CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

Boekverslag Carry Slee

Razend

Geschreven door:

Gwen van den Bout (1 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

15 februari 2006

Taal:

Woorden:

4.100

Bekeken:

6390 keer (42 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (31 stemmen)

Deel op:

  • Door mitchell (1 havo) op 03-02-2012
    ik vind dat je het goed hebt uitgelegd en ook dat je erbij heb geschreven wat voor vragen je kunt neerzetten op een powerpoit of boekbeurt

Gegevens van het boek

Auteur: Carry Slee

Titel: Razend

Naam uitgeverij: Van Holkema & Warendorf

Plaats: Houten

2e druk, jaar: 2000

Jaar van eerste druk: 2000

Aantal pagina’s:144

Aantal hoofdstukken:18

Welk cijfer geef jij het boek: 9
Beantwoord de vragen 1, 2 en 3 voordat je het boek leest!

1. Schrijf hieronder de achterkanttekst, de korte beschrijving van het boek of het kaartje van de bibliotheek over.

Sven is niet gelukkig thuis. Zijn vader trekt zij oudere broer Lennart voor. Die wint zwemwedstrijden en doet alles wat zijn vader wil. Maar Sven krijgt steeds de volle laag. Hij weet zijn blauwe plekken zorgvuldig te verbergen. Niemand mag weten dat hij thuis wordt geslagen. Zeker Roosmarijn niet, op wie hij verliefd is. Roosmarijn verbergt haar problemen niet. Ze vertelt haar klas dat hun favoriete leraar zijn handen niet thuis kan houden, maar ze wordt niet geloofd. Alleen Sven komt voor haar op. Er gaat steeds meer mis. Sven dreigt alles te verliezen wat belangrijk voor hem is. En dan bedenkt hij een oplossing waar hij zelf erg van schrikt.

2. Schrijf op wat je op grond hiervan verwacht van het boek.

Dat problemen niet uit de weg worden gegaan, want dat is in alle boeken van Carry Slee. Problemen worden altijd besproken en het komt altijd weer goed. Ze schreef zoal over Pesten, Racisme. Scheiden en Homoseksualiteit.

3. Wat weet je zelf al van de auteur, het boek of het onderwerp waar het boek over
gaat?

Carry Slee heeft twee dochters. Toen Carry Slee klein was en nog niet kon schrijven, verzon ze al verhaaltjes en die vertelde ze aan haar knuffels. Later schreef ze dat allemaal op. Carry werd niet meteen schrijfster. Eerst was ze lerares toneelspelen. Ze verzon elke avond verhaaltjes voor haar kinderen, die vonden dat zo leuk dat ze ze opstuurde naar de Bobo. Sommige dingen waar Carry over schrijft , heeft ze zelf meegemaakt. Ook krijgt ze vaak een idee om over te schrijven van haar dochters. Ze gaat moeilijke onderwerpen niet uit de weg en schreef zoal over : Pesten, Racisme. Scheiden en Homoseksualiteit.

Inhoud

4. Geef hieronder een uitgebreide samenvatting van het boek.

Als sven stopt met wedstrijd zwemmen, is zijn vader daar niet blij mee. Hij is zelfs zo boos dat hij hem overal de schuld van geeft en hem daarom in elkaar slaat. Zijn moeder zorgt dan voor hem maar neemt het niet voor hem op. Sven vindt dit dom en vraagt het aan zijn moeder:die zwijgt. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Sven vraagt zich af waarom zijn vader zijn broer Lennart altijd zo voortrekt. En hij heeft nog meer dingen aan zijn hoofd. Hij is verliefd op Roosmarijn, maar hij denkt dat zij hem niet ziet staan en zijn broer Lennart wel. Hoe maakt hij haar dit duidelijk?Svens problemen stapelen zich op, totdat hij er niet meer tegen kan. Hij neemt een drastisch besluit. Hij loopt weg. En laat voor zijn moeder een afscheidsbrief achter. Roosmarijn verteld haar klas dat hun favoriete leraar Van der Steen voor Wiskunde(ook wel Bob) genoemd zijn handen niet thuis kan houden, maar ze wordt niet geloofd. Ze gaat niet meer naar de wiskundeles op een dag wordt hij betrapt door de directeur:Meneer Hazelman. Sven blijkt de vorige les wiskunde het voor Roosmarijn heeft opgenomen. Daarvoor is hij geschorst. Roosmarijn weet niet wat ze hoort en gaat meteen naar Sven toe. Lennart doet open en doet heel kortaf en dan blijkt dat Roosmarijn gelijk heeft en dat het echt een voorstelling van Lennart was. Ze gaat naar Sven’s kamer maar die is leeg haar oog valt op een brief die op z’n bureau ligt:De afscheidsbrief. Ze leest hem en dan vallen alle puzzelstukjes in elkaar:Lennart heeft haar met opzet tegen Sven opgezet en zij was daarin getrapt, Sven had altijd wel een smoes klaar als iemand bij hem thuis was waarom ze weer weg moesten etc. Roosmarijn laat een briefje voor hem achter. Sven dacht dat weglopen de beste oplossing was maar hij heeft eigenlijk helemaal niks opgelost. Hij is nog steeds bang voor zijn vader. Zijn vader heeft alles voor hem kapotgemaakt en dat zal hij blijven doen. Hij gaat terug naar huis met een mes en wilt dat zijn vader hem doodsteekt omdat hij hem ‘haat’, zijn vader kan dit niet en dan wordt duidelijk waarom zijn vader hem mishandelt:Zijn vader is vroeger ook door zijn vader geslagen (sven’s opa). Lennart deed zo leijk tegen Sven omdat hij bang is. Bang dat zijn vader hem ook zou slaan als hij het niet met zijn ideeën een zou zijn. Hij gaf toe dat hij jaloers op Sven was omdat die wel deed waar hij zelf zin in had. Als Sven weer op zijn kamer zit heeft hij medelijden met zijn broer. Dan gaat de bel en Roosmarijn staat op de stoep zijn moeder doet open Sven blijft op zijn kamer en hooert haar zeggen dat ze een briefje heeft klaar gelegd op zijn bureau, Sven leest het en gaat achter haar aan. Ze maken alle ruzie’s weer goed. Sven gaat naar zijn vriend toe (die boos op hem was omdat hij zo boos werd op Van Der Steen)om alles goed te maken en vertelt hem dat Roosmarijn en hij verkering hebben.

Personages

5. Wie is de hoofdpersoon van het boek?

Sven en Roosmarijn :het verhaal gaat over hun beiden. De weet hoe ze over elkaar en over anderen denken. Je hoort het verhaal van beide kanten.

6. Beschrijf het uiterlijk van de hoofdpersoon (geslacht, leeftijd, lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, kleur ogen, kleding, enzovoorts).

Sven:blond haar, man, hij draagt meestal truien en lange broeken om zijn blauwe plekken en wonden te verbergen. Roosmarijn :vrouw Over beide hoofdpersonen wordt er verder niks beschreven.

7. Is de hoofdpersoon een karakter of een stereotype? Motiveer je antwoord met voorbeelden uit het boek.

Karakers: Je weet wat ze voelen, denken, doen etc. Ook lijkt Sven niet op de andere mensen in het boek op zijn vrienden bijvoorbeeld. Hij heeft een heel andere manier van denken dan zijn vrienden. Voorbeeld:Hij zou het anders nooit voor Roosmarijn opnemen, want de anderen dachten dat ze loog. Ook Roosmarijn heeft een karakter, want ze lijkt niet op Halima. Voorbeeld:Halima zegt dat Roosmarijn het zich verbeeld dat Bob heel de tijd aan haar zit en dat hij dat misschien niet zo bedoelde. Terwijl Roosmarijn daar heel anders over denkt daarom gaat ze ook niet meer naar de wiskunde les.

8. Welke eigenschappen heeft de hoofdpersoon (aardig, creatief, depressief, eerlijk, gelukkig, gemeen, hardwerkend, humoristisch, onaardig, origineel, sociaal, tactisch, verantwoordelijk, volhardend, vrolijk, zelfverzekerd, zorgzaam, enzovoorts)?
Noem tenminste drie eigenschappen en laat met voorbeelden uit het boek zien dat de hoofdpersoon deze eigenschappen duidelijk bezit.

Sven is Zelfverzekerd:Hij is enige in zijn familie die het op durft te nemen tegen zijn vader. Voorbeeld:Dat Sven stopt met wedstrijdzwemmen en dat hij daardoor alleen maar meer klappen krijgt. Zijn broer gaat gewoon door met zwemmen, omdat hij bang is voor zijn vader. Sven is ook bang: Hij is bang om sommige dingen te zeggen, omdat zijn vader dan misschien weer kan uitvallen. Voorbeeld:Hij durft de woonkamer niet meer in, omdat hij bang is dat zijn vader weer boos wordt terwijl hij niks doet. Roosmarijn is onzeker: Ze weet niet goed wat ze in haar situatie moet doen. Of ze het haar ouders moet vertellen of juist niet. Voorbeeld:Ze weet niet of Bob erger aan haar zit dan aan anderen en daarom durft ze niet meer naar de wiskundelessen.

9. Wat is het probleem van de hoofdpersoon en hoe lost hij/zij het probleem op?

Sven wordt mishandelt. Hij zegt tegen zijn vader dat hij hem mag vermoorden omdat hij niet langer wil dat zijn vader de baas over hem speelt. Zijn vader kan dit niet. Ze praten met het hele gezin diezelfde dag nog met de met een soort psychiater. Daarna komt alles weer goed. Volgens Roosmarijn kan één van hun leraren zijn handen niet thuis houden maar niemand gelooft haar behalve Sven. Als Van Der Steen wordt betrapt door de directeur is dat afgelopen.

10. Welke andere personen komen in het verhaal voor? Zijn dit karakters of stereotypen? Motiveer je antwoorden met een voorbeeld.

1. Halima: beste vriendin van Roosmarijn:ik denk dat het een stereotype is want je weet niet wat ze voelt, denkt, ziet. Je weet ook haar kant van het verhaal niet. Je weet alleen wat ze zegt en op de manier waarop, of ze lacht, huilt, schreeuwt. Je weet niks over haar gevoelens. Ze wordt niet echt goed beschreven hoe ze eruit ziet maar aan de dingen die ze zegt en hoe ze Roosmarijn steunt weet je een beetje hoe ze in elkaar zit en hoe ze over dingen denkt. Voorbeeld:Eerst was ze het niet met Roosmarijn eens en dacht ze dat Bob het niet zo had bedoelt. Later zit ze in dat dat niet waar was en steunt ze Roosmarijn. Hierbij weet je niet wat ze voelt, denkt of wat haar gevoelens zijn. 2. Bart:beste vriend van Sven:Bart is denk ik ook een stereotype omdat hij net als Halima niet weet wat ze voelt, denkt of ziet. Aleen of hij lacht, schreeuwt, of iets vraagt. Je weet zijn gevoelens ook niet. En hij wordt niet echt goed beschreven hoe hij eruit ziet maar aan de dingen die hij zegt weet je wel of hij het met Sven eens is of niet en ik weet ook dat hij mensen heel snel kan vergeven. Voorbeeld: Bart maakt het weer goed met Sven, want Sven durft niks te zeggen. En je weet niet wat hij daarbij dacht. 3. Svens vader: is ook een stereotype, want hij blijft Sven maar slaan om één reden en verandert zijn manier van denken ook niet. Ook weet je niks over zijn gevoelens en wat hij denkt, ziet, voelt, hoort. Alleen dat hij snel kwaad wordt om niks. Voorbeeld:Hij slaat Sven als hij het niet met hem eens is. Zonder een goede reden. Hierbij weet je niet wat hij dacht

Overige gegevens

11. In welke tijd speelt het verhaal en hoe weet je dat?

Nu, omdat er veel wordt gechat omdat Bart en Sven hun vrienden Hakim en Arnout in de maling nemen . Ook wordt er veel gepraat over computerspelletjes, cd’s etc.

12. Op welke plaats(en) speelt het verhaal?

Bij Sven thuis en op school.

13. Geef een verklaring van de titel van het verhaal.

Razend, omdat Sven razend is omdat zijn vader zijn hele leven bepaald en als hij het daar niet mee eens is wordt hij geslagen en getrapt. Dat is zo erg dat hij niet meer naar school durft te gaan.

14. Hoe wordt het thema in het verhaal uitgewerkt?

Het wordt uitgebreid behandelt, je weet helemaal hoe hij zich voelt en daardoor ga je helemaal meeleven met de hoofdpersoon en ik denk dat dat toch wel één van de belangrijkste dingen is dat een schrijver/ster met zo’n boek wilt bereiken.

15. In welk perspectief is het boek geschreven?

Alwetend perspectief:Je weet wat ze in dit geval(Sven en Roosmarijn) voelen, meemaken en denken. Alles is in de ze en hij vorm verteld bijvoorbeeld :Waarom heeft ze het niet gewoon verteld.

Auteur

16. Geef een uitgebreide beschrijving van de auteur van het boek.

Carry Slee is geboren op 1 Juli1949. Ze woont op dit moment Bergen. Ze heeft 2 dochters en een hond. Toen Carry Slee klein was en nog niet kon schrijven, verzon ze al verhaaltjes en die vertelde ze aan haar knuffels. Later schreef ze dat allemaal op. Carry werd niet meteen schrijfster. Eerst was ze lerares toneelspelen. Ze verzon elke avond verhaaltjes voor haar kinderen, die vonden dat zo leuk dat ze ze opstuurde naar de Bobo. In 1989 vescheen haar eerste boek. Carry won veel prijzen, vooral van de Kinderjury. Sommige dingen waar Carry over schrijft , heeft ze zelf meegemaakt. Ook krijgt ze vaak een idee om over te schrijven van haar dochters. Ze gaat moeilijke onderwerpen niet uit de weg en schreef zoal over : Pesten, Racisme. Scheiden en Homoseksualiteit. Carry heeft 9 keer de Kinderjury gewonnen en 4 keer de Jonge Jury. Verder won ze één keer de Venz kinderboekenprijs en 2 keer de Pluim van de maand. De meeste boeken van haar zijn heel bekent. Een paar hele bekende voor 12 jaar en ouder zijn:1. Radeloos : Paco’s vader gaat dood en hij denkt dat dit zijn schuld is en Yara vindt zichzelf te dik en hongert zich uit, totdat ze in het ziekenhuis beland wegens uitdroging. 2. Razend:Sven’s vader mishandelt hem en de wiskunde leraar kan zijn handen niet thuis houden van Roosmarijn. 3. Paniek:Jorrit ontdekt dat zijn beste vriend Ruben homo is en heeft het daar moeilijk mee, Sasja voelt zich niet meer veilig in haar eigen huis doordat haar (bijna stiefbroer)Felix haar wilde verkrachten. 4. Spijt: Jochem wordt erg gepest dit gaat zelfs zover dat hij zelfmoord pleegt. David doet als één van de weinige niet mee aan de pesterijen. Hij geeft zichzelf de schuld van de dood van Jochem. Hij deed op de avond van de moord namelijk heel kortaf tegen hem. 5. Afblijven!:Melissa wordt uitgekozen voor een videoclip. Om haar onzekerheid te verbergen gebruikt ze drugs. Haar vrienden kunnen niks doen. Jordi probeert alles om Melissa te helpen. 6. Pijnstillers: Casper’s ouders zijn gescheiden. Hij woont bij zijn moeder. Dan komt hij erachter dat zijn moeder kanker heeft maar ze legt zich er niet bij neer. Uiteindelijk gaat ze toch dood. 7. Kappen:Indra heeft de ziekte van Pfeiffer maar wordt niet geloofd. Haar beste vriendin Heike zegt dat ze zich niet zo moet aanstellen. Sander raakt bevriend met een groepje jongeren, als nog geen week later iemand in elkaar wordt geslagen door hetzelfde groepje wil Sander zijn band daarmee verbreken en ze aangeven. Dat had hij beter niet kunnen zeggen want hij wordt bedreigd en in elkaar geslagen.

Mening

17. Wat is het eerste dat je te binnen schiet wanneer je denkt aan dit boek? Beschrijf dit zo uitgebreid mogelijk en geef ook aan waarom je dit te binnen schiet.

Mishandeling: Ik heb dit als enige onthouden van dit boek omdat het heel herkenbaar is dat ouders hun kinderen slaan, omdat ze vroeger zelf ook zijn geslagen door hun vader of moeder. Ouders die vroeger zijn mishandelt door hun ouders doen dat vaakhetzelfde bij hun eigen kinderen. Meestal is die echtgenoot van de man of vrouw bang om er wat van te zeggen want die wil zelf niet geslagen worden. Zo blijven de mishandelingen doorgaan omdat die mishandelaar zichzelf niet in de hand kan houden.

18. Geef met minimaal drie beoordelingswoorden aan wat je van het boek vindt en leg ze uit met argumenten.

1. Zielig: Omdat die jongen in dit geval Sven wordt mishandelt en niemand ingrijpt. Totdat hij dat zelf doet. 2. Grappig: Bart en Sven nemen hun vrienden Hakim en Arnout in de maling. En de banden tussen die vrienden wordt gewoon heel komisch verteld. 3. Mooi: De problemen worden uitgebreid behandelt en het heeft altijd een goed eind.

19 Schrijf uit het boek een fragment over dat jou bijzonder aanspreekt en vermeld het nummer van de bladzijde.

Waar hij al bang voor was, gebeurd ook. Als zijn vrienden zijn dikke lip zien, beginnen ze te lachen. ’Nou nou, dat was een heftige zoenpartij dit weekend. Je mag wel opassen met Roosmarijn. ’Iedereen moet lachen en Bob lacht nog het hardst. ‘Je mag zeker wel uitkijken, Sven, ’zegt hij tot overmaat van ramp. ’Dit is nog maar je lip. Je snaapt wat ik bedoel hè?’Ja, ik snap het heus wel denkt Sven. Viezerik, hou lieverje mond. Alle woede komt in een klap boven. Van zijn vader die hem heeft geslagen. Van Lennart die Roosmarijn heeft ingepikt en van zijn moeder die nooit voor hem opkomt. Bob merkt dat Sven het niet zo leuk vindt. ’Je kunt toch wel tegen een grapje?Ben jij nou een kerel?’Hij legt zijn hand op Svens schouder. Sven wordt razend. ’Afblijven !’‘Nou nou, ’zegt Bob. ‘Ik dacht dat jij alleen aan meisjes zat, ’zegt Sven. Het is alsof er een bom in de klas valt. Bob doet alsof hij er niets van begrijpt. ‘Wat kijk je nou?’schreeuwt Sven. ’Je vindt het toch zo lekker je leerlingen aan te raken? Maar van mij blijf je af. ’‘Waar doel jij op, jongen?’Sven heeft Bob nog nooit zo kwaad gezien, maar het kan hem niks schelen. Alles is een puinhoop, zijn hele leven. Iedereen die nu nog iets doet wat hem bevalt, kan hem krijgen. De spanning in klas is om te snijden. Niemand zegt iets. ‘Waar ik op doel?’vraagt Sven. ’Moet ik je dat nog vragen?Dat jij je handen niet kunt thuishouden, daar doel ik op. ’Bob wordt spierwit. In een paar passen staat hij bij de deur en gooit hem open. ’Eruit jij!’Zijn stem slaat over. ’En voorlopig hoef ik je hier niet meer te zien. ’‘Mij best. ’Sven pakt zijn tas en loopt de klas uit. Bladzijde: 110 en 111.

20. Leg zo uitgebreid mogelijk uit waarom je juist dit fragment hebt uitgekozen.

Hierin kan je Svens gevoelens duidelijk merken. Sven en Halima zijn de enige die Roosmarijn geloven en als het uitkomt dat het echt waar is wat Roosmarijn had gezegd schaamt de hele klas zich toch wel dat ze Roosmarijn niet hebben gelooft. Ik vind het goed van Sven dat hij het toch gelooft en daardoor komt het ook later weer goed met z’n vrienden, want door dit fragment krijgt hij ruzie met heel de klas maar dat kan hem niks schelen. Ook vind ik het goed dat hij Bob hiermee confronteerd, maar het helpt alleen niet, want hij gaat gewoon door.

21. Is het boek spannend? Leg uit, met voorbeelden, waarom wel of waarom niet.

Sommige delen wel bijvoorbeeld:dat hij het mes aan zijn vader gaf of als hij weer eens een keer in elkaar geslagen werd. En toen de directeur Bob en Roosmarijn betrapte. Ik vond eigenlijk geen dingen echt saai. De gesprekken tussen Bart en Sven zouden eigenlijk saai moeten zijn, omdat er niks gebeurt maar dat valt wel mee. In die gesprekken wordt er vooral komisch geschreven zodat het niet saai is om te lezen maar juist gewoon even niet meer bij die problemen stil wordt gestaan en er gewoon lol wordt getrapt. Als je dit boek aan het lezen bent voel je helemaal mee met de hoofdpersonen. Dan is het komische deel even een afleiding.

22. Hoe is het boek opgebouwd? Kies minstens één woord (eenvoudig, ingewikkeld, onsamenhangend, open of gesloten einde, vlot verteld, traag, spannend, boeiend, enzovoorts) en leg duidelijk uit waarom je voor dat woord/die woorden hebt gekozen.

Boeiend: Je gaat helemaal meeleven met de hoofdpersonen en dat vind ik leuk om te lezen. Dit boek heeft een gesloten einde wat ik heel leuk vind, want bij een open eind zou er eigenlijk een gevolg op kunnen komen maar die komen niet. Bij een gesloten einde is het verhaal gewoon afgesloten en dat is altijd een mooi einde. Bij een open einde vind ik dat niet zo, want je wilt weten hoe het afloopt en je weet dat je dat nooit zou weten. dat vind ik een teleurstelling.

23. Kun je je inleven in de hoofdpersoon? Motiveer je antwoord.

Ja, want je weet precies wat hij denkt, voelt, ziet etc. Bijvoorbeeld door een stukje uit het boek dat Sven getrapt was door zijn vader. Hij had toen heel veel pijn. Dat kon je merken, doordat er werd besproken wat er door hem heen ging en wat voor pijn hij voelde. Ook weet je veel over de ruimte’s waarin het zich afspeelde. Ze vertelt er niet veel over maar je weet precies wat voor sfeer er hangt en ook hoe het er ongeveer uit zou hebben gezien.

24. Hoort het boek bij literatuur of bij lectuur? (let daarbij op eventuele illustraties, realisme, personages, diepgang, voorspelbaarheid en taalgebruik)

Literatuur:je weet niet hoe het af zal lopen als je net begint met lezen, maar ook als je net Het is niet voorspelbaar, want je weet niet wat Sven aan de mishandelingen gaat doen. Ik had ook zelf nooit een mes aan m’n vader gegeven (in zijn plaats), want zijn vader had gezegd dat hij hem haat dus de kans was groot dat hij hem echt had vermoord. Je kan duidelijk zien dat er over na is gedacht en ik denk dat het lang heeft geduurd voordat dit boek eindelijk in de winkel lag. Het taalgebruik is echt taalgebruik van 14 jaar dat geld ook voor hun manier van omgaan met elkaar. Tegen zijn vader doet Sven heel netjes:hij praat netjes maar komt wel voor zichzelf op. Het had echt gebeurt kunnen zijn en ik denk dat er best wel kinderen in Nederland maar ook in het buitenland mishandelt worden.

25. Zou dit verhaal echt gebeurd kunnen zijn? Noem tenminste één ding dat in het echt niet kan gebeuren, dat niet zo geloofwaardig of dat erg toevallig is.

Ja, het zou echt gebeurt kunnen zijn. Eén van de dingen die ik wel toevallig vindt is dat de directeur net binnen komt en Van Den Steen betrapt. Wat er daarna met hem gebeurt wordt niet vertelt.

26. Welk effect heeft het boek op je gehad? Kies minstens één woord (blij, boos, verdrietig, nieuwsgierig, opstandig, zet met aan het denken, shockerend, grappig, mooi). Leg duidelijk uit waarom je voor dat woord/die woorden hebt gekozen.

Zet me aan het denken: wat ik in die situatie zou hebben gedaan. Of ik dezelfde beslissingen zou hebben gemaakt of juist niet. Ook vind ik het boek mooi want alles komt aan het einde helemaal goed en ze maken het altijd weer goed met hun vrienden.

27. Wat heeft dit boek je voor nieuws geleerd? Waarover ben je door het lezen van dit boek anders gaan denken. Je moet tenminste één ding noemen. Leg je antwoord duidelijk uit.

Dat je voor je vrienden op moet komen, want daar heeft zo’n iemand veel steun aan. En dat vrienden belangrijk zijn, want zij kunnen je, of helpen, of er gewoon met je over praten wat het verwerken meestal makkelijker maakt. Dehoofdpersonen in veel verhalen van Carry Slee hebben veel goede vrienden en dat blijkt uiteindelijk heel fijn te zijn.

28. Wat wil de auteur met zijn of haar boek duidelijk maken denk je en slaagt hij of zij daar ook in? Beargumenteer je antwoord.

Dat je zeker niet weg moet lopen van je problemen, want de problemen komen dan achter jouw aan dat maakt het alleen maar erger. Als je echt in zulk soort situatie’s zit moet je er zeker met iemand over gaan praten en het niet voor je houden, want die persoon kan je misschien wel helpen. Als je er met niemand over praat stapelen de problemen zich meestal op. Ook laat ze duidelijk merken hoe belangrijk goede vrienden voor je zijn, want de hoofdpersoon als zijn of haar probleem uitkomt hebben hun heel veel steun aan hun vrienden.

29. Zou jij dit boek aan een klasgenoot aanraden? Geef ook aan waarom wel/niet.

Ja, als hij/zij van dit soort boeken houdt zeker. Als hij/zij meer van Actie of Thrillers houdt niet want daar gaat dit hele boek niet over. Dit boek gaat meer over problemen, liefdes en er zijn bijna altijd 2 hoofdpersonen waar het verhaal om draait en aan het eind van het verhaal vinden ze elkaar en ze leven nog lang en gelukkig.

30. Zou je meer boeken van deze auteur willen lezen? Waarom wel/niet?

Ja, Carry Slee heeft veel verstand van dit soort onderwerpen, omdat ze sommige zelf heeft mee gemaakt. Veel problemen worden hier behandelt en je kan er ook wat van leren, als je bijvoorbeeld zelf in zo’n situatie terechtkomt wat je dan wel of juist niet moet doen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.