Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3742 |
Opvragingen: | 28 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (5 stemmen)
Titels van Jan van Aken
De dwaas van Palmyra (0) 1995 De valse dageraad (1) 2000 Koning voor een dag (1) 2008
Laatst gewijzigd op 10 maart 2008
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: februari 2008
Aantal bladzijden: 264
Uitgegeven bij: Querido, Amsterdam
Beschrijving voorkant
Op de voorkant staat een afbeelding van een sater.(een duivel met twee horentjes)
Het moet een zinnebeeld zijn van de parodiedichter Hipponax. De afbeelding zelf is een afbeelding van een bekend schilderij.
Genre van het boek
Hipponax is een historische figuur uit de Klassieke oudheid van de 6e eeuw voor Chr. De roman is daarom in eerste instantie een historische roman. Van Aken schrijft vaak een historische roman.
Aan de andere kant kan je ook spreken van een Bildingsroman, omdat het leven van Hipponax vanaf zijn geboorte wordt gevolgd en we de vorming van zijn karakter dus vanaf het begin kunnen meemaken.
De aangeleverde flaptekst
De lelijke Hipponax, zoon van een wagenmaker, weet al vroeg enige populariteit te verwerven met zijn poëtische gaven en zijn scherpe tong. Als hij zijn zinnen zet op het meisje Arète, en zij niet ongevoelig blijkt voor zijn charmes, raakt de dichter verwikkeld in een levenslange strijd met haar invloedrijke familie. Door toedoen van Arètes broer, de beeldhouwer Boupalos, wordt Hipponax zelfs verbannen uit zijn geboortestad.
Na jaren van bloedstollende avonturen en omzwervingen komt hij zijn geliefde weer tegen, maar nog altijd waakt Boupalos over haar. De dichter zint op wraak, evenwel zonder te beseffen welke duistere krachten hij hiermee oproept.
Koning voor een dag vertelt het meeslepende verhaal van de dichter Hipponax, die leefde in het Ionië van de zesde eeuw voor Christus en die bekendstond als de 'vader van de parodie'.
Mijn mening over het boek.
Jan van Aken kan vertellen, dat is ook na deze roman duidelijk. Hij schrijft graag historische romans en doet dat op een spannende wijze. De lezer zal geneigd zijn om bladzijde na bladzijde (pageturner) om te slaan, omdat hij weet dat de wraak van de schimpdichter Hipponax zoet zal zijn. Onterecht veroorzaakt lijden vraagt altijd om wraak bij de lezer. En Van Aken komt aan die behoefte tegemoet. Het aardige is dat de historische gebeurtenissen geen belemmering zijn om het spel met de verteller aan te gaan. Bovendien neemt Van Aken geen blad voor zijn mond in het beschrijven van anekdotes. Lees en huiver is zijn credo.
Het einde van de roman is literair gezien fraai en verwijst terug naar de proloog.
Door de vlotte stijl van vertellen is de amusementswaarde van de roman, ook voor scholieren hoog: 8.
De waardering op onze literatuurlijst is 2 punten voor havo en vwo. De roman is m.i. alleen geschikt voor de wat rijpere lezers.
Titelverklaring
Hipponax betekent “paardenkoning”. Die naam krijgt hij door de voorspellende droom die zijn vader voor zijn geboorte heeft. Maar wanneer hij geboren is lijkt hij helemaal niet op een koning: hij is lelijk, klein en weigert lange tijd te lopen.
Heel lang blijft de lezer in het ongewisse wat betreft de verklaring voor de titel, maar in het laatste hoofdstuk worden proloog en titelverklaring samengevoegd. Hipponax is dan de “koning voor één dag.”
Structuur en/of verhaalopbouw
De roman heeft een proloog waarin de vader van Hipponax droomt over de toekomst van zijn ongeboren zoon. Daarna wordt het verhaal van Hipponax in 25 getitelde hoofdstukken verteld vanaf zijn geboorte tot aan dood.
Het is een chronologisch verteld verhaal. De ene gebeurtenis vloeit voort uit de andere. Maar er is ook wel sprake van literaire verteltechnieken: zo wijst het einde van de roman terug naar de proloog waardoor een cyclisch principe ontstaat. Dat is wel mooi gevonden door de schrijver.
Na het verhaal geeft Jan van Aken een verantwoording van zijn bronnen.
Gebruikt perspectief
Er is sprake van een impliciet aanwezig auctoriale verteller. Hij vertelt als een alles wetende verteller het levensverhaal van Hipponax. De verteller verhaalt in de o.v.t.
Tijd van het verhaal
Hipponax leefde in de 6e eeuw voor Christus. We volgen zijn bestaan op de voet. Van geboorte tot zijn dood.
Plaats van handeling
Hipponax is geboren in Efesos (het huidige Efeze dat in Turkije ligt) Wanneer hij door de beeldhouwer Boupalos uit zijn geboorteplaats wordt verdreven, beleeft Hipponax zijn avonturen o.a. in Egypte. Daarna keert hij weer terug naar zijn geboortegrond in Inonië..
De laatste hoofdstukken spelen in de stad Klamonezai.
Motto
Het motto is ontleend aan de klassieke dichter Archilochus: Een grote kunst versta ik: met gruwelijk leed vergelden wie mij kwaad aandoet.
Dat moto wijst natuurlijk naar het motief van de wraak dat in deze roman een vrij grote rol speelt. Hipponax wordt door de beeldhouwer Boupalos bedonderd en bovendien de toegang tot diens mooie Arète ontzegd ( op wie Hipponax) verliefd is. Hij neemt na zijn omzwervingen in Egypte wraak voor wat hem is aangedaan. Dat leidt tot d zelfmoord van Boupalos.
Samenvatting van de inhoud
In de proloog krijgt de vader van Hipponax (Pytheas) een voorspellende droom over zijn nog ongeboren zoon als paardenhoofdman. Daarom wil hij zijn zoon Hipponax noemen, wat “paardenkoning” betekent. . Maar wanneer de jongen geboren wordt, schrikt iedereen (zelfs het levenslicht) voor zijn lelijkheid terug. Het levert al een ruzie op tussen de moeder en oma van Hipponax.
Hij is ook laat in zijn fysieke ontwikkeling, want hij wil eigenlijk alleen maar kruipen en niet lopen. Maar geestelijk loopt hij weer wel voor: hij is behoorlijk intelligent en rap met zijn mond. En zijn vader is wat dat aangaat wel weer trots op hem. Zijn vader heeft een wagenmakerij en is vrij beroemd in de stad. Maar de wagenmakerij is tanende, omdat er vrede in het land heerst.
Toch weet de jongen af en toe wel weg te geraken, ook al doet hij dat strompelend of kruipend. Hij heeft een romantische aard, want hij wil het doodsbed van de zon zien.( de zonsondergang) Omdat hij geen echt paard kan berijden, maakt zijn vader een speelpaard voor hem (een groot hobbelpaard) en ook daarop kan hij zich behoorlijk verplaatsen. Om te voorkomen dat hij van het paard valt, heeft zijn moeder stijgbeugels ontworpen. Die uitvinding wordt door de vader van Hipponax aangeboden aan de tyrannen van de naast gelegen stad Kolofon, maar die zien niets in de uitvinding, omdat het eigenlijk een relatief rustige tijd is onder koning Croios. Hipponax is meegegaan met zijn vader en komt daar in aanraking met een beroemde dichter, een rapsode. Dat beroep zou hij ook graag gaan beoefenen. Zij zijn als gast van de dichter uitgenodigd, maar dan breekt er een zeer besmettelijke en dodelijke ziekte uit. (de pest?) Zowel zijn vader als Hipponax overleven het, maar er zijn veel doden in Kolofon. De slaaf van de dichter, Dolion, mag mee met Pytheas en ook de oude, blinde slavin gaat met hen mee..
Dolion is een goede wagenmaker en helpt Pytheas heel goed in zijn wagenmakerij. Intussen gaat de jonge Hipponax zich bekwamen in het maken van versjes: o.a. op de hoeren die voorbij zijn huis komen en die het heel leuk vinden wanneer hij dichtregels op hun lichaam maakt. Ook mag hij een keer optreden bij de komst van de Chioten onder wie de broers- beeldhouwers van wie Boupalos de bekendste is. Hij draagt daarbij het gedicht van de wasvrouw voor: een seksueel getint gedicht dat echter wel bij de toehoorders aanslaat. Het gedicht is gebaseerd op één van zijn eerste seksuele ervaringen waarbij hij als jongen (maar wel gezegend met een enorm geslachtsdeel) aan de oever van de rivier met een slavin seks bedrijft. Ook treedt hij een keer op bij het festival van Apollo. De belangstelling van het publiek gaat dan echter meer uit naar de naakte hollende man die de zonden van de stad op zich moet nemen: de farmakos. Die moet aan het einde van de dag worden geofferd als een zoenoffer voor de zonden van de stad. Het is een mooie vooruitwijzing naar wat later zal gebeuren. Voor de farmakos wordt namelijk de lelijkste man van de stad uitgekozen.(!)
Hij raakt ook steeds in vervoering van het zusje van de beeldhouwer, Arète die beeldschoon is. Zij en haar moeder nodigen hem nog een keer uit omdat ze zich erg vervelen en ze zijn gedichten wel leuk vinden. Boupalos vraagt een keer of Hipponax model wil staan voor één van zijn beeldhouwwerken. Dat moet naakt geschieden en Hipponax ziet daar wel tegenop. Na het poseren wordt hij ook nog ten schande gemaakt in de kroeg en hij vlucht weg naar de “wildernis”waar hij weer is aangewezen op zijn zang- en dichtspel. Intussen is hij verliefd geworden op Arète en er zijn momenten dat zij onder toezicht van een slaaf hem even kan zien.
Hipponax besluit dan de officiële weg te kiezen en Arète ten huwelijk te vragen via haar broer, maar het geschenk dat hij voor haar heeft gekocht wordt door Boupalos ingezet bij een weddenschap in de arena, waarbij het er bovendien op lijkt alsof hij Hipponax opzettelijk een verkeerd wedadvies geeft. Boupalos maakt het helemaal bont door het beeldhouwwerk waarvoor Hipponax heeft in het openbaar ten toon te stellen, maar het is een afschuwelijk lelijk kunstwerk dat hij heeft gemaakt en Hipponax staat eigenlijk ten spot voor de hele stad.. Het komt tot een vechtpartij tussen de aanhangers van Boupalos die tenslotte importstadgenoten zijn en de vrienden van Hipponax. Die besluit al snel wraak te nemen door in het openbaar een schimpgedicht te maken op Boupalos, waarbij het opnieuw tot schermutselingen komt en Hipponax gevangen wordt gezet. Zijn knecht/slaaf Dolion wordt door de tyrannen omgebracht (omdat hij in feite slechts een slaaf uit Kolofon is) maar ook omdat die een heel mooi beeldhouwwerk heeft gemaakt waarmee Boupalos te kakken wordt gezet. Hipponax en zijn vrienden worden voor 20 jaar verbannen. Ze worden met een schip weggestuurd.
Ze bevinden op een schip van Feniciërs die op hun beurt weer worden afgeslacht door sterke Aioliërs van wie de hoofdman Kleos door de aan boord aanwezige hoeren van Stratopeda als zoenoffer wordt gebruikt. Daarbij moet hij zijn geslachtsdeel offeren terwijl hij seks heeft met de vrouw aan wie Hipponax tijdens de schermutselingen een mes heeft aangereikt. Daarmee hebben de vrouwen de mannen (Aioliërs) levend gevild. Het zijn bloederige toestanden.
Hipponax en zijn eveneens verbannen vriend Erchelaos vertrouwen er niet op dat zij door de wilde vrouwen gespaard zullen blijven voor onheil en vluchten wanneer ze de kust van Egypte zijn genaderd. Daar beginnen opnieuw avonturen te spelen.
Erchelaos laat zich inpalmen door een vrouw uit een Egyptisch dorp die weliswaar seks met hem wil hebben, maar eigenlijk op zijn geld belust is. Hij is er o.a. getuige van hoe Erchelaos en Selene in zijn hutje seks met elkaar bedrijven. Hipponax krijgt te maken met een slaaf Boylat die hem wegwijs maakt in de gebruiken van de Egyptische rituelen. Boylat waarschuwt hem voor de gevaarlijke vrouw Selene.
Wanneer het geld van Erchelaos op is, heeft de vrouw ook genoeg van hem en ze willen daarom vluchten, maar de vader van de vrouw schiet Erchelaos met zijn handboog dood. Hij wilde Erchelaos namelijk inzetten bij een oorlog en hij accepteert het vluchten niet. Ze lozen het lijk van Erchelaos in het water en varen verder de Nijldelta af naar een volgende grote plaats waar Hipponax misschien zijn geld kan verdienen door gedichten te maken en liederen te zingen. ( de plaats Naukratis) Onderweg stuiten ze op een dodenschip dat vol zit met ivoor (elpenbeen) en dat is natuurlijk een flinke rijkdom, weet Boylat. Dat moeten ze ten gelde maken. Dat doen ze ook nadat ze zich gevestigd hebben in Naukratis. Met het verworven geld mag Boylat zich vrij kopen van Hipponax. Die raakt in de stad onder de indruk van de mooiste vrouw van de wereld, Rodophis. Hij wil met haar een seksafspraak maken, maar dat kost hem een talent zilver. (heel veel waarde) Op het moment suprême blijkt hij niet in staat een erectie te krijgen, maar naar zijn geld kan hij wel fluiten. Via een tandeloze toverkol met wie hij als beloning voor haar genezingsritueel wel seks moet hebben, wordt hij weer van zijn impotentie verlost. Maar wanneer hij voor de tweede keer met veel zilver naar Rodophis gaat, kan hij het weer niet voor elkaar krijgen. Boylat die zijn zakenpartner is, ziet de zaken nu steeds slechter gaan en stuurt hem per boot dan weg. Hij komt aan in Kreta en gaat zich daar weer verdiepen in het maken van liedjes. Zes jaar brengt hij door op Kreta: de ruwe vissersvrouwen helpen hem wel van zijn impotentie af, wat Rodophis in Egypte niet gelukt is.
Hipponax gaat dan weer naar Ionië, maar nog niet naar zijn geboortestad Efesos. In die stad wordt hij namelijk niet toegelaten, want hij staat op de zwarte lijst vanwege zijn verleden. In een nabijgelegen stad (Klazomenai) beziet hij alle bewegingen die in die tijd politiek plaatsvinden: o.a. de komst van de Perzen etc. Ook houdt hij zich nog steeds bezig met het zingen van liederen en hij geniet een redelijke bekendheid vooral vanwege zijn schimpdicht op Boupalos. Hij ontdekt dat de tyran van Klazomenai de broer is van Boupalos. Beiden zijn het eigenlijk zetbazen van de Perzische koning. Zijn haatgevoelens tegen Boupalos laaien weer op: zeker als hij merkt dat de beeldhouwer een heel groot beeld van Hipponax op de markt in Klazomenai heeft geplaatst. Intussen ontmoet hij vermond als koopman ook Arète weer eens.
Boupalos en zijn broer die zich in Klazomenai Eurymedontiades noemt, hebben de stad in hun greep: er is weinig voedsel terwijl ze zelf overvolle voorraadkamers hebben. Hipponax vervloekt de familie van Boupalos en de stad Klazomenai en hij vertrekt om bijna een jaar later weer op te duiken. Hij vilt met hulp van zijn vriend die slager is, een ezel en gebruikt de huid van de ezel om op de harige Boupalos te lijken. Daarna dringt hij het huis van Boupalos binnen. Hij gaat een kamer binnen en denkt dat hij seks heeft met de jonge Arète, maar het strakke lichaam blijkt later van de moeder Arète te zijn, die in het donker eerst denkt dat ze met haar zoon Boupalos copuleert. Dan herkent ze Hipponax en dwingt hem een aantal avonden achtereen seks met hem te hebben. Zijn grote geslachtsdeel is voor haar een plezierige bijkomstigheid.
Wanneer Hipponax op een avond zich ook wil storten op de jonge Arète, gaat het feest voorlopig niet door. Maar ook de jonge Arète dacht dat ze met Boupalos zou gaan vrijen. Er is dus sprake van incest in dubbele zin en Hipponax heeft dat nu feilloos door. Hij maakt dan ook een schimpdicht op de “moederneuker” Boupalos die bij zijn eigen moeder de jonge Arète heeft verwekt. Hij heeft dus seks met zowel zijn moeder als zijn dochter. Schande alom voor de familie maar eigenlijk ook voor de stad. Dan vlucht Hipponax weer weg. Boupalos en zijn broer Eurymedontiades plegen kort daarop zelfmoord vanwege de geopenbaarde schande, de oude Arète trekt weg; de jonge blijft achter.
De eerste vloek van Hipponax is geslaagd: de familie van Boupalos is ten onder gegaan. Zelf kan hij het allemaal maar moeilijk verwerken: hij drinkt te veel en wordt een haveloze zwerver. In die toestand komt hij de jonge Arète weer tegen die hem opvangt. Ze neemt hem niets kwalijk en na op het strand seks met haar gehad te hebben, wil ze zelfs met hem trouwen op het komende festival van Apollo (!)
Dan begrijpt Hipponax wat er met hem gaat gebeuren: eerst is hij de farmakos die gegeseld door de stad wordt gejaagd. Dan wordt hij in de kleren van de koning gehesen en op een paard gezet. (Hij is dus de koning voor een dag) Ze worden gereden naar een hoge stapel hout in het centrum en hij mag naar boven klimmen. Daar is ook Arète weer en het onvermijdelijke gebeurt: het blijkt een brandstapel te zijn. Het geliefde stel wordt geofferd: het is het zoenoffer voor de stad. Eindelijk is de openstaande rekening voor de stad Klamonezai gladgestreken en vereffend.
Thema, motieven en interpretatie
In deze historische roman gaat het natuurlijk om de biografie van Hipponax. Van deze dichter van de parodie is niet al te veel bekend en Jan van Aken past de historische feiten natuurlijk mooi aan in zijn roman. Van Hipponax is o.a. wel bekend dat hij schimpdichten maakte. Maar er is niet veel informatie over hem. Jan van Aken beschrijft zijn leven van geboorte tot aan zijn dood.
Daarnaast is het thema van de roman (zie ook het motto) de zoete wraak die iemand zijn hele leven blijft koesteren als hem iets wordt aangedaan waardoor hij zich in zijn ziel vernederd voelt. Bij Hipponax is dat het beeld dat Boupalos van hem heeft gemaakt en het huwelijk met Arète dat de beeldhouwer voorkomt door Hipponax te bedriegen. Wanneer zijn eerste wraak (het schimpdicht) ongelukkig uitpakt, wordt Hipponax verbannen en leert hij op vreemde bodem (o.a. Egypte en Kreta) het relatieve van seks kennen . Voor veel geld kan hij geen erectie krijgen bij de mooiste vrouw van de wereld, terwijl seks met de toverheks en de ruige vrouwen van Kreta wel mogelijk is. Maar wanneer hij terugkeert naar Ionië, blijft zijn wraaklust bestaan. Hij krijgt de kans om Boupalos aan de incestschandpaal te nagelen, waardoor deze kort daarop zelfmoord pleegt. Blijft de tweede vervloeking van de stad Klamonezai over, maar dan komt een andere voorspelling in de roman uit. Juist Hipponax is degene die zondebok is (de farmakos) en hij wordt dan ook om de stad te redden geslachtofferd. Zijn toekomst was al eerder aangekondigd in de roman. Het zijn natuurlijk deze orakelachtige uitspraken waardoor deze historische roman zijn Griekse achtergrondbetekenis krijgt.
Gebruikte motieven in deze roman:
- de voorspellende waarde van de droom ( de proloog)
- de vervloeking
- de lelijke mens die wordt beschimpt
- de zoete wraak
- list en bedrog
- seksualiteit als machtmiddel
- doodslag, moord en zelfmoord
- slavernij
- de incestrelatie van Boupalos met moeder en dochter Arète
- de queeste (het op zoek zijn naar Boupalos om zich te kunnen wreken)
Recensies
In het Parool van 21 februari 2008 is Arie Storm heel positief over de historische roman van Jan van Aken: Als biografie vermomde roman (of andersom, het is maar net hoe je het bekijkt) zou een aaneenschakeling kunnen worden van tal van op zichzelf misschien wel meeslepende gebeurtenissen, terwijl een echt thema ontbreekt. Een tijd vreesde ik dat het daarop zou uitdraaien. Ik sloeg met genoegen de bladzijden om, daar niet van. Soms deed ik dat met een wel heel bizar soort plezier, omdat Van Aken onthutsende gruwelijkheden niet uit de weg gaat. Ja, Van Aken schrijft verscheidene zaken afgrijselijk precies op. Ik zal die zaken hier niet noemen, omdat ze te verschrikkelijk zijn. 't Gaat verder dan het zomaar even afsnijden van een piemel.
Het lezen van Koning voor een dag is een nogal fysieke ervaring. Terwijl ik genoot en griezelde, vroeg ik me een enkele maal wel af: waar leidt dit allemaal toe?En dan blijkt aan het eind dat Van Aken Koning voor een dag een zeer vernuftige constructie heeft gegeven. Het zou flauw zijn dat slot te verraden, en dat doe ik dan ook niet. Maar uiteindelijk biedt “Koning voor een dag” een uitmuntend inzicht in de persoonlijkheid van Hipponax. En dat inzicht zegt ook iets over onszelf en onze genotzuchtige tijd. Kort en goed: deze moderne lezer werd door Van Aken via dat levendig door hem opgeroepen verleden vol in het hart geraakt. Knap.
Pieter Steinz in NRC Handelsblad op 29 februari 2008 is redelijk enthousiast in zijn beoordeling: Als een schimpdichter is Hipponax de geschiedenis ingegaan, zij het dat er behalve een handvol versregels en een terloopse verwijzing naar zijn afkomst verder niets in de klassieke literatuur van hem is overgebleven. Jan van Aken heeft zijn fantasie op een bewonderenswaardige manier gebruikt en Hipponax een spectaculaire biografie geschopt. Hij heeft dat bovendien gedaan met behulp van een gebeitelde stijl met mooie zinnen en opvallende wendingen (In Efesos zag Hipponax het levenslicht - en het levenslicht schrikte voor hem terug). Maar een voor honderd procent boeiende revenge tragedy heeft hij niet geschreven. Vooral in het middengedeelte vraagt de lezer - en zeker de niet klassiek geschoolde lezer - zich af waar het verhaal heengaat, en waarom je al deze wilde avonturen moet lezen. Daar kunnen gevilde piraten, afgehakte penissen, million dollar hookers en klassieke voodoorituelen weinig aan veranderen.
Over de schrijver
Bron: Wikepedia
Jan van Aken (Herwen en Aerdt, 9 augustus 1961) is een Nederlands schrijver, die in de cultuursector en de automatisering werkte. Momenteel is hij docent aan de Schrijversvakschool Amsterdam De schrijver heeft duidelijk een voorkeur voor moeilijke namen.
In "Het oog van de basilisk" lezen we over Epiphanius Rusticus in de nadagen van het Romeinse rijk, terwijl we in "De valse dageraad" kennis maken met Hroswith van Wikala in de Middeleeuwen.
Zijn derde roman speelt zich af in de 1e eeuw na Christus en behandelt de reis van de wijsgeer Apollonius van Tyana naar India, zoals achteraf gezien door de ogen van Damis, leerling van de Apollonius.
In 'Het fluwelen labyrint' laat Van Aken het verleden wat dichterbij afspelen. Het Amsterdam van de jaren tachtig vormt het decor voor deze 'rhapsodische vertelling'. De schrijver laat er geen twijfel over bestaan dat het ook bij dit boek, dat speelt op de 'tijdloze dag' 8-8-1988, gaat om een historische roman.
Terwijl de hoofdpersoon van "De dwaas van Palmyra" steeds probeert te ontsnappen uit de mythen die hem gevangen houden, is de dwaaltocht van hoofdpersoon Einar in "Het fluwelen labyrint" een wanhopige poging om terug te keren naar een verloren paradijs, het mythische Amsterdam waar de titel van het boek naar verwijst.
Van Aken is al eens de 'Nederlandse Umberto Eco' genoemd. Hij publiceerde eerder in de tijdschriften Optima en Nieuw Wereldtijdschrift. Zijn tweede roman werd genomineerd voor de Seghers Literatuurprijs.
Bibliografie .
Jan van Aken heeft de volgende historische romans geschreven:
• Het oog van de basilisk (2000)
• De valse dageraad (2001)
• De dwaas van Palmyra (2003)
• Het fluwelen labyrint (2005)
• Koning voor een dag (2008)
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen