Geschreven door:

anoniem [meer]

Datum ingestuurd:

27 maart 2008

Niveau:

6 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

5416

Opvragingen:

1166 (15 deze maand)

Waardering:

Nog niet gestemd

Titel:

Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter

Auteur:

Haasse, Hella S.

Jaar van uitgave:

1978

Moeilijkheidsgraad:


bovenbouw havo/vwo

Thema:

Historische gebeurtenis, Liefdesrelatie: problemen

Hella S. Haasse, Mevrouw Bentinck onverenigbaarheid van karakter en De groten der aarde, Qourido`s uitgeverij, Amsterdam 1994 derde druk, 615 blz. ( 1e druk in 1990)

Genre: historische roman

Samenvatting:

Onverenigbaarheid van karakter
Charlotte Sophie enig dochter van Anton II graaf von Aldenburg en Wilhelmine Marie prinses van Hessen Homburg groeit op met haar 13 jaar oudere aangenomen zus Lottgen (Charlotte, prinses van Nassau Siegen). Lottgen, trouwt met de vorst van Anhalt Köthen.
Op 13 jarige leeftijd ontmoet Charlotte Sophie in Aken de dertig-jarige rijksgraaf Albrecht Wolfgang zu Schaumburg Lippe en is onmiddellijk weg van hem. Ze aanbidt hem en wil met hém trouwen wat door iedereen als een gril wordt beschouwd.
Albrecht Wolfgang is weduwnaar en heeft twee zoontjes. Hij staat bekend om zijn nonchalance, waaghalzige jachtpartijen, voorkeur voor luxe en goede wijnen en zijn onvermogen met geld om te gaan. Staatszaken interesseren hem niet, zijn voorkeur gaat uit naar schone kunsten. Hij ambieert een militaire loopbaan. Zijn vader heeft hem een lege schatkist nagelaten en een vrouw met naam en fortuin zou hem zeer welkom zijn.
Anton von Aldenburg heeft ook grote financiële zorgen, een goede huwelijkskandidaat voor Charlotte zou meer dan welkom zijn. Graaf Albrecht is dus niet erg geschikt. Bovendien is Charlotte zeer eigenzinnig en Anton vindt haar nog niet rijp voor een huwelijk.
Lottgens man en haar twee kinderen komen te overlijden. Lottgen is dan 26. In het hoofd van haar pleegmoeder rijst het plan Lottgen aan de graaf zu Schaumburg Lippe te koppelen. En dat lukt haar. De graaf is gecharmeerd van Lottgen én ze heeft een flinke bruidsschat. Lottgen zelf is smoorverliefd op de graaf. Echter de zaak bekoelt door een misverstand en uitgerekend Charlotte Sophie treedt op als bemiddelaarster, uiteindelijk wordt er toch getrouwd. Lottgen is dan 28 en Charlotte 15. Lottgen vertrekt met haar man naar hun residentie Bückeburg. De graaf ontdekt dat zijn vrouw aardig en lief is maar dat hij geen belangwekkende gesprekken met haar kan voeren.
Charlotte's vader is ondertussen bezig een ontmoeting te arrangeren tussen huwelijkskandidaat Willem Bentinck en Charlotte Sophie. Na deze ontmoeting zegt Charlotte dat ze het een vreselijke man vindt en hem niet uit kan staan.
Anton von Aldenburg vraagt Willem Bentinck geduld te hebben
In oktober 1731 komen Lottgen en 'Lip' naar Varel, de residentie van de von Aldenbugs om te jagen. Lottgen jaagt niet maar Charlotte (16) geniet van de jacht. De graaf (33) wordt verliefd op Charlotte en ze beginnen een (platonische) verhouding.
Anton von Aldenburg gaat door met zijn plannen Charlotte Sophie aan Willem Bentinck uit te huwelijken, ondanks haar halstarrig weigerende houding. Op 1 juni 1733 trouwen zij. Charlotte is nog steeds verliefd op 'Lip' en hij is rusteloos en geprikkeld. Hij weet dat niet hij maar Bentinck haar in de lichamelijke liefde zal inwijden. Op de avond voor haar huwelijk stelt hij Charlotte half schertsend, half ernstig voor samen te vluchten. "Wij kunnen immers altijd zeggen dat wij elkaar ontmoet en 'gevonden' hebben voor ik Lottgen en jij Bentinck kende."
Het huwelijk is dan ook gedoemd te mislukken. Willem Bentinck houdt oprecht van zijn vrouw. Zij krijgen een zoon en Willem is zeer gelukkig. Ondertussen ontmoeten Charlotte en Lip elkaar regelmatig bij haar ouders of in zijn verblijf. De verhouding wordt voortgezet en blijft niet platonisch. Charlotte raakt zwanger en vermoedelijk is het kind van Lip. Zij noemt haar tweede zoon dan ook Albert Jean. Zij schrijft aan Lip: "Het ligt op mijn weg u zeer nederig te bedanken voor de eer die u mijn zoontje hebt willen bewijzen door hem toe te staan uw voornaam te dragen."

1738
Charlotte's vader overlijdt in juni onverwacht en zij vertrekt onmiddellijk naar Varel. In september komen ook Lottgen en Lip. Later wordt daarover als volgt geschreven: "Twee maanden na de dood van haar vader gedroeg zij zich al met hem op een manier die iedereen schokte".
1739
Charlotte reist naar Lottgen en Lip en dit blijft niet zonder gevolgen. Charlotte is zwanger. Zij vraagt een scheiding aan en wil dat de kleine Albert bij haar komt wonen. De oudste wil ze niet, die heeft volgens haar zeggen een vervelend trekje om zijn mond.
Willem Bentinck is kapot van verdriet maar stemt toe in de scheiding. Hij weet dan nog niet dat ze een kind verwacht. Willem weigert echter Albert naar haar te sturen.
(Willem ontpopt zich als een zorgzame vader die veel voor zijn kinderen en hun opvoeding over heeft). Als hij later hoort dat Charlotte zwanger is van Lip noemt hij het kind nooit meer bij de naam Albert maar gebruikt zijn tweede naam Jean.
Charlote bevalt van een zoon die zij laat verzorgen door een familie. Zij bezoekt hem regelmatig.
Lottgen laat nooit blijken dat zij maar iets van de verhouding tussen Charlotte en Lip weet. Zij blijft vriendelijk en zorgzaam. Het is bijna onmogelijk dat zij niets weet. Door deze houding dwingt zij respect af. Vrienden en familie dringen aan op beeïndiging van de verhouding bij zowel Lip als Charlotte, maar beiden beweren dat hun liefde dermate groot is dat zij die niet kunnen opbrengen.. Tot zover het verhaal van Charlotte en Lip. In het boek kunnen we hen volgen tot de dood van de graaf maar ik heb liefdesverhaal uitgelicht. Alle historische feiten en onderlinge posities heb ik niet genoemd.
Het verhaal bestaat uit brieven aan familieleden e.d. en aan elkaar. Het wordt door Hella Haasee op de voor haar bekende afstandelijke wijze 'vertelt'
Je gevoelens over dit verhaal wisselen van verontwaardiging over het gedrag van Charlotte en Lip, tot beseffen dat zeker voor Charlotte het DE liefde van haar leven was. Zij werd tegen haar zin uitgehuwelijkt, zij hield al van Lip vóór haar huwelijk. In feite was ze zeer feministisch, volgde niet het protocol maar deed wat zij goed vond. Door haar (verwende) opvoeding en haar heldere verstand kwam zij vaak in conflict, met zichzelf en anderen.
Lip zegt in een notitie over haar: Als zij beter begeleid was in haar jeugd had zij een dame van betekenis geworden. Zij heeft het verstand, de spitsvondigheid, de charme daarvoor. Haar opvoeding was gericht op uiterlijkheden zodat zij niet haar geest heeft kunnen ontwikkelen, zij blijft een ruwe diamant die bij een juiste bewerking tot in het oneindige had kunnen stralen
http://www.leestafel.info/boekenarchiefGH/productssimple3.html





De groten der aarde
Mevrouw Bentinck eindigt met het besluit van Charlotte Sophie in 1749 om, na de dood van haar geliefde Albrecht Wolfgang zu Schaumburg-Lippe, haar recht in de zaak tegen Bentinck te zoeken aan het hof in Berlijn. De verteller schrijft dan: ‘Maar dat is een andere geschiedenis.’ (Mevrouw Bentinck, p. 454) Die andere geschiedenis wordt in De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck ook anders verteld. Dat blijkt uit de ondertitel: een geschiedverhaal.
Het geschiedverhaal gehoorzaamt aan een aantal wetten. ‘De historicus-verteller opereert altijd tussen twee polen; de pool van een vereenzelviging met de personages of omstandigheden van zijn verhaal en de pool van een totaalvisie op het gebeuren’, zegt de historicus Von der Dunk in De organisatie van het verleden (1982).5 Het geschiedverhaal kent een lineair verloop, heeft een welomschreven onderwerp en de gebeurtenissen hebben een causale relatie. Het is georganiseerd en gestructureerd. De samenhang is aangebracht door de terugblik vanuit een later standpunt. Hoewel het lijkt alsof de gebeurtenissen zich in een keten van oorzaak en gevolg ontrollen, dicteert de kennis over de afloop van het verhaal het causale verband. Causaliteit is alleen achteraf te constateren en is een vorm van selectie. Naarmate het gekozen eindpunt varieert, varieert de reeks gebeurtenissen die ertoe leidden.
In Mevrouw Bentinck wordt het presens historicum gehanteerd: hoe het afloopt weet niemand. De rol van de verteller is in principe betrekkelijk bescheiden: hij registreert wat hem opvalt. De groten der aarde staat in de verleden tijd. De verteller heeft vanuit het standpunt van de bekende afloop waarheen het verhaal zich onvermijdelijk bewoog, een gezaghebbender greep op de selectie van de gebeurtenissen.
De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck begint net als Mevrouw Bentinck met een vraag ingeleid door ‘hoe’: ‘Hoe treedt een man wiens echtgenote hem om een minnaar verlaten heeft de wereld tegemoet zonder belachelijk te zijn, en-omdat de eer van de familie op het spel staat-zonder haar nog meer in opspraak te brengen?’ (p. 15) Deze openingszin zet de toon van persoonlijke motivatie in een leven, gewijd aan politiek. De faits et gestes van de staatsman, die Bentinck als zoon van zijn bekende vader (gunsteling van Willem iii) en vurig orangist wilde zijn, krijgen een bijzondere kleur tegen het decor van zijn eerverlies en de ondergrondse strijd met zijn exechtgenote, uitgevochten tot aan het keizerlijk hof in Wenen. Niet alleen de abstracte idealen van landsbelang bepalen het handelen van mensen in de geschiedenis, maar ook de geheimen van het eigen leven, de verlangens, de mislukkingen, de schaamte, de trots. Geschiedenis is niet alleen het zichtbare patroon in het tapijt, maar ook en vooral de achterkant ervan, waar de draden van het persoonlijke, kleinmenselijke dooreenlopen en in de knoop raken.
De twee ‘onverenigbare karakters’ staan niet meer tegenover elkaar, hoewel hun juridische strijd in volle hevigheid is ontbrand. De confrontatie is indirect. Zij worden beschreven in een andere oppositie: het persoonlijke lotgeval als onderdeel en functie van de maatschappij en de politiek. Om de oorzaak van alle ellende, de scheiding en de tweespalt, te benadrukken is het boek een tweeluik. Het eerste deel is gewijd aan Willem Bentinck en behandelt de periode van 1740, het jaar waarin de akte van scheiding van tafel en bed werd opgesteld, tot 1750, het jaar waarin Bentinck ha een langdurig bezoek aan Wenen - waar hij niet alleen de belangen van de stadhouder behartigde, maar ook zijn eigen zaak aan het keizerlijk hof



bepleitte - terugkeert in Den Haag. Daar bemerkt hij dat zijn politieke rol bij het herstel van het stadhouderschap voor Oranje min of meer is uitgespeeld. Willem Bentinck wordt niet meer onverdeeld gunstig geportretteerd. Als vader is hij nog steeds een voorbeeld, maar als politicus is hij een beetje een Wichtigmacher.
Het tweede deel behoort geheel en al Charlotte Sophie toe. Bentinck is achter de horizon verdwenen. Charlotte Sophies proclamatie van onafhankelijkheid en eerlijk, gewetensvol oordeel over zichzelf aan het eind van Mevrouw Bentinck wordt gecorrigeerd door de beschrijving van haar pogingen in het gevlij te komen bij Frederik ii van Pruisen, Maria Theresia van Oostenrijk of ieder ander die zij voor haar kar kan spannen. Ze gaat daarbij regelmatig over de schreef en krijgt de contouren van een rasintrigante, die echter ook weer niet zo geslepen is, dat zij er voordeel van heeft. Ze verliest het pleit nogal eens; ze wordt het slachtoffer van haar eigen gebrek aan inzicht, dat zijzelf voor de hoogste politiek verslijt, en dat maakt haar ten slotte sympathiek. Ronduit onuitstaanbaar voor twintigsteeeuwse vrekken blijft haar omgang met geld. Ze belijdt haar grote zorg voor de aan haar toevertrouwde kinderen - naast haar eigen onwettige kinderen nam zij liefderijk andere adellijke verschoppelingen op in haar huishouding - en in die belijdenis is zij oprecht, maar het komt niet in haar hoofd op de tering naar de nering te zetten. Integendeel, ze legt kostbare verzamelingen van munten aan om erbij te horen, terwijl haar kinderen, die ze onder de hoede van een echtpaar heeft achtergelaten, geen hele kleren hebben om in uit te gaan. Ze gaat ten onder aan haar hardleersheid en haar aristocratische egocentrie. De onvermijdelijkheid daarvan draagt de kiemen in zich van een tragikomedie.
http://www.dbnl.org/tekst/salv007ikma01_01/salv007ikma01_01_0028.htm

Verhaaltechniek:

Plaats en tijd: De vertelde tijd van onverenigbaarheid van karakter beslaat een periode vanaf het begin van de 17e eeuw tot aan 5 oktober 1761. De tijd vanaf begin 17e eeuw tot 1715 ( 5 augustus), de geboortedatum van Charlotte Sophie von Aldenburg wordt heel snel verteld. Daarna komen de documenten in het verhaal; deze vertragen het verhaal. In de verbindende stukken tussen de documenten versnelt het verhaal weer. Het verhaal wordt in grote lijnen chronologisch verteld. Een paar keer wordt de chronologie doorbroken met een document te citeren uit een latere periode, waarvan het onderwerp aansluit bij het voorafgaande.

De tijd waarin de gebeurtenissen van het boek zich afspelen is in dit boek een belangrijk verhaalelement. Zonder de tijd van de Verlichting, de eeuw van de Rede erbij te betrekken, zijn de karakters niet goed te begrijpen.

Het verhaal speelt zich aan het begin van het verhaal voornamelijk in Varel en den Haag af. Naarmate het verhaal vordert komen onder andere de plaatsen Bückeburg, Berlijn en Wenen. In Wenen heeft Mevrouw Bentinck enige tijd gewoond.

Personages:
Het gaat er in dit boek vooral om de personages Charlotte Sophie von Aldenburg en haar man Willem Bentinck hun doen en denkwijze van hun tijd te beschrijven en te verklaren. Belangrijk hierbij zijn de ouders van Charlotte Sophie: Wilhelmine Marie en Anton 2 von Aldenburg. De moeder van Willem, Lady Portland functioneert nog meer op de achtergrond, alleen als geadresseerde van brieven van Willem zijn secretaris. verder zijn de minnaar van Charlotte Sophie, de graaf zu Schaumburg-Lippe en zijn vrouw Lottgen, het nichtje van Sophie van belang. De andere personages die in de roman spelen zijn enkel figuranten, alleen van belang in relatie met de hoofdfiguren of aankleding van de omgeving.


Charlotte Sophie von Aldenburg: Door de geschreven portretten die Wilhemine Marie, de moeder van Sophie verzamelde, krijgen we een beeld van de verschillende personages. Het verdere beeld moet de lezer vormen uit de brieven. Uit het portret dat Charlotte Sophie in 1929 van zichzelf schrijft, kan de lezer niet een duidelijk beeld vormen van haar persoonlijkheid. Zij kent zichzelf nog niet goed en wil alleen maar graag haar ouders ter wille zijn. Ze gelooft wel dat ze lastig is en eigenwijs en altijd tegenspreekt. Ook geeft ze toe dat ze iets dat zij wil heel moeilijk uit haar hoofd kan zetten. Later in het verhaal lees je een zelfspottend zelfportret. Ze is een soort kwajongen, onelegante rode wangen en uitlatingen in brieven van haar ouders blijkt dat deze zich zorgen maken over haar levendigheid, `vivacite`, overgevoeligheid. Door Lottgen wordt Sophie onevenwichtig en rusteloos genoemd.

Deze rusteloosheid wordt waarschijnlijk wel veroorzaakt door de verwarring rond de ontdekking van erotische gevoelens voor Graaf zu Schaumburg-Lippe, de aanstaande man van haar nichtje Lottgen. Vanaf 1730 worden onderhandelingen gevoerd rond een te luiten huwelijk tussen Willem Bentinck en Sophie Von Aldenburg. Willem gaat logeren op het kasteel van Von Aldenburg in Varel om voorzichtig kennis te maken met zijn aanstaande vrouw. Je leest over haar persoon dat ze verlegen en niet op haar gemak is. Ze doet afstandig en koel, ontloopt hem en maakt zelfs een scène als hij aandringt op contact. Sophie laat alle brieven van Willem aan Lottgen lezen en voorziet ze van negatief commentaar. De verloving wordt voltooid en op 1 juli 1933 trouwen Willem en Sophie.

Ze gaan wonen op Sorghvliet in Den Haag. Sophie wordt in brieven ook weer onevenwichtig, rusteloos, overgevoelig en humeurig genoemd. Willem spreekt heel positief over haar; hij is erg op haar gesteld en begrijpt niet veel van haar nerveuze aard. Augustus 1734 wordt er een zoon geboren. Sophie logeert dan in haar ouderlijk huis in Varel. De periode na de bevalling is Sophie `rustig en volgzaam`volgens De Larrey in een brief aan Lady Portland. Terug in Den Haag verveelt Sophie zich. Ze correspondeert op een wat opgewonden, ironische toon met de graaf Zu Schaumburg-Lippe. Als haar ouders een bezoek brengen aan Den Haag maken zij zich zorgen. Sophie bekommert zich niet om haar huishouden en haar kind. Ze geeft teveel geld uit en krijgt een slechte reputatie door al `s morgens herenbezoek te ontvangen.

Er zijn aantekeningen van Anton von aldenburg voor een gesprek met zijn dochter waarin hij een hele lijst van tekortkomingen opsomt. Ze spreekt op een vastberaden toon die niet past. Ze praat teveel, is te levendig en moet niet proberen steeds spotten en plagen en haar drift beheersen. Charlotte Sophie bezoekt in Doorwerth haar nichtje en haar man Schaumburg-Lippe. Zij keert in een soort roes terug; met medeweten van Lottgen heeft ze de liefde beleefd met Schaumburg-Lippe. Ze heeft dat nooit bewust gezocht, maar nu het gebeurd is, verwijdert zij zich definitief van Willem. Zij behoort nu toe aan haar minnaar, omdat het hart dat aangeeft. Ze blijkt zwanger te zijn van haar tweede kind en is volgens Abrahan Trembley, de gouverneur van het oudste zoontje, onuitstaanbaar humeurig. Ze verkondigt openlijk dat haar huwelijk met Bentinck onder dwang tot stand is gekomen. Sophie moet wel heel ongelukkig zijn en onrustig, omdat ze niet zeker weet wie de vader is van het kind dat zij verwacht.
Na de geboorte van een zoon gaat het eerst een tijdlang redelijk. Sophie verlangt alleen naar het bezoek van haar `lip`, dan overlijdt haar vader plotseling en Sophie en Willem moeten naar Varel om alle zaken af te handelen. De gezondheidstoestand van Sophie is slecht; zij heeft aanvallen van flauwte en gevoelloosheid in de linkerhelft van haar lichaam. Willem maakt zich ongerust, heeft het bovendien heel druk met erfeniskwesties. Hij is geschrokken van de slechte situatie die hij aantrof. Sophie voert een levendige correspondentie met `Lip`. Ze smeekt hem herhaaldelijk om op bezoek te komen in Varel. In het jachtseizoen gebeurt dat. Volgens een brief van Trebley aan Lady Portland uit 1743 gedraagt Sophie zich openlijk verliefd.

Later weer in Den Haag vertoonden Sophie en `Lip` zich in de stad op een manier die op geen enkele manier hun verhouding verhulde. Sophie gaat zogenaamd om gezondheidsredenen op reis. Ze logeert op Buckeburg waar het gezelschap zich te buiten gaat aan pikante spelletjes. Lottgen schrijft hierover aan Sophies moeder. September 1739 ontdekt Sophie dat ze een kind verwacht. Ze deelt dat mee aan De Larrey en draagt hem op aan Bentinck te zeggen dat ze wil scheiden. Willem is erg ontdaan, hij probeert eerst nog haar terug te winnen maar uiteindelijk neemt hij het besluit haar nooit meer te schrijven en verbrandt alle brieven die hij van haar heeft.

Sophie bevalt in 1744 van een jongetje. Charles, dat wordt opgenomen in het gezin van de vroegere gouverneur van de erfprins van Hessen, Donop. `Lip`en zijn vrouw komen naar Varel; de geliefden maken vanaf die tijd geen enkel geheim meer van hun verhouding. Sophie gaat met haar geliefde mee naar Buckeburg. Met haar gezondheid gaat het heel goed. De Larrey verbaast zich hierover; immers vroeger was ze altijd zwak, ziek en misselijk.
Intussen wordt de verhouding tussen Sophie en `Lip` problematischer. Ondanks veelvuldig erotisch samenzijn slagen ze er niet meer in elkaar als vroeger hun bedoelingen duidelijk te maken. Sophie gaat weg uit Buckeburg omdat `Lip` een avontuurtje begint met de schoonzus van Lottgen. Zij is opnieuw in verwachting. In 1745 krijgt ze een zoon, Albrecht Carl. De oudste zoon van `Lip` wordt een vertrouwde vriend wanneer ook `Lip` bij haar komt logeren is ze dolgelukkig. De gezondheidstoestand van Schaumburg-Lippe wordt slechter. Sophie is bij hem in zijn laatste moeilijke dagen. Zij begrijpt niet dat Lottgen haar zo weinig welgezind is. Zij leeft volkomen in overeenstemming met haar geweten, alhoewel ze heel veel verdriet heeft over het verlies van haar geliefde. Zakelijk gezien gaat het haar slecht. Een Deense commissie constateert wanbeheer in Varel en Kniphausen en ontheft Sophie uit haar gezag. Ze voelt dan geen enkele zin meer in haar bestaan. Als zij in haar moeders papieren een geschreven portret van haar zelf vind, geschreven door Albrecht Wolfgang zu Schaumburg-Lippe is dat voor haar de stimulans om het leven weer op te pakken. Ze vindt haar levendigheid weer terug en gaat op weg naar Berlijn, waar ze temidden van de groten der aarde zal gaan leven. Nog eenmaal ziet ze Willem Bentinck weer. Hij laat haar via een dwangbevel eisen weg te gaan uit Den Haag. In Amsterdam schrijft ze dat het haar spijt dat ze geen glimp van haar zoon heeft kunnen opvangen. Ze vindt Amsterdam een stad waar ze het wel uithoudt. Daar voelt ze verdraagzaamheid en dat is voor haar de `de moeder van welvaart en geluk en vrijheid, dochter van gerechtigheid en naastenliefde`.

Willem Bentinck: heeft een hele goede zij het strenge opvoeding gehad. Hij is voorbestemd voor een Hollandse bestuursfunctie. Hij schikt zich hierna hoewel zijn hart in Engeland ligt. Hij wordt samen met zijn jongere broer zeer op zijn nek gezeten door zijn opvoeder, die doodsbang is voor een homofiele inslag van de jongens. Van hun vader wordt steeds gefluisterd dat hij een `tegennatuurlijke`verhouding had met de koning-stadhouder in Engeland. Willem schikt zich in alles wat bedacht wordt dood zijn opvoeder, Graaf Wassenaer van Obdam en zijn moeder. Willems moeder lijkt een heel redelijke dame die zich echter heel afstandelijk opstelt en haar zoons bewust soms heel erg alleen laat.

De voorbereidingen voor zijn huwelijk laat hij zich welgevallen; hij is geheel bereid om kennis te gaan maken met Charlotte Sophie Von aldenburg en haar met de blik van een toekomstige echtgenoot te bekijken. Bij zijn logeerpartij in huize Aldenburg in Varel laat hij zich niet uit het veld slaan door de koele, afwijzende en soms zelfs treiterende houding van Sophie. Hij gelooft oprecht dat het wel goed zal komen. Het komt niet in zijn hoofd op dat Charlotte Sophie er niet net zo over denkt. Zij volgt ook wel de wens van haar ouders, maar zij vindt het niet vanzelfsprekend dat haar hart zich aanpast. Willem is volkomen oprecht in zijn pogingen zijn toekomstige vrouw te leren kennen en hij gaat echt grote genegenheid voor haar voelen. Hij behartigt de financiële zaken met grote toewijding, kan echter niet met geld omgaan. Hij houdt ervan mooie voorwerpen te kopen puur voor het genoegen ze aan zijn verzameling te kunnen toevoegen. De nukken en grillen die Sophie vertoont, verdraagt hij. Bepaalde kanten in haar karakter begrijpt hij niet, maar probeert voortdurend er een verklaring voor te vinden de onaangenaamheden zo goed te praten. Van de erotische spanning tussen Sophie en Schaumburg-Lippe merkt hij echt niets. Hij probeert zelfs vriendschap te gaan voelen voor de graaf, omdat zijn vrouw zo op hem gesteld lijkt. Als Sophie in 1739 om een scheiding van tafel en bed verzoekt, is hij oprecht geschokt en erg verdrietig. Hij begrijpt het niet en probeert op zijn manier contact te houden met Sophie; hij lijkt te hopen dat het wel eer goed komt. Hij is echter niet op de hoogte gebracht van de zwangerschap van Sophie.

Uit zijn brieven blijkt grote betrokkenheid bij de zakelijke afwikkeling van het geheel, het vermogen veilig stellen, de grote schuldenlast die Anton von Aldenburg heeft nagelaten aflossen en de bezittingen beheren, nemen hem geheel in beslag. Uit zijn brieven blijkt niets van behoefte Sophie te willen begrijpen en mee te voelen met wat haar beweegt. Uit brieven van Abraham Trembley vernemen we dat zijn gezin met de twee zoontjes hem wel degelijk bezighoudt; hij geniet van de huiselijkheid en vrolijkheid van zijn beide jongetjes. Uiteindelijk schikt hij zich in de situatie en gaat dan hard tegen Sophie strijden om eigendomsrechten van de bezittingen.

Hij ziet Sophie nog een keer, als zij op doorrei is en in het park Sorghvliet wandelt om te proberen een glimp op te vangen van haar zoon. Dan stort het moeizaam opgetrokken bouwwerk van zelfbeheersing en bewust aangekweekte afkeer ineen. Hij rent het huis in om haar nog even na te kunnen kijken. Even later laat hij een dwangbevel bezorgen om Sophie te bevelen Den Haag te verlaten.

De ouders van Charlotte Sophie: Zij komen uit de brieven tevoorschijn als goede aardige mensen, die zeer op elkaar gesteld zijn en dol zijn op hun enig kind. Ze hebben haar nooit een strobreed in de weg gelegd. Wel maken ze zich soms zorgen om haar levendige, rusteloze onevenwichtige karakter, maar ze zijn er ten volle van overtuigd dat deze rusteloosheid wel overgaat onder leiding van een goede echtgenoot. Vader Anton von Aldenburg heeft grote moeite zijn zaken voor elkaar te houden; er zijn grote schulden, hij maakt die nog groter door verplichtingen aan te gaan uit goedhartigheid. Hij heeft zich eigenlijk behoorlijk vergist in de welstand van zijn schoonzoon. Hij acht Willem Bentinck hoog en heeft bewondering voor zijn kalme karakter. Gelukkig voor hem heeft hij nooit iets afgeweten van de affaire van zijn dochter met `Lip`.
Moeder Wilhelmine Marie is uiteindelijk volstrekt op de hoogte van de relatie, ook al omdat haar dochter er open en eerlijk over praat. Zij wil er liever niet aan denken, doet soms alsof het niet bestaat, maar smeekt een paar keer in een brief aan `Lip`of hij zo verstandig wil zijn afstand te houden van haar dochter. Ze doet geen moeite te begrijpen wat er in haar dochter omgaat; is voornamelijk bezig met wat andere mensen ervan zullen zeggen. De slechte reputatie die haar dochter erdoor krijgt doet haar meer pijn dan het feit op zich. Opvallend is het totale gebrek aan zakelijk inzicht; ze laat haar man alleen in zijn moeilijke taak de bezittingen goed te beheren. Deze verwacht dan ook geen steun van haar; kennelijk is dat geen taak voor vrouwen. Standsbewustzijn heeft ze duidelijk wel; Willem Bentinck is pas een waardige huwelijkskandidaat als hij in de adelstand is verheven; zij hecht veel waarde aan de adelsbrief, terwijl willen zelf en ook Sophie het eigenlijk een waardeloze formaliteit vinden.

Graaf Albrecht Wolfgang zu Schaumburg-Lippe: Komt in de brieven naar voren als een man met een mooi uiterlijk. Vooral zijn mooie bruine ogen worden veel geprezen. Hij houdt van feestvieren en geestige gesprekken, van jacht en diners. Anton von Aldenburg noemt in een brief een aantal slechte eigenschappen van hem op; vertoon van `grandeur`en ijdelheid, te grote emotionaliteit, driftigheid en laksheid. `Lip`is zeer ontroerd als hij deze brief ontvangt, laat hem inbinden en noemt het het mooiste geschenk dat hij ooit ontving.
`Lip`is niet verliefd op zijn tweede vrouw, Lottgen, hij vindt haar onbeduidend en ergert zich aan haar slechte adem. Het hof op Buckeburg wordt veel te royaal gehouden, na zijn dood zit de oudste zoon Wilhelm met een rampzalige nalatenschap.
Albrecht Wolfgang heeft nooit verantwoordelijkheid willen aanvaarden; altijd stelde hij zich weer gerust met vooruitzichten die niet met de werkelijkheid overeenkwamen. Als anderen hun ongerustheid uitspraken, vond hij hen zeuren en was geërgerd en humeurig. De vrouwen in zijn nabijheid, zijn eigen vrouw, zijn moeder en ook Sophie waakten ervoor hem verstoord te maken. Het was voor hem vanzelfsprekend dat Lottgen zijn relatie met Sophie accepteerde; hij verlangde zelfs dat zij eraan meewerkte en hem erin steunde. Als zij hem niet zijn zin gaf, ging hij weer mokken en dat wilde zij tot elke prijs voorkomen.

Lottgen: Wordt beschreven als kind `lief en gedwee, maar wat traag van begrip`. In een door haarzelf geschreven portret voor de verzameling van haar tante, komt ze naar voren als iemand met weinig zelfvertrouwen, weinig standvastigheid in haar karakter, zeer afhankelijk van vriendelijke woorden van anderen. Ze is oppervlakkig en niet intelligent.
Zij trouwt, `uit deugdzaamheid, zonder hartstocht`met de vorst van Anhalt Kothen, die in 1729 overlijdt. Voor haar tweede man `Lip`voelt Lottgen veel liefde. Ze doet alles om het hem naar de zin te maken, gaat daarin zelfs zo ver dat ze liefdesontmoetingen voor hem regelt. Eerst vindt ze het een normale zaak dat de minnares van haar man bij hen woont. Dat ze het er eigenlijk niet mee eens was blijkt uit verschillende brieven. Ook uit brieven van Sophie waarin ze verslag doet van de dood van haar minnaar blijkt eerder haat van Lottgen voor Sophie dan genegenheid. Lottgen moest zich wel zo tolerant opstellen, omdat ze anders de humeurigheid van haar man over zich heen kreeg.
Een min trekje in haar karakter wordt vertoond door haar afhankelijkheid van roddelzieke hofdames en door haar gokverslaving. Sophie betaalde eens een speelschuld voor haar zonder `Lip` ervan op de hoogte te brengen en dit bracht verplichtingen voor Lottgen mee tegenover Sophie.

Antoine Bentinck: Zoon van Willem en Charlotte Sophie Bentinck
Albert-Jean Bentinck: Zoon van Willem en Charlotte Sophie Bentinck
Charles Bentinck: Broer van Willem Bentinck
Charles von Donop: Zoon uit de verhouding van Charlotte Sophie Bentinck met Albrecht Wolfgang, graaf zu Schaumburg-Lippe, geadopteerd door de familie von Donop.
Thomas Isaac de Larrey: Ambtenaar die de zorg van de bezittingen Kniphausen en Varel op zich heeft. Na 1749 2e secretaris van stadhouder Willem IV.
Maria Theresa: aartshertogin van Oostenrijk, koningin van Hongarije en bohemen, keizerin van het Duitse Rijk.
De heer Neubour: Adviseur van Anton von Aldenburg te Varel.
Lady Portland: moeder van Willem en Charles Bentinck.
William Pearce: Pupil van Charlotte Sophie Bentinck.
Abraham Trembley: tot 1746 gouverneur van Antoine en Albert-Jean Bentinck.
Hofmeester Weisbrood en zijn vrouw: domestieken van Charlotte Sophie.
Guillaume Weisbrod: zoon uit de verhouding van Charlotte Sophie Bentinck met Albrecht Wolfgang; geadopteerd door hofmeester Weisbrod.


Plaats in de literatuurgeschiedenis

Het werk is voor het eerst in 1990 gepubliceerd.
Geboren: 2 februari 1918
Debuut: Stroomversnelling (1945, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, toneel, essay, autobiografie, reisbeschrijving
Bijzonderheid: Is waarschijnlijk de enige persoon in Nederland die Oeroeg niet verplicht heeft gelezen. Is in 2000 opgenomen in het Franse Legioen van Eer.
Citaat: 'Ik heb nooit de behoefte gehad om verschrikkelijk autobiografisch te werk te gaan. Mijn eigen leven is niet alleen van mij, het is ook het leven van mijn man, mijn kinderen, ouders en grootouders. Er zijn zoveel mensen bij betrokken als je werkelijk over je eigen leven gaat schrijven.' (Haagse Post, 21-4-1990)
Recent werk: Ogenblikken in Valois (1996, autobiografische teksten, essays), Uitgesproken opgeschreven (1996, essays), Zwanen schieten (1997, roman), Fenrir: Een lang weekend in de Ardennen (2000)

Bron: http://www.schrijversnet.nl/haasse.htm

Dit werk is typerend voor Hella.S Haase, want zij is gefascineerd met het verleden en heeft een voorliefde voor de 18e eeuw, de eeuw van de rationaliteit.
Ik heb geen ander boek van haar gelezen dus ik kan het niet vergelijken.
Het werk is in `mijn` tijd gepubliceerd en is, naar mijn mening, niet echt typerend voor deze tijd. Tegenwoordig is het verleden in de `mode`, men wil graag weten hoe het vroeger was, in dat opzicht is het typerend voor deze tijd. Je kunt dit boek vergelijken met het dagboek van Anne Frank, je leest iemand anders zijn levensverhaal. Anne Frank is de afgelopen jaar erg in trek geweest en dit boek past enigszins in die trend.

Beoordeling:

Het verhaal is zeer aangrijpend, je leest het levensverhaal van een ander persoon in een totaal andere tijd. Het is niet alleen leerzaam, maar ook interessant hoe mensen in die tijd met elkaar omgingen en waar zij zich mee bezig hielden. Ik vond het aangrijpend dat Sophie moest trouwen met een man waar zij niet mee wou trouwen, dat ze verliefd was op `Lip` die eigenlijk onbereikbaar voor haar was en dat haar leven vol met problemen zaten.
Het eerste deel, onverenigbaarheid van karakter, vond ik heel leuk om te lezen. Ik moest in het begin wel aan de opzet wennen, ik had namelijk nog nooit een boek in briefvorm gelezen. Het is mij goed bevallen je leest iemands gevoelens en gedachten die je in een `normaal`verhaal niet te weten zou komen. In een ander verhaal kom je meestal alleen de gedachten en gevoelens van de hoofdpersonen te weten, maar in deze briefvorm komen de gevoelens en gedachten van meerdere personen naar voren.
Het tweede deel, de groten der aarde, vond ik langdradig en saai. Ik werd niet gemotiveerd om verder te lezen, mijn enige motivatie was dat ik wou weten of de problemen/zaak tussen Charlotte Sophie en Willem Bentinck opgelost zou worden en hoe. Toen ik het boek eenmaal uit had wist ik niet hoe het afgelopen was met die zaak, ik heb toen geprobeerd het op internet op te zoeken.
Het taalgebruik is hier en daar lastig, omdat er woorden worden gebruikt die in het hedendaagse leven niet meer worden gebruikt.

Achteraf gezien ben ik blij dat ik het boek heb gelezen. Het eerste deel geeft je veel informatie over de personages en de onderlinge relaties. Het tweede gedeelte gaat verder over de problemen die zich hebben gevormd in het eerste deel. Het boek heeft een origineel onderwerp, het is als het ware een geschiedenisles in briefvorm. Het is een zeer leerzaam, aangrijpend en origineel boek waardoor het boek het lezen waard is.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Iets met aardrijkskunde studeren?


Oriënteer je dan goed want elke opleiding heeft z'n eigen specialisme. Heb je in A'dam of Utrecht nog niet de juiste opleiding gevonden? Kijk dan ook bij Wageningen University. Daar combineer je aardrijkskunde met technologie of economie. Bijvoorbeeld: hoe kun je de zeewering versterken tegen overstromingen? Je doet dus meer met aardrijkskunde.



Charlot had hartkloppingen voor haar interview met Carry Slee. Lees het interview hier en win een gesigneerd boek!

geef je mening: Ontbijt

Het is de week van het Nationaal Schoolontbijt. Ontbijt jij nog iedere ochtend?


Tullijk!

Meestal wel.

Eigenlijk nooit.


» resultaten poll