ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
1. Beschrijvingsopdracht
a. Korte maar volledige samenvatting van de inhoud
De ik-persoon verteld over zijn jeugdvriend Oeroeg. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Nederlands Indië. Hij en Oeroeg waren beste vrienden en deden alles samen. De vader van Oeroeg gaat dood en de ouders van de ik-persoon gaan uit elkaar. De ik-persoon verhuist naar Lida (een vrouw die hem opvangt) omdat hij moet gaan studeren en z’n vader hem bij Oeroeg uit de buurt wil houden. Oeroeg verhuist daar na een tijd ook heen. Langzaam groeien ze uit elkaar, en als ze elkaar later weer zien staan ze bewapend tegen over elkaar. Maar als de ik-persoon weer omkijkt is Oeroeg weg. En hij twijfelt of het Oeroeg wel was.
b. Jaartal van de eerste editie boek ( oorspronkelijke versie)
1948
c. Uitgeverij + jaartal+ hoeveelste druk van de gebruikte editie boek (gelezen versie)
Uitgeverij: Querido's Uitgeverij b.v.
Jaartal: 1995
Gebruikte editie 42e (1995)
d. Beknopte, schematische biografie en bibliografie van de auteur.
bibliografie
1948 Oeroeg (Boekenweekgeschenk)
1949 Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (roman)
1950 De verborgen bron (roman)
1952 De scharlaken stad (roman)
1954 Zelfportret als legkaart (autobiografie)
1957 De ingewijden (roman)
1960 Cider voor arme mensen (roman)
1962 De meermin (roman)
1966 Een nieuwer testament (roman)
1967 Persoonsbewijs (autobiografie)
1968 De tuinen van Bomarzo (essays)
1970 Krassen op een rots. Notities bij een reis op Java (essays)
Huurders en onderhuurders 1971 (roman)
1976 Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (roman)
1978 Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (roman)
1981 De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (roman)
1983 De wegen der verbeelding (roman)
1986 Berichten van het blauwe huis (roman)
1989 Schaduwbeeld of het geheim van Appeltern (roman)
1992 Heren van de thee (roman)
1993 Een handvol achtergrond. Parang Sawat (autobiografische teksten)
1994 Transit (Boekenweekgeschenk)
1996 Ogenblikken in Valois (essays)
1996 Uitgesproken opgeschreven. Essays over achttiende-eeuwse vrouwen, een bosgezicht, verlichte geesten, vorstenlot, satire, de pers en Vestdijks avondrood
1997 Zwanen schieten (roman)
2000 Fenrir: Een lang weekend in de Ardennen
Biografie:
Hella S. Haasse, officieel Hella Serafia van Lelyveld-Haasse, geboren te Batavia op 2 februari 1918, gebruikt geen pseudoniem zoals haar vader, een detectiveschrijver (W.H. van Eemlandt). Zij studeerde Scandinavische Taal- en Letterkunde, maar geeft deze op en gaat studeren aan de Amsterdamse toneelschool. Hella debuteerde in 1945 met de dichtbundel ‘Stroomversnelling’ en werd bekend met de mede op de jeugdherinneringen gebaseerde novelle ‘Oeroeg’ (1945, in 1993 verfilmd door Hans Hylkema). Haar eerste grote, vaak herdrukte roman, ‘Het woud der verwachting’ (1949) heeft Charles d’Orléans als hoofdfiguur. De verbeelding van een exotisch verleden karakteriseert een belangrijk deel van haar werk, Hella heeft een groot en veelzijdig oeuvre, waarin de roman als genre duidelijk overheerst. In ‘Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven’ (1976) en ‘Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter’ (1978; verfilmd t.b.v. tv-serie, 1996), maak zij gebruik van authentieke documenten, overgeleverde geschriften van mensen uit vroeger eeuwen, die zij afwisselt met eigen commentaar. Zo ontstaat er een controleerbaar en toch fictioneel geheel. Haar scherpe intelligentie en haar cultuurhistorische belezenheid blijken uit verscheidene essays als ‘Een kom water, een test vuur’ (1959). Haar autobiografische geschriften ‘Zelfportret als legkaart’ (1954) en ‘Persoonsbewijs’ (1967) tonen haar als een persoonlijkheid die in de veelheid van waarnemingen, emoties en relaties via zichzelf op zoek is naar de mens. In 1981 ontving zij de Constantijn Huygensprijs, in 1984 de P.C. Hoofdprijs en in 1995 de Annie Romeinprijs. Omvangrijke en compacte, historisch en hedendaagse, geheel op de fantasie en geheel op de archiefonderzoek berustende romans wisselen elkaar af.
2. Verdiepingsopdracht 1
a. Wie zijn de hoofdpersoon en de 2 belangrijkste bijfiguren in het gelezen werk? Geef hun onderlinge relatie aan. Geef hierbij ook aan of er spraken is van een flat/roundcharacter of type.
De hoofdpersoon heeft geen naam, hij is de ik-persoon. Hij is een roundcharacter omdat je alles door zijn ogen ziet. En je komt veel over hem te weten.
Lida is een voormalige verpleegster uit Holland.
Oeroeg is de jeugdvriend van de ik-persoon. Oeroeg en Lida zijn de belangrijkste bijfiguren, en zijn allebei flatcharacters. Ze zijn een beetje uitgewerkt maar niet zo veel. Je ziet hoe de ik-persoon over ze denkt.
Relaties:
- De ik-persoon en Oeroeg zijn samen opgegroeid en zijn beste vrienden. Later komen ze elkaar tegen en zijn ze elkaars vijand. Omdat hun vaderlandsliefde meer voor hun betekend als hun vriendschap.
- De ik-persoon komt bij Lida wonen in haar pension. Ze zorgt voor hem, als hij weg gaat blijft ze nog wel brieven sturen. Maar haar liefde voor Oeroeg was veel groter.
- Lida en Oeroeg hebben een goede band. Ze ziet hem echt als haar pleegzoon. Ook zorgt ze er voor dat Oeroeg arts wil worden. Haar liefde voor Oeroeg is zo groot dat ze hem achterna verhuist.
b. Bespreek de thematiek van het gelezen werk. Welke literaire motieven wijzen naar het thema?
Vriendschap die niet blijft bestaan door het verschil tussen de westerse en oosterse cultuur.
De vriendschap van Oeroeg en de ik-persoon verdwijnt omdat het cultuurverschil te groot was.
Motieven daarvoor zijn. Cultuurverschil, vriendschap en vaderlandsliefde.
c. Bespreek het aspect tijd in het gelezen werk.
De verteltijd loopt van ongeveer 1920 tot 1947, dus ongeveer 27 jaar.
De vertelde tijd is 122 blz.
Vision par derrière: hij verteld het verhaal achteraf.
d. Van welke soort(en) ruimt is er sprake in het gelezen werk? leg uit.
Hella Haasse is iemand die veel aandacht aan ruimte besteed. De ruimte is hier dan ook erg uitgebreid. Het roept een sfeer op. De strijd tussen de blanke overheersers en de lokale bevolking vormt een belangrijk motief. De plaats Nederlands Indië is ook heel belangrijk.
e. Van welk vertelperspectief is er sprake in het gelezen werk? leg uit.
ik vertel situatie. De ik-persoon vertel het verhaal. ‘Ik staarde gefascineerd naar het water en hoopte dat mijn vader eruit zou komen, op het veilige vlot’
3. Verdiepingsopdracht 2
a. Bespreek de structuur van het gelezen werk: opening, einde, open plekken.
Opening: Informatieve opening, hij verteld dat hij vroeger een vriend had en dan begint het verhaal.
Einde: open einde, Oeroeg en hij komen elkaar weer tegen en Oeroeg wil hem neer schieten maar doet het niet en rent weg.
Het verhaal wordt chronologisch verteld. De eerste bladzijde verteld hij dat hij een vriend had en dan verteld hij het hele verhaal. In de volgorde waarin het gebeurd is.
Er zijn 2 belangrijke openplekken in het boek.
De 1e belangrijkste openplek is in de eerste zin. ‘Oeroeg was mijn vriend’
Dan komen er vragen bij je op als ‘ waarom nou niet meer?’ en ‘ Is hij dood’
Later komt er antwoord op.
De 2e belangrijke openplek is het einde. Of de inlander die de ik-persoon bewapend tegen kwam echt Oeroeg was of niet.
Verder weet je ook niet hoe het met zijn ouders gaat. Die verdwijnen op de helft van het boek, Je hoort er niets meer over.
b. Bespreek de stijl die in het gelezen werk gehanteerd is.
In dit boek is er spraken van een uitvoerige – beschrijvende stijl. Dat levert een mooi beeld, het is niet te veel zo dat het saai wordt. Ze gebruikt niet veel ingewikkelde formuleringen. Oeroeg kan niet zo heel goed Nederlands.
Dus die praat in een paar woorden heel kort af. De rest praat gewoon normaal.
3
(raadpleeg voor deze opdrachten de secundaire literatuur over de auteur!)
a. Wat is de poëtica (secundaire literatuur) van de auteur van wie je een werk gelezen hebt?
Hella Haasse wil in haar boeken de waarheid achter waarneembare feiten onthullen. Zij heeft de overtuiging dat niets toevallig is, en dat alles met alles samenhangt. Het is de verwarrende, bedrieglijke werkelijkheid die haar uitdaagt. Zelf is ze ook opgeroeid in Nederlands Indië, maar haar houding daar tegen over is wel veranderd. Oeroeg is geschreven uit het standpunt van een kind. Zelf was ze ook zo toen ze daar was opgegroeid. Later heeft ze ‘Sleuteloog’ geschreven toen was ze ouder, daar was haar kijk op die wereld veranderd. Ze gebruikt een stukje werkelijkheid in haar literatuur. Ook heeft ze niet een hoofdthema maar iedere keer een andere. In al haar boeken is ze wel opzoek naar patronen.
Ze schrijft verhalen met psychologische uitwerking van de personages.
Omdat Hella Haasse in 2 culturen is opgegroeid vind ze een beetje dat een mens een ondoorgrondelijk wezen is.
b. Welke kenmerken van de poëtica vertoont het door jou gelezen werk van deze auteur?
Het is niet toevallig dat de ik-persoon en Oeroeg geen vrienden meer zijn. Het cultuurverschil is de oorzaak. Hun vaderlandse liefde was sterker dan hun vriendschap.
Ze gebruikt een stukje werkelijkheid in haar literatuur dat is hier dat ze er zelf opgegroeid is.
De ik-persoon werd diep uitgewerkt.
Oeroeg is voor de ik-persoon later ook ondoorgrondelijk hij zegt:
‘ ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit. Is het te laat?’
c. Vergelijk de thematiek van het gelezen werk met de algemene thematiek van de auteur.
In Oeroeg is de thematiek anders als in de andere boeken van Hella Haasse.
De thematiek krijgt iedere keer weer een geheel nieuwe concrete uitwerking.
Al haar boeken gaan over andere onderwerpen ze kiest de personages uit verschillende milieus. Haar thematiek is dus niet in een woord samen te vatten.
Wel legt ze veel de nadruk op het zoeken naar patronen. Ook komen er steeds terug komende patronen van menselijk gedrag naar voren.
d. Noteer de gebruikte secundaire literatuur nauwkeurig (en bibliografisch juist)
Kritisch lexicon 1994
5. Stroming
Tot welke stroming behoort het gelezen werk? Leg ook uit waarom.
Dit boek behoord tot het post-criterium (1945 – 1950)
Stroming: Proza.
- Er is spraken van een chronologische opbouw.
- Hoofdpersoon staat in een haat liefde verhouding tegenover zijn eigen milieu.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.