Boekverslag Thea Beckman

Hasse Simonsdochter

1 [2] 3 4 5 6 7 8 9 10 11 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Beetje [meer]

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2113

Opvragingen:

28

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (9 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Thea Beckman

Laatst gewijzigd op 23 februari 2007

Algemene gegevens:

Titel: Hasse Simonsdochter
Auteur: Thea Beckman
Uitgever: Lemniscaat
Druk : 20ste druk 2005
Eerste druk: 1983
Aantal pagina’s: 328
Omslag: Jan Wesseling

Samenvatting

Hasse liep liever door de riet velden, dan haar vader te helpen met manden vlechten.
Ze had altijd het idee dat het riet fluisterde: ‘welkom Hasse, elfenkind’.
De mensen in het dorp zeiden ook dat Hasse een elfenkind (of ook wel wisselkind) was. Daarom werd ze slecht behandeld, in de hoop dat de elfen Hasse terug namen.
Hasse wist hoe ze met pijl en boog moest om gaan, omdat ze vaak niet genoeg eten kreeg zorgden ze zelf voor eten.
Op een vroege ochtend toen Hasse weer eens aan haar vaders blik was ontvlucht, en ze langs de rivierdijk liep, hoorden ze achter de bosjes dat er mensen aan kwamen, met kudde vee.
Ze was niet bang voor de ossen, maar wel voor de veedrijvers. Rauwe, bonkige kerels waren dat en geen meisje was veilig voor hen. Ze verschool zich in de riet pluimen, en keek toe.
Hasse hoorden roepen, en tot haar ontzetting hoorde een kreet: ‘ho, ho zeg ik je. Ho dan. Blijf staan’. Toen de dieren begrepen dat er een rust zou zijn, verspreide ze zich over de dijk en begonnen het malse gras te eten. Niet ver van waar Hasse zat gingen de vee drijvers lui tegen talud liggen. De ossen liepen her en der ook vlak voor de plek waar Hasse zat. één van de drie vee drijvers liep naar de dieren toe om ze weg te jagen, toen hij plots Hasse zag zitten.
‘ha, wat zullen we hier hebben, een mooi blommetje dat hier tussen het riet groeit’ schreeuwde hij. ‘mals en jong, en wat een mooi kleurtje’.
‘Laat me los’ schreeuwde Hasse. Ze sloeg naar zijn gezicht, haar nagels krabden zijn wang open. ‘Au! Dat is me een wilde’, tierde hij zonder haar los te laten.
De twee andere vee drijvers spongen op en kwamen aan rennen.
‘Kijk eens, Kobus, is het geen honing potje van een meid? Die is wel een paar vrijers gewaagd’. Hij probeerde haar te zoenen, maar Hasse spuwde hem in zijn gezicht. ‘nee, nee’ ze gilde, schopte beet in het rond. Maar tegen 3 rabauwen kon ze niet op. Ze sleurde haar tegen de grond, scheurden haar rok, hielden haar vast bij armen en benen terwijl ze hun bieradem in haar gezicht bliezen. Hasse gaf niet op, ze kronkelde, schreeuwde.
‘duivels, dat is geen meid, dat is een wilde beest,’ hijgde Jochem.
‘sinds waneer willen boeren meiden niet meer vrijen in de lente?’.
Ze hadden het zo druk, met Hasse tegen de grond te houden dat ze niet merkten dat er een ruiter was verschenen, toen hij merkten dat beneden aan de dijk een meisje werd verkracht, stoof hij op zijn paard naar beneden en doodde één van de vee drijvers.
Hij noemde zich zelf Jan van Schaffelaar.

De volgende dag ging Hasse naar de stad kampen. Daar hoorden ze dat er een terechtstelling was. En nog wel van een edelman. Ze ging kijken, want terecht stellingen van een edele is altijd bijzonder. Toen ze zag dat het Jan van Schaffelaar was wegens moord zou hij ter dood veroordeelt worden. Omdat hij de enige is die ooit om haar heeft gegeven, besluit Hasse hem te verbidden (hem redden door middel van trouwen met hem op het schavot).
Zo rijden zij even later over de heide, verbannen uit Kampen, zonder dat Hasse’s ouders iets weten. Als ze zitten te praten komt Hasse erachter dat Jan een huurling is. Ook is hij half van adel. (hij wordt ook wel de bastaart genoemd).
Samen trekken ze naar Zutphen. daar trekken ze in in een koopmanshuisje. Niet veel later wordt Jan door heer Wijnand uitgestuurd, als aanvoeder van een team.
Hij geeft Hasse wat geld zodat ze de maanden door komt, maar Hasse houdt het niet in zo’n drukke stad. Ze koopt een hond die ze Tieske noemt, hierna maakt ze van een rok een pof broek en zorgt ze voor wat jongens kleren, ze koopt een mand, een set pijl en boog en trekt de natuur in. 2 volle maanden blijft ze in de natuur, vlak bij Zutphen.
Als ze na 2 maanden terug gaat de stad in, lijkt ze net een boerenjongen. Het koopmanshuisje is inmiddels verkocht aan een ander. Ze trekt in in een herberg. De volgende dag gaat ze bij heer Wijnand vragen waar haar Jan blijft. Die haar meedeelt dat hij waarschijnlijk gesneuveld is in de strijd. Van verdriet en hopeloosheid trekt ze weg, steeds veder tot ze op de plek is, waar zij en Jan hun eerst nacht hadden door gebracht. Wat ze natuurlijk niet weet is dat Jan helemaal niet dood is.
Geen 2 dagen later komt Jan aan in Zutphen hij informeert naar Hasse en verneemt dat ze weg is gegaan, richting het zuiden. Hij vermoed waar ze heen is. Uiteindelijk vinden ze haar in het schuurtje waar Jan en Hasse hun 'bruidsnacht' door hadden gebracht. Hasse is dolblij. Ze vestigen zich, samen met de kornuiten van Jan, op de Veluwe in een kleine boerderij. Ze noemen zichzelf 'De Graafschappers'. 'De Graafschappers' bestaat uit: Klein Butsken, Lange Pieter en Elsa zijn vrouw, Vrome Gijs, Luie Jacob, Hans de Grutter, Blauwpoeper, Johand de Steenbikker, Marcus Becking, Castor, Pollux, Maarten de Fat, Bartholt de Laddermaker, Plapperbek, Petken, Stille Nelis, Julius de Pruis en Friedrich de Beul. Op de Veluwe beroven ze mensen, maar alleen die gene die wat kunnen missen, de rijkere dus, buit gaat vervolgens weer naar de armere mensen. Hasse helpt maar wat graag mee. Daarom heeft ze kleren voor zichzelf gemaakt waarin ze kan werken. Ze ziet er uit als een jonge boogschieter.

Gerrit van Wou is een jonge klokken gieter, als hij met zijn oom over de Veluwe trekt, om in Zutphen een mooie grote klok te gieten, worden ze aan gehouden door de graafschappers.
Gerrit verbaast zich er over, dat ieder lid gehoorzaamt aan de bevelen van een jongeman die zo te zien nog geen 15 is, een boogschutter. Ze worden mee genomen naar de boerderij, waar hij ontdekt dat de boogschutter geen man is maar een jongevrouw. Hij snapt niet dat ze als gelijke wordt beschouwd, alles wat ze zegt of doet, is goed en wordt op gevolgd. Hij mag haar wel.
Als de los prijs betaald is, worden Gerrit en Geert van Wou vrij gelaten. Gerrit vraagt zich af of hij Hasse ooit nog eens zal zien.
Toen ontstond er burgeroorlog, en heer Wijnand verdween, de graafschappers waren hun beschermheer kwijt. Ze verlieten de Veluwe, ze verhuisden naar het sticht,waar 2 vijandige partijen links en rechts soldaten aanwierven. Ze konden kiezen: of zich aan sluiten bij de steden, of in dienst treden van bisschop David. Wat zou het worden?
Toen ze gingen beraadslagen, zei Hasse dat ze nooit meer in een stad wilde wonen. Ze wilde niet dat haar kind tussen stinkend vuil, en geschreeuw opgroeiden. De leden van de graafschappers keken haar verbaast aan, ‘kind?’ vroeg een van hen. ‘ja natuurlijk, ik krijg over 5 maanden een kind’.
Uiteindelijk trekken ze in een kasteel in, de graafschappers melde zich bij bitschop David.
Ze moesten 3 keer per week patrouillelopen langs de wegen.
Voor Hasse en Elsa betekend dit binnenblijven. Ook de graafschappers hielden niet van dit werk. Ze hielden van het platte land. Daarom drong Jan bij de bisschop aan hen ander werk te geven. Tot grote opluchting van Hasse werden ze over geplaatst naar een dorpje in de omgeving van Barneveld. Ze trokken in een boerderij in, zo leefden ze zoals ze op de Veluwe hadden geleefd, alleen vielen ze de boeren in het dorp veder niet lastig.
Hasse beviel in de winter van Lysken, die vernoemd werd naar Jan’s moeder. Hasse miste haar vrije leven, het jagen en galopperen op diana, haar paard.
Intussen werden de graafschappers steeds minder gelieft. Er kwam op stand tegen ze.
Op die dag in Juli waren Jan, Hasse en een tiental huurlingen al vroeg uitgereden.
Klein Butsken, lange pieter en Elsa waren achter gebleven op de hoeve in achterveld, evenals Tieske en Hasse’s dochtertje.
Plotseling hoorde ze het nood signaal. Ze vernomen dat heel achterveld bezeten was van soldaten. En dat ging natuurlijk om hen. Hasse wilde terug, maar ze werd mee genomen door Jan. Ze verscholen zich in de kerk. Maar helaas werd hier ook op geschoten. Hasse doodde twee soldaten. Maar ze bleven aan houden. Ze onderhandelde, als Jan van Schaffelaar en Hasse Simonsdochter (van Schaffelaar) zich over gaven mocht de rest van het gezelschap vrij uit.
Na deze woorden gehoord te hebben, vertelde Jan van Schaffelaar Hasse over zijn schat, dat hij van haar hield, en dat ze moest beloven dat ze Lysken opvoeden.
Hier na gooide hij zich van de kerk af, met de woorden:‘HIER HEB JE JAN VAN SCHAFFELAAR, MAAR HASSE KRIJG JE NIET’.
Hasse’s wereld was ingestort. Toen ze terug kwam in de boerderij, zag ze klein Butsken, met Lysken op zijn arm. Ze groef Jan’s schat op, en ze trok samen met Butsken naar Kampen.
Op een dag ging Butsken jagen, maar hij kwam niet terug. Toen Hasse op zoek ging naar hem, zag ze hem. Op het schavot staan, wegens het stelen van een schaap zou hij veroordeelt worden. Hasse had niet de moed, om te roepen ‘ik verbid hem’. Ze trok samen met Lysken de stad kampen in. Waar ze een baan als waarzegster begon. Hier zag ze ook Gerrit van wou terug. Die haar vroeg te trouwen. Ze weigerde dit.

Bijna vijf eeuwen later vond een historicus in de kamper archieven een aantekening over ‘Hasse van wou (van Schaffelaar, Simonsdochter), meyster Ghert clockgietsters husfrou’.

Hoofdpersoon:
Hasse Simonsdochter,
Hasse is een meisje met een sterke en eigen wil, ze is opstandig.
Hasse heeft ravenzwart haar, en felle ogen.
Alles wat ze wil is vrijheid, en op haar eigen benen staan.
Hasse heeft een heldere geest, ze heeft goede gedachtes.
Maar wat ze vooral heeft is moed.

Personen:
Jan van Schaffelaar:
Een jonge man met kort blond, licht krullend haar.
Hij is een graafschapper, een soort huursoldaat hij is rechtvaardig en moedig.
Zorgzaam voor zijn vrouw, en ze is als gelijke voor hem.

Gerrit van wou
Een klokkengietersknecht, Hij is nieuwsgierig naar de persoonlijkheid van Hasse, vriendelijk eerlijk en behulpzaam. Hij is ongeveer 16 jaar, blond haar, en een normale gestalte.

De graafschappers
Bestond uit 20 man. Ze waren onder leidersschap van Jan van Schaffelaar.
Makkers van elkaar, maar goed luisterend naar hun leider. De Graafschappers bestaat uit: Klein Butsken, Lange Pieter en Elsa zijn vrouw, Vrome Gijs, Luie Jacob, Hans de Grutter, Blauwpoeper, Johand de Steenbikker, Marcus Becking, Castor, Pollux, Maarten de Fat, Bartholt de Laddermaker, Plapperbek, Petken, Stille Nelis, Julius de Pruis en Friedrich de Beul.

De veedrijvers
Willem, Jochem, Kobus, 3 rauwe kerels, die altijd voor een partijtje met een vrouw in bed wel te vinden zijn.

Eigen mening:
Ik vind het echt een geweldig boek. Het is mijn lieflings boek.
Ik vind het echt prachtig geschreven, alle gevoelens. En het recpect van jan van Schaffelaar voor Hasse vind ik echt mooi.
ik vind het heel zielig dat Hasse Jan uit eindelijk verliest.
Maar ik vind het wel leuk dat ze uit eindelijk met gerrit trouwd.
Het boek treft je heel erg. Thea Beckman schrijft veel over meisjes die een goede eigen wil hebben. Dat vind ik echt heel mooi.

Schrijfster:

Thea Beckman werd in 1923 geboren. Ze was enig kind en bovendien een meisje en haar ouders vonden het vanzelfsprekend dat ze thuis zou meehelpen in de huishouding. Haar vader was kantoorbediende bij de Holland-Amerikalijn en werd in de crisisjaren werkloos. Studeren was er voor Thea niet bij; omdat er geen geld voor was, maar ook omdat haar ouders het niet nodig vonden voor een meisje. Thea wilde als kind graag schrijfster worden of ontdekkingsreiziger. Ze trouwde in 1945 met Dirk Hendrik Beckman en kreeg 3 kinderen: Rien, Jerry en Marianne.
In 1993 overleed haar man.
Nadat ze haar kinderen had opgevoed besloot ze alsnog te gaan studeren.
ze schreef journalistieke stukjes en korte verhalen, onder andere voor damesbladen, de Haagse Post en de kindertijdschriften Kris Kras en Taptoe. Pas toen de kinderen groot waren, had ze meer tijd en begon ze met het schrijven van boeken. Thea Beckman schrijft vooral historische boeken. Vanaf Thea Beckmans debuut bij Lemniscaat Met Korilu de wereld rond in 1970 volgden de kinder- en jeugdboeken elkaar in hoog tempo op; schrijven werd haar beroep. In mei 2004 overleed Thea Beckman op 80-jarige leeftijd in haar woonplaats Bunnik.
Ze trouwde in 1945 met Dirk Hendrik Beckman en kreeg 3 kinderen: Rien, Jerry en Marianne.
Nadat ze haar kinderen had opgevoed besloot ze alsnog te gaan studeren.
Thea Beckman schrijft vooral historische boeken.

Boeken die Thea Beckman geschreven heeft:
Kruistocht in spijkerbroek
Hasse Simonsdochter
Triomf van de verschroeide aarde
Geef me de ruimte!
Het rad van fortuin
Stad in de storm
De gouden dolk
De val van de Vredeborch
De doge-ring van Venetië
Saartje Tadema

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.