Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1502 |
Opvragingen: | 1 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (5 stemmen)
Titels van Simone van der Vlugt
Blauw water (4) 2008 Bloedgeld (30) 1996 De amulet (36) 1995 De bastaard van Brussel (9) 2005 De guillotine (38) 1999 De reunie (25) 2004 De slavenring (17) 2003 Het bosgraf (2) 2006 Het Hercynische woud (7) 2005 Het laatste offer (4) 2007 Jehanne (17) 2001 Schaduwzuster (12) 2005 Schijndood (23) 2002 Schuld (2) 2007 Zwarte sneeuw (31) 2000
Laatst gewijzigd op 30 oktober 2007
Kennisopdrachten:
1.Titel: Schijndood
2.Naam schrijfster: Simone van der Vlught
-Naam Tekenaar: is er niet
3.Uitgever: Lemniscaat, Rotterdam, 2002
4.Inhoud:
Kris heeft al zijn hele leven last van nachtmerries over een jongen die mismaakt is en uiteindelijk dood gaat. Precies dezelfde droom heeft hij ook in zijn bed in het studentenhuis in Amsterdam. Dan wordt hij bezweet wakker. Hij gaat naar benden om wat koffie te drinken. Daar staat een huisgenote van hem genaamd Dominique. Hij kent haar alleen van gezicht maar meer niet. Ze vraagt wat er mis is met Kris omdat hij er zo slecht eruit ziet. Kris vertelt haar van de droom. Als Kris klaar is met vertellen vraagt Dominique wat het betekent. Als Kris dat niet weet zegt ze dat hij misschien naar een reïncarnatietherapeute moet. Maar daar moet Kris niks van weten, want hij gelooft niet in reïncarnatie.
Als Kris zich niet meer kan concentreren om school en alleen nog maar wil schilderen. Vraagt hij zich af waarom hij altijd hetzelfde huis schildert. Hij kent het huis helemaal niet, nooit gezien ook. Steeds meer vragen komen boven, en uiteindelijk vraagt Kris het telefoonnummer van Dominique’s tante om een afspraak te maken. Eenmaal bij Dominique’s tante. Vertelt ze van Dominique heeft gehoord dat hij al zijn hele leven nachtmerries heeft, ze vraagt waar die nachtmerries over gaan. Kris vertelt dat het over een jongen gaat die mismaakt is en zich opgesloten voelt. Als Heleen aantekeningen maakt legt Kris een tekening met het onbekende huis voor haar. Hij zegt dat hij dit huis altijd tekent maar dat hij het nog nooit gezien heeft. Na allemaal vragen van Kris stelt Heleen voor om de antwoorden van de vragen te zoeken onder narcose.
Als Kris op de bank ligt onder narcose is beland hij in een ander jaar en in een ander persoon: Het jaar 1655 als Olivier Moeriaans.
Olivier is de zoon van een apotheker, die in opleiding is bij een schilder. Als er bij Olivier rare kringen op zijn huid verschijnen, moet Olivier naar de dokter. Na veel onderzoeken constateren ze dat Olivier Melaats heeft. Hij wordt verbannen uit de stad en word opgevangen in een tehuis. Olivier komt in aanraking met mensen bij wie de ziekte al verder gevorderd is. Hij ziet mensen waarvan de benen en armen eraf zijn. Lichamen zijn mismaakt. Olivier blijft zo lang mogelijk op zijn kamer. Hij krijgt heimwee naar zijn ouders, naar Alkmaar zijn geboortestad. Op een dag besluit hij dat hij terug gaat. Hij doet zijn melaatse mantel om en neemt zijn klepper mee (dat is een soort muziekinstrument waarmee hij moet zwaaien, zodat mensen hem niet aanraken). Bij een boerderij vraagt hij wat kleren en komt ongemerkt de stad binnen. Olivier ziet allemaal bekende mensen. Ook ziet hij zijn vriendinnetje die hij nooit meer terug heeft gezien. Ook staat er op de markt een kwakzalver die medicijnen verkoopt. Medicijnen die eigenlijk helemaal niet werken. Uiteindelijk komt Olivier bij zijn ouderlijk huis terecht. Dan wordt Olivier betrapt door zijn vader. Na een gesprek met zijn vader voelt Olivier zich meer gedreigd. En vlucht de stad uit. Terug naar het tehuis.
Als Olivier op een dag in het weiland staat te schilderen komt er een woonwagen langs, met voor op de bok de kwakzalver van de markt. De man stopt voor Olivier. En opeens gaat de gedachte door hem heen dat hij nu kan weglopen. Als de man merkt dat Olivier kan schilderen. De man biedt hem een baan aan. Olivier mag de wagen schilderen inruil voor onderdak en eten. En zo reist Olivier mee met de kwakzalver. Na een paar kilometer stopt de wagen voor een vrouw. Olivier ziet dat het de vrouw was van de markt. Haar kind was eerst blind en toen zij het drankje had gekocht kwam ze blij op de markt terug om te melden dat haar kind weer kon zien. Nu zag Olivier dat ze twee kinderen had. En snapte meteen dat ze toneel had gespeeld. Samen met de kwakzalver (Jeroom) en de vrouw (Isa) reisde Olivier door het land.
De pest was overal uitgebroken, mensen vluchtte alle kanten op en de uitslag op Oliviers lichaam werd steeds erger. Jeroom zei dat het maar een onschuldige huidaandoening was, maar Olivier dacht wel anders. Olivier hunkerde steeds meer naar zijn ouderlijk huis, omdat er in Alkmaar ook de pest was uitgebroken. Op een dag besloot Olivier te vertrekken. Hij zei dat hij melaats was en dat hij terug zou gaan naar Alkmaar. Isa wou hem nog tegenhouden maar dat hielp niet. Tijdens het reizen was hij verliefd geworden op Isa en hij kon het haar niet aandoen om haar ziek te maken. Vast besloten liep Olivier door het weiland, op weg naar Alkmaar.
Tijdens de reis vroeg Olivier naar vluchtende mensen of er al veel doden waren gevallen in de stad Alkmaar, maar niemand zei wat terug.
Toen Olivier de stad binnen liep, hing er een kotsende geur in de stad. Overal zag hij dichtgetimmerde huizen, met strohalmpjes op de deur. Dat betekende dat er in dat huis de pest was geconstateerd. Olivier zag maar een paar die het overleefd hadden.
Hij liep langs het huis van zijn vriendinnetje die hij laatst nog op de markt zag lopen, daar zag hij ook een strohalmpje aan de deur hangen. Een voorbijganger zei dat deze mensen als één van de eerste waren. Toen Olivier verder liep schrok hij toen hij aan de apothekersdeur een strohalmpje zag hangen.
Langzaam liep hij naar het huis en deed de deur open. Hij hoopte of ze nog misschien zijn gevlucht. Maar hij zag al snel dat alles er nog was qua kleding. Huilend ging hij op de grond zitten. Overal lagen flesjes en pillen.
Opeen hoorde hij een kreunend geluid vanuit zijn ouders bedstee komen. Toen hij de deuren opende zag hij zijn vader onder de paarse bulten zitten. Hij gaf hem wat te drinken en vroeg waar zijn moeder, broer en zusje waren. Zijn vader antwoordde dat die al dood waren.
Olivier zorgde voor zijn vader zolang het maar kon. Hij ruimde de kamer op, maakte eten en verschoonde zijn vader. Na drie dagen vond Olivier het eigenaardig stil in huis. En opeens merkte hij dat zijn vader niet meer kreunde. Hij deed de deuren open en zag zijn vader dood in bed liggen. Hij waarschuwde de mensen die de lichamen ophaalde. En zijn vader werd bijgezet bij zijn moeder, broer en zus in de Alkmaarse kerk.
Olivier had geen zin meer in het leven, hij ging in het bed liggen waar zijn vader ook had gelegen, dronk uit de beker waar zijn vader ook uit had gedronken. Na een paar dagen voelde Olivier een bult zitten. Hij kwam in het pesthuis terecht. Overal deed het pijn, hij zag zijn vader en moeder die hem riepen. Opeens voelde hij de pijn niet meer. Olivier Moeriaans was overleden. Kris werd teruggeroepen door Heleen. Hij voelde zich slap en moe.
Thuis besloot hij om naar Alkmaar te gaan. Hij wist dat hij een ander leven heeft gehad. Om Olivier echt had bestaan ging hij samen met Dominique terug naar Arnhem. Ze hadden zijn naam gevonden in een doopboek in de bibliotheek.
Kris liep door de bekende straatjes. En opeens zag hij een bekend huis voor zich. En herkende het meteen. Het was Olivier’s ouderlijk huis. Toen Kris bij de kerk aankwam. Ging hij op zoek naar het graf van de familie Moeriaans. Na veel zoeken kon hij het niet vinden. Toen hij teleurgesteld naar beneden keek werd hij ijskoud. Hij stond het op graf van de familie Moeriaans. Alle namen stonden erop, behalve die van Olivier. Vol blijdschap keek Kris naar boven en zag een prachtig schilderij hangen van een onbekende schilder. Kris wist echter wel wie het schilderij had geschilderd. Hij had het zelf geschilderd tijdens zijn verblijf in het melaats tehuis.
5.Kris (Olivier):
De hoofdpersoon van het boek is in eerste instantie Kris Blanken, een student Economie die van kinds af aan ’s nachts wordt geplaagd door angstdromen waar in hij zijn eigen dood beleeft Kris is een hele normale jongen, knappe jongeman met een groot schilderstalent
Maar ook Olivier Moeriaans is een hoofdpersoon. Hij leefde in de zeventiende eeuw ( het vorige leven van Kris) en er wordt eerst melaatsheid bij hem geconstateerd, en later ook de pest. Olivier is een jongen die weet wat hij wil, en zich niet gauw laat afschrikken. Hij heeft net als kris een groot schilderstalent.
6.Het verhaal speelt zich af in Alkmaar.
7.Het gebeurt in: 1655.
8.Het is een romantische historie.
9.Het verhaal heeft geen diepere betekenis.
10.Ik vind het een heel leerzaam boek. Je leert wat iemands problemen kunnen zijn. Ik vind het ook leuk dat ze in het boek doen alsof hij echt heeft geleefd, in zijn vorige leven.
Er komen ook historische dingen in voor en daar hou ik wel van.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen