Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Geschreven door:

anoniem [meer]

Datum ingestuurd:

16 november 2006

Niveau:

2 havo

Taal:

Nederlands

Woorden:

3699

Opvragingen:

816 (1 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (2 stemmen)


iets winnen?
Sinds 27 november draait de film Oorlogswinter in de bioscoop. Wij hebben 3 maal het boek van de film en 3 knijpkatten om weg te geven.

1. Beschrijving van het boek

a. De schrijver van mijn boek, de kleine blonde dood, is Boudewijn Büch. De titel is zoals ik al zei, de kleine blonde dood. De uitgever is Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2002 is de dochter in de serie lijsters uitgegeven. De druk staat er niet in.
b. De kleine blonde dood is voor het eerst in 1985 uitgegeven.
c. De kleine blonde dood heeft 11 motto’s ik schrijf er 4 over:

You’re out of touch, my baby
My poor discarded baby, Mick Jagger

Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler. Goethe/Eckermann

Comme vous le savez, notre société est entièrement liqeidée…Rimbaud

Liefde (of geen liefde),
En ouder worden, en dan de Dood. Gerard Reve

d. Boudewijn Büch geeft niet aan voor wie hij dit boek heeft geschreven.
e. De dochter heeft 220 bladzijdes.
f. Op de omslag zie je een man door een kaal en leeg landschap lopen.
g. Het boek gaat over Boudewijn Büch (het is ook de naam van de schrijver, dus waarschijnlijk zijn delen van het verhaal echt gebeurd.) Het boek heeft een raar tijdsverloop. Het ene moment gaat het over een paar jaar geleden en het andere moment weer over toen hij nog een klein kind was. Al deze verschillende tijdslijnen geven een gebeurtenis of een herinnering van Boudewijn Büch weer. Het is dus een soort van autobiografie.

2. Korte inhoud van het verhaal

Het verhaal is opgedeeld in twee delen. De verhaallijnen lopen door elkaar maar vormen een geheel.
Het eerste deel gaat over de 7-jarige Boudewijn. Hij woont bij zijn ouders samen met vijf broers in Wassenaar. Boudewijn gaat op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen. Ze zullen ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag absoluut niet van zijn vader. Rainer Büch is namelijk van joodse afkomst en is voor de Tweede wereldoorlog uit Duitsland naar Nederland gevlucht, om tegen Duitsland te vechten. Hij is door de oorlog fel anti-Duits geworden en heeft een trauma aan de oorlog overgehouden.
Als ze eenmaal bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Als Boudewijn opeens een mooie vlinder ziet vliegen holt hij erachter aan om hem te vangen voor zijn vader, die vele vlinders verzamelt. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij in Duitsland verdwaald te zijn. Twee Duitse douane-beambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas. Eenmaal thuis gekomen toonde hij met trots de vlinder aan zijn vader. Zijn vader vond hem prachtig, maar toen Boudewijn vertelde over zijn avontuur in Duitsland begon zijn vader hem te slaan en hij maakte de vlinder kapot.
Vader was nooit echt aardig voor Boudewijn en zijn moeder. Hij mishandelde ze als ze het over de oorlog of over Duitsland hadden.

Als de vader een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als vadert weer teruggekeerd is van zijn reis merkt hij op dat er iemand in zijn geheime kastje is geweest. Vader barst uit in een woedeaanval en slaat alles kapot. Vader en moeder hadden besloten dat Boudewijn voor een lange tijd naar een inrichting in Brabant moest, niet omdat hij gek was, maar omdat Boudewijn gek werd van zijn ouders huwelijk. Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar bijna niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis.
Als hij weer thuis is bleken de buikpijnen waar hij al twee jaar last van had een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn. Inmiddels is dat uitgegroeid tot een buikvliesontsteking. Hij raakt in de ambulance die onderweg was naar het ziekenhuis in een coma. Een paar weken later wordt hij wakker en krijgt hij van zijn vader mooie cadeaus, waaronder een grote stapel boeken. Na een lange tijd mag hij het ziekenhuis uit en werd hij met open armen ontvangen op zijn lagere school.
Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. De dood van zijn vader greep hem erg aan, ondanks dat zijn vader nooit echt aardig voor hem was. Enige tijd na het overlijden krijgt hij een brief van twintig velletjes van zijn vader. Deze brief vindt Boudewijn het ergste van alles wat zijn vader hem had aangedaan. Later krijgt hij te horen dat de brief geschreven is vlak voor zijn zelfmoord. Boudewijn kon het allemaal niet meer aanzien en verbrandde de brief.

Het tweede verhaal gaat over Micky. Micky is het zoontje van Boudewijn en Mieke, de voormalig Engelse lerares van Boudewijn, die 15 jaar ouder is dan Boudewijn. Boudewijn was totaal nog niet toe aan een kind, maar als hij merkt dat Mieke aan de drank is neemt hij een deel van de verzorging op hem. Micky komt bij Boudewijn wonen, wat Micky helemaal geweldig vindt. Boudewijn's vrienden vinden dat hij mee moet gaan naar Parijs, wat al eerder geregeld was. Hij vertrouwt Micky toe aan Gert, de beste vriendin van Mieke, met de voorwaarde dat ze hem niet aan Mieke mee mag geven. Bij zijn terugkomst blijkt Gert hem wel aan Mieke te hebben meegegeven, omdat het kerstmis was. Ze vertelt hem dat hij bij haar van de trap gevallen is. Hij ligt in het ziekenhuis in coma. Boudewijn gaat eerst bij Mieke langs, vervolgens richting ziekenhuis. Daar wacht hem een veel grotere schok, Micky leed aan een hersengezwel dat “geknapt” is. Daardoor viel Micky van de trap en is hij klinisch dood. Na twintig dagen geeft Boudewijn toestemming de machines stop te zetten. Micky overlijdt. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Hier heeft Boudewijn bewust voor gekozen. Hij wil dat er geen enkel spoor van Micky blijft bestaan. Hij is de enige op de crematie, waar hun lievelingsnummer van de Scones: “Out of time” wordt gedraaid.
Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een opendag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn een boze brief van de directeur. Nu overvalt hem een groot verdriet, Micky’s micrografie is mislukt. Als hij iemand op het station hoort zeggen: ”rouw verjaart niet”, weet hij dat hij het verhaal kan schrijven.
In het laatste hoofdstuk vertelt Boudewijn dat enkele herinneringen niet groter zijn dan een postzegel waar hij van houd. Ze gaan over fijne momenten met zijn vader Rainer en zijn zoontje Micky.

3. Verklaring van de titel

De titel slaat op de kleine blonde zoon Micky van Boudewijn. Micky overlijdt later in het boek aan een hersengezwel dat knapte.

De titel komt ook letterlijk terug in het boek op blz. 157:
‘Soms schrik ik 's nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood.’ ‘De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel.’

De motto’s die in het boek staan zijn:

You’re out of touch, my baby
My poor discarded baby. Mick Jagger

Too young to really be in love. Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee

Der Tod ist ein sehr mittelmassiger Portratmaler. Goethe/Eckermann

Die Geschichte ruckwarts erzahlt. Novalis

Melancholy, turn thine eyes away!
Music, Music, breathe despondingly. Keats

Comme vous le savez, notre societe est entierement liquidee…Rimbaud

Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft. Spinoza

Liefde (of geen liefde),
En ouder worden, en dan de Dood. Gerard Reve

Een naam van iemand die niet meer bestaat
Blijft soms nog lang onder de mensen. Achterberg

Ik ben geen vader, en ik heb geen zoon
Niets dan een sage is zijn zacht bestaan. Willem de Merode

Tete sacree! Enfant aux cheveux blonds! Bel ange!
A laureole dor! Victor Hugo

Al deze stukjes gaan over het kwijtraken van een geliefd persoon. In “De kleine blonde dood” raakt Boudewijn zijn zoontje Micky kwijt, omdat Micky overlijdt. Ook de vader van Boudewijn, Rainer overlijdt, wat Boudewijn eigenlijk wel aangrijpt.

4. Personages

De Hoofdpersoon: Boudewijn
Bijpersonen: Rainer, Micky

Boudewijn
In zijn jeugd is Boudewijn een rustig jongetje die lijdt onder de tirannie van zijn vader. Ondanks dat is hij een van de weinige die zijn vader begrijpt. Boudewijn geeft veel om zijn vader. Als hij tien jaar is, wordt hij opgenomen in een psychiatrische kliniek in Brabant. Hij was echter niet gek, maar werd gewoon zenuwachtig van de ruzies van zijn ouders. De vele buikpijnen waar hij al twee jaar lang over klaagde bleken een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn. Als Boudewijn ouder is, blijkt hij homoseksueel te zijn, desondanks heeft hij wel een kind. Boudewijn besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk Micky’s leven te beëindigen.

Rainer
Rainer Büch speelt een hele belangrijke rol in dit boek. Hij heeft 6 zonen en hij heeft WO II overleefd. Hij heeft last van een oorlogstrauma en hierdoor doet hij hele vreemde dingen. Hij kan bijvoorbeeld ontzettend boos worden en dan slaat hij alles kort en klein in het huis. Hij tiranniseert zijn gezin en mensen uit zijn directe omgeving. Zijn gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt Rainer zelfmoord. Hij is van joodse afkomst en heeft in de oorlog veel gedaan voor Nederland. Hij is erg tegen Duitsers en laat dat ook goed blijken.

Micky
Micky wordt geboren uit de relatie tussen Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij is gek op het nummer ‘Out of Time’. Hij overlijdt op vijfjarige leeftijd aan een geknapte hersentumor. Hij wordt gecremeerd en verdwijnt daarmee van de bodem.

5. Perspectief
Het boek 'De kleine blonde dood' is duidelijk geschreven in een ik-perspectief. Je zit als het ware de hele tijd in het lichaam van Boudewijn. Ook als je leest over de belevenissen met zijn vader en met zijn zoontje Micky. Je kijkt door de ogen van Boudewijn. Hierdoor heeft het verhaal iets persoonlijks, je wordt er echt bij betrokken omdat je zelf alles meemaakt zoals Boudewijn alles meemaakt.

Het hele boek wordt in de verleden tijd verteld. Telkens door de ogen van Boudewijn. Omdat de schrijver van het boek ook Boudewijn Buch is, kun je gaan denken dat Boudewijn Büch alles zelf heeft meegemaakt, en dat is voor een deel ook zo.

6. Plaats en ruimte

Het eerste deel van het verhaal speelt zich grotendeels af in de omgeving van Wassenaar rond zijn ouderlijk huis Het verhaal speelt zich tijdens de jeugd van Boudewijn af in een burgerlijke wijk. De mensen kennen elkaar en groeten vriendelijk. Er is geen sprake van grote rijkdom, wat waarschijnlijk komt omdat het verhaal zich vlak na de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Verder speelt het boek zich af in Boudewijns woonplaats in Amsterdam, en de vakantie in Italië. Er lopen twee verhalen in een andere tijd door elkaar, de tijd waarin Boudewijn opgroeit thuis, en wanneer hij zelf een zoon heeft.

De sfeer is niet erg belangrijk. Het is niet zo dat op het moment dat Micky overlijdt het buiten stormt. Integendeel het winterlicht schijnt op Micky’s gezicht. Het is een ‘normale sfeer’ zoals een gewone dag eruit ziet. De sfeer door het hele verhaal heen is eigenlijk een beetje treurig. Het maakt niet uit wat er gebeurt. In het begin is het vrij treurig omdat Boudewijn niet naar Duitsland mag en aan het einde van het boek is het treurig omdat Boudewijn dan terugdenkt aan Micky en zijn vader.

7. Tijd

Het begin speelt zich enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog af, waarschijnlijk in het begin van de jaren 50. De gevolgen van de oorlog zijn in het boek duidelijk te merken. De vader van Boudewijn is namelijk hoofd, of onderhoofd van de reservepolitie. Ook wordt er nog veel over de gruweldaden van de oorlog gesproken en was er nog niet in ieder huishouden een televisie aanwezig. De vertelde tijd is ongeveer twintig a vijfentwintig jaar. Het verhaal begint als Boudewijn een jongetje is van 5 a 6 jaar. Op het moment dat hij zelf vader werd was hij nog student, ongeveer 20 jaar. Het verhaal in het boek eindigt als Micky als 5-jarige jongen overlijdt.

De gebeurtenissen worden niet verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden. Het boek bestaat uit vele flashbacks die de relatie tussen Boudewijn en zijn vader en zijn zoontje duidelijk moeten maken. Beide personen zijn al overleden, op het moment dat het boek geschreven wordt.
De flashbacks in het verhaal vertellen de herinneringen die de hoofdpersoon heeft. Zo komt de lezer meer te weten over het leven van Boudewijn. De flashbacks kunnen sommige situaties goed verklaren.
Het verhaal is dus beslist niet chronologisch verteld.

Het verhaal begint in een Informatieve opening: Je begint bij het verhaal van Boudewijn, het schoolreisje. Voor vader Büch is er al wel wat gebeurt maar voor Boudewijn nog niet. Het verhaal heeft een gesloten einde. Micky is dood en Boudewijn kijkt terug op zijn verleden. Het is af. Het verhaal gaat niet verder meer.

Er zijn keerpunten in het boek. Ik vind dat op het moment dat Boudewijn te horen krijgt dat zijn vader dood is ook een keerpunt is. Zijn hele leven lang heeft Boudewijn last van zijn vader gehad, nu Rainer dood is zal Boudewijn ‘rust’ krijgen. Ook op het moment dat Micky overlijdt is er, vind ik, een keerpunt. Het verhaal verandert. Boudewijn gaat terug kijken op de moment met Micky. Het verandert dus.


8. Thema en motieven

Thema
De kleine blonde dood heeft meerdere thema’s. Het thema dat ik het belangrijkste vind is: oorlogtrauma . Daarnaast zijn er nog twee andere thema’s, de homoseksualiteit van de hoofdpersoon en de dood van 'de kleine blonde'
Een ander thema wat niet zo duidelijk naar voren komt, maar wat wel degelijk een rol speelt, is de eenzaamheid van Boudewijn. Hij verliest namelijk eerst zijn vader, dan zijn zoon en Mieke. Er blijft niemand over waarmee hij kan leven.

Motief
Vader-zoon-relatie, is een van de motieven. De opvallende genegenheid tussen vader en Boudewijn, waar zelfs moeder Buch jaloers op is. Zij snapt niet waarom vader en zoon elkaar zo goed begrijpen. Uiteraard is ook de relatie tussen Boudewijn en Micky belangrijk.
Oorlogtrauma’s, is een ander motief. Vader Buch en Onkel Jobab hebben trauma’s overgehouden aan de oorlog

9. Genre

Zoals ik al eerder zei is de kleine blonde dood gedeeltelijk autobiografisch omdat de hoofdpersoon ook Boudewijn heet en het herinneringen van Boudewijn zelf zijn. Het is ook een historische roman omdat het in het verleden afspeelt. Het is gebeurd in de Tweede wereldoorlog, daarom is het ook een boek met een Historisch genre.

10. Taalgebruik

De kleine blonde dood is heel prettig geschreven. De zinnen zijn niet moeilijk en makkelijk te begrijpen.

Onkel Jobab keek stak voor zich uit. Stak een sigaret op (‘Van mijn eigen geld betaald, Rainer’) en wendde zijn blik naar mij. ‘Is dat dan geen zoon van Lotan?’ ‘Lotan is dood, dat weet je wel, Jobab. Zijn kinderen ook.’ ‘Is Lotan dood? Waarom is hij dood?’ vroeg Onkel Jobab. ‘Dat weet je wel…’ zei mijn vader, onderbrak zichzelf en vervolgde: ‘Ga nu maar wandelen. Een fijne middag.’

In dit stukje is goed te zien dat het taalgebruik makkelijk is en heel goed te begrijpen. Rainer praat hier een beetje kinderlijk tegen Jobab omdat Jobab gek is.

11. Commentaar op het boek

Miranda Onderwater en Amy Klink - 5Ha (maart 2004)

In 1985 komt de eerste druk uit van “De kleine blonde dood” geschreven door Boudewijn Büch. Een zeer triest verhaal dat over zijn eigen leven gaat. Büch heeft wel meer boeken geschreven over zijn eigen leven en zegt aan het begin van het boek dat iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als een gelukkig of ongelukkig toeval. Toch gaat het wel over zijn eigen leven.

De schrijver Boudewijn Büch werd geboren in 1948 in Den Haag en groeide op in Wassenaar. Hij studeerde Duits en Nederlands en na zijn studie ging hij werken voor kranten, tijdschriften, radio en televisie. Hij begon met het schrijven van gedichten en later publiceerde hij ook verhalen en romans. Hij heeft verschillende boeken geschreven, maar de meest aangrijpende zijn toch wel zijn laatste twee boeken; De kleine blonde dood en Geestgrond. De boeken hebben een sterk autobiografisch karakter, maar dat betekent niet dat de ik-figuur in de romans en verhaal helemaal identiek is aan de schrijver. Büch heeft geen fijn, zorgeloos leven gehad zoals vele anderen wel. Een verklaring daarvoor ligt o.a. in het door de oorlog getraumatiseerde leven van zijn vader en het opgesloten zijn in een gekkenhuis in Brabant. Hier werd hij juist krankzinnig en kreeg hij ideeën om zichzelf van het leven te beroven. Büch schreef over deze ervaringen in zijn boeken.
In dit boek – De kleine blonde dood - wisselen twee verschillende verhalen zich steeds af. Het ene verhaal gaat over de tijd dat Boudewijn nog een jongen was en het andere gaat over de tijd dat hij volwassen is en een kind heeft.
Op een dag ging Boudewijn op schoolreisje; ze zouden naar een speeltuin gaan in Nijmegen en ook een stukje over de grens. Maar omdat de vader van Boudewijn oorlogstrauma’s heeft, mag Boudewijn van zijn vader niet in Duitsland komen. Als hij aan het wachten is op zijn klas, ziet hij een mooie vlinder en gaat er achteraan. Als hij hem gevangen heeft, beseft hij dat hij in Duitsland is en dat hij is verdwaald. Dan komt er een jeep met 2 Duitse mannen en die brengen hem terug naar zijn klas. Eenmaal thuis geeft hij de vlinder aan zijn vader en vertelt het verhaal. Zijn vader wordt kwaad en slaat Boudewijn.
De ouders van Boudewijn vonden dat Boudewijn gek werd van de problemen thuis en ze stopten hem in een gekkenhuis. Als hij weer thuiskomt, heeft hij al een tijdje last van buikkrampen en dan gaan ze naar de dokter. Hij heeft buikvliesontsteking en raakt in coma. Na een jaar mocht hij het ziekenhuis uit. Zijn vader en moeder zijn gescheiden en zijn vader heeft elke keer een nieuwe vrouw. Boudewijns vader pleegt later zelfmoord. Boudewijn hoort van zijn moeder dat hij is overleden en dat grijpt hem erg aan. Twee weken na het overlijden ontvangt hij een brief die zijn vader vlak voor zijn zelfmoord geschreven heeft aan Boudewijn en hij verbrandt de brief.
In de tweede verhaallijn wordt uitgewerkt dat Boudewijn een verhouding krijgt met zijn oude lerares, Mieke, die van hem in verwachting raakt. Omdat zij alcoholist is, besluit hij bij haar weg te gaan, samen met hun kind Micky. Boudewijn gaat een reisje naar Parijs maken en Micky logeert bij de beste vriendin van Mieke. Op 2e kerstdag komt Boudewijn terug en hoort hij via Gerda dat Micky bij Mieke is geweest en dat hij van de trap is gevallen en dat hij klinisch dood is.
Boudewijn besluit samen met de dokter Micky’s kunstmatige leventje stop te zetten. Toen was de kleine blonde dood, op zesjarige leeftijd. Hij stierf zes maanden nadat zijn opa was overleden.
Het boek is zeer aangrijpend. Zeker het begin met het verhaal over Boudewijns schoolreisje, grijpt je aan. Met dit boek zit je gelijk in het verhaal en blijft het je boeien tot de stekker uit de apparatuur van Micky wordt getrokken. Het is zeer goed beschreven en je leeft je helemaal in in het verhaal. Je kunt soms haast niet geloven dat iemand zoveel meemaakt. Toch krijgt dit boek niet veel goede kritieken. Zodra een schrijver een boek schrijft dat de lezer aangrijpt, wordt hij al gauw een simpele ziel genoemd. Wat totaal onterecht is. Maar dat zal Büch niet zoveel interesseren. Het schrijven van dit boek (e.a. zoals Geestgrond) is voor hem meer een vorm van therapie en “de kleine blonde dood” is misschien wel het indringendste zelfportret dat hij tot nu toe heeft geschreven. Juist omdat het zo’n triest verhaal is, lezen veel mensen dit boek en ook zijn andere boeken. Je zit helemaal in het verhaal en dat is juist lekker aan een boek, je bent even in een hele andere wereld.
Ter gelegenheid van de twintigste druk verscheen in 1995 een uitgebreide editie. Buch heeft heel wat commentaar gekregen op dit boek, maar lapte het aan zijn laars. Deze “uitgebreide” editie bevat maar twee hoofdstukken meer en voegen maar weinig toe aan het verhaal.
Zoals over elk aangrijpend en interessant boek, wordt over “De kleine blonde dood” ook een film gemaakt. In deze film speelt Anthony Kamerling de rol van Boudewijn, die in deze film ook een andere naam heeft. Men heeft een grote belangstelling voor deze film die in 1993 uitkomt.
Ondanks de kritieken over dit boek, die niet altijd lovend waren, is het een goed en mooi boek. Er is veel belangstelling voor zijn boek en ook voor de film die erop volgt. Men kan zich blijkbaar goed in het verhaal inleven en heeft interesse in het levensverhaal van Büch die op 23 november 2002 overleed.


De schrijfsters van deze roman laten weten dat ze het een heel goed boek vonden, door met korte opmerkingen een beeld van de situatie te schetsen.

‘Met dit boek zit je gelijk in het verhaal en blijft het je boeien tot de stekker uit de apparatuur van Micky wordt getrokken. Het is zeer goed beschreven en je leeft je helemaal in in het verhaal. Je kan soms haast niet geloven dat iemand zoveel meemaakt.’

Hieruit blijkt toch echt dat ze het een goed boek vinden en daar ben ik het mee eens. Het is een heel goed boek en je kunt je inderdaad erg goed inleven in het personage van Boudewijn. Het is ook waar dat je nauwelijks kunt geloven dat iemand zoveel meegemaakt kan hebben. Het is zoals ze in de inleiding zeggen. Het is een zeer triest verhaal dat over zijn eigen leven gaat. Het is dan wel zeer triest maar wel ontzettend goed.


12. Mening

Ik vind de kleine blonde dood een erg goed boek, je kunt je erg goed inleven en dat maakt het fijn om weg te lezen. Ik raad dit boek aan voor degene die van dit soort boeken houden. Als je niet van boeken houd waar de verhalen door elkaar lopen dan raad ik hem niet aan. Maar het is echt een prima boek om te lezen, vol verdriet om een verloren ‘geliefde’, oorlogtrauma’s die iemand beleeft heeft en zijn omgang daarmee. Echt een aanrader.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit

Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?