ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
1. Boekbespreking
a. primaire literatuur
Pleysier, L., De kast, De Bezige Bij, Amsterdam, 1991.
b. secundaire literatuur
Alleene, C., Leo Pleysier: een hoekkast vol herinneringen, in: Het Volk, 7 november 1991.
Hulle, J. Van, Van horen zeggen, in: De Standaard, 24 november 1991.
Koning, M. de, De dingen zijn echt, de mensen van horen zeggen.
Pleysier schrijft alles uit de kast, in: Brabants Nieuwsblad, 19 oktober 1991.
Kuipers, W., Altijd thuis. Leo Pleysier verwijlt opnieuw bij zijn "stemmen van vroeger",
in: De Volkskrant, 1 november 1991.
Lannoy, L., "Zo degelijk en zo sterk en zo schoon." De kast van Leo Pleysier,
in: Gazet van Antwerpen, 29 oktober 1991.
Lorels, H-J., Eksperiment en leuk, in: De Rode Vaan, 21 februari 1992.
Luis, J., ?, NRC: HANDELSBLAD, 3 januari 1992.
Meuleman, B., De schrijver en de familie, Owan, november 1991.
Offermans, C., Je spreekt met het verleden, in: Vrij Nederland, 9 november 1991.
Reynebeau, M., Praten zonder einde, in: Knack, 2 oktober 1991.
Sas, G. t', 'De kast' zwakke afspiegeling van 'Wit is altijd schoon'.
Pleysier neemt er z'n gemak van, in: Brabants Dagblad, 19 oktober 1991.
Nieuwenborgh, M. van, Laatste kolom, in: De Standaard, 29 september 1991.
Verheyen, J., Leo Pleysier. 'De kast'. De dingen die blijven, in: De Morgen, 4 oktober 1991.
Z., G.J., De grote kuis, Leeuwarder Courant, 1992.
?, De universele streekverhalen van Leo Pleysier.
"Ik heb me altijd tegen heimatliteratuur verzet", in: Het Belang van Limburg, 6 november 1991.
?, Een telefoongesprek: wij zitten met het verleden opgescheept,
in: Het Laatste Nieuws, 15-16 februari 1992.
2. Verhaal
2.1 Navertelling / samenvatting
Toen Greet de kast van haar moeder erfde, het pronkstuk uit de ouderlijke boerderij , moest ze ook de inhoud meenemen. En die bestond uit vele oude foto's en documenten, kleine hebbedingetjes, overhemden, doodsprentjes en zelfs een schoenendoos vol met de condoléancekaartjes die de familie ontving bij het overlijden van de moeder.
Met de jaarlijkse "grote kuis" wil Greet de kast eindelijk eens uitmesten. Ze wil niet langer al die spullen bijhouden. Trouwens, haar man zou ze willen gebruiken om zijn klasseurs en verzekeringspolissen in op te bergen.
Nu telefoneerde ze naar haar broer met de vraag of hij wat met die spullen kon aanvangen. Maar de eigenlijke bedoeling van haar gesprek was om nog eens aanspraak te hebben. Want haar man zat naar het voetbal te kijken en soms had ze van die dagen waarop ze amper geleefd had en dat ze toch met iemand moest kunnen spreken.
Maar naast de vele prullen zaten er ook stemmen in de kast die talloze herinneringen opriepen bij zowel zus als broer. Het waren vreemde maar tegelijkertijd vertrouwde stemmen.
De uiteindelijke beslissing over het lot van de kast valt op het einde van het boek, terwijl de voetbalmatch ten einde loopt.
2.2 Verstelstof
We hebben hier niet te maken met een ruimere vertelstof.
Het is wel de bedoeling van de auteur om veel van "zijn land in kering" te laten zien, hoe de veranderingen en soms pijnlijke ingrepen van de moderne tijd de bewoners beïnvloeden, misvormen en elkaar vervreemden. (1)
2.3 Motief – grondmotief of thematiek – leidmotief – titel
motieven:
- Het motief van de grote heimwee naar de dingen die voorbijgaan.
... En ze hadden aangebeld en aangeklopt. Maar net als vroeger werd er ook nu van voren niet
opengedaan. En net als vroeger waren zij getweeën met de fiets aan de hand maar achterom
gelopen. (blz. 48)
............. Zoudt ge nochtans moeten kennen! Maar dat ik het zo te horen toch goed onthouden
had, zei ze, ons spelletje van weleer met die filmsterrenplaatjes. (blz. 89 t.e.m. 94)
- Het motief van het besef van de vergankelijkheid.
Al die namen. Al die gezichten. Al die bescheiden geschiedenissen die smeken om nog eens
verhaald te worden maar waarvoor nu al lang geen vertellers en geen toehoorders meer zijn,
zei ik. (blz. 84-85)
(2)
grondmotief of thematiek:
Het grondmotief is het gezinsverleden, dat in het boek tot leven komt via de inhoud van een antieken hoekkast. (3)
titel:
Er is een verband tussen de titel en de thematiek. Via de kast komen er allerlei herinneringen boven uit het gezinsverleden.
(1) Kuipers, W., o.c.
(2) ?, Een telefoongesprek: wij zitten met het verleden opgescheept
(3) Vervoort, J., o.c., blz. 1
2.4 Symbool
a. Symbolen
Er is één duidelijk symbool dat een leidraad vormt doorheen het hele boek, dat is de kast.
De kast is het symbool van een verdwenen wereld. Ze is een tastbaar overblijfsel van een voorbije tijd, van een bedreigde indentiteit. Het waardevolle van het verleden zit hem niet in de statussymbolen maar in de taal van die tijd, de stemmen van vroeger. Er wordt niet alleen vastgehouden aan het verleden want de kast is ook een bron van vervreemding. Ze gonst nog na, onvriendelijk, onwelkom en niet terzake. De kast heeft de spraak van een andere tijd gekregen doordat moeders gepraat verdrongen wordt door Greets gepraat. (1)
De kast is hier dus een individueel symbool.
b. Motiefwaarde
Via de kast rakelen we het gezinsverleden op.
Vergeelde brieven, oude foto's van mensen die al jaren dood zijn, een portefeuille van grootvader-de-boswachter, meerschuimen pijpen, een zakhorloge, wollen onderbroeken, gestreepte overhemden, speelkaarten, enz.... Het zijn stuk voor stuk stille getuigen van een verleden dat weer tot leven wordt gewekt. (2)
2.5 Andere elementen
motto: "De dingen zijn echt, de mensen van horen zeggen."
In dit moto wordt het belang van de dingen én van de verhalen, elk met zijn eigen klemtonen, weerspiegeld. (3)
Dit moto geldt zeker voor de mensen waarover de zus het in al haar verhalen heeft en ook voor de zus zelf – die wordt via het vertelstandpunt van horen zeggen. (4)
Via de rekonstruktie van een lang telefoongesprek probeert Pleysier het gezamenlijk verleden (de dingen en de mensen) te bezweren. (5)
3. Structuur
3.1 Tekststructuur
In dit boek zijn er 7 hoofdstukken en het telefoongesprek heeft veel weg van een (langgerekte) monoloog omdat de man zelf nauwelijks aan het woord komt.
Er worden veel witregels gelaten waar de auteur de stilte laat wegen. (6)
hoofdstuk 1: Greet gaat op zoek naar een luisterend oor.
Greet belt haar broer op om eens een babbeltje te slaan. Haar man, Wilfried, zit naar het voetbal te kijken en dan mag ze niets zeggen. Ze vertelt over de grote schoonmaak, over Wilfrieds werk, over "Schoentjes Ijs", die bij Georgette moet stoppen als haar lamp brandde, de verkoudheid van haar broer, ...
(1) Reynebeau, M., o.c., blz. 3
(2) Alleene, C., o.c.
(3) Lannoy, L., o.c.
(4) Verheyen, J., o.c., blz. 2
(5) Vervoort, J., o.c., blz. 2
(6) Nieuwenborgh, M. van, o.c., blz. 1
hoofdstuk 2: Herdachte gebeurtenissen.
Greet vertelt dat ze de kast, die ze erfde van haar moeder, schoon aan het maken is. Daarbij komt ze terug op de bewuste avond, een paar weken na moeders dood en begrafenis, waarop de ouderlijke meubelen en het huisraad verdeeld werden onder de familie. Al gauw kwamen de meningsverschillen op. Annemie wou de kast hebben maar lang beraadslagen werd ze dan toch meegegeven aan Greet, omdat die meer plaats had om de kast te plaatsen.
hoofdstuk 3: Kleine tegenslagen verdoezelen de geslaagde avond.
De verhalen bleven opdoemen. Hilde vertelde dat ze een tijdje geleden samen met Rik tot aan het geboortehuis gefietst was. Maar een tegenslag dat dat was! De oude hoeve was verbouwd tot "Tourist Rooms & Cottages". En het waren geen kamers die hier te huur waren, wat Hilde aanvankelijk dacht. Het was een agentschap dat toeristenkamers verhuurde in Denemarken en Ierland. Al bij al dacht Hilde dat moeder toch blij zou zijn dat de verdeling tamelijk vlot verlopen was.
hoofdstuk 4: Nare dingen.
Misschien had Greet de kast liever niet gekregen. Al die oude foto's van mensen die er al lang niet meer zijn, de portefeuille van grootvader-de-boswachter, gestreepte overhemden, een missaal van grootmoeder, brieven van tante non uit China, ... doen veel te veel herinneringen opwaaien. Verder vertelt ze nog over Lord, de hond, die haar gevolgd heeft tot aan de Generale Bank.
In het begin van de week had ze getelefoneerd met Hilde, en zij had Ronny Winter gezien op skivakantie. Oh ja, ze had ook een bezoekje gebracht aan Annemie, die geopereerd was aan haar oor. Maar toen ze daar aankwam was Annemie al uit het ziekenhuis ontslegen.
hoofdstuk 5: Stemmen en namen wijzen naar het verleden.
Greet was dus deze namiddag terug begonnen met de kast. Al de condoléancekaartjes riepen bij haar emoties op. Het was alsof ze uit het binnenste van de kast nu ook zachtjes stemmen hoorde van degenen die al gestorven waren. Het waren tegelijkertijd vreemde maar ook heel vertrouwde stemmen. Stemmen van vroeger, van heel lang geleden. Nu begon de broer ook te vertellen over zijn kindertijd en hoe alles vroeger beter was dan nu. Via verschillende namen doken ze terug in de geschiedenis.
hoofdstuk 6: De eigenlijke vraag.
Nu stelde Greet haar eigenlijke vraag: "Of hij wat met de rouwkaartjes kon aanvangen?" Anders stookte ze ze op.
hoofdstuk 7: Het konijn en de lijster.
Hij zij dat ze van de hoekkast gerust een konijnenhok mocht maken. Maar Greet zij dat Wilfried ze wel zou gebruiken om zijn papieren in op te bergen. Doordat ze over de vuilkar praatten dacht ze terug aan de lijster die vanmorgen tegen haar raam gevlogen was. Daarna werd het stilaan tijd om af te ronden. De voetbalmatch was bijna voorbij en Wilfried zou al beginnen klagen dat ze weer te lang bleef praten.
3.2 Tijdsstructuur
a. Tijd
eeuw: 20ste eeuw
Ze spreken van koekjes van Delacre (blz. 34), van De Financieel Economische Tijd (blz. 70), van VTM (blz. 78), van de Makro, GB, Delhaize, Chiquita, Jaffa, Sunkist, ... (blz. 54)
periode van het jaar: half april, de overgang van winter naar lente ... Maar zij dacht dat het bij hem vooral van de hooikoorts was, zei ze. Want zo onderhand was het daar de tijd van het jaar ook weer voor. (blz. 8)
... De winter waar geen eind meer aan lijkt te komen. En met die donkerte en dat gemiezer buiten. (blz.9)
... Zeker nu met dat guur weer van de laatste dagen. ...
... Want dat is dan half april ... En deze middag, toen ze op een bepaald moment door het venster naar buiten keek, stelde ze vast:
één: nu sneeuwt het
twee: vriest het
drie: schijnt de zon en
vier: waait het (blz. 104)
periode van de dag: avond
... En 's avonds pompaf voor zijn teevee wilde hij dan gewoonlijk ook met rust gelaten worden, zei ze.
Vanavond zeker, nu er weer voetbal op is. (blz. 10)
b. Tempo
Het gaat hier om een telefoongesprek waar onze vertelde tijd dus gelijk is aan de verteltijd.
De vertelde tijd heeft de lengte van een voetbalwedstrijd, namelijk 1 uur en 30 minuten. De verteltijd is 106 bladzijden en ongeveer 1 uur en 30 minuten.
Als Greet een verhaal begint te vertellen krijgen we vertragingen.
structuur:
In de beschrijving van de boedelverdeling is geen echte kern, geen doel, geen hoogtepunt in te ontdekken. (1)
Anders vinden we geen echte structuur terug in de flashbacks.
c. Tijdsafwijkingen
- flashback:
We krijgen hier veel flashbacks omdat er herinneringen opgehaald worden van vroeger.
- flashforward:
We hebben niet te maken met vooruitwijzingen.
(1) Luis, J., o.c.
- innerlijke monoloog:
Eigenlijk is het hele boek een soort (langgerekte) monoloog, uitgesproken door de zus, Greet.
De monoloog geeft een verrassend scherp beeld van Greet. Ze roept de wereld op van gewone mensen, met alle vreugde, verdriet, tekortkomingen, vooroordelen en waanwijsheden die daarbij horen. (1)
d. Frequentie
Vooral in het begin werken de herhalingen zoals "zei ze" en "zei ik" storend. Maar nadat je eraan went stel je vast dat die 'litanieën' twee resultaten hebben.
1) De erkenning van de vondst een direkte stijl, toch met golven indirekt, te laten overkomen.
2) De verwijzing naar de Vlaamse manier van spreken. ("Zei ze zo tegen mij"). (2)
"De Kast" is geschreven in een soort door Algemeen Nederlands aangetast dialekt.
De volkstaal. (3)
3.3 Spanning
a. structuur
- prospectiviteit: We krijgen geen enkele vooruitwijzing
- contrast: We hebben geen grote contrasten tussen de personages. Ze stammen allemaal uit
dezelfde familie en hebben zo karakters die nogal goed bij elkaar aansluiten.
- conflict: Eén keer wordt er een verhaal verteld waar zich een licht conflict voordeed. Namelijk bij de boedelverdeling van moeders huisraad en meubelen. Annemie mocht twee kasten hebben in plaats van de hoekkast maar ze wou dit niet aannemen. Zo ontstond er een licht conflict tussen Robert, gesteund door de rest van de familie, en Annemie. Toen was er wel een lichte spanning aanwezig.
b. informatieverdeling
- kennisvoorsprong: We weten dat Greet de kast zal krijgen en niet Annemie.
- kennisachterstand: We hebben niet te maken met kennisachterstand.
- vertraging: We krijgen een lange, vervelende discussie over de verdeling waardoor we ons geduld stilaan verliezen.
c. identificatie
We zullen automatisch meer aan Greet gehecht zijn omdat zij de spraakwaterval is en haar broer bijna niets zegt. Als hij dan toch iets zegt, wanneer het over de stemmen uit de kast gaat, geraakt Greet niet meer uit haar woorden. We zullen medelijden hebben met Greet en in onszelf ook denken dat hij moet zwijgen omdat hij dat al de hele tijd doet.
(1) G.J.Z., o.c.
(2) Lorels, H.-J., o.c.
(3) Nieuwenborgh, M. van, o.c., blz. 1
leesverslag 1 (deel 2) 18/11/99
4. Personage
subject
Greet, dit is de praatgrage zuster van de ik-figuur.
Ze dramt alles af, met ritmiek en met retorische knepen. Ze ratelt zonder ophouden en over alles wat haar te binnen schiet. We hebben te maken met een "taalteveel". (2)
De lange stiltes intimideren haar enerzijds maar stimuleren haar anderzijds. (3)
object
Enerzijds wil ze graag eens haar hart luchten en telefoneert ze om te vragen of haar broer niets met de kast of de rouwkaartjes kan aanvangen. (1) Anderzijds gebruikt ze haar broer gewoon: ze belt hem op omdat ze aanspraak nodig heeft terwijl haar man niet bereikbaar is vanwege voetbal op tv.
Ze neemt de moederrol over als oudste zus en ze voelt dat de familie enkel door oude verhalen te blijven vertellen bijeengehouden kan worden. (2)
... En of ik toch nog wel wist zeker, vroeg ze, dat ze nog zo vol zat als een ei, die kast, toen ze verhuisd was naar Mechelen? Want wat daar allemaal nog in zat!
Dat ik me daar zo het een en het ander nog wel van herinnerde ja.
En of ik me ook toch nog wel herinnerde zeker hoe het kwam dat die kast bij haar was beland?
Jazeker, zei ik. Dat ik me dat zeker nog herinnerde, want dat ikzelf toch ook aanwezig was ... (blz. 17)
begunstiger
De broer of de ik-figuur is hier de begunstiger. Hij treedt op als een sober klankbord. Aan de andere kant van de lijn onderbreekt hij slechts af en toe zijn ratelende zuster om te laten merken dat hij er nog altijd is. (3)
Hij stuurt als het ware het gesprek door 'Jaaja'. 'Ahzo'. 'Dat zou kunnen'. te zeggen. (1)
Hij wordt in de rol van toehoorder gedwongen doordat Greet haar taal uitstort over de ik en dit vooral figuurlijk, hij krijgt nauwelijks zelf een recht op antwoord. (4)
De rouwkaartjes moet hij niet hebben, dus haar vraag wordt beantwoord.
tegenstander / helper
- We hebben niet echt te maken met een tegenstander maar je zou kunnen zeggen dat Wilfried, haar man, haar wel flink doet twijfelen. Hij wil de kast gebruiken om zijn verzekeringspolissen in op te bergen en zegt dat ze de inhoud maar moet verbranden. Ze kan dat niet over haar hart krijgen en daarom gaat ze op zoek naar een helper, de broer, die toch een deeltje van de kast zou willen overnemen.
- Wilfried is ook niet bereikbaar voor een praatje dus gaat ze haar hart luchten bij haar broer.
(1) Meuleman, B., o.c.
(2) Verheyen, J., o.c.
(3) Nieuwenborgh, M. van, o.c.
(4) Het Belang van Limburg, o.c.
5. Vertelperspectief
We hebben te maken met een handelende ik-verteller.
Het gaat hier om een telefoongesprek dat wordt naverteld.
Greet is weliswaar voortdurend aan de praat maar de ik is de verteller. Hierdoor wordt het mogelijk om essentiële informatie in de tekst te verwerken maar ook om een afstand te kreëeren waardoor het beeld van de ik versterkt wordt als iemand die zijn zus doorheeft en haar spraakwaterval gewillig ondergaat. Hij moet geduld met haar hebben, ze is tenslotte zijn zuster. (1)
Greet gaat terug op verhalen die anderen haar verteld hebben, maar die anderen vertelden vaak ook verhalen van "horen zeggen". Greet vertelt die door aan het ik via de telefoon, het ik vertelt die na in het boek. (2)
Alhoewel de ik-persoon niet veel zegt neemt hij toch aan dit gesprek deel door het gesprek te leiden. Eén keer neemt hij het woord over en daardoor raakt de zus haar draad kwijt. (1)
... Vertel eens, zei ik.
Welja, want dat ze bijna klaar was met ............
... Dat ik zou proberen wat luider te praten, zei ik. (blz. 11 t.e.m. 15)
6. Plaats en ruimte
6.1 Plaats
a. continent – land – landstreek
continent: Europa
land: België (blz. 53)
landstreek: Kempen, Limburg
b. plaatsen
Het zijn allemaal echte plaatsen zoals
Lier, Antwerpen, De Schelde, Het Rubenshuis, Brussel, Het Atomium, Brugge, ... (blz. 53)
c. fauna & flora
Er wordt niet veel verteld over de fauna en flora.
Alleen tijdens de fietstocht van Hilde en Rik is er oog voor de natuur.
... Hoort de vogeltjes al eens fluiten! Ziet die weide daar er al eens helemaal geel uitzien van de boterbloemen! En ziet dat Engels gras daar eens blauw staan! (blz. 46)
(1) Verheyen, J., o.c.
(2) Het belang van Limburg, o.c.
d. sociale, economische en politieke situatie
Hier wordt niets over vermeld.
We kunnen wel de sociale status afleiden van de familie.
"De telefonade levert in de eerste plaats een prachtig en emotionerend familieportret op van een Vlaamse ex-boerenfamilie die nu uit elkaar is gespat, en vereenzaamd en vreemd aan de buren in villaatjes aan de rand van de stad woont, huizen met grote ramen met dik glas waar de vogels zich te pletter tegen vliegen. Of die een onderkomen heeft gevonden in kleine stadsappartementjes met lage plafonds waar de hoekkast, het familieverleden, niet eens binnen kan." (1)
6.2 Ruimte
§ Hilde gaat terug naar haar geboortehuis in Adinkerke en vindt daar nog rustige, kleine wegen tussen den akker en den boer. (blz. 46)
§ Je zou kunnen zeggen dat de ruimte in de kast een bepaalde symboolwaarde heeft.
"Want op haar knieën gezeten voor die geopende kast, had ze haar hoofd helemaal naar binnen gestoken en ze had zo eens een paar keren diep door haar neus ingeademd. Alsof ik met huid en haar door die kast opgeslokt en verslonden werd! zei ze." (blz. 68)
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.