Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 5627 |
Opvragingen: | 61 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (7 stemmen)
Titels van Renate Dorrestein
Buitenstaanders (33) 1983 Echt sexy (3) 2007 Een hart van steen (49) 1998 Een nacht om te vliegeren (6) 1987 Een sterke man (9) 1994 Heden ik (5) 1993 Het duister dat ons scheidt (22) 2003 Het geheim van de schrijver (0) 2000 Het hemelse gerecht (25) 1990 Het perpetuum mobile van de liefde (10) 1988 Korte metten (1) 1988 Laat me niet alleen (0) 2008 Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor (6) 2006 Noorderzon (9) 1986 Ontaarde moeders (16) 1992 Verborgen gebreken (51) 1996 Voor alles een dame (0) 1989 Vreemde streken (1) 1984 Want dit is mijn lichaam (18) 1997 Zolang er leven is (8) 2004 Zonder genade (19) 2001
Laatst gewijzigd op 13 januari 2008
Inhoud:
Verhaal opbouw.
Samenvatting.
Titelbeschrijving.
Titelverklaring.
Motto.
Thema.
Motieven.
Tijd.
Ruimte.
Perspectief.
Personages.
Structuur.
Achtergronden.
Leeservaring.
Recensies.
Bronvermelding
Verhaal opbouw.
Deel I Zomer (blz. 9 -104)
Hoofdstuk 1 Kannibalen.
Hoofdstuk 2 Picknicken.
Hoofdstuk 3 Drie is een heilig getal.
Deel II Herfst (blz. 107-205)
Hoofdstuk 1 Vermoedens.
Hoofdstuk 2 Betrapt.
Hoofdstuk 3 Telefoon.
Deel III Winter (blz. 209-320)
Hoofdstuk 1 Spoken.
Hoofdstuk 2 Sterretjes.
Hoofdstuk 3 Zekerheid.
Samenvatting
Deel I Zomer.
Hoofdstuk 1, kannibalen.
Hier maak je kennis met het echtpaar Timo en Gwen, deze organiseren jaarlijks een reünie in hun huis voor drie vriendinnen: Gwen, Beatrijs en Veronica.
Timo heeft een imkerij en Gwen maakt kaarsen van de bijenwas. Ze hebben een twee maanden oude baby, Babette, het is de eerste baby die alleen geboren is; er zijn twee meisjestweelingen aan vooraf gegaan. Ze wonen met hun 5 meisjes en de zus van Timo, Bobbie, in het huis. Bobbie is geestelijk niet helemaal volwaardig en ze runt het winkeltje bij het huis waar ze hun honing en kaarsen verkopen.
Veronica is drie maanden geleden gestorven aan de gevolgen van een hersenbloeding en haar man Laurens is er nu alleen met zijn zoons Niels en Toby.
Beatrijs, de derde vriendin, is in de loop van het afgelopen jaar gescheiden van haar man en heeft een nieuwe vriend aan de haak geslagen. Ze heeft in haar leven al drie keer een miskraam gehad en geeft hier aan dat ze graag nog een kind zou krijgen. Haar vriend, Leander, heeft profetische gaven en “ziet” bepaalde dingen. Hij heeft zelf een 13-jarige lastige puberdochter, Yaja, die hem bepaald niet respectvol behandelt en die ook de vakantieweek doorbrengt in het huis van Timo. De meisjes van Timo vinden haar niet aardig, omdat ze een keer heeft gezegd dat ze de baby wel zou willen meenemen. Aan het begin van de roman zijn Laurens en Timo nogal boos over de ruzie die er 's middags tijdens de lunch is geweest en waarvan Leander de aanstichter lijkt met zijn praatjes over de spiritualiteit. Leander had een opmerking over Bobbie gemaakt, ‘dat ook dit wezen een functie heeft in het leven’. Daarna zijn Leander, Beatrijs en Yaja ervandoor gegaan en komen net op tijd terug voor het eten. Beatrijs zit er wel mee, want ze vindt Laurens een fijne vent en wil niet dat hij ruzie heeft met Leander.
Hoofdstuk 2 Picknicken.
Laurens wordt vroeg wakker en gaat naar Bobbie toe die hem vertelt wat voor een spelletjes de kinderen allemaal spelen.
Beatrijs denkt na over haar relatie met haar vrienden en hoe dat verder moet nu ze ook Leander in haar leven heeft en hij haar voor zichzelf opeist. Ze denkt ook na over de dood van Veronica en wat er is veranderd sinds haar dood, bijvoorbeeld de geboorte van Babette waarvan ze denkt dat ze voorbestemd was om ook een tweeling te zijn maar dat dat hierdoor in de war is gebracht.
Die dag gaan ze met z’n alle picknicken, omdat het misschien wel de laatste mooie dag wordt. Leander vertelt de kinderen een verhaal over een morfologisch veld: als je sterk aan een wens dacht, kwam die waarschijnlijk uit. De kinderen geloven heilig in dit verhaal.
Gwen begint over het vakantiedagboek dat ze vroeger bijhielden toen Veronica er nog was en ze vindt dat ze daar weer aan moeten beginnen deze week. Niels vindt dat een slecht idee, het was Veronica’s idee en hij denkt dat Gwen zijn moeder vergeten is. Hij wil haar een lesje leren.
Hier verandert het vertelstandpunt: er wordt ineens later in de tijd verteld, alsof alles achteraf wordt verteld.
Gwen zegt dat ze later spijt had van wat er gebeurd was.
Ze waren allemaal naar huis gelopen en daar waren ze erachter gekomen dat Babette ineens zoek was.
Hoofdstuk 3 Drie is een heilig getal.
Niemand weet wat er met Babette is gebeurd en Laurens voelt zich schuldig omdat hij als laatste met Babette op een deken heeft gezeten terwijl de rest aan het zwemmen was.
Leander bekijkt foto’s van Babette en ‘ziet’ dat ze nog leeft. Gwen denkt aan wat Yaja een paar dagen ervoor had gezegd, dat ze Babette mee zou nemen zodat ze een zusje had. In een opwelling grijpt ze Yaja vast en begint te schreeuwen, nadat ze is gekalmeerd en Yaja weg kon komen is Yaja naar de andere kinderen gegaan en maakt hun een verhaal wijs over een omgekeerd glaasje en geesten, ze vraagt drie keer (drie is een heilig getal) aan Babette om te verschijnen. Omdat er niets met het glas gebeurt, zegt ze dat Babette nog moet leven, want anders had het glaasje wel bewogen. Niels, het zoontje van Laurens, reageert opgelucht. Het lijkt erop alsof hij iets met de verdwijning te maken heeft. Hij denkt aan een morfologisch veld en aan een wens die hij heeft gedaan over Babette.
Deel II Herfst.
Hoofdstuk 1 Vermoedens.
We zijn 2 maanden verder, Gwen is helemaal ingestort en komt haar slaapkamer niet meer uit. Elke keer als de telefoon gaat stormt iedereen erop af in de hoop dat iemand iets weet over Babette, maar tevergeefs.
Laurens heeft thuis meer problemen met de dood van Veronica, hij denkt dat haar geest voorwerpen in zijn huis verplaatst en hij heeft moeite met de opvoeding van zijn zoons.
Op een avond komt Beatrijs hem helpen de kleren van Veronica op te ruimen. Wanneer ze tegen hem zegt dat zij de slipjes van Veronica wel opruimt, denkt Laurens terug aan de dag dat ze hem met een eerstejaars student heeft bedrogen. Als Beatrijs weg is, zoekt Laurens naar Niels. Hij hoort hem bezig met het aanroepen van Babette door middel van een omgekeerd glaasje.
Hoofdstuk 2 Betrapt.
Beatrijs is bij Leander ingetrokken. Elke dag om dezelfde tijd probeert Leander iets te ‘zien’ van Babette en elke dag weer belt hij Gwen om haar te vertellen dat hij voelt dat ze nog leeft.
Op een avond krijgt hij een plaats door waar ze is, hij belt Gwen en die gaat meteen op zoek. Op de plek waar ze verdwenen was staat Bobbie met Babette in haar armen. Natuurlijk is Gwen erg blij. Ze belt Beatrijs meteen en die belt Laurens. Ook Niels is erg opgelucht want hij had gewenst dat Babette terug kwam en hij denkt dat het daarom was gelukt.
Laurens vindt het wel erg moeilijk, hij had liever gehad dat Veronica terug kwam maar dat gaat niet. Hij belt Leander want hij wil met haar in contact komen, alleen hij krijgt Yaja aan de telefoon die hem probeert te versieren, waar hij niet op in gaat.
Hoofdstuk 3: telefoon.
Gwen is heel erg blij dat Babette terug is en gaat uit dankbaarheid een taart voor Leander bakken. Hij komt met Beatrijs en Yaja naar het vakantiehuis. Ook Laurens is met zijn beide kinderen onderweg. Yaja vertelt dat Laurens haar 's nachts heeft gebeld en haar probeerde te versieren: ze draait expres de feiten om. Laurens heeft champagne meegenomen voor Gwen. Overdag drinken ze wat en ze worden allemaal nogal aangeschoten. De kinderen spelen een luguber spelletje onder leiding van Yaja. Toby mag niet meedoen en wordt door zijn broertje in een hok gestopt en vastgebonden. Beatrijs krijgt een telefoontje om bij Bobbie te komen, maar blijkt aan het einde van de dag spoorloos te zijn. Als Laurens en Leander haar samen gaan zoeken, probeert Laurens te bereiken dat Leander op spirituele wijze contact zoekt met Veronica.. Leander weigert dat. Beatrijs blijft zoek, maar Toby wordt wel gevonden. Hij heeft een hele stapel fietsen over zich heen gekregen. Laurens denkt dat Veronica ook hier de hand in heeft gehad. Hij vermoedt dat ze de jacht op hem geopend heeft.
Deel III Winter
Hoofdstuk 1 Spoken.
Het is winter en Gwen rijdt naar Amsterdam om daar Leander te assisteren op een avond waarop hij mensen met zijn spirituele gaven helpt. Hij bekijkt foto's en geeft aanwijzingen waar de slachtoffers zouden kunnen zijn. Het is allemaal maar een beetje bedrog. Aan het einde van de avond vraagt Leander of Yaja het weekend bij hen mag logeren. Gwen is verliefd geraakt op Leander en durft dus niet te weigeren.
Dan blijkt ineens dat Beatrijs in een verpleeghuis ligt met haar knie in het gips. De kinderen hadden onder leiding van Yaja haar besprongen, gekneveld en wilden losgeld eisen. Met een smoes had Yaja Beatrijs alleen naar buiten geleid. Ook Niels had een groot aandeel bij deze ‘ontvoering’.
Beatrijs was bij haar bevrijdingspoging gevallen en had haar knie gebroken.
Niels is verliefd, op een meisje genaamd Nicky, hij wil haar graag een kerkhof laten zien van zijn speelgoedautootjes. Alleen zij denkt dat hij haar mee wil nemen naar het graf van zijn moeder.
Later blijkt dat Nicky zijn lerares is, Laurens is wel van haar gecharmeerd: ze is heel vriendelijk over Niels.
Hoofdstuk 2 Sterretjes.
Niels heeft vrijdagmiddag handenarbeid en hij maakt een mooi kunstwerkje voor zijn lievelingsjuf Nicky. Ze is er erg blij mee. Laurens heeft intussen een dag vrij genomen om de kerstboom voor zijn kinderen op te zetten. Maar als Niels en Toby thuiskomen, zeggen ze dat Veronica het eigenlijk veel mooier deed. Laurens is heel onzeker over Veronica: ze lijkt steeds met Niels te praten, maar zelf krijgt hij geen contact met haar. Hij denkt dat ze wraak op hem wil nemen. Via Leander probeert hij contact met haar te krijgen, maar deze heeft een hekel aan Laurens en hij wil hem niet helpen.
Gwen voelt steeds minder voor Timo. Timo’s imkerij is getroffen door ziektes en zijn bijen gaan waarschijnlijk allemaal dood waardoor ze failliet zullen gaan. Gwen wil een tijdje op vakantie. Bobbie wil wel met haar mee, maar dat is niet de bedoeling.
Timo zegt dat ze anders wel een tijdje bij Laurens kan gaan logeren. Gwen denkt dat hij dit doet om haar te pesten.
Laurens gaat nu naar Leanders huis toe om met hem te praten, Leander is hier niet van gediend, hij denkt nog steeds dat Laurens achter Yaja aanzit en hij zegt tegen Laurens dat hij alleen maar aan zichzelf denkt.
Hoofdstuk 3 Zekerheid
Beatrijs mag weg uit het verpleeghuis, ze merkt dat Leander niet echt blij is dat ze terug is en ze verlangt terug naar haar vorige, gezellige huis.
Yaja logeert bij Timo en Gwen en ze vindt het niet leuk en wil weg. Leander gaat haar meteen halen en Beatrijs wil mee. Ze moeten anderhalf uur rijden en Leander geeft aan dat hij de avondseances het liefst blijft doen met Gwen. Zij vindt dit geen punt tot hij erop doorgaat, hij beschuldigd haar ervan dat ze hem verdenkt van vreemdgaan en andere zaken. De onzekerheid van Beatrijs groeit met betrekking tot haar gevoelens voor Leander. Is hij verliefd op Gwen?
Als ze in het huis van Gwen aankomen, blijkt ook Laurens er met zijn kinderen te zijn.
De kinderen worden weer bij elkaar gedropt en Yaja neemt de Babette in haar handen wanneer die maar blijft huilen. Ze zegt tegen Toby dat Babette is bezeten door de duivel en Toby denkt dat hij ook bezeten is door de duivel, ze vertelt hem dat dat zo is als er groene kots uit zijn mond komt als hij overgeeft, dit gaat Toby proberen.
Laurens probeert Timo te helpen met het maken van een doorstart van zijn bedrijf. Daarna gaat hij naar Bobbie. Die vraagt hem even op de bijenwinkel te passen om Beatrijs te kunnen begroeten. Laurens overdenkt daar hoe hij misschien de oorzaak kan zijn van Veronica's hersenbloeding. Na haar vreemdgaan in de trein had hij steeds maar details van haar willen weten. Ze was tenslotte witheet geworden en neergevallen. Nu vreesde hij dat zij wraak op hem wilde nemen na haar dood.
In het huis komt Leander de trap af met de mededeling dat Toby in een grote plas kots ligt en het lijkt er ernstig aan toe te zijn, maar gelukkig valt dat mee. Toby zegt dat hij van de duivel is bezeten. Opeens missen ze Babette weer en ook Yaja is verdwenen. Gwen gaat haar meteen zoeken: op de speelweide treft ze Yaja aan met Babette in de bolderkar.
Gwen wordt boos op Yaja, deze wordt op haar beurt ook boos en rent terug naar Leander, deze vind dat Gwen te ver is gegaan, maar nu neemt Beatrijs het voor Gwen op en ook zij geeft Yaja een standje.
Leander is boos en wil naar huis, maar Beatrijs blijft achter bij Gwen.
Titelbeschrijving.
Zolang er leven is, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2004-2, 320 blz.
eerste druk 2004
Titelverklaring, eventueel ook ondertitel
De titel wordt gevormd door de eerste vier woorden van de uitdrukking: “Zolang er leven is, is er hoop.”
Het wordt gebruikt in de betekenis van mensen die bijvoorbeeld ernstig ziek zijn, maar nog wel in leven zijn. Of over kinderen die verdwenen zijn, maar die net zo goed nog kunnen leven.
Gezien het feit dat de baby Babette verdwijnt in het eerste deel van het boek, is deze uitdrukking en de titel die ervan afgeleid is, dus heel toepasselijk. Toch blijkt in werkelijkheid vaak het omgekeerde waar te zijn. Er is niets zo erg als de onzekerheid, zeker bij de verdwijning van een kind. De werkelijkheid (bijv. de ruwe constatering van de dood, moord of zelfmoord) is heel erg, maar de onzekerheid van ouders is vaak nog veel erger. De rechercheur tegen Gwen, wanneer de baby verdwenen is: “Je kunt nog beter een graf hebben, onzekerheid is erger dan de dood.”
Motto.
Het motto van deze roman is:
“En de hoop is een krijtwit kind, dat lacht
tegen de rover, die het slacht.”
Gerrit Achterberg
Dit zijn de laatste twee regels van Achterberg’s gedicht Spreekuur.
In de roman komen enkele opvallende citaten voor waarin “hoop” genoemd wordt. De zuster van het verpleegtehuis zei tegen Beatrijs: “Je moet de hoop nooit verliezen.” Beatrijs zei tegen Laurens: “Veren zijn anders ook het kleed van de hoop, wist je dat? Emily Dickenson schreef tenminste: “Hoop is het ding met veren, dat nestelt in de ziel.”
En de politierechercheur die aan Gwen meedeelt: “Hoop is een mooi ding, maar het kan je ergste vijand worden, neemt u dat maar van me aan. “
Het motto wordt natuurlijk via de titel verbonden aan het thema van de roman. Zolang er leven is, is er natuurlijk hoop. Dat moet een troost zijn waaruit mensen kunnen putten. Die troost wordt verbeeld door de titel, waaruit weliswaar het gedeelte `...is er hoop' is weggelaten, maar die toch nadrukkelijk naar de mogelijkheid van een goede afloop verwijst. Juf Nicky zegt dit tegen Niels die met zijn overleden moeder worstelt. Vandaar ook dat Laurens aan het einde van de roman concludeert ‘al is het maar de deemoedige hoop dat onze kinderen een verbeterde versie van onszelf zullen zijn. En het vreemdste van alles is dat dat meestal nog uitkomt ook'.
Thema.
Zolang er leven is, is er hoop. En daarmee wordt meteen het centrale thema aangesneden. Hoop, hoop kan fijn zijn, hoop op een beter leven, hoop op een goed cijfer, hoop op een gunstige loterijuitslag, etc.
Aan de andere kant kan hoop ook erg vervelend en frustrerend zijn, hoop op dat je kind nog leeft, hoop op contact met je overleden vrouw, hoop op een goede levenspartner. Die drie laatste situaties worden in dit boek besproken.
Niet hoop is wat de mens nodig heeft, maar zekerheid. De zekerheid dat je kind is overleden, is beter te verdragen dan eeuwig de hoop te hebben op een nog levende zoon of dochter terwijl je in onzekerheid leeft.
Motieven
Dit boek kent verschillende motieven. Eén daarvan is: rouwverwerking.
Veronica, de vrouw van Laurens is onlangs overleden, op het moment dat het boek zich afspeelt. Ze heeft hem met twee kinderen, Niels en Toby, achtergelaten. Hij mist haar nog iedere dag, zeker ook als het op opvoeden aankomt. Hij weet niet goed wat hij met zijn zoons aan moet, en Veronica is er niet om hem te helpen.
Ook de beste vriendinnen van Veronica rouwen om haar. Gwen denkt vaak aan haar in de trant van: “Ik wou dat je er nog was.”
De relatie ouder-kind, is een duidelijk motief in dit verhaal. Zoals in het eerste motief wordt beschreven weet Laurens niet hoe hij met zijn kinderen moet omgaan, hij doet enorm zijn best om het zijn zoons zo leuk mogelijk te laten hebben, maar bij Niels lijkt dit niet te lukken. Gwen heeft ook kinderen, vijf in totaal, waarvan de eerste 4 tweelingen. Gwen maakt zich zorgen over haar vijfde kind. Klopt het wel dat het een ‘eenling’ is? Haar ongerustheid wordt bevestigd als Babette, het kind in kwestie, ontvoerd wordt.
Daarnaast zorgt de mannelijke Jomanda, Leander voor nog een motief: spiritualiteit. Hij denkt dat hij aan de hand van een foto kan ‘zien’ waar Babette zich bevindt en of ze nog leeft. Door toeval, of omdat hij dit echt kan, dat laat ik in het midden krijgt hij gelijk. Hij ziet een rood-wit gestreept lint, daar bevindt Babette zich. Dit blijkt inderdaad te kloppen.
Tijd.
Het boek speelt zich af in de eerste jaren van deze eeuw: er is sprake van een betaling in euro's en er wordt door de “gothic girl” Yaja gesproken over afleveringen van de populaire serie Costa op televisie. Daarom speelt het zich waarschijnlijk af in de zomer van 2002 of 2003.
Het verhaal heeft een chronologisch verloop, tussen de delen, er verstrijkt soms een periode van enkele weken of maanden. Er is dus sprake van flash-forwards. Flashbacks komen ook een paar keer voor. Zo kijkt Laurens af en toe terug naar de tijd dat Veronica nog leefde en Gwen een keer naar toen Babette verdween.
Ruimte.
De belangrijkste ruimte in het boek is het huis van Timo en Gwen, het huis heet ‘De Sluis.’ Het is niet met zekerheid te zeggen waar de plaats van het huis is, maar het is waarschijnlijk een plaats in het oosten van Nederland, omdat het huis gelegen is aan een route pal langs het beroemde Pieterpad (blz. 53, 1e druk). Dit is de bekendste toeristische wandelroute in Nederland van Maastricht naar Groningen. De plaats waar het vakantiehuis staat, is anderhalf uur rijden met de auto vanuit Amsterdam. Wanneer we Gelderland nemen als meest aannemelijke provincie, speelt het verhaal zich waarschijnlijk af in de buurt van Doetinchem.
De plaats is belangrijk voor het verhaal, aangezien de boerderij een soort rustplaats is, waar de vrienden heen gaan als ze problemen hebben, met zichzelf, hun partner, of de kinderen. Een doodgewoon rijtjeshuis is uiteraard geen rustplaats als zodanig, daarom heeft de boerderij een belangrijke functie in dit boek.
Perspectief.
Het verhaal heeft een meervoudig perspectief. Van diverse hoofdpersonen komen we te weten wat ze zien, denken en voelen. Dat gebeurt in de hij/zijstijl; de vertellers noemen we personale vertellers. Dit is te zien aan de hand van het volgende voorbeeld.
(blz. 234) “Beatrijs hernam zich. ‘Ja, morgen wordt er weer een foto gemaakt, en als mijn knie in orde is, gaat het gips er meteen af. En als de fysiotherapeut me dan snel op de krukken krijgt…’ Ze hees zich met beide handen omhoog aan de papegaai boven haar bed en wachtte op de po.”
In de roman zijn vier personale vertellers: we bekijken het verhaal vanuit Laurens (wiens vrouw is overleden) Gwen (van wie het dochtertje Babette is verdwenen) Beatrijs die in deel 2 zelf even verdwijnt en Niels (de zoon van Laurens) die denkt dat hij de verdwijning op zijn geweten heeft. De meeste keren dat het perspectief van het ene personage naar het andere binnen een hoofdstuk verschuift, gebeurt dit door middel van een regel wit.
Personages.
Bijna alle personages zijn bevriend met elkaar.
Gwen, Laurens en Beatrijs zijn de hoofdpersonen, het boek word ook door hen vertelt.
Gwen is echt de moederfiguur. Niet alleen van haar eigen kinderen is zij de moeder, maar ook van haar vrienden. Iedereen die met een probleem zit komt bij haar, ze helpt graag, maar ze heeft daar ook wel eens moeite mee. Vooral wanneer ze zelf diep in de problemen komt, nadat haar kind is ontvoerd. Ze heeft enkel nog aandacht voor haar ontvoerde dochtertje en laat haar andere kinderen en haar echtgenoot links liggen. Nadat haar dochter weer terecht is, probeert ze haar leventje weer op te pakken, maar daarvoor is het al te laat. De imkerij die zij en haar man bezitten, is zo verwaarloost dat ze opnieuw moeten beginnen. Gwen helpt intussen Leander met zijn sessies, waardoor ze weer geen aandacht kan geven aan het thuisfront.
Laurens is een jonge weduwenaar. Zijn vrouw is net op jonge leeftijd gestorven. Hij heeft het daar erg moeilijk mee en voelt zich schuldig. Vlak voor haar dood kwam hij erachter dat zijn vrouw was vreemdgegaan. Hij is erg kwaad op haar geworden en ze hebben het nooit bijgelegd. Daarnaast heeft hij het ook erg moeilijk met de opvoeding van zijn kinderen, hij weet niet hoe hij het allemaal moet regelen en aanpakken. Zijn vrouw deed voor haar dood het grootste gedeelte van de opvoeding.
Beatrijs is een vrouw die haar hele leven heeft omgegooid. Ze was altijd redelijk gelukkig met haar man Frank, een accountant. Tot ze Leander ontmoette, een ziener waarin ze haar hele ziel en zaligheid stort. Leander verafgod haar, niet voor niets noemt hij haar godin, engel etc. Hierdoor scheidt ze van Frank en gaat samenwonen met Leander. Eigenlijk was ze op zoek naar aandacht, in plaats van naar een nieuwe levenspartner, want ook met Leander gaat het niet zo goed.
De bijfiguren zijn;
Babette, Gwen en Timo’s jongste kind. Babette is het eerste meisje wat niet als een tweeling wordt geboren in dit gezin.
Bobbie, Timo’s zus die bij Timo en Gwen inwoont. Bobbie is geestelijk niet helemaal volwaardig, ze is best slim en heeft bijna alles wel door, maar in haar hart is ze nog een kind. Bijna alle personages mogen haar graag, alleen Leander vind haar minderwaardig en het liefst praat zij niet met hem.
Leander, Beatrijs nieuwe vriend. Leander is een ziener en gelooft dat hij boven iedereen staat. Aan het begin vindt iedereen hem maar vervelend, tot hij Babette helpt vinden, daarna mag iedereen hem ineens graag.
Hij vindt dat Bobbie ver onder hem staat en daarom doet hij niet aardig tegen haar.
Yaja, Leanders dochter. Yaja is een 13-jarige probleem puber, de volwassenen mogen haar allemaal niet en de kinderen eigenlijk ook niet, maar toch kijken de kinderen tegen haar op.
Niels, Laurens 7-jarige zoon. Niels is een lieve jongen die tot over zijn oren verliefd is op zijn lerares. Hij vindt zijn broertje eigenlijk maar een blok aan zijn been, maar toch beschermt hij hem goed en hij is trots op zichzelf, omdat zijn moeder altijd tegen hem zei: ‘zo lief als jij tegen Toby bent, dat doen niet veel grote broers jou na!’
Toby, Laurens 4-jarige zoon. Toby is een jongetje wat graag met zijn grote broer mee speelt en hem nadoet, hij is, naast Babette, de jongste van het stel maar wil bewijzen dat hij net zoveel durft als de rest.
Marleen en Marise, de 8-jarige tweeling van Gwen en Timo, Timo noemt hun spottend altijd ‘de Engelen’ omdat ze altijd zoveel kattenkwaad uithalen.
Klaar en Karianne, de 7-jarige tweeling van Gwen en Timo.
Structuur
Het boek is opgebouwd in drie delen; Zomer, Herfst en Winter.
Deze delen zijn weer onderverdeeld in getitelde hoofdstukken. Alle delen hebben 3 hoofdstukken. Dit is geen toeval. Niet voor niets heet hoofdstuk 3 uit Deel I ‘Drie is een heilig getal’. De opbouw van dit boek heeft met dit 3 x 3 motief een opgezet doel.
Het boek heeft een open einde, de hele groep is weer in het huis van Timo en Gwen, Beatrijs heeft Leander net laten merken dat ze niks meer van hem moet hebben. Gwen is verliefd op Leander en Niels gaat het graf van zijn moeder bezoeken met Nicky.
Achtergronden
Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 geboren te Amsterdam in een rooms-katholiek gezin. Ze genoot naar eigen zeggen een redelijk gelukkige jeugd. Niet door de geweldige sfeer die binnen het gezin hing, maar doordat haar eigen fantasie haar in staat stelde haar leven kleur te geven. In 1972 behaalde zij haar gymnasiumdiploma aan het Keizer Karel College te Amstelveen, waarna zij zich met energieke gedrevenheid stortte op het vervullen van haar droom: schrijfster worden.
De eerste stap die zij ondernam, was het volgen van een stoomcursus tijdschriftjournalistiek bij de uitgeverij De Spaarnestad. Al spoedig hierna kreeg ze een aanstelling bij het weekblad Panorama. Door de vele reizen die ze mocht maken voor het blad en de ervaringen die ze opdeed, werd haar persoonlijkheid en daardoor ook haar schrijfstijl gevormd. Na een aantal jaren bij Panorama gewerkt te hebben, besloot ze in 1977 het tijdschrift te verlaten. Midden jaren zeventig was Renate al samen met een vriendin het productiebureau Proburo gestart, dat bijlagen verzorgde voor tijdschriften. In de periode 1977 - 1982 werkte ze als freelancer voor Het Parool, Viva en Opzij. Van Opzij werd ze in 1982 redactrice.
Renate probeerde met haar columns en artikelen in allerlei tijdschriften de wereld wakker te schudden en te provoceren. Ze zette zich in voor het feminisme en daaraan gerelateerde zaken en stelde door haar krachtige taal de positie van de vrouw in de maatschappij aan de kaak. Tussen 1982 en 1983 werd ze ook nog eens hoofdredactrice van het inmiddels opgeheven tijdschrift Mensen van nu en schreef ze columns voor De Tijd.
Niet alleen in Nederland is Renate Dorrestein een succes, ook in het buitenland is ze gewild. Haar boeken zijn al verschenen in het Engels, Duits, Spaans, Japans, Italiaans, Zweeds, Frans, Fins en Deens en de rechten van Een hart van steen werden in 2000 verkocht aan de Amerikaanse uitgeverij Viking.
Leeservaring
Hoop.
Ik vind het goed om hoop te hebben, ookal weet je bijna zeker dat je iemand nooit meer zal zien door bijvoorbeeld een ontvoering. Je moet pas de hoop opgeven als je zekerheid hebt. Want als ik degene ben die ontvoerd of vermist word zou ik denk ik ook willen dat mensen blijven hopen dat ik terug kom en ik zou zelf hopen dat ze me zouden blijven zoeken.
Ik ben door dit boek er niet anders maar wel meer over gaan denken, het is niet een onderwerp waar je dagelijks over praat of een boek over leest. Ik vind dat ze het bij Beatrijs wel wat meer aan bod had kunnen brengen, over dat ze aandacht en liefde nodig had en hoopte dat Leander dat aan haar zou geven.
Ik denk dat de verdwijning van Babette de belangrijkste gebeurtenis was uit het boek, omdat hierna alles anders was en er ineens veel meer gebeurde, ik vond het wel erg jammer dat je lang van te voren al door hebt wat er gaat gebeuren. Dit was ookal zo aan het begin van het boek.
Aan het begin is het allemaal erg wazig en moet je even een paar bladzijden doorlezen voordat je snapt wie wie is, maar je hebt bijna vanaf de 5de regel al in de gaten dat Laurens vrouw is overleden. En daarna is het boek een paar pagina’s eigenlijk niet meer leuk, je weet wat er aan de hand is maar er word nog steeds over gepraat alsof je het nog niet weet.
Laurens is de eerste verteller, helemaal aan het begin van het boek. Ik heb op een of andere manier altijd dat ik meevoel met de eerste persoon die je tegen komt in een boek. Daarna vertelt Gwen, zij vertelt ook dat Beatrijs, Leander en Yaja zijn weggelopen. Vervolgens vertelt Beatrijs, doordat Gwen had vertelt dat ze was weggelopen na die ruzie had ik een best slecht beeld over haar. Maar dat veranderd wel na een paar bladzijdes gelezen te hebben.
Het zijn bijna allemaal wel leuke personages, alleen Leander en Yaja mag ik niet echt, Leander omdat hij helemaal zo spiritueel is en ik daar niet in geloof en omdat hij zich beter voelt dan de rest en hij vindt bijvoorbeeld dat Bobbie’s gevoelens er niet toe doen. Hij vind het ook niet nodig om Yaja een standje te geven als ze weer wat heeft gedaan terwijl Yaja eigenlijk wel wat opvoeding nodig heeft. Yaja mag ik niet echt omdat ze gewoon super asociaal telkens bezig is en het haar ook niet uitmaakt of ze iemands gevoelens kwetst, ze denkt alleen aan zichzelf, een echte probleem puber dus.
Het taalgebruik was over het algemeen goed, het was makkelijk door te lezen. Ze heeft ook geprobeerd om bij Yaja echt ‘pubertaal’ te gebruiken, maar in sommige stukken was het overdreven.
Ook vond ik dat ze allemaal op dezelfde manier dachten en spraken, ze hebben allemaal dezelfde woordenschat en het was niet echt zo dat je duidelijk verschil merkte in de woordenschat van Niels en bijvoorbeeld Gwen, terwijl een kind van zeven meestal minder woorden kent dan een volwassen vrouw.
Vooral de laatste twintig bladzijden vond ik moeilijk door te komen omdat ik allang doorhad hoe het zou eindigen maar ik het toch wel uit wou lezen voor mijn boekverslag.
Ik heb nog een ander boekverslag over dit boek gelezen en diegene vond dat dit boek een echt ‘pageturner’ was waar ik het dus niet mee eens ben. Ook vond hij dat de lezer echt in onzekerheid wordt gelaten, hier ben ik het ook niet mee eens want als je een beetje nadacht terwijl je het las wist je al wat er was gebeurd.
Al met al vond ik het wel een leuk boek om te lezen, maar het was meer dat ik het ging lezen omdat ik toch niks te doen had, dan omdat het zo spannend was en ik het boek niet weg wou leggen.
Recensies
Ik heb twee recensies uitgekozen, één erg positieve en een iets minder enthousiaste recensie.
In de recensie van Arjan Fortuin uit het NRC van 13 november 2004 wordt de roman heel positief beschreven. Hij schrijft:
“Het vakmanschap van Dorrestein is alomtegenwoordig in Zolang er leven is. Steeds weer wordt de spanning opgebouwd om afwisselend te eindigen met een sisser (de baby heeft gewoon buikpijn van een onrijpe banaan) of juist niet (de kinderen pakken de `ontvoering' van een van de volwassenen wat al te hardhandig aan). Hetzelfde geldt voor de afwisseling van ernst en luim in het boek. Het ene moment lijkt Dorrestein er een satanisch genoegen in te scheppen om alle culinaire activiteiten van een van de vrouwen te laten mislukken (`als was er iets duisters in haar relatie tot voedsel, iets wat verhinderde dat ingrediënten zich aan de regels hielden'), even verder schetst ze met veel empathie hoe dezelfde persoon zich een gedroomde steun en toeverlaat toont: `Iedere middag om klokslag vijf uur was ze aan de lijn, een baken, een zegen.'
Dit is een behoorlijk kloppende recensie, hij heeft precies de goede stukjes uit het boek geciteerd. Alleen over die spanning zijn we het dus duidelijk niet eens, maar iedereen ervaart zo’n boek weer anders.
Drie weken later bespreekt Arjan Peters in De Volkrant van 3 december 2004 de roman veel minder lovend. Hij gaat in zijn recensie “De logica van het lot” in op de positie die het noodlot inneemt in het leven van mensen en in dat van de personages van Renate Dorrestein:
“Het is kennelijk niet de bedoeling er satire achter te vermoeden, als deze roman een karrenvracht aan oubolligheden de lezer uitkiepert.”
Zonder op de inhoud zelf in te gaan, bekritiseert hij de opvatting van de personages en die van Dorrestein dat niet het idee dat je door het noodlot getroffen bent, ondraaglijk is. Hij concludeert aan het einde van zijn recensie namelijk:
“Als iets ondraaglijks in het leven moet worden genoemd, dat moet dat zekerheid zijn,: denken dat je alles aankunt, dat ziekte en dood jou overslaan. Als je zo in elkaar steekt, dan kan het lot je vroeg of laat een kwade verrassing bereiden. Dat soort mensen bestaat niet. Behalve in soaps over mensen die nooit een krant inkijken, in documentaires over stumperds die glashard volhouden dat niemand ze heeft verteld dat elke geboorte naar de dood voert en in het wereldvreemde reservaat van Renate Dorrestein. Alleen daar kan het lot nog “zomaar” wrede poetsen bakken. Verder nergens.”
Deze vindt ik minder goed, vooral omdat hij het overlaat komen dat Renate Dorrestein vind dat zekerheid is; “denken dat je alles aankunt, dat ziekte en dood jou overslaan.” Terwijl ze met zekerheid bedoelde; zekerheid dat je vermiste kind weer thuis is, zekerheid dat als je ooit failliet zou gaan je vrienden hebt waar je op kan rekenen en die je maar wat graag willen helpen, zekerheid dat als je problemen hebt je altijd iemand hebt om mee te praten.
Bron.
http://www.scholieren.com/boekverslagen
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen