Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 2VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2195 |
Opvragingen: | 8 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (24 stemmen)
Titels van Simone van der Vlugt
Blauw water (4) 2008 Bloedgeld (30) 1996 De amulet (36) 1995 De bastaard van Brussel (9) 2005 De guillotine (38) 1999 De reunie (25) 2004 De slavenring (17) 2003 Het bosgraf (2) 2006 Het Hercynische woud (7) 2005 Het laatste offer (4) 2007 Jehanne (17) 2001 Schaduwzuster (12) 2005 Schijndood (23) 2002 Schuld (2) 2007 Zwarte sneeuw (31) 2000
Laatst gewijzigd op 26 november 2006
Algemene punten
Zwarte Sneeuw is geschreven door Simone van der Vlugt. Het thema is kinderarbeid en armoede. De hoofdpersoon is Emma. Ze is 14 jaar. Belangrijke personen in het boek zijn:
Haar moeder, Annekatrien
Haar vader, Sjeng
Haar broer, Volkert
Haar broertje, Tom van 10
Haar zusje, Sophie van 8
Haar zusje Meike van 3(later 4)
Haar broertje Elmer, hij wordt in het boek geboren.
Rudolf, de zoon van de landeigenaar
Jef, een jongen uit de mijn
Taske, zijn zus
Het verhaal speelt zich af in Limburg, in het jaar 1845. Ze gaan in een andere satad wonen, Kerkrade. Daar kunnen ze werk vinden in de mijn. De familie wordt het land af gezet, nadat ze de pacht niet konden betalen. De mijn is hun enige kans.
De armoede speelt een belangrijke rol in het boek. De familie Mullenders woont op een boerderij. Maar de aardappeloogst mislukt. Emma, Sophie en haar moeder gaan weven, om de pacht te kunnen betalen. Maar ze schieten er niets mee op. De fabrieken in de steden leveren beter en goedkoper werk. Ze worden van hun land afgezet. De pastoor weet dat er in Kerkrade mijnwerkers nodig zijn. Heel het gezin moet meewerken. Je mag er al werken als je tien bent. Maar Sophie van 8 mag boven de grond werken om kolen te sorteren. Ze verdienen 4 kwartjes. Ze werk 15 uur per dag.
Het probleem raakt niet goed opgelost. Emma vind werk in een huis bij rijke mensen. Volkert is al voor haar het huis uitgegaan, en doet overal tijdelijk werk. Emma stuurt haar loon op naar haar gezin. Zij krijgt kost en inwoning, dus heeft ze het geld nergens voor nodig. Een vriend van de rijke familie wil Emma’s verhaal over het mijnwerken publiceren in een krant. Hij heet Jean Pustjens. Emma doet het onder een schuilnaam, omdat ze zeker weet dat ze ontslagen wordt als haar werkgevers erachter komen. Dit gebeurt uiteindelijk ook. Ze gaat nu werken in de drukkerij van Jean Pustjens.
Het boek heeft een open einde. Het probleem is niet helemaal opgelost. Maar het gaat al beter. Emma stuurt al het geld op naar huis, en Volkert heeft ineens een hele grote zak geld die hij ook beetje bij beetje naar huis stuurt.
Ik vind dit boek verschrikkelijk zielig. Er werken kinderen van 8 jaar in de mijnen, die door de kleine tunnels doorlopen. Op een dag stort een stuk mijn in, en zit Emma samen met Rudolf (de zoon van de landheer) vast in de mijn. Het is er erg donker. In de mijn is er mijngas, want er wordt niet goed gelucht. Het is namelijk 200 meter onder de grond. Er ligt veel stof in de mijnen. Als Emma op een dag een sjaaltje voor haar mond doet terwijl ze ademt, zit het sjaaltje aan het eind van de dag helemaal vol met zwart roet. De mensen worden afgebeuld, ze verdienen niet genoeg om goed van te eten, en ze leven in slechte omstandigheden. Je krijgt betaald per mand met kolen die je naar bovenbrengt. Dit ging zo: de mannen hakten steenkolen uit de winplaatsen in de mijn. De meisjes van Emma’s leeftijd, deden ze in een kar die op een spoor stond. Die trokken ze naar de trap. Daarna deden de de kolen in een soort tas, die ze op hun rug deden en met een band aan hun hoofd vastmaakten. Dit moesten ze dan omhoog hijsen over een ladder van 200 meter. Dan weer terug, voor een nieuwe lading. 15 uur per dag.
Samenvatting
In heel Vlaanderen en Zuid-Limburg is de aardappeloogst mislukt. Veel boeren kunnen de pacht niet betalen. Hierbij hoort ook de familie Meulenders. Ze zijn gedwongen hun land te verlaten. De landheren hebben al hun bezitten meegenomen. Ze hebben nog maar een klein beetje over. Daarmee gaan ze naar Kerkrade. Daar hebben ze mijnwerkers nodig.
Emma, Volkert, Tom en hun vader Sjeng werken in de mijn. Hun moeder Annekatrien is hoogzwanger. Ze krijgt later een kindje, Elmer. Het werk is erg zwaar. OP een dag komen de landeigenaren met een zoon naar de mijn kijken. Er mag niet gewerkt worden, (ze verdienen dus ook geen geld) omdat er dan te veel stof zou zijn. Dat zou niet goed voor de landheren zijn. Emma neemt hem mee naar het diepste donkerste stoffigste deel van de mijn. Het is hier erg gevaarlijk, en een muur stort in. Er lekt ook mijngas, dus moeten ze de lamp uitdoen. Later worden ze gered.
Vanaf dan Rudolf zorgt voor Emma. Hij stuurt haar dan weer meel, dan kolen, en dan oude kleren. Die eigenlijk weg zouden gaan.
Een paar weken later komt het water omhoog in de mijn. Iedereen moet snel weg. Emma en Jef gaan snel omhoog, maar Emma is haar broertje Tom kwijt. Jef gaat terugom hem te halen. Maar ze verdrinken allebei.
Rudolf heeft voor Emma een baan in Maastricht. Ze werkt bij mensen in huis, en doet de was en maakt het huis schoon. Volkert is inmiddels ook al weg. Maar hij komt haar daar opzoeken. Ze wordt aangesproken door een man die kranten drukt. Hij wil een stuk schrijven over het leven in de mijn. Emma doet het, onder een schuilnaam. Haar bazin komt er achter. Ze mag blijven, als ze stopt met de mensen vertellen hoe slecht de situatie daar is. Maar Emma wil het niet, en ze wordt ontslagen. Emma vindt tenslotte wel werk, in de drukkerij. Ze mag er kranten vouwen. Haar loon stuurt ze altijd op naar haar familie. ZO kunnen zij ook eten. Later gaat Emma kijken bij de fotogalerie van Rudolf. Haast niemand kent nu nog foto’s. OP een van de foto’s staat Sofie, haar zusje. Sofie is erg ongelukkig, ze is zwart, vies, en vooral de lege blik in haar ogen raakt Sofie. Dan weet ze dat ze de goede beslissing heeft genomen.
Informatie over de auteur
Simone van der Vlugt schrijft volwassen en kinder boeken. Ze heeft ook boeken geschreven voor de basisschool. Het meeste schrijft ze historische romans. Haar eerste boek was Schijndood. Voor Zwarte Sneeuw heeft ze twee prijzen gekregen:
Selectie Lonlist Gouden Uil in 2001 en
De kleine Cervantes in 2002
Zelf is ze in een mijn geweest. Ze kreeg een helm op en ging met een lift naar beneden. Het was er erg donker, maar nu waren de mijnen goed gebouwd. Er kon niets gebeuren, alles was veilig en de ventilatie schaften zorgen voor frisse lucht. Toen ze in Limburg was, ging ze naar een archief. Daar heeft ze veel gelezen over de mensen die in de mijn werkten. Toen is het verhaal ontstaan. Ze heeft de personen zelf verzonnen, maar verhalen van de mensen heeft ze wel gebruikt.
Dit heeft ze zelf geschreven over de titel van het boek:
‘Er wordt me vaak gevraagd waarom ik het boek "Zwarte sneeuw" heb genoemd. Zwart is wel duidelijk natuurlijk, maar die sneeuw? Het is heel eenvoudig: als je een gat graaft krijg je een berg ernaast. Als je een heel diep gat graaft krijg je een heel hoge berg. Naast de schachten verrezen enorme steenkoolafvalbergen, waarvan het zwarte kolenstof door de wind over de hele omgeving verspreid werd. Als het gesneeuwd had bleef de sneeuw maar heel even wit. Daarnaast is er de uitdrukking ‘zwarte sneeuw zien’. Als iemand in zijn leven veel zwarte sneeuw heeft gezien, heeft hij een ellendig leven gehad. En dat is op een groot aantal hoofdpersonen uit dit boek zeker van toepassing.’
Dit is een stukje uit zwarte sneeuw:
Ze strijkt haar nieuwe jurk glad. Tegenover haar staat de camera opgesteld: het vierkante kastje met de donkere doek. Rudolf komt aanlopen met een plaat die hij in de camera aanbrengt. `Niet bewegen,' waarschuwt hij. `Je moet echt doodstil zitten, anders mislukt hij.' Emma zit zo stil als ze kan, haar armen losjes over elkaar in haar schoot. Ze kijkt naar het kastje zonder een spier van haar gezicht te vertrekken. Pas als de foto gemaakt is, ontspant ze zich en lachend kijkt ze naar Rudolf. `Is hij klaar?' `Nog lang niet.' Rudolf loopt met de plaat naar de donkere kamer en Emma volgt hem nieuwsgierig. Tegen de wand staat een lange tafel vol instrumenten. Emma volgt Rudolfs verrichtingen gefascineerd. Ze begrijpt helemaal niets van zijn uitleg over het amalgaam dat gevormd wordt en de verdere behandeling van de plaat. Ze begrijpt alleen dat zich een wonder heeft voltrokken als uiteindelijk haar beeltenis op de plaat verschijnt. Stomverbaasd kijkt ze naar haar eigen gezicht.
Informatie over het thema
Deze informatie over kinderarbeid en armoede heb ik gevonden op internet:
‘Met kinderarbeid wordt bedoeld dat kinderen die veel te jong zijn werken bij een baas die ze slecht betaald en slecht behandeld. Bovendien hebben ze daardoor geen tijd om naar school te gaan zodat ze niets leren en dus later ook nooit een goede baan kunnen krijgen. Dit gebeurt allemaal nog steeds in arme landen. Kinderarbeid kwam vroeger ook in Nederland voor.’
‘Arm in rijk Nederland
Tien procent van de inwoners van Nederland heeft een inkomen op of onder het sociaal minimum. Het sociaal minimum is een door de politiek vastgesteld bedrag dat minimaal nodig is om normaal te kunnen functioneren in deze samenleving. Wie langdurig op het minimum moet leven wordt arm. Reserves raken op, en duurzame goederen zoals een koelkast raken versleten. Vakantiegeld wordt gebruikt om gaten in het budget te stoppen. Het leven wordt alsmaar kariger en gewoon sociaal verkeer wordt steeds moeilijker, want alles kost geld, en geld is er niet.’
‘Kinderarbeid in Nederland
In 1841 stelde de Nederlandse regering een eerste onderzoek in naar kinderarbeid in de industrie. Dat dit geen overbodige luxe was, bewijst dit cijfer uit 1859: toen werkten zo'n 450.000 kinderen tussen de 6 en 11 jaar. Toch duurde het nog jaren voordat er daadwerkelijk iets werd gedaan aan de uitbuiting van kinderen. Na vele onderzoeken en vele rapporten nam de Tweede Kamer in 1874 het Kinderwetje-Van Houten aan. Op initiatief van het Kamerlid Samuel van Houten werd het laten werken van kinderen onder de 12 jaar verboden. Uitzonderingen waren het werken in het huishouden en in de landbouw. In 1889 en 1919 werd het verbod op kinderarbeid in volgende wetten verder uitgewerkt.
In 1996 is de nieuwe Arbeidstijdenwet in werking getreden. Kinderarbeid is nog steeds verboden in Nederland, maar er zijn wel uitzonderingen toegestaan. Zo mogen kinderen van 13 en 14 jaar beperkt werken. Op schooldagen mogen dat maximaal 2 uur per dag en 12 uur per week 'klusjes rond het huis en in de buurt' zijn (zoals oppassen bij familie of kennissen, rondbrengen van folders, het wassen van auto's). Op vrije dagen mogen ze ook eenvoudig werk doen in een bedrijf. Ook mogen ze hun ouders helpen als die een boerderij of een winkel hebben. Vanaf 15 jaar mogen kinderen ook een ochtendkrant bezorgen. Kinderen tot en met 15 jaar mogen in principe niet op zondag werken. In de nieuwe wet gelden voor jeugdigen (16 en 17-jarigen) minder strakke regels dan vroeger. Zij mogen ook op zondag werken, maar dan moeten ze wel zaterdag vrij hebben. Ook door de week mogen ze werken, maar het werk moet zo zijn ingedeeld dat ze wel gewoon naar school kunnen gaan.’
‘Over de hele wereld verspreid zijn er maar liefst 250 miljoen kinderen onder de 14 jaar die gedwongen worden te werken. Die niet naar school gaan maar die iedere dag weer vaak zwaar, smerig en gevaarlijk werk moeten doen. Per dag komen er zo'n 80.000 werkende kinderen bij.
Kinderarbeid komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Want behalve dat meisjes vaak worden gedwongen te werken in de huishouding en in de prostitutie moeten ze thuis ook nog allerlei klussen doen.
Waar komt kinderarbeid op de wereld voor? Verreweg het meest in Azië, met name in India. De diverse schattingen lopen uiteen: maar waarschijnlijk zo'n 50 miljoen kinderen in dit land worden gedwongen te werken. Ook in Afrika en Zuid-Amerika is sprake van veel kinderarbeid. Maar het is niet alleen een verschijnsel in de Derde Wereld. Ook in Europa en de Verenigde Staten bestaat het.
Kinderarbeid komt voornamelijk voor in de landbouw (Afrika en Zuid-Amerika) en in de industrie (Azië). Met name in India, Bangladesh en Pakistan werken veel kinderen in de tapijtindustrie. Kinderen werken ook in de mijnbouw. Zo is in Peru 20 procent van de arbeiders in de goudmijnen tussen de 11 en 18 jaar. En dat terwijl de internationale minimumleeftijd voor werken in de mijnbouw 18 jaar is.
Een wel zeer gruwelijke vorm van kinderarbeid is de inlijving in het leger. Tijdens de oorlog tussen Irak en Iran in de jaren tachtig dwong Iran kinderen om door mijnenvelden te lopen. Zo konden de mijnen worden opgespoord. Dat hierbij duizenden kinderen werden verminkt of gedood was voor de machthebbers in Iran niet belangrijk.
Kinderarbeid in Nederland is officieel verboden. Wel zijn er enkele uitzonderingen. In 1874 nam de Tweede Kamer de eerste wet op het gebied van kinderarbeid aan.
Het bestaan van kinderarbeid is het gevolg van diverse andere problemen. Armoede is hierbij verreweg het grootste probleem. In de Derde Wereld zijn er veel gezinnen die zo arm zijn dat ze ternauwernood een menswaardig bestaan leiden. In zo'n situatie moet iedereen in het gezin meewerken om ervoor te zorgen dat er geld binnenkomt. Dat geldt dus ook voor kinderen.’
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen