CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vmbo)

Datum ingestuurd:

6 december 2006

Taal:

Woorden:

1.850

Bekeken:

825 keer (1 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (9 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

inleiding

Ik heb dit boek gekozen, omdat ik al vaker een boek van Hartman heb gelezen. Ik vind deze boeken altijd net iets anders dan een gewoon boek. Bij dit boek had ik dat ook. Dit kwam niet zo zeer doordat het onderwerp de 2e wereldoorlog was, waarvoor ik me wel interesseer. Maar omdat de meeste boeken die over dit onderwerp gaan het hebben over verzetshelden. Dit boek gaat over een NSB familie. Het leek me dus heel interessant om in hun ogen naar de oorlog te kijken.

Verslagdeel:

Evert Hartman
Evert Hartman werd geboren op 12 juli1937 in Dedemsvaart. In 1947 verhuisde hij naar kampen. Waar hij zijn diploma voor de H.B.S. haalde daarna ging hij in militaire dienst. In 1958 begon hij met de studie sociale geografie. Tijdens die studie gaf hij Aardrijkskunde op een school in Hoogeveen. In 1992 stopte hij met lesgeven en richtte zich helemaal op het schrijven. In 1994 overleed Evert Hartman op 7 april in Hoogeveen. Hij werd 56 jaar.

Algemeen:
Plaats:
In de provincie Utrecht. In het boek staat namelijk dat het een half uur met de bus naar Utrecht.

Tijd:
In de 2e wereldoorlog, dat werd vaak genoeg gezegd en ook de termen NSB en verzet wijzen erop. Vertelde tijd 30 april 1942 t/m 5 september 1944; dus 2 jaar en 129 dagen. Er komen geen flash backs in voor, alleen herinneringen uit andere onderdelen van het boek.

Begin:
Het begint meteen middenin een gebeurtenis: een gevecht met de reden dat Arnold een ‘vuile’ NSB’er was.

Probleem:
Arnold heeft geen vrienden, omdat hij een NSB’er is.

Afloop:
Een open einde, zijn familie ziet hij wegrijden in een trein nadat hij met een smoesje in de bosjes is gedoken. Je weet niet wat er daarna met hem gaat gebeuren. Maar hij wil geen NSB’er meer zijn

Perspectief:
Het boek was geschreven in een ik perspectief: je weet de gevoelens van Arnold.

Titelverklaring:
In de oorlog heeft Arnold weinig vrienden doordat hij NSB’er (Nationaal Socialistische Beweging) is.

Thema:
Oorlog.

Beoordeling:
Ik vind het een mooi boek, spannend, en het is ook leerzaam: ik weet nu beter hoe het is om een kind van een NSB’er te zijn. Verder vond ik het boek ontroerend.

De personen:
De hoofdpersoon
Arnold:
Arnold is de hoofdpersoon van dit boek. Arnold's vader is een erg fanatieke NSB´er die denkt zo zijn vaderland te helpen. Arnold’s vader is een fanatieke NSB’er en hij heeft Arnold ook zo opgevoed hij heeft er geen idee van dat hij “fout” is. Hij gelooft alle dingen wat de leider propageert. Hij wordt door zijn medeleerlingen gepest, getreiterd en gehaat. Arnold heeft een eenzaam karakter, hij heeft geen vrienden en is een bangerik.

De bijpersonen:
Koos Westervoort,
De vader van Arnold. Een rasechte NSB’er, hij dwingt Arnold min of meer om ook NSB’er te zijn.

Gea Westervoort,
De moeder van Arnold. Een rustige vrouw die het niet altijd eens is met haar man.

Rita Westervoort,
De zus van Arnold. Een vreselijke bemoeial en erg bijdehand.

Piet Bergman,
Een klasgenoot van Arnold. Een jongen die trots is op zijn NSB zijn. En zeker geen bangerik.

Marloes Ter Winkel, Klasgenote van Arnold. Hij wordt verliefd op haar, het enige probleem is dat ze in het verzet zit en dus tegen NSB’ers is.

Jeroen Rainders,
Arnold ligt samen met hem in het ziekenhuis, nadat hij in elkaar was geslagen omdat hij NSB’er is. Hij (Jeroen) is door de Duitsers in zijn kont geschoten. Hij zit namelijk in het verzet. Ze worden vrienden en Arnold helpt hem zelfs uit het ziekenhuis ontsnappen, want als hij weer beter zou zijn werd hij door de Duitsers vermoord. Daarom stond er buiten hun kamer ook een Duitser op wacht.

Verhaallijn

Arnold is een jongen van 14 jaar. Hij wordt op school veel gepest en de leraren doen er helemaal niets aan. Dit komt doordat zijn vader een fanatieke NSB’er is. Zelf zit hij bij de Nationale Jeugdstorm, de jongeren organisatie van de NSB. De vader van Arnold vindt dat hij wat meer van zich af moet bijten. Hij zegt tegen hem dat hij het aan hem door moet geven als er weer iets gebeurde op school. Arnold heeft het daar erg moeilijk mee maar doet toch wat zijn vader hem zegt.

Als na een vechtpartij met Martin, Johan en Hans de winkel van Martins vader opeens vernield is vindt Arnold het niet zo erg dat zij vader daarvoor heeft gezorgd. Als hij later Martin met ene Karel ziet lopen achtervolgt hij ze omdat hij vindt dat ze wel heel geheimzinnig doen. Hij komt er achter dat ze samen gestolen spullen verkopen. Eerst chanteert hij ze en zegt dat als ze hem geen geld geven dat hij ze dan verraad. Later als hij weer om geld wil vragen betrappen ze hem en binden ze hem vast en sluiten ze hem op. Hij kon toen ontsnappen en heeft alles aan zijn vader verteld. Hij moest van zijn vader naar de politie om aangifte te doen. Martin en Karel ontsnappen en zijn spoorloos.

Er komt een nieuwe leerling op school: Piet Bergman, hij is ook een NSB’er. Piet verraad mensen die dan later door de Duitsers opgepakt worden Arnold heeft het er erg moeilijk mee. Maar hij weet dat zijn vader zich ook met zulke dingen bezig houdt.

Als hij in de derde klas zit wordt hij verliefd op Marloes ter Winkel. Hij komt er achter dat ze in het verzet zit. Zijn vader is ondertussen directeur van het distributiekantoor geworden. Als op een dag de kluis met bonnen wordt leeg geroofd komt Arnold er achter dat Marloes’ vader het gedaan heeft. Hij belooft haar niets te vertellen. Als de vader van Marloes opgepakt wordt krijgt hij daar de schuld van. Iets later wordt Arnold door Martin en Karel in elkaar geslagen. Hij moet in het ziekenhuis opgenomen worden. Even later wordt ene Jeroen gewond binnen gebracht, ze komen naast elkaar te liggen. Jeroen moet naar de gevangenis en daarom wordt hij door Duitse soldaten bewaakt. Jeroen is de eerste persoon die Arnold accepteert. Als Arnold uit het ziekenhuis is helpt hij Jeroen te ontsnappen zodat die niet naar de gevangenis hoeft.

Op dinsdag 5 september (dolle dinsdag) komen de Amerikanen, Engelsen en Canadezen er aan om Nederland te bevrijden. Alle NSB’ers willen met de trein vluchten naar Duitsland. Als de trein er aan komt zegt Arnold dat hij nog even naar de w.c moet en hij wacht tot hij de trein hoort wegrijden…

Samenvatting:
Het is 1942.
Arnold, een jongen heeft het niet gemakkelijk. Zijn vader is fanatiek lid van de NSB en daar wordt hij ook op aangekeken. Zijn leven wordt zuur gemaakt door medeleerlingen op school. Op donderdag 30 april wordt hij daarom ook op school in elkaar geramd nadat hij een opmerking heeft gemaakt: “Als jullie denken dat, dat mens in Engeland nog iets voor jullie doet, zijn jullie stomme idioten”. Dan krijgt hij later ruzie in de gang, waarbij hij in elkaar wordt geslagen. Daarvoor moet hij bij de rector komen maar dat doet hij niet.

Als hij thuiskomt vraagt zijn moeder wat er gebeurd is. Als zijn vader dat hoort meldt hij dat bij de NSB en de drie onruststokers, Martin Jonkers, Johan Laning en Hans van Beek. Later wordt de winkel van Jonkers leeggehaald. Als Arnold de volgende morgen een eindje gaat wandelen komt hij een boer met een kar tegen en vraagt of hij achterop mag. Opeens ziet hij een vliegtuig die hen en een groep van de Duitse Wehrmacht beschiet. Als de Duitsers hem vragen waar de vlieger geland is, kan hij hen helpen. Ze vinden de Engelsman ook. Hij helpt ook de Duitsers nog wat kisten van een bootje afhalen.

De volgende dag gaat hij weer naar school. Daar wordt hij opnieuw getreiterd. Als hij bij de oude loods gaat kijken ziet hij een bootje met allerlei goederen. Hij meldt dat bij zijn pa en samen gaan ze naar het politiebureau. Daar vertelt Arnold wat hij gezien heeft. Als de politie ook bij de plek komt brandt het bootje net af. Hij had ook de daders gezien. Die houden hem nog een tijdje vast op een schip.

Op zaterdag 20 juni gaat Arnold naar een dag in Utrecht. Zijn vader gaat ook naar Utrecht. Daar is een bijeenkomst van de NSB, waar de grote leider ook komt. Een van de twee mensen die hem vasthielden op de boot ziet hij daar. Het is Karel Rot. Op de bijeenkomst beloven de medekameraden trouw aan Mussert. Maar er is ook een ander. Piet Bergman. Zijn vader is een vooraanstaand NSB-er. Hij komt op het gemeentehuis werken. De situatie wordt alleen maar slechter. Arnold gaat niet altijd meer naar de jugendstorm.

In het nieuwe schooljaar zijn een paar zittenblijvers die Arnold zitten te pesten. Een tijdje later wordt hun geliefde leraar Aardrijkskunde Moolenaar opgepakt, omdat hij uitspraken had gedaan die niet kunnen. Piet Bergman deinst nergens voor terug en vindt dat er verandering moet komen. De jugendstorm is maar niets hier. Hij is wel een steun voor Arnold. Zodra Piet kan wil hij zo snel mogelijk bij de SS en dat doet hij ook. Vanaf dat moment kan Arnold met niemand meer over zijn gevoelens praten. De moeder van Arnold is dan bezorgd om hem dat hem iets overkomt. Zijn moeder is het soms ook niet eens met wat zijn vader zegt, maar dit zegt zij niet openlijk.

Rita, de zus van Arnold gaat zaterdagavond uit met Duitse soldaten. De verhouding tussen Rita en Arnold is niet geweldig maar ze komt wel voor hem op als Arnold vertelt niet meer naar de jugendstorm te gaan. Maar Arnold ziet dan in Marloes ter Winkel een heel aantrekkelijk meisje. In haar tas ziet hij een verzetskrantje. Als hij dit meeneemt naar huis om het te lezen groeit het verzet tegen de NSB. Als Arnold haar op een dag volgt naar school ontstaat er een gesprek in het bos. Marloes vertelt dan aan hem dat ze hem niet kan vertrouwen, omdat hij iemand van de NSB is. Hij vertelt aan haar dat hij echt niks met de arrestatie van Moolenaar te maken heeft. Soms denkt hij dat Marloes hem wel aardig vindt. Als ze in het bos zijn ziet hij in Marloes haar tas bonkaarten. Deze herkent hij omdat hij in de zomervakantie op het bonkaartenbureau gewerkt heeft. Marloes denkt dat Arnold ook haar vader heeft verraden. Om al deze redenen wijst Marloes hem af.

Na dit alles wordt hij ook nog in elkaar geslagen door Martin Jonkers en een vriend van hem. Daarmee belandt hij in het ziekenhuis. In het zieken huis ontmoet hij iemand die in het verzet zit. Hij raakt in contact met hem. Als Arnold uit het ziekenhuis komt steelt hij het pistool van zijn vader en brengt het naar de verzetsstrijder. Dit kost Arnold veel moeite want de verzetsstrijder wordt de hele dag goed in de gaten gehouden. Arnold ontwijkt de wacht door een doos met koekjes mee te nemen.

Dan is het ‘dolle dinsdag’. Arnold en zijn familie vluchten voor de Engelsen en de Amerikanen. Als ze op de trein stappen moet Arnold naar het toilet. En besluit om uit de trein te springen, omdat hij niet voor de NSB wil zijn en blijft alleen achter.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.