
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 21 november 2007 |
Niveau: | 2 havo/vwo |
Taal: | |
Woorden: | 2100 |
Opvragingen: | 436 (12 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Morgen ben ik beter |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1987 |
Aantal pagina's: | 218 |
Prijs: | Winnaar Kinderjury 13-16jaar 1988 |
Auteur: | |
Geslacht: | man |
Nationaliteit: | Nederlands |
Geboren: | 12 juli 1937 |
Overleden: | 07 april 1994 |
Informatie: | |
Populaire titels: |
|
| ... | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
7. Morgen ben ik beter | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
... meer | |

De Titel:
Waarom heet de titel van het boek ‘Morgen ben ik beter?’ Het boek gaat over een meisje dat ziek wordt. Ze wordt met de dag zieker. Ze moet dus naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis krijgt ze alleen maar onderzoeken. Ze vindt dat ze er alleen maar zieker van wordt en neemt een belangrijk besluit. Ze gaat naar huis en gaat niet terug naar het ziekenhuis. Het boek heet ‘Morgen ben ik beter’ want Mariëlle denkt dat ze morgen gewoon weer beter is en uiteindelijk wordt ze ook weer beter, ze gaat gewoon weer naar school.
Schrijver:
De schrijver is Evert hartman. (Dedemsvaart, 12 Juli 1937 – Hoogeveen 7 April 1994). Hij verhuisde op z’n tiende. Hij was 7 toen de oorlog uitbrak. Hij is na de oorlog in 1947 verhuisd naar Kampen. Toen ging hij naar de HBS, heeft z’n diploma gehaald. Daarna moest hij in 1958 in Militaire dienst. Na die tijd ging hij sociale geografie studeren in Utrecht. Tijdens deze studie werd hij leraar Aardrijkskunde aan het Menso Alting College in Hoogeveen. Dit beroep heeft hij ook 30 jaar volgehouden. Hierna heeft hij zich volledig op het schrijven gericht. In 1965 trouwde hij en werd doctorandus in de sociale geografie. Hij heeft vele kinderboeken geschreven waarvan 4 bekroond zijn door de Nederlandse Kinderjury en 1 kreeg de Europese Jeugdboekenprijs. Hier een lijst met zijn boeken:
1973 - Signalen in de nacht
1975 - Machinist op dood spoor
1977 - De laatste stuw
1979 - Oorlog zonder vrienden - Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur 1980
1980 - Vechten voor overmorgen
1982 - Het onzichtbare licht
1984 - Gegijzeld
1986 - Buitenspel
1987 - Morgen ben ik beter - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1988
1988 - Het bedreigde land - Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1989
1989 - De droom in de woestijn - Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1990
1991 - Niemand houdt mij tegen - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1992
1993 - De voorspelling - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1994
1994 - De vloek van Polyfemos - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1995
Inhoud:
Christa stootte haar vriendin Mariëlle aan. ‘Wat heb jij?’ ‘Ik voel me niet zo lekker.’ ‘k Heb hoofdpijn en ik ben duizelig.’
Mariëlle wordt ziek op school. Christa, haar beste vriendin brengt haar naar huis. Christa denkt dat het een griepje is. Mariëlle d’r overbezorgde moeder belt meteen de dokter. De dokter bevestigd dat Mariëlle een griepje heeft. ‘Dag Mariëlle, ik ga weer naar school.’ ‘Morgen ben ik weer beter.’ ‘Dat beloof ik’
Ik vind dat Mariëlle een erg overbezorgde moeder heeft.
Maar de volgende dag bleef Mariëlle’s plaats in de klas leeg. Wat had Mariëlle? Ze had toch beloofd dat ze weer beter zou zijn? Zou ze erg ziek zijn? Maar het ging toch weer beter met haar toen ze gisteren bij Mariëlle was? Ze moest niet zo ongerust zijn. ‘Jongens we gaan stoppen’ zegt meneer Werkman. Christa gaat gelijk door naar Mariëlle.
Christa is een goede meid die om haar vriendin geeft.
‘Hoe gaat het met je?’ vraagt Christa. ‘Het gaat wel’ antwoord Mariëlle. ‘Zaterdag schaatsen?’. ‘Daar komt niks van in’ komt Mariëlle’s moeder ertussen.
‘Wel als ze beter is’, antwoordt Christa. ‘Voorlopig moet Mariëlle rusten.’ ‘Maar ik moet gaan.’ ‘Doei!’. ‘Stom mens!’ denkt ze.
Hoe Mariëlle het bij zo’n moeder volhoud!
Christa wordt in haar gedachten woedend op Mariëlle’s moeder. Het is goed dat ze zich inhoud.
Als Christa thuiskomt krijgt haar broertje Thijs een woedeaanval. Thijs krijgt vaak woedeaanvallen. Christa weet hiermee om te gaan. Thijs wil niet meer naar school, hij wordt ‘ziek’ van school.
Thijs is een brugklasser die niet meer naar school wil. Hij heeft vaak woedeaanvallen.
Als Mariëlle steeds duizeliger en zieker wordt, belt Mariëlle’s moeder voor de 2e keer de dokter. De dokter vind het beter dat Mariëlle naar het ziekenhuis gaat voor onderzoeken.
Een parkeerplaats, een groot bord met ‘BERKENZICHT’ en kleinere bordjes met INGANG BEZOEKERS en OPNAME. Een deken werd over haar heen gelegd. ‘We gaan naar kamer 413’, zei de verpleger. Wanden van gebroken wit, een gladde grijze vloer en een groot raam met uizicht op het postkantoor en het kanaal. Drie bedden, met ertussen een lege plek, waar de verpleger met een handige manouvre Mariëlle bed inschoof en vastzette.
Hier wordt Mariëlle naar het ziekenhuis gebracht voor een lange tijd. Hier zie je hoe ze dat beleeft
De vrouw naast haar zegt ‘Welkom in hotel BERKENZICHT. ‘Ik heet Toos. En jij?’ ‘Mariëlle.’ ‘Mariëlle…! Wat een prachtige naam, klinkt als muziek! Eerst even kennismaken met de andere gasten. Die voorname dame naast jou is Nora en helemaal bij het raam dat is Hetty.
Mariëlle’s kamergenoot Toos is een aardige vrouw die haarzelf en de anderen aan Mariëlle voorstelt.
Zondagavond, kwart voor zeven. De gangen van Berkenzicht waren bijna verlaten, toen Christa op weg was naar de kamer waar Mariëlle lag. Ze verliet de lift, zocht de nummers en klopte even later aan bij kamer 413.
‘Hoi Mariëlle’ ‘Hoe is het?’ ‘Hoi Chrissy, ik ben blij dat je er bent.’ ‘Ze gaan m’n oren waarschijnlijk doorprikken…’ Koen en z’n kamergenoot Michael zijn een weekend bij ons, ze willen nog een keer bij je komen om te kijken wat je hebt.’ ‘Je weet toch nog wel dat m’n broer voor dokter studeert?’ ‘Jawel, wat leuk!’ ‘Is die Michael een leuke jongen dan?’ ‘Ja, ik ben wel een beetje verliefd...!’
Christa is verliefd op Michael. Michael is een rustige en geduldige jongen waarvan je iets kunt leren.
Ging Thijs daar nou over het schoolplein? Zou hij een vrij uur hebben? Of zou hij eruitgestuurd zijn. Eruitgestuurd worden behoorde op het Luthercollege tot de alledaagse dingen. Daar lag niemand wakker van. Maar Thijs…
‘Christa hoor je me niet?’ ‘Wat zeg je? O, eh…’ ‘Ik vroeg of je Thijs ook gezien hebt’ Zou ze het vertellen- dat ze dacht die-ie eruit gestuurd was? ‘Nee, ik heb hem niet gezien.
Thijs wil niet meer naar school en spijbelt hier van school. Christa weet het. Ze zegt niks. Christa is een zus die Thijs kan vertrouwen.
‘Hallo Mariëlle’. ‘Ik zal even naar je oren kijken’ ‘Je oren hoeven niet te worden doorgeprikt’ ‘Maar ik wil graag een EEG-onderzoek doen.’ ‘Dat is een hersenonderzoek.’ ‘Je moet dan bij dokter Gruyters zijn.
Mariëlle zal een hersenonderzoek krijgen. Mariëlle wordt hierdoor erg onzeker.
‘Hoi Mariëlle’ ‘Is erik al geweest?’ ‘Hij heeft z’n been gebroken.’ ‘Erik is nog niet geweest, hopelijk komt hij nog even kijken’ ‘Vind ik wel gezellig!’ ‘Trouwens, ik moet een hersenonderzoek laten doen...’
Hier zie je dat Christa heel blij is en dat Mariëlle heel onzeker is over dat hersenonderzoek
Die avond kon Mariëlle niet in slaap komen. Hetty lag te snurken en ze lag maar te piekeren. Tot mariëlle opeens gekerm hoorde. Zou er iemand op sterven liggen? Moest ze iemand waarschuwen? Opnieuw hoorde het gekerm. Opeens wist ze het, ze ging kijken. En daar ging ze sluipend over de gang naar de kamer naast haar.
Mariëlle kan niet in slaap komen van het gekreun in de kamer naast haar. Ze gaat kijken…
Ze duwde de deur los en stond vlak voor een bed waar een oude man in lag. Was dit de mandie telkens zo kreunde? Ze ging dichterbij de man staan om hem te verstaan. Het kwam er zacht uit ‘Zuster… ik ben bang.’ Mariëlle wilde weggaan. Maar de man hield haar tegen. ‘Zuster ga niet weg.’ En opeens begon de man een heel verhaal. ‘Ik ben zo bang...’
Mariëlle gaat kijken wat daar zo kreunt. Het is een man met grijswit haar. Ze betekent veel voor de man. De man krijgt nooit bezoek.
‘Hoi Mariëlle’ ‘Ik zit me hier toch alleen maar in het ziekenhuis te vervelen dus ik dacht ik ga even bij Mariëlle kijken hoe het met haar is.’ ‘Ga je een eindje met me rijden in m’n superrolstoel?’ Mariëlle aarzelde. Met Erik wist je nooit waar je aan toe was. ‘Ik wil graag mee!’ Toos zwaaide onverwachts haar benen buiten bed en trok haar kamerjas aan. ‘Ik ga even kijken waar ze naartoe gaan…’
Erik is een jongen uit Mariëlle’s klas en hangt altijd de bink uit. Mariëlle vind alles aan hem toneel.
Erik was naar beneden naar de kinderafdeling gegaan. ‘Een belangrijk bericht voor alle kinderen in het ziekenhuis!’ schalde Erik ‘Vandaag houden we een verkiezing. ‘De patiënt van de maand!’ ‘De andere kinderen en Toos schitterden!’
Hier zie je dat Erik ook een jongen met een goed hart is Toos en de kinderen blijmaakt.
Als Mariëlle steeds meer onderzoeken krijgt ontsnapt ze uit het ziekenhuis en gaat weer naar school
Hierin zie je dat Mariëlle veranderd is, ze komt op voor haar zelf. Ze heeft een eigen wil en gaat.
Personages/Hoofdpersonen :
De hoofdpersoon is Mariëlle Huybregts. Want je ziet het merendeel van het boek door haar ogen. Ze is een stil meisje en gehoorzaamt haar ouders. Ze houdt veel van haar kat Flexie. Als ze ziek wordt, constateert de dokter dat het een griepje is. Maar als ze steeds zieker wordt, vindt de dokter het beter dat ze naar het ziekenhuis gaat om haar te laten onderzoeken. Ze gaat naar het ziekenhuis. Ze krijgt onderzoeken en steeds meer onderzoeken. Maar de onderzoeken geven haar niks geen zekerheid. Ze komt op voor zichzelf en ontsnapt uit het ziekenhuis. Later gaat ze ook gewoon weer naar school.
Personages/Bijpersonen:
De belangrijkste bijpersoon is Christa. Christa is de beste vriendin van Christa. Er wordt ook over de thuissituatie bij Christa geschreven enz. Christa is een lief persoon die om haar vriendin en haar broertje geeft.
Ook is Mariëlle’s moeder een belangrijk bijpersoon. Ze is de moeder van Mariëlle. En is een hele overbezorgde moeder. Ze verbiedt Christa nog bij Mariëlle te komen.
Thijs is ook een belangrijk bijpersoon. Thijs is het broertje van Christa. Hij wil niet meer naar school. Dus gaat hij elke dag studeren bij de bibliotheek. Als Koen en Michael een weekend logeren, die voor dokter studeren, lijkt Thijs dat ook wel een mooi beroep. Hij gaat later in het boek wel weer naar school.
Verder zijn de kamergenoten van Mariëlle ook belangrijke bijpersonen.
Haar kamergenoot Toos Wijna is een bijdehante dame. Ze spreekt de dokters tegen en schreeuwt tegen de verpleegster. Maar ze is een goed mens die mariëlle een hart onder de riem steekt.
Haar andere kamergenoot is Hetty Loohuizen. Ze is een stille kamergenoot die snurkt.
Nora Singer is christelijk en komt op voor haar geloof. Ze heeft vaak discussies over het bestaan van God met Toos.
Tijd: Het verhaal speelt zich in de winter af. Het is ong. van deze tijd. Ze gebruiken hier al een CT-scan en een EEG-onderzoek. Het verhaal duurt ong. 2,5 maand.
Plaats:
Op school wordt Mariëlle ziek. Het verhaal speelt zich in het ziekenhuis Berkenzicht. Mariëlle ligt in kamer 413. Mariëlle moet voor extra onderzoeken naar het Academisch ziekenhuis. En ook bij Mariëlle en Christa thuis speelt het boek zich af.
Thematiek:
De thematiek van het boek is dat Mariëlle ziek is. Mariëlle moet steeds onderzoeken doen. En de vriendschap tussen Christa en Mariëlle is ook thematiek. Christa is de beste vriendin van Mariëlle. Ze kan met Mariëlle overal over praten.
Mijn Mening:
Wat heb ik geleerd?
Ik heb geleerd dat je geduldig moet zijn en doorzettingsvermogen. Mariëlle moet in het ziekenhuis blijven voor onderzoeken. Steeds meer onderzoeken en niks geen zekerheid. Maar ze blijft doorzetten. Ook heb ik geleerd dat een goede vriend/vriendin je ook veel steun kan geven. Mariëlle en Christa hebben een bijzondere vriendschap. Christa steunt Mariëlle bij haar ziekte.
Mooiste gedeelte:
Het mooist gedeelte vind ik dat Christa in het ziekenhuis komt en Mariëlle in haar kleding klaar staat om te vertrekken. Blz. 208-212.
Het Leerproces:
Hoe was het om dit verslag te maken?
Het was erg leerzaam om dit verslag te maken. Het was ook erg moeilijk om dit verslag goed in mekaar te zetten.
Wat doe ik de volgende keer anders?
Misschien doe ik de samenvatting op een andere manier. En wat er nog niet goed is de volgende keer beter.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.