Geschreven door:

bennie [meer]

Datum ingestuurd:

31 maart 2007

Niveau:

6 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1901

Opvragingen:

3000 (57 deze maand)

Waardering:

2.7/5 (9 stemmen)

Titel:

Mariken van Nieumeghen

Auteur:

Onbekend,

Jaar van uitgave:

15e eeuw

Aantal pagina's:

48kan verschillen per editie

Moeilijkheidsgraad:


bovenbouw vwo

Thema:

Toneelstuk, Godsdienst & Godsdienstwaanzin

Verfilmd als:

Mariken van Nieumeghen (1974)

Verslag Mariken van Nieumeghen

Mariken leeft in de tijd dat hertog Arend van Gelre (1465 uit de gevangenis verlost) gevangen genomen was door zijn zoon hertog Adolf en zijn medeplichtigen. Ze is een mooi, jong meisje dat bij haar oom, de vrome priester Gijsbrecht, omdat haar moeder overleden is. Ze wonen drie mijl van Nijmegen af.
Op een dag stuurt Ghijsbrecht Mariken naar Nijmegen om boodschappen te doen. Het zal waarschijnlijk te laat zijn om die dag nog terug te keren en oom Ghijsbrecht adviseert Mariken om bij haar tante te overnachten. Nadat Mariken inkopen op de markt had gedaan, was het al vijf uur en te laat om terug naar huis te lopen. Zij ging naar haar tante om daar onderdak voor de nacht te vragen. Haar tante had vlak daarvoor ruzie gehad met een paar andere vrouwen over de arrestatie van graaf Arnold door zijn zoon hertog Adolf. Hierdoor was haar tante buiten zichzelf van woede en Mariken moest het nu ontgelden. De tante schold haar de huid vol. Ze maakt haar echter uit voor een schijnheilige slet en stuurt haar weg. Hierdoor wordt Mariken helemaal van streek en gekrenkt het huis weer verliet. Mariken huilde aan de kant van de weg, buiten het donkere Nijmegen, bij een grote struik.Het maakte haar niet meer uit of God of de duivel tot haar zou komen. De duivel die dit alles hoorde (ze had zich al verschillende keren aan hem aangeboden), zag in haar een geschikt slachtoffer. Toen Mariken (verschillende) vroeg wie hij was, antwoordde hij dat hij Moenen met het ene oog heet, dat hij goed bekend is bij de jongens van de gestampte pot en dat hij een meester met veel kundigheid en kennis was. Hij kon haar als zij het wilde, de zeven vrije kunsten kunsten (rethorica, musica, logica, grammatica, geometrie, arithmetica en alchemie ). Alleen de ‘nigromancie’ wil hij voor zich zelf houden, daar zij hem anders misschien de baas zou kunnen worden leren. Hij kon haar tevens alle talen van de wereld leren. Als Mariken hier mee in zou stemmen, zou zij haar naam moeten veranderen, want Moenen en zijn makkers hadden al veel last ondervonden van een zekere Maria en zou zij geen kruis meer mogen slaan. Mariken stemde hier mee in en veranderde haar naam in Emmeken. Nadat Mariken hiermee heeft ingestemd vertrekken ze naar 's Hertogenbosch, waar ze enkele dagen bleven, voordat ze naar Antwerpen gingen. Na een aantal dagen werd oom Ghijsbrecht ongerust en ging naar zijn zus, om te kijken of deze meer kon vertellen. Deze antwoordde hem dat ze nergens van af wist, waarna oom Ghijsbrecht vertrekt. Intussen had de slotvoogd van Grave de oude hertog Arnold uit de gevangenis bevrijdt. Toen de tante dat hoorde, werd ze dol van woede, riep de duivel aan en pleegde zelfmoord. Emmeken (Mariken) en Moenen zijn intussen in Antwerpen aangekomen, waar ze hun intrek namen in herberg In den Boom. Zij weten hier mensen op te hitsen, waarbij het uiteindelijk op vechten uitloopt. Hierbij vallen ook doden, zeer tot genoegen van Moenen. Moenen denkt met al deze slachtoffers een goed figuur bij Lucifer te slaan. Mariken realiseert zich waar ze mee bezig is, maar ze denkt dat er voor haar geen terugkeer meer mogelijk is, omdat ze te veel gezondigd heeft. Na zeven jaar wil Mariken weer terug naar Nijmegen. Moenen gaat hiermee akkoord, omdat het hem niet gelukt is Mariken iets aan te doen, want oom Ghijsbrecht is blijven bidden voor Mariken. Moenen hoopt dat als hij mee teruggaat, hij oom Ghijsbrecht iets aan kan doen, om Mariken alsnog geheel in zijn macht te krijgen. Op de dag dat ze in Nijmegen aankomen is er juist een processie voor Maria. Mariken dringt er nu bij Moenen om samen naar Masscheroen te kijken. Dit spel is volgens oom Ghijsbrecht beter dan sommige preken. Moenen probeert in eerste instantie Mariken tegen te houden, wat hem uiteindelijk niet lukt. Hij is bang dat zij spijt zal krijgen. Na in het spel gehoord te hebben, dat berouw nooit te laat komt, wil Mariken haar leven beteren. Hierop wordt Moenen zo boos, dat hij haar hoog de lucht in voert, om haar van grote hoogte naar beneden te gooien in de hoop dat zij haar nek breekt. Oom Ghijsbrecht staat ook tussen de toeschouwers en ziet het gebeuren. Hij herkent Mariken nog niet. Nadat zij op straat gevallen is, gaat hij kijken en herkent Mariken. Mariken blijkt nog te leven, maar heeft bijna alle botten in haar lichaam gebroken. Moenen probeerde Mariken nog te doden, maar oom Ghijsbrecht weet hem te laten vluchten door een bijbelpassage uit te spreken. Oom Ghijsbrecht gaat nu naar de meest geleerde priester van Nijmegen, maar die durft Mariken niet de absolutie te geven. De volgende dag neemt Ghijsbrecht de heilige hostie en reist met Mariken naar de bisschop van Keulen. Onderweg probeert Moenen door zware stormen hun nek te breken, maar door de krachten van het sacrament mislukt dit. De bisschop van Keulen kan Mariken ook niet helpen. Na een zeer vermoeiende reis komen Mariken en oom Ghijsbrecht in Rome bij de paus aan. Toen deze tijdens de biecht de zonden hoorde die Mariken begaan had, was hij hevig ontsteld. Hij bad God om raad en legde haar de volgende boetedoening op : Mariken moest drie ijzeren ringen dragen, een om de hals en een om iedere arm. Zij moest deze ringen zo lang dragen, tot ze versleten waren of vanzelf afvielen. Na terugkeer werd Mariken non in een klooster voor bekeerde zondaressen te Maastricht en oom Ghijsbrecht ging weer naar huis. Ghijsbrecht leefde nog 24 jaar en bezocht regelmatig zijn nichtje in Maastricht. Mariken leefde zo boetvaardig dat Christus na verloop van tijd zijn engel tot haar zond, die tijdens haar slaap de drie ringen verwijderde. Toen Mariken de ringen naast zich zag liggen, wist ze dat God haar genade had geschonken. Mariken leefde nog twee jaar.



Ontstaan:
Mariken van Nieumegen is geschreven rond 1500: de overgangstijd van Middeleeuwen naar Renaissance. Deze periode wordt gekenmerkt door een veranderende geloofsbeleving, een nieuw ontwikkelend mensbeeld, van de angst en tegelijk van het verlangen naar het onbekende. Deze tijd is ook de tijd van de rederijkers . Van het rederijkerstoneel is Mariken een hoogtepunt. De nieuwe woordvormingen, de speciale aandacht voor het rijm (naast het normale gepaarde rijm vinden we strofen en rondelen, binnen- en dubbelrijmen) en Emmekens refrein over de miskenning van de ware rederijkerskunstenaar zijn hiervan kenmerken. Toch is de schrijver er volledig in geslaagd dit spel boven de gekunstelde en starre rederijkerswerk te verheffen, hetgeen te zien is aan zijn taalgebruik(gevolgen) en karaktertrekken(het gaat over ‘echte’ mensen) en de handelingen verlopen psychologisch aanvaardbaar.


Auteur:
De schrijver van Mariken is onbekend. Echter, wanneer we letten op het Brabantse taalgebruik en Vlaamse accenten; de vertrouwdheid met Antwerpen en de verwijzing naar het devies van de Antwerpse rederijkers, is het waarschijnlijk dat het mirakelspel geschreven is door een Antwerpse rederijker. De onbekendheid van de schrijver met de topografische situatie rond Nijmegen ( de afstand Nijmegen – Venlo is in werkelijkheid +/- 60 km) en de niet geheel juiste weergave van de Gelderse hertogelijke twisten steunen deze veronderstelling. De prozagedeelten in de Mariken zijn wellicht achteraf en mogelijk door een andere schrijver toegevoegd om het toneelstuk geschikter te maken als leestekst.

Druk:
De oudste druk die bewaard is gebleven, is die van Willem Vorsterman in Antwerpen uit 1518. Andere oude drukken zijn die uit Utrecht(1608) en een uit Antwerpen(1615). Men neemt echter aan dat er nog een oudere uitgave is geweest, gezien de verschillen.

Literaire periode: Middeleeuwen

Voor het jaar duizend konden heel weinig mensen schrijven; dus was er niet veel geschreven literatuur. Alleen in de kloosters was men de schrijfkunst machtig, dus het geschrevene was alleen in het Latijn overgeleverd. Door de uitvinding van de boekdrukkunst in 1450 meende men dat de handschriften weggegooid kon worden. Daardoor komt het dat de oudste handschriften (in het Latijn) minimaal uit 1170 kunnen stammen. In 1930 werd in Engeland het oudste Nederlandse zinnetje gevonden: Hebban Olla Vogala….Het is waarschijnlijk een Vlaamse monnik geweest die dit zinnetje heeft opgeschreven. Echter, er is altijd wel een mondelinge, orale letterkunde geweest dat door zogenaamde beroepsvertellers en/of sprooksprekers verbreid werden. Om het de sprooksprekers zo makkelijk mogelijk te maken, werden de verhalen doorverteld in rijmvorm. Langzamerhand gingen de sprooksprekers gebruik maken van geschreven tekst en ontstond de meer en meer schriftelijk-georiënteerde literatuur.
De middeleeuwse maatschappij bestond uit de zogenaamde standen: de adel, geestelijkheid en boerenstand en misschien nog een vierde stand, namelijk de allereenvoudigsten en allerarmsten.

Stroming: Geestelijk toneel
Het geestelijk toneel bestaat uit drie fasen:
De Liturgische fase: De oorsprong van het geestelijk toneel ligt im de liturgie, met name tijdens de christelijke feestdagen. Een stalscène met Jozef, Maria en het Kindeke is gemakkelijk uit te beelden en de preek wordt er makkelijker door begrepen. De plaats waar dit toneel plaatsvond, was in de kerk.
Kerkelijk toneel: Vervolgens kwam er in het kerkelijke toneel elementen, waar de kerk niet volledig achter kan staan. Hierom mocht dit toneel niet meer plaatsvinden in de eredienst, wel in de kerkgebouw. Naast geestelijken werden er nu ook leken bij betrokken. De taal was Latijn, maar ook de volkstaal werd gebruikt. Deze fase wordt het kerkelijk toneel genoemd.
Geestelijk toneel: De bovengenoemde ontwikkeling ging nog verder. Dit resulteerde erin dat het toneel niet meer in de kerk mocht plaatsvinden. Ook geestelijken konden niet meer meewerken. De leken, die diets spraken, voerden deze geestelijke toneel op het marktplein of kerkhof.

Het geestelijk toneel bestaat uit drie vormen: mysteriespelen; mirakelspelen en sinnespelen.
In het geestelijk toneel bevinden zich drie kenmerken: (a) wroeging, met als uiterlijk teken tranen, (b) schuldbelijdenis, en (c) boetedoening.
De wroeging begint al op vers 806 wanneer het wagenspel aan de gang is, de schuldbelijdenis, wanneer Emmeken tot bewustzijn gekomen is na haar val uit de lucht en de wederzijdse herkenning met Oom Ghijsbrecht plaatsgevonden heeft en de boetedoening, die gestalte moet vinden in een priester is hier de paus die de omvang van Marikens zonde beoordeelt en aanduidt wat tot haar eeuwig heil zal strekken.
Dit stuk, waaruit dezelfde geest spreekt als uit het Faustverhaal, en de middeleeuwsche legende van Beatrijs, zou desnoods kunnen gerekend worden tot de spelen van Onzer Vrouwen, die echter niet alle kerkelijke spelen behoeven geweest te zijn, al dragen zij een godsdienstig karakter, evenmin als de bijbelse spelen. Tot het kiezen van bijbelse onderwerpen gaven de mysteriespelen vaak aanleiding, omdat hierin vaak een wonder verstoken is.

Dit stuk is eigenaardig omdat het tussen de toneelgedeelten door steeds korte samenvattingen in proza geeft en omdat het een toneelstuk is waarin ook weer een toneelstuk wordt getoond: Het wagenspel van Masscheroen.

Thema en Motieven

De hoofdgedachte:De invloed van de duivel op de mens maar ook verleiding, zonde en vergeving. In de Middeleeuwen waren dat heel belangrijke thema’s. Volgens hun geloof gingen de mensen naar de hel als hun zonden niet vergeven zouden worden. Vergeving kon verkregen worden door bijvoorbeeld boete te doen of via hulp van heiligen. Mariken moet metalen ringen dragen totdat God haar zonden vergeven zal hebben.
Motieven: Berouw, machteloosheid en vergiffenis
Het verband tussen de titel en het thema: De titel is de naam van een persoon die beïnvloed is door de duivel


Op de Grote Markt in Nijmegen staat een beeld van Mariken gemaakt door Vera van Hasselt. Het beeld van Moenen, gemaakt door Piet Killaers, staat aan de voet van de Grote of Sint-Stevenskerk.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Win beltegoed met Cash


Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

a d v e r t e n t i e


Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!

Dat Scholieren.com de beste website op aarde was wist je natuurlijk al, anders kwam je hier niet. Toch zijn er altijd dingen die beter kunnen. Heb jij een uitgesproken mening over Scholieren.com en wil je die met ons delen in een groepsgesprek met andere scholieren in het midden van het land? Stuur ons dan even een berichtje met je naam, emailadres en telefoonnummer en wij nemen contact met je op. Reiskosten worden vergoed en als je niet alleen durft kun je altijd een vriend/vriendin/broer of zus meenemen. Hopelijk tot snel!

geef je mening: Dag van de leerplicht

Bekijk het één keertje van de andere kant: wat vind jij leuk aan school?



» resultaten poll