CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

anoniem (5 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

25 februari 2008

Taal:

Woorden:

1.500

Bekeken:

2358 keer (16 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (2 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

2. Titelbeschrijving
Schrijver: Piet Paaltjens (pseudoniem voor François Haverschmidt).
Titel: Snikken en Grimlachjes
Jaar van 1e uitgave: 1867

2a.Editie
Editeur: Rob Nieuwenhuys.
Welke druk: teksten van 6e + 7e druk Plaats en jaar van uitgave: Amsterdam 1998 Jaar van 1e uitgave:1967
Met vertaling: Geen.

3. Genre
Het genre is roman

Twee citaten:
Wij zaten met ons vieren
In den tuin van de sociëteit.
‘Kijk jongens!’ riep Sand, ‘wat passeert daar,
Een eeuwige knappe meid.’

‘Ja,’ zei Kaai, ‘dat ’s een pracht van een meisje,
Zoo zijn er geen twaalf in ’t land!’
‘Ik hoor,’ zuchtte Haas, ‘Ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.
(LXXII, Immortellen bladzijde 31)

De morgendamp hangt over ’t veld
En kleurt den herfstdraad wit.
Voor ’t venster op de Hoogewoerd
Een minnedichter zit.

Een dichter, die gewoon is om,
Na d’ afloop van ’t ontbijt,
Een lied te tokklen op de harp
Zijn liefje toegewijd.

Niet, dat hij echt een liefje heeft;
Hij stelt het zich maar voor.
Dat doen minnedichters meer;
Daar zijn ze dichters voor.
(Des zangers min, Romancen bladzijde 51)

4. Opbouw
Titelverklaring: Een grimlach is een bittere lach. Dit slaat op de droevigheid die vrijwel elk gedicht oproept. Snikken slaat uiteraard op alle tranen die er vloeien in deze bundel.

Motto: Geen
Opdracht: Geen

Indeling en tekstsoorten in het boek: De indeling van het boek bestaat over het algemeen uit 4 delen. Het eerste deel heeft geen naam, De immortellen (1850-1852), Tijgerlelies (1851-1853) en de Romancen. Bij de druk die ik heb gelezen zijn er aan het begin nog wat hoofdstukjes. Zoals een levenschets en elementen die zijn toegevoegd in de loop van de jaren. En aan het einde van het boek worden nog verklaringen gegeven bij de tekst. De tekstsoorten in dit boek zijn dus voornamelijk gedichten, omdat het namelijk een gedichtenbundel is.

5. Handelingsverloop
Ik voor dit deel gekozen voor één gedicht, De zelfmoordenaar (Romancen bladzijde 56)
Fabel: Een man zag het leven niet meer zitten en wilde zelfmoord plegen. Dit deed hij door aan een boom te gaan hangen in een bos. Een paar zag die boom, en vonden het perfect om daar te vrijen. Na een tijdje ging de laars van de dode man uit, en die viel op het vrijende paar. Het paar keek omhoog, en waren meteen klaar. En zij verlieten het bos.

Plot: Een man wilde niet meer leven, en hing zich daarom op aan een boom in het bos. Een verliefd paar zag deze boom, en wilde hieronder de liefde bedrijven. De boom ging daardoor bewegen, en de laars van de dode man kwam op hen neer. Het paar verliet het bos.

Open of gesloten einde: Het gedicht heeft een gesloten einde, omdat het doel van de man, zelfmoord plegen was. En dat was ook gebeurd.

Happy end: Een happy end kan eigenlijk bij zo’n onderwerp niet. Maar uiteindelijk is de man wel teruggevonden in het bos, dus dat is wel een positief punt.

6. Vertelsituatie en perspectief
Vertelperspectief: De gedichten worden niet allemaal hetzelfde verteld. Ze worden als een ik-verhaal verteld of als een auctoriaal verhaal.

Citaat: Het eerste citaat is net als een ik-verhaal, de tweede auctoriaal-verhaal.
“Zooals ik eenmaal beminde,
Zoo minde er op aarde nooit een,
Maar ‘k vond, tot wien ik mij wendde,
Slechts harten van ijs en steen.

Toen stierf mijn geloof aan de vriendschap,
Mijn hoop en mijn liefde verdween,
En zooals mijn hart toen haatte,
Zoo haatte er op aarde nooit een.
(c, Immortellen 1850-1852, bladzijde 35)

“De Harlinger stoomboot schommelt
Al over de Zuiderzee
Van stavoren naar Enkhuizen;
Een dichter schommelt mee.

Kwijnend rust op de verschansing
De zangerige elleboog
Glazig staart naar Friesland
Het bleekblauw oiëtenoog”.
(De friesche poëet, Romancen bladzijde 59)

7. Personages
Hoofdpersonage: In de meeste gedichten is het niet echt bekend over wie het gedicht over wie het gaat. Maar soms gebruikt de schrijver zichzelf als hoofdpersoon. Piet is dan een man met een depressieve kijk op het leven, omdat hij totaal geen geluk heeft in de liefde en hij heeft geen humor. Er wordt niks verteld over zijn uiterlijk. Hij heeft geen familie, althans daar hoor je niets over. De bundel is samengesteld door François Haverschmidt en de gedichten zijn van Piet Paaltjes. Dit is dezelfde persoon, maar François doet net alsof hij een vriend van Piet Paaltjens is die hem goed heeft gekend. De relatie tussen de samensteller en de dichter is nogal close dus

citaat:
“Mijn hart was toegevroren
Mijn tranen vloeiden niet meer
Toen trof mij haar gloeiende blikstraal,
En de wateren ruischten weer.

O ware ik toch verdronken
In den bitterzilten vloed!
In brakke liefdetranen
Te smoren is honingzoet”
(XXXIII, Immortellen bladzijde 28)

Andere personages: n.v.t. bij gedichtenbundel

8. Ruimte:
n.v.t. bij een gedichtenbundel

9. Tijd
Tijdsverloop: De gedichten zijn bijna allemaal chronologisch verteld.
Vertel(de)tijd: vertelde tijd is n.v.t. bij gedichtenbundel. De verteltijd is 119 bladzijden
Vertelheden: n.v.t. bij gedichtenbundel
Flashbacks: n.v.t. bij gedichtenbundel
Versnelling en vertraging: n.v.t. bij gedichtenbundel
Historische tijd: De historische tijd is niet precies uit de gedichten te halen. Maar ze spelen zich allemaal wel af in de 19e eeuw af denk ik. Dat was namelijk ook de eeuw van uitgave, en de gedichten gaan over zijn leven.

10. Motieven en thema
Verhaalmotieven: Er zijn geen verhaal motieven omdat het geen verhaal. Elk gedicht is een verhaal apart.
Abstracte motieven: Het enige abstracte motief wat te noemen is, is onbereikbare liefde. Daar ging toch wel het merendeel van de gedichten over. Zijn kijk op het leven was hierdoor erg negatief.
Thema: Zet niet meteen bij de pakken neer.

11. Stijl
Stijlkenmerken: Het belangrijkste kenmerk is natuurlijk dat het bijna allemaal geschreven is in dichtvorm. Ook was het taalgebruik opvallend, omdat de meeste zijn geschreven in de negentiende eeuw, en toen was de taal gewoon anders dan nu. Ook de zinsopbouw is anders.

Citaat:
‘Vergeef mij,’ huivert de dichter,
‘ ’t Is onbescheiden misschien,
Maar mag ik ook vragen, wat dame
Ik de eer heb vóór mij te zien?’

En de schoone glimlacht: ‘Wel zeker!
- Maar eet ondertussen gewoon voort, -
Ik ben dat weeuwtje van Staavren,
Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord;
(De Friesche poëet, VI , bladzijde 65)

12. Beoordeling:
Ik vind deze dichtbundel qua opbouw en uiterlijk geen goede bundel. Het is niet erg overzichtelijk, vooral in het begin weet ik niet waar het nou eigenlijk over gaat. Er staat wel een inhoudsopgave, maar de stukken zelf zijn dus erg onduidelijk, omdat er vaak niet bij staat van wie het geschreven stuk, en als het er bij staat, heb ik geen idee wie die persoon is.

Nu: Over de gedichten ben ik een stuk positiever. Het zijn allemaal verschillende gedichten, maar toch hebben ze over het algemeen wel hetzelfde thema. Er zijn gedichten die mij niet echt aanspreken, zoals De Friesche poëet, bladzijde 59. Dit komt misschien omdat ik het niet begrijp vanwege de oude Nederlandse taal, maar ik denk vooral omdat het over een onderwerp gaat wat mij niet aanspreekt, zoals de boot die van Friesland naar Enkhuizen gaat.
De gedichten over de liefde vind ik wel erg mooi. Ik lees ook vooral boeken die gaan over liefde, daarom heb ik ook het punt van overeenkomst: onbereikbare liefde, gekozen. Toen ik begon aan het lezen van het gedicht: De zelfmoordenaar, dacht ik er ook niet positief over. Maar eigenlijk was het een heel grappig gedicht, en het ging ook nog over liefde.
Mijn mening over dit boek is dus een beetje verdeeld. Maar uiteindelijk gaat het wel om de kwaliteit van de gedichten en niet over alles er om heen, dus ik ben wel positief over deze bundel van Piet Paaltjens. Hij heeft mooie en minder mooie gedichten gemaakt, maar de mooie zijn toch wel in de meerderheid. Maar je kunt ook niet elk gedicht mooi vinden. Maar wat ik wel een nadeel vind aan deze gedichten, is de taal. Soms kan ik mij daar aan ergeren, omdat het gewoon niet echt klinkt als je het voorleest. Maar dat komt ook door de tijd waarin het geschreven is.
Vroeger: Al zou ik vroeger leven zou ik denk ik een andere mening hebben. Ik zou minder kieskeurig zijn over de opbouw van de gedichtenbundel (al zou die er al geweest zijn) en mening over de gedichten zou denk ik nog positiever zijn. Waarschijnlijk zou ik de gedichten meer waarderen en begrijpen omdat in die tijd gewoon alles anders was, dus ook de gedichten. De gedichten uit deze bundel zijn namelijk gewoon gebaseerd op de realiteit van toen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.