ff n studiebreak
Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
JAN KAL HUN ZEGGEN (2007)
Zakelijke gegevens
Eerste druk: april 2007
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 68
Uitgever: Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam
Gegevens voorkant
Een rode voorkant met in een witte cirkel de naam van de dichter en de bundel.
Genre
“Hun zeggen”is een sonnettenbundel. Jan Kal is één van de bekendste sonnettendichters in Nederland. Hij heeft het genre de laatste jaren populair gemaakt. Hij heeft er intussen meer dan 1000 geschreven en het genre aangegrepen om over allerlei onderwerpen, ook actuele en triviale, een gedicht te schrijven. In deze nieuwe bundel doet hij dat ook o.a. over voetbal, popsterren, het koningshuis, de moord op Theo van Gogh.
Mijn mening: aanrader voor scholieren
Poëzie is niet elitair. Je kunt gedichten over alles schrijven. Zelfs het meest traditionele genre, het sonnet, kun je gebruiken voor alledaagse zaken als voetbal en politiek. Kal brengt daardoor het gedicht binnen het bereik van middelbare scholieren. Inhoudelijk dicht kal over zaken als het koningshuis, de moord op Theop van Gogn en Pim Fortuyn, maar ook over eigen leed als de dood van zijn moeder.
Vwo-leerlingen die een bundel poëzie op hun lijst moeten zetten, kunnen deze bundel heel goed lezen. Alle sonnetten zijn begrijpelijk, zeker sla je de actualiteit van het moment waarop ze geschreven zijn, kent.
Maar ook havo-leerlingen zullen goed met deze gedichten overweg kunnen. Zeker zij die tegen het lezen van een gedicht opzien.
Bovendien zijn de sonnetten goed te analyseren wat verstechniek en inhoud betreft. Het ritme van de sonnetten loopt niet bij alle even goed, maar Jan kal beheerst na zijn vele oefeningen natuurlijk wel de techniek.
Opbouw van de bundel
Kal heeft de bundel met 60 sonnetten als volgt opgebouwd in delen:
- Hun zeggen (deel 1) 3 sonnetten
- Marina-sonnetten : 2
- Supersterren: 3
- Sinatra-sonetten: 2
- Het Nieuwe Alfabet : 26
- Hun zeggen (deel 2): 21
- Waarom ik geen neerlandistiek studeer : 3
Onder aan de bladzijde staat steeds waar en wanneer het sonnet geschreven is.
Het zijn sonnetten geschreven vanaf 1996 tot 2006.
Theorie van het sonnet
Een traditioneel sonnet is een gedicht dat altijd 14 regelt telt. Het is een al heel lang beoefend genre. In de klassieke oudheid werden er al sonnetten geschreven en in de Renaissance werd het opnieuw populair, juist door de hernieuwde aandacht voor de klassieken. Ook in de Beweging van Tachtig komt het genre terug. (Jacques Perk en Willem Kloos) Na de Tweede Wereldoorlog schreven naast Jan Kal Gerrit Komrij, Levi Weemoedt, Rutger Kopland en onze nationale volksdichter Driek van Wissen talrijke sonnetten.
De opbouw is in 4 in strofen : 2 kwatrijnen vormen het octaaf. Dat heeft meestal het rijmschema van gekruist (abab cdcd) of omarmend (abba cddc) rijm. Daarna komen twee 2 terzines die het sextet vormen. Het rijmschema van het sextet varieert: het is soms gepaard (ee ff gg) soms omarmend e f g g f e) of gebroken rijm.
Tussen het octaaf en het sextet ligt meestal een wending wat de inhoud betreft. De wending noemen we ook wel volta, of keer of chûte. Vaak is er dan sprake van een tegenstelling of een verschil. (een paar voorbeelden heden-verleden, beschrijving-beschouwing, kind-volwassene)
Kal schrijft vrijwel altijd in de klassieke sonnetvorm.(d.w.z. 2 x 4 en 2 x 3 regels)
Titelverklaring
“Hun zeggen “verwijst naar de eerste regel van het sonnet over Cruijff. Cruijff wordt zestig jaar in 2007 en Kal heeft een sonnet over hem geschreven. Het taalgebruik van de ex-voetballer is bizar en spot met alle taalregels. Kal maakt daar in zijn sonnet tevens een parodie van.
De hele tekst luidt:
Hun zeggen Johan Cruijff wordt zestig jaar,
dus in principe is dat een gegeven,
want net als bij het voetbal heb het leven
dat dus de dingen volgen na mekaar.
Je ken in wezen honderd worden, maar
normaal gesproken word je nooit meer zeven.
Op die soort basis is dus veel geschreven,
want als je hier bent, ben je dus niet daar.
Je moet je ergens aan de regels houden,
in een sonnet en op het voetbalveld.
Dat is dus logisch, denk je bij je eigen.
Je wordt wel ouder, maar je blijft de oude.
Jij, Johan, bent nog lang niet uitgeteld,
maar ik moet nu na nummer veertien zwijgen.
Thematiek van de sonnetten
Kal heeft het vermogen om alledaagse dingen, voorvallen uit de actualiteit en politiek in een sonnet te verwerken. Daardoor maakt hij een klassiek genre toegankelijk voor de lezer van deze tijd.
Daarom kunnen ook scholieren niet langer zeggen dat poëzie de ver-van-hun-bed-show is. De onderwerpen liggen namelijk in hun directe belevingswereld.
De thematiek van de sonnetten in deze laatste bundel is o a. de voetbalsport (zie het titelsonnet hierboven)
Zo schrijft hij in het eerste deel over Ons nationale strafschoptrauma.” dat zich openbaarde tijdens het EK-voetbal 2000 in de wedstrijd Nederland-Italië.
Cruijffs mooiste waarheid: ‘Hoewel Italianen
Nooit van je kennen winnen, ken je wel
Van ze verliezen’ bleek ook dit duel:
Ze hoefden zelfs geen weg naar ’t doel te banen.
[…..]
En nu: zes strafschoppen, en vijf keer missen!
Al vier toernooien zijn wij Nederlanders
Zelf onze allergrootste tegenstanders.
Ook popsterren kunnen onderwerp zijn van het sonnet bij Kal. Een sonnet over Beatle George Harrison of over The Voice Frank Sinatra zijn in de bundel opgenomen.
George Harrison (1943-2001)
De stille Beatle, George, is overleden
Na Lennon (alweer eenentwintig jaar?)
Nu wordt er zeker niet meer opgetreden
Al zijn ze voor de helft weer bij elkaar.
Nooit een der leidende persoonlijkheden,
wist George, onmisbaar met zijn leadgitaar,
De Beatles-sound tot een geheel te smeden,
zijn hoofd schuddend, naast Paul, met erg lang haar.
George Harrison, vooral geliefd bij meisjes,
kwam langzaam in de ban van Ravi Shankar,
de bron van slappe , vind ik, sitarwijsjes.
Maar George, indien de Beatles niet bestonden,
was ieders leven anders. Jij kreeg kanker.
En hebt voor altijd My Sweet Lord gevonden.
In dit sonnet klinkt in één gedicht weemoed en bewondering voor de meest introverte Beatle George Harrison door. Na de vermoorde Lennon is hij de tweede Beatle die sterft. Hij was een onmisbare schakel in de band. In de volta (r.9) verwijt hij hem min of meer dat hij later zoetsappige liedjes is gaan maken onder invloed van een muziekgoeroe. Maar hij weet ook dat de Beatles grote invloed hebben gehad op de levensstijl van een hele generatie. Helaas kreeg hij kanker, maar hij is nu bij de Heer. “My Sweet Lord” is een liedje van de Beatles waarvan Harrison de tekst schreef.
Zo schrijft Kal in deze bundel ook sonnetten over de door hem bewonderde rasartiest Frank Sinatra. (“Van hier tot in de eeuwigheid” en “Laatste sonnet voor Frank Sinatra (1915-1998) “
Daarna schrijft Kal een heel nieuw alfabet en voor elke letter heeft hij een nieuw sonnet gemaakt. Alle 26 sonnetten worden met een één letterwoord aangeduid [ achtereenvolgens: Analyse, Barmhartigheid, Concurrentie, Droom, Europa, Familie, Geld, Honger, Ideaal, Journalistiek, Karakter, Liefde, Macht, Natie, Octrooi, Poëzie, Querulant, Risico, Schuld, Tijd, Utopia, Verbeelding, Waarde, Xenofobie, Yeti, Zorg]
Van deze gedichten vind ik “Liefde” wel fraai voorbeeld van wat Kal in deze bundel wil aangeven.
De kaapvaarder De Liefde van Jan Joosten
Leed schipbreuk bij Oesoeki in Japan.
Al leidde dat tot handel met het Oosten,
Vier eeuwen kwam er weinig liefde van.
Dwangprostitutie, om de Jap te troosten,
En jappenkampen zonder kassian,
Waren terecht geen reden om te toosten
Met Hirohito, vond destijds Wim Kan.
Tijden vergaan, en keizers idem dito.
De zoon sprak van verdriet, geen spijtbetuiging
Maakte op de Dam een mooie buiging.
We moeten verder, nu met Akihito
Geen enkel schip, ook niet het schip van staat
Kan varen op de golven van de haat.
In dit sonnet geeft Kal de Japans-Nederlandse betrekkingen weer door de eeuwen heen. Daar kwam in de Tweede Wereldoorlog een flinke verwijdering tussen beide landen, omdat Nederlandse vrouwen in jappenkampen gedwongen werden tot prostitutie als de zogenaamde troostmeisjes. De Japanse keizer wilde daar weinig spijtbetuiging tegenover zetten bij een naoorlogs bezoek aan Amsterdam, wat de politieke cabaretier Wim Kan, die met zijn vrouw geleden had in de Japanse kampen tot protest aanzette. Maar we moeten verder, is de mening van Kal en de zoon van de Japanse keizer is nu eenmaal niet zijn vader. Met haat schiet je niets op. Heette de eerste kaapvaarder niet De Liefde. Ook Nederland mag geen haat blijven koesteren. Het is dus duidelijk een politiek geëngageerd sonnet.
In “Droom’ geeft Kal het verslag van een droom waarin hij zijn geboortehuis bezoekt, dat onder de slopershamer dreigt te vallen. Als hij geld had, zou hij het meteen kopen. Hij gaat naar boven naar zijn jongenskamer. Het uitzicht reikt nu heel ver, terwijl hij vroeger tegen een blinde muur aankeek. Nooit zal het huis meer te koop zijn of te huur. In dit gedicht spreekt de heimwee en de weemoed naar vroeger een duidelijke rol.
In “Natie” neemt Kal de oranjegekte tijdens de EK in 2000 op de korrel. Nadat we ons zelf met strafschoppen hadden uitgeschakeld, (zie hierboven tegen Italië) ging het niet meer om Frank Rijkaard, maar om Frank-rijk met als zinnebeeld Zinedine Zidane.
In “Schuld’ klaagt Kal de Nederlandse overheid aan die het Srebenica- rapport het liefst in de doofpot wil stoppen. Nederlandse Dutchbat militairen zijn mede schuldig aan de deportatie en de dood van 8000 moslims.
In de tweede afdeling van Hun Zeggen schrijft Kal gedichten over het stamboononderzoek van zijn familie, over Jezus ( De verkondiger uit Galilea ) het koningsschap van Beatrix , het sprookjespaar Maxima en Willem-Alexander.
Dat laatste sonnet is toch wel een scherpe aanklacht in deze bundel. Maar ik vind het sonnet dermate representatief voor Kal dat ik het integraal opneem.
Sprookjespaar
Z’n schoonvader mag niet op het balkon,
En ook haar moeder zal er niet verschijnen.
Maar waar de hele kwestie om begon,
Drong onvoldoende door tot beider breinen.
Jorge Zorreguieta en de zijnen
Hadden destijds Wim Kok, zonder pardon,
Als vakbondsman in zee laten verdwijnen,
Met beide voeten in een blok beton.
De prins, heel dom, wist met zijn “open bron”
-Videla’s leugenbrief in La Nacion-
Het reddingswerk van Kok te ondermijnen.
Betreurt het paar, van ganser corazon, ( * Spaans voor “hart”)
Die 20.000 dode Argentijnen
O monarchisten! O republikeinen.!
Het sonnet behandelt de Argentijnse afkomst van Maxima. Haar vader was minister tijdens het Argentijnse bewind van dictator Videla en mocht van de Tweede Kamer niet bij de bruiloft in 2002 aanwezig zijn. Hij kon zich dus niet op het balkon waar Maxima Willem-Alexander de openbare kus gaf bevinden. Wim Kok moest in die tijd tegen zijn zin als een soort beschermengel voor Maxima optreden. Maar het Argentijnse bewind zou zelf korte metten hebben gemaakt met vakbondsbestuurders á la Wim Kok. Willem Alexander publiceerde ooit een brief van Videla en dat was heel dom: hij dacht er niet bij na dat er zoveel Argentijnen tijdens het bewind waren verdwenen. Kal roept op tot afschaffing van het koningshuis, zoals hij dat in andere sonnetten in de bundel ook wil laten merken..
In een ander sonnet wordt Willem-Alexander dan ook Koning Onbenul genoemd. Hij is weer in de fout gegaan met een uitspraak over het Argentijnse bewind en Kal vraagt zich af hoe hij zijn bul voor geschiedenis in Leiden heeft kunnen krijgen. Gematst?
Maar even daarvoor schrijft Kal een ontroerend sonnet over zijn stervende moeder. Mijn moeder Hij ziet zijn moeder steeds verder wegteren: ze kan niet meer eten en drinken. Hij slaapt bij zijn vader thuis, terwijl zijn moeder in het ziekenhuis wakker ligt en naar de lichtjes van een flatgebouw moet staren. Enerzijds hoop je dat je ze bij je mag houden, anderzijds hoop je dat God haar uit haar lijden zal verlossen. Het sonnet is een week voor haar dood geschreven. Over haar graf schrijft kal:
Begraafplaats Westerveld
Mijn moeder is begraven op een duin.
Mijn vader belde dat de steen er lag.
Ik zou erheen fietsen, op moederdag,
maar heuvelopwaarts ligt nu Pim Fortuyn
Na die afschuwelijke moordaanslag
Trekt de bestrijder van het paarse puin
Horden aanbidders, en men bakt ze bruin
Met dat Diana-achtig rouwbeklag.
Een tweede ding doorkruiste ook mijn plannen:
Drie Marokkaans uitziende jongemannen
-zo staat in het proces-verbaal van mij-
Sloegen me rücksichtslos mijn racefiets af
En vluchtten daarmee verder op een draf,
Dodenherdenkingsnacht, de vierde mei.
Andere sonnetten gaan weer over de politiek: de affaire Ad Melkert tegenover Pim Fortuyn bijvoorbeeld, of over drie PvdA-premiers die het koningshuis hebben moeten redden (affaire Greet Hofman, Lockheedaffaire en de Maxima-zaak) De ware Koningin (Juliana)
In Een aanslag op de westerse cultuur trekt Kal fel van leer tegen de moordenaar van Theo van Gogh in 2004 en de islam-vertegenwoordigers die de moord verdedigen.De vrijheid van meningsuiting is in het geding en de manier waarop moslimjongeren op de moord reageerden, kan niet door Kals beugel.
Theo van Gogh is ritueel vermoord:
Door een van Allah’s slagers nageslacht.
Geen enkele omstandigheid ontkracht
Dat wij hier pal staan voor het vrije woord.
Hoezeer ook een religie dient geacht,
De middeleeuwen leven daar nog voort.
Al is er officieel protest gehoord
De onderhuidse sfeer wordt weggedacht.
Moslim-scholieren barstten om Van Gogh,
vermoord, net niet in juichen uit, maar toch.
Er is teveel begrip, te veel gemaar.
De samenleving is in groot gevaar.
En de regering sloot het Binnenhof,
Alsof het een politicus betrof.
In “Partijdig sonnet heeft Kal ook weer kritiek op Beatrix die na de moord op Van Gogh nauwelijks van zich liet horen, terwijl ze bij de vuurwerkramp in Enschede zo snel ter plekke was. Blijkbaar heeft Kal het niet zo op het koningshuis, want Prins Bernhard krijgt na zijn dood (2004) ook geen loftrompet in een aan hem gewijd sonnet
.
De laatste drie regels luiden:
“Heel die prins Bernhard had ik weinig mee.
Ik kan niet juichen om zijn levenswandel,
Maar hij was smeerolie voor onze handel.
Kal besluit de bundel met drie sonnetten over de dichter des vaderlands Driek van Wissen. Diens verkiezing tot volksdichter werd door de echte literaire kritiek fel aangevochten, omdat Driek van Wissen te simpele gedichten zou schrijven, meestal humoristische sonnetten. Kal kiest partij voor van Wissen, wellicht omdat hij hem als een bloedverwant beschouwt. Van Wissen schrijft eenvoudige sonnetten net als Kal. Literatuur hoeft niet zo elitair te zijn, lijkt de boodschap van Kal.
Het ambt waarin zelfs Komrij is versuft
vraagt om ontregeling , niet om vernuft’
Driek, ik ben blij dat jij er bent gekomen.
Over de dichter
De sonnettendichter Jan Kal (1946) groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie geneeskunde. Zijn studie bleef door een liefde onvoltooid, maar zijn sonnetten werden overtuigend afgerond. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, humoristisch en ernstig tegelijk. Kals verzamelbundel 1000 sonnetten 1966-1996 verscheen naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag. Over het sonnet dicht Kal: ‘Maar ik heb zwaar verkering met dit mokkel / aan wie ik exclusieve liefde zwoer.’
Bibliografie
1000 sonnetten (1996)
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.