geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

Geschreven door:

anoniem (6 vwo)

Datum ingestuurd:

9 december 2006

Taal:

Woorden:

1.900

Bekeken:

1133 keer (2 deze maand)

Waardering:

1.8/5 (4 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Samenvatting De filosoof en de sluipmoordenaar

Het verhaal begint als François-Marie Arouet, die zichzelf Voltaire, noemt in elkaar geslagen wordt. Hij wordt gered door een man, de naam van de man kon Voltaire niet uit hem krijgen.
Arouet wil een boek schrijven over Karel de Twaalfde, een Zweedse koning, die om het leven gekomen is door een sluipmoordenaar.
(…, in dit boek, ik mag wel zeggen voor het allereerst, een zuiver historisch wetenschappelijk standpunt wil innemen. Andere geschiedkundige schrijven histories, - verhaaltjes, - ik wil de historie beschrijven. Blz. 109)
Als Arouet in een koffiehuis aan een tafeltje aan het raam zit, herkend hij een man die langs loopt en wordt na gekeken door drie Zweden. Hij vraagt aan de mannen of ze weten wie het is, het blijkt een kolonel uit het Zweedse leger te zijn, genaamd Siquier. Ook blijkt hij een verdachte van de sluipmoord op de Zweedse koning.
Aangezien Voltaire een boek wil schrijven over de Zweedse koning is Siquier een man die hem van veel informatie zou kunnen voorzien, niet alleen over zijn leven, maar misschien ook wel over zijn dood.
Hij rent de man achterna en spreekt hem aan, maar de man besteed niet zoveel aandacht aan Arouet, en loopt weg, maar Arouet achtervolgt hem naar een huis. Hij klopt daar aan en een bediende doet open en verteld dat hij in dienst is van Gravin Oxenstierna en haar broer. De bediende zegt nooit gehoord te hebben van een Siquier. Arouet weet wel zeker dat Siquier daar naar binnen ging en vraagt of als hij een brief naar dit adres stuurt, de heer Siquier hem zal ontvangen. De bediende verteld dat hij de brief zal geven als er ooit iemand met die naam komt.
Dus Arouet schrijft een brief met de vraag of kolonel Siquier hem wil ontmoeten. Ook schrijft hij in de brief dat hij overtuigd is van de onschuld van de kolonel, terwijl dat eigenlijk niet helemaal het geval was. Ook zegt hij dat zijn naam in het boek niet zal voorkomen.
(Ik wil hier nog aan toevoegen, dat in mijn boek uw naam ongenoemd zal blijven, ook, indien u dat wenst, bij de behandeling van de dood van Karel de Twaalfde. … Zoudt u mij willen antwoorden? Mij willen ontmoeten? Plaats en tijd laat ik volgaarne aan u over, en ik kan slechts de wens uitspreken, dat deze ontmoeting door vele andere gevolgd zal worden. Blz. 51)
Voltaire krijgt antwoord en de eerste ontmoeting is een feit. Het gesprek gaat over verschillend dingen, de kolonel blijkt ziek te zijn, om de zoveel dagen krijgt hij koorts aanvallen. Ook wordt er gesproken over de moord op Karel de Twaalfde. En over de Koning zijn karakter.
Siquier blijkt een nuttige bron te zijn. Siquier zou Arouet voor een volgende afspraak schrijven. Arouet ontvangt een brief met een uitnodiging naar het huis van de Gravin Oxenstierna. Hij werd door haar ontvangen en zij drinken samen koffie en praatten over verschillende dingen, onder andere over de bijzondere portretschilderijen van haar familieleden die aan de muur hangen, ze blijken gemaakt door ene Holm en overal ontbreekt wat aan, een mist een hand, bij de ander is de oor niet afgemaakt, enzovoort. Verder in het gesprek komen ze op Siquier. De gravin vraagt Arouet om in zijn boek Siquier als onschuldig te beschrijven, eventueel voor een financiële vergoeding. Arouet zit niet heel erg ruim bij kas en heeft er wel oor naar, maar twijfelt nog. Het gesprek wordt onderbroken doordat, de graaf, de broer van Oxenstierna binnenkomt.
De volgende ochtend heeft Arouet weer een gesprek met kolonel Siquier. Ze hebben het over het voorstel en over de gravin. De gravin blijkt graag te willen trouwen met Siquier en terug te willen naar Zweden. Maar in Zweden gelooft iedereen nog in de schuld van de kolonel, vandaar het aanbod. Ze praten nog over de moord en de dader. En dat Arouet zelf een keuze moet maken over het aanbod van de gravin en dat hij er zelf buiten staat.
(Over de gravin werd niet meer gesproken, de keren dat zij opnieuw samenkwamen. … Langs allerlei omwegen kwam de dood van Karel de Twaalfde toch telkens weer in hun gesprekken terug,… blz. 112)
Tijdens de ontmoetingen werd onder andere over Karel de Twaalfde en de oorlog tussen de Zweden en de Turken gesproken.
Iedereen bewonderde de Zweedse koning zeer. Door het hele boek heen veranderd telkens Arouet’s stand punt over zijn verdenking van Siquier. Omdat Arouet Siquier toch niet helemáál gelooft besluit hij om buiten Siquier om naar aanwijzingen te zoeken, en op de grootst mogelijke behoedzaamheid te werk te gaan. Hij spreekt af met een Zweedse secretaris genaamd Hellichius. Als hij daar is praten ze wat en opeens valt zijn oog op een schilderij van Frederik de Eerste, ze praten er wat over en het blijkt dat de schilder allerlei portretten schildert, onder andere van Lodewijk de Twaalfde. Ze blijken gemaakt door ene Holm, hij schijnt bij hem thuis, ergens in Parijs een verzameling van eigen werken te hebben, Arouet is geďnteresseerd en vraagt naar het adres.
Hij gaat er direct naartoe en wordt door Holm zelf ontvangen. Ze gaan zitten en praten wat.
(‘Ik schilder het zoals ik het in mijzelf waarneem, zonder mij ook maar in het minst om het origineel te bekommeren, dat meestal ook elders is. Er zullen wel verschillen zijn, waarom niet, maar dan zou men even goed kunnen beweren, dat de oorspronkelijke schilder iets veranderd heeft ten opzichte van mijn latere visioen. Dit visioen is de maatstaf, het vaste punt…’ blz. 140-141)
Het blijkt in het gesprek ook dat Holm geesten ziet. Uitgepraat gaan ze een paar schilderijen bekijken. Na wat koningen en andere bekenden mensen komt het schilderij van Karel de Twaalfde aan bod. Het blijkt van een duitse schilder en nu ergens in Beieren te hangen, het merkwaardige is, dat het schilderij ook uit het hoofd geschildert was, met behulp van oudere schilderijen. Ze praten wat over de geesten en het verven uit het hoofd en het blijkt dat Holms meest geslaagde portretten, schilderijen waren van overleeden mensen. Meneer Arouet spreekt over het vermoorden van iemand zodat Holm aan het werk kan gaan, er ontstaat een spanning en Arouet wordt opgejaagd. Na een vraag, of Arouet een keer een vriend mag meenemen om het schilderij te bezichtigen, verlaat hij het huis.
Zo gezegd zo gedaan en Arouet neemt Siquier een keer mee en laat het schilderij zien. Na het zien van Siquier reactie, ontstaan er bij Arouet alleen nog maar meer vragen, keek de kolonel nou schuldig, of sprak zijn verbeelding?
Ze gaan naar een cafeetje. Het gesprek vind plaats onder genot van een wijntje. Op een moment vraagt Arouet of bij de Oxenstierna’s nog steeds dezelfde eis wordt gesteld. Dit blijkt het geval te zijn, met een ultimatum, de gravin wil graag terug naar Zweden. Ook heeft Arouet een idee:
(‘De schim van de koning laten verklaren, dat ik hem niet vermoord heb?’
‘Daar komt het ongeveer op neer. Vindt u dat zo vreemd?... blz. 176)
Siquier twijfelt, er ontstaat een klein conflict. Niet alleen over het idee, maar ook over het standpunt van Arouet over de sluipmoord. Siquier overtuigd Arouet over zijn onschuld, en Arouet gaat het geloven, al stelt het hem wel een beetje teleur dat de kolonel niet de moordenaar is. Voltaire schrijft de gravin een kort biljet om een onderhoud te verzoeken, om vervolgens naar bed te gaan en te filosoferen over de moordenaar.
De volgende avond gaat hij weer op bezoek bij de gravin. Hij vertelt haar dat hij de onschuld van Siquier in zijn boek op wil nemen, maar wel ondervoorbehoud, dat het boek nog geschreven moet worden. De gravin vindt dat Arouet te langzaam schrijft, er is een spanning in het verdere gesprek over de tijdsduur van het schrijven en andere mogelijkheden om de kolonel zijn onschuld te verspreiden. Het gesprek gaat door en Arouet spreekt over mogelijkheden om de echte dader te vinden. Dan neemt het gesprek een verrassende wending aan.
(‘Mijnheer Arouet,’ zei de gravin eindelijk op zachte toon, ‘u spreekt over het vinden van de schuldige. Die ís toch al lang gevonden?’

‘Kom mijnheer… u ben helemaal bleek, ik zal aanstonds nog wat koffie voor u inschenken, uw vernuft, uw esprit laat u deerlijk in de steek… Mijnheer Arouet is voltaire helemaal kwijt… Natúurlijk heeft de kolonel het gedaan.’ Blz. 104-105)
De spanning loopt verder op, Arouet is helemaal van slag en zegt het boek niet meer te schrijven. De gravin zegt dat de kolonel het haar zelf verteld heeft en dat de rede een flinke som geld is geweest. De graaf wordt erbij gehaald.
Arouet zegt de graaf de verdediging niet te schrijven, en er ook verder over te zwijgen, omdat “er goede gronden bestaan om aan de onschuld van de kolonel te twijfelen.”
Er ontstaat een discussie over of Siquier de sluipmoordenaar is of niet. De graaf vat het mooi samen:
(…het lijkt wel een gezelschapspel,…, stuivertje verwisselen zoals we dat vroeger in het park deden, weet je nog wel Eleonora: eerst geloof jíj, dat hij onschuldig is, en ik niet, en nu geloof ík…’ blz. 222)
Dan komt mijnheer Siquier de kamer binnen. De spanning loopt op, de woordenwisseling van zojuist was nog lang niet beëindigd. Het was zeker dat iemand zijn mond voorbij ging praten, alleen wie en wanneer was de vraag. Na een stilte was het de gravin zelf die het niet meer in kon houden. De kolonel wordt woedend op zowel de gravin, omdat ze voor het eerst zegt dat ze niet in zijn onschuld gelooft, en op Arouet omdat de kolonel denkt dat hij gravin Oxenstierna heeft omgepraat. Hierdoor wordt ook de schrijver boos, hij heeft juist telkens de gravin van de kolonel’s onschuld willen overtuigen, hij vraagt de graaf dit te bevestigen, maar de graaf is een zwak persoon, en is bang voor Siquier en bevestigd het dus niet. Het gaat er steeds heftiger aan toe. Uiteindelijk daagt de kononel Arouet uit voor een duel, en verlaat hij het huis.
De volgende ochtend, als Arouet wakker wordt, is hij bang voor het duel, hij denkt na over vluchten, maar dat lijkt hem geen optie. Hij denkt na over wie de getuige zal zijn. Na een tijdje gedacht te hebben, hoort hij voetstappen op de trap, één paar, er is dus geen getuige.
Kolonel Siquier komt binnen, en vraagt of Arouet hem wil vergeven. ‘Natuurlijk, kolenel.’ Is zijn antwoord. De kolonel verteld al zijn betrekkingen met de gravin verbroken te hebben. Hij is boos op de gravin omdat zij iets doorverteld heeft wat ze nooit tegen iemand mocht zeggen. Hij zegt zich eerst niet te kunnen herinneren zoiets tegen de gravin gezegd te hebben, maar later wel. De kolonel stelt zich weleens voor dat hij de moord heeft gepleegd en een gevoel van onverschilligheid maakte meester van hem; bovendien was het in een nacht dat hij haar had mogen bezoeken.
Het laatste gesprek van het boek eindig met een mogelijke verklaring. De kolonel zegt dat hij de koning vereerde… liefhad, dat hij zichzelf duizend maal voor de koning zou laten doden.
(‘Misschien is dit de verklaring,’ zei hij zacht,’misschien voelen wij ons nooit zo schuldig als tegenover wie wij onze genegenheid hebben geschonken, kolonel.’ Blz. 262)
De kolonel stierf twee maanden na dit gesprek, hij rees naar Nederland en later naar Engeland, maar hij zijn boek voltooide. Tegenover kolonel Siquier hield hij woord: op een van de laatste bladzijden vindt men de rehabilitatie, die deze hem had gevraag.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.