Boekverslag Simone van der Vlugt

Zwarte sneeuw

... 7 8 9 10 11 [12] 13 14 15 16 17 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Lieke

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1430

Opvragingen:

8

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (20 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Simone van der Vlugt

Laatst gewijzigd op 12 februari 2006

1. Noteer titel en schrijver van het boek.
De titel van het boek is Zwarte sneeuw en de schrijfster is Simone van der Vlugt.

2. Zoek informatie over de schrijver.
Simone van der Vlugt werd op 15 December 1996 geboren als Simone Watertor. Als kind was ze al dol op schrijven. Ze was nog maar net dertien jaar toen ze voor het eerst een verhaal naar een uitgever stuurde. Deze stimuleerde haar door te gaan. Nadat Simone haar havo-diploma had gehaald, ging ze naar de lerarenopleiding voor de vakken Nederlands en Frans. Toen ze haar studie had afgerond, waren er geen banen in het onderwijs en ging ze werken als secretaresse bij een bank. ’s Avonds schreef ze en in 1995 kwam haar eerste boek uit: De amulet, een historische jeugdroman. Kort daarna zegde simone haar baan op en werd ze fulltime schrijfster. Ze schreef een aantal spannende historische romans. In 2000 kwam Zwarte Sneeuw uit.

3. Geef in eigen woorden ( min. 250 en Max. 500 ) een samenvatting van het boek.
Het is 1845. De 14 jarige Emma Mullenders woont in Slenaken (Zuid-Limburg ) in een boerderij met haar ouders, broertjes en zusjes. Door misoogsten kan haar vader de pacht niet meer betalen en wordt het gezin uit hun boerderij gezet. Het gezin verhuist naar Kerkrade om daar in een mijn te gaan werken. Onderweg beroven struikrovers hen van hun laatste geld. Om aan voldoende geld voor huur en eten te komen gaat niet aal vader Sjeng de mijn in, maar doen Emma en haar broer Volkert en broertje Tom dat ook.
Moeder Annekatrien, die zwanger is, blijft thuis om op de kleintjes Mayke en Sofie te passen. Emma vindt het werk in de mijn vreselijk. Ze haat het zwarte, smerige en ongezonde werk, maar levert toch zonder zeuren haar bijdrage. Moeder Annekatrien bevalt van een zoon: Elmer, omdat er weer een extra mond gevuld moet worden gaat ook Sofie werken bij de mijn. Omdat ze nog erg jong is moet ze buiten kolen sorteren.
Emma weigert zich neer te leggen bij het idee dat ze haar hele leven onder de grond zal moeten werken. Ze blijft hopen dat ze aan het lot kan ontsnappen, dat ze weer naar school kan gaan, zo dat ze ooit een behoorlijke baan zal vinden. Haar kans komt als op een dag Rudolf Brandenburg samen met zijn rijke vader en de eigenaar de mijn bezoekt. Uitgerekend op dat moment stort een deel van de mijn in. Rudolf en Emma zitten opgesloten in een zijgang. Ze dreigen te stikken door mijngas. Pas na een dag worden zij bevrijd. In de volgende weken ontmoet Emma en Rudolf elkaar een paar keer. Op een keer stroomt een mijngang vol water er verdrinken veel mijn werkers. Ook Emma’s broertje Tom verdrinkt. Kerkrade is is in rouw. Rudolf verlost Emma uit de mijn door haar een baantje als dienstmeisje bij familie in Maastricht aan te bieden. Emma neemt het baantje aan en komt in Maastricht in contact met Jean Pustjens, een journalist, die zich het lot van de mijnaantrekt. Hij vraagt Emma of hij haar belevenissen in de mijn in afleveringen in zijn krant mag publiceren. Emma vindt dat goed. De verhalen van Jean Pustjens zorgen voor veel opschuddingen. Hoewel Emma’s verhaal onder schuilnaam verschijnt, komt het toch uit dat het haar belevenissen zijn. Emma neemt ontslag, maar krijgt gelukkig bij Jean Pustjens een andere baan.
Intussen heeft Rudolf zich in Maastricht als fotograaf gevestigd, iets nieuws in die tijd. Het Verhaal eindigt met Emma’s bezoek aan een tentoonstelling van Rudolf’s foto’s. Niet de

Geijkte keurige portretfoto’s van deftige lui, maar nooit eerder vertoonde aangrijpende afbeeldingen van het barre leven van de arbeiders in de fabriek en de mijnen. Dat veroorzaakt heel wat opschudding onder de rijke burgers, maar Rudolf heeft voorgoed het hart van Emma gestolen.

4. Noem de namen van te minste twee hoofdpersonen. Geef van hen een karakterbeschrijving.
Enkele hoofdpersonen zijn Emma Mullenders en Rudolf Brandenbrug.

Emma: Zij is een zorgzaam meisje van 14 jaar, dat door geldgebrek in het gezin in de mijn moet werken. Dit maakt haar veel meer zelfstandiger en volwassener. Wanneer Rudolf haar een baantje als dienstmeisje bij zijn oom en tante in Maastricht aanbiedt, twijfelt ze eerst, omdat ze het gezin niet in de steek wil laten, maar uiteindelijk neemt ze het baantje toch aan om zo aan het mijnwerkersleven te ontsnappen.

Rudolf: Hij is 17 jaar en heeft rijke ouders. Hij wordt verliefd op Emma. Dit was niet gebruikelijk, want een rijke hoorde geen relatie met een arme aan te gaan. Bij een bezoek aan de mijn komt hij door een instorting een poos met Emma in een mijngang vast te zitten. Rudolf weet wat hij wil: fotograaf worden. Hij zet door, tegen de wil van zijn vader, en wordt fotograaf in Maastricht.

5. Beschrijf de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt. Waarom zijn deze plaatsen belangrijk?
Het verhaal speelt zich af in de mijnstreek (Zuid-Limburg) waar het gezin Mullenders eerst in een boerderij in Slenaken woont waar het door een misoogst de pacht niet meer kan betalen en dan naar Kerkrade verhuist waar vader en een aantal kinderen in de mijnen gaan werken. Emma krijgt later een baantje als dienstmeisje en verhuist dan naar Maastricht.

6. Wanner speelt het verhaal zich af? Waaraan kun je dat zien? Noem voorbeelden.
Het verhaal speelt zich af in 1845, dit jaartal staat in de titel van hoofstuk1. In die tijd waren de levensomstandigheden van de arbeiders heel slecht en er was kinderarbeid, omdat ouders niet genoeg geld hadden huur en eten te betalen. Er was een enorm standverschil tussen arbeiders en hun bazen.

7. Wat is het belangrijkste thema (onderwerp) in dit verhaal?
Het belangrijkste thema in dit verhaal is de erbarmelijke omstandigheden waarin de mijnwerkers in die tijd verkeerden.

8. Vanuit welke persoon is het boek geschreven?
Het boek is geschreven van uit Emma. Je beleeft het verhaal vanuit haar, leest haar gedachten en gevoelens.

9. Tot welke genre behoort het boek?
Het boek behoort tot het genre historische jeugdroman over de kinderarbeid in de kolenmijnen van Zuid-Limburg in het midden van de negentiende eeuw.

10. Geef een eigen oordeel over dit boek. Gebruik in dit oordeel beoordelingswoorden en motiveer je antwoord.
Mijn beoordelingswoorden over dit boek zijn zielig en toch wel een leuk boek, want ik vind het wel zielig voor Emma en haar familie wat ze mee gemaakt hebben. Maar dat is pas 1 familie. Er zijn zoveel familie’s die dit hebben mee gemaakt. Ik vind het echt zielig.

11. Verklaar de titel.
Verklaring van de titel: zwarte sneeuw slaat op het kolengruis dat, net als sneeuw overal op neerslaat en alles in de omgeving bedekt met een zwarte laag.

12. Beschrijf welke bedoeling de schrijver/schrijfster volgens jou met dit boek heeft.
De schrijfster heeft de bedoeling de lezers te laten zien hoe zwaar het werk van de mijnwerkers was. Ze moesten vijftien uur per dag werken en hun leven werd voortdurend bedreigd door instortingen, overstromingen of ontsnappend mijngas.

13. Raak je betrokken bij de problemen van de personen? Geef aan hoe dat komt.
Ik raak niet betrokken bij de problemen van de personen, want ik heb het zelf nooit echt mee gemaakt.

14. Zouden de gebeurtenissen in dit boek in werkelijkheid ook kunnen gebeuren? Verklaar waarom.
Nee, ik denk dat de gebeurtenissen in dit boek in Nederland nu niet meer kunnen gebeuren, want de mijnen zijn gesloten, er is nu geen kinderarbeid meer en de arbeidsomstandigheden van de arbeiders zijn nu veel beter dan in de tijd.

15. Maak een leuke voorkant voor dit verslag en illustreer je verslag met een bijpassende foto of tekening.
-

16.Zoek een bijpassend gedicht of bijpassende songtekst. Verklaar waarom je vindt dat dit gedicht of deze songteksten bij het boek past!

Zwarte sneeuw

Eindelijk valt de zwarte sneeuw
De rode krokussen gillen van pijn

Zijn of niet zijn is buurmans klein
Bestaan een floers van rouwe geeuwt

Als de rook uit de giftige smeerpijp
Na de andere door de strot knijpt

17. Verplaats je in de gedachten van 1 hoofdpersoon. Wat zou jij heel anders hebben gedaan en waarom? Gebruikt daarvoor minstens 100 woorden.
Ik verplaats me in de gedachten van Emma Mullenders.
Ik zou het heel anders gedaan hebben, want zo heb je ook geen leven. Werken in de mijn is gevaarlijk dus waarom zou je daar gaan werken. Ik bedoel ze had dan wel geen keus maar ze zou zelf ook ander werk kunnen gaan zoek. Gelukkig heeft ze dat aan het einden ook wel gedaan, ze is gaan werken als een dienstmeisje. Ze heeft veel mee gemaakt, maar als ze daar was blijven werken had ze het nooit zo lang volgehouden als ze in de mijn was blijven werken. Maar verder heeft ze het wel goed gedaan vind ik.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.