volg ons

Volg het team van Scholieren.com op twitter, en krijg een kijkje achter de schermen..! @scholieren groet u.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: januari 2008
Aantal bladzijden: 250 (geb.)
Uitgegeven bij: Prometheus te Amsterdam
Beschrijving voorkant
De lezer kijkt tegen de achterkant van een meisjeshoofd met twee vlechtjes aan: het meisje heeft blond haar en in de afbeelding doet niets denken aan een meisje dat afkomstig is uit een Pakistaanse familie. De uitgever heeft zorg gedragen voor een mooie, gebonden uitgave.
Genre van het boek
“Eenzaam heden “ is een psychologische roman over emigratie, ontheemding en de pogingen tot integratie.
De aangeleverde flaptekst
Dina Mohajar, het jongste kind van een Pakistaans migrantenechtpaar, wordt geboren in Londen. Haar ouders worstelen met hun migrantenbestaan. De blik van haar moeder Ruttie is gericht op de toekomst. Ze wil in Engeland een bedrijf opzetten en zo een succesvolle zakenvrouw worden. Humayun, haar echtgenoot en Dina’s vader, kan echter niet aarden in Londen. Zijn grootste wens is terug te keren naar Pakistan. Hij leeft in het verleden.
Dina wil vooral leven in het heden. Om van haar migrantenverleden verlost te raken probeert ze obsessief te aarden in Engeland. Ze eet alleen Engels eten, praat Engelser dan de Engelsen. Ze wordt racistisch, omdat ze denkt dat ze door te schelden op lotgenoten nog Engelser zal worden. Ze verleidt zelfs haar Britse buurman. Een relatie aangaan is zondig, en Dina denkt dat ze om te integreren ook zondige dingen moet doen, zoals de Engelsen. In haar eenzaamste momenten voert Dina gesprekken met Allah. Maar brengt dit alles haar geluk en rust?
“Eenzaam heden” is het ontroerende verhaal van een ontheemde tiener die zich door haar intelligentie, ontwapenende brutaliteit en spitse humor staande probeert te houden in een omgeving die steeds meer verscheurt raakt.
Mijn mening voor scholieren
Integratie van allochtone bevolkingsgroepen is een actueel onderwerp in Nederland (vgl. Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders) Naema Tahir schrijft een luchthartige roman over dit probleem waarin een tienermeisje gevangen zit tussen de opvattingen van haar ouders. Ze vindt dat ze geen wortels heeft en dat ze in een “eenzaam heden” leeft. In het begin is het boek qua stijl misschien wat te overdreven (men noemt dat soms pathetisch) aangezet, maar het verhaal komt na een aantal hoofdstukken op stoom. Tahir kan wel op een humoristische wijze anekdotes vertellen. Bovendien relativeert ze in sommige passages de rituelen van de islam, wat met een onderkoelde humor geschiedt ( bijv. het onderdrukken en zelfs slaan van islamitische vrouwen door hun echtgenoten) Juist de humor tilt het boek boven de middelmaat uit. De amusementswaarde voor scholieren is een 7; de honorering op onze literatuurlijst is 2 punten voor vwo-kandidaten. Ook op havo-lijsten zal de roman zijn weg in de toekomst wel vinden.
Titelverklaring
Dina is een Pakistaans meisje dat tussen twee culturen in zweeft. Haar vader is een echte Pakistaan en wil dolgraag terug naar het geboorteland, dus naar het verleden. Haar moeder is met andere verwachtingen naar Engeland gekomen en wil zich daar vestigen en een bedrijf beginnen. Zij is dus meer bezig met de toekomst. Dina wil echter in het heden leven en omdat ze noch bij haar vader noch bij haar moeder hoort, leeft ze in een eenzaam heden.
Ze verwijst in de roman zelf vrijwel letterlijk naar de titel wanneer ze tegen haar buurman opmerkt: 'Als vader en moeder in het heden leefden, was ik heden niet eenzaam,' zegt ze zuchtend. Blozend voegt ze daaraan toe dat ze haar heden alleen beleeft. (blz. 162)
Ook op blz. 250 wordt nog letterlijk verwezen naar de titel. “ We reisden naar het verleden omdat we meenden daar onze eenzaamheid niet te hebben gekend. We reisden naar de toekomst omdat we die eenzaamheid daar niet verwachtten. We reisden omdat we leden, en we leden omdat we reisden en wegens ons hartenzeer en ons heimwee herwonnen we dat huis vol herinnering niet en voelden we ons eenzaam heden. (blz. 250)
Structuur en/of verhaalopbouw
De roman is opgebouwd uit twee grote delen.
I beslaat de hoofdstukken 1-18 en de bladzijden 9-88
II beslaat de hoofdstukken 19-49 en de bladzijden 90-250
In deel I wordt de voorgeschiedenis en de huidige situatie van het gezin Mohajar beschreven. De Pakistaanse afkomst maakt deel uit van dit gedeelte van de roman. Er wordt beschreven hoe haar vader en moeder elkaar leren kennen en hoe haar ouders over de emigratie verschillend denken. Haar vader leeft met zijn gedachten in Pakistan en wil ooit teruggaan, haar moeder wil zich in Engeland definitief vestigen en denkt vooral aan de toekomst. Dina maakt duidelijk dat ze een kind van het heden is en doet er in dit deel alles aan om zo Engels mogelijk over te komen. Aan het einde van deel I klimt ze in een boom van de buurman omdat ze wortels wil hebben.
In deel II is Dina enkele jaren ouder. Ze is het begin van dit deel 13 ½ jaar en dat betekent dat dit deel vanaf het voorjaar van 1989 speelt. Haar vader leeft nog steeds met zijn gezicht naar het verleden, haar moeder wil nog steeds een bedrijf voor haarzelf opzetten en Dina heeft zich inmiddels in de armen en schoot gestort van de veel oudere buurman Daniyal. In zekere zin hebben ze seksueel contact. Moeder Rutti wil graag dat haar zus Jahanara overkomt naar Londen en dat levert weer veel stof voor het verhaal op. Vader verandert van de ene dag op de andere dag en heeft veel oog voor de mooie Jahanara. De komst brengt onrust in het gezin en leven in de brouwerij.
Na het verhaal wordt nog een lijst met verklaringen voor Pakistaanse uitdrukkingen afgedrukt.
Gebruikt perspectief
De verteller van de roman is het tienjarige meisje Dina (Deel 1) dat vertelt over de situatie waarin haar familie in Engeland opgroeit. Ze voelt zich in een eenzaam heden tegenover haar vader (die niet kan aarden en altijd terug wil naar Pakistan) en haar moeder (die weinig meer met het verleden te maken wil hebben) en er eigenlijk op gericht is een bestaan in Engeland op te bouwen. In Deel II wordt Dina veertien jaar. Ze vertelt in beide delen in de o.v.t. (als een achterafvertelster die inzicht heeft gekregen in haar bestaan)
Tijd van het verhaal
Op 14 augustus 1975 wordt Dina geboren. (blz.49) In deel I vertelt ze voornamelijk als tienjarig personage, dan is de tijd van handeling dus 1985. In deel II is Dina 14 jaar en dat deel moet zich dus afspelen in 1989. Deze data en gegevens worden in de roman duidelijk prijsgegeven. Er wordt in deel II namelijk enkele keren verteld dat Dina ruim 13 jaar is en wanneer tante Jahanara teruggaat naar Pakistan is dat op de verjaardag van Dina.(14 augustus 1989) Het allerlaatste hoofdstuk speelt zich af in oktober 1989 (blz. 243)
Plaats van handeling
De roman speelt in Engeland, waarheen de vader van Dina is geëmigreerd. Dina zelf wordt in Londen geboren waar haar vader als werknemer op een luchthaven werkt. De plaats van handeling is van belang omdat in het decor natuurlijk het probleem van de cultuurverschillen zichtbaar wordt. Dina is immers een “wisselkind.”
Motto en opdracht
De roman wordt opgedragen “ Aan mijn broers en zussen
Het motto luidt: De mensen? Ze hebben geen wortels en daar hebben ze last van Dit is een citaat uit “De Kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry
Dat motto is erg toepasselijk voor de roman, want Dina spreekt herhaaldelijk over het wortel willen hebben in Engeland. Ze graaft zich zelfs in de aarde, besmeurt haar gezicht met aarde en wil aan het einde van deel I een boom zijn. Haar ouders hebben geen wortels. En omdat migranten geen wortels in hun nieuwe land hebben, komen er problemen met de integratie.
Samenvatting van de inhoud
Deel I
Dina Mohajar, is het kind van Humayun en Rutti, een Pakistaans emigrantenechtpaar. In het eerste hoofdstuk is ze tien jaar en ze is radeloos, omdat ze geen wortels heeft. Ze wentelt zich rond in de aarde, smeert de modder in haar gezicht en gaat ten slotte in een boom van de buurman zitten. Kijk, nu heeft ze wortels en kan ze wellicht aarden.
In het begin van deel I wordt de voorgeschiedenis van vader en moeder in Pakistan verteld. De opa van Dina wil graag dat zijn zoon Humayun Pakistan verdedigt, maar de zoon zelf wil toch op een zeker ogenblik naar Londen emigreren. (Humayun is geboren op 14 augustus 1949- de Onafhankelijkheidsdag van Pakistan) Hij belooft aan zijn vader echter terug te keren en niet om hem enkele keren te bezoeken. De moeder van Dina is juist het tegenovergestelde: ze heeft de naam van een prinses (Shahazi) en spreekt uitstekend Engels. Ze wil ook graag naar Engeland, maar dan om een toekomst op te bouwen. Ze belooft aan haar vader dat ze wel jaarlijks een bezoek wil brengen. Vlak voordat Humayun naar Londen gaat vindt er seksueel contact plaats tussen Rutti(zo noemt haar man haar) en hem. Als gevolg daarvan wordt Rutti zwanger en wanneer ze in Londen komt, wordt Dina geboren: dat is de naam van een dochter van de Grote Leider van Pakistan, maar Dina die helemaal niets te maken wil hebben met Pakistan en zich juist als Engelse wil gedragen, zegt tegen iedereen dat ze genoemd is naar de poes in “Alice in wonderland.”
Dina wordt ook op de onafhankelijkheidsdag van Pakistan geboren, nl. op 14 augustus 1975. Ze krijgt enkele jaren later nog een broertje Jinnah, dat de bewuste datum net mist, maar niet getreurd, vader viert de verjaardag toch gewoon op de onafhankelijkheidsdag . Weer enkele jaren later gebeurt dat ook weer met een zusje van Dina. De laatste voelt zich echt achtergesteld door haar vader: eigenlijk heeft hij nauwelijks interesse in haar. Alleen wanneer ze naar school gaat in de klederdracht van Pakistan, voelt ze even zijn aandacht. In plaats van aandacht voor de Pakistaanse vlag heeft Dina veel meer belangstelling voor de Union Jack. Die vlag tekent ze veelvuldig en ze geeft ook vaak tekeningen met de Engelse vlag weg.
Zoals zovaak met een dergelijk kind gaat Dina aandacht vragen omdat ze die niet van haar ouders krijgt (ze wordt weggestuurd bij de koranles, ze bezorgt zichzelf enkele verwondingen, slikt pillen waardoor ze van de trap kukelt.)
Het huwelijk tussen haar ouders is overigens niet gelukkig. Moeder Rutti wil graag buitenshuiswerken, maar vader Humayun verbiedt dat: daardoor moet ze in het eigen huis verstel -en naaiwerk verrichten wat natuurlijk niet veel geld oplevert, dat ze bovendien wil wegleggen om een keer naar Pakistan te kunnen. Vader wil steeds duidelijk maken dat ze een keer voorgoed teruggaan naar hun moederland , maar dat is juist was Rutti niet wil en ook Dina voelt er niets voor om naar Pakistan terug te gaan. Ze leert het af om het dialect van thuis te spreken en bekwaamt zich juist in het spreken van de Engelse taal. Ze spreekt het bijna net zo goed als de autochtone bevolking en is op school een voorbeeld voor de andere kinderen. Wat het eten betreft wil ze eigenlijk alleen maar Engels eten nuttigen en de zoete eieren die haar moeder als ontbijt klaarmaakt, eet ze op een zeker moment niet meer. Het is een kind tussen twee culturen en eigenlijk vindt ze dat ze nergens bij hoort en dat ze geen wortels heeft. Haar vader leeft in het verleden, haar moeder in de toekomst en zij in het heden en daarom hoort ze eigenlijk nergens bij: ook niet bij haar ouders. Ze wil ook eigenlijk blank zijn met blonde haren en vraagt aan haar buurman of hij shampoo wil meenemen zodat hij blond haar kan krijgen.
Wanneer ze tien is, gaat ze in de perenboom van haar buurman Daniyal zitten. Hij is veel ouder en ook van Pakistaanse afkomst, maar geen moslim en hij zoekt contact met haar. Vanuit de boom ziet Dina dat haar vader het verborgen en verdiende geld van haar moeder steelt om te kunnen gokken en drinken. Met het thuisfront gaat het intussen niet zo goed, want de broer van Rutti is vermoord en ook de vader van Humayun is dood. Salim kan dus niet meer naar Londen komen, wat Rutti graag had gewild en Dina’s vader wil toch graag naar Pakistan.
Deel II
Dina is enkele jaren ouder: zij is nu een tiener van ruim dertien en dat betekent dat dit deel zich afspeelt in het voorjaar van 1989. Haar ouders kunnen nog steeds niet aarden: vader wil terug naar Pakistan en moeder wil maar een bedrijf stichten. Een keer per jaar is er seks en dat is december opdat de vader hoopt dat er weer een kind kan komen op Onafhankelijkheidsdag. Dina probeert zich nog steeds zo Engels mogelijk te gedragen: eet geen roereieren van haar moeder meer, gedraagt zich op school nog steeds zo Engels mogelijk. De roereieren worden ’s morgens vervangen door de oer-Engelse cornflakes. Ze wast d’r haar met shampoo voor blondines, maar ziet tot haar leedwezen dat het haar gitzwart blijft. Haar moeder wordt verboden te werken door haar vader en Dina vreest net als elke tiener dat ze ooit zal worden als haar moeder.
Dina zit nog altijd vaak in de boom bij haar buurman, omdat ze dan het gevoel is dat ze zelf een boom is die wortels heeft e dat is de doorlopende draad in de roman: Dina wil wortels hebben. Wanneer ze weer eens verdrietig is, ontfermt Daniyal zich over haar. Ze tongzoenen en Dina krijgt daarvan een warm gevoel. Hoewel er een groot leeftijdsverschil is tussen hen, worden ze wel op elkaar verliefd. Ze zoeken elkaar steeds op : soms bellen ze ’s nachts met elkaar. Haar ouders krijgen toch wel een gezonde argwaan wanneer ze lang in het huis van Daniyal vertoeft. Op lichamelijk gebied gaan ze steeds verder. Eigenlijk hebben ze een relatie met elkaar. Vader Humayun zakt steeds verder af op het gebied van drinken, gokken en zijn vrouw kleineren. Moeder krijgt heimwee naar haar zus en ze wil dat deze overkomt naar Londen.
En dat gaat gebeuren: de twintigjarige Jahanara ziet er bij aankomst op het vliegveld heel goed uit. En de vonk slaat eigenlijk al meteen over bij vader Humayun. Dat belooft wat. Vader kan zijn ogen bijna niet afhouden van de zus van zijn vrouw. Hij heeft trouwens rondgebazuind dat Jahanara zijn dochter is en dus de oudere zus van Dina. Die laat er geen twijfel over bestaan dat ze het niet met de opvattingen van haar zus Rutti eens is. Ze komt naar Londen om te genieten en te behagen. Ze wil het liefst huwen en seks beleven. En daarna weer teruggaan naar Lahore als een ervaren vrouw. Ze geniet ook van de wisselingen van de seizoenen in Londen. Vader vindt dat ze Dina van haar opvattingen van haar Engels-zijn moet af zien te halen. Maar hoe Rutti ook haar best doet om een geschikte huwelijkskandidaat voor Jahanara te vinden, het lukt niet. Ze is te kieskeurig en andere mannen houden het inreisvisum dat aan een huwelijk zou kunnen vastzitten, liever in de eigen familie. Bovendien voelt Jahanara er aanvankelijk niets voor om een vinger uit te steken. Maar dat verandert als ze andere kleren wil. Grappig is dat zij wel haar eigen zin doet en buitenhuis gaat werken, terwijl Humayun dat liever niet wil. Ze wordt echter snel ontslagen en dan moet ze Rutti helpen met naaien maar ook dat wordt een fiasco en Rutti slaat haar zoals een oudere zus dat mag doen (In deze passages geeft de schrijfster een kritische, maar komische knipoog naar islamitische gebruiken.)
Vader kiest in het conflict tussen de twee zussen de kant van de mooiste en hij wil weer dat Jahanara Dina gaat leren hoe ze zich in Pakistan moet gedragen. Want het liefst wil hij Dina met Jahanara naar Pakistan terug sturen, wanneer het visum van tante verloopt. Dina en haar broertje besluiten Jahanara te gaan pesten. Haar moeder verdenkt haar zus bovendien een relatie te hebben met haar man en dat komt natuurlijk allemaal tot een explosie, waarbij Rutti haar man dwingt mee te werken aan het knippen van de goddeloze lange nagels van Jahanara. Maar wanneer Humayun haar uiteindelijk weer verdedigt, wordt Rutti heel boos en wil haar zus nu zo snel mogelijk het huis uit hebben. Ook Dina wil dat graag want ze ziet dat haar tante ook een oogje heeft op de buurman die weer even in beeld is. Hij was twee maanden in Liverpool, maar hij lijkt ook te vallen voor de charmes van Jahanara. Die is toch wel eigenlijk het type van de “femme fatale”.
Dan komt het moment dat de Pakistaanse zus door de familie weer naar het vliegveld wordt gebracht. Eigenlijk vindt alleen vader Humayun het een verdrietig moment waarvoor hij dan ook wegloopt. In de auto terug tekent Dina een afbeelding van een wegvluchtende vlinder en ze weet wat ze wil. Het vertrek speelt zich af op haar veertiende verjaardag: De Onafhankelijkheidsdag van Pakistan. Natuurlijk een mooi symbolisch moment.
In het laatste (49e hoofdstuk) pakt Dina haar koffer: ze is 14 en hard aan weglopen toe. Ze wil intrekken bij buurman Daniyal. Hij zal haar wel begrijpen. Het is inmiddels oktober 1989 geworden. Dina wil de kamer van Jahanara hebben: ze probeert haar vader te paaien met de opmerking dat ze graag advocaat wil worden (dat wil hij namelijk van haar broertje Jinnah die zelf weer veel liever met zijn handen wil werken.) Maar die avond beslist haar vader dat Jinnah toch die grotere kamer krijgt en dat zij met haar moeder moet blijven slapen. Maar als ze daarna de stoute schoenen aantrekt om naar het huis van Daniyal te trekken, merkt ze dat al zijn meubels weg zijn. Daniyal is vertrokken. Ze besluit terug te gaan en dan merkt ze dat ze in het Pakistaans antwoordt op een opmerking van haar vader. Die is daar erg verheugd over. Ook Dina heeft ineens begrip voor haar ouders. Ze verstaan hun taal , wil bij hen horen. Zij is niet langer Dina de poes uit Alice in Wonderland, niet Dina de dochter van de Grote leider, maar Dina het kind van haar ouders. Dat lijkt op een acceptatie van haar lot. Ze beseft hoe hun noodlot is geworden. “ We reisden naar het verleden omdat we meenden daar onze eenzaamheid niet te hebben gekend. We reisden naar de toekomst omdat we die eenzaamheid daar niet verwachtten. We reisden omdat we leden, en we leden omdat we reisden en wegens ons hartenzeer en ons heimwee herwonnen we dat huis vol herinnering niet en voelden we ons eenzaam heden. (blz. 250)
Ook de slotregels geven aan hoe Dina over haar bestaan heeft nagedacht.: Ik zag nu alles duidelijk voor me, datgene waarnaar ik had gezicht. Mijn vader mijn moeder, Jinnah en Raana. Als ik nergens bij hoorde, dan was dat omdat ik bij hen hoorde. (blz. 250)
Thema, motieven en interpretatie
“Eenzaam heden “ beschrijft het standaardthema van een kind dat tussen twee culturen opgroeit. (Dina is als het Wisselkind van Basha Faber of het kind tussen de Indische duinen van Adriaan van Dis) Ook Marion Bloem schrijft vaak over die problematiek. Dina wil heel graag in Engeland wortel schieten: het is een kind dat in het heden leeft maar omdat haar vader in het verleden leeft en haar moeder in de toekomstdroom blijft hangen, is zij een kind zonder echte ouders. Ze hoort er helemaal niet bij. Haar vader heeft meer aandacht voor Pakistan dan voor zijn kind: bovendien is ze een meisje weliswaar geboren op de onafhankelijkheidsdag, maar toch. Aandoenlijk is de manier waarop ze zich als Engelse wil gedragen (cornflakes bij het ontbijt i.p.v. eieren, het gebruiken van shampoo voor blondines, het tekenen van de Britse vlag etc.)
De titel wordt in de roman eigenlijk steeds herhaald. Dina is een eenzaam meisje tussen twee ouders die een huwelijk hebben gesloten dat beter niet gesloten had kunnen worden. De vader laat in zijn traditionele opvattingen de moeder niet buitenshuis werken en dat benauwt Rutti erg. Haar hoop is gevestigd een eigen restaurant te kunnen beginnen met haar broer Salim en haar zusje Jahanara. Maar een deel van die droom spat al uiteen, wanneer ze hoort dat haar broer vermoord is. Maar goed Jahanara kan wel komen. Intussen heeft Dina bij gebrek aan aandacht van haar ouders zich geworpen in de armen van haar veel oudere buurman die haar wel de weg wil wijzen in de ondoorgrondelijke wereld van de seksualiteit. Zij wordt door hem ingewijd in de wereld van de seks (initiatie)
Ook aardig is de komst van tante Jahanara in het Londense emigratiegezin. Zij is mooi en de aanvankelijk ingedutte vader komt daardoor weer tot leven. Jahanara blijkt niet de vrouw te zijn waarop Rutti haar hele Engelse periode op heeft gehoopt en een zaak met haar te beginnen zit er eigenlijk ook niet in. Ze moet dan ook (na een affaire met Dina’s vader) het veld weer ruimen. Dat gebeurt op de 14e verjaardag van Dina: de Onafhankelijkheidsdag van Pakistan.
Zo is iedereen eigenlijk bezig een illusieloos bestaan te leiden. De wanhoopspogingen van vader om terug te keren naar Pakistan, de vruchteloze pogingen van Rutti om een eigen zaak te beginnen en de eenzame positie van Dina als kind tussen twee culturen en twee entiteiten als verleden en toekomst. Dat wordt voor haar bitter duidelijk wanneer ze besluit om weg te lopen, maar de buurman op wie ze haar hoop heeft gesteld ook al vertrokken is. Dan beseft ze dat bij haar familie hoort en omdat dit het geval, hoort ze verder nergens bij.
Mensen reizen naar het verleden (haar vader) naar de toekomst (haar moeder) om de eenzaamheid van het heden niet te hoeven voelen.
In de bijlagen hieronder vertelt de schrijfster in een artikel en een interview meer over de problematiek van de migranten.
Recensies
In De Volkskrant van 10 januari 2008 schreef de kritische recensente Daniëlle Serdien een vrij positief verslag, ook al is het slot van haar beoordeling iets minder positief Toch, hoe goed Tahirs roman ook in deze tijd past, een bruikbaar en evenwichtig boek, zo’n boek waarnaar we kunnen verwijzen zoals naar Max Havelaar of De Duivelsverzen, is Eenzaam heden helaas niet. Dat ligt aan Tahirs idee dat ze het van literatuur moet hebben. Een literaire tekst, daar moet assonantie in, alliteratie, beeldspraak, vergelijkingen, de hele santenkraam. Daaraan zie je vooral dat ze haar best heeft willen doen. Maar al die vlijt leidt nogal af. Tot halverwege houdt ze het vol ‘geluidloos, groots, sloom en loom’ in een zin te stoppen. Daarna wordt het minder; met hakklikken als ze lopen bedoelt, of het flapperen van neusvleugels als het trillen of trekken moet zijn, probeert ze Hafid Bouazza na te doen. Het eind van de geschiedenis is eraan geplakt, willekeurig. Alsof Tahir tot halverwege geboeid heeft zitten werken, daarna haar interesse verloor en het boek toen maar braaf heeft afgemaakt. Jammer van zo’n goed verhaal. Jammer dat het niet wat beter is geschreven.
Op dezelfde datum schrijft Arie Storm in Het Parool : Zoals die melodramatische toon eigenlijk nooit helemaal uit het boek verdwijnt. 'Mijn hart doet pijn!' zei ze vol afschuw naar de Union Jacks kijkend,' lezen we bijvoorbeeld. Dat zegt een Koranlerares tegen onze Dina, die overal Britse vlaggen op borduurt of tekent, omdat ze streeft naar de totale worteling in Londen.
Heel zwaar wordt deze roman trouwens nooit echt. Dina hoeft niet al te lang naar Koranles.
De vrolijke soapkant van het boek krijgt bovendien weer definitief de overhand als die eerdergenoemde tante overkomt. Ze is de zus van Dina's moeder en haar vader valt als een blok voor haar. Het komt tot overspelige toestanden, het dreigen met moord en zelfmoord en het knippen van te lange en dus zondige vingernagels. Uiteindelijk wordt tante op het vliegtuig terug naar Pakistan gezet. In een plotseling ontroerende slotpassage kijkt Dina vanuit de tuin van de buurman naar het gezin waarin ze opgroeit. 'Als ik nergens bij hoorde, dan was dat omdat ik bij hen hoorde,' concludeert ze.
En dan valt ineens alles op zijn plaats: Naema Tahir heeft een knusse roman geschreven met veel jeugdsentiment. Ik werd er eerlijk gezegd wel vrolijk van.
Max Pam in HP/De Tijd [18 januari 2008] is ook redelijk positief in zijn oordeel over Tahir maar aan het einde van zijn recensie heeft hij nog wel wat kritiek op haar stijl. De buitenkant van het schrijversschap heeft Naema Tahir in elk geval onder de knie. Marjoleine de Vos, die voor NRC/Handelsblad avond aan avond voor de televisie zit, noteerde vorige week: “Eigenlijk zou je er zo iemand bij moeten hebben als schrijfster en juriste Naema Tahir, die bij elk nieuw boek meteen in alle tv-programma’s verschijnt, ook in België (gisteravond in De laatste show) en dan een geweldige overtuigende présence heeft. De vorige keer was ze seksueel bevrijd, daar ging haar boek toen over, deze keer is ze geïntegreerd, daar gaat het nieuwe boek over”.
Beter valt de Werdegang van Naema Tahir niet samen te vatten. Het is echter nog de vraag of geïntegreerd zijn net zo goed verkoopt als seksueel bevrijd zijn.
Hoewel de publiciteitsmachinerie tegenwoordig van groot belang is, zal het in de literatuur uiteindelijk niet van de buitenkant, maar van de binnenkant moeten komen. Uit de titel van haar roman kun je afleiden, dat Tahir ook dat begrepen heeft. Eenzaam heden bestaat onmiskenbaar uit literaire entiteiten.[…..] Helaas is Eenzaam heden stilistisch bepaald niet vlekkeloos. Er staan te veel alinea’s in als deze: “Moeders eerste blijk van stevige afkeer van mij, en het is een weinig fraaie herinnering, was op een druilerige november middag. Het motregende. Boven in de slaapkamer lagen Jannah en ik tegen moeders kleermakerszit ruggelings op het tweepersoonsbed, waar vader zelden met moeder sliep omdat hij een eervolle slaapplek op de neplederen bank in de achterkamer beneden verkoos, waarop hij liever moeder eens per jaar vreselijk plichtmatig zou pogen te bevruchten”. Kreun, kreun. Een prachtig voorbeeld van een zin, waarin iemand veel te veel wil zeggen. Om het bovendien in de Nederlandse literatuur nog onbevooroordeeld te laten motregenen, moet je als schrijver alle registers kunnen bespelen. Maar zo ver is Naema Tahir nog lang niet
Over de schrijfster
Naema Tahir werd in 1970 geboren in Slough nabij Londen, Engeland als dochter van Pakistaanse ouders. Tahir is een Nederlands schrijver. In 1980 kwam ze in Nederland wonen, studeerde Nederlands recht in Leiden tot 1996 en werkte als jurist voor Nederlandse en internationale instellingen. Ze woont in Straatsburg, waar ze tot maart 2006 werkte als jurist mensenrechten voor de Raad van Europa. Tahir woonde achtereenvolgens in Slough, Etten-Leur, Faisalabad (Punjab), Leiden, Lagos en Straatsburg. Zij kreeg het stempel 'kritische moslima' naar aanleiding van haar opinieartikelen in de NRC. Ze is één van de zes vrouwen die geïnterviewd worden in het boek De derde feministische golf van Dirk Verhofstadt, waarin hij spreekt met zes geëmancipeerde moslima's over de maatschappelijke positie van de vrouw volgens de islam en de situatie van islamitische vrouwen in de westerse wereld.
Bibliografie
Een moslima ontsluiert (2004)
Kostbaar bezit (2006)
Eenzaam heden (2008)
Bijlage I
Naema Tahir schreef eerder over integratie en culturen. In een artikel in het NRC van 12 oktober 2007 schrijft Tahir een essay over dit onderwerp. Voor een beter begrip van de roman kan dit artikel als achtergrondinformatie goed dienst doen. Het geeft een kijk op de door de schrijfster aangehaalde problematiek.
Erken de zeker als ze een verschillende waarde hebben last van meervoudige identiteiten
Je moet mensen niet vastpinnen op hun wortels. De eeuwige zoektocht naar een identiteit is schipperen tussen het hokjesdenken en de zelfverloochening van de ontwortelde.
Mensen hebben geen wortels en daar hebben ze veel last van, schreef Antoine De Saint-Exupéry in De Kleine Prins, het tijdloze sprookje over de eeuwig zwervende mens. Wij zijn geen planten die verbonden zijn met de plaats waar ze het levenslicht zien. We dwalen over de aarde, verwaaid van onze geboortegrond, verleid of gedwongen om andere horizons op te zoeken en elders wortel te schieten.
Maar alles heeft een prijs. De ontwortelden ervaren onontkoombaar het leed te moeten leven tussen mensen die anders zijn dan zij, fysiek afgesneden van hun geboortegemeenschap. Op zoek naar datgene waar ze bij horen, vallen ze terug in de comfortabele oude identiteit, of worden ze overmand door twijfels en schuldgevoelens als ze pogen te kiezen voor de nieuwe identiteit van de gastheer. Het is een last meervoudige identiteiten te hebben, identiteiten die voortdurend onderhevig zijn aan interpretatie en vooroordelen en die ook kunnen leiden tot ontkenning en verloochening door jezelf.
Gedwongen afstand doen van nationaliteit kan wel degelijk negatieve gevolgen hebben, schrijft Pauline Meurs in relatie met het WRR-rapport Identificatie met Nederland. En als om te onderstrepen dat dat ook niet hoeft, acht zij het hebben van meervoudige nationaliteiten en identiteiten niet wezenlijk problematisch.
Echter, er is ook een andere kant. Ik heb zelf ervaren dat het hebben van meervoudige identiteiten wel degelijk een zware last kan betekenen, zeker als de ene identiteit minder waard wordt geacht dan de ander.
Als puber had ik al in drie landen gewoond en vijf verhuizingen achter de rug. Ik ben geboren in het Londen van de Pakistaanse immigranten. Mijn ouders leken migratie bijna als een doel op zich te zien en bleven maar pendelen, eerst tussen Engeland en Pakistan en daarna tussen Nederland en Pakistan. Het voelde alsof ik constant circuleerde tussen mijn Pakistaanse wortels, mijn Engelse kindertijd en mijn Nederlandse leefomgeving toen ons gezin zich hier vestigde toen ik vijftien was, in 1985.
In de jaren daarna heb ik niet bepaald genoten van een multiple identity. Mijn wortels waren verward geraakt. Ik was een Brits-Pakistaanse in Nederland, maar dat gaf me toen niet de rust en trots die ik nu als volwassen vrouw ervaar. Die meervoudigheid leidde eerder tot veel (innerlijke) onduidelijkheden en leemtes. Mijn basisvraag was: wie ben ik eigenlijk? En mijn basisverlangen: volledig opgaan in de omgeving om me heen.
Ik ontbeerde een eenduidige identiteit, die ik wel om heen me zag en die ik, zo realiseerde ik me, nooit zou hebben. Ik voelde me gedwongen om een rigoureuze keuze te maken tussen mijn Pakistaans-zijn, Engels-zijn, of Nederlands-zijn. Ik wilde bewijzen dat ik offers kon brengen, dat ik bereid was om loyaal te zijn. Maar na iedere keuze was er schaamte en schuldgevoel, omdat ik hoe dan ook een stuk cultuur, tradities en mensen zou verraden en de rug toekeren. Pijn was er ook: kiezen betekende een deel van me te laten afsterven.
Zulke twijfels aan de eigen identiteit kunnen een voedingsbodem zijn voor radicalisering en obsessie. Ik werd dan ook eerst een radicale moslima. Het was de makkelijkste weg, want je hoeft je niet te schamen dat je je roots verloochent als je voor Allah kiest.
Jaren daarna werd ik een radicale Hollander en begon ik alles wat Engels, Pakistaans en moslim in mij was, te ontkennen. De keuze voor Holland was gemaakt uit pure ambitie: ik wilde verder komen in de maatschappij. Ik vereenzelvigde de Nederlander met vooruitgang, openheid en nieuwsgierigheid, en zag in de gezichten van de migranten achterstelling, achterstand en gebreken en behoeften. Die migranten deden me huiveren en ik wilde er ver vandaan blijven. Want hield dat me niet tegen? Zo vond ik dat ik meer werd beloond voor mijn Britse accent, wat me charmant maakte en kosmopoliet deed klinken, dan om mijn Pakistaanse bescheidenheid, die me terecht deed komen in de verzamelbak van allochtonen - zij het dan wel als vrouw met een licht exotisch tintje.
Maar tegelijkertijd begon ik toe te geven dat kenmerkende deugden van de ene identiteit soms knap belemmerend kunnen werken. Zo betoont de Pakistaanse vrouw bescheidenheid, verlegenheid, zelfs schuchterheid, en een niet opdringerige, opofferingsgezinde benadering van de mannen. Dat zijn kwaliteiten die haaks staan op het Britse en Nederlandse harde werkethos van assertiviteit, onderhandelingstechnieken en omgangsvormen op basis van gelijkheid, waar je elkaar stevig de hand drukt en recht in de ogen blijft kijken.
Niet alleen spelen er verschillende identiteiten door elkaar, ze hebben niet dezelfde waarde. Er is een hiërarchie. Je kunt niet, in mijn geval, de Pakistaanse en de Nederlandse identiteit zomaar aan elkaar gelijkstellen. Dan zou je voorbijgaan aan alle verworvenheden en bevochten vrijheden van de Nederlandse maatschappij. In Pakistan hebben vrouwen nauwelijks rechten; daar had ik geen van mijn boeken ooit kunnen schrijven of uitbrengen.
Dat is de realiteit. We moeten die niet proberen te bedekken met de mantel der multiculturele liefde, of zelfs onbesproken laten. Want we willen toch naar een samenleving toe met een hoge graad van participatie, waarbij talenten, kwaliteiten en verdiensten op de voorgrond treden.
Als je niet durft te praten over de hiërarchie tussen identiteiten, de taboes en de gevoelens van minderwaardigheid, ontstaat er nooit een klimaat waarin mensen uit zelfvertrouwen ongewenste culturele patronen kunnen doorbreken. Dan komt er geen soepele participatie tot stand. Diegenen die wel participeren zullen voortdurend geconfronteerd worden met vragen over hun roots - vragen die mensen gebruiken om zich te vergewissen van de achtergrond van de ander, in de veronderstelling dan te weten wat de ander denkt en waar die eigenlijk thuishoort, zich thuis zou horen te voelen.
Het zijn vragen waarachter stilletjes de wens schuilt dat de ander afstand doet van zijn niet-Nederlander zijn, om te integreren tot Nederlander. Maar een samenleving die meer doet dan lippendienst bewijzen aan het idee van meervoudige identiteiten die gekoesterd moeten worden, een samenleving die oprecht openstaat voor diversiteit, gebruikt nationale identiteit niet om verschillen tussen mensen te markeren.
Daarom moet iedereen in Nederland op zoek gaan naar wat je zou kunnen noemen zijn transnationale identiteit, of zijn moderne identiteit - in ieder geval de optelsom van verschillende traditionele identiteiten, met daarbij de erkenning dat die niet allemaal dezelfde waarde hebben. Die opdracht geldt zowel voor migrant als voor niet-migrant. Door de komst van de allochtoon is immers ook de autochtoon geboren. Ook hij moet zijn identiteit herdefiniëren. Ook voor hem is de aarde waarin zijn wortels groeien, veranderd.
Prinses Máxima heeft bij de presentatie van het WRR-rapport de eerste moedige stap in die richting gezet door vraagtekens te plaatsen bij het bestaan van dé Nederlandse Identiteit. Ze moedigt aan tot het plukken van diverse vruchten, in plaats van de oogst te laten mislukken door eenkennigheid.
Ik probeerde één identiteit te kiezen, maar na iedere keuze was er schaamte en schuldgevoel.
Bijlage II
In BN/De Stem van zaterdag 12 januari 2008 heeft Annelies van Vlaanderen een interview met Naema Tahir . Ook in dit interview wordt duidelijk hoe de schrijfster over emigratie en integratie denkt.
Amandelvormige ogen, gitzwarte haren, huid van hazelnoot, klassiek streepjespak, pumps eronder en een flonkerende bordeaux granaat aan een slanke ringvinger. Naema Tahir is nog frêler in het echt dan op tv, zoals afgelopen woensdag nog bij Pauw & Witteman.
De media weten haar steeds beter te vinden, of het nu is om een mening over de toekomst van Pakistan naar aanleiding van de moord op Benazir Bhutto, over het dragen van hoofddoekjes, over moslims of over mensenrechten. Tahir heeft nu eenmaal de beschikking over een goed getraind stel hersens en een multiple identity, zoals ze haar veelheid aan identiteiten noemt. Zeven keer is ze gemigreerd: ze begon haar leven in Slough, vlakbij Londen en heeft ook gewoond in Faisalabad (Pakistan) , Etten-Leur, Leiden, Den Haag, Straatsburg en Lagos ( Nigeria). Op dit moment is haar woonplaats Amsterdam. Ze heeft drie identiteiten: Brits, Nederlands en Pakistaans. Ze is juriste en schrijfster van de boeken Een moslima ontsluiert (2004), Kostbaar bezit (2006) en het deze week verschenen Eenzaam heden. Ze is moslima - ooit bijzonder fanatiek, nu vrijgevochten, kritisch en feministisch. "Ik neem het begrip moslim heel letterlijk: jezelf overgeven. Ik geef mezelf over aan het zijn van Naema Tahir. Net zoals dit glazen vaasje tussen ons in zich overgeeft aan het zijn van het glazen vaasje. Het kan niet anders, het is er voor gemaakt.". Voor dit besef tot haar doordrong, het besef dat het geen nut heeft om je als migrant aan één identiteit vast te klampen en dat het zelfs averechts werkt, had ze een lange weg te gaan. In zekere zin beschrijft ze in Eenzaam heden op even hardvochtige als karikaturale wijze de problemen waar veel migranten tegenop lopen: de eenzaamheid, het lijden, de heimwee, het niet kunnen aarden. "Ik wilde het leed van migranten een gezicht geven. En weet je? Het zijn net mensen."
De hoofdpersoon in Eenzaam heden, het meisje Dina, neemt dat aarden zelfs letterlijk. Ze besmeert zich in de achtertuin met aarde en eet modder, in de hoop wortels te krijgen, met andere woorden: geworteld te raken.
'Ik wil aarden', zuchtte ik nogmaals, bukkend op het bed van de klei in de donkere eenzame tuin. Ik graaide naar modder en meer aarde. Klodderige klonten Londense modder. Ik smeerde ze op mijn donzen wangen, op mijn gladde palmen, op mijn door schamele voeding harig geworden armen, en ik zeepte me in alsof ik een rituele reiniging onderging. En de modder waarin ik wortelen wilde, trilde kil op mijn kin, werd lam op mijn armen en benen, en versierde soepel mijn palmen.
'Reine aarde', fluisterde ik, 'heilige Londense aarde. Ik hou van je. Ik wil bij je horen. Aanvaard me, aarde.'
Languit ging ik op haar liggen. Ik trok mijn tuniek bij mijn buik omhoog.
'Laat me wortel schieten, witte wortels.'
En ik huilde bittere tranen.
Heen en weer geslingerd tussen een Pakistaanse vader die alleen maar terug wil naar zijn vaderland en een Pakistaanse moeder die van haar man geen eigen bedrijf mag beginnen, ontwikkelt de donkere Dina een afkeer van kleurlingen. Het enige wat ze wil is blank worden; zo wast ze haar altijd met shampoo voor blondines, eet ze cornflakes en spreekt ze Britser Brits dan de koningin.
Hoeveel Naema er in Dina zit, zo'n vraag had Tahir wel verwacht. Even rustig als gedecideerd geeft ze antwoord. " Ik creëer personages. Hun gedachten zijn autobiografisch, zo zou je het kunnen stellen."
Nee, een moeder die modder eet om van haar depressiviteit af te komen, heeft ze nooit gehad. "Maar het fenomeen bestaat wel, dat herinner ik me van mijn jonge jaren in Londen. Daar verkopen ze modder in zakjes aan allochtone vrouwen die denken dat daarmee buikpijn weggaat."
Toch verwijst de roman wel degelijk voor een deel naar - de eerste generatie - Pakistaanse migranten. "De pijn, de heimwee, de eenzaamheid - ze hebben het allemaal gekend. Het overkomt ook met name de eerste generatie, die heeft er het meeste last van."
Voor Tahir werd deze problematiek pas zichtbaar toen ze een jaar of tien was en net met haar ouders, broers en zussen verkast was naar Etten-Leur. Waarom Nederland? Reisbelust en nieuwsgierig als hij was, had haar vader Nederland eerder leren kennen en hij raakte er verliefd op. "Ik weet nog dat hij met plastic tassen vol komkommers uit Nederland terugkwam om ze uit te delen aan ons en de hele straat. 'Kijk eens, wat een grote komkommers!', riep hij dan. En de lucht, die vond hij er ook zo schoon."
In Pakistan goed opgeleid, werd hij in Groot-Brittannië postbode, om in Nederland nog verder af te dalen als fabrieksarbeider. Zijn dochter heeft flink de tijd genomen om over zijn handelwijze na te denken. "Typisch migrantengedrag. Je pakt je boeltje op en begint elders opnieuw. Misschien wordt het daar beter."
Zijn zes kinderen moesten in elk geval wél een goede scholing krijgen en zelfs beter worden dan de rest. Tahir: "Elke avond na het eten moesten we de hoofdplaatsen van de wereld opdreunen en toen die in ons hoofd zaten, waren de staatshoofden aan de beurt."
Om de Pakistaanse achtergrond bij zijn kinderen nog eens extra in te peperen, stuurde hij zijn gezin - Naema was dertien - naar Pakistan. Voorgoed, was de bedoeling, maar zijn hartproblemen stuurden het plan in de war.
Naema kwam drie jaar later terug. Toen werd ze pas echt ongelukkig. "Ik was een Pakistaanse moslim. Dan dans je niet, ga je niet naar feestjes. Mijn ouders hoefden het niet te verbieden, ik was zelf vroom geworden."
In deze periode ontpopte ze zich als schrijfster. "Ik schreef voor het schoolblaadje omdat dat mijn enige manier was om te communiceren. Iets anders kon ik niet."
Ze haalde haar atheneumdiploma, om daarna rechten te gaan studeren in Leiden. Opnieuw een cultuurshock. De meisjes dronken, dansten en haalden toch hoge cijfers. Onverklaarbaar.
"Ik was de laatste jaren in Etten-Leur juist helemaal veranderd in een vrome moslima. Vijf keer per dag bad ik, ik moest dus ook vijf keer per dag onder de douche. Toen een huisgenote mij recht in mijn gezicht vertelde hoe belachelijk ze dat vond, stond ik er voor het eerst ook bij stil. Inderdaad, dacht ik, waar slaat dit op? Ik stopte ik er radicaal mee. "
Geloofsverdwazing, noemt ze het nu. Dat ontworteling tot excessen kan leiden, heeft ze aan den lijve ervaren. Nooit meer, besloot ze. "Daarom heb ik nee gezegd tegen de Pakistaanse man die mijn vader voor me heeft uitgekozen. Dat is niet de manier om het migrantenprobleem op te lossen, een stukje Pakistan naar Nederland halen."
Nog steeds krijgt ze mails van meisjes die in hetzelfde bootje zitten als zij destijds en die haar smeken om advies. "Heel triest is dat. Die meisjes zijn zó ongelukkig. Dan wil ik ze wel door elkaar schudden. Kies voor jezelf!"
Zelf heeft ze er een hoge prijs voor moeten betalen. Het contact met haar ouders, die weer in Pakistan wonen, leed eronder. "Het deed zeer, maar ik kon niet anders dan mezelf zijn."
Na jaren heeft ze weer contact. "Dat voelt goed, want het zijn uiteindelijk ouders. Mijn vader runt daar nu een succesvolle onderneming."
Inmiddels heeft Tahir, die een paar jaar geleden nog in één adem werd genoemd met Ayaan Hirsi Ali, zich ontwikkeld tot een juriste die ijvert voor de mensenrechten en tot een Nederlandse burger die zich mengt in het allochtonendebat via opiniestukken in kranten en optredens in tv-programma's. Ze neemt het daarbij niet per definitie op voor de allochtonen. "Die moeten zich niet beklagen. Ik gebruik hier altijd de slogan: vraag niet wat het land voor jou kan doen; vraag wat jij voor het land kunt doen. Probeer van Nederland het mooiste en beste land van de wereld van te maken. Zo denken de meesten echter niet. Wat ik mis bij hen zijn vijf dingen: een pro-actieve houding, ambitie, volledige participatie, verantwoordelijkheid en liefde voor Nederland. Vooral dat laatste hebben ze niet."
Zonder zichzelf als rolmodel van geslaagde migrant te willen zien - terwijl ze dat wel degelijk is - gooit Tahir zich in de almaar feller wordende strijd tussen autochtonen en allochtonen. "Op mijn manier. Ik wil elegantie en waardigheid terugbrengen in het debat. Ik vind het te makkelijk om te zeggen: jij bent een achterlijke moslim. Dat haalt ook niets uit. Kijk naar Wilders, die charlatan."
De vorige week gelanceerde 'witte elite-actie' onder aanvoering van Doekle Terpstra kan bij haar evenmin op weinig sympathie rekenen. "Zo vergroot je alleen maar het schisma."
Migratie kun je maar beter accepteren dan ertegen te vechten, is haar levensmotto. Tot dat inzicht komt Dina ook, aan het slot van Eenzaam heden. Dat wil niet automatisch zeggen dat Tahir over het thema is uitgeschreven. "Nee, dat zal wel nooit zo zijn. Ik zit nu te broeden op een roman met de werktitel Alice in migratieland. Je kunt het ook zo breed aanpakken als je wilt, want in feite zijn wij allen migranten. Zijn Adam en Eva niet al uit het paradijs verjaagd?
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.