedicht te analyseren:
Stap 1: lees het gedicht tweemaal: eerst globaal, daarna aandachtig. Liefst zachtjes hardop voor jezelf.

Stap 2: Stel vast welke woorden, regel of zin je het belangrijkst vindt en waarom. Doe een eerste poging om het onderwerp van het gedicht te omschrijven. Let daarbij op de titel, eerste regel en de slotregel(s).
De belangrijkste regels in het gedicht vind ik:
De stille diepte van het water op,
De peddels drukken heel stil en aan
Je glimlacht en je mond is enkel diepte.
Deze regels beschrijven in et kort waar het gedicht over gaat, het zijn de kernzinnen. Het onderwerp van het gedicht is ‘rust en liefde’.

Stap 3: loop het gedicht regel voor regel na. Lees heel nauwkeurig, kijk zonodig tekens terug. Probeer alles wat er staat in verband te brengen met het onderwerp dat je voorlopig hebt gevonden. Stel tijdens het lezen zo nodig je mening over het onderwerp bij. Bij deze stap ga je nauwkeurig na:
- wat de titel betekent
- welke woorden je niet kent (opzoeken in het woordenboek)
- welke woorden een andere of bijzondere betekenis hebben en waarom
- welke beeldspraak je tegenkomt en wat de bedoeling van die beelden kan zijn (zeg dit in je eigen woorden)
- hoe zit de zinsbouw in elkaar? Wat hoort bij wat?
- Bestaat het gedicht uit strofen? Welke verklaring kun je geven voor die strofenindeling?

De titel ‘kano’ betekent dat het verliefde stel in een kano vaart. Ze peddelen over het rustige water door de natuur.
Het woord dat ik niet ken is:
- nixen = watergeest die jonge mensen tot zich lokt en doet verdrinken
Het woord ‘zonnevuur’ heeft een andere betekenis. Het is niet een vuur van de zon, maar het lijkt er wel op. Het is een heel fel licht.
De beeldspraak die je tegenkomt in het gedicht is;
- klokken: reigers maken geluid met hun vleugels als ze vliegen, en dat wordt hier vergeleken met het geluid van klokken.
- Donzen rug: de rug is natuurlijk niet van dons, maar in de ogen van het meisje is de rug van haar vriend zo zacht als dons.
De zinsbouw van het gedicht: de eerste en tweede tegel vormen een doorlopende zin. Verder vormt elke regel een nieuwe zin.
Het gedicht bestaat uit vier strofen. De strofen zijn ingedeeld naar hun rijmschema. Het gedicht is een sonnet.

Stap 4: analyseer de verstechniek: kijk naar de versvorm en rijm. Welke effecten hebben die?

Er zitten enjambementen in het gedicht. De eerste en tweede regel vormen een enjambement en de laatste twee regels ook. Het effect van de enjambementen zijn dat da nadruk wordt gelegd op het laatste woord van de regel. Als het een regel vormt leg je het accent op de laatste woorden en nu vallen de accenten op de middelste woorden van de zin, aan het einde van de regel, waar de zin is afgebroken.
De regels van het gedicht zijn steeds ongeveer even lang. De regels bestaan steeds uit twee delen die vaak worden gescheiden door een komma. Er zit geen vast ritme in het gedicht, dat zie je in de regels hieronder die gescandeerd zijn.

In rust de maatgang van je schouderbladen,
De peddels drukken heel stil en aan
’t hartvormig lichtvlak van je donzen rug
ontviel het zonnevuur als aanmijn ogen.

Er zit geen rijm in het gedicht. Het rijmschema is dan ook: abcd efgh ijk lmn.
Het gedicht bestaat uit vier strofen. De eerste twee strofen bestaan uit vier regels en de derde en vierde strofe bestaan uit drie regels. Dit is ook de vorm van en sonnet. Het is dus een vast vorm qua indeling, maar als je kijkt naar het rijmschema is het een vrij gedicht.

Stap 5: interpretatie. Vertel in je eigen woorden wat er volgens jou in het gedicht staat. Zorg ervoor dat je alle elementen van het gedicht in je interpretatie meeneemt.

Het gedicht gaat over een jong stel, twee verliefde mensen die in een kano varen in een rustig gebied me mooie natuur.

Stap 6: mening. Geef je mening over het gedicht. Wat heeft het gedicht jou te zeggen? Wat voor gevoelens roept het bij je op? Wat vindt je van de manier waarop het onderwerp in het gedicht onder woorden is gebracht? Geef eventueel voorbeelden van bijzonder taalgebruik.

Het gedicht zegt mij dat kanoen rustgevend is. Ik vind het een mooi gedicht omdat het gaat over de liefde. Het is een rustig gedicht. Het onderwerp is mooi onder woorden gebracht. Er is geen bijzonder taalgebruik gebruikt in het gedicht.

Maak een top tien ( een voorkeurslijstje) uit de bundel en geef per gedicht goed onderbouwde argumenten voor je keuze.
1. Kano – L. TH. Lethmann.
Ik vind het een mooi gedicht, het is rustig en gaat over de liefde van twee jonge mensen.
2. Auswitz – Gerrit Achterberg.
Ik vind het gedicht dramatisch en de gevoelens zijn erg mooi omschreven, het spreekt aan.
3. De olifant – Patty Scholten.
Ik vind het een grappig gedicht omdat het over een olifant gaat. Het is makkelijk om te lezen en het maakt je vrolijk.
4. Het tuinfeest – Martinus Nijhoff.
Ik vind het gedicht mooi en vrolijk. Het spreekt aan.
5. Middelbaar Onderwijs – Driek van Wissen
Het is een toegankelijk gedicht, niet zo moeilijk om te lezen. Omdat het over het middelbaar onderwijs gaat, kan je je makkelijk verplaatsen in de hoofdpersonen in het gedicht, waardoor het aanspreekt.
6. De Lente – Frederik van Eeden
Mooi omschreven, de lente is een mooie maand.
7. Zonsondergang – A Roland Holst
Het gedicht is goed te begrijpen en het is mooi omschreven.
8. Een man met een regenboog – Paul Snoek
Leuk bedachte titel, mooi omschreven in het gedicht.
9. Elke avond – Olaf Douwes Dekker
Een beetje droevig gedicht, maar wel mooi omschreven.
10. Kunstliefde - Jan Baptista Wellekens
Ontoegankelijk gedicht door de moeilijke taal. De titel kan je amper terug vinden in het gedicht. Ik houd zelf meer van toegankelijke gedichten want die snap je beter.

Schrijf een eigen gedicht als reactie op wat je gelezen en bestudeerd hebt.
Mijn Droom

Gevangen in een heelal,
Ik stop kommeetjes in mijn oren,
Om helemaal mijzelf te voelen, niks te horen.
Het lijkt of ik eindeloos val.

Mensen vinden mij een triest geval,
Proberen me te doorboren.
Maar ik probeer me niet te storen,
Ik zie een licht aan het einde van een hal.

Langzaam knipper ik met mijn ogen,
Staar verbaasd om me heen.
Mijn leven is gelogen.

Het was een droom, mijn leven overwogen,
Zonder medeogen,
Lig ik hier helemaal alleen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.