ff n studiebreak
Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: oktober 2007
Aantal bladzijden: 186
Uitgegeven bij: Atlas, Amsterdam
Beschrijving voorkant
Op de cover van de prachtige, gebonden uitgave staat de afbeelding van een naakte, met blonde krullen uitgeruste vrouw die met een bodypainting van rozen is overdekt. Het betreft een foto van Howard Schatz uit zijn fotoboek “Nude Body Nude”. Een mooie en aantrekkelijke cover, die misschien op het eerste gezicht de lading van de inhoud niet helemaal dekt. Misschien kan de afbeelding in verband worden gebracht met het idee van het musicalgezelschap van Nathan dat een opvoering van een voorstelling met een op seks beluste Romeinse keizer overweegt waarin rozenblaadjes als een regen op de spelers neerdalen.
Maar op blz. 144 is er een verwijzing naar de afbeelding: "...een eeuwig onbederflijk mooie jonge vrouw ontmoet, wier geurig lichaam uit eeuwig frisse rode rozen bestaat...' (aanvulling is van zowel Erik Kanters als Fieke Bernts, beide lezers van het verslag)
Opdracht
Er is geen opdracht.
Genre van het boek
“Datumloze dagen “is een psychologische roman over vader en zoon en over schuldgevoel dat hun bizarre relatie teweegbrengt bij de vader. Het was de bedoeling dat de roman een monoloog zou zijn voor de acteur Roef Ragas, maar tijdens het schrijven door Brouwers overleed die acteur aan een hartstilstand (2007).
In een interview in De Volkskrant met Arjan Peters op vrijdag 19 oktober zegt Brouwers hierover : “De enige datum in het boek staat aan het eind: ‘Zutendaal, 3 juli 2007’. Brouwers: ‘Net alsof ik het boek in één dag geschreven heb. Het is opgezet als een monoloog, en die steek je op één dag af. Uit te spreken door de acteur Roef Ragas, aan wie het is opgedragen. Die jongen is ooit afgestudeerd in de neerlandistiek op mijn roman De zondvloed, en heeft er tien jaar lang in brieven en gesprekken op aangedrongen dat ik een monoloog voor hem zou schrijven. Dat heb ik beloofd en herbeloofd, maar ik kreeg het eerder niet uit mijn vingers.
‘Over rampen gesproken. Ragas was enthousiast over Datumloze dagen, dat ik hem bij plukjes toestuurde, hij had een theatertournee afgesproken en zou het als luisterboek inspreken. Op 30 augustus belde Roef me laat in de middag op: hij had de drukproeven van de roman in handen, riep hij opgetogen. Vier uur later was hij dood, omgevallen in een Amsterdams restaurant, 42 jaar oud.
‘Zijn broer Bastiaan belde me de volgende dag op. Ik dacht dat ik door de vloer zakte van schrik. Ik had Roefs stem nog in mijn oor! Welnu, dat is de genesis van Datumloze dagen. Zonder Roef zou ik het ding niet geschreven hebben. Niet zó, in ieder geval. De praattoon geeft het verhaal lucht. Neem dat citaat over het herfstbos. Daar staat: ‘zoals nu inderdaad het geval is’, daar zit die verteller echt tegen je te praten, als een acteur. Opmerkingen tussendoor als: ‘Een beetje overdrijven lijkt me toegestaan.’ Ik heb die vertellende stem erin gebracht met het oog op Roef. Nu fungeert die toon als middel om een zwaar verhaal niet stroperig te maken.’
Brouwers schrijft natuurlijk ook over zijn eigen leven: het is bekend dat een zoon van hem niet al te lang geleden overleden is. Maar in een interview in Knack gaat Brouwers op een vraag van de interviewer hierover in: “In Datumloze dagen schrijft u over de moeizame relatie van een vader met zijn zoon. De vader probeert het uiteindelijk goed te maken door zijn terminaal zieke zoon een handje toe te steken bij het sterven. U hebt vorig jaar zelf een zoon verloren, dus de vraag moet gesteld worden: is dit boek, zoals veel van uw werk, weliswaar niet autobiografisch, maar wel 'op eigen waarnemingen en ervaringen geënt'?
BROUWERS: Ik ben dit boek vrij snel na de dood van mijn zoon Daan beginnen te schrijven, dat is juist. Mocht ik hem daarmee ter wille hebben kunnen zijn, zou ik zelf ook zonder aarzeling of gewetensknaging euthanasie op hem hebben toegepast. Maar om nou te zeggen: dit is een boek over Jeroen Brouwers en zijn zoon - nee, alstublieft niet, absoluut niet! Het is pure fictie. Wel is het zo dat ik voor het eerst in mijn leven gewaarwerd dat je inderdaad iets van je kunt afschrijven. Ik heb altijd beweerd dat schrijven geen therapeutische daad kan zijn, maar nu was dat wél het geval. Voor het eerst in mijn leven heb ik mij op deze manier van een dreun, van een groot verdriet kunnen verlossen.
De aangeleverde flaptekst
De naamloze verteller in deze roman herinnert zich de paar ontmoetingen met zijn buiten zicht geraakte zoon, die hij nu en dan, sporadisch, toevallig, tegen het lijf loopt. vader en zoon zijn van elkaar vervreemd, de ontmoetingen leiden niet tot toenadering, laat staan beter begrip. De confrontaties vinden plaats op willekeurige 'dagen zonder data'. Totdat de zoon zijn verwekker vraagt iets voor hem te doen, dat beider leven...
Titelverklaring
De titel komt zoals het Brouwers betaamt talloze keren in welke vorm dan ook in de roman voor. In het algemeen is de betekenis van deze passages dat de auteur ermee wil aangeven dat er zoveel onbelangrijke dagen in het leven van een mens zijn dat je de datum waarop iets gebeurt niet meer kan of wil onthouden. Dat dit ook geldt voor geboortedatum van je zoon
is natuurlijk opmerkelijk. In de roman komen ook nauwelijks verwijzingen naar data en jaartallen voor, wat dat betreft houdt Brouwers zich keurig aan het credo van zijn naamloze verteller. En tijdens de wandeling komen de herinneringen ook in een willekeurige volgorde bij de verteller binnen. Dit is trouwens een kenmerk dat ook in andere romans van Brouwers voorkomt ( bijv. in het veel geprezen “Bezonken rood”)
Een aantal verwijzingen naar de titel uit deze roman:
- (blz. 11): “ …. Alleen een uit elkaar gewaaide verregende krant …[….] als die krant voelde ik me. Welke datum droeg die krant ? Dat ik me dat afvroeg, weet ik nog: ik had het gevoel of mijn leven datumloos was geworden en dit verder altijd zou blijven, het gevoel dat de tijd blanco langs me heen was gegaan en ik een onbestaan leidde. “
- (blz. 41 ) : over de geboortedag van zijn zoon Nathan : “het moest augustus zijn en het was woensdag, datumloos, Sandradag, een datumloze weekdag “
- (blz. 73/74): “Gisteren? Ik vroeg me af, wanneer dat was, gisteren, is het misschien nog steeds gisteren, is het altijd gisteren, hoe lang duurt gisteren, heeft gisteren een datum?
- (blz. 114) : “Bovendien kan men tellen, als is dat even zinloos, om aan de hand daarvan een voorstelling te kunnen maken van de uitgestrektheid van een bos- maar de uitgestrektheid van tijd aan de hand van duizenden datumloze dagen? “
- (blz. 148): “Al deze tijdstippen zijn nu verklonterd tot één en hetzelfde tijdstip, als tot één datumloos geworden periode van enige maanden, waarin de dingen plaats vonden, zonder dat ik er nog benul van had in welke volgorde het allemaal gebeurde, erop terugkijkend lijkt alles in hetzelfde tijdsperspectief zijn beslag te hebben gekregen.
- (blz. 167): “Was het op deze dag of een eerdere,of een latere. In mijn toch nog verse herinneringen, maar zonder chronologie en data zie ik mijn zoon, als ik tegen het einde van de zoveelste zonoverstraalde middag zijn kamer binnenkom “
- (blz. 177): ‘Hoe lang duurt een dag? Wanneer is morgen? Hij vegeteerde te lang al in etmalen zonder naam, dagen, alsmaar eendere, die blanco voorbijschoven.”
- (blz. 179) : over de sterfdag van zijn zoon Nathan: “Nu een week geleden, op de dag die ik had aangeduid als “morgen”om een uur of negen ’s avonds, tussen licht en niet-licht, zoals nu, de schemer bloosde, net als nu , een zomeravond onder een roerloze rode lucht “.
Zelfs de geboortedag en de sterfdag van zijn zoon zijn in de belevenis van de verteller datumloos.
Wie Brouwers kent weet dat het bovenstaande lijstje met citaten nog gemakkelijk kan worden uitgebreid met citaten die dezelfde inhoud hebben.
Structuur en/of verhaalopbouw
De roman is geschreven in de vorm van een monoloog die een ik-verteller (een zestiger zonder naam) uitspreekt tijdens een wandeling in het bos nabij zijn huis. In die monoloog vertelt hij over zijn mislukte liefde en vooral over de relatie met zijn zoon Nathan, een jongen die hij nooit had willen hebben. De lange monoloog is niet ingedeeld in hoofdstukken. Een enkele keer wordt er door middel van een witregel een scheiding van passages en tijdlagen aangegeven. In de monoloog lopen heden en verleden over een periode van ongeveer 40 jaar door elkaar heen. Het begint eigenlijk met de verwekking van de zoon en het eindigt min of meer met diens dood. Een week erna maakt de zestiger zijn overdenkingswandeling door het bos. Tijdens die wandeling komen de herinneringen op associatieve wijze bij de verteller binnen. Daarbij is qua idee (zie titel) natuurlijk weinig plaats voor een geordende chronologische volgorde.
Gebruikt perspectief
Het perspectief in de monoloog is dat van de ik-verteller van ongeveer 65 jaar die overdenkt wat er in de afgelopen 40 jaar gebeurd is en dat vooral met betrekking tot zijn zoon Nathan. Tijdens de wandeling in het bos worden de o.t.t. (observaties vanuit het bos) en de o.v.t. (verhalen van gebeurtenissen uit de afgelopen veertig jaar) gehanteerd. Wanneer zijn zoon geboren wordt, is de verteller 25 jaar (blz. 37) Zijn zoon sterft wanneer die 40 jaar oud is, de verteller moet dan 65 jaar zijn.
Tijd van het verhaal
Juist in deze roman wordt er eigenlijk niet gesproken over een concrete aanduiding van maanden en jaren. Het is bijna herfst (augustus) wanneer de ik-verteller zijn wandeling door het bos maakt: hij beschrijft een periode van 40 jaar. Maar nergens wordt een jaartal genoemd. Wel is het zeker dat door een opmerking over de verdwenen Two Towers in New York dat de verteller tijdens zijn boswandeling na het jaar 2001 leeft. Juist omdat het de essentie van de roman betreft (zie de titel) moet je er als lezer geen moeite voor willen doen de tijd te achterhalen. Laten het maar datumloze dagen en jaren blijven. Het gaat immers om het universele thema van de vader-zoonverhouding en die doet in deze roman klassiek en zelfs oedipaal aan. De zoon lijdt niet voor niets aan een beenwond. (Oedipus betekent gezwollen voet) De roman betreft het oerklassieke Vatersuchmotief.
Plaats van handeling
Het bos zal ergens in België liggen: vlak bij het huis van de verteller: Zutendaal? De laatste scènes in het Academisch ziekenhuis spelen zich af in Meulhem. Verder spelen de plaatsen Venetië, New York, Wenen en Amsterdam een rol. In de eerste plaats werd Nathan verwekt, in de laatste drie plaatsen vinden ontmoetingen tussen vader en zoon plaats.
Motto
Er wordt alleen een bijbeltekst aangegeven als motto. II Samuel 18 vs 33.
Wie de Bijbel erop na slaat ziet dat de passage de geschiedenis verhaalt waarin David treurt om de dood van zijn zoon Absolom , terwijl hij hardop verzucht waarom hij niet is gestorven in plaats van zijn zoon.
Dit is een prachtig citaat bij de inhoud van de roman: zeker omdat de vader (een ruime zestiger) herhaaldelijk nadenkt over zijn eigen dood en aan het einde van de roman op bizarre wijze geconfronteerd wordt met de dood van zijn veertig jaar oude zoon.
Op blz. 151 schrijft Brouwers een passage die qua inhoud vrijwel overeenkomt met het mottocitaat uit II Samuel : Het hoort niet dat een vader bij het sterfbed van zijn zoon staat, het hoort omgekeerd te zijn. Laat mij maar in dat bed gaan liggen , doe die afgrijselijke ziekte maar over aan mij, jij vindt het leven prachtig en mij heeft het nooit iets uitgemaakt, bovendien hoef ik sowieso niet zo lang meer.
Samenvatting van de inhoud
De verder naamloze verteller maakt een wandeling in het bos dat dicht achter zijn huis ligt. Hij is gek op het bos vanwege de geluiden die hij er hoort en de natuur die hij kan bewonderen. Bovendien kan hij zo nadenken over alles wat er in zijn leven gebeurd is. Eigenlijk kun je de roman zien als een hardop uitgesproken monoloog (wat ook de oorspronkelijke bedoeling is geweest) Dat houdt in dat de verteller zijn herinneringen onderbreekt op het moment dat hij in het bos iets ziet of iemand tegenkomt. Zo zijn er de bomen die hij telt en op de 40e staat een wit kruis: die boom zal binnenkort worden omgehakt. Op een ander moment wordt hij geconfronteerd met een oeros die ze in het bos hebben uitgezet: hij ziet het dier als de aankondiger van de Dood: de Minotaurus. Hij kan ook spottende kritiek uiten op de “nordic walkers” die hij in bos tegenkomt en het geeft hem de gelegenheid om een anekdote te vertellen van de opname van een pornofilm die hij een jaar geleden bij toeval in het bos zag. Hij loopt op een dag in augustus door het bos en de wandeling duurt tot de rode zon ondergaat.
De belangrijkste gebeurtenissen die in het verleden zijn gebeurd, worden hieronder in chronologische volgorde weergegeven.
Als kind had de verteller ook het idee dat zijn ouders hem verlaten hadden, omdat hij in een kostschool eindeloze (lees: datumloze) dagen moest doorbrengen. Hij was ook erg onder de indruk van een schilderij over het Laatste Oordeel dat in de kapel van zijn school hing.
Wanneer hij jong is (23 jaar) trouwt hij met Mirjam, een joods meisje. Het huwelijk blijkt al snel een mislukking en na een half jaar wil hij eigenlijk scheiden. Dan begint Mirjam over een kind dat hun huwelijk zou kunnen redden. Daarvan wordt de verteller helemaal panisch. Dat wil hij absoluut niet en hij heeft daarna daarom geen seksueel contact met haar. Totdat ze op een korte vakantie in Venetië door de lichtval van de stad plotseling hevig verliefd op elkaar raken en het hotelbed in duiken. Later blijkt het opzet van Mirjam te zijn geweest, want ze heeft geen voorbehoedmiddel gebruikt. Wanneer ze enige tijd daarna vertelt dat ze zwanger is, maakt de verteller haar meteen duidelijk dat hij geen kind wil. Niettemin wordt het toch geboren, zij het dat het kind niet op de gewone weg komt, maar via een keizersnede (de verteller leidt daaruit af dat het kind zelf ook niet wilde) De vader heeft op dat moment al een verhouding met een jonge studente, Sandra, met wie hij altijd op woensdag neukt. Het is dus vervelend dat de geboorte op een “Sandra-dag” plaats vindt. Hij bemoeit zich nauwelijks met de opvoeding van Nathan. Deze joodse naam is van Mirjam afkomstig en betekent: “Godsgeschenk” . Maar toch zijn er ontroerende passages over de keer dat hij met Nathan op de kermis is en de ballon die het jongetje daar kwijtraakt.
Wanneer Nathan zes jaar is, gaan Mirjam en de verteller scheiden. Dat betekent meteen dat het contact tussen vader en zoon verbroken is. Mirjam houdt hem weg van zijn zoon: hij mag niet bellen en zijn brieven worden verscheurd. Dat is het gevolg van de keuze die de “ik” heeft gemaakt. Intussen heeft de verteller een andere vriendin Heather die hem de kneepjes van het seksuele vak heel goed bijbrengt. Daarna heeft hij nooit meer zo’n wonder in bed gehad, terwijl hij vaak een meestal kortstondige en op lichamelijke liefde gebaseerde verhouding heeft gehad.
Er gaan jaren overheen. De verteller heeft zijn studie Nederlands afgerond en heeft een baan als docent in New York. Op een wandeling door de stand ziet hij een meisje dat als levend standbeeld fungeert en daarnaast zit een invalide muzikant. Wanneer hij wat geld heeft gegeven, blijkt de muzikant helemaal geen been te missen. ’s Avonds staat de jongen met het meisje voor het appartement van zijn vader. De muzikant blijkt zijn zoon te zijn. Hij had het adres opgespoord en hij wilde zijn biologische vader een keer opzoeken. Hij wilde het verhaal over de echtscheiding ook wel eens van zijn kant horen. Ze eten in een Thais restaurant en drinken vrij veel. De vader biedt hun een slaapplaats aan en hij hoort hoe het stel seksueel van elkaar geniet. Na het vrijen komt het meisje poedelnaakt de kamer binnenlopen waar hij op de bank slaapt. Ze gaat plassen. Hij denkt dan aan de scène van de pornofilm in het bos.
Enige jaloezie komt bij de vader op: hij kotst daarna op de wc zijn eten en drank uit, terwijl hij de geur van het meisje Janis opsnuift. De volgende dag zijn ze zonder een spoor achter te laten verdwenen. Vader had zijn zoon nog wat geld willen toestoppen, maar dat was dus niet mogelijk.
De tweede ontmoeting tussen vader en zoon vindt plaats in Wenen. Op een taalcongres probeert de verteller een Poolse taalkundige Gabriela die Esparanto als voertaal voor Europa propageert, in zijn bed krijgen. Hij luistert helemaal niet wat ze tijdens haar toespraak zegt, maar probeert haar ook tijdens de lunch te versieren. Tegenover hem zit een jongeman aan wie hij helemaal geen aandacht schenkt. Wanneer hij met de Poolse collega vertrekt naar zijn hotelkamer, houdt de jongen een envelop omhoog waarop iets geschreven staat (o.a.zijn naam). Hij pakt de envelop aan: er zit iets in en hij ziet een telefoonnummer dat hij op zijn hand schrijft (het lijkt wel een teken van een gevangene in een concentratiekamp) Hij heeft seks met Gabriela (hij ervaart het niet als bijzonder) maar belt direct daarna zijn zoon op die eerst eigenlijk niet wil reageren maar later wel afspreekt op een terras. In de envelop zit een grammofoonplaatje dat Nathan gemaakt heeft dankzij zijn relaties in de muziekwereld. Het is muziek die zijn vader wel kan waarderen. De jongen vertelt dat hij later in de musicalwereld wil gaan werken. Vader laat het niet aan zijn zoon merken, maar musicals vindt hij helemaal niets. Daarover maakt hij tijdens zijn wandeling in het bos steeds cynische grappen: kunnen we hierover of daarover geen musical maken? Nathan geeft bovendien aan dat hij helemaal niets meer met zijn vader te maken wil hebben, omdat hij hem een grote egoïst vindt. Hij had zijn zoon niet eens herkend, omdat hij zijn pik zonodig achterna moest lopen. Een extra dimensie is nog dat de verteller inmiddels opa is geworden. Bij zijn vriendin Madeleine heeft Nathan een kind gekregen: het meisje Amber. Wanneer hij weer terug in Parijs is, vertelt de “ik” aan zijn vrouw Sylvie met wie hij al een saai huwelijk heeft, dat hij een zoon heeft. Het is voor haar o.a. de aanleiding om meteen bij hem weg te gaan. Hij vermoedt dat ze toch al een relatie met een andere man had (een manegehouder denkt hij, want ze stonk altijd naar paarden)
In een opwelling gaat de ik-verteller zes jaar later naar een musicalvoorstelling die zijn zoon heeft geproduceerd. (de Drie Musketiers) Maar hij vindt het eigenlijk niets en gaat in de pauze weg . Hij neemt plaats in een eetcafé (leest de Telegraaf waarin nieuws over zijn zoon te lezen valt, maar de datum is niet herkenbaar doordat de krant in frituurvet heeft gelegen – zie titel) Wanneer de inmiddels forse zoon het café binnenkomt en heel populair bij de vrouwen blijkt, ziet Nathan hem niet. Het is dus niet echt een ontmoeting geworden.
Vijf maanden geleden (vanaf het punt van de boswandeling) is de ik-verteller opgebeld door Mirjam. Ze geeft aan dat Nathan met een geheimzinnige ziekte die zijn immuniteitstelsel aantast in het Academisch Ziekenhuis van Meulhem ligt en naar hem gevraagd heeft. Nathan is inmiddels veertig jaar geworden.
Het wordt een helletocht naar het ziekbed van Nathan en er komen steeds vergelijkingen voor met de tocht in het ziekenhuis toen Nathan werd geboren. ( Dat is een typisch Brouwerskenmerk, dat we in o.a. “Bezonken rood” ook hebben kunnen zien. Het kenmerk wordt wel het motief van “octaviteit” genoemd: dingen lijken heel erg op elkaar , maar verschillen toch net even van elkaar zoals de eerste “do”en de laatste “do”van de toonladder. )
Bij het bed van zijn zoon voelt de verteller de gedachten die een vader moet hebben wanneer zijn zoon gaat sterven. Het is verwoord in het motto: “Laat mij doodgaan in plaats van hem.”
Het zijn eindeloze (beter: datumloze dagen) waarbij de artsen in het ziekenhuis het ene experiment na het andere aangaan. Wanneer het katje van Amber (want die is ook vaak op bezoek in het ziekenhuis, Nathan is namelijk gescheiden van Madeleine) het been van Nathan openkrabt, is Leiden in last, want het been gaat ontsteken vanwege de ziekte die Nathan heeft.
Hij wordt talloze keren geopereerd, maar het been blijkt niet meer te redden te zijn. Het moet geamputeerd worden. Het leven is voor Nathan steeds zinlozer geworden en hij vraagt op een moment aan zijn vader of die hem wil helpen het hek van de dood te openen. Waarom moet ik dat doen ? vraagt de verteller. “Omdat ik je zoon ben.” Op een augustusavond gaat de verteller naar het ziekenhuis: hij ziet zijn zoon half in coma aan allerlei slangen liggen, trekt de stekkers uit de stopcontacten en knipt met het nagelschaartje (dat enkele keren in de vertelling opduikt) de slangetjes van het leven van Nathan door. Alle apparatuur valt stil, maar Nathan ademt nog door. Dan pakt de verteller een kussen en drukt dat op het gezicht van zijn zoon. Hij telt de minuten af. Dan staat de hoofdzuster achter hem die melding maakt dat ze dit zal moeten rapporteren. De verteller heeft aan de wens van zijn zoon voldaan. Hij rijdt weg in zijn auto, maar hij weet niet waarheen.
Een week later maakt hij de boswandeling waarin al het bovenstaande is beschreven. Hij vertelt ook nog over de crematie waarbij hij niet aanwezig is geweest. Dat mocht niet: het was nog een waar spektakel met de hele musicalwereld die acte de présence gaf.
Thema, motieven en interpretatie
“Datumloze dagen” is natuurlijk een boek over de vader-zoonverhouding zoals Brouwers al eerder de moeder-zoonverhouding op indrukwekkende wijze in “Bezonken rood” beschreef.
De vader die zijn zoon niet geboren wil zien, is aan het einde van de roman in staat zijn zoon over de grens van de dood te helpen. Dat is toch een daad van liefde. Gedurende zijn leven
( de boswandeling als symbool daarvoor) wordt de verteller gekweld door een schuldgevoel over zijn zoon. Hij heeft Nathan niet geweld, maar toen het kind geboren was, had hij er toch wel gevoelens voor. Zijn boze vrouw Mirjam die de scheiding niet kan verwerken, houdt vervolgens alle contact af. Dan zoekt Nathan zijn vader in New York (de nieuwe wereld!) op. Het is dus een klassiek Vatersuchmotief. Maar in dit boek heeft het motief van Oedipus ook betekenis. In het klassieke verhaal doodt de zoon de vader om met de moeder te kunnen trouwen. Hier is dus sprake van een omgekeerd Oedipusmotief waarin de vader (weliswaar op verzoek van zijn zoon) de zoon doodt. Natuurlijk voelt de vader zich schuldig aan de mislukte relatie met zijn zoon. Het begint al met het kijken naar zijn zoon direct na de bevalling. Omdat hij er niet is bij geweest, denkt hij dat het veel moeite zal kosten om zijn kind op de kraamafdeling te herkennen. Uiteindelijk lukt het hem de juiste baby er uit te pikken.
Hij herkent hem later niet zo gemakkelijk (in New York, In Wenen en in Amsterdam) Toch vraagt de zoon aan het einde van zijn leven naar zijn vader. Blijkt er dan toch iets aan een oerband tussen vader en zoon te bestaan? Is er dan toch zoiets als de levensdraad die doorgeknipt wordt: aan het begin van het leven wordt de placenta losgeknipt van het kind (tegenwoordig mogen vaders dat doen, maar omdat er sprake van een keizersnede was, moest de verteller de verloskamer verlaten) aan het einde van het leven knipt de verteller met een nagelschaartje de bedrading van de leven bevattende apparatuur door. De breuk wordt definitief. Hij weet daarna ook niet meer waar hij heen moet rijden in de auto.
Dat Oedipus in dit verhaal een rol speelt , kun je natuurlijk ook afleiden uit het feit dat de zoon iets aan zijn been mankeert. Hij mist aan het einde zelfs zijn hele been. (Voor de niet-kenners: Oedipus betekent gezwollen voet, een naam die hij kreeg van zijn adoptieouders omdat hij te vondeling was gelegd door zijn ouders, waaraan hij opgezwollen voeten had overgehouden )
Wat andere literair-historische motieven betreft, kun je in deze kleine maar complexe roman ook nog de volgende aantreffen:
- de slechte liefdesrelaties tussen de verteller en zijn geliefdes
- het overspel met Sandra en Heather tijdens zijn huwelijk met Mirjam
- idem met Gabriela tijdens het huwelijk met Sylvie
- de ongelukkige jeugd van de verteller in de kostschool
- het verraad van zijn ouders
- seksualiteit ( de one night stands)
- de joodse afkomst van Mirjam
- (de angst voor) de dood
- Het aankondigen van de dood ( de verwijzingen naar het Middeleeuwse Elckerlyc ( “Nu al “) de dodensloep in Venetië, de oeros als Minotaurus tijdens de boswandeling,
- schuld en spijt vooral van de zijde van de vader
- de muziek (als universele taal – citaat Nathan in Wenen) De band tussen vader en zoom worst in ieder geval tot stand gebracht via de muziek. Bij de conceptie van Nathan hoort de verteller een melodie (blz. 22) Bij zijn ontmoeting in New York is Nathan een straatmuzikant en zij ontmoeten elkaar daar voor het eerst. In Wenen heeft Nathan een grammofoonplaatje gemaakt dat hij aan zijn vader geeft. De muziek daarvan speelt vaak in het hoofd van de verteller. Muziek is toch de taal die zij beiden spreken. Bij zijn geheime ontmoeting met Nathan in Amsterdam is Nathan de producer van een musical. Aan het sterfbed wordt gesproken over de musical van o.a. Faust.
De stijl en de werkwijze van Brouwers
Bij het lezen van deze nieuwe roman van Brouwers moest ik toch wel denken aan de werkwijze die hij hanteert in “Bezonken rood.” Ook in die roman komen voorwerpen, herhalingen en metaforen voor die steeds met elkaar in verband kunnen worden gebracht. In het verslag hierboven noemde ik dat het verschijnsel van de “octaviteit “ . Dat houdt wel in dat je als lezer de roman best twee of drie keer moet lezen om te zien hoe alle zaken en metaforen een bepaalde rol spelen. Bij Brouwers lijkt het oude Hermansiaanse gezegde bewaarheid te worden : ‘Er valt in een roman geen musje van het dak zonder een betekenis daaraan te hechten.”
Ik wil daarvan een aantal voorbeelden geven. Eerst van een aantal herhalingen:
a. het getal veertig speelt steeds een rol. Omdat de zoon Nathan op 40-jarige leeftijd sterft krijgt dit getal in de monoloog een repeterende betekenis.
- de hoofdfiguur telt de bomen in het bos: de 40e boom heeft een wit kruis: die moet eraan geloven (blz. 98)
- de verteller is zelf veertig jaar, wanneer hij in New York voor de eerste keer zijn zoon ontmoet. (blz. 54)
- Zoon Nathan heeft in het ziekenhuis veertig graden koorts (blz. 138)
- Het musicalmeisje dat bij Nathan op bezoek kont van zijn musical gezelschap is veertig (blz. 168)
- Er staat een aantal windturbines in het bos waarin de hoofdfiguur wandelt: hij schat dat het er veertig zijn (blz. 114)
b. Het kettinkje met het davidsterretje
- het wordt eerst gedragen voor Mirjam (blz. 16) Nathan draagt in New York het kettinkje (blz. 62) Op blz. 110 laat Nathan een foto van zijn vriendin Madeleine zien die het kettinkje om haar nek draagt: de verteller denkt er aan terug dat hij bij het seksspel met Mirjam het kettinkje wel eens in zijn mond nam als hij boven op haar lag. In het ziekenhuis waar Nathan sterft draagt Amber het davidsterretje (blz. 168) Tien bladzijden verder heeft ze het kettinkje niet meer om (blz. 178)
c. De opmerkingen over de musical : Nathan gaat zich in zijn latere leven bemoeien met de productie van musicals. De verteller vindt dit maar niets. Herhaaldelijk maakt hij schampere opmerkingen over de musical:
- Een aanstaande vader die zich niet verheugt op de komst van zijn eerste kind? Is daar al eens een musical over gemaakt? (blz. 30)
- Tafereel uit een treurige musical, aan het slot van de scène waarin de antiheld beseft dat in deze seconden alles tussen hem en de furie met wie hij ooit is getrouwd hopeloos definitief kapot, is niet meer te repareren, en dat alles vanaf dit ogenblik voor bij is ….(blz. 53) Bij de scheiding van Mirjam.
- Musical, dacht ik, bij god, musical. Een weerzinwekkend smaakafplattend, hersenverwekend genre, gruwzamer dan de tiende plaag over Egypte. (blz. 65)
- Mirjam: welke musical was dat? Ik : Al sla je me dood, ik zou me schamen als ik het had onthouden. De verteller bezoekt een musical van zijn zoon. (blz. 126)
- Wanneer het gezelschap aan het bed van Nathan discussieert over welke musical ze moeten aanpakken (Faust of de Romeinse keizer Heliogabalus) denkt de verteller: Kennelijk laboreert het genre aan originele scenario’s, zodat men dus bestaande literatuur afschuimt op zoek naar geschikt te maken verhalen, zelfs Jezus Christus is al vermusicald. Een zangspel over Joseph Goebbels? Over een of andere maffiose paus en vrouwengek uit de renaissance (blz. 170)
d. Het nagelschaartje
- Aan het einde van de roman heeft de verteller ineens een nagelschaartje in de hand waarmee hij de leiding van de apparatuur doorsnijdt (blz.185)
- Bij teruglezen blijkt er al eerder in de roman een nagelschaartje is genoemd.. Wanneer de verteller hoort dat Mirjam zwanger is, wordt hij nerveus . Hij heeft opeens een nagelschaartje in zijn hand waarmee hij in zijn haar begint te prikken (blz. 26)
Leven en Dood worden op die manier met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor het symbolische gegeven dat Nathan in de hotelkamer in Venetië wordt verwekt. (Mirjam fluistert daar zelfs al zijn naam) Op dat moment vaart voorbij zijn hotelkamer een dodensloep (een gondel met een lijkkist).
Ook van de verschijnselen van de octaviteit zoals Brouwers die ook in andere romans heeft gebruikt , zijn voorbeelden te geven. Je zou misschien ook de term spiegelingen kunnen gebruiken
- de windturbines in het bos worden via het woord “schoepen”verbonden met de apparatuur die Nathan in leven houdt in het ziekenhuis (de ventilatoren) (resp. blz. 114, 147 en 184)
- hij ontmoet Nathan in New York en denkt dan dat hij met een gehandicapte, beenloze muzikant te maken heeft. Aan het einde van de vertelling is Nathans been geamputeerd. (resp. blz. 57 en 181) Ook in een droom is Nathan al een keer beenloos geworden (blz. 112) Let hier op het impliciete Oedipusmotief.
- de confetti die hij per ongeluk op het gezicht van baby Nathan (blz.) uitstrooit worden op diens sterfbed rode puistjes met een etterende kop (blz. 42 en 164) maar is tegelijkertijd ook een variant op de bloedregen, die Nathan als idee bij de musical van Faust wil laten neerkomen of de bloemetjesregen die zijn leden van het musicalgezelschap over de tweeslachtige Romeinse keizers willen laten neerdalen (blz. 168 en 169)
- het grijpen van de vinger door baby Nathan heeft zijn pendant in het grijpen van de wijsvinger van zijn vader aan zijn sterfbed. (blz. 39 en blz. 177) De baby Nathan knijpt heel krachtig in de hand van zijn vader, de zieke Nathan doet precies het omgekeerde: hij geeft maar een slap handje.
- De bloedende schram aan de kin van Nathan in Wenen (veroorzaakt door rode jam) wordt een bloedende schram aan het been van hem wanneer de kat van zijn dochter Amber Nathan openkrabbelt. (blz. 108 en 167)
- De nordic walking stokken van de wandelaars in het bos (blz. 163) worden veranderd in de wandelstok waarmee de verteller door de gangen van het Academisch Ziekenhuis loopt
- De verregende krant in Domburg (zonder datum) (blz. 12) wordt in Amsterdam De Telegraaf die met frituurvet is overdekt waardoor de datum onleesbaar is geworden (blz. 127)
- De aankondigers van de dood in de vorm van de voorbijvarende dodensloep in Venetië, de verwijzingen naar de middeleeuwse figuur Elckerlyc en de verschijning van de oeros in het bos waarin de verteller wandelt. Alle drie hebben ze als gemeenschappelijk kenmerk dat ze onverwacht voor de neus van de verteller staan. In dit verband kan ook nog het schilderij in de kapel van de kostschool worden genoemd: het is immers een illustratie van Het Laatste Oordeel, dat dus ook al de dood aankondigt.
Belangrijke recensies
Max Pam in HP/De Tijd van 19 oktober 2007 schrijft over een schitterende roman: Het is verleidelijk Datumloze dagen als een autobiografische roman te zien, aangezien Brouwers niet zo lang geleden een van zijn zonen heeft verloren. Maar in verschillende interviews heeft brouwers er de nadruk op gelegd dat de roman op zichzelf staat en dat hij het bij die opmerking wil laten. Misschien kan het de Ton Anbeek die over 25 jaar de letteren van nu doorlicht, nagaan hoe roman en biografie zich in deze roman tot elkaar verhouden.
Na Geheime kamers - toch alweer zeven jaar geleden verschenen - heeft Jeroen Brouwers zich opnieuw een rasromancier getoond. Zijn oeuvre overziend, is het misschien jammer dat Brouwers zo veel energie heeft gestoken in polemieken en in wat Martin van Amerongen 'kaboutervetes' heeft genoemd. Aan de andere kant waren al die soms pompeuze strafexpedities wellicht nodig om te komen waar hij nu is. Jeroen Brouwers is ontegenzeggelijk een schrijver die met het klimmen der jaren alleen maar beter is geworden.
Arie Storm schrijft in Het Parool van 18 oktober 2007 ook al positief over de nieuwe Brouwers: Mooi is het eerste woord dat in je opkomt na het lezen van de net verschenen nieuwe roman van Jeroen Brouwers, Datumloze dagen. Brouwers schrijft prachtig, verzorgd Nederlands, vol effectieve herhalingen en trefzekere metaforen en met geslaagde overgangen. Mooi dus. Al met al niets aan de hand, zou je misschien denken, maar daar zit, en dat is wellicht verrassend, juist wél een probleem. […..]De compositie van het boek is behoorlijk overzichtelijk. De naamloze verteller loopt rond in een bos vlak bij zijn huis en denkt terug aan de dingen die hij in zijn leven verkeerd heeft gedaan. Dat zijn er zo op het oog nogal veel: 'Hoe ouder je wordt, hoe almaar uitgestrekter je verleden, hoe meer het lijkt dat je leven uit een opeenvolging van faillissementen heeft bestaan.'
Voor alle duidelijkheid: de verteller denkt terug aan alles wat mis is gegaan op het persoonlijke vlak. Meer in het bijzonder staat hij stil bij wat allemaal is stukgelopen in de relatie tussen hem en zijn zoon.[….] En op een gegeven moment valt plotseling alles op zijn plaats: alle schoonheid, alle grappen, alle mijmeringen. Het slot van Datumloze dagen grijpt je naar de keel.
Brouwers schuurt met Datumloze dagen weliswaar langs de kitsch, maar toch luidt het eindoordeel dat deze roman een schrijnend boek is over schuld en rouw en de machteloze triomf van de kunst. Deze roman is mooi, maar wel degelijk op een aangrijpende manier.
In De Standaard van 19 oktober 2007 bespreekt Mark Cloostermans de roman. Hij is een kenner van het werk van Brouwers. Zijn conclusie luidt: Wie Jeroen Brouwers leerde kennen door zijn bekroonde bestseller Geheime kamers, zal Datumloze dagen met bewondering lezen. De oudere fan zal echter vaststellen dat de auteur zichzelf geregeld recycleert. Mocht Jeroen Brouwers een schrijver zijn die netjes elk jaar een nieuwe titel in de winkel legt, dan zou deze negende roman het sein zijn om te zeggen: dit hebben we al eens gelezen, we weten het nu wel. Omdat die negen romans gespreid zijn over vier decennia valt de herhaling minder op.
Die bedenking doet niets af aan de schoonheid van de roman. Deze oude meester is nog steeds een unieke stem in de Nederlandse literatuur. Keer op keer gaat hij op zoek naar schoonheid in de rauwe feiten van het leven. Daarbij is Brouwers de meester van het optische effect: hij zoomt in op een schijnbaar onbetekenend detail, draait en keert het, tot het is opgezwollen tot een cruciaal iets. Brouwers' details zijn als onze ademhaling: we merken die nooit op, en pas als ze hapert realiseren we ons hoe belangrijk ze is.
De interpretatie van Arjen Fortuin in het NRC van 19 oktober 2007 is wel heel apart. Hij ziet in de roman niet alleen een vader-zoonverhouding maar ook een symbolische weergave van het schrijversschap van Brouwers. Een zoon die aan het einde van de roman bovendien veertig jaar is, precies het aantal jaren dat Datumloze dagen scheidt van Brouwers' debuut Joris Ockeloen en het zwijgen uit 1967. Zoals ook de zes jaar dat het huwelijk van de hoofdpersoon nog standhoudt, overeenkomt met de periode tussen Brouwers' debuut en 1973, het jaar waarin hij Zonder trommels en trompetten publiceerde, het boek dat hijzelf beschouwt als het begin van zijn schrijverschap ná het tuurtouw.
Deze Nathan kan dus niet anders worden geïnterpreteerd dan een verbeelding van een schrijverschap. Als de vader de tobber Jeroen Brouwers is, dan is Nathan de schrijver Jeroen Brouwers. Datumloze dagen gaat zo niet alleen over de relatie tussen een vader en een zoon, maar vooral over Brouwers' schrijverschap en hoe hij zich daar zelf toe verhoudt.[….]
De behaagzucht van de verteller in Datumloze dagen is ook Brouwers niet geheel vreemd. Belangrijker is dat Brouwers ook in deze roman weer door de taal dartelt alsof hij alles voor het eerst ontdekt. Het was mooi geweest als het bovenstaande het laatste was wat er over Datumloze dagen te zeggen viel. Maar als je de metafoor van Nathan als de verbeelding van Brouwers' schrijverschap tot het einde van de roman serieus neemt dan dringt zich een onaangename conclusie op: dat dit niet alleen de nieuwste, maar ook de laatste roman van Jeroen Brouwers is - of althans dat de auteur zelf het bange vermoeden heeft dat dit het geval is. Nu is Brouwers er de man niet naar om zich ergens toe te laten dwingen, zeker nu hij in de persoon van Nathan eindelijk een bevrijd personage heeft geschapen. Toch zou je hopen dat de cirkel van dit schrijverschap niet zo rond is als het nu lijkt. Geert van Oorschot is er niet meer, maar er moet toch iemand zijn die volgende lente het moegehuldigde schaap Brouwers zijn stal weer uit en de wei weer in jaagt.
In Trouw van 27 oktober 2007 beweert Jan Ruyters : Deze monoloog van omzien in wroeging, leest zoals de op aanraden van de zoon gekochte compositie van Boccherini klinkt. „(…) de melodielijn golft en bruist zoals het in boomtoppen tekeergaat zomers als er wind is komen opzetten (..) voorname muziek, hoogernstig, maar monter, opgewekt.”
Nooit geweten dat gevoelens van schaamte, walging, aan zelfbeklag grenzende zelfhaat, zo fris verwoord konden worden. En dat een verteller die kampt met ’vretende spijt’ zichzelf zo welsprekend buiten schot kan houden. Want de ’ik’ mag dan zeggen van eigen falen te walgen, zijn pijlen richten zich evenzeer op de anderen. Richting musical, richting ex-vriendinnen, richting ex-vrouw, de ’aardige vrouw aan wie het allemaal niet gelegen heeft’. Ja, ja. Ooit had ze ’korenblauwe sprookjesogen’, veertig jaar later is ze veranderd in ’een propperige verschijning’ die vit op het kleindochtertje dat direct haar hervonden opa boven oma verkiest.
‘Datumloze dagen’ biedt zo een soms roerende, soms schurende overpeinzing van ’een leven dat verwaait als het as van een sigaret’ maar wat je bij blijft is niet spijt. Zie hoe de ’ik’ zijn aandeel in de dood van de zoon beschrijft: ’een daad van schepping waarmee ik terugga naar het begin van alles.’ Ook daar wint de schrijver het van de vader.
Over de schrijver
Bron: website auteur
Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Na twee broers en een zus was Jeroen het vierde kind van Jacques Theodorus Maria Brouwers (1903-1964), boekhouder bij een architectenbureau, en Henriëtte Elisabeth Maria van Maaren (1908-1981), dochter van de musicus Leo van Maaren (1885-1945). Later werd nog een broertje geboren.
Na de Japanse invasie in 1943 capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), en werd vader Brouwers overgebracht naar een krijgsgevangenkamp in de buurt van Tokio. Enkele maanden later belandde Jeroen met zijn grootmoeder Elisabeth Henrica Pos (1885-1945), zijn moeder en zus eerst in het Japanse interneringskamp Kramat, en later in het kamp Tjideng, in een buitenwijk van Batavia. Zijn grootouders overleefden de kampen niet; Leo van Maaren stierf op 27 juli in het Jappenkamp Semarang, zijn echtgenote overleed in hetzelfde jaar in Tjideng.
Na de oorlog verbleef het herenigde gezin op Balikpapan (Borneo, nu Kalimantan). Op 14 juni 1947 repatrieerde mevrouw Brouwers met haar kinderen per schip naar Nederland. Het gezinshoofd kwam in 1948 naar Nederland.
Tot zijn tiende (1950) woonde Jeroen bij zijn ouders op enkele adressen in Den Bosch. Daarna kwam hij terecht op diverse rooms-katholieke kostscholen. Eerst in het Pensionaat St. Jozef van de Fraters van Utrecht in Zeist (waar hij werd ingeschreven onder nummer 37), later in het jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in Bleijerheide (Kerkrade). Hij haalde zijn MULO-diploma in Delft, waarheen zijn ouders in 1955 waren verhuisd.
Op 22 mei 1958 moet Brouwers zich aanmelden voor zijn militaire dienst. Van 2 november 1959 tot 1 augustus 1961 werd hij bevorderd van dienstplichtig matroos der derde klasse tot kwartiermeester (korporaal) der Speciale Diensten: Marine Inlichtingen Dienst (MARID).
Na zijn dienstplicht woont hij in Nijmegen en werkt hij als journalist. Op 13 maart 1961 voert hij een sollicitatiegesprek bij het krantenconcern De Gelderlander, waar hij op 7 augustus als leerling-journalist in dienst treedt. Binnen dit bedrijf werd hij toegevoegd aan de redactie van het soldatenblad Salvo. Per 1 juli 1962 trad hij in Amsterdam in dienst van de Geïllustreerde Pers, uitgever van onder meer het blad Romance (het latere Avenue), tot de redactie waarvan hij werd ingedeeld.
Begin 1964 verhuist Brouwers naar Brussel, waar hij tot 1976 als redactie-secretaris en later als (hoofd)redacteur aan de slag gaat bij uitgeverij Manteau in Brussel. Hij krijgt twee zonen: Daan Leonard (1965) en Pepijn (1968). Met zijn gezin verhuist de schrijver naar het landelijke Vossem (tussen Brussel en Leuven), waar hij tot 1970/1971 blijft wonen.
Daarna trekt hij naar Huize Krekelbos in Rijmenam (Mechelen). In januari 1976 neemt hij, na onenigheid met directeur Julien Weverbergh, ontslag bij Uitgeverij Manteau, verhuist naar Warnsveld (bij Zutphen) en wordt daar full-time schrijver. Een half jaar later vestigt hij zich in huize Louwhoek, Exel, in de Gelderse gemeente Lochem (Achterhoek). In 1980 wordt zijn dochter Anne geboren.
In 1991 vestigt Brouwers zich op een woonboot in Uitgeest. In augustus 1993 verhuist hij naar het Belgisch-Limburgse Zutendaal, niet ver van Maastricht.
Lees voor interessante interviews met de schrijver vooral over zijn laatste roman
www.jeroenbrouwers.be
Bibliografie
Brouwers heeft een zeer omvangrijk oeuvre op zijn naam staan.
Gemakshalve wordt hier verwezen naar zijn website. www.jeroenbrouwers.be
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.