Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 1HAVO/VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1147 |
Opvragingen: | 0 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (6 stemmen)
Titels van Jan Terlouw
Briefgeheim (11) 1973 De derde kamer (2) 1978 De kloof (15) 1983 De kunstrijder (11) 1989 Eigen rechter (16) 1998 Gevangenis met een open deur (18) 1986 Hoogspanning (1) 1991 Koning van Katoren (28) 1971 Oom Willibrord (1) 1971 Oorlogswinter (50) 1972 Oosterschelde, windkracht 10 (17) 1976 Pjotr (15) 1970 Zoektocht in Katoren (2) 2007
Laatst gewijzigd op 22 oktober 2007
OOSTERSCHELDE WINDKRACHT 10
LEMNISCAAT 1976, JAN TERLOUW
BOEK 1: VLOED
Het verhaal speelt zich af in Zeeland in het jaar 1952. De hoofdpersoon heet Anne Strijen. Ze is 18 jaar en heeft een vriend die Henk heet. Ze woont op het streng Christelijke Overflakkee, samen met haar vader en moeder, een oma, een zus die Hennie heet en een broer genaamd Piet.
Anne heeft regelmatig ruzie met haar vader die vindt dat Anne zich niet altijd als een keurig meisje gedraagt. Als ze ruzie hebben dan vlucht Anne meestal naar haar zeilboot om een lekker stuk te gaan zeilen. Op een van haar “boze” zeiltochten ziet ze een kistje in het water liggen. Ze besluit om dat kistje te pakken. Daarbij valt ze in het water en als ze haar natte kleren uittrekt om die te laten drogen, komt er een politieagent aan (Giel Nolen) die haar op de bon wil slingeren omdat ze naakt loopt en brutaal is. Anne geeft een valse naam op. De volgende dag maakt ze dat kistje open. Er zitten allemaal aantekeningen over de zee en de dijken en vroegere stormvloeden in. Het is allemaal geschreven door ene B.G. Brooshoofd, die vindt dat de dijken onder bepaalde weersomstandigheden onveilig zijn. Henk die Weg en Waterbouwkunde in Delft studeert, vindt dat allemaal heel interessant.
Henk en Anne gaan uitzoeken wie brooshoofd is. Het blijkt een vreemde man te zijn die ook wel “de proffesser” genoemd wordt omdat hij altijd zo geleerd doet. Henk en Anne gaan naar zijn huis toe. Het huis ziet er verlaten uit. Niemand weet waar hij rondzwerft.
Intussen heeft Anne gemerkt dat ze zwanger is van Henk. Henk is er gelukkig wel blij mee, maar de vader van Anne is woedend, omdat hij altijd bang is wat de mensen van zijn kerk wel niet zullen zeggen. Ze trouwen en Anne blijft nog even thuis bij haar ouders wonen tot Henk is afgestudeerd.
Dan wordt het lijk (gewikkeld in een zeil) van Brooshoofd gevonden in een sloot, vlakbij de plek waar Anne enige tijd eerder het kistje had opgevist. Dat was ook de plek waar ze was omgeslagen en waar ze de politieagent had ontmoet.
Giel Nolen, de agent moet weer aan Anne denken als hij hoort waar Brooshoofd precies gevonden is. Hij gaat de boothuizen langs om naar een Twaalfvoetsjol te zoeken waar Anne mee voer. Als hij die gevonden heeft, krijgt hij te horen dat die van een meisje is dat Anne Strijen heet. Hij gaat naar de boerderij waar Anne woont en ziet dat ze zwanger is. Dan krijgt Nolen de gedachte dat Anne Brooshoofd heeft vermoord uit zelfverdediging omdat Brooshoofd haar zou hebben verkracht. Brooshoofd had namelijk al eerder vastgezeten wegens verkrachting.
Er komt een uitgebreid onderzoek waarbij Anne wordt meegenomen naar het politiebureau in Rotterdam. Omdat er niet bewezen kan worden dat Anne iets met de dood van Brooshoofd te maken heeft, wordt ze weer vrijgelaten. De politieagent verspreidt de roddel dat Anne Brooshoofd heeft vermoord en dat ze een verhouding met Brooshoofd heeft gehad. Dat is natuurlijk heel vervelend voor Anne.
Op een dag waaide het flink. De wind was Noordwest en het zou die nacht ook nog springvloed zijn. Henk had uit de aantekeningen van Brooshoofd begrepen dat hierdoor de waterstand erg hoog zou kunnen worden. Inderdaad, in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 gaat het mis! Piet en Henk gaan de huizen langs om de mensen te waarschuwen. Precies achter het huis van de familie Strijen breekt een stuk van de dijk door. Kleine huisjes worden meegesleurd en in de grotere huizen vluchten de mensen naar de zolder. Ook de familie Strijen vlucht naar de zolder, maar als de zoldermuur door het water wordt weggeslagen verdwijnt opoe met bed en al de ondergelopen polder in.
Piet probeert mensen te redden die vastzitten met hun auto en bij die reddingspoging verdrinkt hij. Henk beklimt een schuur en zit daar 3 dagen kletsnat en ijskoud op het dak. Hij overleeft het maar net.
Overal verdwijnen er huizen in de golven en kruipen mensen op de restanten van hun daken om maar niet te verdrinken, wachtend op hulp. Velen sterven in Zuid-Holland en Zeeland.
In een opvangcentrum krijgt Anne een kind, ze noemt hem Piet.
Henk heeft inmiddels gehoord dat ene Everhart Kemper zichzelf de schuld geeft van de ramp omdat hij geld, dat bestemd was voor dijkonderhoud in eigen zak heeft gestoken. Kemper bekende ook dat hij Brooshoofd heeft vermoord. In een gevecht met Brooshoofd die Kemper beschuldigde, belandde het kistje (dat Anne later zou opvissen) in de Grevelingen. Brooshoofd had in dat gevecht een mes getrokken en stak dit per ongeluk in zijn eigen hals.
BOEK 2: EB
In het 2e deel van het boek zijn de zonen van Anne en Henk al groot. Piet wordt net als zijn vader ingenieur in de Weg en waterbouw en Valeer wordt mosselvisser.
In het gezin wordt vaak gediscussieerd over het open laten of afsluiten van de Oosterschelde. Valeer zit bij een actiegroep (Nog TIJd) die de Oosterschelde wil openhouden omdat de Oosterschelde een belangrijk natuurgebied is, waar heel veel soorten vissen en vogels leven. Vader Henk vindt dat de Oosterschelde dicht moet omdat dit veiliger is.
Henk werkt op het Delta-instituut van Rijkswaterstaat. In één van de gebouwtjes ontploft een bom waarbij de maquette van de Oosterscheldedam wordt verwoest. Valeer verdenkt de heer Lievenbach ervan (deze werkt ook bij Rijkswaterstaat en is vóór sluiting van de Oosterschelde) dat hij deze bom heeft geplaatst om de actie-groep Nog TIJd verdacht te maken.
De actiegroep haalt een streek uit. Ze vragen de heer Lievenbach of hij een interview wil geven voor een documentaire. Daarbij doet een van de actiegroepleden net alsof hij een bekende interviewer is. Als het interview op de TV wordt uitgezonden, blijkt dat de actiegroep het interview totaal heeft verknipt zodat het lijkt alsof Lievenbach niet tegen maar juist vóór het openhouden van de Oosterschelde is. Twee leden van de actiegroep bezoeken na afloop van de TV uitzending Lievenbach en chanteren hem. Als hij gaat vertellen dat er met het interview is geknoeid, dan zal de actiegroep bekendmaken dat Lievenbach zelf de bom heeft geplaatst bij het Delta-instituut Rijkswaterstaat.
Na veel politieke discussies, wordt er uiteindelijk in 1978 een stormvloedkering in de Oosterscheldedam ge-plaatst met schuiven die gesloten kunnen worden bij hoog water. Hier is iedereen redelijk tevreden mee, omdat het een goede oplossing is voor het milieu, visserij en de veiligheid.
EIGEN MENING
Door dit boek heb ik iets geleerd over de geschiedenis van de Deltawerken. Toevallig is, dat we bij Aardrijkskunde ook over de Deltawerken hebben geleerd.
De beschrijving van de Watersnoodramp vond ik het spannends omdat het echt gebeurd is. Omdat Nederlanders zulke goede dijken en dammenbouwers zijn hoop ik dat zo’n ramp niet meer gebeurt.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen