geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?
1. INHOUD (SAMENVATTING)
Theodorus Poland is eigenlijk een doodgewone jongen geboren op 20 januari 1794. Maar ze namen hem altijd Toontje. Waarom weet hij zelf eigenlijk ook niet. Hij leeft samen in een huis met zijn ouders en zijn 2 zussen Grietje en Margje Poland. Hij had ook nog een broertje Hendrik, maar die is verdronken toen hij nog klein was. Ze hebben een kruidenierszaak in Alkmaar waar ze ook woonden. Op een dag werd zijn vader ziek en een maand daarna ging ook hij dood. Op een gegeven moment had moeder een nieuwe man gevonden; Plasman. Geen van de kinderen mocht hem en hij gebruikte al het geld wat het gezin verdiende. Toontje besloot hem te gaan vermoorden. Hij zou een zwaar voorwerp op zijn hoofd laten vallen, maar gooide het op zijn schouder. Moeder en Plasman waren boos en hij besloot te vluchten.
Onderweg kwam hij een Sergeant tegen, Sergeant Grondeling. Die vertelde hem over de dingen die hij had meegemaakt in de oorlog en dat leek Toontje ook wel wat. De Sergeant besloot hem daar de Koninklijke Kwekelingenschool in Den Haag te brengen waar hij zijn beste vriend Klaas ontmoette. Een paar jaar later gaan ze tijdens verlof van de KK terug om Plasman er nog eens goed van langs te geven en natuurlijk ook om zijn familie weer eens te zien. Toontje gaf Plasman er goed van langs en die belandde dronken in een sloot waar hij maar nauwelijks uit kon komen en vertrok uit Alkmaar. (Wat ze een paar jaar later pas te horen zouden krijgen).
Toen de twee jongens nog op de KK zaten, werd Nederland overgenomen door het machtige Frankrijk van keizer Napoleon. Het was nu dus ook een Franse school en de jongens moesten dus ook voor Frankrijk vechten. De twee jongens worden overgeplaatst naar een Frans Schip; de ‘Cesar’ waarom ze de Engelsen moesten verjagen. Dat deden ze met de rest van de bemanning en nog een paar andere schepen. Het lukt ze om de Engelsen terug te drijven en het was feest op de boot.
Toontje krijgt promotie en mag mee met de Kolonel op verlof wat natuurlijk een grote eer is. Daardoor leert hij de dochter van de Kolonel kennen, Yvette. Daar werd hij verliefd op, maar hij zou haar verder niet meer leren kennen of terugzien.
Er ging een jaar voorbij voordat er weer wat gebeurde. In de herfst van 1813 leed Napoleon een grote nederlaag bij Leipzig en de vijanden stonden aan de grens van Frankrijk. De jongens van de Cesar moesten marcheren naar het noorden. Daar aangekomen werd tegen ze gezegd dat ze naar een veilige plek in zuid Frankrijk zouden marcheren. Maar in Frankrijk aangekomen werden opgesloten in de stad.
Toen ze verder moesten trekken, en in Limoges waren aangekomen, kreeg Toontje de griep en belandde hij in de ziekenboeg. Hij kon goed Frans, en toen hij weer een beetje hersteld was, vroeg de priester hem om als tolk te dienen. Dat deed hij. Hij ontmoette een oude vriend daar, Hein. Ondertussen werd de keizer Frankrijk uitgejaagd en was iedereen vrij en ging naar huis. Hein ging met Toontje mee.
Toen ze daar waren, zochten ze werk en gingen weer bij een militaire school. Napoleon was teruggekeerd en had weer een leger en leek oppermachten. De jongens trokken met hun groep naar de plek waar Napoleon aan zou komen in Nederland en waren zenuwachtig. Ze hoorden overal schoten en moesten op die positie blijven staan. De morgen daarna kwam het bericht: Napoleon is weer verslagen! (De slag bij Waterloo) Zo keerde iedereen terug en werden zij gehuldigd zonder eigenlijk maar iets gedaan te hebben. Toontje, Hein en Klaas schreven zich na even thuis te zijn geweest in voor ‘de Oost’. De boot vertrok en ze wisten toen nog niet dat Toontje in ieder geval niet meer zou terugkeren.
2. ONDERWERP (THEMA)
Het thema van dit boek is de oorlog van Napoleon en hoe dat in die tijd ging. Ook laat Johan Fabricius in dit boek zien hoe het met vriendschappen kan lopen, maar de oorlog is toch het belangrijkste thema. Dit thema spreekt mij zo aan, omdat ik boeken over de oorlog en boeken over actie leuk vind.
3. PERSONEN
Dat Toontje Poland de hoofdpersoon is, dat is wel duidelijk.
In dit boek zijn ook veel andere personen die een belangrijke rol spelen in het boek namelijk; moeder, die vroeger niet altijd goed maar wel voor heb zorgde.
Vader, die ook wel altijd goed voor zijn zoon zorgde.
De twee zussen Grietje en Margje, waarmee Toontje het heel goed kon vinden, waarbij hij later ook heelvaak langsging als hij op verlof was of klaar was.
Klaas, zijn beste vriend met wie hij al zijn spannende avonturen heeft beleefd.
Sergeant Grondeling, die hij ontmoette en die bracht heb naar de KK (Koninklijke Kwekelingenschool).
En natuurlijk nog Napoleon, de aanstichter van de Oorlogen en de bedrieger die de jongens naar Frankrijk liet marcheren.
4. TIJD
Dit boek speelt zich af in de tijd van de oorlogen van Napoleon. Het boek begint bij de geboorte van Toontje, op 20 januari 1797. Wanneer het boek eindigt is eigenlijk niet bekend.
5. RUIMTE
Het boek speelt zich eigenlijk op heel veel plaatsen af. Hoofdzakelijk in Alkmaar bij hun thuis, ik Den Haag bij de Koninklijke Kwekelingenschool en in heel Frankrijk.
In Frankrijk zijn ze weer het langst in Limoges dat ongeveer 45 minuten rijden van Bordeaux ligt. Ongeveer midden in Frankrijk dus.
6. VERHAAL EN WERKELIJKHEID
Dit verhaal is waarschijnlijk wel echt gebeurd, omdat de schrijver de naam van zijn vader ook in het boek noemt, dus die heeft het verhaal zelf meegemaakt. Het gaat ook over de tijd van Napoleon, en de dingen die over Napoleon gingen zijn ook echt gebeurt. Dingen waarvan ik denk dat niet echt zijn gebeurt, is het voorval met Plasman.
7. TITEL
De titel van het boek ,,Toontje Poland” past natuurlijk wel bij het boek, omdat het vooral over hem gaat. Hij beleeft allerlei leuke en vooral spannende avonturen.
8. EIGEN OORDEEL (MENING)
Dit boek is een van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen, omdat er lekker veel in gebeurt en daar houd ik van. Dit boek is ook een heel mooi boek om van de oorlog van Napoleon te leren, dat zeiden mijn ouders tegen mij een mede daarom ben ik dit boek ook gaan lezen. Ook vind ik dit boek echt een aanrader. Dit boek was eigenlijk nog meer dan ik er van had verwacht. De titel van het boek spreekt je niet echt aan, maar als je eenmaal de laatste bladzijde hebt omgeslagen ben je toch blij dat je boek gekozen hebt. Inleven in dit boek, zou mij echt voor geen meter lukken. Ik durf ook geen beslissen te nemen zoals hij dat zou doen en ik zou ook niet ik het leger willen.
9. DE SCHRIJVER
De officiële naam van de schrijver is Johan Douanes Fabricius en is geboren in Bandung (voormalig Nederlands-Indie) op 24 augustus 1899, en is overleden in Glimmen op 21 juni 1981, en was naast Schrijver ook nog Journalist, illustrator en avonturier. Hij had eigenlijk heel veel woonplaatsen, want hij is heel vaak verhuisd.
Van Nederlands-Indië naar Nederland, terug naar Indië, naar Parijs en weer naar Nederland.
Hij schreef in totaal 106 boeken, waaronder; De scheepsjongens van Bontekoe, Het meisje met de blauwe hoed, Halfbloed, Toernooi met de dood, Jongensspel, de paradijsklok, Toontje Poland en het vervolgboek Toontje Poland onder de tropenzon.
De eerste twee boeken die zijn genoemd, zijn ondertussen verfilmd. De scheepsjongens van Bontekoe draait nu in de bioscoop en het meisje met de blauwe hoed in 1934 en in 1972. Johan Fabricius schrijft onder zijn officiële naam, en heeft nog nooit een prijs gewonnen voor zover als bekend is.
10. VERWERKINGSOPDRACHT
Ik heb gekozen voor een paar pagina´s uit het dagboek van Toontje, omdat de andere drie mogelijkheden niet echt zouden kunnen.
13 juni 1804:
Lief dagboek, er is vandaag iets verschrikkelijks gebeurd! Vader is vandaag overleden. Hij was natuurlijk al een lange poos ziek, maar toch komt die klap hard aan. Moeder is helemaal geschokt en dreigt gek te worden. Grietje en Margje zijn er ook wel kapot van, maar veel minder dan moeder. Die roept van die vreemde dingen zoals; Nu zijn er helemaal geen mannen meer in huis! Dan denk ik bij mijzelf van, en ik dan! Dan zeg ik tegen moeder: Alles komt goed! Ik ben er immers ook nog!
O ja, jij bent er ook nog Hendrik … eed … Toontje.
24 september 1806:
Moeder heeft een nieuwe man gevonden. Zijn naam is Plasman. Wat is dat een verschrikkelijke vent! Margje en Grietje mogen hem volgens mij nog minder.
Hij gaat elke avond op ons geld naar het Café! Alsof wij daar niet voor werken.
Als dat zo doorgaat dan… dan… zorg ik dat we van heb geen last meer hebben.
Ja, dat ga ik doen!
10 november 1806:
Ik ben vertrokken uit Alkmaar en logeer nu bij mijn oom. Ik heb geprobeerd om een zwaar voorwerp op Plasman zijn hoofd te later vallen, maar ik liet hem op zijn hoofd vallen. Echt heel stom. Nu is iedereen boos op mij, maar het kan me niet schelen, Margje en Grietje zijn niet boos, want die hadden het hem wel gegund. Ik ben onderweg ook een Sergeant tegen gekomen, Grondeling heette hij. Hij vertelde mij allerlei spannende avonturen over de oorlog, en het lijkt mij nu ook wel wat om soldaat van Napoleon te worden.
24 januari 1807:
Het is hier heel mooi op de Koninklijke kwekelingenschool! Ze leren allemaal dingen die ze in het leger ook kunnen en wij voelen ons allemaal ´De frisse moed van het Volk´ en zo noemden de mensen ons dan ook als ze ons op het pleintje bezig zien.
Ik heb ook een nieuwe vriend. Klaas heet hij. Toen ik op de KK aankwam, vroeg hij mij om het korstje van de pap. Ik vroeg waarom? ´Dat is het lekkerste zei hij´. En zo raakten we aan de praat en zei hij dat hij hier ook nog maar een paar dagen was. Onze strozakken waar we op slapen staan ook naast elkaar en vind ik wel fijn.
26 juni 1807:
Er gebeurt hier niet veel. Alles is nog steeds hetzelfde en ik kan het steeds beter met Klaas vinden. We worden hier ondertussen ook wel ´de tweeling´ genoemd.
14 juli 1807:
Nederland is overgenomen door Frankrijk! Er gaat hier dus heel wat gebeuren. Wij moeten nu voortaan Frans spreken, en dan kan natuurlijk nog niemand van ons. Ook verdwijnen alle Nederlandse mensen die de leiding gaven. Het gaat hier nu dus een saaie en vooral onbegrijpelijke school worden. O Ja! Er mag één iemand blijven. Een Sergeant, omdat die Frans én Nederlands kent.
26 maart 1809:
Er is oorlog met de Engelsen. Klaas en ik moesten naar een oorlogsschip, de ´Cesar´. Er zijn wel mooie kannonen aan boort. Als we daar toch een mee mochten schieten! Klaas en ik moeten meestal de zijlen regelen, omdat we zo goed kunnen klimmen.
31 december 1809:
Het is hier maar een saaie boel. Er gebeurt echt helemaal niks! Ik hoop, dat er snel wat gaat gebeuren.
4 april 1810:
Er is nog steeds niks gebeurt, maar ik ben een week op verlof geweest, thuis was alles redelijk goed, maar moeder is in het gekkenhuis beland. Met mijn zussen was alles goed, ze leven nu samen in een huisje, en ze hebben van Plasman na het incident weinig last van gehad. Tussen Klaas en Grietje gaat het ook erg goed.
Volgens mij begint er tussen die twee wat te bloeien.
Klaas en ik hebben Plasman ook te grazen genomen. We hebben hem dronken in de vaart gegooid. Of hij nog leeft, weten wij niet, want we besloten om te gaan vluchten.
23 december 1810:
Eindelijk is er iets gebeurt, we moesten vechten tegen de Engelsen. Klaas en ik moesten samen met een kanon schieten. De eerste keer hebben we een stuk van de grootmast afgeschoten en het tweede schot ging helaas mis. Maar er is wat gebeurt, want we hebben de Engelsen verjaagd. Na die tijd kregen we wijn en hebben we een enorm feest gegeven.
13 november 1811:
Er is zowat weer een jaar voorbij voor er weer wat gebeurt is. Ik heb promotie gekregen en mocht twee weken met de Kolonel mee op verlof! Daar ontmoette ik zijn dochter Yvette. Wat een leuke meid, volgens mij begin ik verliefd op haar worden. Toen ik terug kwam, was Klaas verdwenen. Gedeserteerd! Dat had ik niet van hem verwacht.
23 oktober 1812:
Weer een jaar voorbij! Echt een saaie boel hier. Ondertussen is Klaas ook alweer teruggekeerd. Hij kreeg geen straf, omdat hij de mazzel had dat de vrouw van de Kolonel bij de veroordeling zat, en omdat hij mijn vriend was. Anders was hij een maand in het kolenhok opgesloten. Wel is er het goede nieuws, dat Plasman uit Alkmaar is weggevlucht. Dat hebben we dan maar weer mooi gedaan.
3 januari 1814:
Napoleon is verslagen! Wij moesten vluchten naar het Noorden, en vanaf daar zijn we doorgestuurd naar het plaatsje Limoges in Zuid-Frankrijk. Het was allemaal een grote val, want wij mogen niet doen wat we willen en zitten vast in de stad. Ik heb ondertussen ook de griep gehad. Maar ben nu wel weer beter. Ik werk hier als vertolker voor de priester en af en toe mag ik ook de biecht afnemen van mensen.
Ook ben ik daar een oude vriend Hein tegengekomen.
23 november 1814.
Napoleon is verslagen Vrijheid! Hij is verjaagd! Morgen gaan we met zijn allen in een grote mars terug naar Holland. Dan zie ik naar al die jaren mijn familie weer terug. Maar Klaas is weg. Die overleeft het nooit in zijn eentje, want hij kan nog voor geen meter Frans, en hij weet ook niet waar Holland ligt.
23 december 1814.
Thuis! Moeder is ook teruggekeerd uit het gekkenhuis en met de test is ook alles goed. Hein is met mij mee naar huis, want hij heeft geen ouders.
23 februari 1815:
Hein en ik hebben ons ingeschreven voor een militaire school om wat te verdienen.
Klaas is ook weer teruggekeerd en heeft zich ook ingeschreven.
30 november 1815:
Napoleon is teruggekeerd. Ons bataljon moet vechten tegen hem en we werden naar een bepaalde plaats gestuurd om Holland te verdedigen.
2 december 1815:
We horen allemaal schoten vlak om ons heen. We vinden het heel spannend wat er gaat gebeuren. Moeten we nu gaan vechten tegen de grote Napoleon, waarvoor we eerst nog zo hard tegen de Engelsen hebben gevochten.
10 december 1815:
Napoleon is verslagen! Wij hebben eigenlijk niets hoefden doen. Maar we vertellen toch aan alle mensen die we tegenkomen onze eigen versie en we beginnen er eigenlijk ook wel een beetje in te geloven. We werden gehuldigd toen we terugkeerden en iedereen was blij en we hebben lang gefeest.
22 februari 1816:
Klaas, Hein en ik zijn weer bij ons thuis aangekomen. Maar we zoeken weer werk.
Thuis was alles goed en ze vonden het heel indrukwekkend dat wij bij de Slag van Waterloo zijn geweest. Zo heette de oorlog.
30 november 1816:
De boot naar `de Oost´ is vertrokken. Ik weet niet wat ik daar aan zal treffen, maar ik verwacht dat ik er rijk van zal gaan worden.
Bauke-Hielke
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.