Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Niveau: | 3VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 4342 |
Opvragingen: | 5 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (4 stemmen)
Titels van Boudewijn Büch
Brieven aan Mick Jagger (5) 1988 De blauwe salon (1) 1981 De bocht van Berkhey (3) 1996 De hel (21) 1994 De kiezen van de keizer (0) 2000 De kleine blonde dood (72) 1985 De rekening (8) 1989 Geestgrond (5) 1995 Het bedrog (4) 1993 Het dolhuis (17) 1987 Het geheim van Eberwein (6) 2003 Links! (1) 1986 Weerzien (1) 1984
Laatst gewijzigd op 14 februari 2006
Titel: De kleine blonde dood
Auteur: Boudewijn Büch
Aantal bladzijden: 220 bladzijden
Jaartal van eerste druk: 1982
Gelezen druk: twintigste druk
Jaartal van gelezen druk: 1995
Keuzeverantwoording:
Persoon 1:
We wilden eerst het Schnitzelparadijs kiezen om te lezen. We konden het boek echter nergens lezen dus moesten we een ander boek zoeken. Mevr. Dickhoff had het in de les erg vaak over dat boek gehad. Ze raadde het boek aan en zei dat het boek makkelijk weglas. Ook had ik een paar dagen eerder in de gids zien staan dat de film op t.v. kwam. Ook vond ik het wel interessant om een boek van Boudewijn Buch te lezen. Ik heb hem een keer op tv gezien en wilde weten hoe het boek van hem zou zijn.
Persoon 2:
We hebben dit boek gekozen, omdat we niet echt veel te kiezen hadden. We wilden eerst namelijk het Schnitzelparadijs lenen, maar die was in de ene bibliotheek uitgeleend en in de andere bibliotheek was hij kwijt en hier op school hadden ze hem niet. Dus toen hadden we een ander boek nodig. We wisten niet echt wat we moesten kiezen, want we kenden geen titel ofzo, maar toen zagen we dit boek (de kleine blonde dood van Boudewijn Büch) in de bibliotheek hier op school staan en aangezien hij er drie keer stond en onze lerares zei dat het een goed boek was en makkelijk om door te lezen, kozen we dit boek. Tim had niet echt iets te kiezen, want hij was die dag ziek. Toch was hij het wel eens met deze keuze, want hij wist ook niet wat we anders moesten lezen.
Verwachtingen vooraf:
Persoon 1:
Het leek mij nogal een saai boek, omdat ik het idee had dat een autobiografie meestal een soort opsomming van feiten is. Ook had ik wel wat gehoord over Boudewijn Büch, wat me niet direct aansprak. Er werden dingen verteld over sterke verhalen. Dus ik had verwacht dat het boek in veel opzichten overdreven zou zijn. Voor de rest heb ik er niet zo heel veel over na kunnen denken, ik was toen ziek en we moesten snel en goed de presentatie houden.
Persoon 2:
Ik had niet echt verwachtingen vooraf. Ik kende het boek nog niet. Wel leek het me een niet zo’n heel leuk boek. Achteraf was het wel een leuk boek, maar wel erg vaag. De gebeurtenissen liepen erg door elkaar en er waren geen spannende scènes.
Persoon 3:
Voordat ik ging lezen aan het boek, dacht ik aan de woorden van mijn lerares (het is een goed boek en makkelijk om door te lezen). Dus ik dacht dat het een goed boek zou zijn, wat ik in een uurtje wel uit zou hebben. Natuurlijk dacht ik vooraf dat er veel moeilijke woorden in zouden zitten, want ze zeggen altijd dat Literatuur zo moeilijk is om te lezen en ik had tot nu toe geen één literatuurwerk gelezen. Bovendien dacht ik dat het een soort beschrijving zou zijn van het leven van iemand, want ik had gehoord van iemand dat het een autobiografie was en zelfs ik weet dat een autobiografie een levensverhaal is, dat geschreven is door de persoon zelf.
Eindoordeel:
Persoon 1:
Het onderwerp was best wel herkenbaar, want het onderwerp was ‘de dood’ en in het boek gaan vader Büch en zoontje Micky dood. Het onderwerp vond ik ook wel interessant, maar dat komt ook omdat je in het leven best wel veel nadenkt over de dood, omdat je weet dat dit leven niet eeuwig is. Er werd naar mijn mening ook diep op het onderwerp ingegaan en ook op de andere thema’s want een andere thema was de verhouding – zoon en je leest echt bijna alle details over de relatie tussen Boudewijn en zijn vader. waarschijnlijk zo, omdat er diep op de onderwerpen werd ingegaan. Het boek heeft me nu toch wel aan het denken gezet, over wat de oorlog met iemand doet, de dood, en over eenzaamheid. Je moet zorgen dat je genoeg vrienden en kennissen hebt, voor het geval, (het klinkt hard, maar zo is het nu eenmaal), dat je veel en dierbare mensen kunt verliezen.
Er kwamen redelijk veel gebeurtenissen in voor en ik vond het nogal verwarrend en vaag. Ik vond niet echt dat ze een verhaal vormden: het waren meer gewoon flarden van een verhaal. Het ging in het boek vooral om de gevoelens tussen Boudewijn en vati, en tussen Boudewijn en zijn zoontje Micky. Je leest in het boek dus meer over gevoelens en gedachten dan over gebeurtenissen. De gebeurtenissen in het boek zijn soms er spannend, als vati weer een rare aanval krijgt, dit is vaak ook erg triest, bijvoorbeeld, als hij zoveel Duitsers arresteert.
Boudewijn kwam levensecht over, omdat je heel het verhaal door zijn ogen beleeft, je bent als het ware in zijn huid gekropen. Je kent al zijn gevoelens, weet wat hij doet,…. Je kunt je dus goed in hem inleven. Ik herken niemand uit mijn eigen leefwereld.
Ik vind dat het boek vooral in het begin niet echt “lekker” las, want ik snapte de eerste vijf hoofdstukken niet goed, en dat kwam omdat het eerste hoofdstuk een flashback was(waar ik later achter kwam), het tweede stond in de gewone tijd, de derde was weer een flashback, enz. Deze flashbacks waren ook niet zo duidelijk herkenbaar als flashback, omdat ze gewoon in de tegenwoordige tijd werden verteld.
Het taalgebruik was eenvoudig en makkelijk te lezen. Er werden niet veel moeilijke woorden gebruikt. Gevoelens worden met niet veel woorden toch duidelijk verwoord. Er komen veel gesprekken in het boek voor. Hoewel de sfeer in het boek niet altijd even vrolijk is zijn de zinnen niet somber of zwaarwichtig. Beeldspraak en uitdrukkingen worden niet veel toegepast. Er is sprake van modern taalgebruik dat niet intellectualistisch gebruikt wordt.
Persoon 2:
Het onderwerp is de dood, zoals de titel eigenlijk al zegt en het spreekt me niet echt aan, maar zorgt er ook niet voor dat ik het niet wil gaan lezen. Het wekte achteraf meer iets van nieuwsgierigheid op waar het precies mee te maken had. Dat bleek ook wel uit sommige stukjes uit het boek. Mijn mening over de sterke verhalen van Büch is wel een beetje bijgesteld, het verhaal is wel serieus en met gevoel geschreven. Het had daarom ook wel ruim voldoende diepgang, het kon zomaar een stuk zijn uit iemand echte leven.
De gevoelens van de personen was duidelijk het belangrijkste uit het boek. Iedereen had wel iets aparts of had direct met iets ernstigs te maken. Veel gebeurtenissen kent het boek niet, natuurlijk wel dingen die het verhaal verfraaien, zoals het dagje Artis. Die gebeurtenissen waren aan de ene kant verrassend, maar aan de andere kant toonden ze veel minder gevoelens dan in andere stukken van het boek.
De hoofdpersoon, Boudewijn Büch, kwam levensecht over. Inleven was in dit verhaal niet zo moeilijk, alle feiten en meningen werden duidelijk aangegeven.
Moeilijker was het om alle verhaallijnen in de gaten te houden, er liepen meerdere verhalen door elkaar heen. Aan de andere kant was het een simpele woordkeus en was het makkelijk weg te lezen. Micky’s dood vond ik eigenlijk wel onterecht, want hij zorgde wel voor verfraaiing van het verhaal. Ik vond het dus eigenlijk onbevredigend. De gebeurtenissen en dialogen werden zo beschreven, dat alles wel duidelijk bleef, zodat alles wel natuurlijk leek. De dialogen leken precies op normale gesprekken en personen reageerden zoals ik had verwacht. Dat maakt het boek natuurlijk leuker.
Maar over het algemeen vond ik het boek wel een beetje onduidelijk. Büch had meer tijd aan de karakters moeten besteden en aan de familie van de hoofdpersoon. Hij maakt het wel overdreven door Mieke een alcoholiste te laten zijn, dat is wel zonde van het goed geschreven verhaal.
Persoon 3:
Het onderwerp van het boek is de dood, zoals de titel eigenlijk al zegt. Dit is best een interessant onderwerp, omdat wij, mensen, niet zoveel weten van de dood. De dood is een beetje mysterieus. Het onderwerp is best wel herkenbaar in mijn eigen belevingswereld, want je leest wel eens in kranten over mensen die al heel lang in coma liggen en wiens leven ze dan kunstmatig beëindigen. Dit is wel nog nooit gebeurt met iemand die behoorde tot mijn familie, kennissen of vrienden. Aan het onderwerp werd heel veel aandacht besteed, want daar gaat het hele boek eigenlijk om. Het gaat in het boek namelijk over Micky (een kleine blonde jongen) die in coma ligt en wiens leven kunstmatig wordt beëindigd. Ook de vader van Boudewijn Büch gaat dood in het boek.
Alleen de dood van Micky is eigenlijk belangrijk in het boek; voor de rest zijn de gevoelens en gedachten van de hoofdpersonen belangrijker naar mijn mening. De gebeurtenissen moeten eigenlijk weergeven hoe verdrietig Boudewijn is over zijn zoontje, die dood is gegaan. Ik vond dat er veel te veel gebeurtenissen in het boek voorkwamen (zijn gekke oom komt op bezoek, zijn vader arresteert te veel Duitsers…). Die gebeurtenis met die oom, zou ik bijvoorbeeld weglaten, want die maakt het verhaal nog complexer. Ik vond ook niet dat die gebeurtenissen een echt goed geheel vormden. De meeste gebeurtenissen vond ik heel saai om te lezen, maar sommige gebeurtenissen waren heel erg treurig, zoals de dood van Micky. Ik werd eerlijk gezegd best wel verdrietig toen Micky gestorven was, want hij was nog zo jong!!
Ik vond dat Boudewijn en Micky wel levensecht overkwamen, maar ik vond die vader van Boudewijn echt te gek voor woorden!! Ik kan me dan ook echt niet inleven in zijn persoon. Ik vind het bijvoorbeeld nogal vreemd dat hij wel wil dat Boudewijn hem met Vati aanspreekt, maar dat die jongen niet in Duitsland mag komen. Ook vind ik het nogal zielig dat hij Boudewijn zo erg slaat. Ik kan me wel een beetje inleven in Boudewijn; zeker als Micky op sterven ligt. Boudewijn wordt dan namelijk heel erg boos en verdrietig en dat zou ik denk ik ook wel worden.
Ik kon het verhaal niet echt vlot lezen, want ik vond het moeilijk opgebouwd. ik vond het soms echt saai en dan ging ik dingen maar half lezen. Ook vond ik het nogal een vaag boek, omdat het helemaal niet in de chronologische tijdsvolgorde werd verteld, want de ene keer is Boudewijn jong; de andere keer is hij oud; de ene keer is Micky dood en de andere keer leeft hij weer!! Ik vond het afloop van het boek echt heel erg verdrietig: ik vind dat het een goeie afloop zou moeten hebben.
Samenvatting van de inhoud:
Het boek bestaat uit twee verhalen die zo’n beetje door elkaar heen lopen. Het eerste verhaal gaat over de jeugd van Boudewijn. Het tweede verhaal gaat over het leven van Boudewijn als hij ouder is en het zoontje dat hij dan heeft.
Dit verhaal gaat over Boudewijns jeugd.
Boudewijn leeft in een huis met vijf broers en zijn ouders. Zijn vader heeft een oorlogstrauma overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog, hij is namelijk van joodse afkomst en is tijdens de oorlog van Duitsland naar Nederland gevlucht om tegen de Duitsers te vechten. Rainer (vader) is nu dus fel tegen de Duitsers.
Boudewijn is zeven jaar en gaat op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen, de kinderen mogen ook even over de grens naar Duitsland toe. Boudewijn mag dit absoluut niet van zijn vader. Als Boudewijn weer terug komt van het schoolreisje geeft hij zijn vader een hele zeldzame vlinder, hij verzamelt ze namelijk. Rainer is er heel blij mee, maar dan vertelt Boudewijn in een roes dat hij voor de vlinder over de grens is geweest. Zijn vader word woedend. Hij trapt de vlinder kapot en slaat Boudewijn een blauw oog.
Dit is niet het enige voorbeeld. Rainer mishandelt zijn vrouw en kinderen voortdurend als zij over Duitsland praten. Boudewijn is zijn lievelingszoontje, Boudewijn zelf heeft wel bewondering voor zijn vader maar begrijpt niet waarom hij zoveel geweld gebruikt.
Op een dag vertrekt Rainer zomaar zonder reden. Een broertje kijkt in een geheim kastje van zijn vader en vind daar foto's van concentratiekampen en mishandelde mensen. Als vader weer terug is ziet hij dat er in het kastje gesnuffeld is. Hij word heel erg kwaad en daarna verbied hij zijn kinderen en vrouw om feest te vieren. Hij zegt niet waarom niet.
Op een gegeven moment moet Boudewijn naar een gesticht, omdat zijn ouders het gek vinden dat hij gek van zijn ouders word. In dat gesticht mag hij bijna niks, het ergste is dat hij niet mag lezen. Na een jaar mag Boudewijn weer terug naar huis, thuis blijkt dat hij een buikvliesontsteking heeft. Als hij in een ambulance op weg naar het ziekenhuis is, raakt hij in coma. Als hij een paar weken later weer wakker word ligt er een grote stapel boeken naast zijn bed. Pas na een jaar mag hij het ziekenhuis weer uit.
Vele jaren als Boudewijn ouders gescheiden en zijn vader een nieuwe vriendin heeft, gaat Boudewijn bij zijn vader en diens (vijfde) achttienjarige vriendin op bezoek. Hij vertelt dat hij homoseksueel is, dat een vrouw een kind van hem verwacht en dat hij drugs gebruikt.
Het is een emotioneel bezoek en de vriendin word heel erg kwaad.
Een tijd later stuurt zijn moeder hem een kopie van een rouwkaart, zijn vader is dood. Hij is na een paar zelfmoordpogingen toch overleden. De dood van zijn vader grijpt hem erg aan. Twee week na het overlijden krijgt Boudewijn een twintig kantjeslange brief, die brief is het ergste van wat zijn vader hem aangedaan heeft. Boudewijn verbrand de brief.
Dit verhaal gaat over het verdere verloop van zijn leven met en zonder zijn zoontje.
Micky is het zoontje van Boudewijn en Mieke, een veertien jaar oudere voormalig Engels docente van Boudewijn. Mieke is aan de drank, daarom verzorgt Boudewijn Micky voor het grootste deel.
Boudewijn gaat met Micky weg bij Mieke, omdat ze zoveel alcohol gebruikt. Samen gaan ze bij Fleurette wonen voor een jaar. Fleurette is een jongensachtig type met een dochter. Als Fleurette en haar dochter het huis hebben verlaten, vinden Boudewijns vrienden dat hij een weekendje mee moet naar Parijs. Boudewijn brengt Micky naar Gerda, de beste vriendin van Mieke. Ze mag Micky absoluut niet meegeven aan Mieke.
Als Boudewijn weer terug is in Nederland blijkt dat Micky wel meegegeven is aan Mieke. Micky ligt in het ziekenhuis. Hij is bij Mieke van de trap gevallen en ligt in coma. In het ziekenhuis aangekomen blijkt dat Micky een hersengezwel had, dat nu geknapt is. Micky is klinisch dood. Na drie weken laat Boudewijn de machines stop zetten en is Micky overleden.
Boudewijn laat zijn zoontje cremeren en de as over zee uitstrooien.
Om zichzelf te straffen zorgt hij dat er geen sporen van Micky overblijven.
Als Boudewijn iemand op het station hoort zeggen: 'rouw verjaart niet', weet hij dat hij over alles kan gaan schrijven.
Aan het einde in het boek zegt Boudewijn dat sommige herinneringen niet meer zijn dan een postzegel die hij koestert. Die herinneringen zijn fijne momenten met zijn vader en zijn zoontje.
Schrijfstijl:
Er zijn twee verhaallijnen. Zo is er het verhaal dat Boudewijn nog jong is en samen met zijn vader, moeder en broers woont en er is de verhaallijn dat Boudewijn inmiddels vader is. Beide verhaallijnen lopen in elkaar over op de manier waarop ze vertelt worden. In werkelijkheid was de eerste verhaallijn het eerst en volgde de tweede deze op. De verhaallijnen zijn even belangrijk en hebben sterk met elkaar te maken. De gebeurtenissen die plaatsvonden tussen Boudewijn en Rainer worden vergeleken met die van Boudewijn en Micky.
Taalgebruik:
Het taalgebruik was eenvoudig en makkelijk te lezen. Er werden niet veel moeilijke woorden gebruikt. Gevoelens worden met niet veel woorden toch duidelijk verwoord. Er komen veel gesprekken in het boek voor. Hoewel de sfeer in het boek niet altijd even vrolijk is zijn de zinnen niet somber of zwaarwichtig. Beeldspraak en uitdrukkingen worden niet veel toegepast. Er is sprake van modern taalgebruik (behalve dat patatten dan) dat niet intellectualistisch gebruikt wordt. Af en toe schrijft hij best grof: “Ik neuk me suf”………….
“Dat raar wijf,”…………... (zijn oma)
Ook schold hij zijn vader uit voor “lul-de-behanger”.
Tijd:
Het verhaal speelt zich enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog af, waarschijnlijk in het begin van de vijftiger jaren. De gevolgen van de oorlog zijn in het boek duidelijk te merken. De vader van Boudewijn is namelijk hoofd, of onderhoofd van de reservepolitie. Ook wordt er nog veel over de gruweldaden van de oorlog gesproken en was er nog niet in ieder huishouden een televisie aanwezig.
Vertelde tijd:
De vertelde tijd is ongeveer twintig a vijfentwintig jaar. Het verhaal begint als Boudewijn een jongetje is van 5 a 6 jaar. Op het moment dat hij zelf vader werd was hij nog student, ongeveer 20 jaar. Het verhaal in het boek eindigt als Micky als 5-jarige jongen overlijdt.
De gebeurtenissen worden niet verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden. Het boek bestaat uit vele flashbacks die de relatie tussen Boudewijn en zijn vader en zijn zoontje duidelijk moeten maken. Beide personen zijn echter al overleden, op het moment dat het boek verteld wordt.
De flashbacks in het verhaal verwoorden de herinneringen die de hoofdpersoon heeft. Zo komt de lezer meer te weten over het leven van Boudewijn. De flashbacks kunnen sommige situaties goed verklaren.
Het verhaal is dus beslist niet chronologisch verteld.
Het hele boek wordt in de in de verleden tijd verteld. Telkens door de ogen van Boudewijn. Omdat de schrijver van het boek ook Boudewijn Buch is, ben je geneigd te denken dat de schrijver alles zelf heeft meegemaakt, en dat is voor een deel ook zo.
Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Nederland, want dit kun je een aantal keer in het boek lezen. verder speelt het zicht onder meer af in Boudewijns woonplaats Wassenaar (in het huis waar hij met zijn ouders en broers woonde en zijn eigen huis waar hij met Micky gaat wonen), de inrichting in Brabant waar Boudewijn als jong kind heen moest, in Artis (Boudewijn gaat daar naartoe een uitstapje maken met Micky) en het ziekenhuis waar Micky verbleef.
Perspectief:
Het boek 'De kleine blonde dood' is duidelijk geschreven in een ik-perspectief. Je zit als het ware de hele tijd in het lichaam van Boudewijn. Zowel met de belevenissen met zijn vader, als met zijn zoontje Micky kijk je door de ogen van Boudewijn. Hierdoor heeft het verhaal iets persoonlijks, je wordt er echt bij betrokken omdat je zelf alles meemaakt zoals de hoofdpersoon alles meemaakt.
Thema:
Drie thema's staan in dit boek centraal: oorlogstrauma van de vader, de homoseksualiteit van de hoofdpersoon en de dood van 'de kleine blonde'
Een ander thema wat niet zo duidelijk naar voren komt, maar wat wel degelijk een rol speelt, is de eenzaamheid van Boudewijn. Hij verliest namelijk eerst zijn vader, dan zijn zoon en Mieke. Er blijft niemand over. Ook is het thema eigenlijk een beetje de verhouding vader – zoon (de verhouding tussen Boudewijn en zijn vader en de verhouding tussen Micky en Boudewijn). Het boek heeft dus meerdere thema’s
Motieven:
De motieven die bij het verhaal horen zijn:
Oorlogstrauma's (van Boudewijns vader die de oorlog heeft meegemaakt).
De dood (Micky en Boudewijns vader gaan dood).
Alcoholverslaving (Mieke is alcoholverslaafd).
Homoseksualiteit (Boudewijn komt er achter dat hij homoseksueel is).
Dit zijn de motieven, omdat ze eigenlijk de bouwstenen zijn van het verhaal.
Personages:
Boudewijn:
Hij kent zijn vader heel goed. (blz.151) "Naar geen man heb ik meer gekeken dan naar mijn vader. Ik kende op den duur alle (...) Mijn moeder zei dikwijls: 'Zoals jij je vader kent! Je lijkt wel een psycholoog. Soms denk ik dat jij je vader langer kent dan ik.' "
In zijn jeugd is Boudewijn een rustig jongetje die, evenals de rest van het gezin, lijdt onder de tirannie van zijn vader. Ondanks de buien van zijn vader geeft hij veel om hem. Als hij tien jaar is, wordt hij opgenomen in een psychiatrische kliniek in Brabant. Hij was echter niet gek, maar werd gewoon zenuwachtig van de ruzies van zijn ouders. De vele buikpijnen waar hij al twee jaar lang over klaagde bleken een verwaarloosde blindedarmontsteking te zijn. Als Boudewijn ouder is, blijkt hij homoseksueel te zijn, desondanks heeft hij wel een kind. Hij voelt hij zich onzeker over zijn capaciteiten als opvoeder. Hij gedraagt zich vaak onverantwoordelijk. Desondanks neemt hij later het moedige besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk diens leven te beeindigen.
Hij is duidelijk een karakter, want je komt heel veel over hem te weten. Wat later in het verhaal komt meer over zijn jeugd en zijn gevoelens aan het licht.
Rainier, vader:
Vader speelt een hele belangrijke rol in dit boek. Hij heeft 6 zonen en hij heeft WO II overleefd en voelt zich schuldig, omdat zijn broers en zussen niet meer leven. Hij heeft last van een oorlogstrauma en hierdoor doet hij hele vreemde dingen. Hij kan bijvoorbeeld ontzettend boos worden en dan slaat hij alles kort en klein in het huis. Hij tiranniseert zijn gezin en mensen uit zijn directe omgeving. Zijn militaristische gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt de vader zelfmoord. Hij is van joodse afkomst en heeft in de oorlog veel gedaan voor Nederland. Hij is aan de ene kant erg tegen Duitsers en laat dat ook goed blijken, maar aan de andere kant treedt hij wel hard en militaristisch op. Hij is een type, omdat zijn persoon niet verder wordt uitgewerkt.
Micky:
Micky wordt geboren uit de relatie tussen Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij stelt vaak slimme vragen en hij praat dan ook veel. Hij overlijdt op vijfjarige leeftijd aan een geknapt hersentumor.
Micky is duidelijk een type, omdat je niet veel over hem te weten komt.
Andere belangrijke bijpersonen zijn:
Moeder Buch:
De moeder van Boudewijn lijdt eveneens onder het gedrag van haar man. Ze is een lieve zorgzame vrouw die Boudewijn en zijn broers probeert te beschermen tegen hun vader. Zij is van Italiaanse afkomst en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten. Ze weigert het kind van Boudewijn te zien.
Moeder Buch is een type, omdat ze niet zo uitgebreid beschreven wordt.
Mieke:
Boudewijn heeft een relatie met een veertien jaar oudere vrouw, die vroeger een lerares van hem was. Ze krijgen samen een zoon, maar door haar drankprobleem kan ze hem niet zelf opvoeden. Zelfs als Micky is overleden komt ze niet naar zijn crematie.
Mieke is een type, want we leren haar niet echt goed kennen.
Titel, ondertitel:
De titel slaat op de kleine blonde zoon Micky van Boudewijn. Micky overlijdt later in het boek aan een geknapt hersengezwel.
De titel komt ook letterlijk terug in het boek op blz. 157:
".... Soms schrik ik 's nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood. De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel...."
Er is geen ondertitel.
Motto:
You’re out of touch, my baby
My poor discarded baby.
(Mick Jagger)
Too young to really be in love.
(Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee)
Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler.
(Goethe/Eckermann)
Die Geschichte rückwärts erzählt.
(Novalis)
Melancholy, turn thine eyes away!
O Music, Music, breathe despondingly.
(Keats)
Comme vous le savez, notre société est entièrement liquidée….
(Rimbaud)
Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft.
(Spinoza)
Liefde (of geen liefde),
En ouder worden, en dan de Dood.
(Gerard Reve)
Een naam van iemand die niet meer bestaat blijft soms nog lang onder de mensen.
(Achterberg)
Ik ben geen vader, en ik héb geen zoon
Niets dan een sage is zijn zacht bestaan.
(Willem de Mérode)
Tête sacrée! enfant aux cheveux blonds! bel ange!
A l’auréole d’or!
(Victor Hugo)
Al deze stukjes proza gaan over het kwijtraken van een geliefd persoon. In “De kleine blonde dood” raakt Boudewijn zijn zoontje Micky kwijt, omdat deze laatste overlijdt. Ook de vader van Boudewijn, Rainer overlijdt, wat Boudewijn best wel aangrijpt.
Informatie over de auteur:
Boudewijn Büch werd op 14 december 1948 geboren in Den Haag in de Bethlehem Kliniek, waar nu het Malieveld ligt. Boudewijn bracht zijn jeugd door in Wassenaar. Zijn vader was een slachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog, maar zijn afkomst is onzeker. In de vele interviews die Büch heeft gegeven, staan nogal wat verschillen. In het ene is zijn vader een Russische Jood, in het andere van Pools Duitse afkomst. Büchs moeder was van Italiaans Joodse afkomst. Het huwelijk tussen zijn ouders was helaas niet echt goed, zijn ouders scheidden toen hij ongeveer 12 jaar was. Tussen zijn 10e en 12e ging het bovendien helemaal mis en werd hij naar een psychiatrische inrichting in Noord-Brabant gestuurd. Een van de oorzaken was het slechte huwelijk van zijn ouders en een andere de hechte band die Büch met zijn vader had.
Een jaar nadat hij in de inrichting had gelegen, kreeg hij een buikvliesontsteking en lag daarmee de eerste week in het ziekenhuis in coma. Daardoor heeft Büch in zijn jeugd een geestelijke (bij de psychiater) en lichamelijke lijdensweg afgelegd.
Zijn debuut kwam in 1976 met de gedichtenbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. In 1977 en 1978 verschenen respectievelijk nog twee gedichtenbundels De taal is blauw en De sonnetten. In 1981 verscheen Büchs eerste roman De blauwe salon. Daarna heeft hij in het begin van de tachtiger jaren bij radio en televisie gewerkt. Hij werd toen achtereenvolgens heel snel een bekende Nederlander en hij heeft duizenden journalistieke bijdragen geleverd. Er werd wel eens over die productie gezegd: “Beter is het om te vragen waarin Büch geen column heeft?”
In 1991 gaat het mis in de samenwerking tussen Büch en De Arbeiderspers. Er komt een nieuwe directeur, Ronald Dietz, die veel ging veranderen. Een van Büchs vrienden, Emile Brugman, vertrekt en begint een nieuwe uitgeverij, Atlas. Büch vertrekt daarheen en opent met het boek Rock and Roll. Hij blijft doorschrijven en publiceert de volgende 4 jaar nog Eenzaam, het 2e eilandenboek (1992), Het ijspaleis (1993), Het bedrog (1993), De hel (1994) Blauwzee (1994), Leeg en kaal ( 1995) en De verzamelde gedichten (1995), wat zijn laatste boek bij Atlas zou worden.
Boudewijn Büch overleed op 23 november 2002, maar ondanks zijn overleden zal zijn naam en boeken nog lang bekend blijven.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen