
Geschreven door: | anoniem [meer] |
Datum ingestuurd: | 19 november 2007 |
Niveau: | 5 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 3132 |
Opvragingen: | 1781 (60 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Lotte Weeda |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 2004 |
Moeilijkheidsgraad: |
|
Thema: |
Auteur: | |
Geslacht: | man |
Nationaliteit: | Nederlands |
Geboren: | 23 november 1944 |
Informatie: | |
Populaire titels: |
|
1. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
2. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
3. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
4. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
5. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
6. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
7. Lotte Weeda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |

Motivatie
Ik heb dit boek gekozen omdat het behoorlijk intrigerend leek vanaf de achterkant. Het lag toevallig bij ons thuis in een kast en ik was op zoek naar een boek. Op de achterkant staat dat ‘door alle tragikomische verwikkelingen heen is er ook, omdat dood en liefde zijden van hetzelfde geldstuk zijn, sprake van halve en hele verliefdheden. En op de achtergrond voltrekken zich de rampzalige gevolgen van een waanbeeld op overheidsniveau: er breken veeziektes uit waarbij miljoenen dieren geruimd worden.’ Dit is ongeveer in het kort waar het boek overgaat en dat is toch wel erg boeiend om een boek over te lezen.
Verwachting
Ik verwacht dat het niet zomaar een boek is dat je zo even vlug uitleest, maar dat je er wel even voor moet gaan zitten. Het lijkt mij wel een boek dat wel serieus op dingen ingaat en niet hap-slik-weg is. Het zijn natuurlijk ook geen onderwerpen die heel vlug gaan. De dood is niet iets waar men licht over nadenkt en dat zal in dit boek niet anders zijn. Verder verwacht ik dat het ook wel heel komisch kan zijn. Dat het best af en toe lachwekkend is. Dat is namelijk vaak zo bij boeken die erg serieus zijn, daar zit vaak wel een vrolijke noot tussen.
Eerste reactie
Nou, het is zeker geen hap-slik-weg-boek. Ik ben er wel even mee bezig geweest, hoewel het voor mijn doen niet zo’n dik boek is. En ik had zeker gelijk dat het geinig is. Er zitten echt stukken in waar ik helemaal dubbel om lag. Maar het is sowieso een heel mooi boek. Je kruipt in de gedachten van een man die zijn vrouw kwijt is en daarom toch wel los is en op veel vrouwen uit zijn dorp verliefd wordt. Alsof er zoveel vrouwen daar zijn.
Ik heb de samenvatting van de Uittrekselbank en de recensies van Literom.
Samenvatting
Titel: Lotte Weeda
Geschreven door: Hart, Maarten 't Auteursinformatie
Jaar: 2004
Taal: Nederlands
Vorm: Roman
Periode: 1980-
Thema: Angsten , Dorpsleven , Waandenkbeelden
Bron: Kraan, Reyer
Uitgever: Biblion Uitgeverij
Samenvatting
Voor deze bespreking is gebruikgemaakt van: Maarten 't Hart, Lotte Weeda . Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2004 .
In Lotte Weeda doet een ongeveer zestigjarige anonieme bioloog als ikverteller verslag van wat zich gedurende een periode van ruim drie jaar afspeelt in zijn woonplaats, het Zuid-Hollandse dorp Monward, en (vooral!) van zijn eigen aandeel in het dorpsgebeuren.
Het begin is verrassend genoeg. Terwijl de bioloog naakt poseert voor een lokale kunstschilderes, verschijnt er een beeldschone vrouw met een Indonesisch uiterlijk. Het is Lotte Weeda, 42 jaar oud - maar ze ziet eruit als 24 -, van beroep fotografe. In haar eigen woonplaats heeft ze een fotoboek gemaakt van de meest karakteristieke inwoners. Het is een groot succes geworden. Nu wil ze in Monward foto's maken om een dergelijk boek samen te stellen van de tweehonderd meest bijzondere dorpsbewoners.
De bioloog is meteen zeer gecharmeerd van de fotografe. Hij biedt aan haar in Monward rond te leiden en in contact te brengen met mensen die een plaatsje in haar fotoboek verdienen. En passant laat hij blijken dat hij wereldwijd naam heeft gemaakt met een boek over seks, De roekeloze buiteling . Ze ruilen een exemplaar van haar eerste fotoboek tegen zijn seksboek. Op grond daarvan vraagt zij hem een voorwoord te schrijven voor het fotoboek over Monward. De kopij moet eind september binnen zijn: het fotoboek staat gepland voor het volgend voorjaar. (Later blijkt het september te worden.)
Terwijl Lotte foto's maakt en haar boek samenstelt, wordt de bioloog geconfronteerd met de perikelen van het zeer welgestelde echtpaar Abel en Leonora. Vanaf het moment dat Lotte Abel heeft gefotografeerd, is hij niet alleen hopeloos in de ban van de fotografe, maar is hij ook zó zijn hoofd kwijtgeraakt, dat hij het waanidee koestert dat hij niet de vader van zijn kinderen is. Hij scheldt zijn vrouw uit voor 'stoephoer' en 'superslet' (p. 62) en is er niet vanaf te brengen, dat de kinderen het resultaat zijn van Leonora's vreemdgaan.
Bovendien hebben zij de zorg op zich genomen voor een slang die hun kleinzoon heeft meegebracht van de Balkan. De slang ontsnapt uit het terrarium. Het dorp raakt in rep en roer. Hoewel de bioloog tot voor de tv toe uitlegt, dat het om een scheltopoesik gaat (een ongevaarlijke hazelworm, een pootloze hagedis), blijven de media beweren dat er sprake is van een uiterst gevaarlijke gifslang. Bemoeienis van talloze autoriteiten en deskundigen en grootscheepse zoekacties zijn het gevolg. Het duurt weken voordat officieel bevestigd wordt, dat alle paniek het gevolg is geweest van een loos gerucht. Eindelijk verdwijnt de angstpsychose.
Op 15 september wordt Lottes fotoboek, getiteld Sluitertijden , gepresenteerd in de stampvolle Hervormde kerk. Meer dan 500 dorpsbewoners zijn op het evenement afgekomen. Getweeën signeren Lotte en de bioloog de boeken. De hele oplage gaat die avond over de toonbank. Trotse dorpelingen bewonderen hun eigen afbeelding. Boze inwoners daarentegen uiten hun woede of teleurstelling dat ze niet in het boek staan. Na afloop vraagt Lotte of de bioloog met haar meegaat naar Atjeh, waar zij een fotoreportage gaat maken, maar hij weigert.
Enkele maanden later - 'diep in december' (p. 109) - overlijdt Abel. Voor een van de geportretteerde Monwarders, Taeke Gras, een steile Fries, is dit aanleiding om naar de bioloog te gaan met de volgende theorie: wie in het fotoboek staat, loopt een verhoogd overlijdensrisico. Taeke heeft uitgerekend dat sinds het verschijnen van het fotoboek, drie maanden geleden, tien geportretteerden zijn gestorven. Dat betekent: veertig per jaar; binnen zeven jaar zullen dus alle tweehonderd door Lotte gekiekte Monwarders dood zijn.
De bioloog gelooft er niets van, spreekt van toeval en wijst op het feit dat Lotte vooral (hoog)bejaarden heeft gefotografeerd. Maar al gauw gaat Taekes theorie als een lopend vuurtje rond. Sirena, de Somalische eigenares van een schoonheidssalon, vertelt aanvullend sterke staaltjes van goena-goena. En al gauw is Monward in de greep van een nieuwe collectieve hysterie: wie in het boek staat, geldt als Todeskandidat .
Nieuwsgierig naar de situatie in het dorp waar Lotte haar eerste fotoboek gemaakt heeft, fietst de bioloog erheen. Het resultaat, van de geportretteerden leeft vrijwel niemand meer, maakt hem toch wat ongerust. Dat gevoel wordt nog versterkt, als Sirena wanhopig bij hem komt met het bericht dat in Nepal een vliegtuig is neergestort. Alle inzittenden zijn omgekomen, waaronder een Nederlands echtpaar met twee kinderen. Ze staan alle vier in het fotoboek! De bioloog is zo van slag, dat hij Sirena prompt zeer gewelddadig neukt. Daarna bekent ze hem dat ze 'een trans' is (p. 155), een omgebouwde man.
Taeke Gras organiseert een bijeenkomst van verontruste gefotografeerden. Inmiddels zijn er namelijk al 48 overleden. Maar de opkomst is teleurstellend. Dan gaat Taeke bij de dominee zijn eigen begrafenis regelen. De bioloog zal te zijner tijd het orgel bespelen. Kort daarna probeert Taeke zichzelf te verdrinken, maar hij wordt gered. Wel is hij er slecht aan toe en belandt in het ziekenhuis, ook al omdat hij ernstig aan prostaatkanker lijdt.
Twee maanden later sterft Taeke. Zijn familie uit Friesland komt over, hoewel de onderlinge verhoudingen ronduit vijandig zijn. De oudste broer 'herdenkt' Taeke met een schandalige toespraak. Wanneer het echt de spuigaten uitloopt, begint een dement zusje 'Veilig in Jezus' armen' te zingen; de organist (de bioloog die het verhaal vertelt) valt in; de kerkgangers gaan meezingen en de kwalijke broer druipt af. Zo redt de bioloog-organist de situatie. De vrouwelijke predikant Maria beloont hem met een stevige omhelzing en drie zoenen.
Veel onheil wacht de bioloog in het vervolg. Hij moet op korte termijn 500 exemplaren signeren van de Duitse vertaling van zijn seksboek. Omdat hij pertinent weigert zelf per auto naar Bremen te rijden, brengt een vrachtauto de boeken bij hem. De wagen kan echter zijn huis niet bereiken door een dikke overhangende tak. De boeken - 20 dozen met 25 stuks - worden dan in de berm gedeponeerd. De bioloog is zo goed niet of hij moet al die dozen met zijn kruiwagen naar zijn huis brengen, ze daar uitpakken en signeren. Tot na middernacht is hij bezig met de klus.
Om de volgende dag wel bereikbaar te zijn, gaat hij al vroeg aan de slag om de tak af te zagen. Wanneer die afbreekt, valt de bioloog met de draaiende kettingzaag van de ladder. Ternauwernood ontsnapt hij aan de dood. Dat gebeurt opnieuw, als hij kort daarna voor de tv moet optreden in een programma over klonen. Vanuit Hilversum haalt een taxi hem op. Het wordt een ware dodenrit. De chauffeur rijdt ongelooflijk roekeloos. Diens hobby in de vrije avonduren is: spookrijdertje spelen op de snelweg. Tijdens de tv-uitzending zit de bioloog nog steeds hevig te beven en te zweten.
De vogelpest vormt een nieuwe bedreiging. Enkele ambtenaren en een veearts komen hobbykippen bij hem zoeken. Die zijn er niet. Dan richten zij hun aandacht op zes bij hem ondergedoken ganzen. De dieren weten te ontkomen in de wetering. Ter assistentie opgeroepen politieagenten gebruiken hun dienstwapen, maar schieten mis.
Veel ernstiger is echter voor hem dat hij bij het werken in zijn tuin gestoken wordt door een zwerm wespen en een anafylactische schok oploopt. Kruipend bereikt hij nog net de keukendeur en valt meer dood dan levend neer op de stenen vloer. De volgende ochtend blijkt hij nog te leven. Opgelucht constateert hij dat hij kennelijk tot de twee procent gelukkigen behoort die een anafylactische schok overleeft zonder medische hulp.
Maar eind goed al goed. 'De tweede zondag in november' (p. 264), na een afwezigheid van ruim twee jaar, staat opeens Lotte voor zijn neus. Zij is met moeite uit Indonesië weggekomen en wordt waarschijnlijk door de autoriteiten gezocht. Daarom is ze van Schiphol rechtstreeks naar hem toegekomen in de hoop een poosje bij hem te kunnen logeren. Bij de houtkachel drinken ze een glaasje wijn. Maar al gauw valt Lotte, doodmoe van reis, op de divan in slaap.
Eindoordeel
A. Onderwerp
Het onderwerp is de dood en de liefde. Het hele boek gaat over een fotoboekje dat is gemaakt door Lotte Weeda. Een voor een overlijden de mensen die in het fotoboekje staan. Dit wordt al snel door de meeste mensen als geen toeval meer gezien. De hoofdpersoon, de ik-persoon, denkt dat het gewoon toeval is, ook omdat hijzelf ook in het boekje staat. De hoofdpersoon begint ondertussen een relatie met een vrouw uit het dorp. Hij vindt wel meer vrouwen dan alleen deze leuk, maar met deze vrouw, een schoonheidssalonhoudster, begint hij een seksuele relatie. De dood en de liefde is natuurlijk een zeer herkenbaar onderwerp. Iedereen maakt deze allebei wel mee. De dood van bijvoorbeeld grootouders en liefde van je eerste vriend(innet)je. Allebei zijn grote dingen die je meemaakt. Bij de dood sta je toch wel even stil van shit, dat gebeurt er dus. En bij de liefde ben je toch wel erg blij. Het zijn twee tegenovergestelden en daarom zie je ze ook vaak samen.
B. De gebeurtenissen
Er waren veel gebeurtenissen maar ook veel gedachten die daarover gingen. Hier ging het echter meer om de gebeurtenissen. Natuurlijk, de gebeurtenissen veroorzaken de gedachten, maar hier werden de gedachten niet zo benadrukt. Er gebeurden heel veel dingen. Zoals de MKZ crisis of de ruiming van de vogels. De hoofdpersoon heeft namelijk een paar geitjes tijdens de MKZ crisis onder zijn hoede genomen en een stel vogels tijdens de vogelruiming. En daar krijgt hij later nog last van. Maar bij sommige gebeurtenissen zijn ook gewoon geen of weinig gedachten. De gebeurtenissen waren vaak niet erg spannend. Er waren wel een paar spannende bij, bijvoorbeeld dat de vriend van de schoonheidssalonhoudster (Sirena) verhaal kwam halen bij de ik-persoon.
‘Hij rende terug, griste zijn paraplu uit mijn hand en holde weg over het grindpad. Ik sloot de bijkeukendeur, deed de knip erop, beende naar de woonkamer en draaide het nummer van Sirena. Ze nam pas op nadat ik de telefoon tienmaal had laten rinkelen.
‘Goddank dat ik je bereiken kan,’ zei ik. ‘Geert is onderweg naar je toe. Die denkt dat ’t fotoboek een vuil zaakje is en dat jij rijke dames chanteert en alle poen voor jezelf houdt. Daarom komt hij verhaal halen.’
Ik hoorde haar zwaar ademen aan de andere kant van de lijn.
‘Of het waar is, weet ik niet, daar moet ik nog eens grondig over nadenken, maar ik wou je toch waarschuwen.’
‘Waar moet ik heen?’ vroeg ze timide.
‘Kom hierheen, achterlangs via ’t moordenaarslaantje. ’t Zal niet zo gauw in z’n kop opkomen dat je bij mij zit. En als hij eventueel weer deze richting uit komt, zorgen de ganzen ervoor dat we tijdig gewaarschuwd worden.’
Geert is de vriend van Sirena die denkt dat Sirena en de ik-persoon een relatie hebben, wat ook zo is maar dat mag hij niet weten omdat hij in het ‘alternatieve circuit’ zit. De gebeurtenissen zijn niet echt schokkend. Je voelt ze meestal al van tevoren aankomen. Het zijn eigenlijk logische vervolgen op wat er daarvoor is gezegd/gedacht/gedaan. Bijvoorbeeld de ophef van de ik-persoon over de ruiming van dieren en dat hij daarna wordt gevraagd om tijdelijk op dieren te passen tijdens de ruiming, totdat het hele gedoe is opgehouden.
C. De personen
In het boek komen niet zoveel mensen voor. De belangrijkste zijn de ik-persoon, van wie de naam niet genoemd wordt, Lotte Weeda die veel mensen op de foto zet, Sirena, de schoonheidssalonhoudster wiens vriend Geert is, en de Gravin Leonora, oftewel Noor, wiens man Abel na de foto van Lotte helemaal gek wordt en denkt dat zijn kinderen niet van hem zijn en dat zijn vrouw vreemd gaat, terwijl dit allemaal niet klopt.
De ik-persoon is natuurlijk zeer belangrijk en Lotte Weeda ook. De ik-persoon heeft geen naam maar vertelt alles. Zijn vrouw is weggelopen met zijn beste vriend en hijzelf vindt dat hij erg lelijk is, hoewel de vrouwen die hij leuk vindt zeggen dat dat niet zo is. Hij vindt wel een aantal vrouwen leuk, namelijk Lotte, Sirena, de dominee Maria en de gravin Leonora. De personages worden niet heel erg diep uitgegraven, maar zijn wel mooi beschreven. Je leert ze wel een beetje kennen en leeft met ze mee. Je hebt Leonora die eerst heel bang is voor haar man en graag naar de ik-persoon gaat, maar zodra haar man Abel dood is, niet meer naar de ik-persoon omkijkt. Of Sirena, de verleidster die het niets uitmaakt dat ze al een vriendje heeft en graag met de ik-persoon gaat, die het ook niets uitmaakt dat Sirena een transseksueel is.
De personen zijn allemaal realistisch. Ik herken mezelf maar voor een klein deel erin, maar dat komt misschien ook omdat deze mensen toch wel een stuk ouder zijn dan ik en dat zij wat meer ‘levenservaring’ hebben. Ik heb me wel vaak afgevraagd, zou ik dat doen, op die manier, en daar kwam toch vaak uit dat ik het ook zo zou doen, dat het wel voor mij de juiste manier leek.
D. De opbouw
Het verhaal was helemaal chronologisch verteld zonder flashbacks/flashforwards. Dit is gedaan door Maarten ’t Hart om het verhaal zo kloppend mogelijk te maken. Dit is ook wel goed, want dan is het verhaal makkelijker te begrijpen. Als het verhaal werd verteld door de ik-persoon iets van 10 of 20 jaar later, dan was het ook wel duidelijk geweest, maar zo leef je echt helemaal mee. Verder vind ik het zelf ook heel prettig om gewoon te lezen zonder flashbacks te hebben. Dan blijf je in het verhaal, dan hoef je niet na een flashback te denken, waar was ik ook alweer? Het verhaal duurt ongeveer 3 jaar, afgaand op de MKZ-crisis, de uitbrekende vogelpest, de aanslag op de Twin Towers (september 2001) en de oorlogssituatie in Atjeh en Irak. Aan het begin van elk hoofdstuk wordt er even wat gezegd over de maand of tijd waarin het boek op dat moment is.
Het einde vond ik wel een beetje tegenvallen. Het past wel bij het boek maar het is een open eind. Lotte komt terug, maar verder. Het laatste is dat ze bij hem in slaap valt en dat hij naar buiten kijkt. Maar hoe gaat het dan met Sirena en hem verder, gaan er nog meer mensen dood die in het boek stonden. Dat laatste is eigenlijk wel logisch want iedereen gaat een keer dood.
E. De thematiek/motieven
Wat veel terug kwam in het boek waren dieren. Het ging om de MKZ-crisis en vogelpest, maar ook dat in het fotoboek de mensen die met dieren op de foto waren geweest, niet dood gingen maar de dieren zelf wel. Ook kwam het geloof veel terug, omdat het dorpje zeer gelovig was. Iedereen ging naar de kerk en de ik-persoon is ook een organist. Verder kan ik niet zoveel vinden en dit is meestal ook mijn slechste onderwerp.
F. Het taalgebruik
Op een stille, zwarte dag direct na de jaarwisseling snoeide ik de sleedoorns langs het pad dat naar mijn erf leidt. Vanuit de vale middagschemer doemde een reus op. Hoewel het amper een graad of twee boven het vriespunt was, droeg hij slechts een zwart colbert. Om zijn hals had hij een zwart-wit geblokte sjaal gewikkeld, met ter hoogte van zijn adamsappel een strakke knoop. Zoals hij, snuivend en stampend en witte ademwolkjes uitstotend met zijn schuin naar voren stekende sjaal in de deemstering kwam aanstappen, leek hij een locomotiefje met sneeuwschuiver uit een ouderwetse western. Elk moment, zo leek het, kon dat locomotiefje met donderend geraas ontsporen. Het was Taeke Gras.
Maarten ’t Hart vertelt het heel levendig. Ik kon mij gewoon een perfect beeld schetsen van hoe het eruit zag. Niet alles was bekend en werd verteld zodat er nog voldoende ruimte was voor de eigen verbeelding. Ik zat direct helemaal in het verhaal. Het is ook de bedoeling dat je er zo in zit. Dat er eigenlijk alleen maar de lezer en het verhaal is, dat de buitenwereld is afgesloten en dat het boek voor het gevoel van de lezer in één adem moet worden uitgelezen omdat het zo prachtig en beeldend is geschreven. Dat beeld kreeg ik een beetje van dit boek. Als je eenmaal begint aan dit boek, dan blijf je doorlezen. Het begint ook al direct zo intiem. ‘Kleed je maar uit.’ Direct wordt je het verhaal ingezogen om zo ook de eerste protesten van de ik-persoon mee te maken en dan bij de ontmoeting van hem en Lotte te zijn.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.