ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
- Dit is een onderdeel van een literair werkstuk, dat ik in 4 VWO moest schrijven, het onderwerp was 'Magisch Realisme'.
Samenvatting:
Deel I: De Segdwick’s
Evert ter Wilg krijgt bezoek van de verteller, Dr. G.M. de verteller is een oude studievriend van Evert en Evert heeft hem gevraagd naar hem te kijken, omdat hij een vervelend hoestje heeft en zich al tijden zwak voelt. Evert zegt dat als het een erge ziekte zou zijn, hij het liever niet hoort, omdat hij vrolijk door wil blijven leven.
Evert heeft biologie gestudeerd en werkt nu al 3 jaar in een onderzoekslaboratorium van de universiteit.
In het boek is ook nog een ander verhaal, het verhaal dat Evert schrijft. Het gaat over Gun en Ra Segdwick en speelt zich af in een bos in Amerika. Ze zijn uit Europa vertrokken en hebben al hun bezittingen, zelfs hun kleding, achtergelaten om aan hun nieuwe avontuur in de Nieuwe Wereld te beginnen en hebben in Amerika een heel nieuw bestaan aangenomen. Ze wonen in een blokhut en het is winter. Op een tocht door de sneeuw schiet Gun een vogel uit de lucht en hij wil deze aan de mysterieuze indiaan die verderop woont aanbieden als kennismaking. Het blijkt dat de indiaan, Curumilla genoemd door Gun, de vogel zelf heeft neergeschoten voor Gun en Ra. Curumilla biedt aan deze voor hen klaar te maken en hen die avond te vergezellen bij het diner. Die avond wordt er al vroeg geklopt. Het is niet Curumilla, maar een Amerikaan die zegt dat hij van de politie is. Hij heeft twee sledes bij zich en veel proviand en vertelt dat hij bezig is met een opdracht, zonder verdere toelichting te geven, wat Gun en Ra verder niet uitmaakt.
De man, Wence Craighton, blijft bij Gun en Ra eten. Het wordt een gezellige avond met veel drank en de volgende ochtend, als hij weer vertrekt, vindt Wence een brief op een van zijn sledes in de stal, waarin staat dat hij niet verder moet gaan met zijn zoektocht. Wence neemt afscheid en vertelt Gun dat hij eigenlijk niet van de politie is.
Op een tochtje door het bos ontmoet Gun een indiaanse; hij noemt haar Lovelace of Western Hills. Het is een wonderlijke ontmoeting.
Tijdens een kort ontbijt ontmoet Evert een Franse uitwisselingsstudente: Jeanne. Evert biedt aan om haar wat Nederlandse lessen te geven en zij stemt daar mee in. Jeanne komt een paar dagen achter elkaar ’s avonds langs, te laat voor een echte les. Ze leren elkaar kennen en ze vinden elkaar leuk, maar alles is erg afwachtend. Op een avond na zo’n bezoekje gaat Evert naar de kamer van Jeanne. Ze kussen elkaar, maar Jeanne’s principes maken seks onmogelijk. Ze spreken af elkaar maar niet meer te zoenen, omdat dat het anders veel te moeilijk wordt.
Evert en Jeanne gaan twee dagen per week uit eten en Evert betaalt elke keer. Jeanne moet weer terug naar haar familie, maar op de laatste avond hebben Jeanne en Evert toch seks. Ze willen allebei niet dat Jeanne teruggaat.
Als Evert een vrij weekend heeft, gaat hij soms naar zijn ouderlijk huis, De Wilgen, het huis van de familie Ter Wilg. Evert heeft twee broers: Lotar en Kees (een tweeling) en zijn ouders worden Pipa en Mams genoemd. Evert zit thuis vaak in de bibliotheek te schrijven aan de schrijftafel, waarboven het schilderij van ene Lovelace hangt.
Gun en Ra zitten in hun blokhut naar de radio te luisteren en terwijl ze van frequentie veranderen, komt een morsecode door. Ra, die morse begrijpt, verstaat de oproep: ‘Wence Craighton aan Gun Segdwick kom elke avond tempelruïne beek.’ Gun begrijpt dat de berg wordt bedoeld, een dagreis ver. Meteen stapt Gun op zijn paard en gaat erheen. Daar aangekomen ziet Gun Lovelace of Western Hills weer. Zij neemt hem mee de berg in en houdt hem daar gevangen. Ze zegt dat ze alles weet van het feit dat Wence Gun zocht en vertelt Gun dat alles goed komt. Er ontstaat een vreemde liefdesrelatie tussen hen.
Op een dag is Jeanne weer terug uit Frankrijk en ze klopt bij Evert aan. Evert is verbaasd en niet heel erg blij haar te zien, terwijl Jeanne maanden op dit moment had gewacht. Jeanne is teleurgesteld en als ze volgende dag Evert’s kamer binnenkomt, vindt ze een briefje waarin Evert uitlegt dat hij naar een ziekenhuis is gegaan, omdat hij toch wel echt ziek was. Jeanne gaat meteen naar het ziekenhuis en daar hoort ze dat Evert met een busje is weggebracht. Tijdens een bombardement (het verhaal speelt in WOII) is het busje geraakt. Jeanne is ten einde raad.
Deel 2: Paradeigmata
Dr G.M. (de verteller) gaat op bezoek bij de familie Ter Wilg. Hij is de professor van Lotar en Kees. Daar ontmoet G.M. de nieuwe hulp in de huishouding, Hermine van Rijn en haar zoontje Pietertje. Tijdens zijn bezoek praat G.M. veel met Mams over Evert en hoe hij vroeger was.
Een paar jaar later, na het afstuderen van Lotar en Kees, komt Lotar alleen thuis. In de bibliotheek vindt hij Hermine. Lotar vraagt haar ten huwelijk, maar zij zegt nee. Lotar legt uit dat hij weet dat Hermine voor zijndood op Evert verliefd was en dat Pietertje Evert’s kind is. Hermine blijft bij haar besluit en als afscheid omhelzen ze elkaar één keer.
Lotar gaat naar India en heeft daar ook werk. Met de verjaardag van Mams stuurt hij een brief. Die brief is voor Mams het mooiste cadeau dat ze kon krijgen.
Als Gun wakker wordt, kan hij zich vrij weinig herinneren van de vorige nacht. Hij gaat het na en komt met een hele reconstructie, waarin hij erachter komt dat hij heeft gezworen de komende dagen niet te ontsnappen.
Tijdens een gesprek komt Gun erachter dat Lovelace en Wence samen hebben gestudeerd. Wence was helemaal gek van Lovelace, maar dat was niet wederzijds. Lovelace vertelt ook over de voorspelling die in het oude indianenboek Colhuacan staat. Deze eeuw zou een grote gebeurtenis plaatsvinden, waarin de indianen terugslaan van de eeuwen onderdrukking. Voor die opstand zou Gun nodig zijn. Tijdens dit verhaal zijn er geweerschoten. Lovelace gaat meteen weg en in een visioen ziet Gun haar door de gangen rennen, tegen een andere indiaan praten, hij ziet Amerikaanse soldaten en Wence en hij ziet in een machinekamer de bewusteloze Ra liggen. Meteen sprint Gun door de deur, door tientallen gangen, totdat hij een indiaan tegenkomt. Hij ontwapent hem en dwingt hem de machinekamer te laten zien. Daar ligt Ra. De indiaan helpt ze aan een paard een veilige vluchtroute en ze komen samen weer aan bij de blokhut. Ook Wence komt na een tijdje daar aan.
Wence kwam een dag nadat Gun was vertrokken aan bij de blokhut. Hij wist niets van een morsesignaal en toen zijn ze Gun gaan zoeken. Ra werd gevangen genomen en Wence vroeg om de hulp van een groepje soldaten, dat langskwam. Ze hebben toen de indianen aangevallen en kwamen tot de ontdekking dat er een tempelruïne op de berg stond, maar dat deze eerst door een krachtveld onzichtbaar werd gehouden. Tijdens de aanval werd Lovelace gedood.
G.M. wordt gebeld: Hermine van Rijn is aangereden en ligt in het ziekenhuis. G.M. gaat er meteen naartoe en daar ziet hij Evert ineens staan.
Als Hermine weer beter is, trouwen zij en Evert. Op een middag geeft Evert uitleg over de gebeurtenissen na zijn ‘dood’. Het busje waar hij in zat was geraakt door een bom, maar hij en nog een andere inzittende wisten te overleven. In de verwarring werd Evert naar een veldhospitaal en daarna naar Amerika gebracht. Hij herinnerde zich weinig van zijn verleden. Na een tijd begon hij meer en meer te herinneren van thuis en is uiteindelijk teruggegaan. In Evert’s afwezigheid ging Hermine verder met het schrijven van het verhaal van de Segdwicks, maar nu schrijven ze het einde zelf af.
Waardoor is het boek magisch-realistisch?
De trap van steen en wolken.
- het gedrag van Evert.
Evert leeft in het begin voor de lezer een heel saai leven. Als zijn vriend en arts dr. G.M. hem komt onderzoeken, zegt hij het niet te willen horen als het iets ernstigs is, om lekker door te kunnen leven. Dit is een van de tegenstrijdigheden van de mens die erg droog en oninteressant beschreven wordt. Met de komst van Jeanne verandert er veel. Voor Jeanne had Evert een vast moment op de dag waarop hij koffie drinkt. Hoe Evert zijn koffie maakt en opdrinkt met daarna een sigaret, wordt erg precies beschreven.
Als Evert aan het eind van het boek aan Jeanne’s bed staat, wordt nog lang niet verteld hoe het kan dat hij nog leeft. Pas helemaal aan het boek wordt kort uitgelegd dat hij naar Amerika was gestuurd en daar geheugenverlies had. Deze onwaarschijnlijke dingen worden kort beschreven, waardoor het gewone en ongewone in elkaar vloeien.
- De Segdwick’s
Tijdens zijn leven van aftakelen en achteruitlopende gezondheid schrijft Evert wanneer hij kan aan het verhaal van de Segdwick’s. In het begin van het boek schrijft Daisne de twee verhalen praktisch door elkaar, zodat je goed moet opletten, wil je het snappen.
Het verhaal van Gun en Ra wordt als volkomen logisch geschreven. Gun en Ra laten al hun bezittingen achter in Europa en beginnen in Amerika een nieuw bestaan. De ontmoetingen met mensen verlopen ook niet volgens onze norm. Gun heeft de gewoonte om iedereen die hij ontmoet zelf een naam te geven en dat vindt verder niemand erg. Zo ontmoet hij de indiaan Curumilla, die voor hem een vogel heeft neergeschoten. Als Wence Craighton aanklopt, is het vanzelfsprekend dat hij mee eet en blijft slapen. Ook het feit dat hij uiteindelijk niet van de politie blijkt te zijn, wordt als niet belangrijk ik hun vriendschap ervaren.
Tijdens hun lange avonden samen, hebben Gun en Ra de gewoonte om te lezen. Ze hebben alleen geen boeken; ze lezen uit hun hoofd. Af en toe vraagt Ra aan Gun waar hij in het boek is en dan bespreken ze de mogelijkheden van de hoofdpersoon op dat moment.
Als de morsecode komt via de radio (het is natuurlijk dat Ra morse begrijpt), gaat Gun meteen, zonder enige ophef naar de berg toe. Hij is niet verbaasd als hij daar Lovelace tegenkomt en gevangengenomen wordt. Als Wence en Ra Gun gaan zoeken, komt Wence een groepje Agenten tegen, wat erg toevallig is, midden in het bos.
In dit boek zijn twee werelden gemaakt, die heel erg veel met elkaar te maken hebben. Gun lijkt in veel opzichten op Evert. Als je Evert’s leven en familie als steen ziet en Gun’s verhaal als de wolken, vormen Evert en Gun samen de trap. Zo weeft het normale in het abnormale.
Op bladzijde 216 zegt Hermine van Rijn tegen Lotar dit:
‘De dingen zijn maar afschaduwingen van de glanzende paradeigmata die in de hemel wonen’.
Hier koppelt Daisne het leven terug aan de Archetypen van Jung en dat die overal aanwezig zijn. Hermine vertelt in dit stukje hoe moedeloos je wordt als je leeft vanuit het geloof dat je hele leven van tevoren is vastgesteld en je zelf geen inspraak hebt op je eigen leven.
Met welk taalgebruik en welke vertelwijze drukt de auteur zich uit?
Johan Daisne schrijft in de trap van steen en wolken zeer beschrijvend. Hij vertelt haast wat een schilderij je laat zien. Hij schildert de kleuren, de geuren en gebeurtenissen, zodat je er lekker van kunt genieten en het op je af laat komen, in plaats van dat je je moet gaan verdiepen in hoe het landschap er bijvoorbeeld uitziet. Mede door het gebruik van bizar veel bijzinnen en bijvoeglijk naamwoorden komt de schrijver tot dit resultaat.
Johan Daisne gebruikt veel lange zinnen, gemiddeld drie tot vier regels lang, waarin hij veel uitleg geeft van gevoelens van personen, natuurverschijnselen en gebeurtenissen.
Tijdens het verhaal koppelt Daisne soms terug naar zijn kijk op het leven. Zo schrijft hij ergens midden in het verhaal een betoog over de vrouw in het algemeen. Eerder in het boek maakt hij de opmerking dat lezers niet weten hoeveel moeite en tijd het schrijven van een boek kost.
Om Daisne’s schrijfstijl weer te geven even een citaat: •(bladzijde 130-131)
‘De donkere stof der kamerjaponnen was war geworden, het briesje dat vagelijk naar odeur rook, speelde met een haarlok, ze zogen aan hun eerste morgensigaret die hen lichtjes deed duizelen, en in die duizeling sloten ze half hun ogen en gevoelden weer sterk die vakantie-indruk, dermate sterk dat hij, reeds zo literair, nog literairder werd, en weer zonderlinge onzekerheid in henzelf bracht omtrent henzelf en al wat hen omgaf, betreffende de wezenlijkheid daarvan, of het nu echt was of gedroomd, dan wel – en dat was nóg geheimzinniger en heerlijk – alles niet op de grenslijn van beide, van droom en werkelijkheid was gebeurend, of het niet een scène uit een boek was die ze opnieuw beleefden, een tastbare reminiscentie of een tastbare inspiratie, of ze niet veeleer personages waren, dan wel personen…
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.