Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 23 februari 2001 |
Taal: | |
Woorden: | 2397 |
Opvragingen: | 6880 (3 deze maand) |
Waardering: |
1. Primaire gegevens.
· Jaar van eerste druk: 1987.
2. Verantwoording van keuze.
Een vriendin van mij las voor haar vorige boekverslag ‘De kleine blonde dood’ van Boudewijn Büch. Haar samenvatting sprak me erg aan en ik besloot het daarom ook maar te gaan lezen voor mijn volgende boekverslag. Het boek was alleen op dat moment uitgeleend en ik besloot alsnog een boek van Büch te lezen. De beschrijving van de bibliotheek van ‘Het Dolhuis’ sprak me erg aan en omdat het dit boek het eerste deel is van één romanreeks (Eerst ‘Het Dolhuis’, daarna ‘De kleine blonde dood’en dan ‘De rekening’) koos ik voor deze.
3. Verwachtingen vooraf.
Ik had nog nooit een boek van Boudewijn Büch gelezen dus ik wist niet precies wat ik kon verwachten. De omschrijving voorin het boek, door de bibliotheek, was
“Het leven van een kleine jongen in een psychiatrische inrichting”. Dit was ook wat mij erg aansprak en het gaf de doorslag van de keuze van het boek. Door de omschrijving verwachtte ik veel gevoelens van een kleine, misschien wat onzeker en in de war rakend jongetje.
4. Eerste reactie achteraf.
Ik vind het een erg goed verhaal vooral omdat incest nog best een taboe is in de samenleving en incest en de psychische gevolgen worden zo openlijk beschreven. Büch beschreef de gevoelens en gebeurtenissen op een hele bijzondere manier en toch bleef het erg makkelijk te lezen. Ook vond ik dat het verhaal van begin tot het einde interessant bleef.
5. Samenvatting van de inhoud.
Winkler werd door mevrouw Sprong naar een vakantieoord gebracht, zo werd hem dat verteld tenminste. Hij ging echter naar Huize Kindervrede, een gekkenhuis. Winkler vond het helemaal niet leuk in Huize Kindervrede, je mocht er bijna niks zeggen, in het begin was dit voor Winkler erg moeilijk omdat hij erg veel sprak en meteen zei wat hij dacht. Door de straffen die hij kreeg door zijn impulsieve uitspraken, leerde hij dit snel af. Wanneer Winkler een keer straf krijgt moet hij in de keuken aardappels schillen. Daar leert hij een jongetje kennen: Tommy. Het jongetje valt even later per ongeluk in de grote pan met aardappels en verbrand. Winkler kan dit niet goed verwerken maar richt met de rest van zijn zaal een geheim clubje op die Tommy gaan vereeren als een heilige. De jongens in het tehuis moesten bijna elke dag naar de kerk en mogen, bijna, niet met elkaar praten. Ook moesten ze een paar keer per week naar de psychiater. Winkler moest hier veel vertellen over zijn relatie met zijn vader maar toen hij begreep dat men deze niet goedkeurde zei hij steeds minder. Na een jaar mocht hij weer naar huis, de psychiater zei dat hij niet te genezen was.
“Je zult voor galg en rad opgroeien, kereltje! Je hebt in je hersens een kronkeling die misschien de goede God ooit zal genezen, maar wij hebben hier geen vat op.”.
Toen hij thuis kwam was er ook veel veranderd. Vooral zijn vader deed anders tegen hem. Winkler wist niet waarom.
Dertig jaar later, wist hij nog steeds bepaalde antwoorden op vragen niet, hij wilde bepaalde dingen weten zoals waarom hij naar het gekkenhuis moest, of hij wel gek was en waarom zijn vader zo anders deed bij zijn terugkomst. Toen zijn vader overleed ging hij naar mevrouw Sprong. Zij vertelde alles aan Winkler wat ze wist: Hij moest naar het gekkenhuis om hem bij zijn vader weg te halen. Zijn vader pleegde incest op hem en de politie was er al bij betrokken, zij vonden dat Winkler en zijn vader gescheiden moesten wroden. Zijn vader wilde zijn moeder van binnen kapot maken en dan Winkler. En waarom de moeder van Winkler niet weg kon bij haar man, daar kreeg Winkler ook antwoord op: Zijn moeder was vroeger prostitue geweest en zijn vader had haar uit de prostitutie gehaald. Als zijn moeder later had gedreigd dat ze weg zou lopen, dreigde hij het hele dorp over haar achtegrond te vertellen. Het verhaal eindigt in het vaste café van Winkler waar hij zich gaat bezatten.
6. Verdieping; verhaalanalyse.
a. Tijd en Ruimte.
Het verhaal loopt niet chronologisch. Het hele boek lang lopen drie tijden door elkaar: Winkler’s jeugd (± 8-14 jaar), de jaren na het gekkenhuis (± 14-30) en Winkler’s latere jaren (± 30 en verder). Deze verschillende tijden lopen allemaal door elkaar heen, iets waar je in het begin aan moet wennen maar wat later toch wel gemakkelijk leest. Hoe verder het verhaal, des te dichter de verschillende tijden bij elkaar komen en hoe meer ze in elkaar overgaan lopen.
Het verhaal heeft een gesloten einde; alle vragen die Winkler heeft, onder andere over zijn relatie met zijn vader en waarom hij naar het gekkenhuis moest, zijn beantwoord en het verhaal is afgesloten, de drie tijden zijn nu definitief één geworden. Wat wel in het midden blijf is hoe Winkler precies met deze informatie omgaat.
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het gekkenhuis in Brabant, waar precies wordt niet duidelijk, en in Den Haag waar de familie Brockhaus woont. Waar Winkler in zijn later jaren woont wordt ook niet duidelijk.
Het verhaal loopt een aantal jaren door en dus komen, een paar, jaargetijden naar voren. “Het werd winter op het land. In Huize Kindervrede gingen de kachels aan en de zusters verwisselden het lichte habbijt voor een zwaar, duffels kleed.”
De vertelde tijd is ongeveer 30 jaar en de vertel tijd is ongeveer 4 uur.
Perspectief.
Het verhaal is in het hij/zijn-perspectief geschreven.
“Lette hij in zijn eigen dorp op nieuwe bromfietsmerken en buitenlandse nummerborden op zwarte Citroëns, in Huize Kindervrede raakte hij gebiologeerd door een lijnspel dat aangenaam verstoord werd door een vogel, bewegende stofdeeltjes of een vliegtuig dat langzaam door de lucht gleed.”
b. Spanning.
Ik vond dat er het hele boek lang een zekere spanning blijft. Een spanning omdat je dingen wilt weten, onder andere hoe de echte relatie tussen Winkler en zijn vader was en naar hoe hij verder zal leven met al de raadsels. Door deze spanning bleef het boek van het begin tot het einde interessant en was het moeilijk weg te leggen.
c. Thema en Motieven.
# Thema:
Relatie tussen vader en zoon. Door Winkler’s relatie met zijn vader moet hij naar het gekkenhuis en deze beslissing van zijn ouders zal Winkler zijn hele leven blijven volgen.
#Motieven
Een erg vaak naarvoren komend motief is de dood. Het komt in het boek ‘Het Dolhuis’ erg veel naar voren zoals de dood van Tommie en die van zijn vader. De dood trekt zijn aandacht. Omdat Winkler in zijn latere jaren psychisch op instorten staat, heeft hij het vaak over de dood. Ook heeft Winkler al een paar zelfmoordpogingen gedaan.
“Winkler Brockhaus en opnieuw de dood. Steeds opnieuw.
(…) Zijn vrienden meenden: ‘Je cultiveert die gekkigheid. Je hóeft toch niet over begraafplaatsen te gaan lopen? Je trekt je, geloof ik, de dood van de hele wereld aan.”
“ ‘Ik wil dood, ik wil dood,’schalde Winkler’s stem over straat.”
d. Personages.
Hoofdpersoon:
Winkler Brockhaus:
Toen, een jongetje van ongeveer tien jaar, die door zijn ouders naar een gesticht werd gestuurd in Brabant. Hij is een nieuwsgierig jongetje die altijd alles wil weten. Hij is brutaal en heeft altijd overal wat op te zeggen. Ook is hij vrolijk en druk, waardoor hij wat nerveus overkomt. De zusters in Huize Kindervrede maken daar snel een eind aan. Zijn brutaliteit wordt afgestraft met strenge straffen. In het verhaal groeit hij op van een jongen tot een volwassen man die zijn verleden maar niet kan vergeten. Winkler was tweeëntwintig toen zijn vader overleed. Winkler snapte niks van de kritiek van buiten op zijn relatie met zijn vader, tot na zijn vader’s overlijden, na zijn gesprekken met mevrouw Sprong en zijn moeder.
Winkler Brockhaus is een round caracter, omdat de lezer al zijn gedachten en gevoelens meemaakt en omdat zijn karakter, door het gekkenhuis, veranderd.
Bijpersonen
#Vader van Winkler:
Hij was psychisch gestoord, seksueel overspannen en wilde ook veel macht hebben. Mensen moesten hem aardig behandelen, maar hij was zelf mensen aan het kwetsen. Hij gebruikte seks en vreemdgaan als een middel voor onderdrukking. Hij was sadistisch en maakte mensen graag kapot.
#Moeder van Winkler:
Een volgzame vrouw die wist wat haar man deed, maar deed er niks aan. Ze was trouw en naïef. Ze was geen open figuur, en had ook geen open karakter. Vooral op het einde kwam je veel over haar en haar gevoelens te weten. Op het einde van het verhaal vertelt zij Winkler hoe het nu werkelijk zat tussen haar en zijn vader.
#Britt, Meyer en Laroux:
Dit waren de broers van Winkler. Zij waren niet belangrijk in het verhaal. Ze kwamen alleen meer in het verhaal voor toen Winkler zijn vader stierf.
#Solange Luna:
Ex-vriendin van Winkler. Winkler ontmoette Solange in de trein en werd op slag verliefd. Ze gingen samenwonen, maar die relatie liep al snel kapot omdat Winkler erg met zijn jeugd bezig was en weinig met haar, hier kon Solange niet tegen en liep toen weg.
#Mevrouw Sprong:
Een bejaarde vrouw van 68 (in het begin van het verhaal) en in de tachtig (aan het einde), die bij Winkler in huis woonde. Je kwam vrij weinig over haar te weten, maar toch was ze een belangrijk persoon omdat ze uiteindelijk de meeste vragen van Winkler beantwoorde.
# Zuster Makela:
Een belangrijke zuster in Huize Kindervrede. Ze zorgde voor de patiëntjes in het gekkenhuis, ze was erg streng en dulde geen tegenspraak.
Titel, ondertitel en Motto.
# Titel:
Dolhuis is Vlaams voor gekkenhuis. Dit zegt een Vlaamse vriendin, Stefanie:
“Uw oudere broer zeidet dat ge niet goed bij uwen kop zijt, u hebt toch in een dolhuis gezeten?”
# Ondertitel:
Er is geen ondertitel.
# Motto:
Er staan voorin het boek drie motto’s. Hiervan heb ik er één uitgekozen:
‘Niets werd er voor hogere wijsheid gehouden dan het streven God te dienen. Daaraan moest, van de vroege ochtend tot de vroege avond, allees ondergeschikt worden gemaakt.
In het gekkenhuis moest Winkler vaak naar de kerk, omdat ze in het gekkenhuis dachten dat God de enige was die de kinderen nog kon helpen.
Persoonlijke beroordeling
1. Het onderwerp
Ik vond het onderwerp van ‘het dolhuis’ erg interessant om dat ik het nog nooit in boeken ben tegen gekomen. Het onderwerp is niet uit mijn eigen belevingswereld dus ik ben hierdoor wel aan het denken gezet. Het onderwerp werd met veel diepgang behandeld alleen het einde vond ik ‘er wat snel er achteraan geschreven’. Dit einde zou ik dan ook wel veranderen en het dus was uitgebreider op papier zetten. Er zijn vast wel meer boeken en films die ook over dit onderwerp gaan, alleen zou ik er nu geen kunnen opnoemen.
2. De gebeurtenissen
De gevoelens van de hoofdpersoon waren in het boek toch wel het belangrijkst. Het boek ging meer over hoe de hoofdpersoon de gebeurtenissen ervaart en hoe hij er later mee om ging. Ik vond sommige gebeurtenissen triest en ingrijpend maar van mij had er nét iets meer mogen gebeuren. Er vonden niet echt veel schokkende gebeurtenissen plaats alleen de dood van een jongetje in het tehuis vond ik vrij schokkend. Ik vond dat Buch alles erg realistisch (be)schreef dus alle gevoelens en gebeurtenissen waren erg geloofwaardig. De afloop vond ik alleen wat slapjes inelkaar gedraaid. Zoals in één van mijn recensies staat: ‘Minder geslaagd vind ik helaas de bruuske poging die Boudewijn Buch aan het slot van de roman doet om even haastig te ontleden waarom de kleine Winkler Brockhaus indertijd door zijn ouders naar het gesticht is gestuurd’. Hier sluit ik mij bij mij helemaal bij aan.
3. De personen.
Door de manier van shrijven kwam de hoofdpersoon erg levensecht
over en kon ik me goed in hem inleven. De eigenschappen van
de hoofdpersoon sloten alleen niet aan op die van mij. Sommige mensen vond ik wat extreem voor mijn eigen leefwereld (bv. vader en de zusters in het tehuis) maar enkele herken ik wel (bv. mevrouw Sprong). Ik ben niet echt door het gedrag van de hoofdpersoon
beinvloed; de levensmoeheid maar vooral zijn grove gedrag tegen mensen (vooral tegen vrouwen) ervaarde ik als negatief. Ook al denk ik hier zo over, ik zou ze toch niet veranderen als ik de schrijver van dit boek zou zijn. Hierdoor werd de hoofdpersoon volgens mijn mening juist wel interessant.
4. De opbouw.
In het begin had ik moeite met de volgorde van de tijden waarin het verhaal stond, je moest twee en soms wel drie tijden tegelijker tijd volgen. Later had ik er helemaal geen last meer van maar wilde ik soms even niet meer terug naar een andere tijd omdat ik graag wilde weten hoe het verder zou gaan in de tijd waarin ik bezig was. Ook kwam er soms een ‘verhaaltje’ tussendoor die later geen betekenis bleek te hebben en weer net zo spontaan verdwenen als dat ze begonnen. Er waren geen onbegrijpelijke of saaie delen wat het lezen vermoeilijkte en er waren geen delen die spannend waren; het hele boek had een bepaalde spanning waardoor het van het begin tot het einde interessant bleef.
5. Het taalgebruik.
Het boek is makkelijk geschreven, dus vlot te lezen en het werd net zo verteld dat alles toch duidelijk was én zodat er nog genoeg aan je fantasie over kon worden gelaten. De dialogen waren erg natuurlijk en niet overheersend, wat ik erg prettig vond.
Recensies
1. “Overbodig gebabbel van Büch in Het Dolhuis” (z.o.z.)
Rob Molin is niet echt enthousiast over het werk van Boudewijn Büch. Waar hij het meeste kritiek op heeft is de schrijfwijze en het taalgebruik van Büch. Mijn mening en die van deze recensent staan bijna lijnrecht tegenover elkaar. “Büch zegt te veel en suggereert te weinig” en “…door het gebabbel (…) wordt Het Dolhuis overbodig” zijn de twee uitspraken waar ik het mist mee eens ben. Ik vond dat door het taalgebruik het boek spannend bleef en daardoor bleef je nieuwsgierig naar de ontknoping.
2. Kritiek van Reinjan Mulder. (Zie hieronder)
In de recensie staat een mening vermeld waar ik het absoluut mee eens ben. De recensent vind het een goed boek waarin veel, in een goede, hoge snelheid, verteld wordt. Waar hij alleen niet zo tevreden over was is het einde. Ook ik vond alleen de afloop minder omdat alles nog vlugtig af werd gesloten. Dit vond ik erg jammer.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

1. Het dolhuis
2. Het dolhuis
3. Het dolhuis
4. Het dolhuis
5. Het dolhuis
6. Het dolhuis
7. Het dolhuis
8. Het dolhuis
9. Het dolhuis
10. Het dolhuis
11. Het dolhuis
... meer

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!