Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1487 |
Opvragingen: | 3 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (9 stemmen)
Titels van Evert Hartman
Buitenspel (13) 1986 De droom in de woestijn (4) 1989 De vloek van Polyfemos (19) 1994 De voorspelling (25) 1993 Gegijzeld (40) 1984 Het bedreigde land (3) 1988 Het onzichtbare licht (16) 1982 Morgen ben ik beter (19) 1987 Niemand houdt mij tegen (12) 1991 Oorlog zonder vrienden (39) 1979 Overval in de nacht (1) 1995 Signalen in de nacht / Nederlandse verzetsroman omnibus (1) 1980 Vechten voor overmorgen (12) 1980
Laatst gewijzigd op 20 juni 2006
‘Mattanja zag de stofwolk het eerst. Samen met zijn twee jaar jongere zusje Tirza was hij bezig met houten rollers het platte dak van hun huis waterdicht te maken. Dat gebeurde altijd bij de eerste regen na de grote droogte van de zomer. En die regen was vorige avond gekomen. ………
Boven het rivierdal dat vanuit Kefira afdaalde naar het westen, kolkte stof alsof een plaatselijke wervelwind scheppen zand de lucht in blies.
Een wervelwind?’
Dat is het begin van het verhaal van Mattanja en z’n familie. De regen was gekomen, dus moesten ze het dak waterdicht maken. Toen Mattanja even de vlakte over keek, zag hij een grote stofwolk. Een wervelwind, dacht Mattanja. Tirza kwam bij hem staan, ‘Een karavaan?’ ‘Hoe kan ik dat nou weten? Ik kan toch ook niet over de heuvel kijken? Misschien zijn het wel paarden, het gaat zo snel!’ toen kwam Asmaveth, de wacht op de wachttoren, aanrennen, struikelend, schreeuwend en af en toe wild zwaaiend kwam hij dichterbij. Tegelijker tijd wist Mattanja wat het was ‘Filistijnen…’ Zijn stem leek alleen maar hees gefluister voort te brengen. Het duurde even tot het tot hen doordrong. ‘Ze komen eraan…’ stootte Asmaveth uit. ‘Met… met paarden.’
Die avond.
Mattanja was alleen overgebleven, op de doden na, in het dorp. Tirza was haar moeder en de andere vrouwen gaan vertellen dat de Filistijnen eraan kwamen. Hij had ze niet meer gehoord of gezien. Mattanja en nog een paar mannen hadden geprobeerd hun dorp nog te beschermen en verdedigen, maar iedereen was gedood, ook zijn vader. Mattanja had zich dood gehouden, maar hij had wel een Filistijn gedood. De Filistijnen hadden het dorp in brand gestoken, en hij was daar alleen.
Een hoge, ijle kreet deed hem plotseling verstarren. Waren de filistijnen teruggekomen om de doden te begraven? Roerloos bleef hij liggen. Opnieuw een kreet, duidelijker en veel dichterbij. Opeens wist hij het; Uria!
Uria was samen met zijn neef Elon de schapen aan het hoeden. Toen Elon de rook zag, zijn ze snel teruggegaan.
Mattanja, Uria en Elon zijn met z’n 3en op pad naar Saul. Ze willen dat het leger van de koning de Filistijnen verslaat.
Onderweg naar Gibea komen ze aan bij Kirjat-Jearim, waar ze Kemuel ontmoeten, die daar kruiken verkoopt die bij de Filistijnen vandaan komen. De burgers zijn boos op hem en willen hem de stad uitjagen omdat hij het heel normaal vind dat hij onderhandelt met de Filistijnen en omdat hij zegt dat de Filistijnse kruiken heel veel beter dan de Israëlitische.
Kemuel en de drie jongens worden de stad uitgestuurd, omdat Uria het voor hem opnam. Van Kemuel hoort Mattanja dat zijn moeder en zusje waarschijnlijk in Ekron zijn. En omdat Kemuel’s kruiken uit Ekron komen, wil Mattanja met Kemuel meetrekken om daar zijn moeder en zusje te bevrijden. Hij overlegt zijn plan met Uria, maar die zegt dat het gekkenwerk is.
De volgende dag vertrekt Kemuel. Hij geeft Uria twee sikkels en gaat dan.
Die nacht sluipt Mattanja weg, pakt de bijl en één sikkel en gaat Kemuel achterna.
‘Hé hé! Ik zie de poort! Eindelijk!’
Voor Mattanja uit reizen de overweldigende stadsmuren van de stad Ekron. Hij heeft het gehaald. Maar hoe nu verder? Daar is de stad, maar een Joodse jongen laten ze nooit binnen. Zien ze het niet aan z’n uiterlijk, dan horen ze het wel aan het accent dat hij gebruikt. Wat nu? Opeens heeft hij een idee. Daar staan een paar Filistijnse vrouwen bij de poort… als hij nu eens…
Ja, dat doet hij! Hij struikelt naar de vrouwen toe en ze vragen wat er aan de hand is.
‘Alstublieft, kunt u me helpen!?’ ’Wat is er dan, en hoe heet je?’
‘Ik ben Mattanja, en eh… mijn vader wil me doodslaan!’ mocht hij zijn overleden vader wel belasten met dit soort dingen?, dacht hij.
‘Echt waar? Kan ik dat geloven? Is hij geen spion?’ Een andere vrouw zei: ‘Natuurlijk niet, daar is ‘ie veel te jong voor. En ik heb dat soort dingen wel vaker gehoord. Mattanja, dat is waar hé!?’ ‘Ja, dat gebeurd wel vaker… maar kunt u me helpen de stad binnen te komen?’
Zo ging het gesprek. Maar, het mislukte! De poorters geloofden wél dat hij een spion was, maar toen…:
‘Mattanja, aap van een slaaf! Wat doe je hier? Proberen te vluchten hé! Klats! hier, die kan je krijgen! Klets! En die ook! En nu meekomen jij! Hij liep met Kemuel mee. Wat moest hij nou doen? Hij dacht echt dat hij Kemuel kon vertrouwen, Uria had hem nog geholpen in Kirjat-Jearim, en nu…! Misschien kon hij vannacht, als Kemuel sliep, vluchten. En dan z’n moeder en Tirza redden.
‘Mattanja… Mattanja! Wees maar niet bang! Ik ben het, Kemuel! Sorry dat ik je sloeg, maar ik moest je hard raken, anders geloofden die poorters het niet! Ben je niet te erg gewond? Waarom ben je trouwens hier?’ Mattanja kreunde. ‘Je hoeft niets te zeggen hoor, ik begrijp dat je moe bent, maar als je me hoort, schud dan even met je hand, oké?’ Mattanje schudde z’n hand. Kemuel haalde opgelucht adem. ‘Gelukkig, je hoort me nog. Ik dacht even…’
De volgende morgen ging Mattanja met Kemuel mee.
‘Kemuel, weet je misschien waar m’n moeder en Tirza, m’n zusje zijn?’ ‘nou, ze zouden volgens mij vandaag aankomen, dus ik denk dat ze op het plein zijn!’ ‘Kemuel, eh… bedankt dat je me hebt gered!’ ‘ja, ’t is al goed, maar je moet niet denken dat ik je nog een keer red!’
‘Jongetje, heb je misschien wat geld voor me? Ik heb zo’n honger!’
Mattanja kijkt verbaasd. Heeft hij het nou tegen hem, of…? Maar ik heb maar één sikkel, en die heb ik hard nodig… maar als ik nou eens…?
‘Nou, kijk, ik wil je wel wat geven, maar dan moet je wel wat voor me doen! Weet jij waar kamelen heel erg van schrikken? Nou, dan moet jij die kamelen heel erg laten schrikken, zelfs zo erg, dat ze helemaal wild worden. Daarna kom je naar de poort, en als je het goed hebt gedaan, geef ik je je geld!’
Het lukte. De opwinding om de kamelen was zo groot dat niemand meer op de slaven lette. Toen gebeurde het, Mattanja rende naar zijn moeder en z’n zusje toe, sneed de touwen los met een steen, en ze rennen hard weg, de poort door, en verder.
Ze komen langs Gedera, en langs Batseba, een meisje dat Mattanja op de heenreis heeft ontmoet, haar vader Eliam en broertje Seres, die dan besluiten met Mattanja en zijn familie mee te gaan, omdat ze ook willen dat er wat word gedaan tegen de Filistijnen.
Uiteindelijk komen ze aan in Gibea; de stad van koning Saul. Ze vertellen hun verhaal, en als ze klaar zijn komt legeraanvoerder David hen een baan aanbieden in het leger. Ze worden beproefd, maar ze slagen. Seres word hulpje van Jonathan, Uria gaat in het leger als slingeraar, en Mattanja word opgenomen in de lijfwacht van de koning.
Op een dag hoort Mattanja dat David is gevlucht. Dan gebeuren er twee dingen waardoor Mattanja problemen krijgt:
• Hij helpt een priesterjongen, die als enige was ontsnapt, toen Doeg de priesters moest doden, die David hadden geholpen.
• Ten tweede helpt hij Kemuel als hij bijna word gestenigd, wat een eerlijke straf was.
Hierdoor wil Saul hem doden. Maar, die avond komt Jonathan bij Mattanja langs en zegt dat hij maar naar David moet gaan.
Dat doet hij, en als u wilt lezen hoe het met hem afloopt, moet u het tweede deel maar eens lezen, namelijk: ‘De droom in de woestijn’
Iets over de schrijver
Evert Hartman werd geboren op 12 juli 1937 in Dedemsvaart.
Hij is overleden op 7 april 1994.
Toen Evert Hartman 10 was verhuisde zijn familie naar Kampen. Na de HBS en militaire dienst ging hij sociale geografie studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij sloot deze studie in 1965 af, maar was toen al begonnen met lesgeven. Hij was docent aardrijkskunde op een middelbare school in Hoogeveen. Hij bleef daar lesgeven tot 1992, toen hij zich helemaal op het schrijven toelegde. Hij was in 1973 gedebuteerd met een roman voor volwassenen. Na nog drie romans verscheen in 1979 zijn eerste jeugdboek. Evert Hartman was getrouwd en had twee zoons.
Profiel: De boeken van Evert Hartman zijn spannend en zitten vol actie. Zijn (soms controversiële) onderwerpen sluiten aan bij de belevingswereld van jongeren. Veel van zijn boeken draaien om een gevecht voor vrijheid. De hoofdpersonen raken betrokken in een conflict waarin ze moeten kiezen: blijven ze trouw aan het gezag (van de regering, van hun ouders, van de medische wereld), of volgen ze hun geweten en gaan ze tegen dat gezag in? Door hun keuze komen ze in een positie waarin het soms lijkt of de hele wereld tegen hen is, maar ten slotte vinden ze toch een oplossing. Evert Hartman laat de twee kanten van het conflict zien, maar vaak is het wel duidelijk aan welke kant hij zelf staat. Hij vertelde ook een aantal oude verhalen (van Homerus en uit de Bijbel) na in zijn meeslepende stijl.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen