ff n studiebreak
Jarenlang keek Merel uit naar haar auditie van de toneelschool. Hele monologen in d'r kop gestampt, maar wat moet ze spelen? Een spin.
geef je mening
Zakelijke gegevens
Eerste druk: 12 april 2007
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 222
Uitgever: Augustus, Amsterdam
Gegevens voorkant
De afbeelding op de voorkant is een schedel van een dier op een paal met een hoefijzer.
Genre
“Gezandstraald “ is een psychologische roman over het zich thuis voelen in een vreemde omgeving of het tussen twee culturen in leven.
Mijn mening
De debuutroman van Aliekfa Bijlsma valt niet tegen. De roman die over de verschillen tussen vroeger en nu en over het je ergens thuis voelen gaat, is flamboyant geschreven. Janera neemt de gewoonten van het broeierige gebied al snel over, maar kan toch geen echte Curaçaose worden. (wel geboren maar niet getogen en zeker niet gedoogd) Dat wordt wel indrukwekkend beschreven. Het is een snelle roman met een goede pen uitgewerkt en met veel gebeurtenissen. Sommige recensies noemen de roman met een overdaad aan avonturen. Maar het is zeker geen vervelende roman om te lezen. Jammer dat Janera toch het onderspit moet delven: het verleden kan blijkbaar niet echt gezandstraald worden. Je kunt je niet van het verleden van je ouders ontdoen. Dat is de nederlaag die Janera lijdt.
“Gezandstraald” is een aardige roman voor middelbare scholieren. Twee punten op onze lijst.
De flaptekst
Mag je claimen thuis te zijn in het land waar je slechts bent geboren? Voor de vijfentwintigjarige Janera de Vries is dit niet eens een vraag. Als zij ergens thuishoort dan is het wel op Curaçao. De terugkeer naar haar geboorte-eiland markeert het definitieve einde van een reizende en ontwortelde jeugd, die volgde uit de Shellcarrière van haar vader. Janera’s oudere broer was al bijna bezweken onder de druk: zijn hongerstaking tegen de kille en liefdeloze levensstijl van hun ouders leidde bijna tot zijn dood. In eerste instantie deint Janera moeiteloos mee op de bevrijdende cadans van de tropen. Ze begint aan een veelbelovende carrière als advocate. Maar al snel lijkt de muurkanker zich niet alleen door de verflagen van haar kantoor heen te vreten; ook haar nieuw opgebouwde leven vertoont scheuren. Elke ontmoeting brengt pijnlijke herinneringen aan vroeger naar boven, haar nieuwe vrienden glijden af en de Antillianen zijn moeilijker te doorgronden dan ze dacht. In haar eerste rechtszaak staat Janera tegenover de blanke Antilliaanse advocaat Christiaan de Haseth, die weigert haar te accepteren als zijn gelijke. Hij werpt haar het Shellverleden van haar vader voor de voeten en verwijt Janera aan de verkeerde kant te staan. Zelfs de rechtszaak weerspiegelt de ambivalentie van het eiland. Hoe dieper Janera zich vastbijt, des te schimmiger de feiten worden.
Motto en opdracht
De roman is opgedragen aan “Reinier” met dank aan Nelleke en aan Ivo.
Structuur en verhaalopbouw
De roman heeft vier delen
Deel 1 Aarde (blz. 7-89)
Deel II Zon (blz. 93 - 151 )
Deel III Zee (blz. 155-199)
Deel IV Wind (blz. 203-222)
Onder de aankondiging van elke deel staat een spreuk die nog het meest aan een motto doet denken.
Elk deel wordt onverdeeld in een aantal hoofdstukken die geen titel hebben.
Deel I heeft 10 hoofdstukken, Deel II 7 , Deel III 5 en Deel IV bestaat uit één lang hoofdstuk.
Na het verhaal drukt Bijlsma een lijst met verklarende woorden uit het Papiamento (de mengelmoes taal uit de Antillen) af.
Perspectief
Er is sprake van een personaal perspectief waarbij de lezer de binnenkant van Janera de Vries leert kennen. Zij is de vertelster van de roman, een 25-jarige uit Nederland afkomstige advocate die naar Curaçao verhuist om daar in een advocatenpraktijk te gaan werken. Vooral haar gevoelens en gedachten worden aan de lezer meegedeeld. Ze is geboren in Curaçao en om zich los te weken van de strakke verplichtende familieband gaat ze haar eigen weg terug naar Curaçao, maar gek genoeg kan ze zich door het Shell-verleden van haar vader niet van dat verleden losweken.
Titelverklaring
Zandstralen is het onder grote druk verwijderen van vuil, verf en roest van voorwerpen die gereinigd moeten worden. Janera is gezandstraald: dat wil zeggen vrij gemaakt van de verontreinigingen en de roest (het verleden van haar ouders). Ze moet vrij komen van het verleden van haar ouders en de gebeurtenissen op Curaçao door het Nederlandse bedrijf van Shell. (o. a. de bloedige opstand van de arbeiders op 30 mei 1969 onder leiding van Papa Goddet)
Tijd en decor
Het decor van de roman is het Antilliaanse eiland Curaçao waarnaar Janera de Vries vertrekt.
Het is een broeierig eiland waar ze niet welkom lijkt, waar de inheemse bevolking buitenstaanders lijkt uit te sluiten en waar seks, drank en drugs gemakkelijk te verkrijgen zijn
Janera is er geboren, maar heeft daarna met haar ouders over de gehele wereld gezworven: ze voelt zich geen vrouw van Curaçao
Janera vertrekt in 1994 naar het eiland. Intertekstuele gegevens geven dit aan: blz. 71 ”Bon Paku 1994.” (Merry Christmas) Het is negen jaar nadat Shell het eiland verlaten heeft. (1985) Janera is 25 jaar wanneer ze op Curaçao aankomt: ze is in 1969 geboren. Dat was het jaar van de werknemersopstand tegen de raffinaderij.
Samenvatting van de inhoud
Deel I Aarde
Haar eerste voetstap is voorzichtig
alsof ze zich op glad ijs begeeft.
De 25-jarige advocate Janera de Vries neemt het vliegtuig naar Curaçao: ze heeft eigenlijk wat vliegangst en tijdens de vlucht denkt ze vooral aan haar ouders. Haar vader werkte bij de Shell en moest heel vaak verkassen van woonplaats wat zijn invloed heeft gehad op het gezin van De Vries. Ze komt na enkele uren vliegen aan op Curaçao, wat een broeierig eiland is. Ze wordt niet echt welkom geheten door de douane die om een visum vraagt. Maar alles is uiteindelijk toch goed geregeld en een taxichauffeur Randal wacht op haar. Hij brengt haar naar een pension van ene Claudia, die een fanatieke hond heeft Flash. Diens welkom is niet zo leuk voor Janera. Ze wordt dus niet echt hartelijk ontvangen op Curaçao. Janera denkt daarna aan haar moeder Vera die het leven ook maar heeft genomen zoals het op haar af kwam. Wat later verkent ze met Randal die er diverse baantjes op na houdt in een pick-up het eiland. Ze vraagt aan hem wat hij eigenlijk op het eiland zoekt en hij antwoordt: “Mijn vader.”
Ook op het advocatenkantoor waar ze werkt, merkt ze dat ze een beetje buitengesloten wordt: ze is voor de secretaresses geen echt “eilandkind.” De advocaat Gilles zal haar tijdens het werk begeleiden. Rutger is haar daadwerkelijke patroon, maar die bemoeit zich niet zoveel met haar. Zijn vrouw heet Maaike.
Curaçao is een zwoel eiland: Randal houdt zich ook bezig met toeristen die wel voor een nacht met hem seks op het strand willen hebben. Samen bezoeken ze La Tasca een bar-bordeel waar ze vaak wat drinken. Ook gaan ze wel eens samen naar het casino. Zo leidt Janera een zwaar bestaan omdat ze ook ’s morgens weer paraat moet zijn.
Wanneer ze op een dag naar het stand gaat, ziet ze een heel magere vrouw die aan anorexia lijkt te lijden. Dat brengt haar in gedachten terug bij een gebeurtenis uit het verleden waarbij ze haar broer Hugo had gevonden bij een zelfmoordpoging in het zwembad. Ook Hugo heeft
eetproblemen. De magere vrouw is Rutgers echtgenote die ze later op een feestje ontmoet. Van haar baas krijgt Janera een zaak waarbij het Shell-dossier een rol speelt, maar omdat haar vader heeft gewerkt bij de Shell geeft ze het dossier terug. Dan krijgt ze een andere zaak toegewezen.
Janera neemt een telefoontje aan van een verpleegkundige die meldt dat Randals moeder in Nederland overleden is. Ze gaat dit vertellen tegen Randal, maar die had geen band meer met zijn moeder. ’s Nachts komt hij bij haar liggen: hij is verdrietig, maar er wordt niet over seks gesproken, laat staan beoefend.
Met Kerst 1994 belt ze naar Kaapstad waar haar ouders wonen. Ook krijgt ze haar broertje Hugo aan de lijn: die is keurig naar zijn ouders gegaan. Daarna viert ze Kerst met het personeel van het advocatenkantoor. Ook op Eerste Kerstdag gaat ze met Randal: ze bezoeken het hondenasiel en de drugsopvang, waar Randal werkt.
Het weer verslechtert. Het gaat onweren. De hond Flash is bang en lijkt haar aan te vallen. Claudia belt haar om te zeggen wat ze moet doen. Later brengt ze de hond zelf tot bedaren via het antwoordapparaat. Janera heeft het wel gehad met die enge hond.
Het motto van deel I kun je na het lezen verklaren als de eerste passen die Janera op het eiland zet en de gedachten die ze daarbij heeft. Ze wordt niet echt geaccepteerd door de eilanders (ze is geen eilandkind –blz. 36)
Deel II Zon
Als ik er niet ben, mist ze mij. Als ik er wel ben,
brandt ze zich aan mij.
Janera verlaat het huis van Claudia: ze heeft genoeg van de hond en neemt haar intrek in een huis waar voornamelijk Antillianen wonen. Ze krijgt een rechtszaak toegewezen: een gerenommeerde Antilliaanse advocaat De Haseth zal het tegen haar opnemen in een zaak met een verzekeringsmaatschappij die weigert de kosten van een operatie bij een jongetje te vergoeden. Het jongetje lijdt aan het syndroom van Duchene. Zijn stiefvader is een Hollander en zijn moeder is een hoer.
Intussen wordt het leven van Janera steeds wilder: ze heeft seks met diverse mannen (pijpt met mannen op de wc in bars) en maakt een vlug nummertje met Randal die ze weer eens ontmoet .Ook heeft ze seksuele fantasieën wanneer ze Rutger en De Haseth ontmoet: beiden hebben wel iets macho-achtigs over zich..
Met Maaike gaat ze naar een yogales wanneer Rutger naar Cuba is om daar een zaak op te zetten en in het laatste hoofdstuk van dit deel gaat Janera met Maaike eten wanneer Rutger op St. Maarten zit. Ze eet veel te veel en Maaike leert Janera kotsen. Het gevoel komt uit haar tenen. Maaike die graatmager is, is een volleerde kotster. Haar eetproblemen zijn intussen wel duidelijk.
Het motto van dit deel is wellicht te verklaren door de buitengewone aandacht voor seks die Janera op dit broeierige, hete eiland heeft. Ze is intussen al weer enige maanden op het eiland.
Anderzijds kan het motto ook slaan op het gevoel dat ze met haar moeder heeft. Als ze er niet is, mist haar moeder haar of mist ze haar moeder. Als ze er wel is, ergeren ze zich aan elkaar. Deze interpretatie kan voortkomen uit de flashback in dit hoofdstuk waarin moeder Vera de bevalling van Janera beschrijft. Het is een gedeelte met een afwijkend perspectief, want de personale vertelster Janera kan dit eigenlijk niet vertellen. De geboorte vindt plaats in de auto en wordt afschrikwekkend beschreven. Het is een helse gebeurtenis. Buiten de auto woedt een opstand van de arbeiders tegen de Shell-fabriek. We schrijven 1969, want Janera is 25 jaar wanneer ze haar komst op Curaçao beschrijft. Na de geboorte vraagt Vera zich af wat ze in godsnaam op het eiland doen: ze vindt dat ze er niet thuishoren.
Deel III Zee
Ze zit in de branding. Ik kietel haar tenen
Maar ze trekt haar voeten terug
Het is carnaval en Janera wordt meegesleept door Gilles. Later ontmoet ze Torsten die onderzoek doet naar de status van de Antilliaanse man. Hij is verwant met Christiaan de Haseth, haar tegenspeelster in de zaak met het gehandicapte jongetje. In de discussie die ze hebben komt het Shell-dossier weer boven. De Haseth haat alles wat met Shell te maken heeft. Daarna viert Janera het carnaval verder: ze vindt ook na lange tijd Randal weer, maar die is deze avond flink eg: hij heeft coke gesnoven en ze heeft niet veel aan.
Later eet ze met Rutger die zich zorgen maakt om het eetprobleem van zijn vrouw. Na afloop van het etentje komt een secretaresse vertellen dat Maaike in het ziekenhuis is opgenomen. Weer wat later staat Gilles bij haar voor de deur: hij is aardig dronken want Baukje en hij hebben een zoon gekregen. Hij komt nu met Janera stappen om d\e geboorte te vieren. Ze gaan naar La Tasca en ze ziet weer veel hoeren o.a. de moeder van het jongetje voor wie ze de rechtzaak moet leiden. Ook daar komt het gesprek over je thuis voelen en afscheid nemen. Gilles overweegt om weg te gaan van Curaçao. Na afloop neemt ze hem mee naar huis. Hij is dronken en slaapt in haar bed terwijl ze op de bank plaatsneemt. Als hij ‘s morgens weggaat, is een rouwvlinder in zijn whiskyglas verdronken: het is de aankondiging van de dood.
Dan bezoekt Janera de Shell-raffinaderij. Ze vertelt een werknemer dat haar vader er gewerkt heeft. Maar de dag van haar geboorte (30 mei 1969, de dag van de opstand) is uit de annalen gehaald. Die dag heeft niet bestaan en daarmee eigenlijk Janera niet (althans voor de maatstaven van het eiland) . Ze gaat in het huis binnen waar ze is geboren en ervaart de macht van de raffinaderij: dichter kan ze niet komen en nu begrijpt ze ook de angst van Christiaan voor het monster. Dat betekent dat hij angst heeft voor haar, omdat ze met Shell verbonden is.
Deel IV Wind
Ik hoor haar zuchten en wil haar
gedachten meenemen. Ze zijn te zwaar.
Gilles is met vrouw en kind naar Nederland vertrokken. Hij wenst haar telefonisch (antwoordapparaat) succes met haar zaak tegen de verzekeringsmaatschappij.
Want in dit korte deel gebeuren twee belangrijke dingen. Eerst moet Janera optreden in de rechtszaak. Maar Christiaan komt niet opdagen, wel een andere heel gewiekste advocate die de zaak van hem heeft overgenomen. Janera ergert zich daaraan en denkt dat Christiaan bang voor haar was. Het jongetje is ook in de zaal maar alles wat Janera bedacht heeft om indruk op de rechter te maken, mislukt. Ze kan bij haar pleidooi niet eens uit haar woorden komen en het ziet ernaar uit dat ze de zaak zal verliezen. Ze is letterlijk haar stem kwijt.
Wanneer ze naar buiten strompelt, gaat ze met de pick-up naar het ziekenhuis, omdat ze het heel erg benauwd heeft. Op de eerste hulp constateert een verpleger dat ze eigenlijk hyperventileert. Wanneer ze in het ziekenhuis loopt, ziet ze Torsten die met een dokter over longkanker praat. Dan blijkt dat het om Christiaan gaat die in een kamertje ligt en aan longkanker lijdt. Is het door de raffinaderij gekomen? Ze gaat het kamertje binnen maar weet niet wat ze tegen hem moet zeggen. Christiaan zegt dat ze maar beter kan gaan. Janera vertrekt.
Motto van het hoofdstuk: de opdracht die Janera zich gesteld heeft om de kleine jongen te redden kan ze niet volbrengen. Ze kan niet uit haar woorden komen omdat ze haar stem is kwijtgeraakt. Ze ziet de ellende wel maar kan er niets aan doen. Dat geldt ook voor de situatie waarin Christiaan verkeert. Ze weet niet wat ze aanmoet met het bericht dat hij longkanker heeft gekregen. Is Shell de oorzaak daarvan?
Thematiek en symboliek
“Gezandstraald” is een roman over ontheemding. Janera is op Curaçao geboren en ze gaat er als 25-jarige maar thuisloze vrouw weer naar terug. De aankomst is onvriendelijk, zowel op het vliegveld (de vraag om een visum) in het pension (de boze hond) als op het advocatenkantoor. De Antilliaanse vrouwen vinden haar geen eilandkind (blz. 61) Ze voelt zich ook niet thuis (blz. 68 Het thuis zijn lag op de wind. Soms streek het langs haar wang of arm. Als een geest. Het overviel Janera vaak. Dan bleef ze heel stil in de hoop dat het haar zou omarmen, want zelf kon ze het niet vastpakken, niet vatten. “
En wanneer ze voor het eerst Kerst buiten haar gezin viert , met de medewerkers van het advocatenkantoor, vlucht ze weg van het feest en ze stopt bij een kerk. Ze gaat in de laadbak van haar pick-up liggen , maar daarna wordt alles stil De meeste auto’s waren vertrokken. Niemand had haar in de laadbak zien liggen.. Niemand had haar gemist. Maar zij had ook niemand gemist.
Ook Bas Belleman in Trouw van 12 mei vindt het thema: Zich ergens 'thuis' voelen, wat betekent dat? Met die vraag worstelt de hoofdpersoon van 'Gezandstraald', het romandebuut van Aliefka Bijlsma (1972).
Bovendien ontmoet Janera Randal, de al even ontheemde zwarte man, die op het eiland op zoek is naar zijn vader die hij nooit heeft gekend. Zijn moeder is naar Nederland gevlucht, maar die heeft hij vaarwel gezegd. Hij is op zoek naar zijn joodse ( ?) vader en slijt zijn leven met seks en drugs. Het is een poging zijn verlangen en zijn eenzaamheid te verdringen. Die levenswijze neemt Janera in deel II over. Ze heeft seks met onbekende mannen en met Randal (niet op de meest liefdevolle wijze) en heeft ook volop seksuele fantasieën. Toch leidt ze in feite een eenzaam bestaan. Ze zoekt ook de verkeerde vriendin op: de met eetproblemen kampende echtgenote van haar baas. Van haar leert ze eigenlijk alleen maar kotsen. In deel II zal ze waarschijnlijk van zichzelf kotsen. (wat dat betreft is er sprake van een symbolische handeling)
Ze komt er eigenlijk steeds meer achter dat ze een vreemdeling is op het eiland. Ze blijft verwant aan de Shell van haar vader. Wanneer ze de fabriek bezoekt, blijkt 30 mei 1969 (haar geboortedatum) uit de boeken te zijn verdwenen. Dat was een zwarte dag vanwege de opstand tegen de Shell. Omdat er veel werknemers worden ontslagen, breekt de opstand uit. De leider Papa Goddet wordt neergeschoten en die dag is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Curaçao. Nederlandse mariniers moeten de orde op het eiland herstellen, maar de haat tegen de overheersers van Shell is groot. Aan het eind beseft Janera dat Shell ook een laatste slachtoffer heeft gemaakt, namelijk Christiaan die aan longkanker lijdt. Hij vraagt haar te gaan, waarmee hij ongetwijfeld ook zal bedoelen dat ze ook het eiland zal moeten verlaten. Janera vertrekt. Ze blijft een kind van haar ouders die het leed voor de bevolking van Curaçao vertegenwoordigen ( Jan en Vera werd symbolisch samengevoegd in de naam Janera) Zal ze ook Curaçao verlaten ? Het is wel aannemelijk want ze heeft weliswaar haar ouderlijk huis teruggevonden, maar niet haar thuis.
Op blz. 190 zegt Gilles symbolisch tegen haar : Thuis is niet waar je bent maar wie je bent. Het zou het motto van de roman kunnen zijn. Het bezoek aan Curaçao is een vergeefse poging van Janera de Vries om het thuis van haar verleden te vinden.
Ten slotte nog enkele motieven:
- de queeste naar het verleden
- de verbroken familieband (Janera en haar familie, Randal en zijn familie)
- de culturele verschillen tussen mensen met een dubbele identiteit
- seksualiteit en drugs als escapismevorm
- eenzaamheid en de gevolgen (o.a. de anorexiaproblemen van Maaike)
Recensies
Bijlsma is er in geslaagd de dubbele gelaagdheid van de Curaçaose samenleving op rake wijze te vatten. [...] Het bijzondere aan Gezandstraald is dat Bijlsma soms ingrijpende voorvallen schijnbaar emotieloos opschrijft, alsof zij door het objectief van een camera worden geregistreerd. Die stijl dwingt de lezer om de soms slechts twee regels die aan een heftige gebeurtenis worden gewijd zelf verder in te vullen. Je wordt zo ongewild betrokkene in het verhaal. [...] Gezandstraald is net als Dubbelspel van Frank Martinus Arion en De droevige kampioen van Jan Brokken uitermate behulpzaam bij het inburgeren. – Uit:
Antilliaans Dagblad
Een vernietigende recensie schrijft Kees Schouwenburg op woensdag 7 mei 2007 op de site van www.boekennieuws.com : Bijlsma’s debuut is op z’n zachts gezegd zwak. Het boek – opgedeeld in vier delen - grijpt geen moment echt aan. Het begin van het boek is ronduit saai, niet door het taalgebruik dat nog een redelijk niveau heeft, maar door slechte beschrijvende alinea’s. De beschrijvende alinea’s horen eerder in een filmscript thuis dan in een roman. Details waar de lezer weinig aan heeft worden beschreven, details waar een regisseur blij mee zou zijn. Door de filmische beschrijving zijn de beschrijvende alinea’s lastig door te komen en is empathie lastig. [……]Wat dat betreft is een contradictie; deels zeer geëngageerd, omdat Janera probeert een zeer ziek jongetje probeert te helpen aan een medische behandeling, die de verzekering niet wil vergoeden, maar deels een zeer decadent boek. “Gezandstraald “is zo een oppervlakkig boek, dat niet tot de verbeelding spreekt en geen moment een gevoelige snaar van mij raakt. Het zit vol met clichématige scènes en pseudo-psychologische adagia.
Op 12 mei 2007 bespreekt Bas Belleman het debuut in Trouw. Hij geeft een uitvoerige beschrijving van de inhoud, ziet het mooie van de tragische thematiek in en besluit met zijn kritiek op de debutante: De schrijfster heeft last van een bekende debutantenplaag: beginnende romanciers denken vaak dat een saaie hoofdpersoon vanzelf boeiend wordt, als er maar interessante bijfiguren opduiken of als hun verleden heftig genoeg is. Maar zo werkt het niet. In tegendeel, ze zouden bij wijze van spreken beter kunnen kiezen voor een interessante hoofdpersoon die een parade van saaie pieten ontmoet.
In Bijlsma's geval speelt waarschijnlijk nog iets anders mee. Het lijkt erop dat ze zo veel mogelijk kanten van het eiland wilde laten zien, alsof ze onder de fictie een reportage wilde verstoppen. De reportage hindert het verhaal niet, maar helpt het ook niet verder. Enkele uitschieters bewijzen dat Bijlsma zeker iets in haar macht heeft. Ik ben benieuwd wat er zou gebeuren als ze een ander soort hoofdpersoon kiest.
Over de schrijfster
Aliefka Bijlsma (1972) bracht het grootste deel van haar jeugd door in het buitenland. Ze studeerde rechten waarna ze als advocate op Curaçao werkte. Sinds 2000 wisselt ze freelance werkzaamheden voor filmproducenten af met schrijven. Ze schreef een theaterstuk, verschillende scenario’s (onder andere voor de speelfilm Adrenaline) en regisseerde twee korte films. Haar meeste recente scenario Solo (productiebedrijf: Rinkel Film & TV) zal begin 2008 op Curaçao worden gedraaid. “Gezandstraald” is haar romandebuut.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.