Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 5 maart 2008 |
Niveau: | 5 havo |
Taal: | |
Woorden: | 3771 |
Opvragingen: | 625 (4 deze maand) |
Waardering: |


We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!
EEN ROOS VAN VLEES
Zakelijke gegevens
TITEL : Een roos van vlees
1e UITGAVE : 1963
GENRE : Psychologische, autobiografische roman
UITGEVER : Meulenhoff – Amsterdam
PAGINA’S : 154
Inhoud
Het boek beschrijft één etmaal uit het leven van Daniël. In de loop van het verhaal blijkt dat hij getrouwd is geweest met Sonja. Ze hadden drie kinderen, maar één ervan, een
meisje van twee, is gestorven door een ongeluk; ze verbrandde in te heet water. Na dit ongeluk verslechterde de relatie tussen Sonja en Daniël; uiteindelijk gingen ze uit elkaar. Dat is nu zeven jaar geleden. Na de scheiding heeft Daniël een ernstige vorm van astma gekregen, waardoor hij gehandicapt is. De kinderen gingen bij Sonja wonen. Daniël moet telkens aan zijn overleden kind denken. Het is een koude dag en Daniël zit rillend van de kou op de rand van zijn bed. Hij denkt aan zijn kinderen en aan Sonja. Ze zien elkaar nog wel, maar ze zijn bijna vreemden voor elkaar geworden.
Onder in de kast vindt Daniël een nest muizen, tussen zijn vuile zakdoeken vol bloed (bij Daniël zijn onlangs poliepen in de neus weggehaald). De muizen hebben van zijn bloed gegeten. Eet, drink, dit is mijn bloed hetwelk voor u vergoten is, denkt Daniël. Hij zorgt ervoor dat Samuel, de kat, niet bij de muizen kan komen.
Daniël maakt een ochtendwandeling in de hoop dat dit hem opfrist. Hij loopt over een kerkhof en probeert een vastgevroren waterhoentje te redden, maar dit mislukt en hij begraaft de vogel in de sneeuw. Hij bezoekt een café in de buurt van het kerkhof en praat met de cafébaas over dood en begrafenissen. Als er vier aansprekers het café binnenkomen, verlaat Daniël de zaak. In de winkelstraat helpt hij een oude vrouw die gevallen is met haar fiets en brengt hij haar naar huis. Bij de slager koopt hij vlees voor de kat.
Eenmaal thuis wordt hij opgebeld door Ans, een vriendin die verpleegster is. Zij zou die avond met Daniël naar het toneelstuk ‘De ingebeelde zieke’ van Molière gaan, maar ze zegt de afspraak af, omdat ze bij een patiënt wil blijven die waarschijnlijk deze nacht zal sterven. Deze patiënt, een oude man, vraagt de hele dag naar haar en roept dan: ‘Moord, moord, moord!’ Ans zorgt ervoor dat haar college Emmy in haar plaats met Daniël zal meegaan. Daniël krijgt een astma-aanval en neemt medicijnen. Bij de post vindt hij tussen allerlei reclamemateriaal (letterlijk geciteerd in het boek) een ansichtkaart van zijn ouders met het bericht dat zij deze morgen even zullen langskomen. Even later staan ze al op de stoep. Ze informeren naar zijn astma (Daniël staat vreselijk te hijgen). Zijn vader vraagt of Daniël nog weleens bidt, maar Daniël geeft geen antwoord. Vader brengt het gesprek telkens weer op het geloof en de scheiding; moeder probeert de aandacht hiervan af te leiden en praat over vroeger.
Als zijn ouders weer vertrokken zijn, gaat Daniël nog gauw even naar de kapper. Ook met hem praat hij over de dood. Dan komt het zoontje van Daniël, Basje, bij hem op bezoek om een boterham te eten voordat hij weer naar school gaat. De dood is opnieuw het onderwerp van
gesprek.
s Middags bekijkt Daniël allerlei oude papieren die in een la liggen. Wat hij niet wil bewaren verscheurt hij. Hij leest een paar brieven van Sonja en wordt zodoende weer aan zijn uitzichtloze relatie met haar herinnerd. Daniël raakt er erg gedeprimeerd van en hij verbrandt de brieven in de wc. De plastic bril vat vlam en Daniël gooit er een emmer water over. Kleine zwarte schilfers dwarrelen door het huis. Daniël krijgt het weer benauwd en neemt opium.
Dan gaat hij onder de douche en denkt hij weer aan Sonja. Daarna leest hij in de krant berichten over dood en verderf. Later staat hij voor het raam en ziet hij zwanen in de richting van het noorden vliegen. Het doet hem denken aan vroeger, toen ze thuis met kerstfeest weleens gebraden zwaan aten. Daniël had er echter nooit van gegeten en één keer had hij geprobeerd en nog levende zwaan te bevrijden.
Er wordt gebeld, Emmy staat voor de deur. Daniël vindt haar erg onaantrekkelijk. Ze praten wat en nemen iets te drinken. Daniël krijgt het weer benauwd en gaat op bed liggen. Het lijkt Emmy beter als ze niet naar de schouwburg gaan. Daniël neemt veel van zijn hoestdrankje waarin opium zit en valt dan steeds even in slaap Terwijl Daniël droomt over Basje en Sonja, drinkt Emmy stevig door. Voor haar is het nu te laat om nog met de bus naar huis te gaan, dus ze blijft slapen en ze zal de volgende morgen met de eerste bus naar haar werk gaan.
Emmy vertelt Daniël over haar leven, dat gekenmerkt werd door narigheid: ziekte en dood. Ze heeft een abortus gehad en voelt zich daar schuldig over. Daniël vertelt dat hij zijn kind heeft vermoord, maar dat gelooft Emmy niet. Emmy vertelt Daniël ook dat de patiënt waar Ans voor zorgt een onnatuurlijke anus heeft, een ‘anus praeter naturalis’, net ‘een roos van vlees’.
Emmy valt in slaap en Daniël denkt erover om haar te martelen, zodat hij even, uit medelijden, van haar zou kunnen houden. Als Emmy weer even wakker wordt, heeft ze honger. Daniël pakt de muisjes uit de kast en bakt ze in olie in een pannetje. Samen met wat kaas serveert hij de muisjes aan Emmy, die ze met smaak verorbert. Neemt, eet, dit is mijn lichaam, denkt Daniël. Emmy valt weer in slaap. Daniël ziet dat er een rood hart op haar dijbeen is getatoeëerd, ‘mamma’ staat erin. Als Emmy ‘s morgens vroeg vertrekt, zou Daniël nog wel wat tegen haar willen zeggen om hen minder eenzaam te maken, maar hij is er niet toe in staat. Emmy wilde een boodschap op een briefje schrijven, maar als Daniël na haar vertrek het papiertje bekijkt, staat er niets op.
Daniël heeft het weer heel erg benauwd, hij moet een injectie hebben en probeert een dokter te bellen. Hij krijgt Sonja aan de lijn, die direct hoort wat er aan de hand is. Ze belooft een dokter voor hem te zullen bellen. Daniël opent de deur en ziet dat er een dikke, ondoordringbare mist hangt. Hierna blijft hij hulpeloos thuis en eindigt het verhaal.
Schrijver
Jan Wolkers is geboren op 26 augustus 1926 te Oegstgeest. Hij groeit op een streng gereformeerd gezin, als 3e van 11 kinderen. Hij wordt van school gestuurd en moet naar de MULO. Hij helpt zijn vader in de winkel en heeft een paar baantjes als dierenverzorger, tuinman en lampenkappenschilder. In de oorlog duikt hij onder. In 1944 sterft onverwachts zijn oudste broer. Dat grijpt hem erg aan, omdat hij zijn broer bewonderde wegens diens protesten tegen zijn vader.
Na de oorlog studeert hij beeldhouwkunst te Amsterdam, Den Haag en Salzburg. In 1957 krijgt hij een beurs voor een stage bij Ossip Zadkine in Parijs. In 1961 debuteert hij met de verhalenbundel Serpetina's Petticoat. In 1962 komt zijn eerste roman uit: Kort Amerikaans. Met zijn ongeremde thema's over de dood, seksualiteit en geloof krijgt hij veel weerstand. In 1963 krijgt hij de Novelleprijs van de stad Amsterdam, maar geeft de prijs terug als protest tegen het politieoptreden tegen de provo's. Vervolgens weigert hij in 1982 de Constant Huygensprijs en in 1989 de P.C. Hooftprijs.
Het Auschwitzmonument te Amsterdam is zijn bekendste sculptuur. Niet alleen vanwege de bijzondere vorm, ook omdat het meer dan eens ernstig is beschadigd door rechts-extremistische demonstranten.
Bibliografie Jan Wolkers
1961 Serpentina's petticoat (verhalen)
1962 Kort Amerikaans (roman)
1963 Gesponnen suiker (verhalen)
1963 De Babel (toneel)
1963 Een roos van vlees (roman)
1964 De hond met de blauwe tong (verhalen)
1965 Terug naar Oegstgeest (roman)
1967 Horrible tango (roman)
1969 Turks fruit (roman)
1971 Groeten van Rottumerplaat (autobiografische documentaire)
1971 Werkkleding (autobiografische documentaire)
1974 De walgvogel (roman)
1975 Dominee met strooien hoed (novelle)
1977 De kus (roman)
1979 De doodshoofdvlinder (roman)
1980 De perzik van onsterfelijkheid (roman)
1981 Alle verhalen
1981 Brandende liefde (roman)
1982 De junival (roman)
1983 Gifsla (roman)
1984 De onverbiddelijke tijd (roman)
1985 22 sprookjes, verhalen en fabels
1988 Kunstfruit en andere verhalen
1989 Jeugd jaagt voorbij
1991 Tarzan in Arles (essays)
1991 Wat wij zien en horen (verhalen, samen met Bob en Tom Wolkers)
1994 Rembrandt in Rommeldam (essays)
1995 Zwarte bevrijding (Boekenweekessay)
1996 Icarus en de vliegende tering
1997 Mondriaan op Mauritius (essays)
1998 Terug naar Jan Wolkers (*)
1998 Het kruipend gedeelte des aardbodems (rede)
1999 Omringd door zee (columns)
1999 De spiegel van Rembrandt
(*) Bevat: Kort Amerikaans, Een roos van vlees en Terug naar Oegstgeest.
Titel en titelverklaring
De titel van het boek is: Een roos van vlees.
Een roos van vlees slaat op een "anus praeter naturalis" (onnatuurlijke anus). Er wordt een oude man verpleegd door Emmy. Zij vertelt aan Daniel (hoofdpersoon) dat als iemand darmkanker heeft (gehad) de artsen met een operatie een gat in de buik maken en de darm naar buiten trekken, zodat de ontlasting daardoor naar buiten kan komen. Dat uiteinde van de darm ziet er, volgens Emmy uit als een roosje van vlees (rood van kleur en een beetje fluwelig).
Genre en stroming
In Een roos van vlees staan het gevoelsleven en de psychologie van de personages centraal. Om die reden hebben we met Een roos van vlees dus te maken met een psychologische roman.
Een roos van vlees maakt deel uit van de hedendaagse Nederlandse literatuur (stroming).
Motto en verklaring van het motto
Het verhaal kent geen specifiek motto.
Tijdsverloop
Het verhaal speelt zich af op één koude winterdag in het leven van Daniël. In een tijdsbestek van 24 uur worden alle belevenissen van Daniël, Emmy en de andere personages in het verhaal beschreven. Alles dat eerder is gebeurd, vernemen we in de vorm van flashbacks, in herinneringen en in alleenspraken, die het verhaal bij voortduring onderbreken.
Perspectief
Het merendeel van het boek is geschreven in het hij-perspectief, maar soms lijkt het wel of hij het verhaal zelf vertelt. Soms wordt ook verteld vanuit Daniel, als een ik-perspectief dus. Het is knap in elkaar gezet door Jan Wolkers. Je komt veel te weten over Daniels gevoelens, gedachten, etc. De andere karakters worden niet zo ‘besproken’ als hij. Wat dat betreft ben ik meer geneigd om het een ik-perspectief te noemen.
Personages
• Daniël : de hoofdpersoon. Hij is geobsedeerd door de dood, nadat zijn dochtertje zeven jaar geleden bij een ongeluk om het leven is gekomen. Hierdoor associeert hij alles met de dood. Alle gebeurtenissen die hij in zijn leven meemaakt associeert hij met de dood. Hij leeft in isolement en durft geen relaties met mensen aan te gaan. Omdat ze allemaal sterven. Daarom geeft hij zijn liefde aan dieren, maar ook die sterven. Zoals de waterhoen die hij redde en de muisjes die hij kookt en aan Emmy geeft. De enige van wie hij houdt is zijn zoon Basje. Maar ook als Basje op bezoek is, denkt hij steeds aan wat de jongen te wachten staat als hij toch doodgaat.
• Emmy : een lelijke maar spontane vrouw. Daniël kan het goed met haar vinden omdat zij ook op ieder moment van haar leven met de dood en met ellende bezig is. Emmy heeft abortus laten plegen, ze is (samen met haar zus) door haar vader misbruikt, en ze heeft een mislukte zelfmoordpoging gedaan. In het dagelijks leven is zij verpleegster in een bejaardentehuis, waar ze elke dag met dood en verrotting bezig is.
Andere personen in het verhaal zijn:
• Basje : zoon van Daniël.
• Sonja : zijn ex-vrouw met wie hij zijn overleden dochtertje kreeg en ook
Basje.
• Ans : een vriendin met wie hij naar een toneelstuk zou gaan.
• Vader : een zeer gelovig man die er op staat dat Daniël vaker moet
• Moeder : probeert steeds op een ander onderwerp over te gaan dan het
geloof door over vroeger te praten.
• Samuel : de kat, die steeds terugkomt in het verhaal.
In het verhaal voert Daniël gesprekken met de slager en de kapper. Ook in al die gesprekken voert de dood de boventoon.
Ruimte
Voor het grootste gedeelte speelt het verhaal zich af in het huis van Daniël. In de beschrijving van de ruimte benadrukt de schrijver de eenzaamheid en het isolement van Daniël. Zelfs het weer maakt zijn wereld kleiner: de ondoordringbare mist, kou en de zware sneeuwbuien.
Motieven
Het centrale motief in het verhaal is eenzaamheid. Daniël en Emmy zijn allebei erg eenzaam. Ik heb nog een paar motieven ontdekt: dood, eenzaamheid, dieren, wroeging, isolement. Dat laatste lees, voel en proef je het hele boek door. Daniel heeft geen behoefte aan iemand: “Ik kan alleen maar van een vrouw houden die er niet meer is. Ik jaag op hersenschimmen. Het is altijd al zo geweest. Ik kan mij alleen maar helemaal geven aan iemand, later, als er niemand meer is. Als ik alleen ben.” Dit zegt/denkt hij als hij met Emmy in bed heeft gelegen.
Thema
Het alles omvattende thema is de dood van zijn dochter in combinatie met de eenzaamheid die daardoor in het leven van Daniel is ontstaan. Ook de verrotting is belangrijk. Dat wordt bijvoorbeeld beschreven door Emmy in het verhaal over haar patiënt met darmkanker.
1e Gedachte bij het lezen
Het boek boeide mij eigenlijk wel vanaf het begin. Ofschoon er in het begin wat open plekken zaten was het niet verwarrend. Jan Wolkers heeft een eenvoudige manier van schrijven, die mij wel aantrekt. Ik was benieuwd wat de titel precies betekende en ik had de betekenis niet verwacht.
Beoordeling
Nu ik het boek heb gelezen, heb ik daar eigenlijk drie gedachten bij. SOMBER, ZIELIG EN REALISTISCH.
Somber omdat Daniël de plotselinge dood van zijn dochtertje niet kan verwerken. Ook heeft hij het er moeilijk mee dat hij Sonja (zijn ex) niet beter heeft kunnen steunen tijdens en na het overlijden. Somber is ook een beetje de stijl van schrijven van Jan Wolkers in dit boek. Zielig vanwege de flashbacks over het ongeluk. Daarbij krijgt Daniël het benauwd, hij is astmapatiënt. Omdat ik zelf óók astmapatiënt ben, herken ik die gevoelens heel goed. Tenslotte zielig omdat Daniël eenzaam is; hij is gescheiden en heeft een hoop problemen. Realistisch vanwege het rouwproces van Daniël.
Ik wilde voor mijn leesdossier graag een boek van Jan Wolkers lezen en zocht daarbij naar een titel die niet zo voor de hand ligt, zoals bijvoorbeeld ‘Turks fruit’. Ik heb absoluut geen spijt van deze keuze. Voordat ik aan mijn beoordeling van het boek toekom, wil ik eerst nog iets vertellen over de indeling. Het boek is niet in hoofdstukken ingedeeld, maar in scènes. Voor de overgangen in het verhaal is gebruik gemaakt van blanco regels, heel apart (ik heb het tenminste nog niet eerder gezien).
Doordat Daniël, de hoofdpersoon, astmapatiënt is - net als ik - herkende ik veel van de gevoelens en angsten die Wolkers in zijn boek beschrijft. Los daarvan spreekt zijn heldere en directe schrijfstijl zonder al te veel moeilijke woorden mij aan. Het lijkt een soort van een verslag van iets dat echt is gebeurd. Later hoorde ik dat het boek deels autobiografisch is, omdat Wolkers in 1951 zelf een jong kind verloor dat stierf doordat het in te heet badwater zat. Ik vind het een goed en geloofwaardig verhaal.
Jan Wolkers heeft veel geschreven. Ik weet niet of ik al zijn boeken ook zal gaan lezen, maar het blijft wat mij betreft zeker niet alleen bij Een roos van vlees.
Dossieropdracht 4
HET PERSPECTIEF
Vraag 1:
Wat is het perspectief in het gelezen boek? Er kan ook sprake zijn van wisseling van perspectief, geef dat dan aan.
Het merendeel van het boek is geschreven in het hij-perspectief, maar soms lijkt het wel of hij het verhaal zelf vertelt. Soms wordt ook verteld vanuit Daniel, als een ik-perspectief dus. Het is knap in elkaar gezet door Jan Wolkers. Je komt veel te weten over Daniels gevoelens, gedachten, etc. De andere karakters worden niet zo ‘besproken’ als hij. Wat dat betreft ben ik meer geneigd om het een ik-perspectief te noemen.
Het perspectief wisselt niet.
Vraag 2:
Word je door de keuze van het perspectief meer betrokken bij het boek en ben je beter in staat mee te leven?
Zoals ik al opmerkte: het is heel knap gedaan door Jan Wolkers. Het hij-perspectief gebruiken en daar doorheen gevlochten een ik-perspectief. Het is zo dat je eigenlijk met Daniels ogen kijkt, dus je kan voelen/zien etc. wat hij voelt/ziet. Er zijn toch ook passages in het boek waarbij ik hem niet echt begrijp (bijvoorbeeld het muizenverhaal)! Misschien dat een alwetende verteller daarbij een verklaring had kunnen geven. Maar misschien is het ‘duistere’ misschien wel veel interessanter. Dan kan je zelf wat tussen de regels denken ..
Vraag 3:
Kom je over het innerlijk van alle personages iets te weten of maar over enkele?
Eigenlijk leer je (uiteraard) alleen Daniel kennen, maar wat betreft de andere personages: je weet alleen hoe Daniel over hen denkt, dus dat is vrij eenzijdig.
Misschien dat Emma wel wat meer naar voren komt. De ontmoeting tussen Daniel en haar is belangrijk in het verhaal. Emma is ook eenzaam en probeert Daniel staande te houden.
Vraag 4:
Is het perspectief betrouwbaar. M.a.w. is het echt zo, als de verteller het je meedeelt?
Het verhaal komt geloofwaardig over: Daniel verliest een kind, doet daardoor vreemde dingen, wordt eenzaam, omdat hij het verdriet niet kan en wil delen … Hij leeft in het verleden. Ik heb zelf meegemaakt hoe iemand kan veranderen als er iemand dierbaar overlijd. Zo’n persoon verandert dan tijdens het rouwen. Soms worden ze agressief of ze zitten vol zelfmedelijden. Meestal verandert dat na een tijdje, maar sommige mensen blijven hun leven lang zo. Het gedrag van Daniel is dus zo gek nog niet, denk ik.
Maar dan is er op eens het voorval met de muizen. Daniel kookt ze levend en geeft ze aan Emmy te eten. Dat vond ik een raar gedeelte, moeilijk te begrijpen, en ongeloofwaardig.
Het boek is autobiografisch, of in ieder geval bevat het elementen uit het leven van Jan Wolkers. Zijn dochtertje Eva is inderdaad overleden en zijn vrouw en hij zijn daarna gescheiden.
Vraag 5:
Zijn er personages van wie je als lezer niet weet hoe ze over andere verhaalpersonen denken?
Ja, bijvoorbeeld Sonja. Daniel belt haar (in plaats van een dokter) als hij last heeft van zijn astma. Hoe Sonja dan denkt over de situatie weet je niet. Je leest alleen Daniel’s gedachten hierover. Eigenlijk zou ik het prettig hebben gevonden als Sonja’s personage wat meer uitgediept was, je moet nu te veel zelf invullen.
Vraag 6:
Is het verloop van de gebeurtenissen voorspelbaar?
Het verloop is niet echt voorspelbaar. Soms reageren personages anders dan je zou verwachten. Er zitten veel stiltes in het boek, waarna iemand dan de stilte verbreekt door iets te zeggen wat je totaal niet verwachtte.
Dat Daniel niet over de dood van zijn dochtertje zou komen wist ik eigenlijk al zeker toen ik op de helft van het boek was. Dat was dus wel voorspelbaar. Hij is constant met de dood bezig.
Vraag 7:
Herken je in een van de personages iets van jezelf?
Daniel heeft astma en ikzelf ook, dus ik kan zijn angst bij een aanval wel begrijpen, maar daarmee houdt elke vergelijking op. Misschien zou ik dan nog beter zijn vader kunnen kiezen. Dat is een man die geniet en houdt van het leven. Dat doe ik ook!
Vraag 8:
Vind je het onderwerp van het boek belangrijk?
Ik denk het wel. Het is realistisch. Er zijn veel mensen, die moeite hebben met het rouwen. Zeker als je je eigen kind verliest, of iemand anders die heel dicht bij je staat. Misschien dat je dan soms ook vreemde dingen gaat doen, zoals Daniel. Misschien is het lezen van dit boek een reden om het anders te doen dan Daniel …
Bovendien sprak het gedeelte van de uitleg van Emmy over een roos van vlees mij erg aan. Mijn opa had ook een stoma, weliswaar niet voor de darmen, maar voor de blaas. Voor mij kwam de beschrijving echt realistisch over.
Vraag 9:
Is het boek moeilijk of gemakkelijk? Bespreek de complexiteit of de eenvoud van het gelezen werk op de volgende punten: a. verhaallijn, b. chronologie of niet en c. spanningsopbouw.
De verhaallijn is eenvoudig. Je komt alles vrij snel te weten, omdat je veel terugblikken en herinneringen krijgt. Daniel is bezig met de dood en hij is eenzaam. Soms ben je even geschrokken door wat Daniel doet.
-Zo dood hij de muisjes (wil hij deze muisjes dood hebben omdat zijn dochtertje ook zo overleden is of offert hij zichzelf op aan Emmy (de muisjes zijn gemaakt van zijn bloed).
-Op een gegeven moment erkent hij heel veel van zijn vader te houden, een vreemde bekentenis na alles wat er gebeurd is.
-Hij verbrandt Sonja’s brieven, zo wil het verleden vergeten.
-Hij voelt zich opgesloten in de winter en hoopt op het voorjaar. Dus hij heeft toch ook wel degelijk hoop op een toekomst, maar hij zal dat toch moeilijk kunnen verwezenlijken.
Het verhaal wordt verteld in chronologische volgorde (periode van een dag), maar wel met tussendoor veel flashbacks. Die heb je nodig om Daniel enigszins te begrijpen.
Het boek vind ik niet echt spannend, maar ik heb het idee dat dit ook niet echt de bedoeling was van de schrijver. In het begin van het boek zijn open plekken te vinden, vooral wat betreft Daniels dochtertje. Je vraagt je af wat er met haar gebeurd is. Even verder wordt dat duidelijk: ze is verbrand in heet water en sterft aan haar verwondingen.
Ik vroeg mij tijdens het lezen van het boek af wat er nu precies aan de hand is met Daniel! Hij doet vreemde dingen, misschien door zijn eenzaamheid …? Of komt het omdat hij in het verleden blijft leven? Eigenlijk wordt dat niet helemaal duidelijk in deze psychologische roman. Het boek heeft ook een open einde: Daniel krijgt het enorm benauwd en je weet niet hoe dit afloopt, of de arts op tijd komt. Maar toch heb ik vrede met dit open einde, het verhaal is af, ik heb er verder niet meer over nagedacht.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

1. Een roos van vlees
2. Een roos van vlees
3. Een roos van vlees
4. Een roos van vlees
5. Een roos van vlees
6. Een roos van vlees
7. Een roos van vlees
8. Een roos van vlees
9. Een roos van vlees
10. Een roos van vlees
11. Een roos van vlees
... meer

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!