Boekverslag Jostein Gaarder

De wereld van Sofie

... 3 4 5 6 7 8 9 10 [11] 12 13

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

1HBO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1287

Opvragingen:

4

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (5 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Jostein Gaarder

Laatst gewijzigd op 20 maart 2006

Dit is enkel een samenvatting van de belangrijke filosofen die in het boek voorkomen, per hoofdstuk geordend. Er staat dus niks in over de verhaallijn.

De wereld van Sofie

De hof van Eden

Bijbelse paradijs, Adam en Eva, oerverhaal over ontstaan mens

De hoge hoed

Filosofen blijven zich verwonderen over de dingen in het leven

(De mythen)

De natuurfilosofen

‘iets’ heeft altijd bestaan. Hoe kon een stof (oerstof) in iets totaal anders veranderen?
Filosofen uit Milete: De drie eerste filosofen waarvan wij de naam kennen. Ze waren opzoek naar een antwoord op de veranderingsprocessen in de natuur.
Parmenides: koos voor verstand, zintuigen onbetrouwbaar. (rationalist)
Heraclitus: Alles stroomt. Zintuiglijke waarnemingen zijn betrouwbaar (empirist)
Empedocles: Bracht bovenstaande samen. Vier oerstoffen, onveranderbaar. (water, lucht, aarde en vuur) Maar zintuigen kloppen, combinatie van oerstoffen vormt nieuwe dingen.

Democritus

Alles bestaat uit eeuwige en onveranderbare atomen (verschillende) Die atomen vormen steeds nieuwe dingen. De ziel van de mens bestaat uit atomen, die vervliegen als je sterft. (naar een andere ziel) Materialist, gelooft niet in een God die ingrijpt in natuurprocessen

Het lot

Planten groeien niet omdat ze licht en water krijgen, maar ze krijgen licht en water, zodat ze kunnen groeien. (Er groeien geen appels in de boom zodat wij ze kunnen opeten, maar wij eten appels, en daarom groeien ze)

Socrates

Heeft nooit wat opgeschreven, alles komt uit de geschriften van zijn leerling Plato. Socrates voerde een dialoog met de mensen op de markt, en hij liet ze zelf praten om ze zo zelf tot inzicht te laten komen. Hij achtte zijn eigen geweten en de waarheid hoger dan zijn eigen leven. Alle filosofen voor Socrates worden de presocratici genoemd.

(Athene)

Plato (=Dualist)
Hij geloofde in twee werelden, de zintuiglijke wereld zoals wij die nu ervaren, en de ideeënwereld, daar waar alle ‘modellen’ opgeslagen liggen. (Grot van Plato) De relatie tussen het eeuwige en onveranderlijke aan de ene kan en dat wat ‘stroomt’ aan de andere kant.

(Majorstua)

Aristoteles

De vorm en de materie
De vorm: alle eigenschappen die dat iets specifiek maken (koe: blaat, geeft melk, eet gras, etc.)
De materie: waar het nu echt van gemaakt is
Doeloorzaak is één van de vier verschillende oorzaken. De doeloorzaak: het bootje in het verhaal dreef weg, opdat dat later in het verhaal van pas kon komen. (omdat het de schrijver zo uit kwam) Doeloorzaak is er dus om het ‘verhaal’ beter te laten lopen, door religies ook wel God genoemd.

Het hellenisme

De Griekse periode. Door alexander de grote komt een groot deel van Egypte etc. in contact met de Griekse geschiedenis.
Cynici: afstand doen van materiele luxe, geestelijk
Stoïcijnen: kalmte. Overal is een doel voor, dus doe rustig aan.
Epicuristen: levensgenieters, ook op de lange termijn
Neoplatonisme: wereld tussen twee polen: het licht (‘God’) en het duister (niets)

(De ansichtkaarten)

Twee culturen

De wortels van onze cultuur stammen van het Jodendom en van de Grieken.

De middeleeuwen

Duurde 10 eeuwen. 1e paar eeuwen gebeurde er niks, de kerk was aan de macht
Christendom was waarheid, ook onder de filosofen.
Augustinus: combineerde Plato’s gedachtewereld en het christendom. Hij bekeerde zich en werd een monnik. Zo verspreidde hij Plato’s gedachtegoed.
Thomas van Aquino: interpreteerde Aristoteles op een manier zodat het niet langer een dreiging voor het Christendom vormde. Wat Aristoteles zei was slechts een deel van de waarheid, het andere deel werd door God (in de bijbel) geopenbaard.

Renaissance

De mens staat centraal, in tegenstelling tot de middeleeuwen, waarin God centraal stond. Het is alsof iedereen wakker wordt. Renaissance staat ook voor wedergeboorte. Alles kwam opnieuw tot bloei.

De barok
Staat bekend om zijn tegenstellingen. Het renaissance leven, tegenover het leven in religieuze afzondering. IJdelheid/praalzucht versus vergankelijkheid (alles zal ooit sterven)

Descartes

Was een rationalist. Maar, god bestaat: dat is een volmaakt wezen, en een mens is onvolmaakt. Een onvolmaakt wezen kan nooit iets volmaakts maken. Descartes twijfelde aan alles, aan zijn zintuigen, maar ook aan hetgeen de filosofen voor hem gezegd hadden. Hij wist dat hij bestond: ik twijfel aan alles, dus het enige wat ik zeker weet is dat ik twijfel. Dus ik denk, en als ik denk, ben ik. Descartes is een dualist: het denken (de ziel) en de uitgebreidheid (de materie)

Spinoza

God (of de natuurwetten) is de innerlijke oorzaak van alles wat gebeurd. God is alles, en god is één. We hebben dus geen vrije wil, als mens zijnde. We kunnen wel zelf beslissingen nemen, maar binnen bepaalde perken. (duim voorbeeld: je kan je duim bewegen als je dat wilt, maar alleen in de mogelijke richtingen)

Locke

Britse empirisme: alle informatie afleiden van de zintuigen (Locke, Hume, Berkeley)
Continentale rationalisme: 3 van het vasteland. Het verstand is de enige zekere bron van kennis.

Hume

Indrukken en ideeën
De indrukken zijn het eerste wat je ziet, meemaakt, ruikt etc.
De ideeën zijn de herinneringen van die indrukken.
Hume is een agnosticus.(weet niet of er een God is)
Je weet dus alleen wat je hebt meegemaakt. Sommige dingen (zoals de zwaartekracht) veronderstellen we alleen maar, omdat het al zo vaak zo is gebeurd.

Berkeley

Hij is een empirist, en hij trekt de fysische wereld in twijfel. Wij worden ons allemaal dingen gewaar, maar wat we ons gewaar worden weten we eigenlijk helemaal niet. (tafel: als je er op slaat voel je iets hards, maar je voelt geen typisch hout) Hij ontkent dus de zintuiglijke wereld buiten het bewustzijn. Wij zijn omringt door bewustzijn. Wij hoeven dus niet van vlees en bloed te zijn.

(Bjerkeley)

De verlichting

· opstand tegen het gezag
· rationalisme
· verlichtingsgedachte
· cultuuroptimisme
· terug naar de natuur
· humanisering van het Christendom
· mensenrechten

Kant

Waarnemen doe je niet alleen met je zintuigen, je hebt je verstand nodig om te weten wat je ziet (anders is het een explosie van kleur en vorm) Dit is dus een middenweg tussen het rationalisme en het empirisme. (these, synthese, antithese)
Postulaat:iets waarvan je gewoon uitgaat, omdat je anders niet verder kan denken
Geloof in een onsterfelijke ziel
Geloof in het bestaan van God
Geloof in een vrije menselijke ziel
Dit waren allemaal postulaten waar Kant van uitging. Hij kon het zich niet voorstellen dat er geen god was en dat men ‘gewoon’ dood gaat.
‘Das ding an sich, das ding fur mich’ Er is volgens Kant een verschil tussen het ding dat het is, en de manier waarop wij het zien

De romantiek

Gevoel, fantasie, beleving en verlangen

Hegel

Wereldrede: som van alle menselijke uitingen, ontplooit zich door middel van de subjectieve geest (in het individu) daarna in de objectieve geest (gezin, maatschappij en de staat) absolute geest de kunst, religie en filosofie

Kierkegaard

Er is niet één werkelijkheid, iedereen heeft zijn eigen gekleurde werkelijkheid. Drie stadium in leven van mens:
Esthetisch: je leeft van dag tot dag op zoek naar genot
Ethisch: je gaat leven volgens de morale maatstaf
Religieus: geloof verkiezen boven ethisch genot.

Marx
Volgens hem moest je niet alleen de wereld interpreteren, maar ook veranderen.
Bovenbouw en onderbouw
Bovenbouw: geloof, kunst, wetenschap, filosofie, manier van denken, politieke instellingen
Basis: de economische productie
Dialectisch materialist: er is een wederkerige verhouding tussen basis en bovenbouw. (denk aan piramide, het bovenste mooie, wordt gedragen door het onderste)
Productievoorwaarden
Productiekrachten
Productiewijze: verschilt per periode, per gebied.

Darwin

Behoort tot de naturalistische stroming: een opvatting van de werkelijkheid die uitsluitend de natuur en de waarneembare wereld als werkelijkheid accepteert. De mens is deel van de natuur. Een naturalist baseert zich dus op de natuur. Darwin kwam met de natuurlijke selectie. Alles is ontstaan in een oersoep, waaruit (dmv mutaties en natuurlijke selectie) de levende wezens zijn ontstaan.

De mens is deel van de natuur:
Marx: natuurlijke behoeften om te kunnen leven
Darwin: we stammen af van de apen
Freud: de driften (es, ich, uber-ich)

Freud

Ontwikkelaar van de psychoanalyse
Bewustzijn: wat je herinnert
Onbewust: dingen die we hebben verdrongen
Voorbewuste: dingen die we ons herinneren als we heel goed nadenken

Onze tijd

De existentie gaat vooraf aan de essentie
Dat ik ben, gaat vooraf aan wát ik ben
Dit gaat alleen bij mensen op. Uit een tulpenbol kan nooit een margriet komen, doordat de essentie (de ‘natuur’, het ‘wezen’ van het ding) al vast ligt. De mens bepaald zelf wie hij is d.m.v. keuzes. Wij zijn vrij.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.