Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 15 augustus 2007 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 5215 |
Opvragingen: | 1892 (2 deze maand) |
Waardering: |
Zakelijke gegevens
Eerste druk: 16 augustus 2007
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 236
Uitgever: De Bezige Bij te Amsterdam
Gegevens voorkant
Op de voorkant is een afbeelding afgedrukt van een mooie jonge vrouw die in een licht gekleurde jurk op een bed heeft plaats genomen. Ze is fraai opgemaakt.
Genre
Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag op 29 juli krijgt Harry Mulisch een bijzonder eerbetoon. Zes collega-schrijvers komen in die periode met novelles die verder fabuleren op het oeuvre van Mulisch. Maar vanwege de lengte zou je kunnen stellen dat Elsbeth Etty toch min of meer een roman heeft geschreven.
De andere novellen zijn: Abdelkader Benali schrijft De eeuwigheidskunstenaar, Doeschka Meijsing gaat in De eerste jaren in op Mulisch’ jeugd, Marcel Möring schrijft Een vrouw, een verhaal dat een ‘vervolg’ op Mulisch’ roman Twee vrouwen moet wezen. Ook A.F.Th. Van der Heijden levert een gelegenheidsnovelle af: De doorstoken globe put eveneens zijn inspiratie uit De ontdekking van de hemel. Tenslotte is er Jessica Durlacher die met Waar bleef PC Cathy R. Mulisch’ vroege boeken herbeschouwt.
De flaptekst
Elsbeth Etty kruipt in de huid van de moeder van Ada, de grootmoeder van Quinten uit De ontdekking van de hemel. Zij heeft besloten naar buiten te treden met haar versie van de gebeurtenissen. Als het zo is dat Ada’s kind waarlijk Gods afgezant was, heeft de wereld recht op het hele verhaal. Wie is Quinten Quist? Is hij werkelijk door God gezonden om een belangrijke opdracht te vervullen? Is haar dochter de moeder van Gods zoon, en zij dus zijn grootmoeder? En wie is zijn verwekker? Duizelingwekkende vragen naar aanleiding van een al even duizelingwekkende roman.
Waardering
Elsbeth Etty geeft een aanvulling op het grote werk van Harry Mulisch. Ze kiest voor de vorm van een dagboek van Ada en het commentaar van haar moeder hierop. Dat geeft een extra dimensie. Verder volgt Etty de tekst van “De ontdekking van de hemel” vrij goed De titel van Etty’s werk komt ook letterlijk voor in de roman van Mulisch (nl. op blz. 127) Maar nieuw wat gegevens betreft is de conceptie van Quinten door Bart Bork en de pogingen van Ada om abortus te laten plegen. Hierdoor wordt het ongeluk dat Ada overkomt, nog meer een teken van het ingrijpen van de hemelse machtshebbers. Toch komt op mij de inhoud van het dagboek heel wat trivialer over dan de inhoud van de roman waarop het dagboek gebaseerd is.
Het is niettemin voor eindexamenkandidaten wel aardig, wanneer ze toch al de moeite hebben genomen om Mulisch’ indrukwekkende werk (5 punten) te lezen ook de roman van Etty op hun lijst te zetten. Qua stijl en techniek kan Elsbeth Etty natuurlijk niet tippen aan Mulisch. Het is min of meer een toetje na een copieuze maaltijd.
De waardering op de scholieren.comlijst is 2 punten.
Motto en opdracht
Er is geen motto en geen opdracht.
Structuur en verhaalopbouw
De novelle heeft de structuur van een nagelaten dagboek. De datum waarop Ada de gebeurtenissen heeft neergeschreven, staat boven elk hoofdstuk. De novelle begint met een proloog van de moeder van Ada, Sophia, die aangeeft dat ze fragmenten van een nagelaten dagboek van haar inmiddels overleden dochter Ada uitgeeft. Na de laatste bladzijden van het dagboek volgt er een epiloog, waarin Sophia Brons de rest van de geschiedenis na de dood van Ada aan de lezer vertelt. Die epiloog is in vier korte delen verdeeld. Deze hebben wel een titel (Westerbork, Jeruzalem, Bork en Tora Bora)
Samengevat:
Proloog (blz. 5-10)
Ada’s dagboek (blz. 11- 213)
Epiloog (blz. 215-236)
Eigenlijk heeft het boek dus de structuur van een kadervertelling, waarbij pro- en epiloog als het kader van het heden kunnen worden beschouwd en het dagboek het verleden van veertig jaar daarvoor weergeeft.
Perspectief
In de proloog en de epiloog is de ikvertelster Sophia Brons, die inmiddels 84 jaar oud is. Ze vertelt dat ze geboren is in 1923 en dat het 2007 is. Zij doet verslag van het dagboek van haar dochter Ada dat ze heeft gevonden en nadat het dagboek gepubliceerd is, geeft ze nog een nadere uitleg van de dingen die erna gebeurd zijn en die ook in “De ontdekking van de hemel” worden verteld. In de epiloog geeft ze daarnaast commentaar op het dagboek. Ze stelt nadrukkelijk dat het verhaal Ada’s visie op de werkelijkheid is.
Het dagboek heeft natuurlijk ook een ikvertelster (Ada uiteraard) en ook dat is een achterafvertelster, die in de o.v.t. schrijft. Het dagboek eindigt nogal plotseling. De reden daarvan is dat de vertelster Ada door een boom tijdens het noodweer wordt getroffen en daarna in coma raakt.
Titelverklaring
De titel is een regelrechte verwijzing naar een zinsnede die een van de personages Max Delius uitspreekt naar Ada, zijn geliefde op dat moment. Wanneer zijn vriend Onno belt, laat hij haar na een vrijpartij zonder dat ze een orgasme heeft bereikt achter met de mededelende woorden van de titel. (blz. 105 ) Ada komt er dan achter dat ze helemaal geen man nodig heeft om een orgasme te bereiken. Vanaf dat moment verandert haar leven.
Tijd en decor
De proloog en de epiloog worden verteld in 2007. Daarvoor zijn expliciete tekstgegevens in het boek te vinden. Zo stelt Sophia dat het precies veertig jaar geleden is dat Ada Max en Onno ontmoette. Ada ontmoette Max op Bevrijdingsdag 1967.(blz. 9) Ze geeft bovendien aan dat ze in 1923 geboren is en dat ze bijna 84 jaar is.
Het dagboek heeft als kenmerk dat de dagen expliciet boven de “hoofdstukken”vermeld staan. Het dagboek begint op maandag 13 februari 1967 en eindigt op dinsdag 27 februari 1968. Op hetzelfde moment (13 februari 1987) begint ook de roman van Harry Mulisch “De ontdekking van de hemel.”
In het dagboek hebben de meeste gebeurtenissen plaats in Amsterdam en Leiden. Een belangrijk decor is ook de Cubaanse hoofdstad Havana, omdat op die plek Quinten Quist is verwekt, die de hemelse opdracht heeft gekregen om de Stenen Tafelen terug naar Jeruzalem te brengen.
Samenvatting van de inhoud
Proloog
Op 3 juni 1984 verdween Quinten Quist in Jeruzalem uit het leven (hij werd opgenomen in de hemel) en er is daarna een cultus om zijn bestaan ontstaan. Er is twijfel over wie de echte vader van Quinten Quist is geweest. Is het Max Delius of Onno Quist? Sophia Brons, de moeder van de celliste Ada Brons-Quist die als gevolg van een noodlottig ongeval om het leven is gekomen, wil proberen een tip van de sluier op te lichten. Ze noemt het dagboek Het testimonium van Ada; het zijn autobiografische aantekeningen die aangetroffen zijn op de achterkant van muziekbladen. Het zijn als het ware genoteerde “dromen” van Ada. Sophia geeft wel aan dat het Ada’s versie van de werkelijkheid is. Het is nu precies 40 jaar nadat Ada Max en Onno voor het eerst ontmoette: bevrijdingsdag 1967.
Het dagboek van Ada
Ada opent haar dagboek op de eerste datum (maandag 13 februari 1967) met de mededeling dat ze haar leraar Bruno in de auto heeft afgetrokken. Hij wilde graag met haar naar bed, maar dat wil Ada helemaal niet.
Ze vertelt ook over de eerste ontmoeting tussen haar ouders: aan het einde van de oorlog was haar latere moeder Sophia min of meer bij toeval (!) tegen het lijf van haar vader aangelopen en in 1946 was Ada uit het daaruit voortgevloeide huwelijk geboren. De geringe seksualiteitsgevoelens lijkt ze van haar moeder overgenomen te hebben (Ada twijfelt er namelijk aan of ze frigide of lesbisch is) Ze vindt dat het huwelijk van haar ouders niet op hartstocht gebaseerd is. Hoewel ze niet uit is op seks met Bruno, heeft ze voorlopig alleen maar hem om op terug te vallen: hij is haar pianoleraar op het Conservatorium. Van jongs af aan heeft Ada echter belangstelling gehad voor de cello. Haar moeder haatte haar daarom. Ada had een muziekbeurs aangevraagd, omdat haar ouders de studie aan het Conservatorium niet wilden betalen. Ze had de studiebeurs gekregen, maar die had haar moeder grotendeels ingepikt, omdat Ada voor kost en inwoning moest betalen. Ze vertelt veel over haar jeugd aan Bruno. Ook over haar lievelingspop Liesje. Die was per ongeluk echter met de vuilniswagen meegegeven en dat had ze als kind verschrikkelijk gevonden. Herhaaldelijk vergelijkt ze later in het dagboek vrouwen die afgedankt worden gemakkelijk met haar pop Liesje.. Ze vertelt Bruno ook over de relatie met haar moeder. Ada vertelt aan de lezer dat Bruno haar graag Maria noemt, omdat die ook maagd was toen ze Jezus baarde. Hij vertelt Ada dat ze wel zouden kunnen neuken en dat hij dan condooms kan kopen, maar Ada wil voorlopig geen seks met hem.
Ze heeft van een vriend van Bruno gehoord dat haar moeder kan lijden aan het syndroom van Münchhausen bij proxy, wat betekent dat ze allerlei ziektes verzint en bij M. bij proxy betekent dat ze die kwalen en ziektes projecteert op haar kind en huisdieren. Dergelijke patiënten hebben meestal geen emotionele band met de vader van hun kind en bezoeken de artsen alleen met hun kind. Ze accepteert ook niet dat Ada een spijkerbroek met een gulp draagt: dat is immers een mannenkledingstuk.
Op een studentencongres treedt ze samen met Bruno op in een compositie van de broer van Bruno, Beike. Het wordt een groot succes en er vloeien diverse uitnodigingen uit voort. Na afloop gaat ze nog wat eten en drinken met o.a. Bart Bork, een studentenleider die op de bres springt voor het communisme en net als de vrienden van Bruno gecharmeerd is van Cuba met zijn helden Fidel Castro en Che Guevara. Ook hadden Bart en Bruno meegedaan aan de provorellen ter gelegenheid van het huwelijk van Beatrix met Claus Tijdens het samenzijn na afloop maakt Bruno allerlei vervelende seksistische opmerkingen tegen Ada en ze besluit dan alleen de trein naar Leiden te nemen. Ze beseft wel dat ze Bruno en Bart Bork te vriend moet houden, omdat het invloedrijke mensen in het Amsterdam van die tijd zijn. Maar wanneer Bruno wil dat ze hem oraal bevredigt, weigert ze dat, want dat vindt ze maar heel vies. Ze twijfelt heel sterk over haar eigen seksualiteit. Hoewel ze geen direct seksueel
contact heeft gehad met Bruno, is ze toch een aantal dagen over tijd en haar moeder houdt dat heel nauwlettend in de gaten, maar uiteindelijk blijkt het “loos alarm” te zijn. Ada voelt eigenlijk meer voor Bart dan voor Bruno, hij is namelijk veel ambitieuzer. Met hem zou ze eventueel wel wat willen, maar Bruno helpt haar uit de droom: Bart is al jaren getrouwd en hij houdt er veel andere vriendinnen op na met wie regelmatig “in het rond neukt.”
Ada wil auditie doen voor celliste bij het Concertgebouworkest, maar woont nog steeds bij haar ouders in Leiden. In Amsterdam heeft ze al enkele keren een interessante man gezien die heel druk met zijn vriend aan het discussiëren over allerlei onderwerpen was. Ook heeft ze een uitnodiging van Bart gekregen om elkaar eens te ontmoeten in een kroeg. Ze spreken een keer af en hij wordt ook opgewonden van haar en zegt dat hij met haar naar bed wil. Ze blijft Bart een interessante man vinden. Intussen is ze ook erg bezig met de “onbevlekte ontvangenis van Maria”en de aankondiging van Jezus’ geboorte aan de maagd Maria, die daarvan op afbeeldingen in de schilderkunst helemaal niet zo lijkt te schrikken. En dan ineens bericht Ada in haar dagboek dat ze is ontmaagd door de zoon van een nazi met een voorliefde voor Wagner. Op latere data vertelt ze als achterafvertelster, wat er heeft plaats gevonden
Het is bevrijdingsdag 1967 en ze vertelt over haar ontmoeting met Max Delius. Hij was in de boekwinkel van haar vader gekomen om een boek te kopen en hij had aan haar vader gevraagd of jij Ada mocht “ontvoeren” voor een etentje. Ada’s vader had bij de naam Delius wel meteen gedacht aan de oorlogsmisdadiger Wolfgang Delius die na de oorlog (in 1946) was geëxecuteerd, omdat die niet alleen zijn joodse vrouw maar ook honderden andere mensen had verraden. Ze had Max ‘vriend Onno Quist ook ontmoet en het bijzondere van hen beiden was dat ze verteld hadden dat ze in dezelfde nacht waren verwekt nl. op 27 februari 1933; dat wil zeggen in de nacht dat de Nederlander Marinus van der Lubbe de Rijksdag in de fik had gestoken. Ze hadden ook een onderlinge weddenschap afgesloten om een maagd te zoeken die een nieuwe Messias kon baren. Ada moet hartelijk lachen om die fantasie, maar ze was wel met Max meegegaan naar Amsterdam en na het eten gaat Ada voor het eerst met een man naar bed. Max denkt dat ze het nog wel vaker zullen doen en wil voor haar een afspraak maken met een bevriende huisarts (Ben Polak) die haar de anticonceptiepil kan verstrekken. (We leven in 1967 en die pil is net op de markt gekomen)
Bruno is uiteraard niet zo enthousiast wanneer hij hoort dat ze met Max en Onno omgaat. Onno maakt nogal denigrerende opmerkingen over vrouwen. Hij maakt ook steeds opmerkingen over het verwekken van de Messias. Maar Ada is blij dat ze naar de dokter van Max kan, want voorlopig wil ze geen kind krijgen . Ze krijgt wel steeds meer sympathie voor Onno: die heeft meer gevoel voor humor dan Max. Onno is de zoon van de minister-president van christelijke komaf.
Ada blijft vrijen met Max, maar beleeft er zelfs nauwelijks genot aan: ze krijgt geen orgasme. Ze doet maar net alsof. Intussen komt ze in contact met de oproerkraaiers uit die tijd: Harry Mulisch, Peter Schat en de Duitse studentenleider Rudi Dutsche. Intussen valt er ook veel te discussiëren over de wereldgebeurtenissen: er is oorlog in Vietnam (waar de Amsterdamse provo’s fel protesteren, Israël is oorlog aan het voeren in het Midden-Oosten, Cuba roert zich op het wereldfront) Wat het Cubaanse politieke front betreft raakt ze weer in contact met Bart Bork en Bruno die fanatieke voorstanders van het Castrobewind zijn.
Op donderdag 22 juni 1967 verlaat Ada het huis van Max. De directe aanleiding is dat Max haar na een vrijpartij in haar eentje had laten liggen. Onno had hem namelijk opgebeld en gevraagd of hij kon komen. Max had haar daarna toegevoegd ”Maak jij jezelf maar klaar” (de titel) (blz. 105) Het was voor Ada een verrassing dat je een orgasme zonder man zou kunnen bereiken, maar het lukt haar wel. Uiteraard heeft ze er wel allerlei seksuele fantasieën bij. Het is voor Ada zo’n beetje “De ontdekking van de hemel.” Maar ze besluit wel direct het huis van Max te verlaten. Die is bovendien een aantal dagen van de aardbodem verdwenen. Later blijkt dat hij aan Onno verteld heeft dat zijn vader het op die dag precies 23 jaar geleden is dat hij geëxecuteerd is.
De auditie voor het Concertgebouworkest is goed verlopen: ze moet spelen onder leiding van Bernard Haitink en hoort later dat ze aangenomen is. Intussen is ze ook vanwege een ruzie weer bij haar ouders thuis weggaan en ze trekt bij Onno Quist in. Het is een rommelig huis en ze moet veel werk verzetten. Onno vertelt haar over Max’ ouders. Max is door de traumatische ervaringen heel gelovig geworden. Bovendien wil hij als astronoom naar de sterrenwacht van Dwingelo gaan om een project te starten. Dat ligt vlak bij Westerbork, het Nederlandse doorvoerkamp naar de vernietigingskampen in Duitsland. Hij wil daar een gezin stichten en daarvoor heeft hij Ada op het oog gehad. Ada is op dat moment dus nog maar 21 jaar en staat aan het begin van een muzikale loopbaan als celliste.
Onno neemt haar nu dus over van Max en ze hebben ook seks met elkaar, maar ook bij hem krijgt Ada geen orgasme. Ook aan Onno vertelt Ada haar verleden (o.a. weer over de pop Liesje; Onno vertelt haar dat er poppendokters bestaan) Op 24 juli 1967 wordt Ada meerderjarig: ze krijgt van Onno ook een speciale etage tot haar beschikking waar ze vrij kan oefenen met haar instrument. Zelf heeft hij niet veel op met klassieke muziek en zeker niet met de cello, wat hij een mannelijk instrument vindt. Wanneer Ada op pilcontrole gaat bij Polak, vraagt hij naar haar orgasmen: ook hij geeft min of meer het advies zelf voor haar eigen orgasmen te zorgen. Ada geeft aan dat dit zo langzamerhand het motto voor haar leven is geworden. Via een vriendin Marian wordt Ada gewaarschuwd voor Bart: die heeft nogal eens de neiging vrouwen te slaan.
Onno is intussen lid geworden van de PvdA, wat de teruggekeerde Max Delius verschrikkelijk vindt. Ada vraagt zich vaak af of Onno en Max homofiel zijn. Intussen heeft ze ook haar eerste concert met het orkest achter de rug. Max en Onno zijn natuurlijk komen kijken. Na afloop gaan ze nog wat drinken en Max versiert intussen weer een ander meisje met wie hij naar bed gaat. Ze hoort intussen dat Bart een uitnodiging heeft voor een congres op Cuba in oktober. Via deze relatie met hem krijgt zij daarvoor ook een uitnodiging: het orkest zal het niet leuk vinden om een ruime week zonder haar te moeten, maar Bart zegt dat ze het vlug moet regelen. De leiding van het Concertgebouworkest gaat er tenslotte mee akkoord en Ada kan dus mee naar Cuba. Ze zal met Bruno een optreden verzorgen.
Onno en Max hebben ook afgesproken om er in die tijd naar toe te gaan. Door de politieke connecties van Onno krijgen ze vrij eenvoudig een visum. De jonge Ada probeert zich goed voor te bereiden op Cuba door veel te lezen.
Ada gaat in het vliegtuig naar zonder haar strip met pillen en gaat dan achtereenvolgens met vier mannen naar bed. Het begint met Bruno: ze moet in Praag op haar aansluiting naar Havanna wachten in de tussentijd zijn ze in een hotel naar bed geweest met elkaar. Ze logeert later in Havana in hetzelfde hotel als Bruno, maar daar weigert ze verder nog met hem te vrijen. Onno en Max komen ook naar een politiek congres op Cuba en maken daarbij deel uit van bepaalde politieke commissies. Bart wil daarvan wel foto’s nemen, want hij werkt ook voor een krant. Onno die nogal onder de plak bij zijn vader zit, schrikt daarvan ontzettend en wil niet dat de foto’s in de krant in Nederland komen. Bruno en Bart Bork krijgen daarover ruzie.
Wanneer Ada weer terug is in Amsterdam doet ze in haar dagboek verslag van de laatste dagen in Havanna. Che Guevara is intussen vermoord en zij denkt zwanger te zijn. Op Cuba had ze ook met Max gesproken: die had haar verteld dat hij op 24 juli 1946 bericht had gekregen dat zijn moeder was omgebracht in een kamp. Ada schrikt want die datum is haar geboortedatum. Er komen dus heel wat toevallige data in deze roman , die toch met elkaar verband houden. Na het gesprek heeft ze met Max Delius seks in zee. Daarna komt er een vallende ster en ze mag een wens doen. Omdat ze het kort daarop benauwd krijgt: ze heeft de pil niet bij zich en ze is mogelijk zwanger, gaat ze ook nog naar het hotel van Onno om het met hem te doen. Dan heeft ze later een mogelijk alibi. Tenslotte heeft ze seks als chantagemiddel met Bart: op die manier belooft hij haar het artikel over Onno dan niet te plaatsen.
Maar zodra Ada terug is uit Havana, vermoedt ze dat ze zwanger is. Dokter Polak kan niet eerder dan op 21 november de kikkerproef bij haar doen (dat was in de zestiger jaren een methode om te bekijken of een vrouw zwanger is) Maar Ada weet het eigenlijk al zeker: de grote vraag voor haar is echter: wie van de vier mannen met wie ze in Havanna seks heeft gehad, is de biologische vader? Polak wil in eerste instantie niets over een abortus horen.
Onno wordt in begin november 34. Op die dag vertelt Ada hem dat ze waarschijnlijk zwanger is. Onno wordt meteen serieus en wil dat ze nog dezelfde maand gaan trouwen. Ada schrikt daarvan, maar Onno vindt dat zijn kind Quist moet heten. Hij vraagt Max als getuige en ze moeten ook op bezoek bij Onno’s ouders. Hij durft als volwassen kerel zijn ouders nauwelijks te vertellen wat er aan de hand is. Max is bang dat het kind zo op hem zal lijken dat ook Onno zal moeten toegeven dat hij de vader niet kan zijn. Dat zal het einde van de vriendschap betekenen. Hij dringt bij haar aan op een abortus. Max is bovendien boos dat hij zijn geboortedatum moet verbinden aan de trouwdatum van Onno. Het feest gaat toch door
en Max presteert het om na afloop van de trouwerij met de moeder van Ada, Sophia, te flirten.
Ada probeert toch een abortus te regelen, ze voor een zogenoemde abortuscommissie verschijnen, maar die geeft geen toestemming voor de ingreep. Met kerst twijfelt ze daarentegen weer of ze toch geen abortus moet bewerkstelligen, maar na kerstmis 1967 blijkt Polak met vakantie te zijn en pas drie weken later terug te komen. Ze moet met het orkest naar de VS om een tournee te maken en ze is erg enthousiast over het land. Midden februari 1968 wil Polak geen abortus meer verrichten. Hij geeft haar wel het adres van een Chinese gynaecoloog. Deze dokter Wong wil de ingreep nog wel uitvoeren en de afspraak is dat dit op 29 februari (schrikkeldag ) 1968 zal gebeuren. Maar zover komt het helemaal niet. Op 27 februari willen Ono en Max het moment van de in brand gestoken Rijksdag vieren en Max stelt voor dat in Drente te doen, omdat hij bezig is met een project voor de sterrenwacht in Dwingelo. Na het eten fluistert Max haar toe dat het misschien beter is dat ze door de bliksem wordt getroffen en uit het leven verdwijnt. Ada citeert als antwoord de eerste twee regels van het gedicht ’Dwingelo” van Gerrit Achterberg :
In het nooit dat nog komt, zie ik u weer,
Blauwe absentie houdt het weten wakker
Het zijn de laatste regels meteen van het dagboek.
Epiloog
In het hoofdstuk “Westerbork” vertelt Sophia verder wat er na die datum is gebeurd: ze doet dat veertig jaar later. Haar man heeft een hersenbloeding gekregen en ze had het nummer van Max, met we ze inmiddels een geheime relatie had opgebouwd. Ze belt hem en vraagt of z e terug willen komen naar Leiden. Maar het is noodweer en Ada wordt getroffen door een boom die over hun auto valt als die door de bliksem wordt getroffen. Ada raakt in coma en wordt later in een verpleegtehuis verzorgd. Op 30 mei 1968 wordt dan Quinten geboren: een beetje vreemde jongen bij wie later het Syndroom van Asperger (een soort autisme) wordt geconstateerd. Ada is hersendood. Onno kan niet voor hem zorgen en Max en Sophia besluiten om de jongen op te voeden. Onno heeft intussen een nieuwe vriendin, maar die wordt korte tijd daarna door een junk vermoord en Onno vlucht dan weg uit Nederland. Hij schrijft een afscheidsbrief aan zijn zoon. Als Quinten 16 jaar oud is, wordt Max getroffen door een meteoriet. Quinten Quist lijkt nauwelijks onder de indruk. Hij besluit op dat moment om de wijde wereld in te trekken op zoek naar zijn vader. Thuis brengt Sophia haar dochter Ada met een extra injectie met insuline om het leven. Ze laat haar zo spoedig mogelijk begraven, zodat er niets kan uitlekken. Direct daarop belt Onno uit Jeruzalem om te vertellen dat Quinten zojuist verdwenen is zonder een spoor achter te laten. Zelf krijgt Onno op dat moment een hersenbloeding.
In “Jeruzalem” wordt verteld dat Sophia naar die stad is gereisd om Onno te bezoeken. Onno heeft een tweede hersenbloeding gekregen en is er slecht aan toe. In Rome is opschudding ontstaan doordat Quinten een specialist was in het ontraadselen van sloten had hij zich toegang verschaft tot de plek waat de Stene tafelen waren opgeborgen. Als kind had hij daar een bijzondere hobby van gemaakt. Ze hadden de Stenen Tafelen weggenomen, maar de wandelstok van Onno was in het Heilige der Heiligen blijven liggen en de RK-kerk had dat als een wonderbaarlijke relikwie opgevat. Quinten had de Stenen Tafelen van Mozes naar Jeruzalem willen brengen en dat hadden ze samen gedaan. Daarna was Quinten van de aardbodem verdwenen, opgenomen in de hemel, op dezelfde dag dat Ada dat was overkomen. Sophia gaat op onderzoek uit en hoort dat Quinten Quist het laatst gezien is in gezelschap van een Arabier (Ibrahim) met een bedenkelijke reputatie. Kort daarop sterft Onno Quist aan een nieuwe hersenbloeding.
In “Bork” gaat Sophia op zoek naar de echte vader van Quinten Quist. Zelf heeft ze inmiddels een lesbische relatie opgepakt. In boeken over Westerbork zoekt ze op wie Bart Bork is. Wanneer ze hem in levende lijve ontmoet, ziet ze dat hij ook een witte haarlok op zijn hoofd heeft, net als Quinten Quist. Ze legt hem het probleem met Onno voor: heeft die ooit geweten van de sekspartij van Ada met Bart? Onno haatte Bart omdat hij vermoedde dat die zijn politieke carrière had belemmerd, toen hij “in” was voor een ministerspost. Iemand had toen naar de minister-president gelekt over het Cubaanse incident van Onno en de benoeming was niet doorgegaan.
Sophia heeft daarna regelmatig contact met Bart Bork over zijn vermoedelijke zoon Quinten.
In het najaar van 1989 (bij de val van de Berlijnse Muur) bekent Bart dat hij eigenlijk Westerbork heette, maar dat die naam na de oorlog vrijwel onmogelijk was geworden. Sophia vraagt hem welke naam hij aan Quinten zou hebben gegeven. “Theo di Che “. Hij was namelijk een afgezant van God met een bijzondere opdracht en Bart zegt dat het hem niets zou verbazen als hij in het uur van Che Guevara’s dood een duivel bij Ada zou hebben verwekt. Met kerst 1989 sterft Bart aan een hartaanval.
In “Tora Bora”vertelt Sophia dat ze nog altijd wacht op de terugkeer van haar kleinzoon. Iedere keer als ze de naam Al Qaeda leest, moet ze aan Quinten denken. Al Qaeda betekent namelijk “fundament”. Op grond van een door Sophia geschonken bedrag wordt er na 2001 opnieuw onderzoek gedaan naar de verdwijning van Quinten. Zo worden ook zijn labyrintachtige tekeningen onderzocht en men vindt zeer opvallende overeenkomsten met de gangenstelsels van de Taliban en de leden van Al Qaeda in Pakistan en Afghanistan. Het hoofdkwartier van Osama bin Laden in Tora Bora. Maar tot op heden is Quinten Quist, alias Theo di Che Westerbork nog niet gevonden.
Thematiek en symboliek
Etty volgt natuurlijk de thematiek van het boek waarop haar roman gebaseerd is.
Het ingrijpen van de hemel om Quiten Quist met een opdracht naar de aarde is gezonden nl. om de Stenen Tafelen weer terug naar Jeruzalem te brengen, blijft ook in dit werk centraal. Maar Etty belicht toch meer de kant van Ada Brons en ook in zekere zin Sophia Brons (Ada’s moeder) Vooral het punt van de mogelijke erfelijke belasting wat betreft de seksualiteit wordt vrij uitvoerig opgenomen, alsmede de gevolgen die de opmerking van Max “Maak jezelf maar klaar” heeft gehad voor het leven van Ada Brons.
Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan de toevalligheden (die waarschijnlijk geen toevalligheden zijn in macro-perspectief bekeken.)
Zo zijn zowel Onno als Max verwekt op de dag dat Van der Lubbe de brand in de Rijksdag veroorzaakte. Zo is de vader van Max geëxecuteerd op het moment dat Ada Brons ter wereld kwam. Zo wordt Che Guevara (toch ook een soort Messias) omgebracht wanneer Quinten Quist op Cuba wordt verwekt. Zo krijgt Ada het ongeluk dat haar in coma brengt, een dag voordat ze een abortus zal ondergaan. Zo wordt Quinten opgenomen in de hemel op het moment dat Ada door haar moeder wordt omgebracht met een dosis insuline. De goddelijke momenten van ingrijpen in de geschiedenis worden ook door Elsbeth Etty in haar “Maak je zelf maar klaar” aangegeven. Er blijkt meer tussen hemel en aarde te zijn dan menigeen vermoedt.
Een lezer die de roman van Etty goed zal willen volgen, doet er verstandig aan om eerst ook (misschien nog een keer) “De ontdekking van de hemel” te lezen. Gemakshalve wordt hier verwezen naar de samenvattingen en/of boekverslagen die op www. scholieren.com zijn geplaatst.
Er zijn natuurlijk veel motieven in de roman van Etty te ontdekken:
- de rol van de liefde
- de rol van de muziek (Ada is celliste)
- de rol van de seksualiteit (Bruno-Ada, Bart -Ada, Max-Ada en Onno-Ada)
- de moeder-dochter relatie (Ada –Sophia)
- de Tweede Wereldoorlog
- de dood
- het toeval
- het goddelijk ingrijpen in de wereldgebeurtenissen
- het politiek leven in de jaren zestig (Cuba- Castro – Che Guevara -Vietnam-Israël)
- veel religieuze verwijzingen en symboliek zoals
- de onbevlekte ontvangenis van Maria
- de komst van een Messias
- het opnemen van Quinten in de hemel
Recensies
Op 23 augustus 2007 bespreekt Arie Storm in Het Parool het werk van Etty. De recensie is heel negatief. Ze kan eigenlijk niet schrijven. Toch is er de suggestie dat we hier met een echt dagboek te maken hebben; in elk geval leutert Ada er flink op los. In het overbrengen van blijkbaar relevante informatie (tijdsbeeld, nieuwe kijk op de roman van Mulisch, hoe banaal die visie dan ook is, variaties op de plot van De ontdekking van de hemel) herkennen we echter telkens de hand van Etty. Ada zélf komt hierdoor nooit tot leven. Integendeel: het resultaat is een eigenaardige hybride.
Een echte romanschrijver lijkt kortom niet in Etty te steken.
Samengevat: de titel (citaat uit De ontdekking van de hemel) en de personages zijn van Mulisch, de flauwiteiten en de onhandige verteltechniek komen van Etty.
Is het al bekend of Mulisch een proces is begonnen tegen zijn eigen uitgeverij? Zijn goede naam wordt inmiddels wel heel erg door het slijk gehaald.
Ook Arjan Peters is een dag later in De Volkskrant heel negatief over dit deel in de serie. De broddellap van Elsbeth Etty is een fake-dagboek van de celliste Ada-Quist uit "De ontdekking van de hemel en oogt eerder een hommage aan de schrijfster die z epas echt lijkt te bewonderen, Heleen van Rooyen, dan aan Mulisch. Diens adagium dat het raadsel vergroot moet worden, slaat Etty luchtig in de wind,zoals ze alle mysteries platslaat door middel van woordgrappen.[.....] Het is van een niveau van tovenary waartoe goochelaar Mulisch zich in zijn lange carrière zich nooit heeft verlaagd.
Over de schrijfster
Elsbeth Jane Etty (4 juli 1951) is een Nederlandse recensent, columniste en hoogleraar .Elsbeth Etty bezocht de lagere school in Leidschendam, bracht enige tijd door op een internaat in Velp en studeerde vervolgens Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was actief in de studentenbeweging en vanaf 1973 tot 1982 betrokken bij het communistische dagblad De Waarheid, in de laatste jaren als adjunct-hoofdredacteur. In een interview in 1986 omschreef ze het hoofdredacteurschap als een "walgelijke functie".[1] In een artikel in 1991 probeerde ze afstand te nemen van haar communistische verleden.[2] In 1989/1990 werd Etty redacteur literatuur bij NRC Handelsblad. Ze promoveerde in 1996 cum laude aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over het leven van Henriëtte Roland Holst. De dissertatie verscheen tevens in boekvorm, werd bekroond met de Gouden Uil en de Busken Huetprijs en werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Etty heeft zelf zitting gehad in diverse jury's voor literaire prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs, de Gouden Uil en de AKO- en Librisprijzen. In september 2004 werd Etty benoemd tot bijzonder hoogleraar Literaire kritiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De titel van haar inaugurale rede luidde Galopperend op jacht naar een idee: literaire kritiek als journalistiek genre. Elsbeth Etty is de jongere zus van de voormalige PvdA-politicus Walter Etty. Ze hebben twee oudere zussen en een oudere broer. Etty trouwde in 1999 met Gijs Schreuders, die ze kende uit het milieu van De Waarheid en de CPN.
Bibliografie
“Maak je zelf maar klaar” is het literaire debuut van Elsbeth Etty, ook al werden er natuurlijk wel bundels met columns van haar gepubliceerd.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.