Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 23 oktober 2007 |
Niveau: | 5 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 4771 |
Opvragingen: | 846 (0 deze maand) |
Waardering: |
Titel: Morgenster
Auteur: Jaap Scholten
Uitgeverij: Contact
Jaar van uitgave: 2000
Eerste druk: 2000
Aantal bladzijden: 249
Eerste reactie
Ik vond het een vaag boek. Het verhaal sprong van heden, naar verleden. Hierdoor was het erg moeilijk te begrijpen wat nou wanneer gebeurde. Bovendien is het verhaal onduidelijk, omdat het in de ik-persoon geschreven is. Het duurt even, voordat je doorhebt in welke tijd het speelt. Dit zorgt ervoor dat je aandachtiger leest, maar het verhaal wordt wel moeilijker te begrijpen. Verder werd ik verdrietig van het boek. Octave, de hoofdpersoon, zal altijd de sporen dragen van de gebeurtenissen in zijn verleden. Hij heeft weinig steun gehad van zijn vader, en als hij er op 16-jarige leeftijd achter komt, dat hij verwisseld is met een ander kind, wordt hij ontzettend verbitterd. Ook werd ik er verdrietig van, omdat het de treinkaping van 11 juni 1977 beschrijft. Hierbij overleden 8 mensen.
Samenvatting
Het boek begint op 11 juni 1977, in het Groningse ziekenhuis worden twee jongens geboren: Finn Jacobs, en Octave Dupont. Het is de dag dat de treinkaping van de Molukkers wordt beëindigd. Er heerst een grote drukte in het ziekenhuis, waar de jongens worden geboren. Door de overvloed aan personeel worden de twee baby’s verwisseld. Octave groeit op in de rijke familie Dupont. Hij krijgt deftigheid en tradities met de paplepel ingegoten. De familie Dupont kampt met vergane glorie, het oude geslacht van machinefabrikanten begint te verarmen. Toch blijven ze streng vasthouden aan tradities, grandeur en deftigheid. Anastasia, Octave’s moeder, blijft ontkennen dat hij verwisselt is, ondanks de bewijzen van de ouders van Finn.
Finn groeit op in een gezin met nog 4 andere kinderen. Zijn ‘moeder’ is erg spiritueel, en op zijn 16e loopt hij weg van huis. Hij weet al sinds lange tijd dat hij verwisseld is.
Wanner Octave er tijdens een biologie les, achter komt dat hij geen kind van zijn ouders is, staat zijn hele leven op zijn kop. Hij gaat op onderzoek in het huis van zijn ouders, en komt op het spoor van Finn.
Wanneer hij hem opzoekt in Amsterdam, blijkt Finn geobsedeerd te zijn door de treinkaping, die eindigde op hun geboortedag. In deel 2 van het boek komt Finn aan het wordt. Hij vertelt het verhaal van de treinkaping.
Octave besluit om geen oude wonden open te halen, hij blijft trouw aan zijn moeder, en groeit verder als een Dupont. Hij trouwt met Celestine, zijn ‘nichtje’, samen krijgen ze een kind, Balthazar.
Maar zijn verleden blijft hem achtervolgen. Hij gaat op zoek naar plaatsen uit zijn verleden, en haalt oude herinneringen op. Als zijn ‘moeder’ op sterven ligt gaat hij opnieuw op zoek naar Finn, om hem over te halen, zijn moeder nog 1 keer te zien. Finn weigert, en blijft er heel koel onder. Octave vertrekt, en gaat terug naar zijn familie.
Stijl
Het boek heeft een gemiddeld taalgebruik. Sommige zinnen zijn langer, en moeilijker dan anderen.
Een voorbeeld van een extreem lange zin is:
‘Terwijl zes Starfighters van de Nederlandse luchtmacht in duikvlucht over de trein scheerden, hun naverbranders lieten loeien en vlammen langs de ramen joegen, werden een paar kilometer verderop, in het Academisch Ziekenhuis Groningen, twee baby’s geboren.’ (blz. 8)
Een voorbeeld van extreem korte zinnen is:
‘Het was donker. Buiten blafte een hond. De vochtige kalk op de muren rook bedompt. Het bed kraakte en piepte. Godfried haalde diep adem. De wereld was gekanteld.’ (blz. 22)
Er worden weinig moeilijke woorden gebruik, en het is in vlot, modern Nederlands geschreven. Hierdoor is het boek gemakkelijk te lezen. De hoeveelheid bijvoeglijke naamwoorden is niet extreem groot.
De verhouding tussen beschrijving en dialoog is goed. Stukken beschrijving worden af en toe onderbroken door een gesproken zin. Dialoog wordt af en toe onderbroken voor een sfeerbeschrijving.
De beschrijvingen zijn beeldend, maar soms in iets te lange zinnen geschreven. Door de lengte van de zinnen, is het soms moeilijk om je een beeld van de situatie te vormen. Maar tijdens de korte sfeerbeschrijvingen tussen de dialogen, is dat juist weer erg gemakkelijk.
Plaats
Er zijn verschillende plaatsen in het boek. Ik zal ze proberen in chronologische volgorde te noemen.
1. Het Academisch Ziekenhuis Groningen
Hier worden de twee jongens geboren, en vlak na hun geboorte verwisseld.
2. Leuvenheim
Het landgoed van de familie Dupont.
3. Villa Lucia
Een hotel in de Franse Rivièra, waar de Octave met zijn ouders en zijn broer een maand of drie verblijven.
4. Het huisje bij Savelberg
Het landgoed waar nu opa Styringa woont, 80 kilometer ten zuiden van Leuvenheim. Eigenlijk is dit een vakantiehuisje, maar Octave woont er een tijdje, met alleen zijn moeder en zijn broer.
5. Duinzicht
Het huis waar Octave in zijn kindertijd woont.
6. Het huis van Finn in Amsterdam
Dit wordt maar heel kort genoemd. Finn woont in de hoerenbuurt, Octave komt bij hem langs. Deze plaats is van weinig belang in het verhaal.
7. Het huis van Octave in Amsterdam
Hier woont Octave later met Celestine, het wordt niet vaak genoemd, en is niet erg belangrijk in het verhaal.
Ook er zijn nog wat plaatsen waar Octave tijdens zijn reis naar Villa Lucia langskomt. Deze zijn niet van belang, en heb ik ook niet genoemd hier.
Er wordt veel aandacht besteed aan de plaatsen. Villa Lucia wordt het uitgebreidst beschreven. Octave gaat hier naar terug, en de rouwplechtigheid wordt ook hier gehouden. Ook Duinzicht en het huisje bij Savelberg worden beschreven, zij het iets minder uitgebreid dan Villa Lucia. De huizen van Finn en Octave in Amsterdam worden kort genoemd, evenals het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Tijd
Het boek is nogal verwarrend, wat de tijd betreft. Het begint in 1977, en springt dan naar het overlijden van Anastasia. Vervolgens is het afwisselend een hoofdstuk in het heden, en een hoofdstuk in je jaren ’80, met daarin losse herinneringen, of een doorlopend verhaal.
De verteltijd is 249 bladzijden, ik heb dit in ongeveer 3 uur gelezen.
Het boek is in verschillende tijdzones in te delen.
1. 1977
Het jaar van de Molukse treinkaping, en het geboortejaar van Octave en Finn
2. Halverwege de jaren ‘80
Octave is 9, en krijgt van zijn 3 jaar oudere broer Godfried te horen dat hij ‘anders’ is. Dit wordt niet verder uitgelegd. Vanaf dit moment verslechterd de relatie tussen Octave en zijn ‘vader’, en krijgt Octave argwaan.
3. Het begin van de jaren ‘90
Octave is nu 16, en komt er tijdens een biologieles achter dat hij geen kind van zijn ouders is. Hij spreekt hun daar op aan. Een breuk tussen zijn ouders volgt, en Octave gaat op zoek naar Finn.
4. Het eind van de jaren ‘90
Het ‘heden’; Anastasia is net overleden, en Octave is op zoek naar zijn jeugdherinneringen. Hij is inmiddels getrouwd, en heeft een zoontje.
De vertelde tijd van het boek is dus ongeveer 22 jaar. Dit wordt ook genoemd in een passage:
‘We waren tweeëntwintig. Als ik de familiewijsheid ter harte nam, had ik naar een achttienjarig meisje moeten omkijken, elf plus zeven. Maar ik ging met de traditie breken! Dat werd tijd ook!’
Er is geen sprake van versnelling of vertraging in het boek. De gebeurtenissen worden gewoon beschreven zoals ze zijn. Sommigen worden wat uitgebreider beschreven dan anderen. Het overlijden van Anastasia, en de geboorte van Balthasar worden tamelijk uitgebreid beschreven. Dit zou je op kunnen vatten als een vertraging, maar ik ben van mening dat deze situaties gewoon uitgebreider beschreven worden, omdat ze redelijk belangrijk zijn in het boek.
Hoofdpersoon
De hoofdpersoon van het verhaal is Octave Dupont, hij is een lange jongen met dik donker haar. Op school werd hij soms gepest. Hij heeft een paar jaar aan karate gedaan, hierdoor is hij redelijk gespierd. Zijn ogen zijn bruin, dit feit zorgt ervoor dat hij ontdekt dat hij geen kind van zijn ouders is. Zij hebben namelijk beide blauwe ogen.
Hij wordt door zijn echte moeder omschreven als: optimistisch, introvert, emotioneel en een beetje agressief. Dit baseert ze op zijn sterrenbeeld: Tweelingen.
In heb boek komt hij over als een stille persoon, een bepaald gedeelte beschrijft hoe hij in de badkamer gaat zitten om na te denken. Als laatste zin staat er dan: ‘Het lijkt wel of ik het grootste deel van mijn tijd doorbreng in badkamers of toiletten.’ Ook Celestine klaagt erover dat hij meer moet praten, terwijl hij liever in stilte nadenkt over zijn gevoelens.
Ook lijkt hij me opvliegend, hij is niet bang voor de confrontatie met zijn familie, als hij voorstelt om Finn ook uit te nodigen bij de crematie van Anastasia.
Meer karaktereigenschappen zijn moeilijk uit de tekst te halen, omdat het verhaal in de ik-persoon geschreven is. Hierdoor weet je niet hoe anderen tegen hem aankijken.
Bijpersonen
Godfried Dupont
De broer van Octave, hij is jarenlang zijn held, en grote voorbeeld. Het is een kleine jongen, heel erg blond. Volgens Octave heeft hij een ‘krachtige kop’ en ‘sterke tanden’. Godfried heeft jaren op karate gezeten. Hierdoor is hij gespierd, en heeft hij een brede borstkas. Hij heeft twee linker handen.
Innerlijk is hij wat minder uitgebreid beschreven. Je zou hem koelbloedig kunnen noemen, want hij schiet als wraak 3 jongens in hun been. Je zou hem hard kunnen noemen, omdat hij zijn broertje tijdens de karatelessen nooit ontziet.
Godfried en Octave kunnen goed met elkaar opschieten, tot Godfried vanaf zijn 14e verjaardag met zijn vader op vakantie mag. Octave blijft thuis achter. Hierdoor vervreemden de broers van elkaar.
Anastasia Dupont
Anastasia groeide op in Rusland, hierdoor heeft ze wat Russische trekjes gekregen. Ook is ze haar hele leven opgevoed met de Dupont normen en waarden. Ze is een deftige, liefhebbende vrouw, die zich altijd netjes kleed. Ze kan echter ook ontzettend streng zijn. Als ze er achter komt, dat Godfried en Octave geschoten hebben op jongens van het voetbalteam slaat ze hen met een pump op hun achterwerk.
Ze heeft geen mededogen met haar man, als hij aan Octave verteld dat hij verwisseld is, wordt hij het huis uit gezet. Zelf blijft ze steevast ontkennen dat Finn haar zoon is, en niet Octave.
Ze is bijgelovig, en brengt dit over op haar beide zoons.
Johan Dupont.
Johan is een echte Dupont, hij komt er achter dat Octave niet zijn echte zoon is, en begint van hem te vervreemden. Hij is aan de drank, en spendeert als zijn tijd in zijn studeerkamer, met het maken van modelschepen. Hij wil graag contact met Finn, als hij het huis uit gezet wordt gaat hij uiteindelijk toch naar hem op zoek. Zijn karakter wordt niet echt beschreven.
Celestine Styringa
De vrouw van Octave, ook wel Tine genoemd. Ze is een gevoelige vrouw, die bij het minste van het geringste in huilen uitbarst. Verder wordt ze niet uitgebreid omschreven. Octave noemt haar mooi, maar dat is te verwachten van je vrouw.
Balthasar Godfried Dupont
De zoon van Celestine en Octave, hij is een ram. Wat er volgens Anouk voor zorgt dat hij trouw en ongeduldig is. Hij heeft groene vingernagels aan zijn rechterhand. Octave heeft ze geverfd, om te voorkomen dat zijn zoon verwisseld werd met een ander.
Oom Arthur Styringa en tante Ghislaine Styringa-de Moree, met hun kinderen: Hermance, Julia, Rogier en Celestine
Oom Arthur is een grote, kale man. Hij houdt van aanpakken, en zorgt samen met Godfried voor de crematieregelingen van Anastasia. De rest van de personages wordt alleen genoemd, maar niet verder beschreven.
Oom Karel Dupont en tante Claire Dupont-van Groeningen, met hun zoon: Harko
Deze personages worden alleen genoemd. Ze zijn verder niet uitgebreid beschreven.
Finn Jacobs
De jongen waarmee Octave verwisseld is. Hij is blond, klein en opvliegend. Hij gaat als 16 jarige het huis uit, om in de hoerenbuurten van Amsterdam te gaan wonen. Later, als Johan Dupont bij hem op bezoek gaat, krijgt hij een smak geld va hem. Hij gaat in een groter huis wonen, en heeft alleen nog maar interesse in auto’s. Zijn biologische ouders interesseren hem niet.
Anouk en Bram Jacobs
De biologische ouders van Octave, Anouk is een vrouw die sprekend op Octave lijkt, ze is spiritueel ingesteld, en gaf haar kinderen een heel vrije opvoedingen. Van Bram weet je eigenlijk niets meer, dan dat hij bestaat.
Felicia
Het eerste vriendinnetje van Octave. Hij is 16, en door haar steun en aanmoediging gaat hij op zoek naar zijn echte ouders. Ze is een heel mooi meisje. In het boek wordt ze beschreven als: ‘De droom van iedere jongen.’
Skippy
De kip van Anastasia, heeft als enige de slachting in het hok overleefd. Hij heeft maar 1 poot en wordt door haar vertroeteld.
Perspectief
Het verhaal is in de ik-persoon geschreven, hierdoor weet je niet wat de andere personages vinden van bepaalde situaties. Het verhaal wordt zo erg van 1 kant beschenen. Het is wel leuk om een verhaal te lezen wat uit de ik-persoon bekeken is. Het wordt zo erg herkenbaar.
Spanning
De schrijver probeert de aandacht van de lezer vast te houden, door steeds te wisselen van tijd. Je moet erg goed opletten terwijl je aan het lezen bent. Ik vond het geen spannend boek. Het had erg spannend kunnen zijn, door richting de clou te werken: Finn en Octave zijn verwisseld. Maar dit stond al op de achterkant van het boek vermeld. Dit was een groot nadeel van het boek. Als dit niet op de achterkant beschreven had gestaan, was de opbouw goed geweest. Er worden steeds kleine stukjes informatie over de clou losgelaten. Totdat je er uiteindelijk achter komt, wat deze is. Dit gebeurt alleen niet in een bepaalde scène. Het besef dringt langzaam tot je door.
Het boek heeft een gesloten einde.
Interpretatie
De motieven van het boek zijn: zoektocht naar jezelf, moederliefde, tradities en trouw.
Octave is het grootste deel van het boek bezig in vrede te komen met zichzelf. Daarom gaat hij ook op zoek naar zijn jeugdherinneringen.
Anastasia houdt zo veel van haar kinderen, dat ze niet wil erkennen dat Octave niet haar zoon is. Ze houdt zo veel van ze, dat ze zelfs haar man het huis uitzet, als hij het zelfs maar durft te beweren.
Tradities en trouw horen eigenlijk bij elkaar. Octave blijft trouw aan de tradities van de familie Dupont, en probeert ook trouw te blijven aan zijn moeder. Johan blijft juist niet trouw, en gaat op zoek naar Finn. Hij breekt met de traditie van ontkenning. Ontkenning in iedere moeilijke situatie en in ieder probleem is een traditie van Anastasia.
Het thema is de relatie tussen ouders en hun kinderen. Je gaat je afvragen of ouders minder van hun kinderen houden als ze niet van henzelf zijn. Johan vervreemd zich van Octave als hij er achterkomt dat het niet zijn zoon is. Anastasia blijft juist van hem houden. Finn gaat vroeg uit huis omdat hij geen band voelt met zijn familie. Maar hij heeft ook niets met zijn echte ouders. Bij het thema sluit ook een citaat aan: ‘De paradox van de gegijzelde: niets is veranderd, maar tegelijkertijd is alles anders.’ (Jean-Paul Kauffmann)
Finn en Octave zijn formeel nog steeds de kinderen van hun niet biologische ouders. Er is niets veranderd, maar toch beginnen de verhoudingen te veranderen en treedt er vervreemding op. Alles is anders.
Titelverklaring
De titel lijkt in eerste instantie weinig met het boek te maken te hebben. Maar als je dieper kijkt, en beter leest kom je er achter dat er toch veel achter de titel zit.
Octave heeft zijn hele leven al het gevoel dat er nog iets moet komen. Dat het belangrijkste punt van zijn leven pas komt als hij alle onbenulligheden heeft afgerond. Morgenster, kan je als twee losse woorden zien, morgen en ster. Morgen zijn alle onbenulligheden afgerond, dan gaat het leven pas echt beginnen en stralen als een ster!
Een andere interpretatie wordt gegeven door Anouk, zij noemt de planeet Venus. Die ook wel de morgenster wordt genoemd.
Ze zegt tegen Octave: ‘Och, ik heb het zo vaak opgezocht: jij bent om 5.25 uur geboren, hij eenendertig minuten later, om 5.56. In het twaalfde huis, daardoor hebben jullie dat introverte, jij het meeste.
Die dag is de zon om kwart over 5 opgekomen. Venus was al twee uur aan de hemel. Als Venus voor de zon opkomt, dan loopt je verlangen vóór. Je voorvoelt de dingen, je voelt dat er iets in de lucht hangt.’
Als Venus dus later of helemaal niet was opgekomen, had ze ook niets voorvoeld. Misschien was het hele verwisseldrama dan wel niet gebeurd.
Oordeel
Ik vond Morgenster een heel verwarrend boek. Het was niet erg leuk om te lezen, omdat het steeds op en neer sprong in de tijd. Ik lees voor mijn ontspanning, en dan vind ik het niet altijd leuk om na te moeten denken over een boek.
Toch heb ik geprobeerd om het boek objectief te beoordelen op zes punten: structuur, expressiviteit, realiteit, emotionaliteit, vernieuwing en kennisverrijking.
Structuur
Het boek is niet echt een eenheid te noemen. Het eerste deel gaat vooral over het leven van Octave, waarbij het telkens switcht tussen het heden en het verleden. Het tweede deel gaat over Finn en de treinkaping, en het derde deel gaat over het leven van Octave nu. Hoe hij op bezoek gaat bij Anouk, en hoe zijn zoon geboren wordt.
Deze drie dingen hebben wel raakvlakken met elkaar, maar overlappen elkaar net te weinig om het boek een geheel te maken. Bovendien waren de hoofdstukken over de treinkaping, met uitgebreide beschrijvingen nutteloos. Ze hadden niets toe te voegen aan het verhaal. Dit had ook weggelaten kunnen worden.
Expressiviteit
Het boek laat weinig zien van de mening van de schrijver. Zijn emoties en bedoelingen zijn niet erg duidelijk te zien. Misschien was de schrijver erg geïnteresseerd in de treinkaping en wilde hij dit graag met anderen delen. Misschien vroeg Scholten zich af hoe het zou zijn als je ouders niet je ouders zijn. Of misschien wilde hij gewoon een leuk boek schrijven. Ik weet het niet. Maar zijn eigen gevoelens over het onderwerp zijn niet duidelijk terug te vinden in het boek.
Realiteit
Het boek beschrijft de realiteit perfect. Het beschrijft tot in detail de Molukse treinkaping, en laat alle feiten met elkaar overeenstemmen. Het is duidelijk te zien dat de schrijver hier veel werk in heeft gestoken.
Ook de levens van Octave en Finn zouden werkelijkheid kunnen zijn. De kans is tegenwoordig erg klein, dat er baby’s omgewisseld worden. Maar dertig jaar geleden was het misschien wel mogelijk. Ook de reacties en het gedrag van personen komt realistisch op me over. Het geeft een goed beeld van de werkelijkheid.
Emotionaliteit
Ik werd niet erg emotioneel van het boek. Het was verdrietig dat er mensen zijn overleden, maar omdat het als een feit wordt gegeven, en niet met veel drama en poespas verteld wordt, word ik er niet erg verdrietig van. Ook vond ik het boek niet eng, of spannend. Ik had niet het gevoel dat ik door móest lezen. Dit kwam voornamelijk door het feit, dat de clou van het verhaal al achterop het boek stond.
Ik kon me wel identificeren met Octave, zijn reacties op bepaalde situaties zijn niet zoveel anders dan ik zou doen.
Vernieuwing
Ik heb nog nooit eerder een boek gelezen over 2 kinderen die verwisseld zijn, dus in dat opzicht is Scholten vernieuwend. Maar ik geloof dat er wel meer boeken zijn, die over de Molukse treinkaping gaan. En er zijn vast ook wel boeken, die over wisselkinderen gaan. Ik vind dus niet dat Scholten vernieuwend is.
Kennisverrijking
Ik heb meer geleerd over de treinkaping van 1977, ik wist alleen dat deze ooit had plaatsgevonden, nu weet ik ook wat er allemaal gebeurd is. In dat opzicht was het boek kennisverrijkend. Ik denk niet dan mijn kennis over mensen verbeterd is. Of over relaties tussen ouders en kinderen. Alles wat in dit boek beschreven wordt is voor de hand liggend. Het boek leerde mij dus wat over de treinkaping, maar gaf mij geen nieuwe inzichten in de relatie tussen ouders en hun kinderen.
Eindoordeel
Morgenster was een verwarrend boek, wat veel informatie gaf over de treinkaping, maar waar je verder niet zo veel aan hebt. Ik zou mensen het niet aanraden om te lezen omdat je telkens je aandacht bij het boek moet houden, en er geen spanning inzit. Ook is het jammer dat de clou al op de achterkant stond. Als ik dit boek een cijfer zou moeten geven, zou het een zes worden.
Originele fragment
Ik legde mes en vork neer en hoestte mijn vraag op: ‘Hoe zit dat nu eigenlijk, wie is mijn vader?’ Ze keken me allebei aan alsof ik uit volle borst met gestrekte arm het refrein van het Horst Wessel-lied stond te scanderen. De kleur trok weg uit vaders gezicht. We zaten in de tuin, in de hoek waar de laatste zonnestralen vielen. Moeder had er een terras van oude baksteentjes laten aanleggen en daarop stond de witte ronde tafel met een gebloemd plastic tafelkleed eroverheen. Met twee handen pakte vader de tafelrand, waardoor de loden aardbeitjes die het kleed verzwaarden wild heen en weer slingerden.
‘Daar hebben we het al eens over gehad, ‘ zei moeder bits. Haar ogen straalden gebiedend naar vader, en terug. Vader negeerde haar. Hij haalde een keer diep adem en zei toen: ‘Je bent verwisseld.’
‘Hou meteen op met die onzin, Johan!’ blafte moeder.
Vader bleef mij aankijken. Haast onhoorbaar voegde hij eraan toe: ‘Toch is het zo.’ Zijn blauwe ogen rustten trouwhartig op mij, zijn lippen bleven van elkaar. Zijn borst ging hevig op en neer. In mijn hoofd klonk een ruis alsof er een stofzuiger aan stond.
Verwisseld?
Hoe? Met wie? Wanneer?
Moeder zat vertwijfeld met de schaal aardappelen in haar handen. Ze deed een dappere poging geruststellend tegen me te glimlachten. Toen wendde ze zich tot vader en zette de schaal neer.
‘Johan, laat je ouwe koeien in de sloot,’ zei ze op een toon van ‘waag het niet’. Ze plaatste haar wijsvinger krachtig op tafel en perste hem heen en weer, alsof ze een onwillege mier dood drukte. Daarna ging ze heel rechtop zitten.
‘Maar hoe dan?’ vroeg ik, terwijl ik naar mijn bord keek.
‘In het ziekenhuis. Het was in het ziekenhuis, ‘ zei vader nauwelijks hoorbaar.
Ik nam het servet van mijn schoot en legde het naast mijn bord. Ik durfde geen adem te halen, mijn strottenhoofd zat dicht. Hij keek me droevig aan: ‘Je bent niet van mij.’ Het klonk haast alsof hij zich verontschuldigde. ‘En zij…’
Moeder sprong op als een tijgerkat.
‘Eruit!’ schreeuwde ze. ‘Eruit jij!’ Ze greep vader bij zijn kraag: ‘Weg! Wég!’, haar tanden groot en wit als van een roofdier. Hij schudde het hoofd. Hij articuleerde zoals je doet tegen iemand die slechts kan liplezen en daarbij niet zo snel van begrip is: ‘Zij is je moeder niet.’
Moeder stond schuin achter hem. Ze boog zich voorover, griste vaders vork van tafel en nam die in haar vuist. Vader bleef zitten als het lam dat geofferd ging worden, gelaten. Zonder ook maar te mikken boorde moeder de vork in zijn rechterschouder. In één keer raak. Zijn stoel kantelde en hij viel ruggelings in het gras. Ze keek op hem neer, de vork nog in de aanslag. Ik pakte haar vast, alle spieren in haar lichaam waren gespannen.
Ze siste door haar tanden: ‘Als je niet snel gaat, vermoord ik je.’
Hij kroop overeind, trok het steekwapen uit haar vuist en zei: ‘Wees blij dat die hysterica je moeder niet is.’ Met de vork in de hand liep hij het huis in. Even later hoorde ik de Jaguar starten en wegrijden. Ik liet moeder los.
Het was alsof ik deze scène als eerder had meegemaakt. Dit gesprek, deze handelingen. De mond zo, het licht, de schaduwen, de woorden, de bewegingen – alsof ik voor de zoveelste keer een film zag die ik telkens weer vergat.
Blz. 143 t/m 145
Nieuwe fragment
Ik heb het fragment opnieuw beschreven vanuit het oogpunt van moeder.
‘Hoe zit dat nu eigenlijk, wie is mijn vader?’ vroeg Octave. De kou sloeg me om het hart, niet weer! Het moest nu maar eens afgelopen zijn met deze onzin. Ik staarde hem aan, hoe kwam hij daarbij? Het was niet waar! Octave was mijn zoon!
De kleur trok weg uit Johans gezicht, met twee handen pakte hij de tafelrand, waardoor de loden aardbeitjes die het kleed verzwaarden wild heen en weer zwaaiden.
Als hij zijn mond maar hield, we hadden dit al besproken. Sinds Bram Jacobs langs was gekomen hadden we meerdere discussies over het onderwerp gehad. Ik dacht dat we ze afgesloten hadden. Maar nu kwam Octave opeens met dat onderwerp aanzetten.
De zon scheen op de tafel, stralen beschenen Johans gezicht, dat nog steeds spierwit zag. Hier moest een eind aan komen.
‘Daar hebben we het al eens over gehad,’ Ik keek naar Johan, hem gebiedend zijn mond te houden. Even keek hij me recht in mijn ogen. Toen keek hij weer naar Octave, hij negeerde me.
‘Je bent verwisseld.’ Nee! Het is niet waar, Octave geloof hem niet!
‘Hou meteen op met die onzin, Johan!’ Octave is zo’n slimme jongen, hij gelooft die onzinpraatjes toch niet, en Johan houdt zijn mond maar. Als hij zo doorgaat gaat hij het huis uit, dan kan hij ook niet voor oproerkraaier spelen.
Maar Octave geloofde het wel, hij staarde zijn vader zijn blauwe ogen, zijn eigen bruine ogen vol vraag.
‘Johan, laat je ouwe koeien in de sloot,’ verdwaasd merkte ik op dat ik in de spanning van het moment op de tafel zat te duwen, alsof ik deze verdomde leugen wilde pletten. Bewust stopte ik ermee en ging rechtop zitten. Ik zou de situatie wel afwachten.
‘Maar hoe dan?’ vroeg Octave, de arme jongen staarde in wanhoop naar zijn bord. Zijn donkere haar nog steeds oplichtend in de avondzon.
‘In het ziekenhuis. Het was in het ziekenhuis,’ sprak Johan genadeloos. Die afschuwelijke man had ook nergens ontzag voor. Hij moest nu maar eens ophouden, ik had het helemaal gehad. Als hij zijn leugens zo nodig rond wilde vertellen, prima, maar dan niet terwijl hij in mijn huis woonde. Hier had hij zich maar te gedragen naar mijn regels!
‘Je bent niet van mij.’ Nou werd ie helemaal mooi! Hij klonk zelfs alsof het hem speet, alsof hij zich verontschuldigde voor het feit dat hij al die jaren niets door had gehad. Het zou hem moeten spijten dat hij ons zo veel onrust bezorgde, het zou hem moeten spijten dat hij loog, het zou hem moeten spijten dat hij twijfelde aan mij! Niet dat hij al die jaren niets door had gehad!
‘En zij…’ Nee! En nou is het genoeg! Je gaat niet over mij beginnen, Octave is mijn zoon, mijn lieveling, en van mijn vlees en bloed. Je blijft van mij af!
Als in een droom sprong ik omhoog, verblind door mijn woede. Ik greep Johan bij zijn kraag, met de bedoeling hem naar buiten te sleuren, mijn huis uit!
‘Eruit! Eruit jij!’ Octave keek me geschokt aan, Johan bleef zitten, hij wachtte zijn lot af. Alsof hij geen puf meer had, na het spuwen van zijn geheimen.
‘Weg! Wég!’ Blind, doof en woest als een leeuw trok ik aan Johans kraag. Natuurlijk was hij veel te sterk voor me. Hij had nog de tijd om wat te zeggen tegen Octave. Woest over zijn brutaliteit greep ik een vork en deed een uithaal naar zijn schouder. Mijn eigen kracht verbaasde me, Johan viel naar achteren, en stortte met stoel en al op het gras. Woest als ik was maakte ik me klaar om nog een keer te steken. Hij had zijn mond maar te houden! Octave was mijn zoon!
Opeens voelde ik Octave’s handen op mijn schouders, rustig, kalmerend, en gespannen om mij te grijpen als ik weer een uitval naar Johan deed. Met al mijn spieren gespannen van ingehouden woede siste ik: ‘Als je niet snel gaat, vermoord ik je.’
Johan bleef irritant kalm, hij wrong de vork uit mijn vuist en zei: ‘Wees maar blij dat die hysterica je moeder niet is.’ Uiterlijk de kalmte zelve, liep hij naar het huis. De vork nog lusteloos in zijn hand houdend. Enige minuten later hoorde ik de Jaguar starten en wegrijden. Pas toen ontspande Octave zich en liet me los. Met een ondoorgrondelijk gezicht keek hij me aan, draaide zich om en liep weg.
Het was alsof mijn wereld instortte.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

1. Morgenster
2. Morgenster
3. Morgenster
4. Morgenster
5. Morgenster
6. Morgenster

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!