geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.
Primaire gegevens
Auteur: Cees Nooteboom.
Titel: Rituelen.
Uitgever: De Arbeiderspers, Amsterdam.
Uitgave: Amsterdam, 1980, 14e druk.
Aantal bladzijden: 188 blz.
1e druk: 1980
Genre: Roman omdat, het verhaal zich in meerdere plaatsen afspeelt, er zijn meerdere belangrijke gebeurtenissen.
Biografie over Cees Nooteboom:
Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag. Op school werd hij vaak als "lastpak" weggestuurd, en zou hij in niet minder dan vier middelbare scholen hebben schoolgegaan. Hij ging onder andere naar school in een franciscaner klooster in Venray en een augustijner gymnasium in Eindhoven, maar hij maakte zijn middelbare opleiding af aan een avondgymnasium te Utrecht.
Hij begon met werken in 1951 bij een bank in Hilversum, maar hij zwierf vanaf 1953 door Europa, omdat hij door het leger werd afgekeurd voor zijn dienst omdat ze hem te mager vonden. Tijdens zijn reis schreef hij het eerste hoofdstuk van zijn debuutroman Philip en de anderen. In Parijs leerde hij Philip Mechanicus kennen, met wie hij naar Cannes trok en vandaar naar Nederland.
In 1955 kwam zijn debuut Philip en de anderen uit waarvoor hij de Anne Frank-prijs kreeg. De naam Philip verwees naar Mechanicus. In 1956 volgde de dichtbundel ‘De doden zoeken een huis’ en schreef hij zijn eerste grote journalistieke reportage voor Het Parool over de Hongaarse opstand, waarvoor hem een reisbeurs werd aangeboden. Aan het eind van de jaren vijftig begon hij reisverhalen te schrijven voor Elsevier. Dit zou zijn genre blijven.
In 1957 trouwde hij voor het eerst, met Fanny Lichtveld. Later ging hij scheiden en ging hij een relatie aan met de zangeres Liesbeth List, voor wie hij ook een aantal teksten schreef, van 1965 tot 1979.
Na ‘De ridder is gestorven’ (1963) schreef hij bijna twintig jaar geen roman. Vanaf 1961 was hij redacteur bij de Volkskrant, maar in 1967 werd hij reisredacteur bij het tijdschrift Avenue.
Zijn bekendste boek is Rituelen (1980). Het werd in 1981 bekroond met de F. Bordewijkprijs, en werd in 1989 verfilmd door Matthijs van Heijningen, met in de hoofdrollen Derek de Lint en Thom Hoffman.
Op 10 december 2003 werd bekend dat hem de P.C. Hoofdprijs 2004 was toegekend. De prijs kreeg hij op 21 mei 2004.
Het boek Rituelen is geschreven in 1980. Rond 1980 werd de rijkdom zichtbaar. De invloed van de radio en de tv werden groot. Ook de popmuziek was als enige tijd populair. Wetenschap en technische ontwikkelingen werden in de jaren ’80 erg belangrijk. Sinds die tijd kwamen snel de nieuwe communicatietechnieken. Ook de mogelijkheden met software en hardware werden indrukwekkend.
De gegevens die hier verteld worden kun je niet zo goed uit het boek terughalen. Maar wel merk je dat het verhaal niet uit de ‘deze’ tijd komt. Het verhaal speelt zich meer af in de geschiedenis. Dus ik vind wel dat het klopt dat het in die tijd geschreven is.
Samenvatting:
Het boek begint met een Intermezzo (1963): Inni Wintrop woont in Amsterdam en leeft van geërfd geld. Hij handelt in schilderijen, hij schrijft horoscopen in het Parool en volgt een beurs op de voet. Tijdens een fototentoonstelling ontmoet Inni Wintrop Zita. Hij werd verliefd op haar en ze gingen trouwen. Hij hield erg veel van haar, maar ondertussen ging hij toch met andere vrouwen naar bed. Zita raakte in verwachting van Inni maar Inni is bang voor de veranderingen die gaan komen waardoor Zita het kind laat weghalen. Vanaf dat moment groeien ze uit elkaar en leert Zita een Italiaan kennen, hij fotografeerde haar voor het blad Taboe. Toch blijft Zita nog een tijde bij Inni, maar vraagt tijdens het vrijen 5000,- gulden en vertrekt met de Italiaan naar Italië. Daar heeft Inni veel moeite mee en probeer zelfmoord te plegen door de wat er in de horoscoop van zijn sterrenbeeld staat, maar het lukte niet.
Het tweede deel heet Arnold Taads (1953): In de jaren ’50 woonde Inni in Hilversum. Hij woonde in een groot huis. Op een dag kwam zijn tante Thérèse op bezoek. Zij nam hem mee naar Arnold Taads. Zij heeft vroeger wat met hem gehad. Arnold Taads leefde volgens een strak schema en week daar nooit vanaf. In het huis van Taads heerst een orde. Tijd is voor hem het belangrijkste. Om 4 uur mochten Inni en tante Thérèse pas binnenkomen, Thérèse werd om 5 uur weer weggestuurd en Arnold Taads las tot kwart voor 6. Taads wandelde samen met Inni en ondertussen vertelde Taads over het skiën, dat hij niet meer geloofd en over Sartre’s existentialisme. Taads kookte één keer in de week acht porties, dat deed hij voor als er een gast zou komen. Je kon eten tot half 8 en daarna werd de 4e sigaret gerookt. Taads vertelde hem daarna over de Wintrops, die twee aparte dingen hadden: Ze kenden geen grenzen en ze weigerden te lijden. Een paar dagen later gingen Inni en Arnold Taads naar Thérèse. Taads zou met tante Thérèse regelen dat Inni geld kreeg, dan hoefde hij niet meer naar kantoor. Bij het diner waren ook ander mensen aanwezig. Behalve Inni, Arnold Taads en Thérèse ook monseigneur Terruwe, kamerheer van de Paus, aanwezig. Ze gingen een discussie aan over de Kerk en God. Terruwe sprak volgens de dogmatiek van de Kerk. Maar Taads noemde zich collega van al het bestaande. Door de discussie kreeg Thérèse een huilbui en viel de oom nadat hij Taads een kaakslag had willen geven die tegengehouden werd door Terruwe. Dat weekend werd Inni verliefd op het dienstmeisje, Petra. Ze vrijden een paar keer en Inni verteld over zijn besnijdenis.
In de jaren die volgden zag Inni Arnold Taads nog regelmatig. Elke winter ging Taads naar Zwitserland om te skiën. Inni kreeg bericht dat Arnold Taads doodgevroren was in het dal van de Alpen, en precies op de manier hoe hij het Inni beschreven had
Het derde deel heet Philips Taads (1973): Ondertussen is Inni 40 jaar. Hij zag in juni drie duiven: een dode, een levende en een verdoofde. Toen hij op weg was naar Bernard Roozenboom kwam hij een dode duif tegen en een meisje, samen hebben ze de duif begraven en ging Inni met het meisje naar bed. Hij ging naar Bernard Roozenboom, hij was een handelaar in kunst. Inni had een ets die hij hem liet zien en Roozenboom herkende de ets al een Balduindi. Ook had Inni een Japanse prent, maar Roozenboom zei tegen hem dat Inni beter naar Riezenkamp kon gaan. Daar leerde Inni Philip Taads kennen. Philips Taads keek naar een raku-kom in de etalage. Hij kon het niet hebben dat Japanners de kom voor zijn neus wegkochten. Inni ging met Philip mee naar zijn kamer, die wit en kaal was. Philip had een droom: hij wilde zichzelf verlossen. Het benauwde Inni allemaal; hij was kwaad dat Philip zijn herinnering aan Arnold besmette. Hij wilde niet met het lijden geconfronteerd worden. Riezenkamp belde Inni op met de mededeling dat hij een klassieke raku-kom had. Riezenkamp nodigde Philip Taads uit om te komen kijken en vroeg Inni om erbij te zijn.. De bruinrode kom leek niet door mensen gemaakt, maar ontstaan in een onnoembare voortijd. Taads kocht de kom voor veel geld, en nodigde Riezenkamp en Inni een tijdje later uit voor de theeceremonie. Taads' vertrek had kleine veranderingen begaan. Er hing nu een rol met gekalligrafeerde tekens, die Inni deed denken aan een skiër die in razende vaart een helling afdaalde. Taads voerde in een absolute stilte allerlei handelingen uit die tot de theeceremonie behoorden. Inni moest aan het laatste avondmaal denken. Na uit de kom gedronken te hebben, liet Philip Taads hen uit zonder iets gezegd te hebben. Drie weken later werd Inni opgebeld door de hospita van Taads. Samen met Riezenkamp ging hij naar Taads kamer. Daar lag de raku-kom in scherven op de grond. Een paar dagen later bleek dat Philip Taads zich verdronken had.
Ruimte en tijd:
Het verhaal begint als er al iets gebeurd is, dus met een opening-in-de-handeling. Het hele verhaal bestaat uit 3 gedeeltes: Het Intermezzo (in Amsterdam). Het verhaal van Arnold Taads wordt verteld in zijn eigen huis wat als saai omschreven wordt. Het verhaal van Philip Taads wordt ook zijn eigen huis verteld wat juist als (in Amsterdam). Het verhaal wordt verteld in een niet-chronologische volgorde. Het verhaal begint met 1963 en van daaruit gaat het verhaal naar 1953 en in het derde deel in 1978. Het verhaal wordt verteld in de verleden tijd, vanuit 1978. dus het verhaal is een flashback. Het verhaal heeft een gesloten einde.
Personages:
Hoofdpersonen zijn: Inni Wintrop, Arnold Taads en Philip Taads.
Inni Wintrop: Inni komt uit een familie waar hij in zijn jeugd weinig contact heeft gehad. Inni heeft geen ambitie en is geobsedeerd door de rituelen in het leven van andere mensen en probeert uit te zoeken waarom ze die hebben en wat ze ermee doen. Hij wil niet lijden, maar wil ook het lijden van anderen niet meemaken. (round character)
Arnold Taads: Arnold was notaris en kon skiën. Hij raakte teleurgesteld in de mensheid na de Tweede Wereldoorlog, waardoor hij bij zijn vrouw wegging en een eigen leventje te leiden. Eerst ging hij naar de Rocky Mountains in Canada. Daarna met zijn hond Athos in Doorn. In de winter ging hij naar Zwitserland om te skiën in de Alpen. Hij leefde volgens de tijd. Dat was zijn ritueel. Elke verstoring in dat ritueel zou een onherstelbaar kwaad aanrichten. Ook zijn huis was ingericht met een strakke regel. Inni noemde het: "De orde die in het vertrek heerste was angstaanjagend”. Arnold geloofde niet meer in God en beschouwde de natuur als het grootste goed op aarde. Hij hield alleen van zijn hond Athos. Hij wees zijn leven geheel af en heeft ook al een idee hoe hij dood zou gaan. Arnold stierf op de manier zoals hij het zelf heeft voorgesteld: eenzaam doodgevroren in de Alpen van Zwitserland. (round character)
Philip Taads: Philip werd door Inni beschreven als een kleine, oosterse uitziende magere man. Philip was de zoon van Arnold Taads met een vrouw uit Indië. Philip was boos omdat zijn vader bij hem weg is gegaan. Philip woont in de Amsterdamse Pijp. De kamer waarin hij woonde werd “de ruimte waar ze kwamen was zeer licht, en leek op het eerste gezicht volstrekt leeg. Alles was wit, hier was men, ver van de wereld, in een ijl en koud berglandschap, of liever, alweer in een klooster, hoog in de bergen” genoemd door Inni. Hij werkte als handelscorrespondent en verder ging zijn aandacht naar Oosterse denk- en leefwijzen. De Oosterse kunst speelt een grote rol in zijn leven. Die rol is zo groot dat hij wacht op een kom: Raku-kom, om zijn aangekondigde en openlijk besproken zelfmoord uit te voeren. (round character)
Bijpersonen zijn tante Thérèse en Zita en Riezenkamp.
Zita: Zita was de eerste echte liefde van Inni. Ze heeft groene ogen, rood haar en een matte witte huid. (karakter)
Tante Thérèse: Thérèse was de tante van Inni. Ze was druk en had een bevlogen persoonlijkheid. Ze hield het geld graag voor haarzelf en praatte veel. Ze heeft een witte huid en een flinke boezem. (type).
Riezenkamp: Hij was één van de weinige vrienden van Inni. Hij handelde in de Oosterse kunst. (type)
Vertelwijze:
Het verhaal wordt verteld door Inni Wintrop. Het is dus een auctoriale verteller. Als je het verhaal leest lijkt het alsof je in het dagboek van Inni leest. Je leest met hem mee. Citaat blz. 66: “waar we tijdens ons leven doorheen waden. Het was alsof iemand in de oneindige woestijn bij een bepaalde zandkorrel had afgesproken: daar alleen kon hij eten, lezen, -elke van die afgesproken zandkorrels riep met dwingende kracht zijn eigen complementaire activiteit op, tien millimeter verder brak het noodlot aan”.
Verhaalgegevens, motieven en het thema:
De gegevens in dit verhaal zijn:
Personen in dit verhaal maken de indruk eenzaam te zijn à motief is eenzaamheid.
De tijd van Arnold Taads, tijd is de vader van alle dingen à motief is tijd.
Er wordt gesproken over het katholicisme à motief is het geloof.
Inni deed een poging tot zelfmoord en Arnold en Philip waarschijnlijk ook à motief is zelfmoord.
Het thema van dit verhaal is rituelen. Inni werd geobsedeerd door de rituelen van anderen.
Titel:
De titel van het boek is rituelen. In het boek worden er verschillende rituelen omschreven. Zo hebben ze het over de Oosterse rituelen. Voor Inni waren vooral de rituelen van anderen erg aantrekkelijk.
Schrijfstijl:
Cees Nooteboom schrijft veel met moeilijke woorden. Woorden die net te moeilijk zijn om de zin helemaal te begrijpen. Het verhaal is Epiek. Cees Nooteboom geeft veel informatie weg over hoe de personages in het verhaal zich voelen. Lyriek.
Eigen mening:
Ik vond het boek niet echt leuk. Toen ik begon met lezen duurde het heel lang voordat er een verhaal in kwam. Ook tijdens het lezen begreep ik niet altijd wat het boek bedoeld, doordat er moeilijke woorden in staan. Verder vond ik het een beetje langdradig. Ik vond niet dat er een echt verhaal in zat. Wat wel een beetje voor wat anders zorgde was dat er een nieuw soort verhaal inkomt.
Op blz. 113 en 114 staat het verhaal van de duif. Inni fietste op de brug van de Heerenstraat en op dat moment vliegt er een duif tegen hem aan en knalt tegen een auto. De duif lag dood op de grond en er kwam een meisje bij Inni staan en vraagt hem wat hij ermee gaat doen. Samen brengen ze de duif weg. Dat vind ik het meest aansprekende gedeelte van het verhaal. Dat deel vond ik mooi omdat hij eigenlijk niet van duiven hield maar toch met het meisje meegaat om de duif weg te brengen.
Op blz. 28 en 29 staat: “leeuw, u zal vandaag iets vreselijks overkomen, uw vrouw loopt bij u weg en u pleegt zelfmoord. Hij weet wat hij te doen heeft. Zwaaiend loopt hij door de kamer, botsend tegen stoelen en tafels, en gaat naar de wc waar hij zich met enige moeite ophangt aan het hoogste punt, daar waar de verwarmingsbuis en de waterleidingsbuis met een dubbele ring aan elkaar bevestigd zijn voor ze in het hoge plafond verdwijnen”. Dit stukje vond ik niet leuk, het maakt je eigenlijk een beetje bang. En als je verhalen in het echt hebt gehoord zie je het voor je en wil je het eigenlijk niet zien.
Ik vond het taalgebruik best moeilijk. Er zaten moeilijke woorden in waardoor je het verhaal ook niet goed begrijpt. De schrijfstijl vind ik verder wel leuk bedacht door er 3 verschillende gedeeltes te verzinnen, zo is er toch een beetje afwisseling.
Ja, ik kan de boeken vergelijken met de boeken van Cate Kann. Dat zijn ook boeken met een auctoriale verteller. En lijkt ook op het dagboekidee wat dit verhaal ook heeft.
Het thema van dit verhaal is rituelen, maar er wordt veel gesproken over zelfmoord en problemen. Ik weet niet of het hele bekenbare problemen zijn maar je hoort wel eens over zelfmoord, maar ik vind zelfmoord wel iets té. Als je zelfmoord wil plegen moet je wel heel ver heen zijn, maar ik vind dat je er eerst alles aan moet doen om de problemen op te lossen. Ik kijk nu niet anders tegen het probleem als voorheen.
Dit boek vond ik niet echt heel bijzonder. Het was een moeilijk verhaal. Ik zou het niet zomaar iemand aanraden. Misschien alleen een volwassen iemand, maar geen jongeren, ik denk namelijk dat de meeste jongeren nog niet echt weten wat de moeilijke woorden in de tekst betekenen en daardoor ook het verhaal niet begrijpen
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.